CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Technische vragen en antwoorden RV Onderzoek toekomst theater Lampegiet

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Onderzoek toekomst theater Lampegiet2.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN TV2 Raadscyclus d.d.

November 2021

Naam fractie:

SGP

Onderwerp:

Raadsvoorstel Onderzoek toekomst theater Lampegiet

Vraag 1. In het BMC-rapport wordt op pag 8 gezegd dat binnen de raad eerst goed naar de ambitie van de theater(functie) gekeken moet worden. En dat de huisvestingskeus daarvan een afgeleide is. Het huidige raadsvoorstel lijkt meer op de huisvestingskeus in te gaan. De discussie over de ambitie van de theater(functie) treffen we niet in het raadsvoorstel aan. Waarom niet? In het rapport staat letterlijk: Om de continuïteit van de ‘theaterfunctie’ in Veenendaal te waarborgen dient er allereerst een bestuurlijk en politiek besluit te worden genomen over de gewenste inhoudelijke ontwikkelingsrichting van Lampegiet. Dat is een keuze die uitdrukkelijk gaat over ambitie. De keuze voor een bepaalde huisvestingsvariant is daarvan dan een afgeleide.” Dit is dan ook terugvertaald in het onderzoek met uiteraard de cultuurvisie als vertrekpunt. In het rapport zijn 4 ontwikkelingsrichtingen uitgewerkt (A t/m D). Vervolgens zijn de opties voor de huisvestingskeuze uitgewerkt in de opties I t/m IV. Het college heeft hierbij een integraal voorstel gedaan. Uiteraard kan de raad een andere afweging maken. Door een afwegingskader in het raadsvoorstel op te nemen kan de raad deze inhoudelijke discussie voeren en eventueel een ander voorkeursscenario benoemen.

2. Het raadsvoorstel lijkt ervan uit te gaan dat het theater in Veenendaal een zeer belangrijke regionale functie heeft cq dat er een nieuw theater moet komen. Die aanname wordt gedaan. Is dat ook zo? En zo ja, waar blijkt dit uit? We horen graag welke data hieraan ten grondslag ligt. BMC stelt op basis van de huidige publieksopbouw van Theater Lampegiet vast dat het theater van betekenis is voor de regio en dat deze positie door een verbreding van het programma en een verbetering van de faciliteiten nog verder kan worden versterkt. 60% van de bezoekers komt uit de regio en 40% uit Veenendaal. Een belangrijk deel van het programma-aanbod (grote musicals, opera) is voor de inwoners van de regio alleen in Veenendaal te zien.

3. In de regio zijn er al diverse theaters. (Waarom) kunnen die niet bezocht worden door huidige theaterbezoekers? Het grootste deel van de bezoekers komt toch al van buiten Veenendaal, dus kunnen ook uitwijken naar andere theaters in de regio? De theaters in de regio hebben een eigen profiel en onderscheidend karakter. Met Theater Lampegiet maken we als gemeente ook afspraken over het aanbod. Een aanbod dat divers is en interessant voor zoveel mogelijk inwoners van Veenendaal zoals ook in de cultuurvisie is verwoord. Een eigen theater draagt ook bij aan het woon- en vestigingsklimaat van Veenendaal. Daarnaast laat onderzoek aan de financiële kant van de culturele sector zien dat iedere euro die voor de entree bij een culturele activiteit wordt betaald, vermenigvuldigd kan worden met de factor 2,5. Maar bovenal staat in het door de raad vastgestelde ‘Glans aan de Grift” de missie dat “cultuur, met de kunstuitingen daarbinnen, een krachtig instrument is om in te zetten voor de samenleving: kunst en cultuur dragen bij aan zingeving, zelfvertrouwen, individuele ontplooiing en ontwikkeling, saamhorigheidsgevoel, betrokkenheid bij de samenleving, meer begrip voor elkaars waarden, normen en (culturele) achtergronden. En vooral aan positieve geestelijke en fysieke gezondheid van de inwoners”. Een eigen theater draagt bij aan het realiseren van deze missie.

Daarnaast is er een ontwikkeling dat theaters steeds meer als “gemeenschapshuizen” voor de eigen inwoners gaan fungeren in de zin van ‘ontmoeting’ en ‘participatie’. Dat vraagt om een lokale borging van de theaterfunctie (i.p.v. de inwisselbaarheid van podia).

4. Op pag 9 van het BMC-rapport wordt aangegeven dat er behoefte is aan uitbreiding van het theater. Daarom heeft de raad nog geen expliciete keuze gemaakt, ook niet in de cultuurnota. Of zien wij dat verkeerd? Het klopt dat de raad nog geen expliciete keuze heeft gemaakt voor de toekomst van het theater. In de cultuurnota staat hierover “In 2030 beschikken de basisorganisaties over op hun taak toegesneden huisvesting, evenals over (zaal)ruimtes om de activiteiten van andere organisaties in de culturele sector te faciliteren. Dit omvat o.a. een huisvesting voor Theater Lampegiet die uit meerdere (theater)zalen bestaat, waaronder een zaal die ruimte biedt aan grotere theaterproducties. Een voorstel voor een onderzoek naar de toekomst van Theater Lampegiet is in mei 2021 behandeld in de gemeenteraad. Het voorstel is echter voorlopig verdaagd en zal op een later tijdstip worden besproken”. In de cultuurvisie bij verhaallijn 6 staat vervolgens ook “Wanneer de economie zich gunstig ontwikkelt, als de basisaccommodaties voor bezoekers en de culturele infrastructuur op orde zijn en als de voorgestelde uitbreidingen van de infrastructuur zijn gestart, kan de cultuursector de Veense regionale centrumfunctie ondersteunen en versterken.

Denk bijvoorbeeld aan vergaderzalen bij/in Theater Lampegiet die dagcongressen mogelijk maken, een bredere en dus publiekstrekkender programmering in Theater Lampegiet, een popzaal die jongeren uit een grote regio trekt, ...” . 5. Is er ook marktonderzoek gedaan naar de mate van bezetting/levensvatbaarheid van de diverse scenario’s? En zo ja, wat zijn de uitkomsten daarvan? Er is per scenario gekeken naar hoe de concurrentiepositie van het theater zich naar verwachting zal gaan ontwikkelen op basis van eigen ervaringsgegevens BMC en gesprekken met diverse stakeholders (zie bronnenlijst rapportage). Alle scenario’s vallen binnen wat door BMC als realistisch wordt geacht. Het is logisch om dit meer uitgebreide publieksonderzoek te doen nadat er een scenario is gekozen. Het is namelijk heel veel werk om dit voor alles scenario’s te doen. Kortom, een dergelijk onderzoek dient onderdeel te zijn van een nog nader uit te werken businesscase bij het gekozen voorkeursscenario. 6. Waarom is er voor gekozen om de scenario’s ‘Renovatie huidige theater’, ‘geen nieuwe theater in Veenendaal’ en ‘een meer afgeslankt theater’ niet als een alternatief/scenario weergegeven in het raadsvoorstel? Wat betreft renovatie huidige theater verwijzen we naar argument 1.1. Verder verwijzen we u naar de tekst bij vraag 4 waar de tekst uit de door de raad vastgestelde cultuurnota wordt geciteerd.

Geen theater en een meer afgeslankt theater passen niet in dat raadsbesluit en zijn daarom niet als alternatief/scenario weergeven in het raadsvoorstel. 7. Wat is de formele status van het raadsvoorstel? Wordt er nu al besloten voor een variant en kan er daarna niet meer van worden afgeweken? Na besluitvorming over een voorkeursscenario zal het college dit verder uitwerken tot een concreet voorstel en dit medio 2022 ter besluitvorming voorleggen aan de raad. Tussentijds wordt de raad actief betrokken met een werksessie over onderwerpen zoals benoemd in de paragraaf aanpak / uitvoering. Kortom op basis van het uitgewerkte voorstel medio 2022 kan definitief besloten door te gaan maar ook om toch te kiezen voor een alternatief. 8. In het raadsvoorstel staat ‘: ‘Op voorhand kan worden geconcludeerd dat ongeacht de scenariokeuze een verhoging van het budget voor het theater nodig is. Deze varieert in de bandbreedte van naar verwachting € 0,5 mln tot minimaal € 0,9 mln (ten opzichte van de huidig begrote kosten van € 1,1 mln per jaar). In de komende kadernota wordt verkend hoe dit verwerkt kan worden in de meerjarige begroting.’. a. Hoe is het mogelijk om een raadsvoorstel te formuleren met een dergelijke enorme financiële impact, waarbij de dekking niet helder is? Het technische antwoord is dat dit zeker kan omdat er nu geen investeringsbeslissing wordt gevraagd.

Uiteraard is dit ook een belangrijk punt van aandacht voor het college. Juist daarom wordt dit proces zorgvuldig doorlopen. Zie hiervoor punt b van deze vraag. Ook moet wel worden meegenomen dat de afgelopen jaren, juist vanwege de mogelijke vernieuwing van het theater, de jaarlijkse onderhoudsbudgetten voor het theater naar beneden zijn bijgesteld. b. Waarom is er niet voor gekozen om bij dergelijke voorstellen de raad de mogelijkheid te bieden een integrale afweging te maken bij de Kadernota? Dit is zeker in deze casus een kip-ei-verhaal. Wat we met dit voorstel beogen is in stappen tot een integraal besluit te komen: • Stap 1 (gerealiseerd): vaststellen cultuurvisie

• • •

Stap 2 (voorliggend): vaststellen voorkeursscenario theater zodat een uitwerking kan plaatsvinden en een financieel goed onderbouwd ondernemersplan kan worden opgesteld Stap 3 (volgend jaar): integrale financiële afweging in de kadernota of de gemeente voldoende begrotingsruimte heeft om dit (in concept uitgewerkte) ondernemersplan te bekostigen. Stap 4 (volgend jaar): besluitvorming over het concrete voorstel zoals in beslispunt 2 is verwoord.

9. Waarom zijn geen financiële targets meegegeven in het voorstel? Dus: wat we als gemeente uiteindelijk willen en kunnen betalen aan cultuur? Op basis van de huidige kadernota is er geen extra financiële ruimte, dus die moet dan wel ergens anders worden gevonden. Uiteindelijk is dit een politieke keuze. Zie ook vraag 8. 10. Worden de uiteindelijke kosten voor de gemeente ook nog verhoogt met BTW, wat nu nog niet in het raadsvoorstel is opgenomen? Er is geen rekening gehouden met BTW. We gaan ervanuit dat we opteren voor btw-belaste verhuur en daarmee de btw kunnen terugvorderen. 11. In het raadsvoorstel wordt de mogelijkheid voor meer woningen genoemd. Dit wordt echter niet meegenomen in de scenario’s. Waarom wordt dit niet nu alvast meegenomen? Dit is namelijk ook van belang voor het kostenplaatje? En is het realistisch om woningen in het theater te realiseren (gezien het geluid etc)? In alle nieuwbouwvarianten is het realiseren van woningen (appartementen) op het bouwvlak van het theater mogelijk. Woningen kunnen op de lagere delen van het theater, rondom de toneeltoren en de grote zaal worden gerealiseerd of grenzend aan het theater. Er zijn in Nederland al voorbeelden waarbij woningbouw dicht of op een deel van een theaterfunctie is gerealiseerd.

Geluid is uiteraard hierbij een aandachtspunt maar goed op te lossen, zeker omdat het merendeel van de geluidsbronnen binnen het gebouw zijn. Het aantal te realiseren woningen en de te verwachten netto-opbrengst is sterk afhankelijk van verschillende keuzes. Kortom dit wordt in de vervolgstap nader uitgewerkt. 12. In het BMC-rapport wordt aangegeven dat het grootste deel van de voorstellingen wordt gegeven/verkocht aan niet-Veenendalers. Welke verhouding (Veenendalers/niet-Veenendalers) is aan de orde, kijkend naar de afgelopen vijf jaar? 60% komt uit de regio en 40% uit Veenendaal. 13. Welk % van de totale kosten betalen de gebruikers/bezoekers nu met een kaartje? Dus hoeveel bijdrage van de gemeente is er per gebruiker/bezoeker? En wat is een redelijke prijs voor de gebruiker om zelf te betalen? De vraag wat een redelijke prijs is voor de gebruiker om zelf te betalen is niet te beantwoorden. Het begrip redelijk is namelijk geen technisch begrip maar een subjectieve term. Wel is in zijn algemeenheid te zeggen dat het theater 60% van de inkomsten zelf genereert, de overige 40% komt uit subsidie. 14. Wat is het aantal unieke Veenendaalse bezoekers per jaar? Het aantal unieke Veenendaalse bezoekers per jaar kunnen we niet noemen.

Wat we wel weten is het volgende: - In het kader van werkgroep educatief theater bezoeken jaarlijks ca 4500 Veenendaalse basisschoolleerlingen het theater - Veel leerlingen van de middelbare scholen presenteren hun musical in het theater en bezoeken elkaars voorstellingen. - De amateurhuurders (bijv. dansscholen) uit Veenendaal hebben veelal bezoekers uit Veenendaal maar dat wordt niet in detail geregistreerd (dat is aan de amateurhuurders). Dat geldt ook voor de zakelijke events. Waar de bezoekers van de events precies vandaan komen wordt niet door het theater geregistreerd. - Het aantal unieke klantaccounts uit Veenendaal voor kaartkopers is jaarlijks ca 2400. Gemiddeld worden er 4,3 kaarten per bestelling gekocht. Dit kunnen kaarten zijn voor meerdere personen in een huishouden maar ook voor meerdere huishoudens tegelijk. Het is een indicatie maar je kan geen uitspraak doen over het exacte aantal unieke Veenendaalse bezoekers per jaar. 15. Bij elke variant in het raadsvoorstel staat ‘Voor zover de (extra) kapitaallasten als gevolg van de vastgoedinvestering een-op-een door extra subsidie worden gecompenseerd zijn er geen nadelige effecten op de exploitatie.’. Waarom lijkt er vanzelfsprekend vanuit te worden gegaan dat de gemeente de extra kapitaallasten financiert? Op pag 7 van het BMC-rapport wordt bijv.

geschetst dat uitbreiding van de capaciteit tot een beter verdienmodel leidt, dit betekent dan toch dat de subsidie vanuit de gemeente omlaag kan?

De (inhoudelijke) scenario’s waarbij sprake is van schaalvergroting (toevoegen KZ en/of complementaire functies) leiden per saldo altijd tot een hoger exploitatietekort voor subsidie voor zover het de niet gebouwgebonden kosten betreft (programmering, marketing, personeelskosten, overige organisatiekosten). Daarnaast zal er sprake zijn van een aanzienlijke verhoging van de kapitaalslasten ten opzichte van de huidige situatie. Wanneer de gemeente deze kapitaalslasten 1 op 1 doorberekend aan het theater zal dit ook middels een (extra) subsidie moeten worden gecompenseerd. 16. In het BMC-rapport wordt van 5 varianten uitgegaan, inclusief een variant voor renovatie. Die renovatie-variant komt in het raadsvoorstel niet meer duidelijk terug om uit te kiezen. Wat is de reden hiervan? Hiervoor verwijzen we naar argument 1.1. In het financiële kader op pagina 7 van het raadsvoorstel komt deze variant overigens wel terug. 17. Waarom wordt in het raadsvoorstel en BMC-rapport niet een analyse gemaakt van welke theaterfuncties elders in Veenendaal (andere bestaande locaties in Veenendaal) en/of de regio mogelijk zijn en welke derhalve niet in het nieuwe theater behoeven te worden opgenomen? Die analyse is wel gemaakt bij de keuze voor de 4 scenario’s.

De functies die nu zijn ondergebracht bij de 4 scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie kunnen niet op een goede wijze elders worden ondergebracht. Een voorbeeld is Basiliek, die ook al zouden ze dat willen, geen capaciteit (in de agenda) heeft om een deel van het huidige aanbod van Lampegiet te faciliteren. Ook ontbreken vaak de technische mogelijkheden die het theater wel heeft en anderen niet. 18. Waarom wordt er niet gekeken in het raadsvoorstel naar organisaties zoals Elevate en Basiliek, die door private financiering worden bekostigd? Waarom zou dit voor het theater niet mogelijk zijn? Waarom wordt dit niet als onderzoekscenario opgenomen? Dit is meegenomen in het onderzoek, namelijk in het scenario van de ‘multifunctionele zaal’ die ruimte biedt aan een exploitatie op basis van een ‘publiek private samenwerking’. In het rapport zijn hiervan de voor- en nadelen opgesomd.

19. Welke participatie is bij dit raadsvoorstel uitgevoerd? Wat vinden Veenendalers van dit raadsvoorstel? Zie paragraaf Participatie in het raadsvoorstel. 20. Is het gezien de grote risico’s zoals hoge bouwkosten en corona überhaupt niet beter om dit raadsvoorstel uit te stellen? Voorliggend voorstel moet gezien worden als eerste stap in een langer proces. De komende twee jaar wordt er zeker nog niet gebouwd, waardoor er nog voldoende momenten zijn om bij te sturen. Verder uitstellen leidt er bovendien toe dat er geen duidelijkheid komt welke richting de gemeente op wil waardoor ook de beheerskosten voor het huidige pand blijven komen. Verder is het zo dat we al veel langer spreken over de toekomst van het theater en dat we zowel vanwege de snel verslechterende staat van het gebouw als onze culturele ambities vaart in het proces willen houden. De raad heeft bij het definitieve voorstel altijd de mogelijkheid om besluitvorming uit te stellen, bijvoorbeeld vanwege de financiën. 21. Welk deel van de prijs per kaartje gaat naar de artiesten en welk deel is ter dekking van de exploitatie (incl. vastgoed)? Van de kaartprijs gaat er per kaartje €5 theatertoeslag naar het theater. Van het resterende deel van de kaartprijs gaat er een percentage van circa 75/80% naar de artiest en 25/20% naar het theater.

De exploitatie van het theater wordt voor 60% gedekt uit de eigen inkomsten uit de voorstellingen, de theatertoeslag (€5 per bezoeker), aanvullende subsidies, bijdragen (bedrijfs)vrienden en de omzet van de horeca en verhuur, 22. Wat zijn de ervaringen van vergelijkbare steden qua omvang die een voorgesteld nieuw theater hebben gebouwd? Ervaring elders is dat de gebruiksmogelijkheden van het theater aanzienlijk toenemen bij een combinatie GZ en multifunctionele KZ en dat daarmee het culturele profiel van het theater (en de stad) kan worden versterkt. Maar de ervaring elders is ook dat die combinatie niet automatisch leidt tot een beter verdienmodel. Om die reden pleit BMC voor het uitwerken van een gedegen businessplan voordat een definitief besluit wordt genomen over de vastgoedontwikkeling. 23. Wat worden de kosten van cultuur per inwoner indien een nieuw theater wordt gebouwd en hoe verhoudt zich dat dan met omringende en soortgelijke gemeenten?

Deze vraag is op deze termijn maar gedeeltelijk te beantwoorden omdat er immers nog veel onbekende factoren zijn, te beginnen met de hoofdfactor ‘welke inhoudelijke ontwikkelingsrichting en bijbehorende huisvestingsvariant gaat onderzocht worden’? Wel is in de cultuurvisie te lezen dat Veenendaal € 101 per inwoners per jaar uitgeeft aan cultuur en dat Veenendaal in een benchmark van steden die qua inwoner met elkaar vergelijkbaar zijn laag staat in de ranglijst met een besteding van 15% minder aan cultuur dan het gemiddelde. In deze, door de raad unaniem vastgestelde, cultuurvisie staat eveneens: “Om de inhoudelijke ambities uit de cultuurvisie en cultuurnota te kunnen realiseren zal extra budget nodig zijn. Het voorstel daarom luidt het gemeentelijk cultuurbudget gefaseerd te laten stijgen tot het hiervoor genoemde gemiddelde. Dit zou een extra uitgave aan cultuur vragen van circa € 10 per inwoner. De gemeente kan voor de langere termijn overwegen het bedrag aan cultuur-per-inwoner te laten stijgen aan de hand van de stijging van het aantal inwoners. Kijkend naar de genoemde maximale stijging van de kapitaallasten dan gaat het om een bedrag van afgerond 15 euro per inwoner (en neemt verder af naar mate het aantal inwoners verder toeneemt).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10782443/2