CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Technische vragen en antwoorden - RV Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting

Gemeenteraad 16 oktober 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-20422.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus

7 oktober 2025

Naam fractie:

ChristenUnie, D66, SGP,SP

Onderwerp:

Raadsvoorstel Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting

Algemeen: Met dank een raadslid willen wij melden dat het leesteken wat is gebruikt onder de kanttekening 1.3 per abuis verkeerd in het raadsvoorstel is opgenomen. In lijn van het IHP moet dit zijn: 1.3 Geen investeringen in kleinere scholen < 150 leerlingen In dit IHP wordt niet meer geïnvesteerd in enkelvoudige kleine scholen ( <150 leerlingen) omdat deze niet toekomstbestendig zijn. Bijgaande de beantwoording van de technische vragen: ChristenUnie: 1. Naast het investeren in scholen komen er in het IHP ook flinke organisatiekosten bij, als ook bijkomende kosten voor bijvoorbeeld de kinderopvang en inrichting openbare ruimte (en/of pleininrichting). Hoe gaan we dit straks terugzien in de programmabegroting? Antwoord: Deze maken onderdeel uit van twee delen in de programmabegroting: - Als onderdeel van de lasten voor onderwijshuisvesting in het thema Onderwijs en ontwikkeling. - Als onderdeel van de investeringen in het meerjareninvesteringsplan. 2. Kan het college een reactie geven op de brief van College van Bestuur Al Amana inzake basisschool Al Amana van d.d. 2 oktober 2025. Antwoord: Zie bijlage 1. D66: 1. In het stuk lezen we een landelijke doelstelling om in 2035 inclusieve leeromgevingen vorm te geven waarin alle kinderen gelijke kansen krijgen zich te ontwikkelen, ongeacht hun ondersteuningsbehoefte.

Later lezen we (pagina 9) ‘indien van toepassing' welzijnsorganisaties op 1 locatie samenwerken. En dat specifiek bij inclusief onderwijs ruimte is voor zorgverleners. Is de definitie van inclusief onderwijs op pagina 9 hetzelfde als de landelijke definitie van inclusieve leeromgevingen waarin alle kinderen gelijke kansen krijgen zich te ontwikkelen? Antwoord: Ja, de definities komen overeen. De praktische invulling hiervan verschilt echter per type leerling, per school en per wijk. Zo zijn er scholen met relatief veel pleegkinderen of wijken met relatief veel kinderen met het risico op onderwijsachterstanden. De wijze van faciliteren van inclusief onderwijs verschilt daarom.

2. Op welke indicatoren zijn de groeiprognoses van de middelbare scholen gebaseerd? Specifiek de onderverdeling tussen de scholen. Graag ontvangen we een motivatie per school. Antwoord: In antwoord op uw vragen over de groei van het voortgezet onderwijs hebben wij de leerlingprognose voor het voortgezet onderwijs toegevoegd in bijlage 2. Hierin worden de indicatoren en de onderverdeling tussen de scholen weergegeven. 3. Valt er al iets te zeggen over de groei van het voortgezet onderwijs na 2039? Kan er op basis van de groei in het primair onderwijs geëxtrapoleerd worden? En in hoeverre is er nog ruimte over in onze stad? Antwoord: In antwoord op uw vragen over de groei van het voortgezet onderwijs hebben wij de leerlingprognose voor het middelbaar onderwijs toegevoegd met daarin weergegeven de indicatoren en de onderverdeling tussen de scholen. De daadwerkelijke verdeling van de groei over de scholen kan echter in de praktijk enigszins fluctueren door wijzigende populariteit van scholen. De leerlingprognose is gebaseerd op de basisgeneraties van de gemeenten Veenendaal, Buren, Ede, Scherpenzeel, Renswoude, Rhenen, Utrechtse Heuvelrug en Neder-Betuwe. Wij zien in de leerlingprognose het middelbaar onderwijs na 2039 doorgroeien.

Voor de middelbare scholen in de stad geldt dat er op termijn een klein ruimtetekort aan onderwijsruimte ontstaat wat niet leidt tot de noodzaak tot uitbreiding binnen de planperiode. In het voortgezet onderwijs schrijft de verordening voor dat het ruimtetekort ten minste 10% hoger is dan het bestaande gebouw. Op dit moment is hiervan geen sprake en is een overmaat aan ruimte bij het Rembrandt College. De capaciteit van het bewegingsonderwijs wordt wel uitgebreid. 4. In hoeverre zijn uitbreidingen bij de Klomp en de Nieuwe Meent al meegenomen in de leerling prognoses? Antwoord: Rekening is gehouden met de verwachte toevoeging van ca. 6.000 woningen in de stad. Met de belangrijkste plannen: • Groenpoort (1.000 met name gezinsgerichte woningen) • Ambacht/spoorzone (4.000 met name gericht op starters en senioren) • 1.000 woningen: verspreid over de stad waaronder 400 woningen in het centrum. Er is vooralsnog geen rekening gehouden met uitbreidingen bij de Klomp en de Nieuwe Meent. 5. Klopt het dat de Achtbaan tot in elk geval fase 2 van dit IHP gebruik kan maken van extra ruimte in IKC de Zwaluw? Antwoord: Dat is op dit moment de verwachting. 6. We lezen dat voor de uitbreiding van het openbaar onderwijs in fase 2 eventueel plek is in Zuid-Oost.

Naar welke locaties wordt gekeken voor een uitbreiding in fase 1? Antwoord: Het openbaar onderwijs overweegt de start van een nieuwe school in fase 2 van het IHP. Hiervoor kijken we naar de locaties aan de Patrimoniumlaan en de Terborghstraat waar VSO De Blink tijdelijk is gehuisvest. Op het moment dat bestaande scholen groeien kijken we op basis van de gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs, binnen verwijsafstand, naar de huisvestingsmogelijkheden in de omgeving van de school die groeit. SGP: 1. Veenendaal voert het zogenaamde BOSS-beleid wat inhoudt dat er open speelpleinen zijn bij de IKC’s. Is het bekend bij hoeveel van de scholen dit beleid op dit moment nagevolgd wordt? En is bekend in hoeverre dit bij de nieuw te bouwen IKC’s het geval zal zijn?

Antwoord: In bijgaande link vindt u een overzicht van de BOSS projecten in de gemeente. Het is de bedoeling dit bij de nieuw te bouwen en te renoveren IKC’s toe te passen. 2. In hoeverre wordt bij het vormen van nieuwe IKC’s ook rekening gehouden met (neven)ruimten die geschikt zijn voor bijv. samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs? Antwoord: Hier wordt op basis van de IKC-visie rekening mee gehouden. 3. In het IHP (blz. 25) wordt gesproken over verhuur van schoolgebouwen, dit zou alleen mogelijk zijn aan partijen waar integraal mee wordt samengewerkt. Betekent dit dat de ruimte niet breder verhuurd kan worden en wat is daar de reden van? Antwoord: De gemeente stimuleert de ontwikkeling van inclusieve kind- en jeugdcentra en investeert in nieuwe huisvesting voor kindpartners, zoals kinderopvang en welzijn. Zo willen we plekken creëren waar kinderen van 0 tot 18 jaar kunnen spelen, leren en zich ontwikkelen in een vertrouwde omgeving. Als een school door leegstand toegekende onderwijsruimte over heeft in het gebouw, kan die ruimte in overleg met de gemeente worden verhuurd aan kindpartners of andere organisaties. Dit gebeurt volgens de regels van de Wet Primair Onderwijs of de Wet Voortgezet Onderwijs.

Is er sprake van structurele leegstand, dus als een ruimte langer dan 3 jaar niet wordt gebruikt voor onderwijs? Dan kan de gemeente besluiten om die ruimte in te zetten voor gedeeld gebruik, verhuur of eventuele huurinkomsten te vorderen. 4. Zouden er theoretisch gezien ook andere gebouwen dan de zgn. schoolwoningen kunnen worden ingezet voor tijdelijke huisvesting, zoals bijv. een (geschikt te maken) kantoor? Antwoord: Theoretisch gezien wel. 5. Het Rembrandt College daalt in aantal leerlingen volgens de gemeentelijke prognoses, maar niet volgens eigen prognoses. Wat is in zo’n geval de waarde van een ‘eigen’ prognose? Is het bekend of bij andere besturen ook ‘eigen’ prognoses gehanteerd worden die mogelijk conflicterend zijn met de gemeentelijke prognoses waar het IHP op gebaseerd is? Antwoord: Een dergelijke ‘eigen’ prognose heeft, voor het beschikbaar stellen van onderwijshuisvesting waarde, als deze voldoet aan hiervoor uitgangspunten in de gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs. Het beschikbaar stellen van onderwijshuisvesting gebeurd op basis deze uitgangspunten.

SP: Wat zijn gemiddeld de extra kosten als we voor VENG in plaats van BENG kiezen? Zijn hiervan voor de komend projecten voorbeelden aan te geven? Antwoord: We streven er in dit IHP naar samen met de onderwijsorganisaties en kindpartners, op basis van Total Cost of Ownership (TCO), VENG ter realiseren. Op basis van de rekenmethodiek TCO kunnen de meerkosten bij renovatie worden opgevangen door de subsidie Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA) of in geval van nieuwbouw door de minderkosten in het energieverbruik. De meerkosten bedragen op basis van kostenkengetallen ca. €150 €200/m2.

BIJLAGE 1 Reactie op de brief van College van Bestuur Al Amana inzake basisschool Al Amana van d.d. 2 oktober 2025 In navolging van de brief die u over het Integraal Huisvestingsplan 2025-2042 heeft ontvangen van Onderwijsorganisatie Al Amana Scholen informeren wij u feitelijk over de huisvestingssituatie van basisschool Al Amana. Beschikbaar gestelde huisvesting De onderwijsorganisatie Al Amana scholen heeft er, ondanks de ingewikkeld huisvestingssituatie in de gemeente, voor gekozen Al Amana als school te gaan stichten. De gemeente heeft in 2023 basisschool Al Amana op basis van de verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs 2015, en hun stichtingsprognose, de volgende onderwijshuisvesting ter beschikking gesteld: - Onderwijshuisvesting aan de Zoete inval 10, 783 m2 (ca. 116 lln), bij de Dr. Steenblokschool. - Onderwijshuisvesting aan de Zoete inval 8, 230 m2 (ca. 46 lln), bij basisschool Plantage. - Onderwijshuisvesting aan de Prins Willem Alexanderstraat 102, 182 m2 (ca. 36 lln), bij basisschool TOV De huisvesting is geschikt voor ca. 198 lln. De onderwijsorganisatie heeft hier tegen bezwaar gemaakt en wil een eigen schoolgebouw voor de stichting van de school (318 lln). Dit bezwaar is ongegrond verklaard door de gemeente. Hiertegen is de onderwijsorganisatie in beroep gegaan. Wat in augustus door de rechtbank ongegrond is verklaard.

De rechtbank stelt dat de gemeente conform de verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs heeft gehandeld. De onderwijsorganisatie heeft er vooralsnog tot op heden voor gekozen alleen gebruik te maken van de ruimte aan de Zoete inval 10. Huisvestingsbehoefte Formeel ligt de omvang van Al Amana nog onder de gemeentelijke opheffingsnorm van 191 lln. Op de laatste teldatum, 1 februari 2025, telde basisschool Al Amana 126 lln. Wij zijn in nog afwachting van de teldatum 1 oktober 2025, de formele teldatum voor de toekenning van onderwijshuisvesting. De februari-telling vertaalt zich in een huisvestingsbehoefte van 834 m2, voor schooljaar 2025-2026. Door de keuze van de onderwijsorganisatie, om alleen gebruik te maken van de Dr. Steenblokschool, komt basisschool Al Amana met ingang van dit schooljaar ca. 50 m2 ruimte tekort wat voornamelijk nevenruimte betreft. Basisschool De Plantage heeft nevenruimte voor Al Amana beschikbaar en basisschool TOV heeft een paar lokalen voor Al Amana beschikbaar. Waarmee het ruimtetekort voor dit schooljaar, en ook het schooljaar hierna, kan worden opgelost in twee locaties. Al Amana groeit dan conform de door hen opgegeven stichtingsprognose.

Aangeboden oplossingsrichtingen Naast de hierboven genoemde ruimte in bassischool De Plantage en basisschool TOV zijn diverse andere oplossingsrichtingen aangeboden aan de onderwijsorganisatie voor basisschool Al Amana. Hierbij is gekeken naar zowel wijkgebonden als wijkoverstijgende oplossingen, omdat beide opties mogelijk zijn. De school kan hierin, in een combinatie van twee locaties, op verschillende manieren, in Fase 1 van het IHP, doorgroeien naar 246 lln tot en met de stichtingsnorm (318 lln). Wijkgebonden oplossing: - Onderwijshuisvesting aan de Koninginnelaan 26, leegstand bij de Rehobothschool. - Onderwijshuisvesting aan de Tweespan, nevenvestiging Tamim (na de verhuizing van de nevenvestiging Tamim beschikbaar). Wijkoverstijgende oplossing: - Onderwijshuisvesting aan de Colijnstraat 76, het hele gebouw.

-

Onderwijshuisvesting aan de Rembrandtlaan 2, leegstand bij de Rembrandtschool.

De onderwijsorganisatie blijft bij haar standpunt een eigen schoolgebouw te willen voor basisschool Al Amana. Integraal Huisvestingsplan (IHP) Op dit moment is een eigen gebouw voor de beoogde omvang van Al Amana (400 lln) niet beschikbaar. Ook de beschikbare nieuwbouwlocaties bij IKC Spits en Ambacht zijn hiervoor niet groot genoeg. Met de onderwijsorganisatie is verkend hoe hier toch naartoe gegroeid kan worden in het IHP. Met medewerking van de Dr. Steenblokschool is het mogelijk geworden, in fase 2 van het IHP, de locatie aan de Zoete inval 10 (huidige locatie van Al Amana) volledig geschikt te maken voor basisschool Al Amana in 2033. Medewerking van de Dr. Steenblokschool is noodzakelijk omdat zij permanent huisvestingsrecht hebben in het gebouw aan de Zoete inval 10. De Dr. Steenblokschool verplaatst hiervoor naar de Colijnstraat 76. Voor die tijd maakt basisschool Joh. Calvijnschool eerst nog tijdelijk gebruik van deze locatie ter overbrugging naar nieuwbouw. De huisvesting van de Dr. Steenblokschool op de Colijnstraat 76 staat gepland voor 2032 in het IHP. Het bestuur van de Steenblokschool heeft onder voorwaarden verklaard bereid te zijn voorbereidingskosten voor de beoogde nieuwbouw voor te financieren waarmee de planvorming eventueel nog wat kan worden versneld. Echter niet het volledige investeringsbedrag.

Ter overbrugging naar deze huisvestingssituatie is in het IHP de locatie Tweespan opgenomen. Deze locatie ligt dichtbij de huidige huisvesting van Al Amana aan de Zoete inval 10. Beide locaties zijn groot genoeg voor de huisvesting van ca. 268 lln. Wat op basis van de opgegeven prognose voor Al Amana tot en met schooljaar 2029/2030 voldoet. Mocht Al Amana volgens deze prognose doorgroeien dan kijken we tijdig, en in overleg, naar een passende oplossing. Dit kan zijn aanpassing van de planning of toevoegen van tijdelijke huisvesting. Financiële consequenties Indien u overweegt om de huisvestingsprojecten van de Dr. Steenblokschool en Al Amana conform verzoek van Al Amana naar voren te halen in de planning (2028) dan zal dit leiden tot een verhoging van de kapitaallasten in 2029 van 650K. Wat tot een piekbelasting in de kapitaallasten leidt in 2030. Hiervoor is geen dekking binnen de programmabegroting.

BIJLAGE 2 Leerlingprognose Voortgezet Onderwijs

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16051556/4