CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Beantwoording Technische vragen RV Onderzoek toekomst theater Lampegiet n.a.v. toezegging raadscommissie d.d. 18 november 2021

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Onderzoek toekomst theater Lampegiet1.032 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANVULLENDE TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.

November 2021

Betreft agendapunt:

Technische vragen theater Lampegiet n.a.v. de commissie van donderdag 18 november 2021

1. Graag een onderbouwing van de aanname dat 1€ cultuur 2 a 2,5€ oplevert in de binnenstad. Wat merkt de binnenstad er nu van met een bestaand theater met een gemeentelijke bijdrage van 1,1 mln €? Deze aanname is gebaseerd op recent onderzoek. In de cultuurvisie staat hierover het volgende: “De culturele sector is onlosmakelijk verbonden met vele sectoren in de samenleving. Het onderzoek van Beerda (Boekmanstichting Cultuur doet ertoe, óók economisch, Hendrik Beerda, 20 april 2020) laat aan de financiële kant van de culturele sector zien dat iedere euro die voor de entree bij een culturele activiteit wordt betaald, vermenigvuldigd kan worden met de factor 2,5. ‘Uit het onderzoek blijkt dat elke euro die voor de entree wordt betaald–of het nu voor een tentoonstelling is of voor een concert – je met 2,5 kunt vermenigvuldigen. Mensen gaan een hapje eten in de stad, winkelen, maken gebruik van het openbaar vervoer, enzovoort. Die factor van 2,5 is enorm en het maakt niet uit of het om een groot of klein cultuurhuis gaat, binnen of buiten de Randstad. Hier komt nog bij dat de gemiddelde Nederlandse cultuurorganisatie een 8,3 krijgt als waardering van hun bezoekers. Voor 54 procent van de bezoekers draagt de cultuurinstelling bij aan het woonplezier dat zij ervaren in hun stad en tweederde van de bezoekers reist speciaal naar een andere stad voor een culturele organisatie.

De baten zijn hiermee veel hoger dan de kosten voor cultuur’.” Er is geen onderzoek hiernaar gedaan specifiek voor de binnenstad in Veenendaal, maar het onderzoek is representatief ook voor Veenendaal. Met andere woorden: er is geen reden te veronderstellen dat dit effect voor Veenendaal niet van toepassing zou zijn.

2. Aantal unieke, betalende Veenendaalse bezoekers van het theater. Eerder hebben wij een aantal van 6.000 gehoord. Klopt dit aantal? Nee, dit aantal klopt niet. Voor een toelichting verwijzen we naar ons eerdere antwoord op uw vraag over het aantal unieke Veenendaalse bezoekers: Het aantal unieke Veenendaalse bezoekers per jaar kunnen we niet noemen. Wat we wel weten is het volgende: - In het kader van werkgroep educatief theater bezoeken jaarlijks ca 4500 Veenendaalse basisschoolleerlingen het theater - Veel leerlingen van de middelbare scholen presenteren hun musical in het theater en bezoeken elkaars voorstellingen. - De amateurhuurders (bijv. dansscholen) uit Veenendaal hebben veelal bezoekers uit Veenendaal maar dat wordt niet in detail geregistreerd (dat is aan de amateurhuurders). Dat geldt ook voor de zakelijke events. Waar de bezoekers van de events precies vandaan komen wordt niet door het theater geregistreerd. - Het aantal unieke klantaccounts uit Veenendaal voor kaartkopers is jaarlijks ca 2400. Gemiddeld worden

er 4,3 kaarten per bestelling gekocht. Dit kunnen kaarten zijn voor meerdere personen in een huishouden maar ook voor meerdere huishoudens tegelijk. Het is een indicatie maar je kan geen uitspraak doen over het exacte aantal unieke Veenendaalse bezoekers per jaar.

Voor meer informatie over aantallen bezoekers voor professionele voorstellingen, amateurvoorstellingen, jeugdvoorstellingen, educatieve voorstellingen, commerciële verhuringen e.d. verwijzen wij u naar de pagina’s 18, 19 en 20 van het onderzoeksrapport.

3. Is het zeker dat we voor de investeringen en subsidiestromen excl. BTW kunnen begroten? Ja, we gaan -net als nu- opteren voor btw-belaste verhuur en daarmee kunnen we de btw op de investering terug vorderen. 4. Motivatie dat voor een dergelijk voorstel met een grote jarenlange impact op de gemeentelijke begroting gekozen wordt voor participatie trede 2 Het traject ontwikkeling cultuurvisie was gekoppeld aan een intensief participatietraject. En bij de uitvoering van dit onderzoek naar de toekomst van Theater Lampegiet is gesproken met een groot aantal direct belanghebbenden. In het vervolgtraject willen we naast de direct belanghebbenden breder belanghebbenden raadplegen. Wat betreft participatievorm vinden we een verdieping op trede 2 van de participatietrap passend: inventariseren - meedenken. Bij deze vorm zien we betrokkenen als gesprekspartners bij ontwikkeling van beleid. Meningen, ervaringen en ideeën worden geïnventariseerd, maar zien we niet als bindend. Plannen worden door de gemeente opgesteld en voorgelegd aan belanghebbenden. De reacties van belanghebbenden worden meegenomen in het vervolgproces. Op deze wijze wordt de kennis en kunde van de samenleving ingezet voor het verbeteren van gemeentelijk beleid, plannen of ontwikkelingen en zo ook meer draagvlak te creëren.

5. In het collegevoorstel alternatief D is sprake van een aanmerkelijk groter bouwoppervlak. Graag motivatie waarom de kostprijs of de marktwaarde van deze m2 niet zijn meegenomen In onze grondprijzenbrief is een grondwaarde opgenomen voor de aankoop van gronden ten behoeve van een maatschappelijke functie. Hier staat tegenover dat het dan wel moet gaan om bouwrijpe gronden. Ofwel de kosten om de gronden bouwrijp te maken worden dan in mindering gebracht van deze opbrengsten. In dit stadium is nog uitsplitsing gemaakt. Ofwel de kosten voor het bouwrijp maken, maken integraal onderdeel uit van de totale investeringskosten. In het vervolg zal onderzocht worden of een splitsing noodzakelijk of wenselijk is. Als dit zo is, dan is er eerder sprake van een klein voordeel in de exploitatie van het theater. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat er over grondkosten geen afschrijving plaatsvindt. Het is nog de vraag of de gronden daadwerkelijk in exploitatie genomen gaan worden of dat er sprake is van behoud van de gronden in de algemene dienst. Dit is mede afhankelijk van de woningbouw. Kortom dit punt is voor de vervolgstap.

Vraag van de SP over de tabel op pagina 7 van het raadsvoorstel. Deze tabel komt uit het onderzoeksrapport (pag 42). In hoofdstuk 8 van het rapport wordt gesproken over vijf varianten (met ook renovatie als variant). Tevens zijn in hoofdstuk 8 de varianten in een iets andere volgorde opgeschreven. In de conclusies en aanbevelingen in het rapport en ook in het raadsvoorstel is dit vervolgens teruggebracht tot vier huisvestingsvarianten. Verduidelijking van de tabel op pagina 7 van raadsvoorstel: Variant 2 = Ontwikkelrichting A met huisvestingsvariant I = Nieuwbouw met grote zaal Variant 3 = Ontwikkelrichting C met huisvestingsvariant II = Nieuwbouw met grote en kleine zaal Variant 4 = Ontwikkelrichting D met huisvestingsvariant III = Nieuwbouw grote zaal, kleine zaal en filmzalen Variant 5 = Ontwikkelrichting B met huisvestingsvariant IV = Nieuwbouw met multifunctionele zaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10836830/1