CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Technische vragen en antwoorden RV Huisvestingsverordening

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Huisvestingsverordening gemeente Veenendaal 2024-2027669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.

6 december 2023

Naam fractie:

SP, VVD

Onderwerp:

Raadsvoorstel Huisvestingsverordening gemeente Veenendaal 2024-2027

SP 1.Is het mogelijk om via deze huisvestingsverordening te verbieden om sociale huurwoningen te verkopen? Nee het is niet mogelijk om het verkopen van sociale woningen te verbieden. Wel kunnen we voor maximaal 25 jaar afdwingen dat een nieuw gebouwde sociale huurwoning een sociale huurwoning blijft, ongeacht wie de eigenaar is. Dit gebeurt al via de Doelgroepenverordening “Sociale woningbouw en middenhuur”. 2. Is het mogelijk om bij meer type woningbouw de verplichting neer te leggen om de woningen aan lokaal gebonden personen te verkopen/verhuren? In regionaal verband is schaarste aan sociale huurwoningen onderzocht en (ook in Veenendaal) aangetoond. Daarom bevat voorliggende Huisvestingsverordening regels voor de verhuur van sociale huurwoningen. Indien schaarste aan middeldure huurwoningen kan worden aangetoond, kan deze categorie desgewenst worden opgenomen. Daarnaast biedt de wijziging van de Huisvestingswet, welke nog door de Eerste Kamer moet worden aangenomen, ruimere mogelijkheden. Indien de gewijzigde Huisvestingwet in de loop van 2024 inwerking treedt, biedt dit gemeenten meer mogelijkheden om mensen met lokale binding voorrang te geven. Dat we dit gaan toepassen is al door de raad per Amendement bepaald bij de vaststelling van de Woonvisie in 2022. Daarnaast kunnen dan ook specifieke beroepsgroepen dan als cruciaal aangemerkt worden.

Welke beroepen wel en welke niet cruciaal zijn is echter arbitrair. 3. In de artikelen 1u en 1x wordt gesproken over ‘niet-professionele verhuurder’. Valt een zgn. “Wooncooperatie” hier ook onder (dit is iets anders dan een woningcorporatie). De begripsbepaling voor ‘niet-professionele verhuurder’ (zie begripsbepaling 1. u.) bevat een specifieke uitzondering voor woningcorporaties (zie begripsbepaling 1. jj.). De begripsbepaling voor verhuurder (zie begripsbepaling 1. ff.) betreft een ruime definitie; waar ook een wooncoöperatie onder kan vallen. VVD Veenendaal heeft alle verhuurders met meer dan 50 sociale huurwoningen opgenomen onder het bereik van de Huisvestingsverordening. Welke verhuurders zijn dat en om hoeveel woningen gaat het per verhuurder? Naast woningcorporaties Veenvesters en Woonzorg Nederland, is op dit moment bekend dat Welkom0318 lokaal meer dan 50 sociale huurwoningen verhuurt (dit betreft 81 wooneenheden). Welkom0318 heeft het college van B&W verzocht om in aanmerking te komen voor de experimentbepaling (zie artikel 34). Daarnaast kiezen steeds meer projectontwikkelaars ervoor om sociale huurwoningen zelf te (laten) verhuren. Dit betekent dat met enige regelmaat onderzocht moet worden of het aantal verhuurders met meer dan 50 sociale huurwoningen toeneemt.

Een vergunninghouder heeft met een gemeentelijke urgentieverklaring het recht op een permanente zelfstandige woning. Is een permanente zelfstandige woning een gekozen invulling van de gemeente Veenendaal om aan de taakstelling statushouders te voldoen? Indien onze gemeente de keuze maakt om deze taakstelling statushouders in te vullen door onzelfstandige woonruimte (bijvoorbeeld 4 alleenstaande statushouders van hetzelfde geslacht in een gezinswoning of 1 persoon kamerbewoning) aan te bieden, is dat dan ook toegestaan volgens de landelijke regelgeving?

Een vergunninghouder heeft het wettelijke recht op een volledig zelfstandige huurwoning. Het huisvesten in een onzelfstandige woonruimte is daarom geen definitieve huisvesting maar een tijdelijke tussenoplossing: de plicht tot huisvesting in een definitieve, zelfstandige woonruimte blijft dan staan. De provincie controleert of een gemeente voldoet aan de (half)jaarlijkse taakstelling statushouders. Wat zijn de consequenties indien een gemeente (eenmalig of structureel) niet voldoet aan deze taakstelling? De provincie Utrecht hanteert vanuit het ‘interbestuurlijk toezicht’ een specifiek beleidskader voor de huisvesting van vergunninghouders. Per 1 januari 2024 worden de regels voor de zogenaamde interventieladder strenger. Zodra een gemeente achter gaat lopen valt deze terug van trede 1 naar trede 2. Als de achterstand het half jaar daarna is opgelopen gaat de gemeente direct naar trede 3. Bij trede 4 loopt een gemeente structureel achter en kan de provincie voorsorteren op indeplaatsstelling, oftewel de overname van de huisvestingstaak op kosten van de betreffende gemeente. Dit zal gebeuren zodra trede 5 daadwerkelijk in zicht komt. Hiervan is sprake als een gemeente herhaaldelijk meer personen achterloopt dan het aantal personen binnen de taakstelling zelf. Veenendaal zal naar verwachting per 1 januari 2024 weer in trede 1 zitten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13562106/3