CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 3 - Notitie AB - Eindejaar prognose 2023

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: 1e ontwerp bijgestelde begroting 2024 en ontwerp begroting 2025 ODRU1.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE algemeen bestuur (agendapunt 5b - ter bespreking) aan

de leden van het algemeen bestuur

van

dagelijks bestuur

opsteller

Peter Bouwman/Annemarie Huisman

DB portefeuillehouder

B.C. Lont

telefoon

088 – 022 50 00

datum

27-11-2023

onderwerp

Eindejaar prognose 2023

t.b.v.

Vergadering d.d.14 december 2023

aantal pag.

4

bijlagen

-

voorstel Voorgesteld wordt om: - De eindejaar prognose 2023’ te bespreken.

samenvatting Het geprognosticeerde resultaat voor 2023 komt uit op een negatief resultaat van €319,5K en wijkt daarmee €175K positief af van het resultaat in de eerste bijgegestelde begroting 2023 en wijkt tevens met €56K positief af ten opzichte van de tweede prognose. We verwachten dus niet het volledige tekort in 2023 te kunnen terugdringen. Een daadwerkelijk verlies in 2023 kan, middels een besluit door het AB, worden gedekt uit de algemene reserve en/of door een separate bijdrage van de deelnemende gemeenten. De resultaten t/m oktober 2023 geven geen aanleiding om deze prognose aan te passen. toelichting A. Resultaat Het resultaat in de eindejaar prognose voor 2023 komt uit op een negatief resultaat van €319,5K en wijkt daarmee €175K positief af van het resultaat in de eerste bijgegestelde begroting 2023 (negatief resultaat van €494K= ca 2% van de begrote baten). Het vertoont ook een positieve afwijking van €56K t.o.v. het resultaat in de tweede prognose 2023 (negatief €376K). Helaas is de verwachting van de ODRU dat het tekort niet veel verder kan terugdringen. Alhoewel we nu verwachten dat het tekort iets kleiner wordt, zijn we daar nog niet gerust op omdat er sprake is van diverse moelijk te beinvloeden factoren (zoals de arbeidsmarkt en de vraaggestuurde taken). De ODRU blijft doorgaan met de inspanningen om het tekort zo klein mogelijk te houden.

Het tekort kan middels bestuursbesluit worden gedekt door een separate bijdrage van de deelnemende gemeenten en/of uit de algemene reserve, t.w. de door het AB in april 2023 vastgestelde weerstandscapaciteit van €1.091.000 (die op basis van de geactualiseerde risicoanalyse bij het opstellen van de eerste bijgestelde begroting 2023 is opgenomen (H4.7)). De opgebouwde algemene reserve is vrij aanwendbaar. De eindejaar prognose 2023 is gebaseerd op de cijfers t/m september 2023 en o.a. doorgerekend op basis van de vastgestelde CAO en de vastgestelde tariefswijziging (€103,50 in plaats van €98,50). De resultaten t/m oktober 2023 geven geen aanleiding om deze eindejaar prognose aan te passen. 1 van 4

B. Oorzaken Zaken die van invloed zijn op het resultaat, waarbij deze wordt vergeleken met de tweede prognose: - Er is een nieuwe inschatting gemaakt van de te leveren uren voor 2023 waarbij deze beperkt neerwaarts zijn bijgesteld. Bij milieuvergunningen, geluidadvisering en juridische taken blijft de omzet naar verwachting achter op de bijgestelde begroting. De toezichttaken en NDC taken worden volgens planning uitgevoerd en bij de overige taken zijn er geen grote afwijkingen t.o.v. de begroting. In totaal wordt de omzet 1.300 uur lager (ten opzichte van de tweede prognose) wat neerkomt op ca. €135K aan omzet. De oorzaak van de omzetdaling is de teruglopende vraag en de capaciteit bij de ODRU. De lagere capaciteit is het gevolg van personeelswisselingen en het moeilijk kunnen inhuren van geschikt personeel. - De aanvullende omzet blijft in 2023 achter maar wel minder dan eerder verwacht. - Het budget voor opleidingen gefinancierd vanuit de SPUK IBP zal dit jaar niet volledig worden ingezet. Inmiddels is duidelijk dat het restantbudget volgend jaar mag worden ingezet. - Het lukt niet om de bezettingsgraad voor vast personeel te verhogen. Enerzijds komen er veel nieuwe medewerkers binnen maar anderzijds vertrekken er ook veel ervaren medewerkers. Vooral bij de overhead wordt de situatie op enkele terreinen nijpend. - Er volgt in 2023 nog een claim bij de salarislasten.

Dit heeft te maken met beloningsverschillen voor medewerkers met een nagenoeg dezelfde functiegroep. In de prognose is hiervoor eenmalig bedrag opgenomen van €65K wat inmiddels ook bevestigd is door het salarisbureau. - De totale salarislasten komen ondanks de stijging t.g.v. de CAO voor 2023 lager uit doordat niet alle vacatures zijn ingevuld. - Voor de stijging van de salarislasten werd in de eerste bijgestelde begroting rekening gehouden met 5% terwijl de werkelijke stijging uitkomt op 6,8% nu dat de CAO is vastgesteld. Zoals in eerdere bestuurs-notities vermeld is deze 1,8% wel opgenomen als risico in de weerstandscapaciteit (algemene reserve). - Door de stijging van de rentetarieven ontstaat er een baat van ca €110K voor te ontvangen rente op de schatkistrekening. De ODRU werkt met een klein saldo op de lopende rekening om zoveel mogelijk te profiteren van de rente op de schatkistrekening. Het rentedragende bedrag bestaat uit werkkapitaal, vooruit ontvangen subsidies en eigen vermogen. Dit bedrag is in deze prognose nog iets naar boven bijgesteld. - De inhuurbehoefte is neerwaarts bijgesteld en afgestemd op de lagere omzet. Bij diverse teams is het moeilijk om geschikte inhuurkrachten te vinden. - De prognose is opgesteld met de werkelijke gewogen gemiddelde inhuurtarieven per clusters. In de bijgestelde begroting 2023 is uitgegaan van een stijging van 5%.

De nu verwachte stijging voor het gehele jaar komt uit op gemiddeld ca 6,7%. De tariefstijging houdt daarmee trend met de stijgende salarislasten. Het is wel zo dat de stijging per taakveld erg verschilt. - Het arbeidsverzuim daalt nog steeds en zit ruim onder de norm van 5%. Er is bij enkele clusters extra inhuur nodig om de taken uit te voeren. Hiermee is rekening gehouden. - In de prognose is rekening gehouden met volledige uitputting van de bestemmingsreserves (met uitzondering van de bestemmingsreserves voor de Omgevingswet). De komende maanden zal extra worden ingezet op de voorbereiding op de Omgevingswet. Vanwege de onzekere situatie op de arbeidsmarkt, de veranderende vraag bij de gemeenten en de zoals elk jaar het geval is vooral in de laatste maanden nog variërende optredende kosten, kan het werkelijke resultaat voor 2023 nog wel enigszins afwijken van de nu berekende cijfers in de prognose.

2 van 4

C. Baten en lasten overzicht 2023 Onderstaand volgt baten en lasten overzicht met daarin ook de eindejaar prognose 2023 (prognose 3):

D. Stand van zaken van de inspanningen om het geprognosticeerde tekort terug te dringen Conform afspraak met het bestuur, heeft de ODRU diverse inspanningen gedaan om het in de bijgestelde begroting 2023 tekort van €494K negatief zoveel mogelijk terug te dringen. Hieronder volgt per inspanning een stand van zaken: a. Het maximale doen om de gecontracteerde uren te maken. We zijn nog meer dan anders met individuele gemeenten in gesprek gegaan om daar waar de vraag achterblijft ten opzichte van de verwachting, die uren te verschuiven naar een ander werkveld, waar deze uren alsnog nuttig besteed kunnen worden. Uiteraard met inachtneming van de mogelijkheden qua bedrijfsvoering c.q. de benodigde kennis en competenties die in capaciteit te realiseren moet zijn. Dit gaat zoals naar wij verwachten niet volledig lukken met wat was gepland. Desondanks zijn we wel positief over de productie gezien de tegenvallende beschikbare capaciteit, de invoering van een nieuw zaaksysteem en de voorbereiding op de Ow. Daarnaast zijn, na het akkoord van het bestuur, 1.500 uur besparing, vanwege digitalisering ingezet voor de regionale uren, in plaats van terug te geven aan gemeenten. b. De personele bezettingsgraad verder opvoeren. De inzet van vaste medewerkers is over het algemeen goedkoper dan het werken met inhuurkrachten.

Deze maatregel wordt al geruime tijd toegepast maar heeft ondanks alle investeringen onvoldoende het beoogde effect bereikt. De

3 van 4

bezettingsgraad eind oktober 2023 is 84% (in september 85%). Bij de overhead is de bezetting inmiddels nog verder gedaald tot 66%. c. Het maximale blijven doen om het verzuim te verlagen. Dit is gelukt want het cumulatief ziekteverzuimpercentage tot en met oktober bedraagt 4,65% (2022: 6,07%) en is daarmee onder de norm van 5%. d. Het efficiënt inhuren van personeel. Gekwalificeerde inhuurkrachten met een hoog tarief zijn zo veel als mogelijk ingezet voor het “zware” werk en voor het minder zware werk zijn goedkopere krachten ingehuurd. Door deze werkwijze konden we het inhuurtarief in de hand houden. Het is echter wel merkbaar dat bij het afsluiten van nieuwe contracten een stijging van de tarieven waar te nemen is. e. De inhuur van dure specialisten (met een hoger tarief dan het verkooptarief) goed bewaken. We hebben in het MT een bewuste keuze per casus gemaakt om vervanging bij overhead wegens ziekte of anderszins wel of niet uit te voeren. Onder het verkooptarief blijven is niet bij alle functies gelukt (zoals bij inkoop en P&C). In deze gevallen heeft de directeur akkoord gegeven. f. We bekijken in hoeverre de bestemmingsreserves worden ingezet. Met uitzondering van de Omgevingswet wordt verwacht dat alle bestemmingsreserves worden uitgeput conform budget. g. We zetten onze SPUK-IBP subsidies zoveel mogelijk in voor activiteiten die niet declarabel zijn.

Er is actief ingezet om de subsidiebudgetten zo goed mogelijk te benutten voor scholing.

4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14073183/1