5. Technische vragen en antwoorden Uitgangspuntennotitie Nieuw theater in de Duivenweide
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.
April 2023
Naam fractie:
D66, SP, VVD, ProVeenendaal, CDA, SGP, ChristenUnie
Onderwerp:
3. Raadsvoorstel Uitgangspuntennotitie Nieuw theater in de Duivenweide
D66 1. Hoeveel plek is er nog in de parkeergarages in de directe nabijheid van het theater (Qpark Sandbrink, gemeentehuis etc.)? Is er een doorberekening gemaakt van wat de extra druk van bezoekers van het theater zou betekenen voor de beschikbaarheid van deze parkeergarages? In het centrum van Veenendaal is op dit moment nog een overschot aan parkeerplaatsen. Hierbij dient echter wel rekening gehouden te worden met diverse ontwikkelingen. a. Afronding Brouwerspoort: de toekomstige bewoners van de laatste twee bouwprojecten gaan voor het parkeren gebruik maken van de bestaande parkeervoorzieningen b. In de Ruimtelijke en programmatische kaders voor de Tuinstraat (ook raadscyclus april 2023) is opgenomen dat juist gebruik wordt gemaakt van de aanwezige overcapaciteit. Bij de vaststelling van de visie in februari 2022 is aangegeven dat er een overcapaciteit is van minimaal 400 parkeerplaatsen (met name Corridor en de gemeentelijke parkeergarages aan de noordoostzijde van het centrum. Deze worden op termijn dus ook ingevuld met nieuwe bewoners in de Tuinstraat. c. Ook heeft de voorgestelde opzet van het nieuwe theater met een grotere zaal en meer functies een publiek aantrekkende werking. Kortom de nu nog aanwezige overcapaciteit (= incl. de commerciële exploitanten) wordt in belangrijke mate in gebruik genomen door nieuwe bewoners in het centrum.
Daarbij moet ook gekeken worden naar de spreiding van de parkeervoorzieningen in het centrum. In voorliggend voorstel wordt het aantal parkeerplaatsen in het gebied Duivenweide teruggebracht. Het exacte aantal moet nog worden vastgesteld (vandaar ook de investeringsvarianten). In de huidige situatie zijn 474 openbare parkeerplaatsen in het gebied aanwezig. In de voorgestelde variant bedraagt het aantal parkeerplaatsen 250-350 plekken. Kortom er is al sprake van een afname van het aantal parkeerplaatsen in het gebied Duivenweide. De conclusie is dan ook dat het volledig inzetten op de bestaande parkeervoorzieningen (en alle bestaande parkeervoorzieningen in de Duivenweide te verwijderen) niet realistisch is. Zowel niet in aantallen, maar ook niet vanwege spreiding / loopafstand. Zeker voor woningen gelden maximale afstandsnormen. Tricotage bijvoorbeeld kan niet worden ingezet als parkeeroplossing voor (woningbouw)ontwikkelingen in de Duivenweide. Het voorstel ten aanzien van de ondergrondse parkeerkelder moet nu vooral gezien worden als een ambitie om invulling te geven aan onze gezond, duurzaam (klimaatadaptie, vergroening) en veilig principes uit de omgevingsvisie. Ook wordt op deze manier de bezoeker met zowel de auto als de fiets optimaal bediend. De exacte uitwerking zal in het vervolg worden opgepakt. Wel is financieel het maximale (negatieve) effect opgenomen.
Bij de nadere uitwerking kan dit mogelijk lager uitvallen. In het definitieve raadsvoorstel voor het Masterplan in het najaar komen we hierop terug. 2. Waarom is de groene oase niet hard als uitgangspunt opgenomen? Hoe wordt dit gewaarborgd in deze stukken? Het vergroenen van de Duivenweide is onderdeel van uitgangspunt 3 (de locatie van het theater als onderdeel van de Duivenweide) en heeft een duidelijke link met uitgangspunt 5 (het parkeren in de Duivenweide). In de eerder besproken gebiedsvisie Duivenweide is reeds bepaald dat de nieuwe Duivenweide een groene en aantrekkelijke verblijfsplek voor bewoners en bezoekers van de binnenstad moet worden. Deze ambitie is ongewijzigd en wordt geïntegreerd in het Masterplan. De mate van vergroenen (nu is nog 50% verhard voor de auto) is wel afhankelijk van hoe we omgaan met parkeren in de Duivenweide. Na besluitvorming over voorliggende uitgangspunten, wordt borging georganiseerd in het project door als uitgangspunt mee te nemen in het op te stellen masterplan.
3. Tijdens de presentatie van de beeldvormende avond werd genoemd dat er een capaciteit is van 500 bezoekers voor popconcerten. In de bijlage staat echter op meerdere plekken een maximale capaciteit van 325 bezoekers. Welk van deze klopt? En als het wel 500 is, heeft dit dan nog impact op de doorrekening van het aantal bezoekers per jaar? In de businesscase van het theater is gerekend met een maximale bezetting van 325 bezoekers bij sta concerten. Deze kunnen er in. In het ontwerptraject kijken we op we kunnen optimaliseren naar een capaciteit van ca 500 bezoekers bij sta concerten. Voor de berekeningen heeft dit voor nu geen invloed. Een ruimere capaciteit van 500 bezoekers betekent ruimte voor groei van het aantal bezoekers per jaar. SP 1. Hoeveel van het (volgens de Veenendaalpas site 30.000 euro) Doe Mee budget is er uitgegeven in het theater sinds de lancering van de Veeendaalpas? Dit is een bedrag van €1.568,08 2. Welke extra kosten ontstaan er als het poppodium binnen het complex als losse zaal wordt gerealiseerd (extra, naast een kleine zaal zonder bewegende vloer)? Het is onmogelijk om daar nu een exacte uitspraak over te doen. Vraagt om een herziening van het PVE en vervolgens om een nieuwe doorrekening.
Maar er moet in dat geval in ieder geval rekening worden gehouden met een substantiële extra investering (extra ruimtebeslag voor zaal en verkeersruimten, separate technische infrastructuur, separate sanitaire voorzieningen et cetera). Dit telt vanzelfsprekend ook door in de exploitatielasten. Ook is het gebruik van een extra popzaal naar verhouding laag en dat maakt de kosten per pop activiteit hoog. 3. Welke extra kosten ontstaan er als het poppodium buiten het complex als afzonderlijke voorziening wordt gerealiseerd (extra, naast een kleine zaal zonder bewegende vloer)? Ook hiervoor geldt dat het onmogelijk is om hierover exacte uitspraken te doen zonder PVE en doorrekening. Maar de kosten van een standalone poppodium begeven zich al gauw in de ordegrootte van € 6 - 8 miljoen. 4. Welke impact heeft het bouwen van deze parkeergarage op het geheel van de parkeerexploitatie in geheel Veenendaal? Zie beantwoording van vraag 1 van D66 voor een algemene toelichting over de status. Duidelijk is dat het realiseren van een grote parkeerkelder een negatief effect heeft op de parkeerexploitatie. Hierbij is het uitgangspunt dat het parkeertarief niet stijgt als gevolg van deze investering. Kortom het tekort zal ten laste komen van de gemeentelijke begroting. Deze impact is in maximale vorm opgenomen in het voorliggende raadsvoorstel. 5.
Hoeveel geld zou het besparen als -in de kleine zaal- de bewegende vloer vervangen wordt door een vaste vloer met vast podium? Dit levert bij benadering een besparing op van € 250.000. Daar staat tegenover dat er per concert een podium moet worden opgebouwd en weer afgebroken, en dat is zeer arbeidsintensief, daardoor kostbaar en er dient extra opslagruimte voor gecreëerd te worden. Het ‘break even punt’ is afhankelijk van het daadwerkelijk aantal te realiseren aantal concerten. Dit moet nog worden vastgesteld. 6. In het raadsvoorstel staat onder ''Kosten, baten, dekking'' een schema. Wij ontvangen graag een nieuw schema waarbij de optie voor alleen een kleine zaal, met een losstaand poppodium is verwerkt. (Zonder grote theater-zaal en zonder ondergronds parkeren en/of parkeren in de Duivenweide. Als we de vraag goed begrijpen is dit een plan zonder theater en met alleen een kleine multifunctionele zaal waar een poppodium in verwerkt is. Dit staat zo ver af van de plannen die we tot nu toe gemaakt hebben dat we hier op dit moment geen betrouwbare doorrekening van kunnen geven.
VVD 1. Wat is het minimumniveau voor de algemene reserve? Het gewenste en door de raad vastgestelde minimumniveau van de algemene reserve is € 16,5 miljoen. De bespaarde rente over de algemene reserve tot € 16,5 miljoen wordt ten bate van de gewone dienst gebracht. 2. Wat is de huidige stand van de algemene reserve en verandert dit naar verwachting significant bij de komende jaarstukken? De stand van de algemene reserve bedraagt na de 3e bestuursrapportage 2022 afgerond € 31,6 miljoen. De definitieve cijfers van de Jaarstukken 2022 zijn nog niet definitief beschikbaar, maar laten een substantieel overschot zien. Op basis van de huidige gegevens, en afhankelijk van nog te nemen besluitvorming, is aannemelijk dat de Algemene Reserve na vaststelling van de Jaarrekening € 33,6 miljoen zal bedragen. 3. Wat is het effect op de jaarlijkse lasten voor theater als € 20 mln van de kosten voor het theater ineens uit de algemene reserve wordt bekostigd?
Vanuit de voorschriften van de BBV is het verplicht om deze investering te activeren. De kapitaallasten in de begroting zijn daarmee hierdoor niet te verlagen. Wel is het mogelijk om een bedrag ineens uit de algemene reserve te onttrekken en te storten in een reserve dekking kapitaallasten waaruit gedurende de afschrijvingstermijn jaarlijks onttrokken wordt, ter dekking van (een deel van de) kapitaallasten. Wanneer er € 20 miljoen vanuit de algemene reserve gestort wordt in deze reserve dekking kapitaallasten, dan betekent dit bij een afschrijvingstermijn van 25 jaar (optie bij renovatie-variant wanneer afgeweken wordt van huidig afschrijvingsbeleid), 40 (huidige afschrijvingstermijn) of 50 jaar (wanneer afgeweken wordt van huidig afschrijvingsbeleid) een dekking voor de jaarlijkse lasten van respectievelijk € 800.000, € 500.000 of € 400.000 per jaar. Een kanttekening bij het (deels) dekken vanuit de algemene reserve (in plaats van uit de structurele middelen in de begroting) is dat er daardoor te zijner tijd (deels) geen ruimte in de begroting is voor een vervangingsinvestering. Vergelijkbaar met de huidige situatie waarin nagenoeg geen financiële ruimte is meegenomen voor vervanging/renovatie. In hoeverre financiering uit de algemene reserve effect kan hebben op de rentelast zal nader bekeken kunnen worden. 4.
Is het mogelijk de parkeergarage half verdiept te realiseren zoals bij Scheepjeshof en welke kosten zijn hier naar verwachting mee gemoeid? Uiteraard is het technisch mogelijk om een halfverdiepte parkeergarage te realiseren. Dit zorgt voor een verlaging van het investeringsbedrag per parkeerplaats (naar verwachting met 30 tot 40%, hiervoor is nu geen raming beschikbaar). Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat met een éénlaags parkeergarage onder het gebouw maar circa 125 plekken gerealiseerd kan worden (zie beantwoording vraag 1 D66). Om meer parkeerplaatsen te realiseren kan overwogen worden om in een groter deel van het gebied een halfverdiepte kelder te realiseren. Hoe dan ook heeft dit wel effecten op de beleving en bruikbaarheid van de entree en het omliggende openbaar gebied. Dit vormt een extra ontwerpopgave. 5. Is het mogelijk, bij circulair bouwen, om het theater niet af te schrijven naar nul maar om een restwaarde toe te kennen aan de herbruikbare materialen en welk effect heeft dit op de jaarlijkse kosten? Het hanteren van een restwaarde is in het huidige activabeleid nog niet toegestaan. De komende periode wordt echter gewerkt aan vernieuwing van het gemeentelijk activabeleid. Juist om verduurzaming en ook circulair bouwen meer te integreren. Hierbij zal ook verkend worden of het hanteren van een restwaarde mogelijk is.
Hierbij moet wel opgemerkt worden dat circulair bouwen op dit moment vaak een hogere investering vraagt dan een meer traditionele bouw. In het vervolg zal dit onderwerp nader worden meegenomen. Waarbij wel opgemerkt kan worden dat dit,geen grote verschillen gaat maken, maar naar verwachting wel een positief effect kan hebben op de totale vastgoedlasten.
ProVeenendaal 1. Is het een optie om een parkeergarage half-hoog achter en onder het theater te plaatsen, met bijvoorbeeld daar over heen een groene glooiende heuvel (even voor de beeldvorming aan de voorzijde laag en oplopend naar de achterzijde). Zie vraag 4 VVD. In het Masterplan kan onderzocht worden tot hoever een parkeerlaag onder het theater kan uitsteken – verdiept of halfhoog. Uitbouwen kan naar voren onder het theaterplein (zie wel de beperkingen zoals hiervoor al benoemd en de beperkingen met het Kees Stipplein in het gebruik) en naar de noordzijde. De ruimte om naar achteren buiten het theater te bouwen betekent dat er een conflict ontstaat met de huidige parkeerterreinen. Met name met de ontsluitingsweg en de parkeerdekken. Dat betekent dat de parkeerdekken meteen in fase 1 gesloopt moeten worden en de ontsluitingsweg verlegd of de parkeergarage in twee fases gerealiseerd moet worden. 2. Wat is het verschil tussen de dagelijkse uitvoering van een bioscoop in eigen beheer en bij exploitatie en uitvoering door een externe en wat is de financiële consequentie daarvan? Theater en bioscoop bevinden zich in één gebouw met gezamenlijke faciliteiten (entree, foyers, horeca, dienstruimten et cetera). Om redenen van efficiency en om aan de bezoekers optimale service te kunnen bieden verdient het de voorkeur om de bioscoop in eigen beheer te exploiteren.
De totaalbeleving zal geborgd zijn. De financiële consequentie daarvan is dat het risico van de bioscoopexploitatie dan ook volledig bij het theater ligt. Financieel heeft in eigen beheer een beperkt voordeel. De belangrijkste overwegingen zijn zoals benoemd de service en beleving als ook het hebben van regie vanuit één organisatie. 3. Wat is de borging van kwalitatief goede/nieuwe films bij een eventuele bioscoop? Kan dat zo maar of gaat bijvoorbeeld Pathé daarop bezwaar maken ivm concurrentie in de nabije omgeving? De toekomstige bioscoopexploitant sluit een contract af met een distributeur en is daarmee in beginsel verzekerd van alle actuele filmtitels. Dit zal uiteraard tegen marktconforme tarieven gebeuren. Hierbij kan ook opgemerkt
worden dat de bioscoop in de voorliggende plannen qua format en omvang aanzienlijk afwijken van de grote bioscoop in Ede. CDA Algemeen 1. In hoofdstuk 6 wordt gesproken over het plan passend binnen de visie Duivenweide. In 2021 is de Gebiedsvisie Duivenweide en Kerkewijk vastgesteld. In die visie is geen rekening gehouden met een nieuw theater en de vraag naar het toevoegen van woningen in dit gebied. Met het onderzoek naar nieuw theater ontstaan andere mogelijkheden voor bovengenoemde onderdelen. Betekent dit dat de gebiedsvisie Duivenweide op basis van deze nieuwe situatie opnieuw in de raad zal worden gesproken? Zo ja, wanneer? Ja dat klopt. De gebiedsvisie Duivenweide wordt in aangepaste vorm geïntegreerd in het Masterplan. En deze komt dus terug in de raad. Zie ook kanttekening 1.2 van het raadsvoorstel. 2. Bestaat de mogelijkheid in het ontwerp rekening te houden met fasering, waardoor bijvoorbeeld in de eerste fase geen horeca, bioscoopfunctie of poppodium wordt gerealiseerd, maar dit in een latere fase alsnog kan worden toegevoegd? Fasering van het project zal een remmende werking hebben op het succes van het nieuwe theater. Een theater zonder horeca is niet klantvriendelijk- voor of na de voorstelling is een drankje en hapje in het theater een mogelijkheid om na te genieten in een theatersfeer.
Een poppodium in een later stadium in de kleine zaal bouwen kan met een interne verbouwing. Dat kost geld en tijd en een interne verbouwing is niet prettig bij een theater dat volop in bedrijf is. Een ontwerp maken gericht op een latere uitbreiding met bioscoop of popzaal is niet onmogelijk. De bouwtechnische reservering zal een effect hebben op het uiterlijk van het gebouw (bijvoorbeeld met een wachtgevel) en op de interne routing. Als de uitbreidingen er uiteindelijk niet komen kijken we in Veenendaal voor altijd tegen een half gebouw met een lelijke wond. Voor de ontwerper is het een uitdaging om te zorgen dat iedere fase een afgerond beeld geeft. Voorbeelden van een samengesteld gebouw zijn het verbouwde Tivoli in Utrecht of het Museum in Groningen. De vraag is of er ruimte is naast het theater voor die latere uitbreidingen. Over het algemeen leert de ervaring dat in fases bouwen zorgt voor hogere kosten en een minder efficiënt gebouw ook in het gebruik. Daar staat tegenover dat er een bepaalde mate van risicospreiding in de investering plaatsvindt. 3. In hoofdstuk 10 wordt de exploitatie en het kostenoverzicht zichtbaar. a.
Hoe wordt dit voorstel opgenomen in de begroting en meerjarenraming? (Activering) Wanneer bij de integrale afweging besloten wordt tot gaan uitvoeren van deze investering, dan zal in de exploitatiebegroting van de gemeente bij het taakveld 5.3A cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie de kapitaallasten van de investering en onderhoudskosten en overige exploitatiekosten als ook de huurinkomsten (dit betreft de totale vastgoedexploitatie), geraamd worden. Daarnaast wordt op het taakveld 5.3B cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie de jaarlijkse last (subsidie exploitatiesaldo theater) geraamd. b. Hoe verhoudt dit voorstel zich tot de begroting van het volledige cultuurbeleid? In 2022 is voor cultuurbeleid (zoals muziekschool, theater, poppodium, museum, bibliotheek) € 6,3 mln uitgegeven. Aan huurbaten is een bedrag ontvangen van € 1,3 mln. In deze € 6,3 mln is € 0,95 mln voor het theater. In de nieuwe situatie (let op: vanaf 2028) komt er € 3,4 miljoen bij. c. Is inzichtelijk te maken hoe deze kosten zich verhouden met de overige ‘grote’ instellingen, zoals Cultuurfabriek (Bibliotheek, Museum,etc.) en Spectrum (Muzen)? In 2022 is per saldo (uitgaven minus inkomsten) voor de Cultuurfabriek € 2,2 mln uitgegeven, voor het Spectrum was dit € 1,3 mln. d.
Is onze conclusie juist dat in de financiële doorrekening rekening wordt gehouden met activering, afschrijving en onderhoud? Alle lasten zijn doorgerekend. Naast genoemde componenten ook belastingen, verzekeringen etc. Kortom de totale eigenaarskosten zijn meegenomen. Dat is een van de redenen waarom het verschil met de huidige lasten groot is. 4. In bijlage 1 lezen we de uitgangspunten die zijn gehanteerd (voorstellingen, verhuringen, evenementen). Wat is de reden dat in scenario A wordt uitgegaan van gelijkblijvende cijfers over de jaren 2027 t/m 2032 en dat bij scenario C en D deze cijfers stijgen? Een nieuw theater met een uitbreiding van de faciliteiten en verrijking van het aanbod (grotere producties en grote namen) heeft een multiplier effect, er is veel ruimte voor groei. Het huidige theater renoveren heeft dit effect niet, de voorzieningen en de programmering blijven gelijk (of nemen af, doordat landelijke artiesten en producties steeds vaker zalen met deze grootte niet bezoeken) en groeien niet mee met het aanbod en de eisen van de tijd en daardoor ontstaat ook het risico dat er minder bezoekers naar het opgeknapte theater zullen komen. Naar verwachting zal er in scenario A geen groei zijn. Horeca 1.
In de risicoparagraaf onder punt 4 staat aangegeven dat Theater Lampegiet geen marktonderzoek heeft gedaan naar wenselijkheid en haalbaarheid van een autonome horecafunctie. Wat is hiervan de reden? De ambitie van het theater is dat de horeca ondersteunend (geen autonome horeca) aan de culture programmering en activiteiten en niet zozeer concurrerend voor bestaande horeca in de binnenstad. Voor meer de dag horeca is ook de filmfunctie van belang. De uitdrukkelijke keuze hoe de horecafunctie wordt
ingevuld is nog niet gemaakt. Dit wordt verder uitgewerkt in het integrale Ondernemingsplan van Theater Lampegiet en hierbij is dus ook van belang hoe de filmfunctie er exact uit gaat zien. 2. In bijlage 5 zijn de verschillende horeca doorrekeningen gepresenteerd. De bezoekersaantallen van de verschillende functies ligt daar ongetwijfeld aan ten grondslag. Is er marktonderzoek gedaan naar de wenselijkheid van extra daghoreca in Veenendaal ten opzichte van de andere nabijgelegen horecagelegenheden? Nee, dat is niet gedaan. Zie ook de beantwoording bij vraag 1. Parkeren 1. Wat is de impact van het schrappen van de parkeerplaatsen op de Duivenweide en de bouw van de parkeergarage op de parkeerexploitatie? En hoe werkt dit door in de parkeertarieven? Beide vragen graag beantwoorden met cijfers over minimaal 10 jaar, per jaar uitgesplitst. Zie beantwoording van vraag 1 van D66 voor een algemene toelichting over de status. Deze vraag en de volgende drie vragen over parkeren kunnen we nu nog niet beantwoorden. Duidelijk is dat het realiseren van een grote parkeerkelder een negatief effect heeft op de parkeerexploitatie. Hierbij is het uitgangspunt dat het parkeertarief niet stijgt als gevolg van deze investering. Kortom het tekort zal ten laste komen van de gemeentelijke begroting. Deze impact is in maximale vorm opgenomen in het voorliggende raadsvoorstel.
Eventuele maatregelen om de parkeerexploitatie te verbeteren, waar binnenkort met de raad het gesprek over wordt aangegaan, zijn hierin nog niet meegenomen. 2. Wat zijn de uitgangspunten van de businesscase? Kunt u dit naar functie uitsplitsen (theater, bioscoop, poppodium, parkeren, horeca)? Zie beantwoording vraag 1 3. Kunt u naar functie de kosten en baten uitsplitsen in businesscase? Zie beantwoording vraag 1 4. Kunt u de risicoanalyse (dus de kans dat de onder twee genoemde uitgangspunten niet worden gehaald of anders uitpakken in de praktijk) delen en aangeven hoe dit is vertaald naar financiële reserves en beheersmaatregelen? Zie beantwoording vraag 1 Bioscoopfunctie 1. Voor de doorrekeningen van de bioscoopfunctie is rekening gehouden met 80.000 bezoekers per jaar. Indien dit aantal bezoekers per jaar niet wordt gehaald, wat zijn de financiële consequenties bij bijvoorbeeld ‘slechts’ 60.000 of 40.000 bezoekers? In de businesscase is met 80.000 bezoekers uitgegaan van het voorzichtige scenario. Het marktonderzoek van het Filmkenniscentrum geeft aan dat een bezoekersaantal van 100.000 realistisch en haalbaar is. Mocht het aantal over een langere periode niet gehaald worden dan zal de exploitatie van de bioscoopfunctie serieus onder druk komen te staan.
In de totale businesscase van het theater is rekening gehouden met een risicobudget van € 500.000 voor de eerste drie jaar om aanloopverliezen tijdens de opstart op te vangen. SGP 1. Tijdens de tweede werksessie in 2022 zijn veel kritische signalen verstrekt door diverse raads- en commissieleden, welke zaken ook naderhand per e-mail zijn toegestuurd. Op deze zaken zou in een derde werksessie teruggekomen worden. Vraag: Waarom heeft die derde werksessie niet meer plaatsgevonden? In de raadsinformatiebrief van januari jl. hebben we u geïnformeerd over het proces. In deze RIB hebben we toegelicht waarom we geen 3e werksessie georganiseerd hebben en waarom wij nu komen met deze uitgangspuntennotitie. Een belangrijke overweging was dat het lastig is om vanuit een werksessie een gedragen beeld vanuit de raad te destilleren. Daar zijn deze sessies ook niet per se voor bedoeld. Om de raad beter in positie te brengen is daarom besloten in plaats van een derde werksessie een volwaardig raadsvoorstel voor te leggen. 2. Er staat dat de huidige locatie is de meest logische plek voor het nieuwe theater. Is ook gekeken naar omliggende gemeenten cq de regio, welke ook de theaterfunctie kunnen vervullen? Waarom wel/niet? Er is onderzocht of er ontwikkelingen zijn te verwachten in het programma-profiel van de theaters in de regio.
Zoals gemeld in de Uitgangspuntennotitie zijn de profielen van de theaters in Ede en Wageningen complementair aan elkaar en/of zitten elkaar niet in de weg. Door het verschil aan faciliteiten en mogelijkheden per theater is er automatisch ook een verschil in het profiel en aanbod. Het theater van het raadsvoorstel biedt door haar aantal stoelen en faciliteiten daarom aanbod wat verder in de regio niet te vinden zal zijn. 3. Is onderzocht wat de theaters in de regio voor toekomstplannen (voor nieuwbouw cq uitbreiding) hebben en wat dit voor gevolgen kan hebben voor een eventueel nieuw te bouwen theater in Veenendaal? En zo ja, wat zijn de inzichten? Zo niet, waarom is dit niet in kaart gebracht? In Ede wordt al langer gesproken over het verbouwen van Cultura Ede. Bekend is dat Ede graag de entree van Cultura wil verplaatsen (meer laten aansluiten op het centrum van Ede). Op dit moment loopt er in Ede een onderzoek naar een verbouwing van Cultura. De uitkomsten van dit onderzoek zijn nog niet bekend. Onlangs is een nieuwe ontwikkeling in Barneveld bekend geworden. In Barneveld zijn plannen om een musicaltheater met één permanente voorstelling (40-45) te realiseren.
4. Er staat dat het nieuwe theater en theaterplein samen een nieuwe culturele ontmoetingsplek vormen zichtbaar vanaf de Kerkewijk. Hoe moeten we de algehele toegankelijkheid voor álle inwoners in dit kader zien als ontmoetingsplek cq als ‘huiskamer voor de stad’? Deze plek moet voor iedereen open en toegankelijk zijn. Theater Lampegiet wil daar vanuit de visie ‘Altijd open, altijd aan.’ ook invulling aan geven. 5. Hoe is afgewogen om extra parkeerplaatsen te relateren aan het feit dat er al voldoende parkeergelegenheid in Veenendaal is (en ook op loopafstand naar het theater), alsook een bestaande nog steeds negatieve parkeerexploitatie? Is hier een integrale kosten/batenanalyse gemaakt, gezien de relatief gezien zeer hoge kosten van parkeren (ca € 950.000 per jaar). Er komen geen extra parkeerplaatsen. Op dit moment zijn er in het gebied Duivenweide 474 plaatsen. In de plannen brengen we het aantal parkeerplaatsen terug naar 250-350 in dit gebied. Zie verder de beantwoording van vraag 1 van D66 voor een algemene toelichting over de status. 6.
Er staat in paragraaf 1.6 ‘Niet verder gaan is net zo goed een keuze met grote (financiële) gevolgen.’ Waarom wordt hierin niet het alternatief uitgewerkt van geen nieuwe theater en de sloop van het huidige theater (wat wel positieve financiële effecten heeft)? Is dit alternatief overwogen en is dit alternatief (dus sloop huidig theater en geen nieuw theater) mogelijk? De raad heeft ons gevraagd een plan voor een nieuwe theater te maken. Wij hebben niet overwogen de theaterfunctie op te heffen. Het alternatief om het huidige theater te slopen en geen nieuw theater terug te bouwen is mogelijk. Maar dit sluit niet aan bij het genoemde raadsbesluit over de voorkeursvariant voor een nieuw theater. En ook niet bij de raadsbreed aangenomen Cultuurvisie. 7. Bij participatie wordt verwezen dat 1.980 deelnemers hebben meegedaan. Hoe is de onderverdeling van dit aantal naar a. leden inwonerspanel Veenendaal, b. niet-leden inwonerspanel binnen Veenendaal via social media en c. niet-leden inwonerspanel buiten Veenendaal via social media? Wat zijn de uitkomsten van deze deelnemers voor de wenselijkheid van het theater (verdeeld naar de drie categorieën)? a) 1.180 via inwonerspanel. b) 500 via social media + 300 via andere kanalen (mailing, Rijnpost, website). Van deze 800 in totaal komen er 101 van buiten Veenendaal.
We hebben geen algemene vraag over het theater gesteld maar meer specifieke vragen over de functies in het theater. Bijvoorbeeld over de toevoeging van een kleine zaal (67% antwoord ‘zeer mee eens’ (binnen Veenendaal 67%, buiten Veenendaal 74%). Wat betreft de vraag over het toevoegen van een bioscoopfunctie is 65% het ‘zeer mee eens’ (65% binnen Veenendaal, 65% buiten Veenendaal). 8. Volgens bijlage 9 bezoekt 73% van de deelnemers van de vragenlijst 1 keer per jaar of vaker het theater voor een voorstelling of een andere activiteit. Uit ervaring weten we dat er erg weinig unieke Veenendaalse bezoekers zijn. In hoeverre zijn de deelnemers van de vragenlijst dan representatief? Wij gebruiken al jaren met veel plezier het Inwonerpanel. Tot nu toe is er geen enkele aanleiding geweest om aan te nemen dat de deelnemers aan het Inwonerpanel niet representatief zouden zijn. Wij zien geen reden om dat in deze situatie wel aan te nemen. 9. Waarom is gezien het majeure thema niet voor een hoger participatieniveau gekozen? Waarom is er geen breed onderzoek/peiling gedaan bij álle inwoners van Veenendaal? Alle inwoners van Veenendaal hebben deel kunnen nemen aan de vragenlijst. Via social media, de Rijnpost en onze eigen website zijn inwoners gewezen op deze vragenlijst. 10.
Er staat ‘Wel zullen de kosten die voor deze fase van de planvorming nodig zijn, het eerder beschikbare gestelde budget overschrijden.’ Waarom is deze overschrijding er en hoeveel euro bedraagt deze overschrijding? En worden er vanaf dit moment tot de financiële besluitvorming (bij de integrale afweging) geen extra kosten (uren en/of externe kosten) meer gemaakt? Bij de opdracht van de raad in juni 2021 om een onderzoek in te stellen naar de toekomst van Theater Lampegiet heeft de raad een budget van 100.000 euro beschikbaar gesteld. Bij aanvang ging het alleen om een onderzoek naar de toekomst van Theater Lampegiet, inmiddels maken we plannen voor het hele gebied Duivenweide. Tussentijds zijn er bijvoorbeeld vanuit de werksessies aanvullende vragen, wensen en ideeën ingebracht ten aanzien van wonen en parkeren in de Duivenweide. Wij zijn van mening dat de plannen hierdoor beter worden. Maar het maken van deze plannen kost wel geld. Denk alleen maar aan het extra uitwerken en doorrekenen van wensen ten aanzien van wonen en parkeren. Tot nu toe hebben we de extra kosten kunnen opvangen binnen het programma Vitale Binnenstad maar die rek is er nu uit. Het betreft de kosten die vanaf nu nodig zijn om het Masterplan te kunnen vervolmaken. We kunnen niet zeggen om hoeveel geld het precies gaat maar de inschatting is dat het om enkele tienduizenden euro’s gaat.
Bij de besluitvorming over het Masterplan wordt een voorbereidingsbudget aangevraagd. 11. Wordt er voldaan aan de in Veenendaal van toepassing zijnde subsidieverordening en andere subsidieregels dienaangaande als het gaat om de plannen? Voor subsidies die verstrekt worden is de Algemene Subsidie Verordening (ASV) uitgangspunt. Als aanvulling op de ASV zijn bij de nieuwe cultuurvisie de ‘Nadere regels Cultuurvisie gemeente Veenendaal’ vastgesteld. Ook bij
een nieuw theater, zoals geschetst in de uitgangspuntennotitie, wordt deze regelgeving toegepast en zal hieraan worden voldaan. 12. In de kostenraming wordt nu bij nieuw theater met film uitgegaan van € 46.146.000. Kan het college uitleggen hoe op basis van dit bedrag tot de in de onlangs gepresenteerde meerjarenramingsinvesteringsbedrag van € 68.000.000 wordt gekomen? Bij de € 68.000.000 horen extra lasten van € 3.070.000 per jaar ten opzichte van eerder opgenomen meerjarenperpectief. Hoeveel jaarlijkse kosten zaken??? er in het eerder opgenomen meerjarenperspectief? In de presentatie is aangesloten bij het raadsvoorstel, dus een nieuw theater met bioscoopfunctie en ondergrondse parkeergarage, waarbij uitgegaan is van een investeringsbedrag van afgerond € 68 miljoen. De berekende extra lasten van € 3.070.000 per jaar hebben betrekking op de hogere investeringslasten, maar ook op de hogere exploitatielasten waar in het financiële meerjarenperspectief nog geen rekening mee gehouden is. 13. In de kostenraming staat dat bedragen exclusief BTW zijn. Komt de BTW er nog bovenop? Zo nee, is met Belastingdienst afgestemd dat dit niet hoeft en dat de BTW aftrekbaar is? En is hierover schriftelijke bevestiging? Evenals bij het huidige theater wordt bij het nieuwe theater geopteerd voor btw-belaste verhuur en kan de investerings-btw worden teruggevorderd.
De huidige plannen bevatten geen onderdelen die btw-technisch voor discussie vatbaar zijn en daarom zijn deze plannen niet afgestemd met de Belastingdienst. 14. In de vastgoedexploitatie wordt er – even uitgaande van de variant nieuw theater met film – uitgegaan van kosten vastgoed € 3.130.000 per jaar bij 40 jaar afschrijving. Hoe wordt die 3.130.000 berekend? Uitgaande van lineaire afschrijving en gelijke kosten zou het dan in totaal in die 40 jaar om € 125.200.000 gaan? Hoe is dit te rijmen met de investeringskosten? En in hoeverre zit hier onderhoud in? De lasten van 3,13 miljoen euro bestaan uit de totale kosten als eigenaar van het gebouw. Een deel bestaat uit de kapitaallasten. In het genoemde voorbeeld wordt een afschrijvingsperiode van 40 jaar gehanteerd met een rentepercentage van 2,5%. De afschrijvingssystematiek is lineair. Andere posten zijn onderhoud (zodanig dat over 40 jaar nog een exploitabel pand staat dat voldoet aan de huidige eisen), verzekering, belasting enzovoort. 15. Vervolgens wordt van die € 3.130.000 een bedrag van € 2.000.000 huurinkomsten afgehaald. Is die € 2.000.000 ook als huurlasten in de totale exploitatiekosten opgenomen, zodat het voor huurlasten genormaliseerde exploitatieresultaat € 1 mio bedraagt? Ja 16. Momenteel bedraagt de subsidie ca € 1 mio.
In het huidige kostenoverzicht wordt uitgegaan van een subsidie van ca € 3 mio (afgezien van saldo vastgoedexploitatie). Waarom is dit drie keer zo hoog? Heeft dit te maken met bovengenoemde berekening van de huur en zo ja, hoe? Heeft dit andere redenen? Hier zit de kostprijsdekkende huur van 2 miljoen bij in. Dus de subsidie minus huur is € 1.175.000. Dit wordt uiteraard veroorzaakt doordat de prijs van het gebouw (en daarmee ook de huur) ten opzichte van de huidige situatie (lage boekwaarde, geen begrote onderhoudskosten of instandhoudingskosten) fors omhoog gaat. 17. In hoeverre is onderzocht of de € 3 mio exploitatiesubsidie ook door andere partijen/subsidieverstrekkers gefinancierd kan worden in plaats van door de gemeente Veenendaal? Waarom wel/niet? En wat heeft dit aan inzichten opgeleverd? Er zijn geen andere partijen die de exploitatiesubsidie zullen financieren. Wel maakt het theater gebruik van landelijke of provinciale subsidieregelingen/-fonden waar dat mogelijk is. Dit betreft echter geen structurele subsidies, maar incidenteel met een specifiek doel. Voorbeelden zijn Het Fonds Podiumkunsten, of Stichting Green Stages vanuit provincie Utrecht. 18.
In hoeverre is onderzocht of de investering (gedeeltelijk) kan worden gefinancierd/gesubsidieerd door andere (subsidie)partijen dan de gemeente Veenendaal? Waarom wel/niet? En wat heeft dit aan inzichten opgeleverd? In het land zijn enkele voorbeelden bekend waarbij er vanuit de provincie of een specifiek fonds incidenteel bijgedragen is aan het verduurzamen van culturele instellingen zoals een theater. In de verdere planvorming zullen we de mogelijkheden verder onderzoeken. In deze fase van de planvorming hebben we er echter geen rekening mee gehouden dat we deze (subsidie)partijen ook daadwerkelijk vinden en dat deze bijdragen. 19. Met welke partij(en) zijn gesprekken gevoerd inzake mogelijk privatisering en wat zijn concreet de aanbiedingen van deze partij(en)? Er zijn voor wat betreft de bioscoop informatieve en/of verkennende gesprekken gevoerd met Pathé en met de exploitant van het Heerenstraat Theater in Wageningen. Deze gesprekken hebben niet geleid tot concrete aanbiedingen (wat feitelijk ook nu nog niet kan). Ook is informeel gesproken met een grote lokale private partij over de theaterexploitatie. Deze partij heeft aangegeven niet geïnteresseerd te zijn om in te stappen in een theatermodel, zoals dat in Variant D besloten ligt. 20. De ontwikkelingen op digitaal gebied gaan erg snel. Voor nieuwe theater/bioscoop wordt uitgegaan van 40 tot 50 jaar.
In hoeverre is er in kaart gebracht hoe de ontwikkelingen op deze zeer lange termijn zullen zijn voor theater/bioscoop? Wat adviseren de externe deskundigen in dezen? We lezen dit in de uitgangspuntennotitie niet terug.
Voor het nieuwe theater/bioscoop wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 40/50 jaar, maar in de raming jaarlijkse onderhoudslasten wordt wel rekening gehouden met tussentijdse vervanging en/of aanpassing van de technische installaties van het theater en de bioscoop om zo up to date te blijven. 21. Bij onze eerdere technische vragen over dit onderwerp is antwoord gegeven over het zeer beperkte aantal unieke Veenendaalse bezoekers. We ontvangen graag een geactualiseerd overzicht hiervan. Daarnaast de vraag op grond waarvan de prognoses tot stand zijn gekomen? In het huidige, nog lopende seizoen 2022/2023 zijn er voor de professionele voorstellingen tot 6 april 2023 in totaal 32.580 kaarten verkocht, waarvan 36% (11.854) aan kopers uit Veenendaal. Deze zijn gekocht door 9.163 unieke klanten waarvan 30% (2.782) uit Veenendaal. Overige bezoekers seizoen 2022-2023: - Amateurs/Verhuur: 10.700 - Basisscholen: 5.500 uit Veenendaal - Voortgezet Onderwijs: 1.006 uit Veenendaal In totaal 49.786 bezoekers voor seizoen 2022-2023 De seizoenen 2019/2020, 2020/2021, 2021/2022 zijn als gevolg van de Covid-19 pandemie en de beperkingen niet representatief en daarom niet meegenomen. 22. In het raadsvoorstel en de uitgangspuntennotitie is geen schema opgenomen met culturele kosten per inwoner in vergelijking met de regio.
We ontvangen graag dit schema met informatie zodat duidelijk wordt hoe zich deze ratio ontwikkeld met de huidige nieuwe plannen? Een overzicht van culturele kosten per inwoner in vergelijking met de regio is niet beschikbaar. Wel is in het traject ontwikkeling cultuurvisie een benchmark uitgevoerd met steden die qua inwonertal vergelijkbaar zijn met Veenendaal. Deze tabel staat op pag. 47 van de Cultuurvisie. In deze ranglijst staat Veenendaal laag, met een besteding van 15% minder aan cultuur dan het gemiddelde. 23. Welk bedrag draagt de gemeente/gemeenschap bij aan een individueel kaartje bij het voorliggende voorstel? De exploitatiebijdrage van de gemeente bedraagt in het voorstel scenario D in het 1e volledige seizoen 2027-2028 € 3.175.000 met in totaal 159.519 bezoekers wat overeenkomt met een subsidie van € 19,90 per bezoeker. De verwachting is dat het aantal bezoekers de jaren na opening groeit naar 193.000 (zie businesscase). Opgemerkt wordt dat de subsidie bedoeld is voor alle prestatie-eisen van Theater Lampegiet waaronder ook de voorstellingen voor het primair onderwijs (5.500 leerlingen) en het voortgezet onderwijs (1.200 leerlingen). 24.
In hoeverre is er marktonderzoek gedaan naar de reële kansen dat de bezetting (aantal bezoekers) waar rekening mee wordt gehouden in het uitgewerkte scenario ook daadwerkelijk in de toekomst wordt gerealiseerd? Het is onmogelijk om via marktonderzoek de voor de toekomst geraamde bezettingsgraden te valideren. Wel zijn de gehanteerde bezettingsgraden in lijn met de aantallen die door theaters met een vergelijkbare schaalgrootte op dit moment worden gerealiseerd.
ChristenUnie 1. Op welke manier is er invulling gegeven aan de motie M2021.99? Graag een beantwoording per verzoek uit het dictum. a. Tijdens de uitwerking van het voorkeurscenario een onafhankelijk marktonderzoek uit te voeren waarin zowel op het niveau van de gemeente als de regio de vraag en het aanbod van theater- en filmfuncties inzichtelijk wordt gemaakt, waarna de uitkomsten van het onderzoek worden getoetst aan de ambities van Theater Lampegiet. We hebben aanvullend onderzoek gedaan naar de filmfunctie. Er is gekeken naar de omvang van het potentiële publiek voor een filmfunctie in Veenendaal op basis van een benchmark en er is een enquête uitgezet. Voor de theaterfunctie geldt dat deze er al is en je moet kijken of de huidige en te verwachten trends en ontwikkelingen aansluiten bij de ambities van Lampegiet (o.a. schaalvergroting) en bij de prestaties van theater elders in het land. Dat hebben we gedaan. Ook ligt er een onderzoek van Lagroup over het potentieel van een kleine, multifunctionele zaal binnen Lampegiet. Tenslotte hebben we een enquête uitgezet waarin o.a. gevraagd is naar theaterbezoek, type voorstellingen en het toevoegen van een kleine zaal voor kleinere, intiemere voorstellingen. Voor de uitkomsten van deze enquête verwijzen wij naar vraag 7 van de SGP en bijlage 9 van de Uitgangspuntennotitie: Factsheet Inwonerspanel. b.
De businesscase en bedrijfsexploitatie van Theater Lampegiet i.r.t. de ambities extern te laten toetsen op realisme en haalbaarheid, waarmee aangetoond kan worden in welke mate de exploitatiebijdrage van
gemeente aan Theater Lampegiet over een langjarige periode realistisch is, en het financiële risico voor gemeente beperkt is. BMC heeft getoetst op realisme en haalbaarheid. Voor de second opinion op de meerjarenraming verwijzen we o.a. naar pagina 37 van de Uitgangspuntennotitie. Opgemerkt wordt dat deze uitgangspuntennotie een tussenbesluit is en dat de aanvullende uitgangspunten ten aanzien van bioscoop en poppodium ook verwerkt zullen moeten worden in het integraal strategisch Ondernemingsplan van Theater Lampegiet. Dit plan zal door een externe partij getoetst worden. c.
In de verdere uitwerking aan te tonen dat het realiseren en exploiteren van filmzalen een financieel voordeel oplevert voor het cluster. Wat betreft het aantonen van een financieel voordeel door de toevoeging van film voor het gehele cluster: Het exploitatiesaldo voor het theater met film is 100.000 euro gunstiger dan het scenario zonder film. Opgemerkt wordt dat ten aanzien van het te verwachte bezoekersaantal behoudend gerekend is.
2. Welke spin-off effecten (bijv. horeca gebruik / winkelbestedingen) worden er verwacht met een nieuw theater en zijn die gekwantificeerd in aantallen en/of euro’s? Bezoekers van het theater maken gebruik van de horeca (vooraf dineren, achteraf wat drinken) en/of maken gebruik van winkels en andere voorzieningen in de Veenendaalse binnenstad. Uiteraard moet ook de parkeerticket afgerekend worden. Specifieke cijfers over wat dit de Veenendaalse economie oplevert zijn er niet. Bovendien zorgt het ook voor een grotere bekendheid van het centrum in de regio. In de cultuurvisie wordt op pag. 9 verwezen naar een onderzoek van Beerda: ‘Uit het onderzoek blijkt dat elke euro die voor de entree wordt betaald–of het nu voor een tentoonstelling is of voor een concert – je met 2,5 kunt vermenigvuldigen. Mensen gaan een hapje eten in de stad, winkelen, maken gebruik van het openbaar vervoer, enzovoort. Die factor van 2,5 is enorm en het maakt niet uit of het om een groot of klein cultuurhuis gaat, binnen of buiten de Randstad”. 3. Hoe verhouden de kosten per inwoner van Veenendaal zich t.o.v. de kosten voor andere maatschappelijke voorzieningen voor sport (zoals het zwembad/sportverenigingen) en cultuur (denk aan bibliotheek / cultuurfabriek)? In 2022 is voor cultuur € 72 per inwoner uitgegeven en voor sport is dit € 81 per inwoner.
Bedrag per inwoner is berekend op basis van de nettokosten (uitgaven minus inkomsten). 4. De term Masterplan Duivenweide veronderstelt ook een opgave voor de openbare ruimte rondom het theater (naast theater, wonen en parkeren). Welke ingrepen en kosten worden er in de openbare ruimte verwacht? En verhoudt zich dit tot eerder genomen besluiten aangaande de gebiedsvisie Duivenweide? Wanneer kan de Raad een geïntegreerd voorstel verwachten? Zie ook de beantwoording bij vraag 2 van D66 over de groene oase. De ambitie en uitgangspunten vanuit de gebiedsvisie worden geïntegreerd in het Masterplan. Het Masterplan wordt na de integrale afweging aan de raad voorgelegd. 5. De kapitaallast voor de parkeergarage wordt ingeschat op 950.000 per jaar. Waarom is er geen verschil bij 40 of 50 jaar afschrijven? Net als bij de andere gemeentelijke parkeergarages hebben we gerekend met een afschrijvingstermijn van 55 jaar. 6. Er wordt aangegeven dat een parkeergarage op termijn ook nodig is om alle inwoners van de binnenstad een parkeergelegenheid te kunnen geven. Hoe zien die prognoses eruit? Zie beantwoording van vraag 1 van D66 voor een algemene toelichting over de status. 7. Los van de voorgestelde parkeeroplossing: Welke alternatieven zijn er om de investeringskosten van het theater stevig te verminderen (bijv.
de helft) en wat zou die variant dan aan functionaliteit omvatten? Zie de beantwoording van de vragen van de VVD. Er zijn verder op dit moment geen alternatieven bekend om de investeringskosten van het theater variant D substantieel te verminderen. Er zijn wel alternatieven, maar dat zijn de varianten A, B en C die in november 2021 aan de raad zijn voorgelegd en waar de raad niet voor heeft gekozen. 8. Zien wij het goed dat in het scenario Nieuw theater met film (50 jaar) de kapitaallasten voor het gebouw (970k) ongeveer gelijk zijn aan de kapitaallasten voor de parkeergarage (950k)? Nee, het bedrag van 970.000 euro voor het theater is het saldo van de gemeentelijke vastgoedexploitatie (huurinkomsten minus de vastgoedlasten zoals kapitaallasten en onderhoudskosten). In voorliggend voorstel is ten aanzien van het parkeren alleen nog een globale inschatting gemaakt. Hierbij is aangenomen dat de parkeerinkomsten de jaarlijkse beheers- en onderhoudslasten dekken en dat het tekort op de parkeerexploitatie gelijk staat aan de kapitaallasten. Dit is een voorzichtige benadering, mogelijk kunnen de
parkeerinkomsten ook een deel van de kapitaallasten dekken. Kortom de bedragen van 970.000 en 950.000 zijn niet met elkaar te vergelijken. 9. Op pagina 32 van de bijlagen wordt de subsidiebehoefte van de Lampegiet geduid die toeneemt van 1,0 mln heden tot ca 3,2 mln bij nieuwbouw. Hoe moeten we deze verhoging duiden? Welk deel van het bedrag is gerelateerd aan de nieuwe huisvesting en welk deel aan de theaterexploitatie? In deze subsidiebehoefte zit ook de kostprijsdekkende huur van 2 miljoen. Het subsidiedeel voor de theaterexploitatie is € 1.175.000 10. Er staat bij het laatste beslispunt: “financiële consequenties betrekken bij”. Wat betekent dat concreet? Of stemmen we dan daadwerkelijk in met wat er besloten wordt? Wat is dan de juiste formulering als we - zoals afgesproken - op een later moment de integrale financiële afweging gaan maken? In de integrale afweging die gemaakt zal moeten gaan worden ten behoeve van het komen tot een Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 zal voor wat betreft het benodigde budget voor het Theater de financiële gegevens gebruikt gaan worden die aansluiten bij de uitgangspunten waartoe de raad besluit bij de behandeling van het raadsvoorstel Uitgangspuntennotitie Nieuw theater in de Duivenweide.
Oftewel hetgeen bij de behandeling van dit raadsvoorstel wordt besloten, bepaalt welk bedrag betrokken wordt bij de te maken keuzes in de integrale afweging. Deze handelwijze en formulering sluit aan bij het raadsvoorstel Onderwijshuisvesting in Oost dat in maart besproken is. 11. Op pagina 35 staat dat het theater een eigen businesscase heeft opgesteld. Welke onzekerheidsopslag is hierbij gehanteerd? In de businesscase wordt uitgegaan van een risicobudget voor de eerste 3 seizoenen van in totaal € 500.000 voor aanloopverliezen. 12. Tijdens de beeldvormende avond werd aangegeven dat 60% van de bezoekers uit de regio komt. 40% zou dan uit Veenendaal komen. Hoeveel unieke bezoekers zijn dat? Over welke doelgroepen hebben we het dan (inclusief scholen)? Zie beantwoording van vraag 21 van SGP over de bezoekersaantallen. 13. Er wordt aangegeven dat er met een lokale private partner is gesproken die interesse heeft maar niet voor variant D wil gaan. Daarom is niet verder gesproken. Wat zou deze partner wel willen realiseren qua theater? Voor en na de besluitvorming van november 2021 is gesproken met deze lokale private partij over de theaterexploitatie. Deze partij heeft aangegeven niet geïnteresseerd te zijn om in te stappen in een theatermodel zoals dat in variant D besloten ligt. Deze partij heeft niet aangegeven wat ze wel willen realiseren qua theater. 14.
Er is meerdere keren geprobeerd om een bioscoop te exploiteren in Veenendaal. In het onderzoek naar de haalbaarheid van een bioscoop is vooruitgekeken en daarnaast is aangegeven dat er nog aanvullend onderzoek plaats moet vinden. Is ook terug gekeken wat redenen van mislukken zijn geweest? Ja, er is ook teruggekeken. Er zijn goede en minder goede voorbeelden vanuit het verleden. Eind jaren negentig tot ca 2005 was bioscoop ’t Hofplein zeer succesvol aan het Horecaplein. Het concept ‘servicebioscoop’ met 3 overzichtelijke zalen deed het goed in Veenendaal. Goed lokaal ondernemerschap zorgde ervoor dat het aanbod goed afgestemd was met de behoefte van de Veenendaalse bevolking. Wisseling van de wacht, nieuwe ondernemers van buiten Veenendaal met andere ideeën (een ander concept, geen goede horeca, weinig tijd om het concept te laten slagen) zorgen er voor dat de genoemde pogingen niet succesvol waren. Lokale inbedding is een belangrijke les die meegenomen wordt naar de toekomst. Hierbij moet ook opgemerkt worden dat Veenendaal in inwoneraantal inmiddels gegroeid is. 15. In het onderzoek is gekeken naar andere middelgrote steden met een bioscoop en op basis daarvan is beoordeeld dat een bioscoop haalbaar zou zijn. Waren dat ook steden met een grote bioscoop binnen een straal van 10 km? Zo ja, hoe zagen de cijfers er dan uit? Hier is niet specifiek naar gekeken.
Tussen de lijst met steden die meegenomen zijn in de benchmark zitten wel middelgrote steden die dicht bij een andere middelgrote stad liggen. Ook verwijzen wij naar de succesvolle ervaringen uit Wageningen, dat ook dicht bij een grote bioscoop ligt en waar een kleinere bioscoop succesvol draait.