CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Soorten verbonden partijen - bijlage 2

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Nota Verbonden Partijen 20243.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 bij de Nota Verbonden Partijen 2024: Soorten verbonden partijen

Welke soorten verbonden partijen zijn er? Er zijn verschillende soorten verbonden partijen, die kunnen worden onderverdeeld in publiekrechtelijke participaties, privaatrechtelijke participaties en publiek-private samenwerkingen (PPS). Deze soorten kunnen verder worden onderverdeeld naar verschillende vormen.

Publiekrechtelijke participaties Bij publiekrechtelijke participaties gaat het om de deelname van de gemeente aan gemeenschappelijke regelingen. Voor het besturen van een gemeenschappelijke regeling is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) ingesteld, de basis voor die wet is de Gemeentewet. Binnen de Wgr en de Gemeentewet worden de elementaire zaken geregeld, zoals het tijdig hebben van een begroting. De Wgr is in essentie het wettelijk kader voor de (vrijwillige) samenwerking tussen gemeenten voor de uitvoering van lokale taken. Varianten Er bestaat een aantal varianten van een gemeenschappelijke regeling, deze worden hieronder nader toegelicht. Van deze varianten wordt de regeling met een openbaar lichaam het meest gebruikt. Daarnaast bestaan er het gemeenschappelijk orgaan, de centrumgemeente-constructie, de lichte gemeenschappelijke regeling (regeling zonder meer) en de bedrijfsvoeringsorganisatie.

Privaatrechtelijke participaties Bij privaatrechtelijke participaties gaat het om de deelname van de gemeente in private rechtspersonen. Stichtingen, verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen (NV’s) en besloten vennootschappen (BV’s) zijn privaatrechtelijke rechtspersonen. Gemeentelijke vertegenwoordigers kunnen binnen deze rechtspersonen bestuurlijke of andere bevoegdheden uitoefenen, bijvoorbeeld als commissaris. De verschillende vormen worden hieronder uitgewerkt.

Publiek Private Samenwerkingen Publiek-private samenwerking (PPS) is een samenwerkingsverband waarbij overheid en bedrijfsleven, met behoud van eigen identiteit en verantwoordelijkheid, gezamenlijk een project realiseren op basis van een heldere taak- en risicoverdeling. Het resultaat van de samenwerking is meerwaarde, een kwalitatief beter eindproduct voor hetzelfde geld, of dezelfde kwaliteit voor minder geld. Er ontstaat voordeel voor beide partijen. PPS kent meerdere verschijningsvormen. De volgende modellen worden onderscheiden: gemeentelijke grondexploitatie, concessie, zelfrealisatie, bouwclaim en joint-venture. Deze vormen van PPS zijn hieronder verder uitgewerkt. Een PPS-project moet aan een aantal criteria voldoen: • Gemeente en bedrijfsleven werken samen op basis van duidelijke, contractueel vastgelegde afspraken; • Er is contractueel vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is en wie welke kosten en risico’s draagt; • Het gaat om het realiseren van zowel maatschappelijke als commerciële doelen; • Beide partijen verwachten dankzij de samenwerking en de inbreng van ieders specifieke deskundigheid een beter resultaat tegen dezelfde of lagere kosten te realiseren; • Elke partij behoudt zijn eigen identiteit en verantwoordelijkheid.

Indien er wordt besloten tot het aanstellen van een gemeentelijke vertegenwoordiging in een jointventure constructie en is er sprake van een financieel én een bestuurlijk belang en wordt de constructie gezien als verbonden partij. 1

Gemeenschappelijke regelingen Openbaar lichaam Beschrijving

Toepassing

Dit is de zwaarste vorm van een gemeenschappelijke regeling. Het openbaar lichaam heeft de status van rechtspersoon. Het bestuur van een dergelijke gemeenschappelijke regeling kan zelfstandig deelnemen aan het rechtsverkeer en bijvoorbeeld overeenkomsten sluiten en personeel in dienst nemen. Gemeenten kunnen vrijwel al hun taken en bevoegdheden overdragen aan een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam. Deze variant wordt het meest gebruikt. Voor de meeste vormen van intergemeentelijke samenwerking wordt door gemeenten een regeling met een openbaar lichaam ingesteld. De kenmerken van deze constructie luiden: • Een openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid en kan zelfstandig deelnemen aan het private verkeer; • Gemeenten kunnen aan een openbaar lichaam – behoudens enkele wettelijke uitzonderingen – alle gemeentelijke taken en bevoegdheden overdragen; • Een openbaar lichaam heeft een verplicht voorgeschreven bestuursstructuur, bestaande uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Het algemeen bestuur kan bestuurscommissies instellen. Daarnaast kan elk bestuursorgaan andere commissies instellen; • De regeling dient informatie- en verantwoordingsbepalingen te bevatten; • Het bestuur stelt jaarlijks een begroting en een rekening vast.

Deze constructie komt in de praktijk het meest voor en kan binnen de grenzen van de Wgr naar believen worden toegepast voor uiteenlopende vormen van samenwerking.

Gemeenschappelijk orgaan Beschrijving

Toepassing

Dit is een lichtere vorm van een gemeenschappelijke regeling. Zo heeft een gemeenschappelijk orgaan geen rechtspersoonlijkheid, waardoor het geen personeel in dienst kan hebben. Een gemeenschappelijk orgaan is vooral geschikt als overlegorgaan tussen gemeenten. Voor samenwerkings- of overlegvormen waarbij geen rechtspersoonlijkheid of een duidelijke bestuursstructuur vereist is, kan door gemeenten een regeling met een gemeenschappelijk orgaan worden ingesteld. De structuur daarvan heeft de volgende kenmerken: • Een gemeenschappelijk orgaan bezit geen rechtspersoonlijkheid en kan niet zelfstandig opereren in het private verkeer; • Gemeenten kunnen aan zo’n orgaan wel taken en bevoegdheden overdragen, behalve de bevoegdheid tot belastingheffing en het vaststellen van andere algemeen verbindende voorschriften; • Vanwege het ontbreken van rechtspersoonlijkheid worden niet het gemeenschappelijk orgaan, maar de deelnemende gemeenten gebonden aan de effecten van de besluitvorming door het algemeen orgaan; • Een gemeenschappelijk orgaan dient te beschikken over een algemeen bestuur en een voorzitter, een dagelijks bestuur is niet verplicht; • Naast bepalingen over informatie en verantwoording dient een begroting en rekening te worden vastgesteld.

Deze constructie wordt gebruikt voor zaken of onderwerpen waarbij het bezit van rechtspersoonlijkheid of een duidelijke bestuursstructuur niet noodzakelijk is.

2

Centrumgemeente-constructie Beschrijving

Toepassing

Bij deze vorm dragen gemeenten taken en bevoegdheden over aan een andere gemeente (de centrumgemeente). De centrumgemeenteconstructie is een juridische vorm om uitbesteding van taken en bevoegdheden te regelen en is wat dat betreft vergelijkbaar met een samenwerkingsovereenkomst. Bij deze vorm wordt de uitoefening van bepaalde bevoegdheden opgedragen aan een bestuursorgaan of ambtenaar van een van de deelnemende gemeenten (de centrumgemeente). Gemeenten kunnen er voor kiezen om de samenwerking inzake belangen onder te brengen in een zogenaamde centrumgemeente-constructie. In deze constructie oefent een centrumgemeente voor andere gemeenten de bevoegdheden uit die in de regeling staan omschreven, zonder dat die bevoegdheden zelf overgaan. Deze constructie heeft de volgende kenmerken: • Een centrumgemeente-constructie heeft geen zelfstandige rechtspersoonlijkheid; • Er worden door de deelnemende gemeenten geen bevoegdheden overgedragen.

Het bestaande bevoegdhedenpakket en de daaraan gekoppelde gemeentelijke besluitvormingsstructuren van de afzonderlijke provincies blijven intact; • Wel kan de uitoefening van de in de regeling omschreven taken worden overgedragen of overgelaten aan de centrumgemeente; • De bepalingen uit de Wgr voor het verschaffen van informatie en het afleggen van verantwoording zijn niet van toepassing; • Voor haar activiteiten hoeft geen begroting of rekening te worden vastgesteld.

Deze constructie wordt in de praktijk vaker gebruikt voor de uitvoering van een bepaalde taak, die op die manier efficiënter of goedkoper kan worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld een gezamenlijke vuilophaaldienst.

Lichte gemeenschappelijke regeling (regeling zonder meer) Beschrijving

Toepassing

Deze vorm wordt niet expliciet in de Wgr genoemd, maar bestaat wel als zodanig. Het is een lichte samenwerkingsovereenkomst die wordt aangegaan op grond van artikel 1 Wgr, waarbij geen bestuursorgaan in het leven wordt geroepen of bevoegdheden worden overgedragen. Er worden in de Wgr geen eisen gesteld ten aanzien van de totstandkoming en inrichting van regelingen zonder meer. Een regeling zonder meer is wat dat betreft te vergelijken met een convenant. Gemeenten kunnen een gemeenschappelijke regeling aangaan zonder dat een centrumgemeente-constructie, een gemeenschappelijk orgaan of een openbaar lichaam met zelfstandige rechtspersoonlijkheid wordt ingesteld. De kenmerken van deze zogenaamde lichte gemeenschappelijke regeling luiden als volgt: • Een lichte gemeenschappelijke regeling bezit geen rechtspersoonlijkheid en kan niet als zelfstandig rechtspersoon optreden in het private verkeer; • Aan de regeling kunnen geen taken of bevoegdheden van deelnemende gemeenten worden overgedragen; • Er is geen sprake van verplichte geleding in een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter; • De deelnemende gemeenten worden in beginsel niet gebonden door de besluitvorming van de regeling; • Voor gezamenlijk beleid of binding daaraan is gelijkluidende besluitvorming door de afzonderlijke deelnemers noodzakelijk;

Deze constructie wordt in de praktijk met name gebruikt als overlegstructuur over zaken waaraan in politieke of financiële zin geen formele consequenties verbonden zijn.

3

•

De bepalingen uit de Wgr voor het verschaffen van informatie of het afleggen van verantwoording zijn niet van toepassing. In feite is sprake van een vorm van een convenant.

De bedrijfsvoeringsorganisatie Beschrijving

Toepassing

Dit is een relatief nieuwe samenwerkingsvorm op grond van art. 8, derde lid, Wgr. waarmee onder meer wordt beoogd om de publiekrechtelijke samenwerking tussen decentrale overheden te verbeteren. Het gaat om een regeling waar uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders aan kunnen deelnemen. Voor gemeenschappelijke regelingen op het gebied van bedrijfsvoering en uitvoeringstaken is in de praktijk behoefte ontstaan aan een nieuwe samenwerkingsvorm die net als een openbaar lichaam wel rechtspersoonlijkheid heeft, maar niet belast is met de ‘zware’ bestuursstructuur (met een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter). De bestuursstructuur is vergelijkbaar met die van een gemeenschappelijk orgaan (enkelvoudig bestuur).

Ter behartiging van zowel de sturing en beheersing van ondersteunende processen als uitvoeringstaken

Voorbeelden van bedrijfsvoeringsterreinen waarop in een bedrijfsvoeringsorganisatie kan worden samengewerkt zijn personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, administratie, communicatie en huisvesting (zogenaamde PIOFACH-taken). Voorbeelden van uitvoeringstaken zijn het opleggen van belastingaanslagen en het invorderen van belastingen, groenvoorziening, afvalinzameling, gemeentereiniging, leerlingenvervoer en het uitvoeren van de Leerplichtwet. De gedachte is dat taken op het gebied van bedrijfsvoering naar hun aard, “vanwege hun beleidsneutrale karakter” niet vragen om een zware bestuurlijke aansturing. Dat geldt ook voor uitvoeringstaken die geen of een geringe beleidsmatige component hebben. Voor een slagvaardige aansturing van de organisatie is tegelijkertijd wel rechtspersoonlijkheid vereist. Omschrijving bedrijfsvoeringsorganisatie Een bedrijfsvoeringsorganisatie is een rechtspersoon en wordt ingesteld bij een zogenaamde collegeregeling waaraan uitsluitend colleges van B&W deelnemen. De regeling mag alleen worden getroffen “ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemers”. Dit is een belangrijke beperking waarmee beoogd wordt aan te geven dat het niet de bedoeling is dat in de bedrijfsorganisatie beleidsmatige keuzes worden gemaakt.

Die keuzes horen thuis bij een gemeente of een openbaar lichaam.

4

Privaatrechtelijke rechtsvormen Naamloze vennootschap (NV) De NV is een open samenwerkingsverband met een in overdraagbare aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal. De oprichting van een NV vindt plaats bij notariële akte. De NV kent een bestuur en een algemene vergadering van aandeelhouders. Bij de statuten kan bepaald worden dat er een raad van commissarissen zal zijn. Aandeelhouders en bestuurders zijn niet aansprakelijk met hun privévermogen voor schulden van de rechtspersoon. De bestuurders zijn verplicht de NV in te schrijven in het handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel. Bestuurders zijn in de volgende gevallen naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk: • Indien de opgave ter eerste inschrijving in het handelsregister nog niet heeft plaatsgevonden; • Indien het gestorte deel van het kapitaal niet ten minste bij de oprichting het voorgeschreven minimumkapitaal bedraagt; • Indien bij de oprichting van geplaatste kapitaal niet tenminste ¼ deel van het nominale bedrag is gestort. De NV is een rechtspersoon, zelfstandig drager van rechten en plichten, die onder eigen naam deelneemt aan het rechtsverkeer. De aandelen worden uitgegeven aan toonder of op naam en zijn vrij verhandelbaar, tenzij in de statuten is geregeld dat de overdraagbaarheid van de aandelen op naam is beperkt. De NV is uitvoering in het Burgerlijk Wetboek geregeld.

Wet Bestuur en Toezicht De Wet bestuur en toezicht introduceerde het monistische bestuursmodel van de one-tier board als een alternatief voor het dualistische bestuursmodel van de 'two-tier board', waarbij een raad van bestuur en een raad van commissarissen naast elkaar functioneren. Naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen kunnen kiezen voor één raad van bestuur, waarvan zowel uitvoerende bestuurders als niet uitvoerende bestuurders deel uitmaken. Wanneer deze situatie zich in de gemeente zal voordoen, zal dat gevolgen hebben voor de sturing van de verbonden partij. One-tier ondernemingen hoeven namelijk geen wettelijke verantwoording af te leggen over een aantal bepalingen die wel van toepassing zijn op two-tier ondernemingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bepalingen over de beloningen van bestuurders, de taak en werkwijze van het bestuur en van de raad van commissarissen en de deskundigheid en samenstelling van de raad van commissarissen. De one-tier structuur wint daarmee aan flexibiliteit en ondernemingsvriendelijkheid, maar kan in potentie ten koste gaan van de transparantie over de besluitvorming van het bestuur en van de bescherming van de stakeholders.

Besloten Vennootschap (BV) Een BV wordt aangegaan met het oog op de persoonlijke eigenschappen en kwaliteiten van de aandeelhouders. De oprichting van een BV vindt plaats bij notariële akte. De BV kent een bestuur en een algemene vergadering van aandeelhouders. Bij de statuten kan bepaald worden dat er een raad van commissarissen zal zijn. Aandeelhouders en bestuurders zijn niet aansprakelijk met hun privévermogen voor schulden van de rechtspersoon. De bestuurders zijn verplicht de BV in te schrijven in het handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel. Bestuurders zijn in de volgende gevallen naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk: • Indien de opgave ter eerste inschrijving in het handelsregister nog niet heeft plaatsgevonden; • Indien het gestorte deel van het kapitaal niet ten minste bij de oprichting het voorgeschreven minimumkapitaal bedraagt; • Indien bij de oprichting van geplaatste kapitaal niet tenminste ¼ deel van het nominale bedrag is gestort. De BV is een rechtspersoon, zelfstandig drager van rechten en plichten, die onder eigen naam deelneemt aan het rechtsverkeer. De aandelen worden uitgegeven op naam en zijn niet vrij verhandelbaar. De BV is uitvoerig in het Burgerlijk Wetboek geregeld.

5

De structuurvennootschap Indien een NV of een BV onder het structuurregime valt, dan zijn de bevoegdheden van de organen van de vennootschap anders verdeeld. Een aantal bevoegdheden dat door de wet wordt toegekend aan de algemene vergadering van aandeelhouders, wordt bij een structuurvennootschap gelegd bij de Raad van Commissarissen (een verplicht orgaan dat uit minimaal drie natuurlijke personen bestaat). Dit betekent dat de invloed van de aandeelhouders op het bestuur van de structuurvennootschappen beperkt wordt. De bevoegdheden die in een structuurvennootschap bij de RvC liggen: • De Raad van Commissarissen benoemt, schorst en ontslaat bestuurders; • De Raad van Commissarissen stelt de jaarrekening vast; • De Raad van Commissarissen keurt bepaalde bestuursbesluiten goed. NV’s en BV’s worden structuurvennootschappen als gedurende drie jaar aan de volgende voorwaarden is voldaan: • Het geplaatste kapitaal tezamen met de reserves volgens de balans met toelichting bedraagt minimaal 16 miljoen; • Er is een ondernemingsraad ingesteld; • Er zijn minimaal 100 werknemers in dienst. \ Stichting Een stichting is door een rechtshandeling in het leven geroepen rechtspersoon die geen leden kent. Een stichting beoogt met behulp van een daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken. Een stichting heeft geen winstoogmerk en wordt opgericht bij notariële akte.

De bestuurders zijn verplicht de stichting te doen inschrijven in een openbaar register, gehouden door de Kamer van Koophandel binnen het gebied waarin de stichting haar woonplaats heeft. Wanneer dit niet heeft plaatsgevonden is iedere bestuurder voor een rechtshandeling waardoor hij de stichting bindt, naast de stichting hoofdelijk aansprakelijk. Maakt een bestuurder misbruik van zijn bevoegdheid of gaat hij zijn bevoegdheid te buiten dan kan de bestuurder onder omstandigheden ook persoonlijk aansprakelijk zijn. De stichting is een rechtspersoon.

Commanditaire Vennootschap (CV) Een CV is een samenwerkingsverband waarop de regels van het BW en van het Wetboek van Koophandel van toepassing zijn. De CV bestaat uit twee soorten vennoten: commanditaire vennoten (ook wel ‘stille’ vennoten) en beherende vennoten. Commanditaire vennoten mogen geen beheersdaden of vertegenwoordigingshandelingen verrichten. Indien een commanditaire vennoot beheersdaden verricht, is hij medeaansprakelijk. Zijn aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag van de inbreng. Beherende vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de CV. De CV is een maatschapsvorm waarbij alle vennoten een inbrengplicht hebben. Een CV bezit geen rechtspersoonlijkheid en kan derhalve niet zelfstandig rechten en plichten dragen. De CV is beperkt geregeld in de wet, waardoor veel aandacht besteed moet worden aan het CV-contract. Vanwege het karakter van de CV zal deze rechtsvorm enkel in PPS-constructies in combinatie met een BV of NV worden gebruikt.

6

Vereniging Een vereniging is een rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel. Een vereniging wordt bij meerzijdige rechtshandeling en bij notariële akte opgericht. Informele verenigingen (verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid) kunnen zonder notariële akte tot stand komen. De bestuurders van een vereniging waarvan de statuten zijn opgenomen in een notariële akte, zijn verplicht de vereniging te doen inschrijven in een openbaar register, gehouden door de Kamer van Koophandel binnen het gebied waarin de vereniging haar woonplaats heeft. Wanneer dit niet heeft plaatsgevonden is iedere bestuurder voor een rechtshandeling waardoor hij de vereniging bindt, naast de vereniging hoofdelijk aansprakelijk. Bestuurders van een vereniging waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte, zijn, naast de vereniging, hoofdelijk aansprakelijk voor schulden uit een rechtshandeling die tijdens hun bestuur opeisbaar worden. De vereniging is een duale rechtsvorm met een bestuur en een algemene ledenvergadering.

Coöperatie Een coöperatie is een speciale vereniging, die overeenkomsten aangaat met en voor haar leden. Veel voorkomende coöperaties voor ondernemers zijn de bedrijfscoöperatie en de ondernemerscoöperatie. Bedrijfscoöperatie Een bedrijfscoöperatie behartigt bepaalde zakelijke belangen van haar leden, zoals inkoop of reclame. Een bekend voorbeeld is Friesland Campina, een grote zuivelcoöperatie. De leden zijn aangesloten melkveehouders, die meedelen in de winst. Ondernemerscoöperatie De ondernemerscoöperatie is een coöperatie waarbij alle leden zelfstandig samenwerken, bijvoorbeeld aan een project. Deze coöperatievorm is onder meer geschikt voor zzp’ers. Die kunnen gezamenlijk een bepaalde klus of project doen, die zij alleen niet kunnen aannemen of uitvoeren. Voor de klant heeft dat als voordeel dat hij één aanspreekpunt heeft en dat hij meer zekerheid heeft over het op tijd afronden van het project. Leden die aan zo’n project deelnemen (als natuurlijke persoon, niet als rechtspersoon) moeten ook nog andere opdrachtgevers hebben om te worden beschouwd als ondernemer voor de inkomstenbelasting. Oprichten en in stand houden van een coöperatie Een coöperatie moet door ten minste twee partijen worden opgericht. De hoogste zeggenschap ligt bij de Algemene Ledenvergadering. Deze vergadering benoemt het bestuur.

De oprichting vindt plaats met een door een notaris opgemaakte akte en de coöperatie moet worden ingeschreven in het Handelsregister. De leden betalen mee aan de kosten voor oprichting en het in stand houden van de coöperatie. Winst kan bijvoorbeeld worden verdeeld op basis van het werk dat een lid voor de coöperatie heeft uitgevoerd. De leden mogen hier zelf afspraken over maken. Aansprakelijkheid De coöperatie is als rechtspersoon aansprakelijk. Als de coöperatie wordt ontbonden en er zijn schulden, dan zijn de leden voor een gelijk deel aansprakelijk hiervoor. De aansprakelijkheid kan worden uitgesloten door een 'coöperatie met beperkte aansprakelijkheid' (BA) of een 'coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid' (UA) op te richten. Bij een ondernemerscoöperatie zijn de leden die meedoen aan een project aansprakelijk voor de goede uitvoering van dat project. Voor bestuurders geldt de anti-misbruikwetgeving (zie de BV).

7

Modellen Publiek-private samenwerking PPS Modellen / onderwerp

Gemeentelijke exploitatie

Bouwclaim

Joint-venture (gezamenlijke grondexploitatie)

Concessie

Grondverwerving

Overheid

Overheid neemt grond af van private partij

Door de Jointventure (GEM) of door partijen gezamenlijk conform onderlinge afspraak

Overheid

Zelfrealisatie (private Private partij grondexploitat ie)

Planvorming Overheid (eventueel getoetst in marktconsultatie)

Overheid, met afstemming op hoofdlijnen met de private grondeigenaren

Gezamenlijk

Bouwrijp maken

Gronduitgifte

Grondexploitatierisico

Overheid

Overheid

Overheid

Overheid

Overheid aan de private partijen waarvan overheid grond heeft afgenomen

Gezamenlijk

Joint-venture (GEM), veelal aan de private partijen die participeren in de GEM

Gezamenlijk

Overheid, aan de private partijen die de concessie krijgen

Private partij

Geen uitgifte (private partij realiseert zelf op eigen grond)

Private partij

Private partijen, binnen door overheid Private partij gestelde kaders Gezamenlijk of door private partij (binnen bestemmingsplan)

Overheid, maar vaak een afnameplicht van private partijen tegen vooraf bepaalde prijs

Overheid met kostenverhaal op private partij, of door private partij

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14537241/1