5. Technische vragen en antwoorden Brandweerkazerne Wijkservice en Pionierkwartier
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.
12 januari 2021
Naam fractie:
ChristenUnie, VVD, ProVeenendaal, SP
Onderwerp:
4. Raadsvoorstel Brandweerkazerne, Wijkservice en Pionierkwartier
ChristenUnie 1. Is het mogelijk om op basis van kengetallen een indicatieve raming te geven van de investeringskosten per scenario, zodat ook de investering kan worden meegenomen in de afweging voor een principekeuze? Antwoord: nee deze indicatieve raming is niet gemaakt. Dit is ingegeven om twee redenen: 1. De versie behoud voldoet niet aan de gestelde eisen. 2. Een raming maken met name voor deze variant is ingewikkeld en vraagt veel uitzoekwerk. Renovatie is niet zomaar aan kengetallen te koppelen. De verwachting (op basis van expert judgement zonder berekening) is dat er als er naar de totale huisvestingskosten wordt gekeken de renovatie variant niet goedkoper zal zijn dan de nieuwbouw variant. Deze verwachting is gebaseerd op het feit dat fors ingegrepen moet worden in het bestaande gebouw: indeling, buitenschil van het gebouw, totale vervanging van de installaties, isolatie, constructie, uitbreiding van het gebouw aan de achterzijde. En uiteraard de daarmee gepaard gaande investeringskosten zullen ook fors zijn. In het renovatie-scenario is het gebouw ook groter dan conform het programma van eisen. Daarmee zal ook in de toekomst een groter gebouw moeten worden onderhouden. Als gekeken wordt naar de 1b variant, dan is sprake van een groot deel nieuwbouw en beperkt deel behoud. Ook hier speelt dat het gebouw groter is dan in de nieuwbouw-scenario’s.
Ook heeft de toren geen functie maar vraagt wel investeringen en onderhoud. 2. De brandweer is van belang voor meer dan alleen Veenendaal. Is bekend of en zo ja hoeveel cofinanciering er beschikbaar komt voor de investering in het brandweergebouw (bijvoorbeeld vanuit de VRU)? Antwoord: de gemeente is zelf verantwoordelijk voor de huisvesting van de brandweer. Dit is bij de oprichting van de VRU destijds afgesproken. Er komt dus geen directe bijdrage voor de vernieuwing van de kazerne vanuit de VRU. De enige nuancering daarbij is dat de VRU wel meebetaalt aan de extra VR-trainingsruimte. Daarbij moet ook worden gemeld dat de totale kosten voor de VRU per gemeente worden vastgesteld. In deze afspraken wordt weldegelijk rekening gehouden met de Veenendaalse situatie (denk hierbij aan het feit dat Veenendaal een korps van vrijwillige brandweer heeft en ook voor de regio een rol speelt). VVD In het voorstel wordt een investeringsbudget voor de nieuwbouw van wijkservice gevraagd van € 4,3 mio. 1. Zitten in dit budget ook de noodzakelijke investeringen voor de inrichting van de nieuwbouw (gebouwinrichting en inventaris zoals armaturen, meubilair, etc.)?
Antwoord: uitgangspunt is dat de bestaande losse inrichting wordt meegenomen naar de nieuwe locatie. Uiteraard is rekening gehouden met wand, vloer en plafondafwerking. 2. Zo nee, kunt u aangeven met welk budget rekening gehouden wordt en hoe dit gedekt zal worden?
Zie antwoord bij de vorige vraag Voor herontwikkeling van IW4 en brandweerkazerne zijn nog geen investeringsbudgetten opgenomen. Ook daarvoor zullen er te zijner tijd inrichtingskosten voor het gebouw zijn. 3. Kunt u indicatief, bijvoorbeeld als aandeel van bouwkosten, aangeven met welk budget rekening gehouden zou moeten worden voor bovengenoemde gebouwinrichting en voor wiens rekening die kosten komen? Antwoord: de huisvesting van IW4 is een verantwoordelijkheid van IW4 zelf. Kortom hier speelt deze vraag niet. Voor de VRU/brandweerkazerne moet dit nog nader verkend worden. Voor de brandweerkazerne in het bijzonder wordt aangegeven dat de ademluchtplaats vervangen wordt een VR trainingsruimte. 4. Is een VR trainingsruimte, als we naar een groter aandeel beroepsbrandweer toe moeten, wel toekomstbestendig? Antwoord: ja, het toevoegen van deze ruimte heeft geen effect op de huisvesting van eventuele beroepsbrandweer. Er blijft trainingsruimte nodig. 5. Leidt een VR trainingsruimte in plaats van een fysieke ademluchtplaats tot een verandering van het benodigd oppervlak van de brandweer in het plangebied, zo ja, hoeveel? Antwoord: ja, het benodigde oppervlak voor de nieuwe kazerne neemt met ongeveer 300 m2 bvo af. Dit is al wel verwerkt in de ruimtestaat maar niet in de scenariostudie. Geien het geringe verschil wordt dit pas in het vervolgstadium meegenomen. 6.
Kunt u aangeven met welke kosten specifiek voor een VR ruimte rekening gehouden mag worden en hoe deze zich verhouden tot een fysieke ademluchtwerkplaats? Antwoord: er is op dit moment nog geen kostenraming gemaakt. Wel kan gesteld worden dat de benodigde ruimte voor de VR-trainingsruimte afgerond 60% kleiner is dan de ademluchtwerkplaats en ook in technische zin minder hoge eisen kent (bv geen extra stevige vloer ivm zwaar materiaal). In scenario 3 voor de brandweerkazerne is sprake van een gedeeld eigendom. Gedeeld eigendom komt in Veenendaal en in den lande vaak voor en kan juridisch vormgegeven worden (appartementsrecht, opstalrecht). 7. Kunt u in dat licht uitgebreider ingaan op de argumenten dat het “realiseren en beheren van het gebouw bij gedeeld eigendom aanzienlijk complexer zal zijn” (p. 11), dat het meer afstemming vergt en dat het in de exploitatiefase tot meer kosten leidt (p. 12)? Antwoord: klopt. De situatie van gedeeld eigendom komt veel vaker voor, ook in Veenendaal. Een aantal overwegingen die een rol spelen zijn: - Een brandweerkazerne is een zeer specifiek vastgoedobject. Het beheer moet dan ook een professionele en goede manier gebeuren dat het functioneren van de brandweer niet in gevaar komt. De rest van het gebouw moet dan op dezelfde manier meelopen - Hogere kosten: voor professioneel beheer binnen een VvE is een extra organisatie nodig.
Dit alleen zorgt voor extra kosten. - Hogere kosten: bij beheer van de woningen boven de kazerne zullen extra maatregelen getroffen moeten worden om het functioneren van de brandweer niet te belemmeren. Uiteraard is dit deels op te lossen door in de ontwerpfase hier al rekening mee te houden. Overigens is dit een argument maar zeker niet het enige argument om voor te stellen om voor scenario 2 te kiezen. ProVeenendaal 1. Kunt u de voordelen van scenario 2 ten opzichte van 3 aangeven? Antwoord:
-
Geluid voor de nieuwe woningen is minder moeilijk op te lossen in scenario 2 ten opzichte van 3. In scenario 3 moet aandacht worden besteed aan zowel de noord als zuidgevel van de woningen. De
-
noordzijde vanwege het komen en gaan van de brandweerwagens. Aan de zuidzijde vanwege de autobewegingen van de brandweerlieden. Bij scenario 2 speelt dit in mindere mate waardoor een beter woonklimaat te realiseren is. Geen gedeeld eigendom Eenvoudigere vorm van aanbesteden (solitaire ontwikkeling kazerne)
2. Tegen welke complexiteiten denkt u aan te lopen als u scenario 3 neemt?
Antwoord: zie in beantwoording vorige vraag en de volgende vraag 3. Heeft u nagedacht over balansventilatie? En heeft u nagedacht over trippleglas en gebouwgebonden buitenruimtes aan de zuid-westzijde van het gebouw? Antwoord: in dit stadium is nog niet op dit detailniveau bekeken welke maatregelen nodig zijn. Uiteraard is nu al bekend dat in het vervolg goed gekeken moet worden naar de technische invulling van de woningen. De wijze van ventileren en isoleren is mede bepalend voor de mate waarin geluidsproblemen voorkomen kunnen worden. Echter is met techniek niet alles oplosbaar cq altijd even wenselijk. De gemeente streeft onder andere vastgelegd in haar omgevingsvisie naar een goede ruimtelijke kwaliteit. Wonen en een intensief gebruikte kazerne is al geen keuze die vanuit geluid direct voor de hand ligt. In scenario 2 is nadrukkelijk een balans gezocht tussen de noodzaak van behoud kazerne op deze plek, zoveel mogelijk streven naar een goed woonklimaat en tot slot het verdichten op deze centrale plek in Veenendaal. 4. Wat kost een extra laag? Antwoord: op de beeldvormende avond is aangegeven dat het er nu nog geen ontwerp voorligt. Wel worden de kaders in hoofdlijnen vastgesteld. In het vervolgproces kunnen partijen een plan ontwikkelen binnen deze kaders.
Daar zal ook duidelijkheid komen wat het plan is met de beste balans tussen kosten en opbrengsten en de daarbij behorende bouwhoogtes (binnen de kaders). 5. Wat maakt volgens u het verschil tussen een appartementencomplex naast de brandweerkazerne en tussen appartementen bovenop de brandweerkazerne? Antwoord: zie beantwoording van de vorige vragen 6. Een appartementencomplex met particulieren eigenaren heeft altijd een gedeeld eigendom, waarom brengt dat volgens u in deze situatie complexiteit mee? Antwoord: zie vraag 7 van de VVD SP 1. Welk percentage Sociale huurwoningen komt er in dit plan? Antwoord er is nog geen plan ontwikkeld en daarmee ook nog niet aan te geven hoeveel sociale huurwoningen er gaan komen. Wel is de kaderstelling voor het plan het een en ander opgenomen over het gewenste bouwprogramma. Zie pagina 14 en 15 van de bijlage. 2. Met welke Grondprijzen is er gerekend voor de opbrengst van de grond? Antwoord: in de bijlage van het raadsvoorstel is op pagina 17 te zien dat er is gerekend met een vaste grondwaarde per type woning. De bedragen liggen met een bandbreedte van 27.500 tot 66.000 euro per woning. Waarbij ook gelijk de opmerking wordt gemaakt dat er nu een haalbaarheidsanalyse is gemaakt. De grondexploitatie komt terug in het Projectenboek 2021. Uiteraard zijn deze prijzen nog voor marktwerking.
3. Worden de woningen, wijkservice en brandweerkazerne Veng opgeleverd? 3.1 Zo nee, op welke wijze dan wel? Antwoord: het uitgangspunt is dat Wijkservice in een VENG-gebouw wordt gehuisvest. Hierbij opgemerkt dat het dan alleen de gebouw gebonden installaties betreft. Voor de brandweer is uiteraard ook het streven om VENG als uitgangspunt te hanteren. In de vervolgfase wordt dit verkend of dit haalbaar is. Dit zal bij het vervolgvoorstel worden betrokken. De woningen zullen voldoen aan het gemeentelijk beleid. Mogelijk dat in de marktwerking nog een hogere ambitie kan worden gerealiseerd. 4. In het plan wordt gesproken over groene daken. Zijn hier nog Zonnepanelen op te plaatsen? 4.1 Zo ja, gaat dit dan ook gebeuren? Antwoord: zoals hiervoor al eerder aangegeven, ligt er op dit moment nog geen ontwerp voor. In het vervolg zal het idee om groene daken toe te passen verder worden uitgewerkt. Hierbij zal uiteraard ook naar de energievraag gekeken worden, en daarmee ook de zonnepanelen. Overigens hoeft dit lang niet altijd tegenstrijdig aan elkaar te zijn. Groen zorgt verkoeling waardoor er met name op warme dagen er geen / minder rendement verloren gaat bij de zonnepanelen. 5. Volgens dit stuk komt de Ademluchtbehandelingsplaats te vervallen. Terwijl er in de kadernota van de VRU de mogelijkheid om het naar Veenendaal te halen nog open staat.
Welke van de twee is juist? Antwoord: voorliggend voorstel is van recentere datum, kortom de Ademluchtwerkplaats in Veenendaal is niet meer aan de orde vanuit de VRU gezien.