5. Bijlage 3 input vierde wijziging Integrale Verordening Sociaal Domein Veenendaal
Tekst van het document
De Verordening tot vierde wijziging van de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal Uitleg: In de tekst hieronder zijn de wijzigingen die worden aangebracht in de geldende verordening geel gearceerd weergegeven.
Inleiding Sinds 1 juli 2021 kennen we in Veenendaal een Integrale verordening sociaal domein. In de integrale verordening zijn de tien afzonderlijke Sociaal Domeinverordeningen samengevoegd tot één integrale verordening. WMO-, Jeugd-, Participatiewet- en Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening verordeningen zijn hoofdstukken of paragrafen geworden in de nieuwe integrale verordening. De Integrale verordening sociaal domein Veenendaal is een stap in de richting van een nieuwe manier van kijken en handelen. Deze weg is ingezet met het Integraal Beleidskader Sociaal Domein. Op 23 januari 2020 heeft de gemeente Veenendaal haar visie op het sociaal domein, de betekenis van begrippen en de uitgangspunten voor de manier van werken vastgelegd in het eerste Integraal beleidskader (IBK) sociaal domen 2020-2023 ‘Sterker door verbinding’. Het huidige beleidskader Sociaal Domein 2024-2027 “Samen werken in verbinding” bouwt hierop voort. De visie is nog steeds leidend. Werken vanuit deze visie vraagt om het bij elkaar brengen van de wettelijke kaders van het sociaal domein. Een integrale verordening geeft een handvat om per casus één of meerdere producten of diensten in te zetten die een antwoord geven op de ondersteuningsvraag van de Veenendaler. Alle toegangsregels tot het sociaal domein zijn nu op elkaar afgestemd en te vinden in één document.
Dit inleidende hoofdstuk geeft een korte weergave van het IBK en kan gebruikt worden als eerste toetsing bij een ondersteuningsvraag. De rest van de verordening geeft de wettelijke kaders, ook wel de toetsingscriteria, waarmee een ondersteuningsvraag van een inwoner beantwoord kan worden. De Integrale verordening sociaal domein Veenendaal is gebaseerd op de volgende wetten: • • • • • • • • • •
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo); Jeugdwet (Jw); Participatiewet (Pw); Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz); Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); Wet inburgering 2021 (Wi2021); Gemeentewet (Gemw); Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Leidende principes uit het IBK In het IBK staat een uitgebreide omschrijving van de visie en uitgangspunten die Veenendaal hanteert. Hieruit is een aantal principes gehaald die als leidraad worden gebruikt bij een ondersteuningsvraag. Dit zijn:
•
•
• •
•
Normaliseren: Ieder leven kent zijn hobbels. Als inwoners om ondersteuning vragen, gaan we in gesprek met inwoners over hun eigen mogelijkheden/ eigen kracht en het netwerk om de inwoner heen. Als er ondersteuning nodig is dan kijken we hoe deze zo licht en kort mogelijk kan worden ingezet met als doel het herstel van het ‘normale leven’. Passende ondersteuning: Samen met de inwoner wordt gekeken naar welke ondersteuning passend is om dagelijks leven vorm te geven en wie erbij betrokken kan worden. Wat passende ondersteuning is, kan per persoon, situatie en moment veranderen, maar valt binnen deze wettelijke kaders. Het uitgangspunt bij passende ondersteuning is zo licht mogelijk als het kan en zo zwaar als nodig is, zodat de persoon terug kan naar zo zelfstandig mogelijk dagelijks leven. Uniform en integraal: Vragen die betrekking hebben op meer dan 1 domein worden in overleg met de Veenendaler (verder inwoner) integraal en via 1 regisseur/ contactpersoon afgehandeld. Basis is op orde: Met de basis op orde bedoelen wij dat er een inkomen is, er geen schulden zijn ofwel een regeling voor schulden loopt en dat er huisvesting is. Wij kijken met de inwoner wat de situatie is en wat nodig is om het dagelijks functioneren te verbeteren. Bij het intakegesprek wordt gekeken wat de behoefte is en of de basis eventueel verstevigd dient te worden.
Immers, het hebben van een goede basis versterkt het succes van andere ondersteuning. We voeren regie op de resultaten van ondersteuning: We blijven actief monitoren of de ingezette hulp werkt. We gaan daarbij zoveel mogelijk uit van een tijdelijke ondersteuning, gericht op het toegroeien naar - of bevorderen of behouden van de zelfredzaamheid/ de eigen kracht. We kiezen voor een vorm van ondersteuning die naar verwachting een langdurig effect heeft. We blijven daarbij sturen op de doelen die gewenst zijn. Wordt het resultaat niet behaald of blijkt gaandeweg dat de inzet niet passend is, dan kan de inzet van hulp en doelen aangepast worden.
Toegang: de stappen/volgordelijkheid tot passende ondersteuning In Veenendaal werken we in het sociaal domein sinds 2021 met een uniforme toegang voor individuele hulpvragen. We stimuleren inwoners eerst zelf een oplossing te vinden in hun eigen omgeving of netwerk voor ze hier terechtkomen. Vervolgens kan gekeken worden naar de ‘Sociale basis’. Dat zijn alle direct toegankelijke algemene voorzieningen. Als daar geen oplossing gevonden is, kan de inwoner verder in gesprek gaan met één van de loketten. Er zijn 4 loketten: • Werk en Inkomen; • Budgetloket; • Centrum voor jeugd en gezin (0-18 jaar); en • het Wmo loket (>18 jaar). Deze loketten hebben ieder hun eigen expertise, maar werken met een uniforme werkwijze. We doen bij ieder loket een levensbrede uitvraag om de vraag te verhelderen. De medewerkers van elke loket hebben naast hun eigen expertise basiskennis over de andere loketten. Zo kan 80% van de hulpvragen worden opgelost binnen één loket. Bij de overige 20% van de hulpvragen is een integrale aanpak noodzakelijk om tot een oplossing te komen. Met elkaar bepalen we wat er nodig is en welke route er gevolgd moet worden. Door deze werkwijze hoeft de inwoner niet bang te zijn dat hij bij het verkeerde loket staat.
Daarbij zorgen we voor een korte lijn van de loketten met Veens Welzijn en draait Veens Welzijn met enige regelmaat mee bij bijeenkomsten van de 4 loketten ter verdere verbetering van de samenwerking en het elkaar kennen en kunnen vinden.
Menselijke maat In contact met inwoners en bij de uitvoering van het IBK-SD 2024-2027 hanteren we “de menselijke maat”. Dit uitgangspunt staat bij maatschappelijke ondersteuning en hulp voorop en bepaalt hoe we inwoners en organisaties/ partners willen benaderen en de wijze waarop we de doelen willen bereiken.
Inwoners mogen van de gemeente verwachten dat we hen behoorlijk behandelen en daarbij eerlijk, duidelijk en begripvol zijn. We willen graag dat mensen zich gehoord, gezien en geholpen voelen. Onze dienstverlening moet zo goed mogelijk aansluiten op de mogelijkheden en behoeften van onze inwoners. Dat houdt in dat we oog hebben voor de menselijke maat en waar nodig maatwerk bieden. Daarbij kijken we meer naar de bedoeling van de wet, dan naar de letter van de wet. We houden daarbij rekening met de leefwereld en met het doenvermogen van de inwoners. Want naast denkvermogen is 'doenvermogen' minstens zo belangrijk. Dat doen we uiteraard binnen de ruimte die de wet- en regelgeving ons biedt. Dit betekent overigens ook dat we, als de toepassing van beleidsregels tot onevenredige uitkomsten leidt, in concrete gevallen hiervan zullen afwijken. Daarbij spreken we heldere en begrijpelijk taal. De motivering van besluiten moet in begrijpelijke taal worden opgesteld. De lezer moet kunnen begrijpen hoe we tot een besluit zijn gekomen en wat het besluit voor hem of haar betekent. De menselijke maat werkt daarbij overigens twee kanten op: ook medewerkers mogen verwachten dat zij fatsoenlijk en respectvol bejegend worden door inwoners en andere partijen Onafhankelijke cliëntondersteuning In Veenendaal kennen we een onafhankelijke cliëntondersteuning.
Deze kent het aanbod in zorg en ondersteuning in Veenendaal en weet de weg hiernaartoe. De cliëntondersteuner kan inwoners helpen om zelf te beslissen over zijn of haar hulp of zorg. Hij of zij geeft informatie en advies en regelt praktische zaken. De cliëntondersteuner is geen hulpverlener, maar helpt de inwoner om zorg of ondersteuning te organiseren. Hij of zij kan ook meegaan met gesprekken. De onafhankelijke cliëntondersteuner staat los van de gemeente, zorgorganisaties of zorgaanbieders. De gemeente wijst inwoners actief op de mogelijkheid om onafhankelijke cliëntondersteuning in te schakelen.
Artikel 4.1.26 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap (wordt) Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
4.5 Minimaregelingen Artikel 4.5.1 Definities In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanvrager: de inwoner van de gemeente Veenendaal die ten behoeve van zichzelf, zijn partner of zijn kind(eren) een vergoeding op grond van deze minimaregelingen aanvraagt; b. aanvraagperiode: de periode waarin een aanvraag kan worden ingediend; c. de doelgroep: inwoner van de gemeente Veenendaal met een laag inkomen en de tot hun last komende kinderen; d. huishouden: een alleenstaande, een alleenstaande ouder of een gezin, als bedoeld in het eerste lid, sub c, van artikel 4 van de Pw; e. inkomen: het inkomen zoals dat geldt voor de algemene bijstand artikel 32 van de Pw; f. kind: een persoon jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of gehuwde ouders, die ingeschreven staat in de gemeente Veenendaal in de Basisregistratie personen, kinderbijslag op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet wordt betaald of zal worden betaald vanaf het eerstvolgende kwartaal of het pleegkind jonger dan 18 jaar waarvoor een pleegvergoeding wordt ontvangen op grond van het eerste lid van artikel 5.3 Jw; g. norm: de op de aanvrager van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in artikel 5, onder c, van de Pw; h. peildatum: 30 juni van de lopende aanvraagperiode; i.
uitvoerder: de uitvoerende instantie die namens het college de minimaregelingen uit de Integrale Verordening uitvoert; j. vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Pw waarbij in afwijking van het bepaalde in dit artikel het vermogen in de eigen woning buiten beschouwing wordt gelaten. Artikel 4.5.2 Doelstelling Deze minimaregelingen hebben tot doel: a. het vergroten van de kansen van de doelgroep om de spiraal van armoede te doorbreken; b. het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie bij de doelgroep; c. het voorkomen van sociale uitsluiting van de doelgroep; d. het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de doelgroep behoren; e. het tegengaan van onderverzekering op het gebied van ziektekostendekking van de doelgroep. Artikel 4.5.3 Doelgroep 1. Tot de doelgroep voor de minimaregelingen behoren huishoudens bestaande uit personen van 18 jaar of ouder die: a. op de datum van aanvraag hun woonplaats hebben in de gemeente Veenendaal; b. over een inkomen beschikken lager of gelijk aan 120% van de norm; en c. een vermogen hebben tot de geldende grenzen genoemd in het derde lid van artikel 34 van de Pw; 2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, behoren personen van 18 jaar of ouder die in de schuldhulpverlening zitten tot de doelgroep, waarbij zij voor dezelfde vergoedingen in aanmerking komen als aanvrager met een inkomen tot 100% van de norm. 3. Aanvrager heeft geen recht op deze minimaregelingen, indien:
a. die op het moment van aanvraag in detentie of een asielzoekerscentrum verblijft; b. die recht heeft op studiefinanciering met uitzondering van (alleenstaande) ouder(s) met studiefinanciering; of c. aan wie op grond van artikel 11 van de Pw geen bijstand kan worden verleend omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeling is. Artikel 4.5.4 Reikwijdte en voorwaarden 1. Er bestaat recht op een vergoeding als de aanvrager tot de doelgroep behoort en voldoet aan de voorwaarden die voor deze minimaregelingen geldt. 2. Het recht op vergoedingen wordt vastgesteld voor de gehele aanvraagperiode. Dit recht kan enkel ten gunste van de aanvrager wijzigen, indien zich wijzigingen voordoen in de huishoudsamenstelling of in het inkomen van de aanvrager. 3. In afwijking van het tweede lid geldt dit onder toepassing van het vierde en vijfde lid van artikel 4.5.13 niet voor de deelname aan de collectieve zorgverzekering. 4. Het inkomen wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde inkomen van drie aaneengesloten maanden voorafgaand aan de aanvraag. 5. In afwijking van het vierde lid wordt het inkomen van een uitkeringsgerechtigde vastgesteld aan de hand van de meest recente uitkeringsspecificatie. 6.
Vergoedingen worden verstrekt in natura behoudens bij de collectieve ziektekostenverzekering waarbij de vergoeding ziet op een korting op de ziektekostenverzekering. 7. Bij een vergoeding mag altijd worden bijbetaald. Het betreft dan een tegemoetkoming in de kosten. Artikel 4.5.5 Aanvragen 1. Aanvragen voor vergoedingen op grond van deze minimaregelingen kunnen door middel van een papieren aanvraagformulier bij de uitvoerder of digitaal via het formulier op de website van de Veenendaalpas worden ingediend. 2. Aanvragen voor een vergoeding kunnen worden ingediend van 1 juli tot en met 30 juni. 3. In afwijking van het tweede lid worden aanvragen voor deelname aan de collectieve ziektekostenverzekering, zoals vermeld in artikel 4.5.13, voor een komend kalenderjaar voor 1 januari van dat komende kalenderjaar ingediend. In bijzondere gevallen kan het college besluiten af te wijken van deze datum. 4. Indien de aanvrager voldoet aan de gestelde voorwaarden, dan wordt vastgesteld op welke vergoedingen de aanvrager recht heeft gedurende de gehele aanvraagperiode. 5. In afwijking van het vierde lid wordt het recht op deelname aan de collectieve zorgverzekering vastgesteld voor het komende kalenderjaar. 6. De aanvrager dient zelf aan te tonen dat hij een inkomen en vermogen heeft binnen de geldende normen.
Artikel 4.5.6 Inhoud vergoedingen De vergoedingen, bedoeld in artikel 4.5.4, eerste lid, bestaan uit regelingen voor: a. Doe mee-budget Volwassenen; b. Doe mee-budget Kinderen; c. Doe mee-budget Jongeren; d. Vergoeding ID kaart; e. Computer of tablet basisschool; f. Computer middelbare school; g. Collectieve ziektekostenverzekering; h. Huiswerkbegeleiding; i. Meerkosten chronisch zieken en gehandicapten.
Artikel 4.5.7 Doe mee-budget Volwassenen 1. Het college kan een vergoeding aan de aanvrager verstrekken voor kosten van maatschappelijke participatie. 2. Om in aanmerking te komen voor het Doe mee-budget Volwassenen dient de aanvrager 18 jaar of ouder te zijn. 3. Het tegoed kan worden besteed aan sport, hobby en vrije tijd, horeca, cultuur, kleding, witgoed en elektronica, fiets, bouwmarkt, gezonde voeding en aan het rijbewijs. 4. Het maximale tegoed dat aan de aanvrager per periode toegekend kan worden is bij een inkomen: tot en met 100% van de norm: € 200,-; van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 150,-; van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 100,-. 5. Het is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden toegekend kan worden. 6. De vergoeding vervalt aan het einde van drie opeenvolgende aanvraagperioden. Ook als het inkomen stijgt boven de norm zoals bepaald in artikel 4.5.3. Artikel 4.5.8 Doe mee-budget Kinderen 1. Het college kan een vergoeding aan de aanvrager verstrekken voor kosten van maatschappelijke participatie. 2. Om in aanmerking te komen voor het Doe mee-budget Kinderen wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum jonger is dan 12 jaar. 3.
Het maximale tegoed dat aan de aanvrager per periode toegekend kan worden is bij een inkomen: tot en met 100% van de norm: € 300,-; van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 225,-; van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 150,-. 4. Het is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden toegekend kan worden. 5. De vergoeding vervalt aan het einde van drie opeenvolgende aanvraagperioden. Ook als het inkomen stijgt boven de norm zoals bepaald in artikel 4.5.3. Artikel 4.5.9 Doe mee-budget Jongeren 1. Het college kan een vergoeding aan de aanvrager verstrekken voor kosten van maatschappelijke participatie. 2. Om in aanmerking te komen voor het Doe mee-budget Jongeren wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 18 jaar. 3. Het maximale tegoed dat aan de aanvrager per periode toegekend kan worden is bij een inkomen: tot en met 100% van de norm: € 500,-; van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 390,-; van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 275,-. 4. Het is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden toegekend kan worden. 5. De vergoeding vervalt aan het einde van drie opeenvolgende aanvraagperioden.
Ook als het inkomen stijgt boven de norm zoals bepaald in artikel 4.5.3.
Artikel 4.5.10 Identiteitsbewijs 1. Het college kan een vergoeding aan de aanvrager verstrekken voor de kosten van een ID-kaart. 2. De vergoeding betreft de werkelijke kosten voor het verlengen of aanvragen van een Nederlandse identiteitskaart. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid kan een vergoeding aan de aanvrager worden verstrekt voor de kosten van een paspoort gelijk aan de kosten voor het verstrekken of verlengen van een ID-kaart. 4. Onder verwijzing naar de artikelen 4.5.7, 4.5.8 of 4.5.9 kunnen aanvullende kosten worden voldaan vanuit het Doe mee-budget. 5. Indien de aanvrager in het bezit is van een verblijfsdocument voor onbepaalde tijd of duurzaam verblijf dan kan hij een vergoeding krijgen voor de werkelijke kosten van de verlenging van het verblijfsdocument voor onbepaalde tijd of duurzaam verblijf. 6. Een vergoeding van een ID-kaart wordt geweigerd, indien: a. binnen vijf jaar voor het kind een ID-kaart is vergoed; of b. binnen tien jaar voor de aanvrager die 18 jaar en ouder is en een ID-kaart is vergoed. 7. De vergoeding aan een ID-kaart is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden toegekend kan worden. Artikel 4.5.11 Computer/tablet basisschool 1.
Het college kan een vergoeding aan de aanvrager verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer, tablet of noodzakelijke benodigdheden zoals een printer, toetsenbord, beeldscherm, muis en headset. 2. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een computer of tablet wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag betreft een huishouden met kinderen die op de peildatum 4 tot en met 11 jaar oud zijn; en b. er is aan het huishouden de afgelopen vijf aanvraagperiodes geen vergoeding verstrekt voor een computer op grond van het eerste lid of een van zijn voorgaande regelingen. 3. Het maximale bedrag waarvoor per periode van vijf aanvraagperiodes een vergoeding kan worden aangevraagd is € 500,-. 4. Onverminderd het bepaalde in het derde lid is het mogelijk de ontvangen vergoeding verspreid over een periode te besteden. 5. De vergoeding voor een computer of tablet basisschool wordt verstrekt per huishouden, wat betekent dat de aanvrager die voldoet aan de voorwaarden genoemd in de voorgaande leden, recht heeft op één vergoeding, ongeacht het aantal kinderen in het huishouden. Artikel 4.5.12 Computer/laptop middelbare school 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer of een laptop die door middelbare scholen als noodzakelijk wordt geacht. 2.
Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een computer of laptop wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b. er is voor het kind in de voorgaande periode, geen vergoeding verstrekt op grond van het eerste en tweede lid of een van zijn voorgaande regelingen met uitzondering van de kosten genoemd in lid 4 sub b. 3. De vergoeding voor een computer of laptop kan éénmalig worden aangevraagd per kind. 4. Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager een vergoeding kan aanvragen is voor een laptop of computer: € 500,-, tenzij:
a.
5.
de aanvrager kan aantonen dat de school een laptop verplicht stelt die duurder is dan € 500,- dan kan er een vergoeding voor maximaal € 750,- worden toegekend; b. de laptop stuk gaat dan kan er voor maximaal € 250,- aan kosten voor reparatie of eigen risico worden toegekend. De vergoeding voor een computer of een laptop voor de middelbare school wordt toegekend per kind ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.
Artikel 4.5.13 Collectieve ziektekostenverzekering 1. Het college kan een korting op de ziektekostenverzekering verstrekken door middel van het aanbieden van een collectieve ziektekostenverzekering van een zorgverzekeraar. 2. Om hiervoor in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager heeft geen achterstanden bij de huidige zorgverzekering; en b. de aanvrager of diens partner sluit met de zorgverzekeraar, bedoeld in het eerste lid, een overeenkomst voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet; en c. het te verzekeren pakket komt overeen met de eisen die het college aan een collectieve zorgverzekering voor minima stelt. 3. De aanvrager kan aan de collectieve zorgverzekering voor minima deelnemen vanaf de datum waarop de collectieve zorgverzekeraar hem accepteert. 4. De deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt vanaf het moment dat aanvrager of diens partner: a. de verzekering beëindigt per 1ste van het nieuwe kalenderjaar; of b. niet meer ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie (BRP) van de gemeente Veenendaal. 5. De deelname aan de collectieve zorgverzekering voor minima eindigt per 1 januari van het volgende kalenderjaar indien de aanvrager of diens partner: a. een inkomen heeft dat hoger is dan 120% van de toepasselijke norm; of b.
een vermogen heeft boven de van toepassing zijnde vermogensgrens, bedoeld in artikel 4.5.3, eerste lid, sub c. Artikel 4.5.14 Huiswerkbegeleiding 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke huiswerkbegeleiding. 2. In afwijking van het eerste lid wordt geen vergoeding verstrekt indien het aanbod Huiswerkplus van Veens Welzijn uit de sociale basis passend is. 3. Om in aanmerking te komen voor deze vergoeding wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b. de school verstrekt een indicatie die de noodzaak van een vergoeding voor huiswerkbegeleiding aantoont. 4. Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager per periode van een maand een vergoeding kan aanvragen is: a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 250,-; b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 190,-; c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 125,-. 5. De aanvrager is vrij in de keuze bij welk huiswerkinstituut hij de huiswerkbegeleiding wil afnemen. 6. De vergoeding huiswerkbegeleiding kan toegekend worden per kind ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.
Artikel 4.5.14a Compensatie meerkosten chronisch zieken en gehandicapten 1. Het college kan een vergoeding toekennen voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten die de aanvrager met een chronische ziekte of handicap maken als: a. de inwoner ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend 18 jaar of ouder is en: i. beschikt over een geldige indicatie op grond van de Wmo of de Wet langdurige zorg; of ii. beschikt over een geldige CIZ-indicatie of een geldige gehandicaptenparkeerkaart; b. de aanvrager een arbeidsongeschiktheidsuitkering, waaronder een WAO, WIA, WAZ of Wajong-uitkering ontvangt, of een uitkering op grond van de Pw, IOAW, of IOAZ met een ontheffing van de sollicitatieplicht op medische gronden; of c. de aanvrager beschikt over een verklaring van een huisarts of specialist waaruit blijkt dat sprake is van een chronische ziekte of een handicap en meerkosten aannemelijk zijn. 2. De vergoeding die aan de aanvrager per aanvraagperiode kan worden toegekend bedraagt € 200,-. 3. De vergoeding voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten is een persoonlijke vergoeding welke aan elk lid van het huishouden dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in lid 1, toegekend kan worden. Artikel 4.5.15 Onjuiste of onvolledige gegevens 1. De aanvrager is verantwoordelijk voor de aanlevering van de juiste gegevens aan de uitvoerder. 2.
Het college kan onderzoeken of de vergoedingen rechtmatig zijn verstrekt. 3. Het college kan het besluit tot verstrekking van een vergoeding intrekken of ten nadele van de aanvrager wijzigen, indien: a. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste, verouderde of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onrechtmatige verstrekking van de vergoedingen heeft geleid; b. op de aanvraag een ander besluit zou zijn genomen indien bij de beoordeling van die aanvraag de juiste gegevens bekend waren geweest; of c. de zaak of activiteit waarvoor de vergoeding is verstrekt niet is aangeschaft of heeft plaatsgevonden. 4. Het college kan de op grond van deze paragraaf onverschuldigd betaalde vergoedingen terugvorderen. Artikel 4.5.16 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van de minimaregelingen of de daarop gebaseerde regels voor zover dit naar het oordeel van het college onredelijke gevolgen heeft voor de aanvrager gezien de doelstelling van deze paragraaf. Artikel 4.5.17 Verbinden van aanbieders 1. Het college kan aanbieders van producten die vergoed kunnen worden op basis van deze minimaregelingen, op elk moment in het jaar, toestemming geven zich aan te sluiten bij de voor dit doel beschikbaar gestelde online omgeving om producten toe te voegen. 2.
Waar mogelijk zal zoveel mogelijk worden samengewerkt met lokale aanbieders. 3. Producten van aanbieders die reeds aangesloten zijn kunnen direct online besteld worden door de aanvrager na ontvangst van het besluit tot verstrekking van een vergoeding.