CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6.c Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Industrielaan 2-8 - bestemmingsplan - bijlage 2

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Industrielaan 2-828.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT: Diverse onderzoeken, Industrielaan 2‐8 te Veenendaal

PROJECTNUMMER: B20.7775 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal

PROJECTNUMMER: B20.7775 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: Frank van Woerden Vastgoed

DATUM: 14 mei 2020

Auteur:

Autorisatie:

M. Schimmel MSc. Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

ing. H.M.W. van der Donk Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B20.7775/R7775-01/MS

Alle informatie in deze rapportage mag NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2

SAMENVATTING Frank van Woerden Vastgoed BV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, een verkennend en actualiserend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Industrielaan 2-8 te Veenendaal. Voorafgaand aan de voorliggende onderzoeken is een historisch onderzoek uitgevoerd voor een grootschalige locatie aan de Industrielaan, waar voorliggende locatie deel van uitmaakte, conform de NEN 5725:2017 met kenmerk VMT B19.7417/Brfrpp-01/MH, d.d. 27 juni 2019. Aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de resultaten van voorgaande onderzoeken en de voorgenomen herontwikkeling en/of onroerend goed transactie van de locatie. De verkennende en actualiserende onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740/A1:2016 en de NEN 5707:2015/C2:2017. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest en PFAS) op de onderzoekslocatie te bepalen/actualiseren en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V.

heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historisch onderzoek en vervolgtraject Ten behoeve van de onderzoeksopzet is reeds een historisch onderzoek uitgevoerd voor de Industrielaan 2 t/m 10 te Veenendaal, conform de NEN 5725:2017 met kenmerk VMT B19.7417/Brfrpp-01/MH, d.d. 27 juni 2019. Voor de volledigheid is de rapportage (zonder bijlagen) opgenomen als bijlage 8. Uit het historisch onderzoek blijkt dat de locatie verdacht is met betrekking tot het voorkomen van diverse mogelijke en reeds aangetroffen bodemverontreinigingen. De verdachte (voormalige) bedrijfsactiviteiten, die gerelateerd zijn aan het huidige en voormalige gebruik van de locatie, bevinden zich binnen de onderzoekslocatie en zullen derhalve worden meegenomen in het verkennend en actualiserend bodemonderzoek. Vervolgtraject Op basis van het historisch onderzoek en de aanvullende gegevens en het recent uitgevoerde onderzoek aan de Industrielaan 10, dienen voor de voorgenomen herontwikkeling en/of onroerend goed transactie diverse (bodem)onderzoeken te worden uitgevoerd, waarbij rekening dient te worden gehouden met de diverse (voormalige) bodembedreigende activiteiten en diverse olie- en koperverontreinigingen.

In verband met de transactie en mogelijke toekomstige herontwikkeling op de locatie dient op basis van beschikbare gegevens een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN5740 waarbij aanvullend aandacht dient te worden besteed aan de verdachte activiteiten en bekende verontreinigingen. Daarnaast dient een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of de NEN 5897.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

3 Conclusies diverse onderzoeken Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van verontreinigingen met diverse parameters. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese formeel aangenomen te worden verworpen, aangezien in het grondwater uit peilbuis PB18 een sterk verhoogd gehalte voor minerale olie is aangetoond. Ons inziens kan deze grondwaterverontreiniging worden gerelateerd aan de bekende grondwaterverontreiniging van naburig perceel aan de Kerkwijk 87 (Spoorstaete), welke (zoals reeds bekend) perceelsoverschrijdend is. In de bestaande peilbuis V5, binnen de bekende grondwaterverontreinigingscontour, is eveneens een verhoogde gehalte voor minerale olie aangetoond. Het gehalte blijft echter wel onder de interventiewaarde, maar overschrijdt de index van 0,5. Naar verwachting is de grondwaterverontreiniging met minerale iets verplaatst onder de bebouwing als gevolg van de saneringswerkzaamheden van afgelopen jaren. Aangezien in de overige onderzochte peilbuizen, binnen onderhavige onderzoekslocatie, geen gehalten voor minerale olie zijn aangetoond boven de index van 0,5 is ons inziens aanvullend onderzoek niet noodzakelijk ten behoeve van de onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling.

Voor wat betreft de grond zijn enkel in grond ter plaatse van de enkele bekende restverontreinigingen licht verhoogde gehalten voor minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten in de grond blijven ruim beneden interventiewaarde, alsmede onder de index van 0,5. De zintuiglijk aangetroffen verontreinigingen met minerale olie zijn analytisch niet bevestigd als sterke verontreinigingen in de grond. Mogelijk dat in het grondwater sprake is van olie(rest)producten dat tot de aangetroffen zintuiglijke waarnemingen heeft geleid. In de onderzochte ondergrond op de perceelsgrens met de Industrielaan 10, waar eerder een koperverontreiniging was aangetoond, is slechts een licht verhoogde gehalte voor koper aangetoond. Daarnaast is tijdens het gelijktijdig uitgevoerde nader onderzoek aan de Industrielaan 10 (kenmerk VMT: B19.7417NO/R7417NO-01/MM, d.d. 14-05-2020) gebleken dat in de grondmonsters ter verificatie van de koperverontreiniging geen sterk verhoogde gehalten voor koper zijn aangetoond. Verder zijn in de onderzochte boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond boven de achtergrondwaarden.

Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters voldoet de grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest werd, voor het uitpandig deel, eveneens de hypothese gesteld van een verdachte locatie. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (> 20 mm) als analytisch (< 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk elders toch ook wordt overschreden.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

4

Algehele conclusies en aanbevelingen Middels de voorliggende onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie gelegen aan de Industrielaan 2-8 te Veenendaal afdoende vastgelegd en geactualiseerd ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en mogelijke toekomstige herontwikkeling op de locatie. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en mogelijke toekomstige herontwikkeling op de locatie, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen. In het grondwater ter plaatse van peilbuizen PB18 en de bestaande peilbuis V5 is nog een grondwaterverontreiniging met minerale olie aanwezig. Indien in de toekomst herontwikkeling plaatsvindt waarbij in contact wordt getreden met het grondwater, dient rekening gehouden te worden met sanerende maatregelen. Aanvullend grondwateronderzoek wordt niet noodzakelijk geacht, echter wordt wel geadviseerd de grondwatermonitoring te continueren, waarbij aanvullend gebruik gemaakt kan worden met de tijdens onderhavig onderzoek geplaatste peilbuizen. De bekende restverontreinigingen met minerale olie in de grond en de tijdens onderhavig onderzoek aangetroffen zintuiglijke olie, zijn analytisch niet bevestigd als zijnde sterk verontreinigde grond.

Aanbevolen wordt om in overleg te treden met het bevoegd gezag omtrent de verontreinigingssituatie en de hieruit te nemen vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullende onderzoeken/monitoringen en eventuele sanerende maatregelen). Bij eventuele afvoer de grond naar een erkend verwerker kan voor PFAS aangetoond worden dat de gehalten voldoen aan de functieklasse “landbouw/natuur” bij toepassing boven grondwaterniveau en op de landbodem, buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Bij de afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NEN-parameters en PFAS. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. REEDS UITGEVOERD HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725) EN VERVOLGTRAJECT ................................ 6

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .......................................................................................... 9 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 9 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 9

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 9

6.

OPZET DIVERSE ONDERZOEKEN ..................................................................................................... 10 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE VERKENNENDE EN ACTUALISERENDE ONDERZOEKEN .................... 10 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 12

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 14 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 14 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 15

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 16 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 16 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN......................................................................................................... 16 8.3. RESULTATEN VERKENNENDE EN ACTUALISERENDE ONDERZOEKEN ...................................................... 17 8.4. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN VERKENNENDE EN ACTUALISERENDE ONDERZOEKEN ............ 20

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELING ....................................................................................................... 24 9.1. VERKENNEND EN ACTUALISEREND BODEMONDERZOEK ......................................................................... 24 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST................................................................................................ 24 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 25

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 26

BIJLAGEN 1. 2 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, peilbuizen, proefgaten en contouren Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Achtergrond-, streef-, en interventiewaarden grond en grondwater (tabellen toetsingswaarden) Toetsingen PFAS Formulieren asbestonderzoek Relevante historische gegevens

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

6

1.

INLEIDING Frank van Woerden Vastgoed BV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, een verkennend en actualiserend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Industrielaan 2-8 te Veenendaal. Voorafgaand aan de voorliggende onderzoeken is een historisch onderzoek uitgevoerd voor een grootschalige locatie aan de Industrielaan, waar voorliggende locatie deel van uitmaakte, conform de NEN 5725:2017 [1] met kenmerk VMT B19.7417/Brfrpp-01/MH, d.d. 27 juni 2019. Aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de resultaten van voorgaande onderzoeken en de voorgenomen herontwikkeling en/of onroerend goed transactie van de locatie. De verkennende en actualiserende onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door heren M. Schimmel MSc. en ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest en PFAS) op de onderzoekslocatie te bepalen/actualiseren en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Industrielaan 2-8 te Veenendaal en staat kadastraal bekend als gemeente Veenendaal, sectie C, nummers 2681, 2682, 3157, 3156 en 1616. De locatie is gelegen op een industrieterrein, aan de rand van een woonwijk, en heeft een totale oppervlakte van circa 6.416 m2. Ter plaatse van de Industrielaan 6 is een autohandel met pompstation en autowerkplaats met diverse bodembedreigende activiteiten (ondergrondse tanks, afleverpunten, vul-/ontluchtingspunten, etc.) aanwezig. Ter plaatse van de Industrielaan 8 is een taxibedrijf met werkplaats en een reisbureau aanwezig. Industrielaan 2 betreft een (bedrijfs)woning. Ten noorden, oosten en zuiden bevinden zich bedrijfsterreinen. Aan de westzijde bevinden zich woningen en kleine bedrijven. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Reeds uitgevoerd historisch onderzoek (NEN 5725) en vervolgtraject

Ten behoeve van de onderzoeksopzet is reeds een historisch onderzoek uitgevoerd voor de Industrielaan 2 t/m 10 te Veenendaal, conform de NEN 5725:2017 met kenmerk VMT B19.7417/Brfrpp-01/MH, d.d. 27 juni 2019. Hieronder staan de conclusies van het historisch onderzoek vermeld. Voor de volledigheid is de rapportage (zonder bijlagen) opgenomen als bijlage 8. Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

7 Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Uit het historisch onderzoek blijkt dat de locatie verdacht is met betrekking tot het voorkomen van diverse mogelijke en reeds aangetroffen bodemverontreinigingen op basis van de onderdelen in tabel 3.1. De verdachte (voormalige) bedrijfsactiviteiten, die gerelateerd zijn aan het huidige en voormalige gebruik van de locatie, bevinden zich binnen de onderzoekslocatie en zullen derhalve worden meegenomen in het verkennend en actualiserend bodemonderzoek. Op de onderzoekslocatie zijn geen bestaande watergangen aanwezig die in het kader van de transactie en/of bestemmingsplanwijziging onderzocht dienen te worden. Uit het historisch onderzoek komen de in tabel 3.1 weergegeven verdachte activiteiten en aangetroffen (rest)verontreinigingen naar voren. Tabel 3.1: verdachte activiteiten en bekende verontreinigingen Locatie Voorzijde en westzijde pand

Verharding Klinkers/ vloeistofdicht

Activiteit /verontreiniging -Vml. ondergrondse tanks -Tank cluster van ondergrondse opslagtanks  1x 25 m3 diesel;  1x 20 m3 super;  1x 20 m3 energy super;  1x 40 m3 euro 95;  3 pompeilanden;  4 vulpunten;  4 ontluchtingspunten;  Leidingwerk. -(Rest)verontreinigingen met minerale olie/BTEXN in ondergrond en/of grondwater Olie-waterafscheider

Verdachte parameters Verdacht voor BTEXN, minerale olie, MTBE, ETBE

Voorzijde pand

Klinkers

Inpandig

Beton / stelcon

(Voormalig) autospuitbedrijf, wasplaatsen, showroom, taxibedrijf

Overig terrein

Klinkers, tegels, vloeistofdicht Klinkers

Algemene bodemkwaliteit incl. voormalige sloten

Verdacht voor zware metalen, PAK, minerale olie en asbest

Perceelsoverschrijdende grondwaterverontreiniging minerale olie en vluchtige aromaten

Verdacht voor BTEXN, minerale olie

Naastgelegen perceel

Verdacht voor BTEXN, minerale olie Verdacht voor zware metalen, BTEXN, minerale olie, antivries (alcohol)

Na het historisch onderzoek is door opdrachtgever besloten om allereerst de locatie aan de Industrielaan vml. nr. 10 te onderzoeken en de voorliggende locatie Industrielaan nr. 2-8 op een later moment. Hieronder volgen de resultaten van deze onderzoeken. Daarnaast zijn nog aanvullende gegevens aangeleverd van o.a. een uitgevoerde sanering ter plaatse van de Industrielaan (inclusief monitoring). Diverse onderzoeken Industrielaan (vml. nr. 10) te Veenendaal Door VMT zijn recent diverse onderzoeken uitgevoerd ter plaatse van het recent gesloopte autobedrijf aan de Industrielaan (vml. nr. 10) te Veenendaal (kenmerk VMT B19.7417, d.d. 20 februari 2020). Middels de onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit en de verontreinigingssituatie van de bodem ter plaatse van de locatie gelegen aan de Industrielaan (vml. nr. 10) te Veenendaal binnen de perceelsgrenzen afdoende vastgelegd ten behoeve van de voorgenomen toekomstige bestemmingswijziging. Op deze locatie is sprake van diverse grondverontreinigingen. Ter plaatse van boring PB107 is sprake van circa 20 m3 sterk verontreinigde grond met koper. De verontreiniging is ons inziens zowel horizontaal als verticaal voldoende afgeperkt binnen de perceelsgrenzen.

Op het zuidelijk deel van de locatie is, binnen de perceelsgrenzen, over een oppervlakte van circa 230 m2 sprake van circa 350 m3 licht tot sterk verontreinigde grond met minerale olie (0,4-2,0 m-mv), waarvan circa 220 m3 > Interventiewaarde. Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

8 Opgemerkt is dat de onderzochte verontreinigingen voor koper en minerale olie alleen tot de perceelsgrens in beeld zijn gebracht. Het kan niet worden uitgesloten dat de verontreinigingen met koper en/of minerale olie perceelsoverschrijdend zijn. Rekening dient te worden gehouden met een Zorgplichtgeval voor wat betreft de aangetroffen grondverontreiniging met minerale olie, aangezien niet kan worden uitgesloten dat de aangetoonde verontreinigingen zijn ontstaan na 1987 ten tijden van de bedrijfsactiviteiten tussen 1994 tot recent. Conform het Zorgplichtbeginsel uit het Activiteitenbesluit dienen de diverse aangetoonde bodemverontreinigingen met minerale olie in zijn geheel te worden gesaneerd tot onder de achtergrondwaarden. In deze situatie dient derhalve rekening te worden gehouden met een verplichting tot het verwijderen van een groot gedeelte van de bodemverontreiniging tot de achtergrond-/streefwaarden. Aangezien de verontreiniging niet voldoende is afgeperkt buiten de perceelsgrenzen, is een nader onderzoek voorgesteld. Hier vindt momenteel aanvullend onderzoek plaats. Voor de aangetroffen plaatselijke grondverontreiniging met koper in de ondergrond bij boring PB107 is naar verwachting geen sprake van Zorgplicht.

Bij eventuele afvoer van verontreinigde grond naar een erkend verwerker kan voor PFAS aangetoond worden dat de gehalten voldoen aan de functieklasse “landbouw/natuur” bij toepassing boven grondwaterniveau en op de landbodem, buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Aanvullende gegevens opdrachtgever Door de opdrachtgever zijn aanvullende gegevens aangeleverd van het tankstation aan de Industrielaan 6 (Leewis). Hier zat een historisch onderzoek van Register (project 07025, HO nummer 314, d.d. 17 oktober 2007) en een aanvulling op een evaluatierapport (kenmerk JDM/PBL0000175554/001117, d.d. 30 november 2000) bij dat bij het historisch onderzoek nog niet beschikbaar was. Deze aanvullende gegevens geven echter geen nieuwe of ontbrekende informatie met betrekking tot de potentiële verontreinigingssituatie. Tevens is door de opdrachtgever een zeer recent evaluatieverslag aangeleverd van de milieukundige begeleiding aan de Industrielaan (Kerkewijk fase 2) te Veenendaal (Vink, projectnummer P16M0111, d.d. 27 maart 2020). Het betreft de eindsituatie naar aanleiding van de sanering van een grond- en grondwaterverontreiniging met minerale olie, vluchtige aromaten en/of MTBE/ETBE op de locatie aan de Kerkewijk 87 (Appartementencomplex Spoorstaete) en de Industrielaan 6 (Taxi- en automobielbedrijf Leewis).

Tijdens de (tegen)bemalingen is rekening gehouden met de bemalingen ten behoeve van de sanering aan bij de ‘Firezone’ de overzijde van de Industrielaan. Uit de laatste controlemonsters van de diverse peilbuizen is gebleken dat in het grondwater uit enkele controlepeilbuizen enkel nog zeer lichte overschrijdingen van de streefwaarden voor enkele vluchtige aromaten zijn gemeten. Uit de eindsituatie is gebleken dat in geen enkele peilbuis ten opzichte van de nulsituatie noemenswaardige verhogingen zijn aangetoond. De actiewaarden worden nergens benaderd of overschreden. De onttrekkingen binnen de invloedsfeer van de Kerkewijk 87 en de Industrielaan 6 hebben geen negatieve invloed gehad op de hier aanwezige grondwaterverontreinigingen. De deelsanering kan hiermee als afgerond worden beschouwd. Daarnaast zijn door de opdrachtgever aanvullend gegevens aangeleverd van diverse onderzoeken en saneringen van het tankstation ‘Firezone’ tegenover de onderzoekslocatie gelegen, ten noorden van de Industrielaan. In verband met de verwijdering van een tankcluster zijn diverse onderzoeken uitgevoerd waarbij een verontreiniging met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEXN) en MTBE/ETBE is aangetoond.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

9 Hierna is in 2019 is een grond- en grondwatersanering uitgevoerd (Geofoxx, kenmerk. 20181491, d.d. 19 december 2019. Bij de grondsaneringswerkzaamheden is in totaal is 18,3 ton met minerale olieproducten verontreinigde grond ontgraven. De ontgraving is conform protocol 6001 uitgekeurd en nadat geen verhoogde gehalten meer zijn aangetoond in de wanden en putbodem, is de ontgraving aangevuld met schoon aanvulzand. Na verwijdering van de tanks is ook de tankput conform protocol 6001 uitgekeurd. Op 8 oktober 2019 is een laatste controle van het grondwater uitgevoerd en op basis van de analyseresultaten van het grondwater uit de controlepeilbuizen is aangetoond dat de verontreiniging in het grondwater voldoende is gesaneerd, de concentraties minerale olie en aromaten liggen beneden de streefwaarde en de concentraties MTBE en/of ETBE liggen beneden de herstelrichtwaarde van 15 μg/l. Vervolgtraject Op basis van het historisch onderzoek en de aanvullende gegevens en het recent uitgevoerde onderzoek aan de Industrielaan 10, dienen voor de voorgenomen herontwikkeling en/of onroerend goed transactie diverse (bodem)onderzoeken te worden uitgevoerd, waarbij rekening dient te worden gehouden met de diverse (voormalige) bodembedreigende activiteiten en diverse olie- en koperverontreinigingen.

In verband met de transactie en mogelijke toekomstige herontwikkeling op de locatie dient op basis van beschikbare gegevens een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN5740 waarbij aanvullend aandacht dient te worden besteed aan de verdachte activiteiten en bekende verontreinigingen. Daarnaast dient een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of de NEN 5897. 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1.

Bodemopbouw

De locatie bevindt zich op een hoogte van circa NAP + 7 meter en bestaat tot een diepte van 5 m-mv hoofdzakelijk uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei van de formatie van Boxtel [4]. Tussen 5 en 11 m-mv bevindt zich goed doorlatende laag met grof tot midden zand van de Formaties van Woudenberg en Drente. Tussen 11 en 34 m-mv is een laag met gestuwde afzettingen met grof tot midden zand. Op een diepte van 35 bevind zich een kleine slecht doorlatende laag van een meter dik met zandige klei van de formatie van Waalre. 4.2.

Geohydrologie

De grondwaterstroming van het freatisch grondwater is naar alle waarschijnlijk zuidelijk gericht door het nabijgelegen Valleikanaal. De grondwaterstroming kan verder worden beïnvloed door plaatselijke drainages en overige oppervlaktewateren. De onderzoekslocatie in niet gesitueerd in een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE Op basis van de bekende informatie is voor de algemene bodemkwaliteit uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Tevens betreffen de diverse bodembedreigende activiteiten, bekende verontreinigingen, voormalige watergangen en PFAS in de bodem aandachtspunten.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

10

6.

OPZET DIVERSE ONDERZOEKEN 6.1.

Onderzoeksstrategie diverse verkennende en actualiserende onderzoeken

Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Voor de onderzoeksopzet van het verkennend en actualiserend bodemonderzoek naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) voor een locatie met een oppervlakte van maximaal 7.000 m2. In verband met de aanwezige/voormalige verhardingen en voormalige bebouwing worden alle boringen doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv. Voor de onverdachte ondergrond worden, conform de NEN 5740:2009/A1:2016 voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL), minimaal 2 analyses ingezet. In verband met de gedempte sloten worden twee dwarsraaien van drie boringen tot 2,0 m-mv geplaatst en is 1 extra grondanalyse op een standaard NEN-pakket opgenomen. Hierbij zijn de werkzaamheden zoveel als mogelijk gecombineerd. Alle grondanalyses worden tevens aangevuld met arseen en chroom. Ter plaatse van de voormalige en huidige ondergrondse tanks, leidingwerk, ontluchtingen, vulpunten, pompeilanden wordt een maatwerkstrategie gehanteerd, afgeleid van de onderzoeksstrategie ‘verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks’ (VEP-OO) gehanteerd.

Aangezien van het tankstation diverse (recente) voorgaande onderzoeks- en monitoringsgegevens bekend zijn, is in voorliggend onderzoek een beperkte onderzoeksinspanning mogelijk en worden derhalve minder peilbuizen geplaatst. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van de bestaande peilbuizen. Ter plaatse van de overige verdachte activiteiten wordt, afgeleid van de onderzoeksstrategie ‘verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting’ (VEP), een maatwerkstrategie gehanteerd, waarbij diverse kleinschalige activiteiten worden geclusterd tot deellocaties. Diverse extra en afzonderlijke analyses zijn daarnaast opgenomen zoals alcoholen, tankstation (TSP)pakket en VOCl in de grond en/of in het grondwater. Aangezien sprake ter plaatse van deze kleinschalige activiteiten sprake is van een (vloeistofkerende) betonvloer, welke in goede staat verkeerd, is voor deze strategie gekozen om een representatief beeld te krijgen van de bodemkwaliteit onder de betonvloer. Aanvullend wordt aandacht besteed aan de (rest)verontreinigingen met minerale olie en/of aromaten en de mogelijke koperverontreiniging bij de Industrielaan 10. De diverse bodemonderzoeken worden zoveel als mogelijk gecombineerd.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

11 Onderzoek naar asbest (uitpandig) De onderzoeksopzet voor het onderzoek naar asbest is opgesteld conform de NEN 5707:2015/C2:2017. Hierbij wordt de onderzoeksstrategie gehanteerd voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming (VEDHE) voor een oppervlakte van maximaal 3.000 m2. Hierbij wordt uitgegaan dat enkel inpandig geen puin onder de betonvloer aanwezig en enkel uitpandig de locatie verdacht is op het voorkomen van asbest in grond. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden in totaal 13 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan minimaal 2 proefgaten worden doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond middels een Edelmanboor met brede diameter (gecombineerd met het verkennend en actualiserend bodemonderzoek). Tevens is het opgeboorde materiaal uit de inpandige betonboringen zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en asbest (> 20 mm). Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Van de meest verdachte grondlagen (op basis van bodemvreemde bijmengingen en/of asbestverdachte plaatmaterialen) uit de proefgaten, worden diverse grond(meng)monsters samengesteld (minimaal 3) voor analyses op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm).

De werkzaamheden van het onderzoek naar asbest worden zoveel als mogelijk gecombineerd uitgevoerd met het verkennend en actualiserend bodemonderzoek. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten wordt rekening gehouden met de reeds bekende gegevens. De diverse deellocaties met toegepaste strategieën zijn in onderstaande tabel schematisch weergegeven. Tabel 6.1: Onderzoeksopzet Deellocatie

Oppervlakte/inhoud

NEN-norm

Algemene bodemkwaliteit incl. inpandige werkplaats, autostalling, taxibedrijf en voormalige sloten Vml. tankinstallatie (ondergrondse tanks, leidingwerk, ontluchtingen, vulpunten, pompeilanden) en aangetroffen verontreinigingen

± 7.000 m2 (gehele locatie) ± 3.000 m2 (uitpandig deel)

NEN5740/ A1 NEN5707/ C2

-Vml. tankinstallatie -Tank cluster van ondergrondse opslagtanks  1x 25 m3 diesel;  1x 20 m3 super;  1x 20 m3 energy super;  1x 40 m3 euro 95;  3 pompeilanden;  4 vulpunten;  4 ontluchtingspunten;  Leidingwerk.

Olie-vetafscheider Plaatwerkerij, wasplaats, opslag chemicaliën en inpandige olietank Spuitcabine, verfopslag, mobiele olietank en opslag ruitensproeiervloeistof (Rest)verontreinigingen met minerale olie en/of aromaten Verificatie koper in ondergrond

Onderzoeksstrategie VED-HE-NL

BRL SIKB protocol 2001, 2002 en 2018

NEN5740/ A1

VEP-OO

2001 en 2002

-Restverontreiniging met minerale olie/BTEXN in ondergrond en grondwater < 10 m2

NEN5740/ A1

VEP

2001 en 2002

< 500 m2

NEN5740/ A1

VEP

2001 en 2002

< 1.000 m2

NEN5740/ A1

VEP

2001 en 2002

Maatwerk

2001 en 2002

Maatwerk

2001 en 2002

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

12 Toelichting bij tabel 2: VED-HE(-NL) Onderzoeksstrategie voor een verdachte(, niet-lijnvormige) locatie met een diffuse bodembelasting en heterogene verdeling op schaal van monsterneming; VEP-OO Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie meet één of meer ondergrondse opslagtanks; VEP Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern.

Aangezien van onderhavige onderzoekslocatie mogelijk grond afgevoerd wordt, wordt aanvullend de (af te voeren) grond onderzocht op PFAS. De onderzoeksopzet voor het bodemonderzoek naar PFAS is afgeleid van de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740/A1:2016 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL). Hierbij wordt de oppervlakte naar boven afgerond, waardoor sprake is van een maximale oppervlakte van 1 hectare. De boringen worden gecombineerd met de boringen van het verkennend en actualiserend bodemonderzoek. In totaal zullen twee mengmonsters van de (boven)grond worden geanalyseerd op PFAS. Het onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, zoals op 29 november 2019 geactualiseerd verstrekt aan de Tweede Kamer. Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen/certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 6) en protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6). De werkzaamheden ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest in de grond zijn, afgezien van de maaiveldinspectie, uitgevoerd onder protocol 2018 (versie 6): locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem. De veldwerkzaamheden ten behoeve van de verkennende en actualiserende onderzoeken zijn uitgevoerd met behulp van een schop, betonboor, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is gebruik gemaakt van een oliedetectiepan om de grond te beoordelen op het voorkomen van olie-waterreacties. Daarnaast is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). De peilbuizen zijn na een standtijd van minimaal één week, bemonsterd. In tabel 6.2 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.2: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data

Bedrijf

15 t/m 17 april 2020

Verhoeven Milieutechniek B.V.

23 april 2020

Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker(s) De heer D.W. Sluis De heer M.A.H. van Baal De heer C.C.G. van Rossum

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

13 Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het verkennend en actualiserend bodemonderzoek zijn 35 boringen (B01 t/m B31). De raaiboringen B07A-C en B11A-C zijn ter plaatse van de voormalige sloten geplaatst. In tabel 6.3 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.3: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Deellocatie

Boring tot ca. 1,0 à 1,5 m-mv

Boring tot ca. 2,0 m-mv

Boring tot ca. 3,0 m-mv

Peilbuis (filterstelling m-mv)

Vml. ondergrondse tanks, huidige ondergrondse tanks, leidingwerk, ontluchtingen, vulpunten, pompeilanden) Olie-vetafscheider (< 10 m2)

B10

-

B06, B08, B09, B12, B13

-

-

-

B05

PB04 (2,00-3,00)

Plaatwerkerij, wasplaats, opslag chemicaliën en inpandige olietank, spuitcabine, verfopslag en mobiele olietank en opslag ruitensproeiervloeistof (< 1.000 m2) Overig terrein, algemene bodemkwaliteit incl. inpandige werkplaats, autostalling, taxibedrijf en voormalige sloten(< 7.000 m2) (Rest)verontreinigingen met minerale olie en/of aromaten Verificatie koper in ondergrond

B16, B17, B19 t/m B24, B30

-

-

PB18 (2,00-3,00), PB20 (2,00-3,00)

B02, B03, B14, B26, B28, B29

B01, B07A-C, B11A-C

-

-

B151

-

B25, B31

-

-

B27

-

-

1

Gestuit op beton

Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB04, PB18 en PB20 is na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen op 23 april 2020 bemonsterd. Tevens zijn de bestaande peilbuizen PB.D (Vml. ondergrondse tanks, huidige ondergrondse tanks, leidingwerk, ontluchtingen, vulpunten, pompeilanden) en peilbuis V5 (restverontreiniging met minerale olie in grondwater) na minimaal twee keer afpompen op 23 april 2020 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest op de locatie is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie geheel verhard is (100 %). Derhalve heeft in afwijking op protocol 2018 geen efficiënte maaiveldinspectie ( > 25 % zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen.

Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de maaiveldinspectie en de zintuiglijke waarnemingen bij de uitpandige boringen van het verkennend onderzoek zijn in totaal 13 proefgaten (B01, B02, B03, B05 t/m B11, B13, B14 en B26) met een afmeting van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen). Inpandig zijn geen bodemvreemde bijmengingen en/of asbestverdachte materialen aangetroffen (< 20 mm). In het veld zijn, conform de onderzoeksopzet, 3 mengmonsters samengesteld uit het materiaal uit de gegraven proefgaten ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde mengmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De situatietekening met de geplaatste en bestaande boringen, proefgaten en peilbuizen is opgenomen als bijlage 2. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 7. Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

14

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

15 Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [5] tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (meest recente versie 29 november 2019), worden gehanteerd. In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 0,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 0,8 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 eveneens geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels SEM analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgeboden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

16

8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld/onderzijde verharding tot circa 1,5 m-mv uit matig fijn, zwak siltig, matig humeus zand. Vanaf 1,5 m-mv tot circa 2,0 m-mv bestaat de bodem uit mineraalarm veen. Vanaf 2,0 m-mv tot aan de maximale boordiepte van 3,0 m-mv bestaat de bodem uit matig fijn, zwak siltig zand. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boringen zintuiglijk olie-waterreactie waargenomen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden uit de boringen is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat Boring

Proefgat

B08 B13

Ja Ja

Diepte boring (m -mv) 3,00 3,00

PB18 B24 B31

Nee Nee Nee

3,00 1,50 3,50

Traject (m -mv) 2,00 - 3,00 1,50 - 2,00 2,00 - 2,50 1,00 - 1,50 0,50 - 1,50 1,50 - 3,00

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Veen Zand Zand Zand

sterke oliegeur, sterke olie-water reactie matige oliegeur, matige olie-water reactie zwakke oliegeur, zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige oliegeur, zwakke olie-water reactie

De voormalige watergangen zijn zintuiglijk niet aangetroffen. Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en in de opgeboorde grond geen overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Aangezien onder de aanwezige bebouwing geen (puin)bijmengingen zijn aangetroffen is ons inziens onderzoek naar asbest conform de NEN5707 onder de bebouwing niet noodzakelijk geweest. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Het analytisch onderzoek naar PFAS is uitgevoerd door het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. die gevalideerd is voor het uitvoeren van deze analyses conform de Duitse norm DIN 38414-14. Aangezien deze parameters vooralsnog niet conform AS3000 en/of AP04 kunnen worden erkend is dit het hoogste haalbare en zijn de analyseresultaten representatief voor het uitgevoerde bodemonderzoek. De toetsingsresultaten van de PFAS analyses zijn opgenomen in bijlage 6. Tevens worden de PFAS resultaten indicatief getoetst aan de vastgestelde INEV’s. In tabel 8.2, op de volgende pagina, is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

17 Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer Grond 13234298

(Meng) monster

Parameter

Opmerking

PAK

Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot. MM07 De toegevoegde interne standaard vertoont een laag rendement. Hierdoor is de betrouwbaarheid van het resultaat mogelijk beïnvloed. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen.

8.3.

Resultaten verkennende en actualiserende onderzoeken

MM04, MM07, MM08

Diverse individuele PAK

Toelichting

Aangezien de som parameter voor PAK in de betreffende monsters de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Grond Op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn grond(meng)monsters geselecteerd en/of samengesteld. Zintuiglijk zijn in de raaiboringen geen bijmengingen van slib en/of andere bodemvreemde materialen aangetroffen, deze monsters zijn derhalve opgemengd met de monsters van de algemene kwaliteit. Wel zijn in verband met het zintuiglijke aantreffen van olie-waterreacties extra steekbusmonsters genomen en geanalyseerd op het tankstationpakket. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving Boringen Analysepakket Resultaten monster (traject in (m -mv) > AW < I >I Algemene bodemkwaliteit incl.

inpandige werkplaats, autostalling, taxibedrijf en voormalige sloten NEN, As, Cr, B16 (0,20 - 0,70) MM01 Bovengrond, zand L en H B17 (0,30 - 0,80) Zintuiglijk: PB18 (0,20 - 0,50) (onder betonvloer) NEN, As, Cr, MM02 Bovengrond, zand B19 (0,30 - 0,80) L en H Zintuiglijk: B21 (0,30 - 0,80) B22 (0,20 - 0,70) (onder betonvloer) PB20 (0,20 - 0,70) NEN, As, Cr, MM04 Bovengrond, zand B25 (0,20 - 0,70) L en H Zintuiglijk: B27 (0,20 - 0,50) (onder betonvloer) B28 (0,20 - 0,50) B29 (0,20 - 0,50) NEN, As, Cr, MM05 Bovengrond, zand B01 (0,10 - 0,60) B02 (0,10 - 0,60) L en H Zintuiglijk: B03 (0,10 - 0,60) B05 (0,10 - 0,60) MM06 Bovengrond, zand B07B (0,10 - 0,60) NEN, As, Cr, L en H Zintuiglijk: B10 (0,10 - 0,60) B13 (0,10 - 0,60) B26 (0,10 - 0,60) MM07 Ondergrond, veen B07B (1,00 - 1,50) NEN, As, Cr, Zintuiglijk: B11B (1,50 - 2,00) L en H B19 (1,00 - 1,50) B23 (1,00 - 1,50) NEN, As, Cr, MM08 Ondergrond, veen B01 (1,10 - 1,50) L en H Zintuiglijk: B05 (1,50 - 2,00) B09 (0,60 - 1,00) B11B (1,10 - 1,50) Olie-vetafscheider (steekbusmonster) PB04-7 Ondergrond, zand PB04 (2,50 - 2,70) NEN, As, Cr, Zintuiglijk: BTEX, L en H Vml.

tankinstallatie (ondergrondse tanks, leidingwerk, ontluchtingen, vulpunten, pompeilanden) en aangetroffen verontreinigingen (steekbusmonsters) B01-6 Ondergrond, zand B01 (2,00 - 2,20) TSP en H Zintuiglijk: B03-4 Ondergrond, zand B03 (1,00 - 1,20) TSP en H Zintuiglijk: B06-7 Ondergrond, zand B06 (1,30 - 1,50) TSP en H Zintuiglijk: Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

18 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving Boringen Analysepakket Resultaten monster (traject in (m -mv) > AW < I >I Vml. tankinstallatie (ondergrondse tanks, leidingwerk, ontluchtingen, vulpunten, pompeilanden) en aangetroffen verontreinigingen (steekbusmonsters) B06-8 Ondergrond, zand B06 (2,50 - 2,70) TSP, MTBE, Zintuiglijk: ETBE en H B08-7 Ondergrond, zand B08 (2,00 - 2,20) TSP, MTBE, Zintuiglijk: sterke olie-water reactie, ETBE en H sterke oliegeur B12-7 Ondergrond, zand B12 (2,50 - 2,70) TSP, MTBE, Zintuiglijk: ETBE en H B13-7 Ondergrond, zand B13 (1,50 - 1,70) TSP, MTBE, Ethylbenzeen, Zintuiglijk: matige olie-water reactie, ETBE en H MO matige oliegeur B14-4 Ondergrond, zand B14 (1,00 - 1,20) TSP en H Zintuiglijk: B15-4 Ondergrond, zand B15 (0,50 - 0,70) TSP en H Zintuiglijk: PB18-8 Ondergrond, zand PB18 (1,30 - 1,50) TSP en H Zintuiglijk: zwakke olie-waterreactie PB18-9 Ondergrond, zand PB18 (2,80 - 3,00) TSP en H Zintuiglijk: B24-4 Ondergrond, zand B24 (0,50 - 0,70) TSP en H MO Zintuiglijk: zwakke olie-waterreactie B25-7 Ondergrond, veen B25 (1,50 - 1,70) TSP en H MO Zintuiglijk: B25-8 Ondergrond, zand B25 (2,80 - 3,00) TSP en H Zintuiglijk: B30-4 Ondergrond, zand B30 (0,80 - 1,00) TSP en H Zintuiglijk: B31-8 Ondergrond, zand B31 (3,30 - 3,50) TSP en H Zintuiglijk: B31-9 Ondergrond, zand B31 (1,50 -

1,70) TSP en H MO Zintuiglijk: zwakke olie-water reactie, matige oliegeur Plaatwerkerij, wasplaats, opslag chemicaliën en inpandige olietank B16-4 Ondergrond, zand B16 (0,80 - 1,00) TSP, VOCl en H Zintuiglijk: PB18-7 Ondergrond, zand PB18 (0,80 - 1,00) TSP, VOCl en H Zintuiglijk: Spuitcabine, verfopslag, mobiele olietank en opslag ruitensproeiervloeistof PB20-7 Ondergrond, zand PB20 (0,80 - 1,00) TSP en H Zintuiglijk: B21-3 Ondergrond, zand B21 (0,80 - 1,00) TSP, VOCl en H Zintuiglijk: MM03 Bovengrond, zand B23 (0,30 - 0,80) NEN, As, Cr, B24 (0,20 - 0,50) Zintuiglijk: Alc1 (onder betonvloer) L en H Verificatie koper in ondergrond B27-3 Ondergrond, veen B27 (1,50 - 2,00) Cu, L en H Cu Zintuiglijk: Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO); As Arseen; Cr Chroom; BTEX De vluchtig aromaten benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xylenen; TSP Tankstationpakket (minerale olie, inclusief olie vluchtig, en de vluchtig aromaten benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); MTBE Methyl-tert-butylether; ETBE Ethyl-tert-butylether; VOCl Vluchtige chloorkoolwaterstoffen; Alc De alcoholen Methanol, butanol, 1-butanol, ethanol, n-propanol, 2-butanol, iso-butanol

en 2-propanol; 1 Voor methanol, butanol en 2-propanol ontbreekt norm I. Gehalten beneden detectielimiet maar > I. Cu Koper; L Lutum; H Organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

19 PFAS Aanvullend zijn monsters samengesteld ten behoeve van analyse op PFAS. De grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten PFAS Mengmonster MMPFAS01

Omschrijving

MMPFAS02

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

Boringen (traject in m –mv) B08 (0,10 - 0,60) B11B (0,10 - 0,60) B31 (0,10 - 0,60) PB04 (0,10 - 0,60) B24 (0,20 - 0,50) B25 (0,20 - 0,70) B29 (0,20 - 0,50) PB18 (0,20 - 0,50)

AnalyseResultaten* pakket > Landbouw/natuur (AW) > Wonen/industrie PFAS -

PFAS

-

-

Toelichting bij de tabel: PFAS: Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); * Geen toetsingsnorm aanwezig, de toepassingsnorm voor de functieklasse “wonen” en “industrie” bedraagt voor PFOA: < 7 µg/kg d.s., PFOS: < 3 µg/kg d.s., overige PFAS: < 3 µg/kg d.s. en GENX: 3 µg/kg d.s); Niets aangetroffen/waargenomen.

Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte GWS (m -mv) (m -mv)

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Analysepakket

BPB.D

2,00 - 3,00

0,83

7,1

411

1,23

NEN

BPBV5

1,50 - 2,50

0,92

7,0

347

2,81

TSP

PB04 PB18

2,00 - 3,00 2,00 - 3,00

0,97 1,01

7,0 6,9

582 541

4,18 3,89

NEN NEN

Resultaten >S<I >I Benzeen, xylenen, 1,1,2-Trichloorethaan Benzeen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen, MO* Mo, Cis+Trans Benzeen, naftaleen, MO Cis+Trans Ba, MO

PB20 2,00 - 3,00 1,04 7,3 512 2,86 NEN en Alc Toelichting bij de tabel: * Indicatief (niet representatief i.v.m. met versmering) NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); TSP Tankstationpakket (minerale olie, inclusief olie vluchtig, en de vluchtig aromaten benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); Cis+Trans Cis + trans-1,2-Dichlooretheen; Alc De alcoholen Methanol, butanol, 1-butanol, ethanol, n-propanol, 2-butanol, iso-butanol en 2-propanol; S Streefwaarde; I Interventiewaarde; * Gehalte overschrijdt de index van 0,5 (benadert interventiewaarde) Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie.

Diverse onderzoeken, Industrielaan 2-8 te Veenendaal Rapportnr.: B20.7775 versie: 01 datum: 14 mei 2020

20 Asbest Op het (verharde) maaiveld zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. In de opgeboorde en opgegraven grond zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) eveneens geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de onderzoeksopzet zijn drie grondmengmonsters samengesteld en geanalyseerd op asbest (< 20 mm). De samenstelling van de onderzochte grondmengmonsters en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.6 weergegeven. Tabel 8.6: Samenstelling grondmengmonsters asbest Monstercode Samenstelling Laagdikte Zintuiglijk Soort MMASB01 B02, B03, B05, B06 0,10 - 0,50 Grond MMASB02 B01, B07, B08, B09, B14 0,10 - 0,50 Grond MMASB03 B10, B11, B13, B26 0,10 - 0,50 Grond Toelichting bij de tabel: Niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin (<20 mm).

Analysepakket Asbest in grond (>10 kg)1 Asbest in grond (>10 kg)1 Asbest in grond (>10 kg)1

De resultaten van geanalyseerde grondmengmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 8.7. Tabel 8.7: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode

Soort

MMASB01 MMASB02 MMASB03 Toelichting bij de tabel: Niets aangetoond.

8.4.

Hechtgebonden -

Type -

Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) < 2,0 < 2,0 < 2,0

Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.) < 2,0 < 2,0 < 2,0

Interpretatie analyseresultaten verkennende en actualiserende onderzoeken

Grond Algemene bodemkwaliteit incl. inpandige werkplaats, autostalling, taxibedrijf en voormalige sloten In de onderzochte mengmonsters (MM01, MM02 en MM03 t/m MM08) van zowel de zintuiglijk schone boven- als ondergrond (zand en veen), zowel inpandig als uitpandig, zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond. Olie-vetafscheider In het onderzochte steekbusmonster van de zintuiglijk schone ondergrond (2,5-2,7 m-mv, zand), ter plaatse van de olie-vetafscheider, zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN, arseen, chroom en BTEX) aangetoond. Vml. tankinstallatie (ondergrondse tanks, leidingwerk, ontluchtingen, vulpunten, pompeilanden) en aangetroffen verontreinigingen In het onderzochte steekbusmonster van de ondergrond (2,0-2,2 m-mv) met sterke oliewaterreactie en sterke oliegeur, ter plaatse van de bekende restverontreiniging met minerale olie in het grondwater (B08), zijn geen verhoogde gehalten voor minerale olie, vluchtige aromaten, MTBE en/of ETBE aangetoond. In de onderzochte steekbusmonsters van de zintuiglijk schone ondergrond (1,3-1,5 m-mv en 2,0 à 2,5 tot 2,7 m-mv) rondom de bekende restverontreiniging met minerale olie in het grondwater (B08) en rondom het pompeiland (boringen B01, B06 en B12), zijn geen verhoogde gehalten voor minerale olie, vluchtige aromaten, MTBE en/of ETBE aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9655784/2