4. Was-wordt-lijst Verordening bekostiging leerlingenvervoer Veenendaal 2024
Tekst van het document
Was wordt lijst Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Veenendaal 2024 Artikel Titel 1 1 2 3 4 5 6 7 8 Titel 2 9 10 11 12 13 14 Titel 3 15 16 17 18 19 20 21 Titel 4 22 Titel 5 23
WAS (oude verordening) Algemene Bepalingen begripsomschrijving 1 Door het college het noodzakelijk te achten vervoersvoorziening Vervoersvoorziening naar Dichtstbijzijnde toegankelijke school Toekenning vervoersvoorziening Aanvraagprocedure Doorgeven van wijzigingen Peildatum leeftijd Andere vergoedingen Bepalingen omtrent het vervoer van ll naar het Primair Onderwijs Algemene bepalingen omtrent het vervoer van ll van scholen voor PO Bekostiging vervoerskosten OV en fiets Bekostiging vervoerskosten OV en fiets t.b.v. een begeleider Aangepast vervoer Eigen vervoer Passende voorziening Bepalingen omtrent het vervoer van ll naar het Voortgezet Onderwijs Algemene bepalingen omtrent het vervoer van ll van scholen voor VO Bekostiging vervoerskosten OV en fiets Bekostiging vervoerskosten OV met begeleiding en vervoer per fiets Aangepast vervoer Eigen vervoer Bekostiging binnen afstandsgrens Passende voorziening Bepalingen omtrent het weekeinde- en vakantievervoer Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie aan in de gemeente wonende ouders Eigen Bijdrage en bekostiging naar financiële draagkracht Drempelbedrag
WORDT Paragraaf 1 1 2 en 6 8 6 3 7 11 12 Paragraaf 2 Aanvraag 8, 9 en 16 17 18 19 20 21 Paragraaf 3 Beoordelingsfase 8, 9 en 16 17 18 19 20 18 en 19 21 Paragraaf 4 Onderzoeksfase 22 23 en 24 23
24 Titel 6 25 26 27 28 Titel 7 29 30 31 32 33
Financiële draagkracht Bepalingen omtrent het vervoer van gehandicapte ll van Primair en Voortgezet onderwijs Bekostiging vervoerskosten OV en fiets t.b.v. een begeleider Aangepast vervoer Eigen vervoer Passende voorziening Overgangs- en slotbepalingen Gevallen waarin de regeling niet voorziet Afwijken van bepalingen Intrekking oude regeling Overgangsbepaling Inwerkingtreding en citeertitel
WAS (oude verordening) – Artikel: 1. a. aangepast vervoer: collectief vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus of bustaxi;
24 18 en 19 18 19 20 21 Paragraaf 5 Slotbepalingen 25 26 27 Vervallen 28
WORDT – Artikel: 1.a. aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, bustaxi of touringcar; d. deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige, de school of de in het OOGO bepaalde onafhankelijk deskundige; (NIEUW)
d. commissie van onderzoek: commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra;
Vervallen
e. commissie voor de begeleiding: de commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra;
Vervallen g. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal; (NIEUW)
h. inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van de ouders in het
h. inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;
tweede kalenderjaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt gevraagd; i. leerling: een in Veenendaal woonachtige leerling van een school als bedoeld onder o;
i. leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel; j. ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 2.44 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld. Ingeval van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs adviseert hierin de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek; (NIEUW) k. OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs en de gemeenten binnen de samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 2.47, tiende lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs; (NIEUW)
k. opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;
m. opstapplaats: plaats aangewezen door burgemeester en wethouders, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer. De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider; r. structureel: dit is een periode van minimaal drie maanden; (NIEUW)
2 De door het college noodzakelijk te achten vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het vervoer van een leerling naar een school kan het college aan de ouders op aanvraag een vervoersvoorziening toekennen met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
2. Doelstelling Deze verordening heeft tot doel te onderzoeken of in de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging aan de ouders van de leerling kan worden toegekend voor het goedkoopst passend vervoer van de
2. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders ingevolge het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering van of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op een bekostiging vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt op aanvraag een vervoersvoorziening verstrekt aan de leerling. 5. Een vervoersvoorziening naar locaties waar medische behandeling wordt gegeven of naar buitenschoolse activiteiten, zoals buitenschoolse opvang, oppas of sport valt niet onder deze regeling.
leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug. Deze beoordeling vindt plaats op grond van in de verordening bepaalde criteria. 6. Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van de in de gemeente Veenendaal verblijvende leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2. Als het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt het college van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid
van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. Als de leerling een meerderjarige en
5.
6. 7.
8.
handelingsbekwame leerling is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegekend aan de leerling. Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. Het college verstrekt een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug. Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.
3 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling of de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij: a. vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen; b. de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat er slechts aanspraak op bekostiging naar eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.
8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld. 3. Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in de samenwerkingsverbanden van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. 4.
Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts tijdelijk toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan het college is door de ouders voldoende aangetoond
wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling; b. aan het college is door de ouders voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van
het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en c. in het OOGO zijn afspraken gemaakt over de deskundige, die de
gemeente adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling. Er wordt er overleg gevoerd over het aanbod voor onderwijs bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort, waarop de leerling is aangewezen als bedoeld in artikel 5, derde lid, aanhef en onder b. 4 Toekenning vervoersvoorziening Het college bepaalt bij het toekennen van een vervoersvoorziening de opstapplaats, de wijze, de tijdsduur en het tijdstip van de verstrekte bekostiging. 5 Aanvraagprocedure 1.Het college gebruikt voor de aanvraag/verlenging/wijziging van een vervoersvoorziening een (digitaal) formulier. 2.Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt ingediend bij het college door een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend (digitaal) formulier. 3.Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 4.Indien dit voor een juiste beoordeling noodzakelijk is, kan het college advies inwinnen bij onafhankelijke externe deskundigen of bij een afdeling van de gemeente. 5.Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 6.Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 7.Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend, geldt deze:
Zie 6 hierboven
3. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan bij het college als de leerling in Veenendaal woont, door indiening van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 3. De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling. 4. Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 5. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 6. Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders
verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag;
b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang
a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat deze datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag door het college;
van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.
b. wanneer het een aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum. 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag (NIEUW) 1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin. 2. Het college kan bij een eerste aanvraag in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase. 3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden. 4. Het college betrekt in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 8. 5. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kan het college in overleg met de ouders, desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. 6.
In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan het college ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen.
5. OOGO met de samenwerkingsverbanden (NIEUW) 1. Het college neemt het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het OOGO met de samenwerkingsverbanden. 2. Het college spant zich in om in het OOGO met de samenwerkingsverbanden afspraken te maken over: a. de spreiding van het onderwijsaanbod binnen de
samenwerkingsverbanden en de vervoersmogelijkheden die hieruit voortvloeien; b. de deskundige die het college adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij gevolgd wordt. De deskundige betrekt in zijn advies de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling als bedoeld in artikel 4 als uitgangspunt; c. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verwijzing van de leerling naar de voor hem best passende school met dien verstande, dat slechts een vervoersvoorziening door het college wordt verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school; d. de wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders; e. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de vervoerskosten te beheersen; f. de invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het derde lid; 3. Het college organiseert periodiek een uitvoerend overleg met de samenwerkingsverbanden. In dit overleg worden de volgende onderwerpen besproken: a. de ontwikkelingen in het onderwijs, het gemeentelijk beleid leerlingenvervoer en de samenwerkingsverbanden; b.
de wijze waarop situaties als genoemd in artikel 8, vierde lid, kunnen worden voorkomen, dan wel op te heffen en dit onderwijs bij de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, aangeboden kan worden; c. het maken van afspraken over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het vervoersontwikkelingsplan genoemd in artikel 4, vijfde lid. 6 Wijzigen, opschorten en intrekken vervoersvoorziening 1. Wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening worden, onder vermelding van de datum van de wijziging, direct door de ouders door middel van het (digitaal) wijzigingsformulier meegedeeld aan het college.
7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening 1. De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct
schriftelijk mede te delen aan het college. 2. Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.
2. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende
3.
3. Indien het college ambtshalve een wijziging vaststelt, die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is toegekend, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Alvorens het college zijn besluit neemt worden de ouders gehoord. 4.
4. De vervoersvoorziening kan worden gewijzigd, opgeschort of worden ingetrokken indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat er op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest. 5. In geval van ernstig wangedrag door de leerling gedurende het door ons bekostigde vervoer, kan het college besluiten de toegekende vervoersvoorziening te wijzigen, op te schorten of in te trekken. 6. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuwe verstrekte vervoersvoorziening.
5.
6.
vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Als de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt het besluit schriftelijk mee aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling. Het college kan een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als het college vaststelt dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of e. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer.
De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.
9 Algemene bepalingen omtrent het vervoer van de niet gehandicapte leerlingen van scholen voor primair onderwijs 1. Het college kan aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt een vervoersvoorziening toekennen, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer bedraagt dan: a. 6 kilometer voor wat betreft een school voor basisonderwijs; b. 4 kilometer voor wat betreft een speciale school voor
basisonderwijs. 2. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een vervoersvoorziening toegekend over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a. bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a. 3. Indien het college de gevraagde vervoersvoorziening niet of slechts gedeeltelijk toekent kan het college bij de beoordeling van de aanvraag een (vervoers)advies van deskundigen of van een afdeling van de gemeente, die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn, betrekken. 15 Algemene bepalingen 1. Het college kan aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, een vervoersvoorziening toekennen,
Zie 8 hierboven 9. Afstandsgrens 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: a. basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; b. speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan vier kilometer; of c. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs meer bedraagt dan vier kilometer. In afwijking hiervan wordt geldt voor het speciaal onderwijs Cluster 3 en voortgezet speciaal onderwijs Cluster 3 een afstandsgrens van twee kilometer. 2. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college voldoende is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. 16. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1. Het college betrekt bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn. 2.
Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer.
indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan 4 kilometer bedraagt. 2. De afstand in het eerste lid is niet van toepassing voor een leerling die een school voor zeer moeilijk lerende kinderen of een school voor langdurig zieke kinderen (cluster 3) bezoekt. Voor deze scholen is een afstand van 2 kilometer van toepassing. 3. Indien het college de gevraagde vervoersvoorziening niet of slechts gedeeltelijk toekent, kan het college bij de beoordeling van de aanvraag een eventueel (vervoers)advies van deskundigen of het dossier van een afdeling van de gemeente, die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn, betrekken. 10. Aanwijzing opstapplaats (NIEUW) 1. Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening. 2. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 3. Het college wijst geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. 4.
Het college kan besluiten [tijdelijk] geen opstapplaats aan te wijzen als het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling. 13. Schooltijden en wachttijden (NIEUW) 1. Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 2. Als er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college besluiten met de inzet van het
aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer. 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerplichtige leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt. 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente (NIEUW) 1. Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, onder de volgende voorwaarden: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke
gemeente. 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan
een tijdelijke vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente. De opschortende werking geldt totdat de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken. 15. Vervoersvoorziening naar stageadres (NIEUW) 1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden.
3. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is en er geen andere alternatieven zijn, dan is, na vooraf overleg met het college, afwijking daarvan mogelijk. 4. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. 5. Bij het zoeken van een stageplaats, moet het streven zijn, dat deze goed met het openbaar vervoer bereikbaar is voor de leerling. 6. Het college kan het stagecontract opvragen.
10 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien voldaan wordt aan het afstandscriterium genoemd in artikel 9, lid 1. 2. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland. 16 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging op basis van de kosten
17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, verstrekt het college aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer. 2. Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 3. De fietsvergoeding is voor de leerling per schooldag een vergoeding voor de rit tussen de woning en de school en terug over de berekende afstand. De hoogte van de kilometervergoeding van het vervoer per fiets is opgenomen in de Beleidsregels Bekostiging Leerlingenvervoer 2024
van het openbaar vervoer, indien voldaan wordt aan het afstandscriterium genoemd in artikel 15, lid 1 en 2. 2. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland. 11 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1.Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 10, bekostigt het college tevens de vervoerskosten ten behoeve van een begeleider indien de leerling jonger dan negen jaar is en de ouders kunnen aantonen en het college van mening is, dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken. 2.Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
17 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1.Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 16 bekostigt het college tevens de vervoerskosten ten behoeve van een begeleider, indien door de ouders kan worden aangetoond dat de leerling gelet op zijn lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of leeftijd, niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken. 2.Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van de leerling en een begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling als: a. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, de leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders voldoende wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of b. de leerling valt onder de definitie gehandicapte leerling. 2. De kilometervergoeding van het vervoer per fiets over de berekende afstand is opgenomen in de Beleidsregels Bekostiging Leerlingenvervoer 2024 Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, wordt slechts eenmaal vervoerskosten van één begeleider bekostigd
25 Bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding 1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 kan het college bekostiging verstrekken op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding aan de ouders van de leerling die een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt en vanwege een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Ten aanzien van een leerling van een speciale school voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht. 2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent kan zij bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer een eventueel (vervoers)advies van deskundigen of het dossier van een afdeling van de gemeente, die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn. 3. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. 4. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets.
12 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1.Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, indien voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel 9: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of
11 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd
19. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als: d. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; e. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van
met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of
11 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11 en door de ouders kan worden aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is of tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. 2. Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer. 3.Bij verstrekking van een bekostiging voor het aangepast vervoer kan het college een voorschrift verbinden dat de ouders de leerling deel laten nemen aan leerprojecten voor het gebruik van het openbaar vervoer of fietsvervoer. 18 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1.Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, indien voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel 15: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 16 of 17 en
de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school of terug meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht of aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 16 of 17 en openbaar vervoer
het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; f. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en door de ouders ten behoeve van het college voldoende wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of g. de leerling, naar het oordeel van het college, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken.
ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets. b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en door
de ouders kan worden aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is of tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; c.
de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken.
2.Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste vervoer. 3.Bij verstrekking van een bekostiging voor het aangepast vervoer kan het college een voorschrift verbinden dat de ouders de leerling deel laten nemen aan leerprojecten voor het gebruik van het openbaar vervoer of fietsvervoer.
26 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1.Het college kan een vervoersvoorziening toekennen in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt, indien: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;
b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en door de ouders kan worden aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is of tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; d. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is, ook niet onder begeleiding, van openbaar vervoer gebruik te maken. Ten aanzien van een leerling van een speciale school voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht. 2.Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, kan zij bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer een eventueel (vervoers)advies van deskundigen of het dossier van een afdeling van de gemeente betrekken, die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn. 3.Bij verstrekking van een bekostiging voor het aangepast vervoer kan het college een voorschrift verbinden dat de ouders de leerling deel laten nemen aan leerprojecten voor het gebruik van het openbaar vervoer of fietsvervoer.
13 Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerkosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
20. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend,
bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan
2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren of laten vervoeren: a. een bedrag op basis van kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien het college desgewenst toestaat of van oordeel is dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets; b. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer; c. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer aan één of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
19 Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer
wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de
leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets is opgenomen in de Beleidsregels Bekostiging Leerlingenvervoer 2024 b. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer al dan niet met begeleiding; of c. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. Deze vergoeding bedraagt het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer. 3. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend,
bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door
andere ouders of door andere ouders georganiseerd, die voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging van het college ontvangen, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: h. een bedrag op basis van kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid
van de Reisregeling binnenland, indien het college toestaat of van oordeel is dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer; i.
een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere
ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. 27 Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer
1.Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2.Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf vervoeren of laten vervoeren: a. een bedrag op basis van kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid
van de Reisregeling binnenland, indien het college desgewenst toestaat of van oordeel is dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets; b. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien
aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer; c.
een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
3.Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4.Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. 14 Bekostiging passende voorziening
21. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening
Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college, met inachtneming van de artikelen 10, 11, 12 en 13, ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan de kosten van het openbaar vervoer.
Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer.
21 Bekostiging passende voorziening Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college, met inachtneming van de artikelen 16, 17, 18, 19 en 20, ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan de kosten van het openbaar vervoer. 28 Bekostiging passende voorziening Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten kan het college, met inachtneming van de artikelen 25, 26 en 27 ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan de kosten van het openbaar vervoer. 20 Bekostiging vervoerskosten van leerlingen voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs binnen de afstandsgrens. 1. Het college verstrekt eveneens bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding aan de ouders van de leerling die een school voor voortgezet speciaal onderwijs bezoekt, in het geval de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school minder bedraagt dan is bepaald in artikel 15, indien het college van oordeel is dat de lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap van de leerling dat vereist. 2.
Het college verstrekt eveneens bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, in het geval de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school minder bedraagt dan is bepaald in artikel 15, indien het college van oordeel is dat de lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap van de leerling dat vereist.
Zie 18 en 19 hierboven
3. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten zoals bedoeld in het eerste lid, is artikel 19 van toepassing. 22 Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde- en vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders 1. Met inachtneming van artikel 3 kent het college desgewenst een vervoersvoorziening voor het weekeinde- en vakantievervoer toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem/haar passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze Titel. 2. Het college kan aan de ouders een vervoersvoorziening toekennen voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft naar de woning van de ouders en terug. In aansluiting op een vakantie die voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt, kan éénmaal in het weekend aan het begin en éénmaal in het weekend aan het einde van de vakantie worden gereisd, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het derde lid bedoelde schoolvakanties. 3.
Het college kan aan de ouders een vervoersvoorziening toekennen voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 4. Titel 3 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 18, eerste lid onder a. 23 Drempelbedrag 1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 24.300,00 wordt per leerling slechts bekostiging verstrekt voor zover de
22. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie 1. Met inachtneming van artikel 8 kent het college desgewenst een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 2. Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het derde lid bedoelde schoolvakanties. 3. Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 4. Artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing.
23. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag 1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan € 28.800,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand te boven gaan.
kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand te boven gaan. 2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt of doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 24.300,00. 3. De ouders aan wie een vervoersvoorziening wordt toegekend zijn geen eigen bijdrage als bedoeld in dit artikel verschuldigd voor het derde en volgende kind uit hetzelfde gezin. 4. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die, gebaseerd waren op de zoneindeling zoals deze was opgenomen in de regeling die was gebaseerd op artikel 30, eerste lid van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met een stijging van 4%. 5.
Het bedrag van € 24.300,00, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,00. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.300,00. 6. Gedurende het schooljaar wordt de drempelbijdrage geheven naar rato van het resterende aantal maanden van het schooljaar, waarvoor een vervoersvoorziening wordt toegekend. De drempelbijdrage wordt naar boven afgerond op hele maanden.
2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het
vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 28.800,-, tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OVchipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OVbetaalmogelijkheid voor de in artikel 9 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem van de vervoersmaatschappij kunnen gelden. 4. Het inkomensbedrag van € 28.800,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 28.800,-. 5.
Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.
7. Restitutie van de drempelbijdrage vindt plaats als de leerling geen gebruik meer maakt van een vervoersvoorziening. De restitutie vindt plaats naar rato van het resterende aantal maanden van het schooljaar. De restitutie wordt naar boven afgerond op hele maanden. 8. Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt. 24 Bijdrage naar financiële draagkracht 1. Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs (zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs) meer dan 20 kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijke bijdrage. 2. Ingeval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt of doet verzorgen en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3. De hoogte van de bijdrage als bedoeld in het eerste lid en het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders te samen: Inkomen in € 0 – 32.500 32.500 – 39.500 39.500 – 45.500 45.500 – 51.000 51.500 – 58.500 58.000 – 64.000
-
Eigen bijdrage in € nihil 135 570 1060 1545 2040
24. Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage 1. Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk eigen bijdrage. 2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke eigen bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3. De hoogte van de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage wordt berekend per gezin aan de hand van de volgende tabel: Inkomen in euro’s 0- 36.900 36.900 – 43.650 43.650 – 50.400 50.400- 56.700 56.700 – 64.800 64.800 – 71.100 71.100 en verder
Eigen bijdragen in euro’s per gezin Nihil 170 750 1.390 2.035 2.730 Voor elke extra € 5.000: € 655 erbij
4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van
1 januari 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van
65.000 en verder
-
Voor elke extra € 5.000: € 500 erbij
4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,00. 5. De bedragen van de bijdrage naar financiële draagkracht, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,00.
de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-. 5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 6. Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.