5.f Visie Stadspark - visiedocument - bijlage 6
Tekst van het document
MEMO Documentnummer Aan Kopie aan
Team Naam behandelaar
Datum Onderwerp
2021\37766 Anita Dirix Ronald Hartman, Guido van Hattem, Henk ter Elst Adviseurs Openbaar Beheer Marlene Gassner
Telefoonnummer
(0318) 538748
17 november 2021 Verkenning herinrichting Groeneveldselaan als fietsstraat
Inleiding Op dit moment wordt er gewerkt aan een project om het Stadspark/Surfvijver in te richten als park met ondersteunende functies, zoals spelen, sporten, recreëren en ondersteunende horeca. Ook wordt er nagedacht om de Surfvijver om te vormen naar een regionale zwemplas. De Groeneveldselaan is voor de ontsluiting van het gebied een belangrijke verbinding. In de huidige situatie bestaat de Groeneveldselaan uit een rijbaan voor gemotoriseerd verkeer en een vrijliggend tweerichtingenfietspad, gescheiden door een begeleidende heg. De huidige profielindeling neemt veel ruimte in en vormt nu binnen het Stadspark een onwenselijke barrière die het Stadspark in twee delen splitst. Om meer eenheid en ruimtelijke samenhang te creëren is het wenselijk dat de huidige inrichting van de Groeneveldselaan wordt aangepast. Als mogelijke oplossing wordt een gemengde verkeersafwikkeling voor gemotoriseerd verkeer en fietsers gezien, waarbij de weg als fietsstraat zal worden ingericht. Een herinrichting als fietsstraat wordt ook vanuit verkeer als wenselijke oplossing gezien omdat een fietsstraatprofiel de aanwezigheid van fietsers op deze belangrijke fietsroute benadrukt. Deze memo beschrijft onder welke randvoorwaarden de Groeneveldselaan als goed functionerende en veilige fietsstraat kan worden heringericht met het doel meer ruimtelijke samenhang in het Stadspark te creëren.
Deze vraag wordt beantwoord op basis van het huidige en toekomstige gebruik van de Groeneveldselaan, waarbij twee scenario’s worden onderzocht: een scenario met en zonder zwemplas. Vanwege de regionale functie die de Surfvijver als zwemplas zal krijgen, neemt de aantrekkingskracht en het aantal verkeersbewegingen van en naar het Stadspark sterker toe dan wanneer er geen zwemplas komt. Voor de veiligheid van fietsverkeer wordt voor beide scenario’s het uitgangspunt gehanteerd dat de nieuwe parkeervoorziening voor het Stadspark aan de zuidzijde van het plangebied wordt gerealiseerd. Het fietsstraatprofiel begint vervolgens ten noorden van de ontsluiting van de parkeervoorziening op de Groeneveldselaan. Hiermee wordt het autoverkeer van en naar het Stadspark nog vóór het begin van de fietsstraat opgevangen. Op basis van bovenstaande randvoorwaarden geldt voor beide scenario’s (huidige Surfvijver of Surfvijver als zwemplas) dat een fietsstraatinrichting zonder te verwachten problemen mogelijk is.
Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 • Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag
Huidige verkeerssituatie Auto- en fietsintensiteiten zijn van grote invloed op het functioneren van een fietsstraat. Om het huidige gebruik van de Groeneveldselaan inzichtelijk te maken, zijn mechanische verkeerstellingen van het aantal fietsers en gemotoriseerd verkeer uitgevoerd. In de huidige situatie is een deel van het sportpark De Groene Velden door de GGD als teststraat ingericht. De telresultaten bevatten daarom ook verkeer van/naar de teststraat. Naar verwachting is er sprake van een relatief constante verkeersstroom van/naar de teststraat. Aangenomen wordt dat er per uur enkele tientallen auto’s en fietsen naar de teststraat komen. Omdat de teststraat op lange termijn weer verdwijnt, zal het aantal voertuigen op de Groeneveldselaan in toekomst weer afnemen. Het onderzoek is uitgevoerd van donderdag 30 september tot zondag 17 oktober 2021. Tijdens het onderzoek is het aantal gemotoriseerd verkeer en fietsers op de Groeneveldselaan tussen de Grote Pekken en De Groene Figuur 1: Meetpunten verkeerstellingen Velden (telpunt 1) geteld. Daarnaast zijn ook de intensiteiten op het fietspad tussen de Grebbeweg en Prins Clauslaan (telpunt 2) en het fietspad Tinneweide tussen de Tinneweide en Groeneveldselaan (telpunt 3) gemeten. Een overzicht van deze telpunten is opgenomen in figuur 1.
In grafiek 1 is het aantal voertuigen per etmaal op telpunt 1 voor de gemiddelde werkdag, zaterdag en zondag weergegeven.
Grafiek 1: Etmaalintensiteiten Groeneveldselaan Uit de telresultaten blijkt dat er sprake is van een gelijkmatige verdeling over beide rijrichtingen. Telkens toont de grafiek dat zaterdag de drukste dag is voor gemotoriseerd verkeer met een
2
gemiddelde etmaalintensiteit van circa 2.100 motorvoertuigen. Op werkdagen rijden er gemiddeld circa 1.100 motorvoertuigen op de Groeneveldselaan. Voor fietsverkeer geldt dat de intensiteit op de gemiddelde werkdag iets hoger ligt dan op de zaterdag. Op de gemiddelde werkdag zijn er op etmaalbasis circa 2.800 fietsers geteld. In het weekend op zaterdag zijn gemiddeld circa 2.700 fietsers geteld. Het aantal fietsbewegingen ligt op alle dagen duidelijk hoger dan het aantal autobewegingen. In grafiek 2 zijn de intensiteiten per uur voor de zaterdag weergegeven. Hieruit blijkt dat op de Groeneveldselaan op het maatgevende moment om 14.00 uur circa 200 motorvoertuigen en 280 fietsers rijden. Op basis van het huidige gebruik, is de Groeneveldselaan geschikt om deze weg als fietsstraat in te richten.
Grafiek 2: Intensiteiten per uur op Groeneveldselaan (zaterdag) Toekomstige verkeerssituatie Een van de wensen die tijdens de visievorming van het nieuwe Stadspark naar voren kwam is om ook te kunnen zwemmen in de Surfvijver. Zwemmen in de Surfvijver is vooral afhankelijk van de waterkwaliteit. Omdat nu nog niet duidelijk is of de waterkwaliteit kan worden verbeterd tot zwemkwaliteit, worden in het vervolg van deze memo twee scenario’s beschouwd. Scenario 1 gaat uit van een Stadspark zonder zwemwater en in scenario 2 wordt er vanuit gegaan dat van de Surfvijver een regionale zwemplas wordt gemaakt. In het uitwerken van de mogelijkheden van een fietsstraat zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd: • Voor de inrichting van de Groeneveldselaan als comfortabele en veilige fietsstraat, is het wenselijk dat autoverkeer van/naar het Stadspark zo vroeg mogelijk aan de zuidrand van het plangebied wordt opgevangen door hier de benodigde parkeervoorzieningen te realiseren (gele pijl in figuur 2). Vanuit verkeersveiligheidsperspectief heeft dit de voorkeur omdat het ongewenst is als er teveel autoverkeer wordt gemengd met het fietsverkeer. • Het begin/ einde van de fietsstraat wordt ten noorden van de aansluiting van de parkeervoorziening Stadspark op de Groeneveldselaan gerealiseerd. Aan de noordzijde eindigt de fietsstraat ter hoogte van de Grebbeweg (zie oranje lijn in figuur 2).
• Voor het wegvak tussen de kruising met de Industrielaan/ Wageningselaan en de aansluiting van de nieuwe parkeervoorziening Stadspark (zie blauwe lijn in figuur 2) geldt dat het tweerichtingenfietspad aan de oostzijde blijft bestaan.
3
Zoekgebied parkeervoorziening Stadspark
Figuur 2: Begin/ einde fietsstraat en zoekgebied parkeervoorziening Stadspark Scenario 1: het Stadspark zonder zwemwater Wanneer er geen zwemwater komt in de Surfvijver, zal er sprake zijn van een beperkte groei van het aantal verkeersbewegingen van en naar het Stadspark. Voor een deel van de functies (bootcamp voor hond en baas of speeltuin voor kinderen) geldt dat er sprake zal zijn van een relatief gelijkmatige verdeling van bezoekers over de dag. Dit betekent dat het aantal extra verkeersbewegingen op het maatgevende moment op zaterdag om 14.00 uur beperkt zal toenemen. Omdat er op dit moment geen prognose van het extra aantal bezoekers van de toekomstige functies beschikbaar is, is de verwachte extra verkeersgeneratie gebaseerd op aannames. Aangenomen wordt dat op het maatgevende moment om 14.00 uur maximaal 15% meer motorvoertuigen en 30% extra fietsbewegingen op de Groeneveldselaan worden verwacht. Hiermee wordt de Groeneveldselaan op het piekmoment belast met circa 230 motorvoertuigen en 360 fietsers. Geconstateerd wordt dat in scenario 1 met name het aantal fietsers groeit, maar het aantal motorvoertuigen blijft nagenoeg gelijk ten opzichte van de huidige situatie. Tijdens kleinschalige evenementen (bijvoorbeeld optredens of foodtruck festival) worden grotere aantallen van bezoekers verwacht. Op dit moment is niet bekend welk type evenementen er plaats zullen vinden.
Omdat het type evenement van grote invloed is op het aspect parkeren (herkomst en
4
aantal bezoekers, vervoermiddel, etc.), is het niet mogelijk om dit aspect te beoordelen. Omdat het hierbij om incidentele gebeurtenissen gaat, zal dit nader moeten worden beoordeeld in het kader van de aanvraag voor een evenementvergunning. Scenario 2: de Surfvijver als zwemwaterplas De inzet om van de Surfvijver geschikt zwemwater te maken, zal gevolgen hebben op het gebruik van de Groeneveldselaan. Open zwemwater bij de Surfvijver heeft een regionale functie. Dat zal ertoe leiden dat meer bezoekers met de auto en fiets naar de Surfvijver komen. Aqualis heeft een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om van de Surfvijver een recreatief zwemwater te maken. Zij komen tot de conclusie dat er maximaal 2.250 bezoekers tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn als er van de Surfvijver een zwemplas wordt gemaakt. Dit getal heeft als basis gediend om een prognose van het verwachte aantal verkeersbewegingen van en naar de Surfvijver op een piekdag (zomerweekend) op te stellen. Om de verkeersgeneratie te berekenen is onderscheid gemaakt tussen bezoekers uit Veenendaal en externe bezoekers. Daarnaast zijn op basis van referentievoorbeeld een aantal uitgangspunten (gemiddelde voertuigbezetting auto, openstelling zwemplas, gemiddelde verblijfsduur) gedefinieerd.
Uit de berekening blijkt dat, wanneer er van de Surfvijver een zwemplas wordt gemaakt, het aantal voertuigbewegingen van en naar de Surfvijver zal toenemen met circa 770 ritten per etmaal. Daarnaast zal ook het aantal fietsbewegingen toenemen met circa 1.300 ritten per etmaal. Uitgaande van een gemiddelde verblijfsduur van 4,5 uur worden op het maatgevende moment om 14.00 uur circa 100 extra motorvoertuigen en 170 extra fietsen verwacht. Hiermee wordt de Groeneveldselaan op het piekmoment belast met circa 330 motorvoertuigen en 530 fietsers. Overzicht scenario 1 en 2 In tabel 1 is een overzicht van het verwachte aantal verkeersbewegingen op het maatgevende moment voor beide scenario’s opgenomen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen het wegvak tussen De Grote Pekken en de aansluiting van het parkeerterrein Stadspark en het wegvak ten noorden hiervan. Omdat het toekomstige verkeer van en naar het Stadspark aan de zuidzijde van het gebied wordt opgevangen, is voor de inrichting van de fietsstraat het gebruik van het wegvak ten noorden van de nieuwe aansluiting van de parkeervoorziening Stadspark maatgevend. Dit betreft het wegvak tussen de aansluiting van de nieuwe parkeervoorziening voor het Stadspark en de bestaande parkeervoorziening van de IJsbaan.
Tabel 1: Overzicht aantal motorvoertuig- en fietsbewegingen op het maatgevende moment (zaterdag, 14.00 uur) op de Groeneveldselaan wegvak Huidige situatie Scenario 1 Scenario 2 De Grote Pekken – 200 motorvoertuigen 230 motorvoertuigen 330 motorvoertuigen aansluiting nieuwe 280 fietsers 360 fietsers 530 fietsers parkeervoorziening Stadspark/ Surfvijver Aansluiting nieuwe 200 motorvoertuigen 200 motorvoertuigen 200 motorvoertuigen parkeervoorziening 280 fietsers 280 fietsers 280 fietsers Stadspark/ Surfvijver – parkeren IJsbaan zuid Uit tabel 1 blijkt dat het aantal motorovertuigen in scenario 1 beperkt zal toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Uitgangspunt voor deze notitie is dat de benodigde parkeervoorzieningen van het
5
Stadspark aan de zuidzijde van het plangebied worden gerealiseerd. Vanuit verkeersveiligheidsperspectief is het namelijk onwenselijk dat er grote hoeveelheden autoverkeer gemengd worden met fietsverkeer. Echter omdat er in scenario 1 sprake is van een zeer beperkte groei van het aantal motorvoertuigen, blijft het aantal autobewegingen op de Groeneveldselaan nagenoeg hetzelfde. Hoewel het vanuit verkeersveiligheidsperspectief de voorkeur heeft om de parkeervoorziening voor het Stadspark aan de zuidzijde te realiseren, blijft een fietsstraatinrichting ook mogelijk wanneer de parkeervoorziening elders wordt gerealiseerd. Omdat er in scenario 2 sprake is van een aanzienlijke toename van het aantal autobewegingen, blijft het uitgangspunt dat de parkeervoorziening aan de zuidzijde moet worden gerealiseerd. Intensiteitstoets verhouding fiets-auto Auto- en fietsintensiteiten zijn van grote invloed voor het goed functioneren van een fietsstraat. Zijn er te veel motorvoertuigen, dan wordt het fietscomfort en de (subjectieve) veiligheid te sterk aangetast. Zijn er te weinig fietsers, dan is een fietsstraat niet geloofwaardig. Naast intensiteiten heeft ook de rijbaanbreedte invloed op het functioneren van een fietsstraat.
Volgens het CROW varieert de maximale auto-intensiteit tussen 200 motorvoertuigen per uur bij weinig fietsers tot 400 motorvoertuigen per uur bij relatief veel fietsers.1 Uit de verkeerstellingen blijkt dat de fietsintensiteiten, zowel voor scenario 1 als 2, op de Groeneveldselaan aanzienlijk hoger zijn dan het aantal motorvoertuigen. Met 280 fietsers in verhouding tot 200 motorvoertuigen is er op het maatgevende moment sprake van (relatief) veel fietsverkeer. Hiermee voldoet de verhouding fiets-auto aan het intensiteitentoets van het CROW. Inrichtingsprincipes fietsstraat - Gewenste rijbaanbreedte Het type ontmoetingen met de grootste gewenste rijbaanbreedte is maatgevend. Aan de hand van tabel 2 van het CROW wordt de gewenste rijbaanbreedte bepaald.
Tabel 2: Aanbevolen rijbaanbreedte (cm) voor fietsstraten (bron: CROW) 1 Fietsberaadnotitie aanbevelingen fietsstraten binnen de bebouwde kom, CROW 2019
6
Uit tabel 2 valt af te lezen dat de gewenste rijbaanbreedte bij 200 motovoertuigen per uur en 280 fietsers per uur 590 centimeter bedraagt. - Profielindeling fietsstraat Op basis van de gewenste rijbaanbreedte kan de profielindeling worden bepaald. Voor een rijbaanbreedte van 5,9 meter wordt aanbevolen om een fietsstraat met twee rijlopers te realiseren (figuur 3). In tabel 3 is de gewenste profielindeling weergegeven. De middenstrook deelt de rijbaan visueel in twee weghelften. Hierdoor zijn inhalende automobilisten er zich beter van bewust dat ze zich op een andere weghelft begeven. Voor de midden- en rabatstrook geldt dat beiden veilig overrijdbaar voor fietsers moeten zijn.
Figuur 3: Gewenste profielindeling Groeneveldselaan (bron: CROW) Tabel 3: Gewenste profielindeling Groeneveldselaan Rabat (b) Rijloper (a) Midden (d) Rijloper (a) 0,3 m 2,25 m 0,8 m 2,25 m
Rabat (b) 0,3 m
Rijbaan (c) 5,90 m
- Verharding en bebording Voor weggebruikers zijn er slechts twee uiterlijke kenmerken die een duidelijke associatie hebben met fietsstraten: het rode asfalt en het verkeersbord fietsstraat. De soort verharding is ook essentieel voor het comfort van fietsers op de fietsstraat. De meest comfortabele verharding is een gesloten verharding in asfalt of beton. - Toepassing van snelheidsremmers Lage snelheden van maximaal 30 tot 35 kilometer per uur zijn een randvoorwaarde. Een gematigde snelheid is niet alleen wenselijk vanwege de menging van auto’s en fietsers, maar ook voor de
7
oversteekbaarheid van voetgangers in het Stadspark. Omdat er op de Groeneveldselaan sprake is van een relatief lange rechtstand (> 500 meter), zijn aanvullende snelheidsremmer wenselijk om de snelheid te reguleren. Aanbevolen wordt om asverspriningen en 30 km-drempels toe te passen. - Kruispunten Op fietsstraten moet de voorrang/vrije doorgang voor de hoofdfietsroute geregeld zijn. Alle kruisingen dienen als voorrangskruispunten of uitritconstructies te worden vormgegeven, waarbij het profiel van de fietsstraat (inclusief rabatstroken en middenstrook) ook ter hoogte van de kruispunten wordt voorgezet. Aanbevolen wordt om de aansluitingen van de parkeerterreinen (toekomstige parkeerterrein Stadspark en parkeerterrein IJsbaan/ VMHC Spitsbergen) als uitritconstructies zonder inritblokken in te richten. - Parkeren Voor de verkeersveiligheid en het comfort van fietsers is het wenselijk dat er geen parkeerplaatsen langs de fietsstraat worden gerealiseerd. - Trottoirs Om conflicten tussen voetgangers en fiets- en autoverkeer te voorkomen is het wenselijk dat er aan één zijde, bij voorkeur de oostzijde, een voetpad van voldoende breedte wordt gerealiseerd. Dit voetpad dient een breedte van 2,5 meter te hebben. - Overige aandachtspunten De zichtbaarheid van de fietsstraat vormt een belangrijk aandachtpunt.
Met name nabij kruispunten dient aandacht te worden besteed aan goede verlichting zodat de fietsstraat in de voorrang goed zichtbaar is. Hierbij speelt niet alleen verkeersveiligheid een belangrijke rol, maar ook vanuit het aspect sociale veiligheid dient rekening te worden gehouden met goede verlichting. - Begin/ einde fietsstraat Voor de veiligheid van fietsers dient aandacht te worden besteed aan de inrichting van het begin en einde van de fietsstraat. Aan de noordkant is sprake van een overgang van een tweerichtingenfietspad (fietspad van en naar de Prins Clauslaan) naar de fietsstraat. Deze fietsstroom moet in een vloeiende beweging op een veilige manier de fietsstraat op- en af kunnen rijden. Autoverkeer dat vanaf de Grebbeweg de fietsstraat wil oprijden dient voorrang te verlenen aan fietsverkeer op de fietsstraat/ het tweerichtingenfietspad. Dit geldt ook aan de zuidzijde van het gebied. Hier dient de overgang van het tweerichtingenfietspad ten oosten van de Groeneveldselaan op de fietsstraat goed te worden ingepast. Hieraan dient extra aandacht te worden besteed in de ontwerpfase. Conclusie Op basis van het huidige en toekomstige gebruik van de Groeneveldselaan is een fietsstraat een prima oplossing om meer ruimtelijke samenhang in het Stadspark te creëren.
Voor de veiligheid van fietsverkeer is het uitgangspunt gehanteerd dat de nieuwe parkeervoorziening voor het Stadspark/ de Surfvijver aan de zuidzijde van het plangebied wordt gerealiseerd. Dit uitgangspunt is voor beide scenario’s van toepassing, hoewel het in scenario 1 mogelijk is om hiervan af te wijken. Vanwege de beperkte groei van het aantal autobewegingen zou de parkeervoorziening voor het Stadspark ook op een andere locatie kunnen worden gerealiseerd. Indien de parkeervoorziening voor het Stadspark aan de zuidzijde wordt gerealiseerd, wordt het autoverkeer van en naar het Stadspark nog vóór het begin van de fietsstraat opgevangen. Op het
8
wegvak ten noorden van de aansluiting van de nieuwe parkeervoorziening voor het Stadspark kan de Groeneveldselaan als veilige fietsstraat worden ingericht. Op basis van bovenstaande randvoorwaarden geldt voor beide scenario’s (huidige Surfvijver of Surfvijver als regionale zwemplas) dat een fietsstraatinrichting zonder te verwachten problemen mogelijk is.
9