4. Technische vragen en antwoorden RV Programma kostenverhaal en financiële bijdragen
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus:
Mei 2024
Naam fractie:
SGP, GroenLinks
Onderwerp:
Raadsvoorstel Programma kostenverhaal en financiële bijdragen
Vragen SGP 1. Waarom is het genoemde investeringsbedrag voor verbreding van de Rondweg Oost in bijlage III op pagina 24 van €6.250.000 uit Nota Bovenwijkse Voorzieningen 2020-2024 verlaagd naar €2.750.000? Antwoord: De bruto investeringsopgave voor de Rondweg Oost is gelijk gebleven ten opzichte van de Nota Bovenwijkse voorzieningen 2020-2024 en bedraagt € 6.250.000. Deze aanpassing is gedaan omdat een deel van de bijdrage aan de provincie wordt bekostigd met een subsidie van de regio en een deel via de ontwikkeling van Veenendaaloost (OVO). Daarom is nu de netto gemeentelijke bijdrage opgenomen. 2. Waarom is het bedrag voor het optimaliseren van groen en waterstructuren vanuit dezelfde nota verhoogd van 600.000 naar 6.500.000? Graag ontvangen we een toelichting waarvoor deze investering is geraamd. Antwoord: In de Nota Bovenwijks 2020-2024 is het jaarbedrag voor de investeringen van destijds € 600.000 opgenomen. De Nota gaat uit van een looptijd van investeringen in de openbare ruimte van 10 jaar. Het bedrag had dus in de oude Nota eigenlijk € 6.000.000 moeten zijn. Deze omissie is in dit Programma gecorrigeerd. Wel is het jaarbedrag na vier jaar verhoogd naar € 650.000 per jaar, en dus € 6.500.000. 3. Graag ontvangen we een uitsplitsing van de €7.898.562 voor mobiliteitsimpuls (pagina 25) per genoemd project.
Antwoord: Hieronder is de uitsplitsing weergegeven van de investeringen voor de mobilteitsimpuls.
Weverij Pionier, Wiekslag Brug Pionier/Wiekslag Grote Beer / Lorentzstraat Totaal
Bruto investering Subsidie Netto investering € 2.100.000 € 2.100.000 € 1.500.000 € 1.500.000 € 2.300.000 € 101.438 € 2.198.562 € 2.100.000 € 2.100.000 € 8.000.000 € 7.898.562
4. En kan een toelichting worden gegeven op hoe deze investeringen een impuls gaan geven aan de mobiliteitsopgave van Veenendaal? Antwoord:
Veenendaal investeert in haar wegen-, fiets-, en voetgangsersnetwerk. Met deze investeringen wordt gewerkt aan de bereikbaarheid van en verbetering van de verkeersveiligheid in de stad. Een deel van de mobiliteitsopgave is zoals bekend het vergroten van capaciteit en/of verbeteren van doorstroming. Deze projecten dragen bij aan de genoemde opgaven. Daar profiteert uiteindelijk iedere inwoner van, inclusief de toekomstige bewoners. Daarom wordt een deel van de kosten van deze projecten verhaald via voorliggend voorstel. Vragen GroenLinks 1. Waarom is als maximale hoogte van de reserve vereveningsfonds voor €2,5 miljoen gekozen? Antwoord: Overeenkomstig artikel 11 uit de gemeentelijke financiële verordening dient bij de instelling van een reserve de maximale hoogte te worden vastgesteld. Onder kopje kosten, baten, dekking wordt voorgerekend hoe het startkapitaal van is gebaseerd op 25 woningen. Met een reserve van (maximaal) € 2,5 miljoen zijn dit 110 woningen. Dit is (bijna) ook het aantal wat we gemiddeld per jaar aan sociale woningbouw willen toevoegen. Het geeft daarmee voldoende ruimte om ruimte te creeren om daadwerkelijk te kunnen verevenen (en dus niet te snel het plafond van de reserve te bereiken). Tegelijkertijd willen we ook zeker sturen op de daadwerkelijke bouw van sociale huurwoningen. Daarom is gekozen voor dit plafond.
Hiermee geven we direct een belangrijk signaal af richting de markt. 2. Wat gebeurt er als deze reserve het maximale bedrag heeft bereikt, of hierover heen gaat? Antwoord: Daar is in principe niets over vastgelegd, ook niet in de gemeentelijke financiële verordening. Het is overigens niet de verwachting dat het plafond snel bereikt gaat worden. Het zou in dat theoretische geval wel een belangrijk signaal afgeven. Namelijk dat er te weinig sociale woningbouw op dat moment is gerealiseerd. Als gemeente gaan we uiteraard zoveel mogelijk sturen op de bouw van sociale huurwoningen. Het achterliggende doel van dit instrument is juist ook om dit eenvoudiger te maken. Ook bij toekomstige gemeentelijke projecten kunnen we hiervan gebruik maken. Bij de Voortgangsrapportage grondexploitaties 2025 zal een evaluatie van de werking van het vereveningsfonds plaatsvinden waar dit ook een onderdeel van is. Indien nodig, kan de raad op een later moment de plafondhoogte overigens ook nog wijzigen.