CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Aanvullende technische vragen en antwoorden CU - RV Omgevingsprogramma Openbare Ruimte Veenendaal 2022-2025

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Omgevingsprogramma Openbare Ruimte Veenendaal 2022-20251.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (aanvullend) Raadscyclus d.d.

November 2021

Naam fractie:

ChristenUnie

Onderwerp:

Raadsvoorstel Omgevingsprogramma Openbare Ruimte Veenendaal 2022-2025

ChristenUnie Hierbij de aanvullende technische vragen vanuit de ChristenUnie. Eerst is de tekst van het college geciteerd en daarna is onze vraag geformuleerd (groen gearceerd) Het zou heel fijn zijn als wij de beantwoording – zo mogelijk - voor dinsdagavond kunnen ontvangen. Alvast veel dank voor de inspanningen om ook deze vragen te beantwoorden. Drie vragen naar aanleiding van de reactie van het college op onze eerste vraag over de laadinfrastructuur. “Wij hebben overwogen om aan te sluiten bij de regio Utrecht om de redenen die de CU aangeeft, maar hebben gekozen voor aansluiten bij de samenwerking Oost. Het grootste deel van de Regio Foodvalley doet mee in de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Gelderland/Overijssel (RAL-GO). De keuze is gevallen voor de samenwerking Oost, omdat we voor de Regionale EnergieStrategie (RES) ook meedoen met Foodvalley. Wij zien met name goede kansen voor de koppeling laadinfrastructuur-energietransitie.” Welke goede kansen ziet u door de koppeling laadinfrastructuur energietransitie die zo zwaar wegen? Voor ons heeft zwaar meegewogen dat we samenwerkingsafspraken hebben op het gebied van energie (RES) en op het gebied van mobiliteit in Regio Foodvalley. De laadinfrastructuur heeft een impact op de energieinfrastructuur en daarmee een directe link met de Regionale Energie Strategie (RES).

Ook hebben we in de Bereikbaarheidsagenda Regio Foodvalley afspraken gemaakt over duurzame mobiliteit. Ook in de Verstedelijkingsstrategie Foodvalley-Arnhem-Nijmegen wordt gewerkt aan integrale duurzame uitdagingen die te maken hebben met de gewenste ontwikkelingen in onze regio. “Desalniettemin hebben we ook goede contacten met het Utrechtse samenwerkingsverband en maken we gebruik van de kennis die daar ontwikkeld wordt.” Is geborgd dat de laadinfrastructuur van Veenendaal straks mee kan doen met smart charging oplossingen en vehicle to grid ontwikkelingen die door de regio Utrecht en Stedin worden ontwikkeld om capaciteitsproblemen in het net te beperken? Het college is op 5 oktober 2021 een samenwerkingsovereenkomst aangegaan om deel te nemen in de nieuwe concessie van de GO-regio. Daarbij heeft meegewogen dat de samenwerking op het gebied van oplaadinfrastructuur in deze regio al bestond voordat andere regio’s startten met de samenwerking op het gebied van uitrol van de oplaadstructuur. Hierdoor is er in deze RAL-GO al veel ervaring en kennis aanwezig en heeft Veenendaal daar de afgelopen jaren van geprofiteerd. Op dit moment is de dialoogfase voor de start van een nieuwe aanbesteding voor de uitrol van laadpalen gestart bij RAL-GO.

Met marktpartijen wordt de dialoog gevoerd over de proactieve uitrol van laadpalen, de businesscase en de implementatie van Vehicle-to-Grid (V2G), smart charging en andere innovaties. “Veenendaal heeft te maken met twee netbeheerders, Stedin en Liander en stemt met beide netbeheerders de laadvisie, plaatsingsbeleid en plankaart af.” Klopt het dat meer dan 90% van het Veenendaalse woningen en circa 100% van de Veenendaalse bedrijven zijn aangesloten op het Stedin netwerk? Het belang van afstemming met de netbeheerder voor de realisatie van laadinfrastructuur neemt verder toe, ook gezien de noodzakelijke ontwikkelingen in het zero emissie goederen vervoer en de zware aansluitingen die nodig zijn om elektrische trucks etc. te laden. Rhenen en Renswoude zijn overgestapt naar de regio Utrecht. Stedin is goed aangesloten bij het Utrechts overleg, gaat Stedin voor 1 gemeente ook goed aansluiten bij het overleg van Gelderland en Overijssel?

De percentages die u noemt kloppen globaal, maar niet volledig. Een deel van het bedrijventerrein ten noorden van de A12 valt in Liander-gebied.

Het belang van de netbeheerders is in iedere RAL hetzelfde. De pilots en experimenten kunnen anders zijn. Ervaringen en kennis daarover wordt uitgewisseld tussen netbeheerders (ook landelijk) en RAL-regio’s. Liander en Stedin hebben een goede samenwerking in onze regio en weten elkaar goed te vinden voor de gegevens die nodig zijn bij de RES alsook bij de RAL. Het belangrijkste in deze is dat onze gemeente zelf contacten met Stedin onderhoudt over ontwikkelingen die plaatsvinden in onze gemeente en samen met Stedin afwegingen maakt over ontwikkelingen en innovaties in onze eigen gemeente. Zo is er bijvoorbeeld een uitgebreide inventarisatie geweest door de BOV samen met Stedin van de benodigde netcapaciteit voor de zon en laad-projecten op Veense bedrijventerreinen. Bij grotere projecten (zoals de carpoollocatie) vindt op projectniveau overleg plaats met de netbeheerder. En de plankaart die wordt gemaakt om de publieke laadinfrastructuur uit te rollen wordt met beide netbeheerders afgestemd.

Tot slot is Ede een besluit aan het voorbereiden voor een zero emissie zone per 2026. Dit zal ook consequenties hebben voor Veenendaal. Wij zouden afspraken rond zero emissie bij voorkeur maken in Foodvalley verband. Dus ook hier zijn we meer naar Foodvalley gericht dan richting Utrecht.

En dan nog drie vragen naar aanleiding van uw reactie over de afweging tussen groene stroom en groene bomen. “De toezegging betrof specifiek een onderzoek naar de carpoolplaats. Een RIB met de rapportage van het inventariserende onderzoek en informatie over lopende gesprekken met een geïnteresseerde partij over een solar carport in combinatie met snelladers komt op dinsdag 16 november in de collegevergadering en wordt daarna naar u gestuurd” De toezegging heeft ook betrekking op het creatief onderzoeken van de mogelijkheden bij andere grote parkeerterreinen, wordt dat deel van de toezegging ook meegenomen in de aangekondigde RIB? Het onderzoek en de RIB hebben specifiek betrekking op de carpoolplaats, maar de conclusies kunnen vertaald worden naar elk groot parkeerterrein. Een tweede RIB over meer mogelijkheden van dubbelgebruik van grote parkeerterreinen kunt u op korte termijn verwachten. “ In de door u genoemde RIB wordt onder grootschalig verstaan groter dan 200 zonnepanelen, omdat de netbeheerder heeft aangegeven dat in verband met de netcongestie projecten boven deze omvang niet meer aangesloten kunnen worden. In het OPOR wordt onder grootschalig verstaan groter dan het niveau van een enkele woning of bedrijf. Overigens betekent de netcongestie niet per definitie dat een groot (>200 panelen) project niet meer mogelijk is.

Oplossingen kunnen ook worden gezocht in combinaties met passende afname, in batterij-opslag of accepteren dat op bepaalde momenten zonnepanelen tijdelijk worden afgeschaald in afwachting van meer ruimte op het net. Daarnaast vragen grotere projecten voor zon op parkeerplaats een zekere doorlooptijd en zijn er veel factoren die bepalen wanneer er weer structureel extra transportcapaciteit op het net beschikbaar komt. In deze fase is het dus nog niet wenselijk om projecten van een bepaalde grootte überhaupt niet meer te onderzoeken en/of te ontwikkelen en ligt het voor de hand om gaandeweg te kijken welke barrières er incidenteel en welke er structureel op zullen gaan treden.” Dit is een lang antwoord maar niet op de gestelde vraag. Wij denken dat de afweging tussen groene energie en groene bomen ook gemaakt moet worden bij kleinschaliger plekken in de openbare ruimte, bent u dat met ons eens? Dat zijn wij met u eens. “ Gemeente Veenendaal ontwikkelt momenteel een integraal afwegingskader voor nieuwe woningbouwontwikkelingen waar een groot aantal doelen uit de omgevingsvisie afgewogen worden. Groene bomen en groene energie maken hier deel vanuit, maar niet de afweging zon versus groen op parkeerplaatsen. Voor bestaande situaties is nu in dit OPOR vastgelegd dat bestaande bomen niet wijken voor het plaatsen van zonnepanelen op een woning of een bedrijf.

Maar dat bij grotere zon-projecten een andere afweging kan worden gemaakt. Deze afweging is maatwerk. Dit heeft onder meer te maken met de waarde van groen, die niet altijd te objectiveren is: het gaat niet alleen om CO2-reductie en/of opvang, maar ook om beeldkwaliteit, ecologie, klimaatadaptatie, hittestress, afvangen van fijn stof, kwaliteit en vitaliteit van groen/bomen, etc.” Dat betekent dus dat veel bestaande parkeerplaatsen in de praktijk niet in aanmerking zullen komen voor solar carports met laadpunten voor elektrische auto’s. Klopt dat? Dat klopt, maar niet vanwege de afweging zonnepanelen-bomen. Die afweging zal per project moeten worden gemaakt. Het eerder genoemde onderzoek naar solarcarports maakt vooral duidelijk dat de carport constructie dusdanig kostbaar is dat het lastig is een haalbare businesscase te organiseren. De matige businesscase in combinatie met de netproblematiek maken het niet logisch hier nu sterk op te gaan inzetten. De combinatie solarcarport-snelladers biedt de meeste kansen, maar snelladers vragen een korte verblijfstijd en veel passerende voertuigen (rijkswegen, drukke provinciale wegen), dus deze zijn op veel parkeerterreinen niet interessant. Zoals de RIB aangeeft vinden er gesprekken plaats over de carpoollocatie en de combinatie solarcarport/snellaaddiensten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10800149/2