CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Woonvisie 2022-2025-factsheets onderzoek wonen en zorg gemeente Veenendaal

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Woonvisie 2022-20257.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Factsheets uitkomsten woonzorganalyse gemeente Veenendaal Introductie In deze factsheets geven we de uitkomsten weer van woonzorganalyse in de gemeente Veenendaal. De uitkomsten worden weergeven in tabellen en figuren, met een beknopte toelichting waar nodig.

Doelstelling van het onderzoek Het doel van het onderzoek is om kwantitatief en kwalitatief zicht te krijgen op de huidige en toekomstige lokale vraag naar en het aanbod van benodigde woonvormen voor mensen met een zorgvraag in de gemeente Veenendaal, en de daaruit voorvloeiende huisvestingsopgave. We onderscheiden de doelgroepen ouderen, mensen met een verstandelijke beperking, Beschermd Wonen (GGZ-doelgroep) en de kwetsbare jongeren die 18 worden.

Vraagstelling Het onderzoek moet inzicht geven in de (ontwikkeling van de) woon-zorg vraag in verhouding tot het aanbod voor verschillende doelgroepen in de gemeente Veenendaal voor de periode 2021 – 2040. Door de vraag met het aanbod met elkaar te matchen wordt bloot gelegd welke mogelijke knelpunten er zijn wat betreft woonplekken voor de verschillende zorgdoelgroepen nu en op langere termijn en welke aanvullende maatregelen nodig zijn om hier in te voorzien.

Opbouw van de factsheets In deze factsheets presenteren we de resultaten voor wat betreft de woon-zorg opgaven per doelgroep. Als eerste gaan we in op de doelgroep ouderen en daaropvolgend de doelgroepen mensen met een verstandelijke beperking, Beschermd Wonen en als laatste de doelgroep kwetsbare jongeren. Bijlage 5 bevat een begrippenlijst.

1 Ouderen Voor wat betreft de ontwikkeling van de woon-zorgvraag van ouderen kijken we eerst naar de verwachte demografische ontwikkeling. In de periode tussen 2021 en 2040 zien we vooral de huishoudensgroepen in de leeftijdsklassen 75-85 jaar en 85+ aanzienlijk stijgen. Bij de laatste groep is er zelfs sprake van een meer dan dubbele vergrijzing. Figuur 1.1: Bevolkingssamenstelling en huishoudenssamenstelling gemeente Veenendaal; 2021 en 2040.

Huishoudenssamenstelling

Bevolkingssamenstelling 11% 11%

16% 16%

8% 6% 2% 4%

9% 13% 3% 2021

2021

2040

7%

2040

65 - 74 jaar

75 - 84 jaar

85+

Overige bevolking

65 - 74 jaar

75 - 84 jaar

85+

Overige huishoudens

Bron: ABF bevolkings- en huishoudensprognose gemeente Veenendaal, 2021.

In onderstaande figuur is het verloop van de indicatiestellingen over de afgelopen jaren inzichtelijk gemaakt. We zien een afname in de lichte indicatiestellingen (VV 1-3) en een toename in de hogere indicatiestellingen (VV05 en VV06) in de periode tussen 2015 en 2020. Figuur 1.2: Ontwikkeling indicatiestellingen ouderen 2015 – 2020. 600 10 30

500

5 45

10 40

10 35

10 35

400

75

85

80

85

300

180

200

220

225

115

100

95

65

2015

2016

85

10 30 100

240

265

105

150

145

60

35

15

10

2017

2018

2019

2020

200 105 100 0

VV 1-3

VV04

VV05

VV06

VV07

VV8-10

Bron: Gegevens CIZ..

2

Om een inschatting te kunnen maken van de toekomstige zorgvraag én van de woonvraag die hiermee samenhangt, sluiten wij met onze prognoses aan bij het Zorgtredenmodel van de Nza. In dit model worden alle ouderen ingedeeld per ‘zorgtrede’ die weergeeft wat het zwaarste type zorg is waar zij gebruik van maken. Figuur 1.3: Zorgtredenmodel Nza.

Bron: NZa, Monitor Zorg voor ouderen (2018): percentages gebaseerd op situatie 2016, landelijke cijfers.

Zie bijlage 1 voor de toelichting over het Zorgtredenmodel van de Nza. Onderstaande figuur geeft de verdeling naar zorgtreden per leeftijdsklassen weer. Hieruit komt naar voren dat naarmate mensen ouder worden de zorgvraag toeneemt en intensiever wordt. Figuur 1.4: Verdeling naar zorgtreden per leeftijdsklasse.

65-75 jr

31%

75-85 jr

58%

17%

85+ jr

8% 0%

49%

18% 10%

Zorgtrede 1

20%

6% 30%

Zorgtrede 2

5%

9% 40% Zorgtrede 3

2%3% 4%2%

8%

14%

31% 50%

60%

Zorgtrede 4

7%

28% 70%

80%

Zorgtrede 5

90%

100%

Zorgtrede 6

Bron: NZa, Monitor Zorg voor ouderen (2018): percentages gebaseerd op situatie 2016, landelijke cijfers.

Voor de gemeente Veenendaal verwachten we op basis van de prognose onderstaande ontwikkeling van de zorgvraag in zorgtreden.

3

Figuur 1.5: Verdeling inwoner 65+ gemeente Veenendaal naar zorgtreden.

310 280 1.270 660 420

7.730

6.990

6.380

450 520 2.010 980 630

360 420 1.720 870 560

310 360 1.490 760 490

510 590 2.240 1.070 690

8.380

8.880

3.030

3.260

3.570

3.880

4.090

2021

2025

2030

2035

2040

Zorgtrede 1

Zorgtrede 2

Zorgtrede 3

Zorgtrede 4

Zorgtrede 5

Zorgtrede 6 (PG)

Zorgtrede 6 (SOM)

Bron: NZa Monitor Zorg voor ouderen, ABF bevolkingsprognose gemeente Veenendaal, 2021.

Vraagprognose Voor de doorrekening van de woonvormen voor ouderen naar de toekomst toe, brengen we een doorrekening in beeld waarbij we uitgaan van demografische ontwikkelingen en (toekomstige) trends die invloed kunnen hebben op de vraag. We gaan hierbij uit van drie verschillende trends. De trend dat de vraag naar Wlz-zorg vaker wordt uitgesteld, de trend dat door technologische ontwikkelingen een deel van de 24-uurszorg verschuift naar geclusterd wonen met zorg nabij en de trend dat er een aanvullende vraag naar geclusterd wonen onder de ‘regulier’ wonende ouderen ontstaat. Figuur 1.6: Doorrekening woonvormen ouderen. 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 7.400

8.620

6.630

8.140

6.080

2021

2025

2030

2035

2040

Regulier wonen

Geclusterd wonen

4.000 2.000 0

24-uurszorg SOM

24-uurszorg PG

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021.

In de onderstaande figuur zoomen we in op het deel van de vraag dat bestaat uit geclusterd wonen en 24-uurszorg.

4

Figuur 1.7: Doorrekening geclusterd wonen ouderen. 4500 4000 510

3500 3000 2500 2000 1500 1000 500

320 280

270 240

1.860

1.550

350 320

2.230

430 390

430

3.030

2.650

0 2021

2025 Geclusterd wonen

2030 24-uurszorg SOM

2035

2040

24-uurszorg PG

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021.

In bijlage 3 staat het aannamestelsel weergegeven dat ten grondslag ligt aan de weergegeven vraagontwikkeling voor de doelgroep ouderen. In het aannamestelsel komt naar voren dat 15% van de 65-plussers die binnen zorgtrede 1 en zorgtrede 2 vallen geclusterd woont. Dat aandeel lijkt groot voor de gemeente Veenendaal maar de praktijk laat zien dat nog een groter aandeel, namelijk 25% van de 65plussers die binnen zorgtrede 1 en zorgtrede 2 vallen geclusterd woont.

1.1 Vraag naar ‘geschikte’ woningen Een deel van de zelfstandig wonende ouderen heeft behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning. Zij ervaren mobiliteitsbeperkingen binnen en/of buiten de woning. Het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking in Veenendaal ontlenen wij aan onderzoeksgegevens van ABF (2020). Zij ramen het aantal huishoudens met een ADL-beperking op ca. 2.230 huishoudens in 2021. Om een inschatting te maken van het toekomstig aantal mensen met een mobiliteitsbeperking, kijken we naar de verwachte ontwikkeling van de groep ouderen met een licht tot middelzware zorgvraag (zorgtrede 3 t/m 5). Wij gaan ervanuit dat de ontwikkeling van het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking hier gelijke tred mee houdt. Tabel 1.1: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2021 - 2040; huishoudens) 2021 2025 2030 Vraag naar geschikte woningen 2.230 2.600 2.990

2035 3.430

2040 3.800

Bron: Woonzorgweter, Companen.

Tabel 1.1 Laat zien dat in de huidige situatie circa 2.230 huishoudens behoefte hebben aan een geschikte woning. Wij schatten in dat de totale behoefte aan ‘geschikte’ woningen groeit van ca. 2.230 woningen nu naar ca. 3.800 in 2040.

Uitsplitsing rollator- en rolstoelgeschikte woningen De schatting van het totaal aantal mensen met een mobiliteitsbeperking hebben we in beeld. In deze paragraaf besteden we aandacht aan de uitsplitsing van de totale vraag naar rolstoelgeschikte woningen, rolstoeltoegankelijke woningen en rollatorgeschikte woningen. In de praktijk blijkt namelijk dat een deel van de mensen die gebruik maakt van een rolstoel ook uit de voeten kan met een rollatorgeschikte

5

woning, bijvoorbeeld omdat zij de rolstoel alleen buitenshuis gebruiken. Dit blijkt uit woonwensenonderzoeken die we in verschillende onderzoeken hebben gedaan. In deze onderzoeken zijn ouderen bevraagd over hun mobiliteitsbeperkingen en of zij hiervoor gebruik maken van diverse hulpmiddelen, zoals een stok, wandelkruk, rollator of een rolstoel. Hieruit komt het volgende beeld naar voren: Tabel 1.2: Aandeel mensen met een mobiliteitsbeperking (2021) Geschiktheidstype Rolstoelgeschikt Rolstoeltoegankelijk Rollatorgeschikt

Aandeel mensen met een mobiliteitsbeperking 4% 12% 84%

Totaal

100%

Bron: Woonzorgweter, woonwensenonderzoeken, bewerking Companen

Bij het bepalen van de vraag naar geschikte woningen maken wij onderscheid tussen mensen met een mobiliteitsbeperking die een kruk, stok of rollator gebruiken en die een rolstoel gebruiken. Mensen in een rolstoel hebben immers aanvullende eisen ten aanzien van toegankelijkheid in de woning, om bijvoorbeeld huishoudelijke taken te kunnen uitvoeren of zich vrij te bewegen door het huis. Voor de groep die een stok, kruk of rollator gebruikt gaan wij uit dat zij behoefte hebben aan een woning die geschikt is voor een rollator. Door de gegevens over het gebruik van hulpmiddelen te combineren met de eerder in beeld gebrachte vraagprognose van het totaal aantal geschikte woningen in de periode 2021 – 2040, kunnen wij een inschatting opstellen van de behoefte aan rolstoelgeschikte-, rolstoeltoegankelijke- en rollatorgeschikte woningen. Voor de rolstoeldoorgankelijke woningen is het belangrijk dat de entree van de woning ruim genoeg is om binnen te komen met een rolstoel. De vraagprognose van geschikte woningen naar type op wijkniveau wordt in de volgende paragraaf weergegeven. In onderstaande tabel wordt de vraagprognose op gemeenteniveau weergegeven.

Tabel 1.3: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2021 - 2040; huishoudens; afgeronde getallen 2021 2025 2030 2035 Rolstoelgeschikte woning 90 105 120 140 Rolstoeltoegankelijke woning 270 310 360 410 Rollatorgeschikte woning 1.870 2.185 2.510 2.880 Totaal 2.230 2.600 2.990 3.430

2040 150 460 3.190 3.800

Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen

Tabel 1.3 laat zien dat in de huidige situatie circa 90 huishouden in Veenendaal behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning, 270 huishoudens aan een rolstoeltoegankelijke woning en circa 1.870 huishoudens aan een rollatorgeschikte woning. Wij schatten in dat in 2040 circa 150 huishoudens behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning, 460 huishoudens aan een rolstoeltoegankelijke woning en circa 3.190 huishoudens aan een rollatorgeschikte woning. De indeling naar geschikte woningen op basis van mobiliteitsbeperkingen doorkruist de indeling naar woonvormen die we eerst maakten op basis van zorgvraag (‘zorgtreden’). Zowel rollator- als rolstoelgeschikte woningen komen voor in geclusterde woonvormen, maar ook in reguliere, al dan niet geclusterde woningen.

6

1.2 Overzicht vraagprognose doelgroep ouderen Tabel 1.6: Vraagprognose doelgroep ouderen gemeente Veenendaal. 2021 2025 Geclusterd wonen 1.550 1.860 24-uurszorg SOM 240 280 24-uurszorg PG 270 320 Totaal 2.060 2.460

2030 2.230 320 350 2.900

2035 2.650 390 430 3.470

2040 3.030 430 510 3.970

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021.

In onderstaande tabellen staat de vraag naar verschillende woonvormen voor ouderen per gebied weergegeven. De uitsplitsing van de vraag naar 24-uurszorg SOM en PG staat in bijlage 2. Tabel 1.7: Vraagprognose doelgroep ouderen per gebied gemeente Veenendaal. Gebiedsindeling Geclusterd wonen voor ouderen 24-uurszorg (SOM/PG) * 2021

2025

2030

2040

2021

2025

2030

2040

Centrum

240

280

310

400

90

110

120

150

Noordoost

270

340

450

690

80

110

130

200

Zuidoost

350

440

540

760

130

150

170

240

Zuidwest

160

190

220

320

60

60

60

90

Noordwest

200

240

280

380

60

70

80

110

West

330

380

430

500

90

100

110

150

Totaal

1.550

1.860

2.230

3.030

510

600

670

940

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021.

De volgende tabel geeft de ontwikkeling van de vraag naar geschikte woningen weer per gebied. Tabel 1.8:Vraagprognose rolstoelgeschikte en rolstoeldoorgankelijke woningen per gebied (2021 – 2040) Gebiedsindeling Rolstoelgeschikte woningen Rolstoeltoegankelijke woningen 2021

2025

2030

2035

2040

2021

2025

2030

2035

Centrum

20

20

20

20

20

50

50

55

60

65

Noordoost

15

20

25

30

30

45

55

70

85

105

Zuidoost

20

25

30

35

40

65

75

90

105

115

Zuidwest

10

10

10

15

15

30

30

35

40

45

Noordwest

10

10

15

15

20

30

40

45

50

55

West

15 90

20 105

20 120

25 140

25 150

50 270

60 310

65 360

70 410

75 460

Totaal

2040

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021.

Tabel 1.9: Vraagprognose rollatorgeschikte woningen per gebied (20210 – 2040) Gebiedsindeling Rollatorgeschikte woningen Centrum Noordoost Zuidoost Zuidwest Noordwest West Totaal

2021

2025

2030

2035

2040

330 320 450 200 220 350 1870

370 395 540 210 270 400 2185

395 485 620 245 310 455 2510

420 595 730 285 355 495 2880

455 705 805 330 385 510 3190

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021.

7

1.3 Geschiktheid van de woningvoorraad De gemeente Veenendaal heeft het aantal MIVA woningen van woningcorporaties in de gemeente in beeld gebracht. MIVA woningen zijn woningen die volledig aangepast zijn aan de noden en behoeften van mensen met een lichamelijke beperking, mensen in een rolstoel of andere zorgbehoevenden. Denk hierbij aan woningen met extra brede hallen, aangepast sanitair of een traplift; elementen om een huis bewoonbaar te maken voor rolstoelgebruikers, minder mobiele mensen of ouderen. In het onderstaande overzicht staat het aantal MIVA woningen per woningcorporatie en per gebied weergegeven. Tabel 1.10: Aantal MIVA woningen per woningcorporatie. Gebiedsindeling

Aantal MIVA woningen

Centrum

1

Noordoost

6

Zuidoost

31

Zuidwest

1 11

Noordwest West Totaal

28 78

Bron: Aanbodinventarisatie gemeente Veenendaal, 2021.

In onderstaande figuren is de geschiktheid van de gehele woningvoorraad voor mensen met een mobiliteitsbeperking in beeld gebracht. We hebben hiervoor gebruik gemaakt van WOZ- en BRP-gegevens van de gemeente Veenendaal en de aanbodinventarisatie van MIVA woningen in de gemeente. Aan de hand van onze ‘doorzonscan’ hebben we iedere woning in de gemeente Veenendaal gecategoriseerd naar de mate van geschiktheid. In bijlage 4 wordt uitgelegd wat de ‘doorzonscan’ analyse precies inhoud. In dezelfde bijlage zijn de definities ‘geschikte woning’, ‘potentieel geschikte woning’ en ‘niet-geschikte woning’ opgenomen. Het grootste aandeel woningen in de gemeente Veenendaal is potentieel geschikt (48%). Dit zin circa 13.721 woningen. Zo’n 36% van de woningen in de gemeente Veenendaal is geschikt en 16% is niet geschikt voor ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking. We hebben het dan over 10.117 geschikte woningen en 4.589 niet-geschikte woningen. De definities van potentieel geschikte, geschikte en niet-geschikte woningen zijn in bijlage 4 opgenomen. In het centrum is het aandeel geschikte woningen het grootst met 75% en het kleinst in West met 14%. Het gebied West kent van alle gebieden het grootste aandeel potentieel geschikte woningen met 83%. In het gebied Zuidwest is het aandeel niet geschikte woningen vergeleken met de andere gebieden het grootst met 57%.

8

Figuur 1.8: Woningvoorraad gemeente Veenendaal naar geschiktheid (aandelen) Centrum

75%

Noordoost

35%

Noordwest

36%

West

11% 61%

4%

31%

14%

33%

83%

Zuidoost

3%

42%

Zuidwest

48%

27%

Gemeente Veenendaal

16%

10%

48%

20%

Geschikte woning

11% 57%

36% 0%

14%

30%

40%

50%

60%

Potentieel geschikte woning

16% 70%

80%

90%

100%

Niet-geschikte woning

Bron: WOZ-gegevens gemeente Veenendaal, aanbodinventarisatie MIVA woningen gemeente Veenendaal.

In de gemeente Veenendaal woont 48% van de 65+ huishoudens in een geschikte woning, 39% in een potentieel geschikte woningen en 13% in een niet geschikte woning. In het Centrum staan in verhouding de meeste geschikte woningen en worden deze voor het grootste deel (86%) bewoont door 65+ huishoudens. Voor de overige gebieden geldt ook dat de aandelen aan geschikte woningen overeenkomen met de aandelen waarin 65+ huishoudens geschikt wonen. Tabel 1.11: Woningvoorraad gemeente Veenendaal naar geschiktheid (aantallen) Gebiedsindeling Geschikte woning Potentieel geschikte woning Centrum 2.292 340 Noordoost 2.136 3.679 Zuidoost 1.443 1.270 Zuidwest 816 4.978 Noordwest 2.611 2.964 West 819 481 Totaal 10.117 13.712

Niet-geschikte woning 435 243 1.331 174 664 1.742 4.589

Bron: WOZ-gegevens gemeente Veenendaal, aanbodinventarisatie MIVA woningen gemeente Veenendaal.

Figuur 1.9: Bewoning geschiktheid 65+ huishoudens. Centrum

86%

Noordoost

8%

52%

Noordwest

44%

42%

West

28%

74%

Zuidoost

54% 33%

Gemeente Veenendaal 10%

Geschikte woning

3% 38%

15%

20%

9%

52%

48% 0%

4%

31%

24%

Zuidwest

6%

39% 30%

40%

50%

Potentieel geschikte woning

60%

70%

13% 80%

90%

100%

Niet-geschikte woning

Bron: WOZ-gegevens en BRP-gegeven gemeente Veenendaal, aanbodinventarisatie MIVA woningen gemeente Veenendaal.

Op de volgende twee pagina’s staan kaarten die de geschiktheid van de woningvoorraad van de gemeente Veenendaal op laag schaalniveau in beeld brengen. 9

10

11

1.4 Aanbod doelgroep ouderen Door de gemeente Veenendaal is een aanbodinventarisatie gedaan. Op basis van alle informatie die we hebben ontvangen over de aanbodinventarisatie komen we tot het volgende overzicht. Tabel 1.12: aanbodoverzicht aanbod voor ouderen. Zorgaanbieder (Aantal) Locatie(s) PG (24-uurszorg) Charim

Dragonder

31

Charim Charim

D’n Aok ’t Boveneind

18

Charim

De Meent

95

Charim

De Engelenburgh

Charim QuaRijn Dennenhorst Dennenhorst Dennenhorst Patrimonium Woonservice Veenendaalse Woningstichting Woonzorg Nederland Totaal

Zonnestaete De Koekoek Kerkewijck Sloep Eikenlaan

SOM (24-uurszorg)

Geclusterd wonen

55 63 130 8 39 8 7 24

4 3 10

28

1.591

7

103

2 222

265

187 1.889

Bron: Aanbodinventarisatie gemeente Veenendaal, 2021.

1.5 Match vraag-aanbod ouderen Een vergelijking van de (toekomstige) vraag naar woonvormen en het huidige aanbod leidt tot inzicht in de huisvestingsopgave voor de doelgroep ouderen: • Er is momenteel een tekort van 48 plekken voor mensen met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag. Vanaf 2030 is er sprake van een tekort van 128 plekken. Zonder toevoeging verwachten wij dat er in 2040 een tekort zal zijn van 288 plekken. In de nabije toekomst realiseert Charim bij locatie ’t Boveneind een substantieel aantal nieuwe woon(zorg)plekken, waardoor naar verwachting het tekort aan PG plekken lager ligt dan de huidige raming prognosticeert. • Op het moment is er een overschot van 25 plekken voor mensen met een somatische zorgvraag (SOM). Vanaf 2025 is er sprake van een tekort van 15 plekken. Zonder toevoeging van aanbod verwachten wij dat er in 2040 een tekort zal zijn van 165 plekken. • Voor geclusterd wonen geldt op dit moment dat het aanbod groter is dan de vraag. In 2030 zien we een tekort ontstaan van 341 plekken. Zonder toevoeging verwachten wij dat er in 2040 een tekort zal zijn van 1.141 plekken.

12

Figuur 1.10: Vraag-aanbodbalans geclusterd wonen en 24-uurszorg voor ouderen. -48 -98 -128 -208 -288

24-uurszorg PG

24-uurszorg SOM

Geclusterd wonen

-1.200

339

29

-341

-761

-1141 -1.400

25

-15 -55 -125 -165

-1.000

-800

-600

-400

-200

2021

2025

2030

2035

2040

0

200

400

600

Bron: Aanbodinventarisatie gemeenten Veenendaal, prognosemodel Companen.

De huidige vraag naar geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking bedraagt 2.230 woningen. In 2040 zal deze behoefte gaan oplopen tot 3.800 woningen. Deze aantallen wegen in principe zwaar tegenover het huidige geschikte woningaanbod: momenteel kent Veenendaal, volgens de ‘doorzonscan’ en de inventarisatie van MIVA woningen 10.117 geschikte woningen. Van deze woningen wordt 36% ook bewoond door een huishouden van 65 jaar of ouder. Theoretisch gezien kan het huidige aanbod voorzien in de huidige en toekomstige vraag. Hoeveel geschikte woningen uiteindelijk benodigd zijn om in de behoefte voorzien zal altijd een samenspel zijn van voldoende aanbod en voldoende beschikbaar aanbod. Voor wat betreft rolstoelgeschikte woningen gaan we uit van een balans in vraag en aanbod in de huidige situatie (2021). We zien dat in de toekomst een disbalans ontstaat tussen de vraag en het aanbod aan rolstoelgeschikte woningen als er geen nieuwe rolstoelgeschikte woningen bij komen. In 2025 verwachten wij dat er een tekort zal ontstaan van 15 rolstoelgeschikte woningen. Het tekort loopt op tot 50 in 2035 en 60 woningen in 2040. In bijlage nummer 6 is een vraag-aanbodbalans per wijk opgenomen.

13

2 Mensen met een verstandelijke beperking In onderstaande figuur staat het verloop van de afgegeven VG-indicatiestellingen over de afgelopen jaren weergegeven. Figuur 2.1: Aantal afgegeven VG-indicatiestellingen in de gemeente Veenendaal. 450 400 350 300 250 200 150

10 30 5

10 20 5

10 20 5

85 45

35 50

5 35 10

35 15

95

95

100

55

50

60

95

80 25

10 30 5

55

65

80

85

80

110

115

115

115

110

100 50 0

90 20

15

15

15

15

15

2015

2016

2017

2018

2019

2020

VG01

VG02

VG03

VG04

VG05

VG06

VG07

VG08

(SG)LVG

Bron: CIZ gegevens.

Op basis van de indicatiestellingen en de doorrekening van de demografische prognose staat in onderstaande figuur weergegeven welke behoefte aan geclusterd en gespikkeld wonen voor deze doelgroep verwacht wordt. Hierbij houden we rekening met een uitstroom van lichte VG (VG1 en VG2). Daarnaast is de groep met een licht verstandelijke beperking vanuit de Wlz in onze analyse meegenomen, zie categorie (SG)LVG in bovenstaande figuur. Zie voor de definitie van ‘geclusterd’ en ‘gespikkeld’ wonen bijlage 5. Figuur 2.2: Prognose demografische doorrekening woonvormen doelgroep VG.

600 500 400

40

50

60

80

30

390

390

400

410

420

2021

2025

2030

2035

2040

300 200 100 0 Geclusterd wonen

Gespikkeld wonen

Bron: Woonzorgweter Companen.

14

Lokaal wonen en extramuralisering Naast de beleidsvrije, demografische doorrekening op basis van de huidige vraag naar VG-plekken, geven we aandacht aan een prognose waarbij we rekening houden met de trend dat er een toenemende behoefte is om te wonen nabij de thuisomgeving of ouders en extramuralisering. Als gevolg daarvan verwachten wij dat de vraag naar VG-zorg meer evenwichtig verdeeld zal worden over de regio en het land. Het aantal VG-indicaties in de gemeente Veenendaal ligt met 6,2 indicaties per 1.000 inwoners onder het landelijk gemiddelde van 6,5 indicaties per 1.000 inwoners. We houden ook rekening met de trend van extramuralisering1, ofwel een toenemende vraag naar het scheiden van wonen en zorg. Hiervoor zetten we vaker in op het zelfstandig huisvesten van de VG doelgroep. In de vraagprognoses zien we alleen een verschil in het aantal benodigde gespikkelde plekken in 2035. Figuur 2.3: Prognose woonvormen trendvariant ‘lokaal wonen’ en extramuralisering doelgroep VG.

600 500 400

70

80

410

420

430

2030

2035

2040

30

40

50

390

400

2021

2025

300 200 100 0 Geclusterd wonen

Gespikkeld wonen

Bron: Woonzorgweter Companen.

2.1 Overzicht vraagprognose mensen met een verstandelijke beperking In onderstaande tabel staan de uitgewerkte prognoses in een bandbreedte weergegeven. Tabel 2.1: Bandbreedte vraagprognoses demografische doorrekening en scenario landelijk gemiddelde, VG. 2021 2025 2030 2035 Geclusterd wonen

390

390 - 400

400 – 410

410 – 420

2040

420 – 430

Gespikkeld wonen

30

40

50

60 – 70

80

Totaal

420

430 – 440

450 – 460

470 – 490

500 - 510

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021.

2.2 Aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking Door de gemeente Veenendaal is een aanbodinventarisatie gedaan. Op basis van alle informatie die we hebben ontvangen over de aanbodinventarisatie komen we tot het volgende overzicht van het aanbod aan woonplekken voor de doelgroep VG.

1 De aanname is dat op termijn alle lichte VG, 33% van de VG3 en 15% van de VG6 gespikkeld wonen.

15

Tabel 2.2: Aanbodoverzicht aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking. Zorgaanbieder Zideris Eigenzinnige zorg Zideris Eigenzinnige zorg

Locatie Hollandia Kostverloren

Geclusterd wonen 40 9

Zideris Eigenzinnige zorg Reinaerde Humanitas DMH

Weverij / De Stoomwever Zandstraat Vondellaan

24 22 32

Siloah Philadelphia Zorg Philadelphia Zorg Philadelphia Zorg Jagerhuis B.V.

Dragonderhof Uiverstraat Vollewens De Wending Het Jagerhuis

7 36 14 22 10

’s Heeren Loo ’s Heeren Loo

Woongroep Ariane St. Thuishuis

20 9

Reinaerde Abrona Totaal

Molenpark De Shelter

21 36 302

Bron: Aanbodinventarisatie gemeente Veenendaal, 2021.

Tabel 2.3: Aanbodoverzicht aanbod voor mensen met niet aangeboren hersenletsel. Zorgaanbieder Locatie Interact Contour De Palmengrift Interact Contour Ghandi Totaal

Woonplekken 24 23 47

Bron: Aanbodinventarisatie gemeente Veenendaal, 2021.

Naast het aanbod aan woonplekken heeft de gemeente ook in beeld gebracht hoeveel mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking ambulante begeleiding ontvangen. Zorgaanbieders Philadelphia Zorg en Reinaerde geven aan dat de aantallen erg wisselen. Zie onderstaand overzicht. Tabel 2.4: Overzicht aantal cliënten dat ambulante begeleiding ontvangt per organisatie. . Organisatie Aantal cliënten dat ambulante begeleiding ontvangt Abrona 80 Philadelphia Zorg Circa 30 Zideris Eigenzinnige zorg 25 tot 30 Humanitas DMH 30 Reinaerde Circa 50 Totaal 215 tot 220 Bron: Aanbodinventarisatie gemeente Veenendaal, 2021.

In totaal komen we op 302 woonplekken en 215 tot 220 cliënten met een VG- of een LG-indicatie die ambulante begeleiding ontvangen.

2.3 Match vraag-aanbod mensen met een verstandelijke beperking Een vergelijking van de (toekomstige) vraag naar woonvormen en het huidige aanbod leidt tot inzicht in de huisvestingsopgave voor de doelgroep mensen met een verstandelijke beperking. Hierbij zijn we uitgegaan van de trendvariant van de prognose: • Op het moment telt de gemeente Veenendaal 420 personen met een VG-indicatie. Meer dan de helft van de mensen met een VG-indicatie heeft een geclusterde of gespikkelde woonplek bij een zorgaanbieder. Het overige deel van de personen met een VG-indicatie (143) ontvangt zeer 16

waarschijnlijk ambulante begeleiding thuis (bij de ouders). In 2040 is er behoefte aan 510 plekken wanneer we uitgaan van de trendvariant van de prognose. Wanneer we de huidige woonplekken en het maximale aan ambulante begeleiding dat er nu wordt verleent bij elkaar optellen, komen we uit op 522 plekken / ambulante begeleiding. Het aanbod aan woonplekken en ambulante begeleiding bij elkaar blijft in de gehele periode 2021 – 2040 in de vraag voorzien. • Het kan zo zijn dat van het deel van de VG-doelgroep die thuis woont en ambulante begeleiding ontvangt wel behoefte heeft aan een woonplek bij zorgaanbieders. Als we ervan uitgaan dat alle personen die nu ambulante begeleiding ontvangt eigenlijk een woonplek zouden willen of nodig hebben, zien we dat er momenteel een tekort is van 88 geclusterde woonplekken en 30 gespikkelde woonplekken. Het tekort groeit naar de toekomst toe naar een tekort van 128 geclusterde woonplekken en 80 gespikkelde woonplekken in 2040. In onderstaande tabel en figuur geven we de vraag-aanbodbalans weer wanneer we uitgaan van de bovenstaande punten: de situatie waarin de ambulante begeleiding thuis wordt beschouwd als woonplekken en de situatie waarin dit niet het geval is.

Tabel 2.5: Vraag-aanbodbalans uitgaande van twee verschillende situaties, doelgroep VG Situatie Woonvorm 2021 2025 2030 Begeleiding als Geclusterd / woonplekken gespikkeld 102 82 62 meetellen wonen Geclusterd -88 -98 -108 Begeleiding niet wonen als woonplekken Gespikkeld meetellen -30 -40 -50 wonen

2035

2040

32

12

-118

-128

-70

-80

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021

Figuur 2.4: Vraag-aanbodbalans geclusterd wonen en gespikkeld wonen voor de doelgroep VG, 2 situaties -88 -98 Geclusterd -108 -118 -128

102 82 Geclusterd / gespikkeld

62 32

Gespikkeld

12

2021

0

50

100

2025

2030

2035

150 2040

-70 -80 -150

2021

-100 2025

2030

-30 -40 -50

-50 2035

0 2040

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021.

3 Geestelijke Gezondheid Ten tijde van 1 juli 2020 hebben 159 mensen een indicatie voor Beschermd Wonen in de gemeente Veenendaal. Dit totaalcijfer beslaat alle actieve PGB en Zorg in Natura (ZIN)-indicaties voor Beschermd Wonen. De 159 BW-cliënten vormen het uitgangspunt voor onze doorrekening. Vanaf 2021 staat de Wlz open voor ggz-cliënten met een blijvende behoefte aan intensieve zorg. De overstap van cliënten van Beschermd wonen naar de Wlz leidt tot een uitname uit het gemeente fonds. Naar verwachting telt de gemeente Veenendaal na de uitname in totaal nog 87 BW-cliënten.

17

De middelen voor BW begeleiding worden vanaf 2022, in een periode van 10 jaar, stapsgewijs aan elke individuele gemeente beschikbaar gesteld. Als scenario nemen wij mee dat de vraag naar BW-plekken meer verdeeld gaat worden in de BW-regio Ede naar rato van het aantal inwoners in de aparte gemeenten: het scenario ‘Lokaal wonen’. Het gat tussen het regionaal (circa 1,33 BW-cliënten per 1.000 inwoners2) en het gemiddeld aantal BW-cliënten binnen de gemeente Veenendaal word dan gedicht. Wanneer we uitgaan van 159 BW-cliënten, de situatie voor de uitname, tellen we circa 2,39 BW-cliënten per 1.000 inwoners. Wanneer we uitgaan van 87 BW-cliënten en daarmee rekening houden met de verwachte uitname tellen we circa 1,31 BW-cliënten per 1.000 inwoners. Voor de situatie voor uitname betekent het dat er minder plekken nodig zijn in de gemeente Veenendaal en juist meer plekken nodig zijn in de overige gemeenten in de BW-regio. Voor de situatie na uitname betekent het dat er meer plekken nodig zijn en het aantal vanaf 2030 stabiel blijft. Naast het scenario ‘Lokaal wonen’ waarbij we rekening houden met de uitname naar de Wlz nemen we ook een scenario op waarbij we rekening houden met de ontwikkeling van Beschermd Wonen naar ‘beschermd thuis’. Verwacht wordt dat cliënten met een licht arrangement/indicatie versneld kunnen uitstromen naar zelfstandig wonen. Dit betreft 30 tot 50 cliënten.

Na deze transitie komen we uit op 110 tot 130 cliënten in Beschermd Wonen op het moment en 50 tot 70 cliënten in Beschermd Wonen in 2040. Wanneer we ook rekening houden met de uitname naar de Wlz zijn er op het moment nog 40 tot 60 cliënten in Beschermd Wonen en 50 tot 70 cliënten in 2040. Tabel 3.1: Scenario ‘Lokaal wonen’ vraag naar BW-plekken (2021 – 2040) (afgeronde cijfers) 2021 2025 2030 Situatie voor uitname wlz en transitie naar 160 150 120 ‘beschermd thuis’ Situatie na uitname wlz 90 90 100 Situatie na transitie ‘beschermd thuis’ 110 - 130 100 – 120 70 – 90 Situatie na uitname wlz en transitie ‘beschermd thuis’ 40 – 60 40 – 60 50 – 70

2035 100

2040 100

100 50 – 70 50 – 70

100 50 – 70 50 – 70

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021.

Figuur 3.1: Scenario’s vraag BW-plekken voor en na uitname en transitie (2021 – 2040) 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2021

2025

Situatie na uitname Wlz en beschermd thuis

2030

2035

2040

Situatie voor uitname Wlz en beschermd thuis

Bron: Woonzorgweter Companen, 2021.

2 Berekening exclusief gemeente Wageningen wegens ontbreken gegevens

18

3.1 Aanbod voor Beschermd Wonen Door de gemeente Veenendaal is een aanbodinventarisatie gedaan. Op basis van alle informatie die we hebben ontvangen over de aanbodinventarisatie komen we tot het volgende overzicht van het aanbod aan woonplekken voor de doelgroep Beschermd Wonen. Tabel 3.2: Aanbodoverzicht aanbod voor de doelgroep Beschermd Wonen. Zorgaanbieder Locatie

Geclusterd wonen

Kwintes

DS van Schuppenstraat

31

Kwintes

Ronde Erf

36

Kwintes

Ghandistraat

32

Kwintes

David Tenierslaan

34

Kwintes

Nachtzwaluw Wooncollectief (pilot voor 1 jaar)

6

WoondroomZorg B.V.

Grasboom Veenendaal ('t Erfgoed)

Agathos

EF 5 (kloppend Hart Huis)

11 11

Stichting Thuis bij Fred

-

8

Stichting Thuis bij Fred

-

3

Totaal

172

Bron: Aanbodinventarisatie gemeente Veenendaal, 2021.

De locaties Ronde Erf, Grasboom, EF 5, Nachtzwaluw en locaties van Stichting Thuis bij Fred bieden met name woonplekken aan voor jongvolwassenen. De jongvolwassenen die op een locatie van Thuis bij Fred wonen hebben een leeftijd tussen de 18 en 27 jaar. Het kan zijn dat een aantal van deze jongeren nog onder jeugdzorg vallen en geen indicatie hebben voor Beschermd Wonen maar een beschikking voor jeugdzorg. Voor de overige genoemde locaties kan dit ook het geval zijn. Echter weten we niet binnen welke leeftijdscategorie de jongvolwassenen vallen die op de overige genoemde locaties verblijven.

3.2 Match vraag-aanbod Beschermd Wonen Een vergelijking van de (toekomstige) vraag naar woonvormen en het huidige aanbod leidt tot inzicht in de huisvestingsopgave voor de doelgroep Beschermd Wonen. Hierbij zijn we uitgegaan van de prognose die uitgaat van het aantal indicaties voor uitname Wlz en transitie naar ‘beschermd thuis’ en de prognose die uitgaat van het aantal indicaties na uitname Wlz en transitie ‘beschermd thuis’: • Volgens de aanbodinventarisatie zijn er circa 172 BW-plekken in de gemeente Veenendaal. Wanneer we uitgaan van de situatie voor de uitname Wlz en transitie ‘beschermd thuis’ zien we dat de huidige vraag en aanbod redelijk met elkaar in balans zijn; een vraag van circa 160 personen tegenover een aanbod van 172 BW-plekken waarvan de kans er is dat een aantal van deze plekken worden bewoond door een jongvolwassene met een Jeugdzorgindicatie. Naar de toekomst ontstaat er een disbalans; er is meer aanbod dan vraag. In 2040 verwachten we een overschot van 72 plekken. • Wanneer we uitgaan van de situatie na de uitname Wlz en transitie ‘beschermd thuis’ zien we dat er op het moment sprake is van een overschot aan 112 tot 132 plekken. Het overschot loopt naar de toekomst terug tot 102 – 122 plekken in 2040.

19

Tabel 3.3: Saldo vraag naar en aanbod van BW-plekken, uitgaande van het scenario ‘Lokaal wonen’. 2021 2025 2030 2035 Situatie voor uitname Wlz en transitie beschermd thuis Situatie na uitname Wlz en transitie beschermd thuis

2040

12

22

52

72

72

112 - 132

112 - 132

102 - 122

102 - 122

102 - 122

Bron: BW-indicaties centrumgemeente Ede, aanbodinventarisatie, bevolkingsprognose, bewerking Companen.

Het overschot aan woonplekken dat uit de balans van vraag en aanbod naar voren komt is een theoretisch tekort. In praktijk staan deze woonplekken niet leeg maar worden bewoond door cliënten met een Wlzindicatie.

3.3 Uitstroom uit BW Beschermd Wonen is in principe bedoeld als tijdelijke vorm van wonen met zorg; na verloop van tijd zullen de meeste cliënten weer zelfstandig gaan wonen met meer of minder intensieve begeleiding. Met de uitname uit het gemeentelijke fonds die al heeft plaatsgevonden bestaat de groep BW-cliënten voor een groot deel uit BW-cliënten die op den duur uit kan stromen naar zelfstandig wonen met eventueel nog begeleiding. Voor het bepalen van de verwachte uitstroom naar de toekomst toe schatten we dat 80% van de totale groep BW-cliënten kan uitstromen. Daarnaast gaan we uit van een verblijfsduur van 2,5 jaar in Beschermd Wonen. In de volgende tabel wordt de verwachte jaarlijkse uitstroom weergegeven voor de situatie voor uitname Wlz en transitie beschermd thuis en de situatie na uitname Wlz en transitie beschermd thuis. Tabel 3.4: Verwachte jaarlijkse uitstroom BW scenario ‘Lokaal wonen’, afgeronde cijfers 2021 2025 2030

2035

2040

Situatie voor uitname Wlz en transitie beschermd thuis

50

50

40

30

30

Situatie na uitname Wlz en transitie beschermd thuis

10 - 20

20

30

30

30

Bron: Woonzorgweter

4 Kwetsbare jongeren 4.1 De doelgroep kwetsbare jongeren In onderstaande tabel staan het aantal jeugdzorgbeschikkingen naar type en per jaar weergegeven van de gemeente Veenendaal. Het aantal beschikkingen is tussen 2016 en 2020 toegenomen met 36 beschikkingen. In de gemeente Veenendaal ontvangen jeugdigen en jongeren met een Jeugdzorgbeschikking met name pleegzorg. Tabel 4.1: Aantal jeugdzorgbeschikkingen naar type (2016 – 2020). 2016 2017 Jeugdzorg met verblijf 32 49

2018 66

2019 64

2020 75

JGGZ Tijdelijke verblijf Pleegzorg

26 71 162

23 82 175

12 54 196

9 60 217

3 39 210

Totaal

291

329

328

350

327

Bron: Jeugdzorggegevens gemeente Veenendaal, 2021.

20

Wanneer we inzoomen op het jaar 2020 zien we dat kinderen tussen 10 en 14 jaar de grootste groep vormt met een Jeugdzorgbeschikking. Tabel 4.2: Aantal jeugdzorgbeschikkingen naar type en naar leeftijdscategorie, 2020. Leeftijdscategorie Jeugdzorg met verblijf JGGZ Tijdelijk verblijf 0 – 4 jaar 0 0 1

Pleegzorg 27

Totaal 28

5 – 9 jaar 10 – 14 jaar 15 – 16 jaar

8 28 20

0 0 1

9 19 7

61 58 28

78 105 56

17 – 19 jaar Totaal

10 75

2 3

3 39

36 210

60 327

Bron: Jeugdzorggegeven gemeente Veenendaal, 2021.

Op basis van de demografische ontwikkelingen in de gemeente Veenendaal hebben we een doorrekening opgesteld van de vraag naar jeugdzorg. Zoals uit onderstaande tabel en figuur blijkt zal de vraag naar plekken in jeugdzorg naar de toekomst toe toenemen. Voor een periode van 20 jaar verwachten wij een toename van 70 plekken. Tabel 4.3: Demografische doorrekening Jeugdzorgplekken. 2020

2025

2030

2035

2040

Jeugdzorg met verblijf

75

75

75

80

85

JGGZ

5

5

5

5

5

Tijdelijke verblijf

40

40

40

45

50

Pleegzorg

210

210

225

240

260

Totaal

330

330

345

370

400

Bron: Bevolkingsprognose gemeente Veenendaal, Jeugdzorgregistraties gemeente Veenendaal, bewerking Companen.

Figuur 4.1: Demografische doorrekening Jeugdzorgplekken. 450 400 350 300 250

240

260

210

210

225

40 5

40 5

40 5

45 5

50 5

75

75

75

80

85

2020

2025

2030

2035

2040

Prognose JGGZ

Prognose Tijdelijk Verblijf

200 150 100 50 0

Prognose Jeugdzorg

Prognose Pleegzorg

Bron: Bevolkingsprognose gemeente Veenendaal, Jeugdzorgregistraties gemeente Veenendaal, bewerking Companen

21

4.2 Uitstroom uit Jeugdzorg Van de jongeren die de leeftijd hebben om uit te gaan stromen verwachten we vanuit de demografische doorrekening dat ongeveer 20% kan uitstromen naar zelfstandig wonen en 45% naar geclusterd begeleid wonen. Er is ook een aandeel dat uit zal stromen naar BW (10%) of naar de Wlz (5%). Nog zo’n 20% van de groep maakt gebruik van de mogelijkheid van verlengde jeugdzorg en blijft langer in de bestaande setting wonen. Op basis van de demografische doorrekening en de aandelen binnen de doelgroep kwetsbare jongeren waarvan wordt verwacht te gaan uitstromen, is de uitstroom voor de komende 20 jaar in beeld gebracht. Zie hiervoor figuur 4.2. Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat de inzet van Veenendaal is om te gaan naar zo min mogelijk verblijfsplekken voor jeugd, de zogenaamde ‘beweging van 0’. Met het bieden van voldoende ambulante alternatieven is de doelstelling om het verblijf daarmee sterk terug te dringen, in samenwerking met de jeugdhulpregio Foodvalley. Figuur 4.2: Uitstroom naar type in de gemeente Veenendaal. 60 50

10

10

10

10

10

40

5 5

5 5

5 5

5 5

5 5

25

25

25

25

25

10

10

10

10

10

2020

2025

2030

2035

2040

30 20 10 0

Zelfstandig wonen

Geclusterd begeleid wonen

Wlz-instelling

Blijft in verlengde jeugdzorg

Beschermd Wonen (BW)

Bron: Bevolkingsprognose en jeugdzorgregistratie gemeente Veenendaal, bewerking Companen.

22

Bijlage 1: Toelichting Zorgtredenmodel van de NZa Zorgtredenmodel van de NZa Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle Nederlandse ouderen (65+) zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die oude ren in het afgelopen half jaar ontvingen: • Vitale ouderen zitten in zorgtrede 1. Zij wonen zelfstandig thuis en gaan slechts af en toe naar de huisarts of de apotheek voor medicatie. • Zorgtrede 2 omvat zelfstandig thuiswonende ouderen die gebruik maken van medisch-specialistische zorg vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg. • In zorgtrede 3 vallen ouderen die gebruik maken van Wmo-zorg en daarmee een lichte mate van afhankelijkheid van zorg of ondersteuning hebben. Deze zorg betreft hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere zorg waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. • Bij zorgtrede 4 maakte de oudere tijdens de afgelopen zes maanden tijdelijk (niet meer dan 3 maanden) gebruik van professionele zorg: persoonlijke verzorging en kernverpleging uit de Zvw of mpt/pgb uit de Wlz, of revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf of Wmo-verblijf of andere Wmo-zorg die in 2015 uit de AWBZ is overgeheveld.

• In zorgtrede 5 maakt de oudere structureel (langer dan 3 maanden) gebruik van de zorg die onder zorgtrede 4 is beschreven. • In zorgtrede 6 zitten ouderen die zijn opgenomen in een intramurale instelling of die een 'Volledig Pakket Thuis (VPT)' ontvangen via de Wlz. Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85-plussers ziet er dan ook heel anders uit dan van de groep 65-75-jarigen.

23

Bijlage 2: Uitsplitsing PG en SOM Tabel 2a: Uitsplitsing 24-uurszorg PG en SOM. Gebiedsindeling 24-uurszorg PG

24-uurszorg SOM

2021

2025

2030

2040

2021

2025

2030

2040

Centrum

50

60

60

80

40

50

60

70

Noordoost

40

60

70

110

40

50

60

90

Zuidoost

70

80

90

130

60

70

80

110

Zuidwest

30

30

30

50

30

30

30

40

Noordwest

30

40

40

60

30

30

40

50

West

50

50

60

80

40

50

50

70

Totaal

270

320

350

510

240

280

320

430

Brom: Woonzorgweter Companen, 2021.

24

Bijlage 3: Aannamestelsels doelgroep ouderen Figuur 3a: Aannames vertaling zorgvraag naar woonvraag doelgroep ouderen. 100% 90%

15%

15% 35%

80%

40%

70%

50%

60%

85%

85%

5% 10%

5% 10%

Zorgtrede 6 (PG)

Zorgtrede 6 (SOM)

50% 40%

85%

85% 65%

30%

60%

20%

50%

10% 0% Zorgtrede 1

Zorgtrede 2

Regulier wonen

Zorgtrede 3

Zorgtrede 4

Geclusterd wonen

Zorgtrede 5

24-uurszorg SOM

24-uurszorg PG

Bron: Aannamestelsel Companen, 2021.

25

Bijlage 4: Doorzonscan De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee gemeenten en woningcorporaties op een snelle manier kunnen achterhalen welk deel van de woningvoorraad al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Hieronder staan de kenmerken waaraan woningen moeten voldoen om een specifieke kwalificatie te krijgen. Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; • appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); • (semi)bungalows, woonboerderijen. Potentieel geschikte woning Potentieel geschikte woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels.

Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: • eengezinswoning, is gebouwd na 1998; • inhoud3 bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning. Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken. De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van woz-gegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘potentieel geschikt’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd). Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.

3

Uit landelijk onderzoek is gebleken dat er een relatie is tussen de inhoud en de potentiële geschiktheid van woningen.

26

Bijlage 5: Afkortingen en begrippen •

• •

•

• • • • • • • • • • • •

Ambulantisering (GGZ): afbouwbeleid van intramurale zorg. Een deel van de GGZ-Cliënten die voorheen zorg met verblijf in een instelling kreeg, wordt voortaan ambulant begeleid in hun eigen woning. AWBZ: Algemene wet bijzondere ziektekosten. Is per 1 januari 2015 opgeheven. Langdurig verblijf is sindsdien opgenomen in de Wlz. BW: Beschermd Wonen (GGZ). Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Beschermd Wonen is binnen de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening. Vóór 1-1-2015 maakte het deel uit van de AWBZ en heette het GGZ-C. Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. Anders dan bij ambulantisering gaat het niet zozeer om individuele cliënten vanuit een instelling in de wijk te laten wonen, maar dat nieuwe cliënten minder snel worden opgenomen in een instelling. GGZ: Geestelijke gezondheidszorg. Betreft zowel de klinische zorg (Zvw), langdurige zorg (Wlz) als Beschermd Wonen (Wmo). LVB: Licht verstandelijk beperkt. MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB. MO: Maatschappelijke opvang. Tijdelijke huisvesting van kwetsbare mensen, waaronder daklozen, jonge moeders of slachtoffers van huiselijk geweld.

PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. Prestatieafspraken: Afspraken tussen gemeenten, woningcorporatie en huurders-vertegenwoordigers zoals bedoeld in de Woningwet. Scheiden wonen en zorg: Cliënt betaalt zelf de huur en de kosten voor levensonderhoud (“hotelkosten”). VG: Verstandelijk gehandicapt/beperkt. VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis kan worden geleverd. Wlz: Wet Langdurige Zorg. Wmo: Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Zvw: Zorgverzekeringswet.

Woonvormen Ouderen • Geclusterde woonvormen: een uiteenlopend palet aan woonvormen, van instellingszorg in groepswoningen tot geclusterde appartementen, hofjeswoningen of zorgboerderijen. • Geclusterd wonen zonder zorg (aanwezig): het aanbod geclusterd wonen zonder zorg kent veel variatie op verschillende vlakken. Variatie in de woonvorm: van hofjes tot flats. Variatie in de omvang van de complexen: van circa 20 tot circa 200 woningen in één complex. Als laatste bestaat er veel variatie in de aanwezigheid van gemeenschappelijke faciliteiten zoals de aanwezigheid van een buitenruimte, recreatieruimte, voorzieningen in de nabijheid, een huismeester of een alarmeringssysteem. Het zijn met name de faciliteiten die een woonplek tot een beschutte woonplek maken.

27

•

Geclusterd wonen met zorg nabij: beschutte woonvorm waarbij de bewoner een eigen appartement of studio heeft met voorzieningen, dat zich in de nabijheid van een woonzorgcentrum bevindt. Bewoners kunnen een beroep doen op de medische en sociale voorzieningen van het centrum. De sociale interactie binnen en buiten de cluster staat voorop. De woningen zijn geschikt voor mensen met een lichte of middelzware zorgvraag.

Beschermd Wonen & verstandelijk beperkten • Groepswonen/instellingszorg: een specifieke vorm van geclusterd wonen, waarbij bewoners een kamer hebben en voorzieningen als keuken en woonkamer delen met andere bewoners. De woningen zijn geschikt voor bewoners met een zwaardere zorgvraag. • Geclusterd wonen met of zonder begeleiding: beschutte woonvorm waarbij de bewoner een eigen appartement of studio heeft met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of bij het pand. De woningen zijn geschikt voor bewoners met een zwaardere zorgvraag. • Gespikkeld wonen/individueel wonen met begeleiding: wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning die vaak in de nabijheid van een woonvorm staat waarvandaan lichtere zorg en begeleiding geboden kan worden.

28

Bijlage 6: vraag-aanbodbalans rolstoelgeschikte woningen per wijk. Tabel 6a: Saldo vraag-aanbod rolstoelgeschikte woningen (2021 – 2040). Gebiedsindeling 2021 2025 2030 Centrum 0 -17 -17 Noordoost 0 -12 -17 Zuidoost 0 8 3 Zuidwest 0 -7 -7 Noordwest 0 3 -2 West 0 10 10 Totaal 0 -15 -30

2035

2040

-17 -22 -2 -12 -2 5 -50

-17 -22 -7 -12 -7 5 -60

Bron: Aanbodinventarisatie MIVA woningen, Woonzorgweter Companen.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11525570/1