CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6.a. Technische vragen en antwoorden RV Huisvestingsverordening deel 1 en 2

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Huisvestingsverordening gemeente Veenendaal 2024-20272.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN – deel 2 | na de commissie Raadscyclus d.d.

6 december 2023

Naam fractie:

VVD, CDA, PvdA

Onderwerp:

Raadsvoorstel Huisvestingsverordening gemeente Veenendaal 2024-2027

Naar aanleiding van de bespreking in de commissie heeft de wethouder verzocht de diverse vragen nog technisch te stellen. CDA • Kunt u aangeven hoeveel woonurgentie aanvragen het afgelopen jaar ingediend zijn, afgewezen zijn en gehonoreerd zijn? In 2022 zijn er 218 woonurgentie aanvragen ingediend. Hiervan zijn er 74 toegekend, 34 afgewezen, 101 buiten behandeling gesteld, 8 ingetrokken en 1 overgedragen aan gemeente Ede. Deze aantallen zijn exclusief de taakstelling huisvesting vergunninghouders (e.d.). Zie ook bijlage ‘aantallen woonurgenties per categorie’ voor cijfers afgegeven woonurgenties 2020 – 2023. • Klopt het dat een inwoner pas woonurgentie kan aanvragen als hij/zij een ondertekend echtscheidingsconvenant of kopie/scan bewijs van het verbreken van het geregistreerd partnerschap kan aanleveren? Aanvraag kan in behandeling worden genomen als er een ondertekend ouderschapsplan (met zorgverdeling kinderen) wordt aangeleverd; dit betreft een harde eis. Daarnaast moet ook de relatie beëindiging aangetoond worden.

• Stel dat een inwoner in een vechtscheiding zit met zijn/haar partner en er niet tot een ondertekend echtscheidingsconvenant/ bewijs verbreken geregistreerd partnerschap gekomen kan worden, kan er dan geen woonurgentie aanvraag ingediend worden door deze inwoner? Hoe wordt hiermee omgegaan? Na het in behandeling nemen van de aanvraag (zie voorgaand), kan indien aan de voorwaarden wordt voldaan een woonurgentie worden afgegeven; waarbij de ingangsdatum van de woonurgentie afhankelijk is van het definitief aanleveren van stukken die de relatie beëindiging aantonen. • Bent u op de hoogte van het feit dat er in andere gemeenten het aanvragen van een woonurgentie gratis is? Hiervan zijn wij op de hoogte; er zijn gemeenten waar een aanvraag gratis is en gemeenten waar de aanvraag € 200 bedraagt. RTL nieuws heeft in 2021 deze bandbreedte aangegeven. In sommige gemeenten betalen aanvragers ook kosten voor de medische keuring; deze kosten zijn in Veenendaal voor rekening van de gemeente. De kosten van € 50 staan vermeld in de legesverordening. • Bent u bekend met een zogenaamde urgentiewijzer? Je vult zelf de urgentiewijzer in om in te schatten of je kans maakt op voorrang. Je hoeft daarvoor alleen een paar vragen te beantwoorden. Daarna kun je eenvoudig een urgentieverklaring aanvragen. Dit scheelt enorm in kosten.

Wordt van een tool als dit gebruik gemaakt bij de gemeente Veenendaal? Zo niet, kunt u dit toelichten Sommige gemeenten laten de uitvoering van de Huisvestingsverordening over aan een externe partner zoals Het Vierde Huis; zij hebben o.a. een urgentiewijzer gemaakt. In plaats van de urgentiewijzer kan iemand bij ons vooraf gratis contact opnemen en navraag doen hoe kansrijk een aanvraag is. • Waarom wordt er in de gemeente Veenendaal een bedrag van 50 euro gevraagd bij het aanvragen van een woonurgentie? Zou u dit kunnen toelichten? Er is gekozen voor een drempel; daarbij lijkt € 50 er in ieder geval voor te zorgen dat aanvragen die bij voorbaat niet haalbaar worden geacht niet onnodig worden doorgezet naar de urgentiecommissie. Daarnaast wordt een gedeelte van de uitvoeringskosten hiermee gedekt. • Kan het zo zijn dat een inwoner die woonurgentie aanvraagt, hier 50 euro voor betaald en dan vervolgens, na betaling en indienen aanvraag, een afwijzing kan krijgen?

Ondanks het telefonische kansgesprek vooraf; kan een aanvrager er altijd voor kiezen om een aanvraag door te zetten naar de urgentiecommissie. De urgentiecommissie besluit op basis van de bepalingen uit de Huisvestingsverordening of iemand in aanmerking komt voor een woonurgentie. Dit besluit kan positief of negatief uitvallen. • Zijn er regelingen voor inwoners dat dit bedrag ( 50 euro) kwijtgescholden kan worden (denk aan inwoners die in de schuldhulpverlening zitten bv)? Hiervoor geldt geen specifieke regeling. Als een aanvrager bekend is bij schuldhulpverlening zou hiervoor in uitzonderlijke situaties het maatwerkbudget ingezet kunnen worden (dit is nog niet eerder gedaan). PvdA • Kan het college ruimte scheppen om in de nabije toekomst – 2024 en volgende – nieuwe elementen toe te kunnen voegen? Waaronder een zelfbewoningsplicht en opkoopbescherming van sociale koopwoningen (die beide beogen te beschermen tegen opkopen van vastgoed door beleggers). Zelfbewoningsplicht voor nieuwe sociale koopwoningen is opgenomen in de doelgroepenverordening. De Huisvestingwet biedt daarnaast sinds 2022 ruimte om een zogeheten opkoopbescherming (in de praktijk een zelfbewoningsplicht) voor bestaande woningen op te nemen. Hiervoor moet aangetoond worden dat woningen in toenemende mate worden opgekocht voor de verhuur.

Op basis van onderzoek voor de woonvisie 2022 (en hernieuwd begin 2023) is dit op basis van Kadaster cijfers in Veenendaal niet het geval. Daarmee kan er geen opkoopbescherming opgenomen worden. • Hoe wordt met kritieke urgentiegevallen omgegaan, waarvoor de reguliere urgentie- en toewijzingstermijnen al te lang zijn? Bemiddeld het college actief in deze gevallen? Bijv. huiselijk geweld, uithuisplaatsing, Sociaal-medische redenen, etc. Het college kan in uitzonderlijke gevallen de hardheidsclausule toepassen; de uitvoering hiervan wordt verzorgd vanuit het team leefbaarheid & veiligheid. Wat betreft mensen met woonurgentie kan er daarnaast ook directe bemiddeling plaatsvinden indien dit noodzakelijk wordt geacht (zie artikel 4, lid 1 b). VVD Aanvullende technische vragen naar aanleiding van de commissiebehandeling We kregen als antwoord op onze eerder gestelde 2e TV over het raadsvoorstel Huisvestingsverordening Veenendaal; Een vergunninghouder heeft het wettelijke recht op een volledig zelfstandige huurwoning. Het huisvesten in een onzelfstandige woonruimte is daarom geen definitieve huisvesting maar een tijdelijke tussenoplossing: de plicht tot huisvesting in een definitieve, zelfstandige woonruimte blijft dan staan.

Een simpele google-zoekopdracht brengt ons naar de website van het ministerie (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asielbeleid/huisvesting-asielzoekers-met-verblijfsvergunning) en daar lezen we verder: Gemeenten beslissen zelf wat voor soort woning ze aanbieden. Het kan een zelfstandige (huur)woning zijn, een flexwoning of een gedeelde woning met meer mensen. Vaak doen gemeenten een beroep op sociale huurwoningen van woningcorporaties. Een statushouder mag ook zelf naar woonruimte zoeken. Een gemeente bepaalt zelf of mensen met een verblijfsvergunning recht hebben op voorrang bij een sociale huurwoning. Dit regelt de gemeente in een huisvestingsverordening. In de meest recente Rijksbrief van 10 november jl (https://open.overheid.nl/documenten/dpcfc39deb9f98e78b197f973fb9e192797784c1270/pdf) lezen we op pagina 6 dat naast flexwoningen of transformatie, woningdelen en hospitaverhuur ook tot de mogelijkheden behoort. Vragen die we aan de wethouder hadden gesteld; 1. Is onze conclusie juist dat het verplicht toewijzen van een volledige zelfstandige huurwoning aan een vergunninghouder voortkomt uit onze eigen lokaal beleid en dus niet vanuit de wettelijke regeling? Tot onze spijt was onze eerdere beantwoording op dit punt onjuist.

Gezien de hoge druk op de woningmarkt is sinds kort het landelijke uitgangspunt om vergunninghouders zo zelfstandig mogelijk te huisvesten losgelaten. Dit komt omdat het aandeel alleenstaande vergunninghouders sterk is toegenomen. Indien er geen kans bestaat op gezinshereniging (na reizigers), zijn er gemeenten die alleenstaande vergunninghouders onzelfstandig laten wonen.

Het uitgangspunt hierbij is passende huisvesting. In het geval dat het tijdelijke onzelfstandige woonruimte betreft, moet de gemeente na het verlopen van de tijdelijke termijn wederom passende huisvesting aanbieden. Sommige gemeenten gaan ervan uit dat bij tijdelijke onzelfstandige bewoning de vergunninghouder na verloop van tijd voldoende inschrijftijd heeft vergaard om in aanmerking te komen voor reguliere zelfstandige woonruimte (en daar desgewenst naar kan uitstromen). Voor een verdere juiste juridische beantwoording is het expertteam van COA/VNG/RIJK benaderd, maar laat deze reactie vooralsnog op zich wachten. 2. Indien een vergunninghouder een tijdelijke woonruimte krijgt aangeboden als alternatief, is onze gemeente dan verplicht 2x een verhuis- en inrichtingskosten vergoeding (zowel voor de tijdelijke woonruimte als voor de definitieve woning) te verstrekken? Ja; indien de vergunninghouder deze woonruimte krijgt aangeboden vanuit de gemeente (en meetelt voor onze taakstelling). Andere aanvullende vraag: 3. Hoeveel sociale woningen in percentage tot het totaal aangeboden sociale woningen worden er jaarlijks aan urgentiehouders toegewezen? Graag ook onderverdeeld in de verschillende categorieën urgentievergunninghouders in percentage ten opzichte van het totaal. Zie bijlage ‘aantallen woonurgenties per categorie’ voor cijfers afgegeven woonurgenties 2020 – 2023.

D66 Naar aanleiding van het voorstel of vergunninghouders in plaats van een zelfstandige woning, een gedeelde woning mogen toegewezen krijgen, stelt D66 de vraag aan het college wat de effecten daarvan zijn, bijv. als sprake is van gezinshereniging? Wat zijn eventuele knelpunten? Bij het huisvesten van vergunninghouders in een gedeelde woning, terwijl er sprake is van gezinshereniging, blijft de initiële opdracht om passende huisvesting aan te bieden staan. Er zal dus alsnog een passende woning moeten worden aangeboden. Verder is het belangrijk om aan te geven dat woningcorporatie Veenvesters in het verleden zeer negatieve ervaringen heeft opgedaan met het onzelfstandig huisvesten van alleenstaande vergunninghouders. SP T.a.v. de vraag van de SP of periodiek (eens per half jaar?) de stand van zaken realisatie sociale woningbouw gegeven kan, heeft de wethouder aangegeven voor de raadsvergadering terug te komen op de mogelijkheden. Samen met Veenvesters stellen we een monitor sociale woningbouw op. De eerste monitor betreft de periode januari t/m juni 2024. Deze wordt ter informatie aan de raad aangeboden.

TECHNISCHE VRAGEN – deel 1 Raadscyclus d.d.

6 december 2023

Naam fractie:

SP, VVD

Onderwerp:

Raadsvoorstel Huisvestingsverordening gemeente Veenendaal 2024-2027

SP 1.Is het mogelijk om via deze huisvestingsverordening te verbieden om sociale huurwoningen te verkopen? Nee het is niet mogelijk om het verkopen van sociale woningen te verbieden. Wel kunnen we voor maximaal 25 jaar afdwingen dat een nieuw gebouwde sociale huurwoning een sociale huurwoning blijft, ongeacht wie de eigenaar is. Dit gebeurt al via de Doelgroepenverordening “Sociale woningbouw en middenhuur”. 2. Is het mogelijk om bij meer type woningbouw de verplichting neer te leggen om de woningen aan lokaal gebonden personen te verkopen/verhuren? In regionaal verband is schaarste aan sociale huurwoningen onderzocht en (ook in Veenendaal) aangetoond. Daarom bevat voorliggende Huisvestingsverordening regels voor de verhuur van sociale huurwoningen. Indien schaarste aan middeldure huurwoningen kan worden aangetoond, kan deze categorie desgewenst worden opgenomen. Daarnaast biedt de wijziging van de Huisvestingswet, welke nog door de Eerste Kamer moet worden aangenomen, ruimere mogelijkheden. Indien de gewijzigde Huisvestingwet in de loop van 2024 inwerking treedt, biedt dit gemeenten meer mogelijkheden om mensen met lokale binding voorrang te geven. Dat we dit gaan toepassen is al door de raad per Amendement bepaald bij de vaststelling van de Woonvisie in 2022. Daarnaast kunnen dan ook specifieke beroepsgroepen dan als cruciaal aangemerkt worden.

Welke beroepen wel en welke niet cruciaal zijn is echter arbitrair. 3. In de artikelen 1u en 1x wordt gesproken over ‘niet-professionele verhuurder’. Valt een zgn. “Wooncooperatie” hier ook onder (dit is iets anders dan een woningcorporatie). De begripsbepaling voor ‘niet-professionele verhuurder’ (zie begripsbepaling 1. u.) bevat een specifieke uitzondering voor woningcorporaties (zie begripsbepaling 1. jj.). De begripsbepaling voor verhuurder (zie begripsbepaling 1. ff.) betreft een ruime definitie; waar ook een wooncoöperatie onder kan vallen. VVD Veenendaal heeft alle verhuurders met meer dan 50 sociale huurwoningen opgenomen onder het bereik van de Huisvestingsverordening. Welke verhuurders zijn dat en om hoeveel woningen gaat het per verhuurder? Naast woningcorporaties Veenvesters en Woonzorg Nederland, is op dit moment bekend dat Welkom0318 lokaal meer dan 50 sociale huurwoningen verhuurt (dit betreft 81 wooneenheden). Welkom0318 heeft het college van B&W verzocht om in aanmerking te komen voor de experimentbepaling (zie artikel 34). Daarnaast kiezen steeds meer projectontwikkelaars ervoor om sociale huurwoningen zelf te (laten) verhuren. Dit betekent dat met enige regelmaat onderzocht moet worden of het aantal verhuurders met meer dan 50 sociale huurwoningen toeneemt.

Een vergunninghouder heeft met een gemeentelijke urgentieverklaring het recht op een permanente zelfstandige woning. Is een permanente zelfstandige woning een gekozen invulling van de gemeente Veenendaal om aan de taakstelling statushouders te voldoen? Indien onze gemeente de keuze maakt om deze taakstelling statushouders in te vullen door onzelfstandige woonruimte (bijvoorbeeld 4 alleenstaande statushouders van hetzelfde geslacht in een

gezinswoning of 1 persoon kamerbewoning) aan te bieden, is dat dan ook toegestaan volgens de landelijke regelgeving? Een vergunninghouder heeft het wettelijke recht op een volledig zelfstandige huurwoning. Het huisvesten in een onzelfstandige woonruimte is daarom geen definitieve huisvesting maar een tijdelijke tussenoplossing: de plicht tot huisvesting in een definitieve, zelfstandige woonruimte blijft dan staan. De provincie controleert of een gemeente voldoet aan de (half)jaarlijkse taakstelling statushouders. Wat zijn de consequenties indien een gemeente (eenmalig of structureel) niet voldoet aan deze taakstelling? De provincie Utrecht hanteert vanuit het ‘interbestuurlijk toezicht’ een specifiek beleidskader voor de huisvesting van vergunninghouders. Per 1 januari 2024 worden de regels voor de zogenaamde interventieladder strenger. Zodra een gemeente achter gaat lopen valt deze terug van trede 1 naar trede 2. Als de achterstand het half jaar daarna is opgelopen gaat de gemeente direct naar trede 3. Bij trede 4 loopt een gemeente structureel achter en kan de provincie voorsorteren op indeplaatsstelling, oftewel de overname van de huisvestingstaak op kosten van de betreffende gemeente. Dit zal gebeuren zodra trede 5 daadwerkelijk in zicht komt. Hiervan is sprake als een gemeente herhaaldelijk meer personen achterloopt dan het aantal personen binnen de taakstelling zelf.

Veenendaal zal naar verwachting per 1 januari 2024 weer in trede 1 zitten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13604909/6