5. Zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit GR GGDrU - zienswijze
Tekst van het document
Team Behandeld door Telefoonnummer
Documentnummer Uw kenmerk
Datum Onderwerp
MO Beleid J. Vree 0318 538 538 2024\51958 Uit-2022/11298/IA/IvdH
GGD regio Utrecht t.a.v. M. Sprenger Postbus 51 3700 AB ZEIST
21 maart 2024 Zienswijze Ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling GGDrU
Geachte heer Sprenger,
Met de brief van de GGDrU van 11 december 2023 heeft het dagelijks bestuur van de GGDrU een ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling GGDrU (verder GR) aangeboden voor zienswijze aan de raad. In deze brief leest u onze zienswijze. Zienswijze De raad wil graag een aantal specifieke punten naar voren wil brengen omdat de raad van mening is dat op deze punten de beschrijving te minimaal of niet concreet genoeg is: 1. De actieve informatieplicht, bedoeld in artikel 17 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, op te nemen in de GR. In artikel 17 lid 2 en 3 Wgr is opgenomen dat het bestuur van het openbaar lichaam de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen geeft die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en de wijze waarop die inlichtingen worden verstrekt. In het ontwerp wijzigingsbesluit is echter de actieve informatieplicht van het bestuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter) en de wijze waarop de informatie wordt verstrekt, niet opgenomen. Dit kan worden toegevoegd aan de artikelen 14, 30 en 32 van de GR. De raad vindt het belangrijk om vaker, kort en krachtig op hoofdlijnen te worden geïnformeerd door het bestuur. 2. Een bepaling op te nemen over de wijze waarop de zienswijzen van raden worden betrokken bij de besluitvorming van het AB.
Een gemotiveerde reactie van het dagelijks bestuur is een voorwaarde om het algemeen bestuur de zienswijzen mee te laten nemen in de besluitvorming. In praktijk gebeurd dit reeds, volledigheidshalve ziet de raad deze werkwijze ook graag zo vastgelegd. Bijvoorbeeld door de volgende bepaling op te nemen: het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen zijn vervat bij het te nemen besluit van het AB.
Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 • Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag
Kenmerk 2024\51958 Pagina 2
3. Op te nemen dat de raden zienswijzen kunnen indienen op een ontwerpbesluit. Vervolgens moeten de raden toestemming geven bij: het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling. Deze zienswijze procedure en toestemming van de raden is beschreven in art. 1 lid 5 Wgr in combinatie met de leden 2, 3 en 4 van artikel 1. De raad vindt het wenselijk dat voor artikel 48 van de GR daar een algemene bepaling over wordt opgenomen: Artikel Zienswijzen en toestemming bij toetreding, uittreding, wijziging en opheffing 1. Deelnemers zenden het ontwerp van een besluit tot toetreding toe, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling toe aan hun raden, die binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp een zienswijze over het ontwerp naar voren kunnen brengen bij hun colleges, overeenkomstig artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. (Toetredende) deelnemers nemen niet eerder een besluit tot toetreding toe, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling, dan na verkregen toestemming van hun raden overeenkomstig artikel 1, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 4. De voorwaarden en gevolgen van het uittreden van een deelnemende gemeente op te nemen. In art. 9 lid 1 Wgr staat dat bij uittreding een aantal zaken in ieder geval moet worden geregeld.
Het gaat om de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en om de gevolgen voor het vermogen van de GR en de gevolgen voor het vermogen van de deelnemende gemeenten, zowel van de uittreder als de overblijvende gemeenten. In artikel 50 van de GR zijn deze voorwaarden en gevolgen niet opgenomen. De raad vindt het wenselijk dat alsnog de voorwaarden en de gevolgen van het uittreden voor het vermogen van de GR en de deelnemende gemeenten, worden opgenomen. 5. Op te nemen dat er geen inspraak voor inwoners en belanghebbenden komt, maar dat de inspraak geregeld blijft via de gemeenteraden Volgens de nieuwe Wgr moet er in de GR vermeld worden hoe inwoners en belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid (art. 10 lid 7 en 8 Wgr). Het is mogelijk om ook te bepalen dat niet wordt voorzien in deze inspraakmogelijkheid. Dit moet echter wel vermeld worden in de GR. Dat is op dit moment niet het geval. De raad vindt het belangrijk dat in de GR een bepaling over inspraak wordt opgenomen waarbij wordt bepaald dat deze via de gemeenteraden loopt bij het indienen van zienswijzen. Dit sluit goed aan bij het concept verlengd lokaal bestuur, waar de gemeenteraden de inwoners vertegenwoordigen.
de griffier,
de voorzitter,
de heer P. van Vugt griffier
de heer K.J.G. Kats voorzitter
Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 • Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag