5. Notitie AB - Eindejaar prognose 2024
Tekst van het document
NOTITIE algemeen bestuur (agendapunt 5.b.2 - ter bespreking) aan
de leden van het algemeen bestuur
van opsteller
het dagelijks bestuur Planning & Control/Controller
DB portefeuillehouder
B.C. Lont
telefoon
088 – 022 50 00
datum
21 november 2024
onderwerp
Eindejaarprognose resultaat 2024
t.b.v.
Vergadering d.d. 19 december 2024
aantal pag.
4
bijlagen
-
Voorgesteld wordt om: 1) de ‘Eindejaarprognose 2024’ te bespreken.
samenvatting Het resultaat in de ‘Eindejaarprognose 2024’ komt uit op een positief resultaat van €123K en vertoont daarmee een positieve afwijking van €149K t.o.v. het resultaat in de tweede prognose 2024 (negatief €27K) en een verbetering van €405K t.o.v de eerste bijgestelde begroting (negatief €282K). Belangrijke oorzaken van deze verbetering met een effect van meer dan €100K t.o.v. de eerste bijgestelde begroting zijn: - lagere inhuurkosten productieafdelingen in relatie met lagere productie 190K; - te verwachten rentebaten van €170K; - lagere kapitaallasten door lagere investeringen en niet geactiveerde kosten in 2023 €140K; - inspanningen om tekort terug te dringen circa €120K; - lagere algemene kosten €103K. De volgende factoren hebben een negatief effect van meer dan -€100K op het geprognosticeerde resultaat t.o.v. de eerste bijgestelde begroting 2024: - extra dotatie voorziening bovenwettelijk verlof €113K; - hogere inhuurkosten overhead €200K. Ten opzichte van de tweede prognose 2024 is de belangrijkste verbetering de lagere inhuurbehoefte. Bij de productieafdelingen komt dat door de hogere eigen productie waardoor minder inhuur nodig is en bij de overhead door een bijstelling van de eerdere behoefte. Al met al laat de Eindejaarprognose een belangrijke financiele resultaatverbetering zien.
Wel willen we benadrukken dat de werkelijke resultaten nog kunnen afwijken van deze prognose. Op een begroting van €25 mln kan het resultaat door onzekerheden (mee en/of tegenvallers) en ondanks dat de ODRU op een positief resultaat stuurt, toch op een bedrag van enkele tonnen verschil uitkomen. In de burap t/m oktober 2024, die eveneens op de agenda staat, vindt u nadere toelichting over: - het verloop van het gerealiseerde resutaat over de maanden t/m oktober 2024; - de inspanningen van de ODRU om het begrote tekort terug te dringen. 1 van 4
toelichting De te leveren uren en de lasten zijn door P&C afgestemd met de afdelingshoofden. Tevens is de Eindejaarprognose 2024 besproken met de directeur en de controller. Hierbij zijn zowel de cijfers t/m september gebruikt. Nadat de cijfers van oktober zijn verwerkt zijn nog enkele aanpassingen verwerkt.
A - Zaken die van invloed zijn op het resultaat: 1) De verwachting is dat bij de baten eigenaar gemeenten de totale productie voor heel 2024 achterblijft bij de eerste bijgestelde begroting. De productie loopt bij de afdelingen bij meerdere producten conform of voor op de verwachting. Hier is hard aan gewerkt. De productie had hoger kunnen zijn als het gelukt was om op bepaalde plekken extra formatie/ inhuur te contracteren. Vanwege de situatie op de arbeidsmarkt is dat helaas nog niet gelukt. In de eerste bijgestelde begroting is uitgegaan van 194.000 uur productie bij de eigenaar gemeenten. In de Eindejaarprognose is de verwachting nog verder neerwaarts bijgesteld. 2) De verwachting op basis van de laatste jaren is dat de aanvullende omzet nog wat lager uitpakt dan eerder voorzien. De baten en (inhuur)lasten zijn hierop aangepast. 3) De verwachting is dat opbrengsten bij de overige goederen en diensten nog wat meer achterblijven dan eerder voorzien. De neerwaartse bijstelling gaat met name om de apparaatskosten voor de provinciale bodemtaken. Hier zijn zowel de baten als de lasten neerwaarts bijgesteld. De onder deze post vallende SPUK gelden voor twee projecten worden wel volgens planning ingezet. 4) Door de lagere verwachtingen van de productie is er ook minder inhuur nodig bij de declarabele afdelingen.
Bij de overhead is de post inhuur in de Eindejaarprognose ook neerwaarts bijgesteld t.o.v. de eerdere prognose maar nog altijd wel hoger dan volgens de eerste bijgetelde begroting. De personele overhead bezetting bevindt zich onder de norm van 25%. 5) Bij de kapitaalbaten is de verwachting dat de rentebaten uitkomen op €170K. Dit is nog 10K hoger dan eerder verwacht in de tweede prognose. Dit betreft een niet begrote financiële meevaller omdat deze, vanwege onzekerheid hierover, uit voorzichtigheid niet is meegenomen in de eerste bijgestelde begroting van 2024. Deze baten hebben dus grote invloed op het betere geprognosticeerde resultaat t.o.v. de eerste bijgestelde begroting 2024. 6) De bijstellingen bij de materiële kosten zijn minimaal. Wel zijn de kapitaallasten neerwaarts bijgesteld met €140K t.o.v. de 1e bijgestelde begroting 2024 door de lagere investeringen in de afgelopen jaren en het niet volledig inzetten van het investeringsbudget in 2024. 7) De algemene kosten zijn neerwaarts bijgesteld. Onder de algemene beheer- & administratiekosten vallen ook de kosten voor archief beheer en service. In deze prognose zijn alleen de reguliere kosten opgenomen. Mogelijk komen er in 2025 extra kosten wegens een grote opschoon- en terug leveractie naar de gemeenten. Een plan daarvoor met de financiële lasten en dekking zal t.z.t. in het bestuur worden besproken.
8) Een inschatting van de extra lasten voor de aanpassing van de huisvesting bij de Boswerf die betrekking hebben op 2024, is meegenomen in de Eindejaarprognose. In het bestuur is afgesproken dat de extra kosten zullen worden doorbelast aan de gemeenten die gebruik maken van de diensten van De Boswerf. De extra lasten zijn om die reden ook als baten meegenomen zodat de extra lasten worden gedekt door de gebruikers. 9) De gemiddelde inhuurtarieven komen voor de lopende contracten uit op €82,- per uur en zijn daarmee hoger dan de begrote tarieven van €77,- per uur. Er is een grote variatie in tarieven en ook de stijging is afhankelijk van de uit te voeren taken. Op jaarbasis zijn de tarieven van de contracten met 9% gestegen. 10) In de Eindejaarprognose is geen rekening gehouden met een verdere stijging van de voorziening voor het bovenwettelijk verlof t.o.v. de tweede prognose. Het is nog onzeker hoe dit zich verder ontwikkelt in de laatste 2 maanden omdat de meeste mutaties plaatsvinden aan het eind van het jaar. De post is in de Eindejaarprognose niet aangepast. 2 van 4
11) Bij de salarislasten is rekening gehouden met de CAO-stijging van oktober 2024. 12) In de eerste bijgestelde begroting is onder de salariskosten een stelpost opgenomen van €191K voor het verzwaren van het functiehuis (het in het uurtarief voor 2024 opgenomen extra ruimte voor het functiehuis). Inmiddels is een aantal zaken doorgevoerd en is voor 2024 rekening gehouden met besteding van €125K (ruim €90K voor arbeidsmarkttoelagen en €35K voor functioneringstoelagen). Onderstaand volgt het overzicht met de verwachte resutaat ontwikkeling (ten op zichte van de eerste bijgestelde begroting):
Onderstaand volgt het overzicht van baten en lasten met daarin de Eindejaarprognose 2024:
3 van 4
B - Stand van zaken van de inspanningen om het begrote tekort terug te dringen Conform afspraak met het bestuur doet de ODRU diverse inspanningen om het in de eerste bijgestelde begroting 2024 tekort van €282K negatief zoveel mogelijk terug te dringen. Bij bespreking van de eerste prognose is dit onderwerp in het MT aan de orde geweest en verder geconcretiseerd tot 4 besparingsdoelen. De begrotingsposten zijn daarbij doorgenomen. Twee besparingsdoelen zijn inmiddels gerealiseerd en meegenomen in deze Eindejaarprognose. Het betreft het niet invullen van een vrijgevallen managementfunctie en het opschuiven van enkele algemene opleidingen (niet SPUK) naar 2025. Dit levert in ieder geval voor 2024 een besparing op van €120K. Bovendien kunnen de vrijgevallen uren worden ingezet voor de productie waardoor het voordeel nog iets groter wordt. De andere twee besparingsdoelen zijn het maximale doen om de gecontracteerde uren te maken en de personele bezettingsgraad verder opvoeren. Maandelijks wordt dit onderwerp gecommuniceerd in de MT-rapportage en onder meer binnen het MT besproken als ook in de realisatie gesprekken met de directeur.
4 van 4