4. Technische vragen en antwoorden RV Omgevingsprogramma Openbare Ruimte Veenendaal 2022-2025
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.
November 2021
Naam fractie:
SP, ChristenUnie
Onderwerp:
Raadsvoorstel Omgevingsprogramma Openbare Ruimte Veenendaal 2022-2025
SP 1. Waarom wordt er voortdurend gesproken over ‘’de begraafplaats’’ in plaats van ‘’onze begraafplaatsen’’? Antwoord: In het OPOR wordt de Algemene begraafplaats bedoeld. Hiervoor geldt een CROW onderhoudsniveau A. De Oude begraafplaats maakt deel uit van de openbare groene ruimte en hiervoor geldt het reguliere onderhoudsniveau B zoals dat voor het groen in de wijken geldt. Over andere begraafplaatsen (joodse begraafplaats, katholieke begraafplaats) heeft de gemeente geen zeggenschap. 2. Bij het werkbezoek 'Blik op beheer openbare ruimte' afgelopen 27 oktober 2021 is er onder andere gesproken over de ''Benchmark schoon'' van de NVRD (Ook te vinden op de 10e p.p. sheet). Mijn fractie ontvang graag de gehele recentste Veenendaalse Benchmark Schoon om deze te kunnen gebruiken bij de bespreking van de OPOR. We vernemen graag in welke termijn deze aangeleverd zou kunnen worden. Antwoord: De benchmark Schoon peiljaar 2019 van de NVRD die bij het werkbezoek is besproken is gebruikt om een beeld te schetsen. Veenendaal heeft niet meegedaan in deze NVRD benchmark. Veenendaal heeft wel meegedaan aan een onderzoek van Nederland Schoon. De rapportage daarvan kan elk moment binnenkomen maar is nog niet in ons bezit. We verwachten deze voor het einde van het jaar te ontvangen.
ChristenUnie Ontwikkeling laadinfrastructuur Terecht wordt in het OPOR aandacht besteed aan de verduurzaming van de mobiliteit. Wij lazen dat Veenendaal overweegt om in 2022 met de concessie van Gelderland en Overijssel mee te doen. Wij zien enkele redenen om in plaats daarvan samen te werken met de provincie Utrecht. 1 In het klimaatakkoord is afgesproken dat in de Regionale Mobiliteitsplannen integrale plannen voor de verduurzaming van de mobiliteit worden gemaakt. U benoemt dat ook op pagina 49. Dit Regionaal Mobiliteitsplan wordt voor de provincie Utrecht gemaakt. In de provincie Utrecht is ook een regionaal samenwerkingsverband voor het uitvoeren van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur. De provincie Utrecht werkt hierin samen met de provincies Noord Holland en Flevoland (in MRA-E) aan een snelle groei van het aantal laadpunten. Andere Utrechtse Foodvalley gemeenten maken ook gebruik van dit samenwerkingsverband. 2 Zoals we hebben kunnen lezen in RIB 2021.153 heeft ook het netwerk van Stedin in Veenendaal te kampen met congestieproblemen. Die concentreren zich nu vooral op het aansluiten van middelgrote en grote zonne-energie installaties (> 200 panelen) maar in veel regio’s begint ook de beschikbaarheid van het netwerk voor (snel)laadinfrastruktuur al te knellen.
De provincie Utrecht en de MRA-E maken afspraken met Stedin over de verdeling van netcapaciteit en de uitbreiding daarvan. Daar is de gemeente Veenendaal nu geen logisch onderdeel van. 3 De provincie Utrecht loopt voorop in de ontwikkeling van slimme laadinfrastructuur en bidirectioneel laden, waarvan u ook aangeeft dat dit een belangrijke ontwikkeling kan zijn om de groei van de energietransitie mogelijk te maken.
Aansluiting bij Utrecht zorgt dat de gemeente Veenendaal een grote stap maakt in slim laden en bidirectioneel laden, waar ook Stedin als netbeheerder nauw bij betrokken is om meer ruimte op het elektriciteitsnet te creëren. 4 De gemeente Veenendaal werkt voor de ontwikkeling van de andere duurzame mobiliteitstransitie (waterstof) ook met de provincie Utrecht samen in het recent ondertekende waterstofconvenant en het ontwikkelen van clean energy hubs gericht op de ontwikkeling van laadinfra voor de logistieke sector. Onze vragen: 1. Aansluiten bij de provincie Utrecht lijkt logisch, welke overwegingen geven de doorslag voor de gemeente Veenendaal om voor te stellen aan te sluiten bij Gelderland/Overijssel? 2. Overweegt u ook om aan te sluiten bij de samenwerking in de provincie Utrecht? Antwoorden: 1. Wij hebben overwogen om aan te sluiten bij de regio Utrecht om de redenen die de CU aangeeft, maar hebben gekozen voor aansluiten bij de samenwerking Oost. Het grootste deel van de Regio Foodvalley doet mee in de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Gelderland/Overijssel (RAL-GO). De keuze is gevallen voor de samenwerking Oost, omdat we voor de Regionale EnergieStrategie (RES) ook meedoen met Foodvalley. Wij zien met name goede kansen voor de koppeling laadinfrastructuur-energietransitie.
Desalniettemin hebben we ook goede contacten met het Utrechtse samenwerkingsverband en maken we gebruik van de kennis die daar ontwikkeld wordt. Veenendaal heeft te maken met twee netbeheerders, Stedin en Liander en stemt met beide netbeheerders de laadvisie, plaatsingsbeleid en plankaart af. Tot slot heeft Veenendaal bij de nu lopende concessie ook naar tevredenheid in het samenwerkingsverband Gelderland-Overijssel geparticipeerd. 2. Wij overwegen niet om aan te sluiten bij de Utrechtse samenwerking, maar onderhouden wel contacten en wisselen kennis uit (zie ook antwoord 1). Bomen en zonnepanelen Wij onderschrijven het belang van groen en hebben ons daar altijd sterk voor gemaakt. Tegelijkertijd hebben we ook een grote opgave op het gebied van duurzame energie. Voor het opwekken van duurzame energie moeten nieuwe locaties worden gevonden binnen onze gebouwde omgeving. Daarin zetten we al in op dubbel ruimtegebruik, maar toch zullen er conflicten ontstaan met de huidige inrichting van de openbare ruimte. Op pagina 52 1 e kolom, 3e gedachtenpunt, geeft u aan dat bij grootschalige opwek een afweging moet worden gemaakt tussen zonnepanelen en bomen. In RIB 2021.153 geeft u aan dat er geen ruimte op het netwerk is om grootschalige zonneparken (> 200 panelen) aan te sluiten. Dat betekent dat we in Veenendaal aangewezen zijn op de kleinschaliger oplossingen.
Eerder heeft de wethouder al toegezegd dat er een inventarisatie komt van parkeerplaatsen in Veenendaal die mogelijk geschikt zijn voor solarcarports eventueel in combinatie met slimme laadvoorzieningen. Onze vragen: 1. Wat is de status van het inventariserende onderzoek? 2. Is het verstandig om het woord grootschalig uit dit gedachtenpunt te verwijderen? 3. Kan er een bruikbaar afwegingskader gemaakt worden om de afwegingen tussen groene bomen en groene energie inzichtelijk te krijgen? 4. Welke mogelijkheden zijn er om bomen die moeten wijken te compenseren door ander groen op dezelfde plaats of nieuwe bomen op andere plaatsen? Antwoorden: 1. De toezegging betrof specifiek een onderzoek naar de carpoolplaats. Een RIB met de rapportage van het inventariserende onderzoek en informatie over lopende gesprekken met een geïnteresseerde partij over een solar carport in combinatie met snelladers komt op dinsdag 16 november in de collegevergadering en wordt daarna naar u gestuurd. 2. In de door u genoemde RIB wordt onder grootschalig verstaan groter dan 200 zonnepanelen, omdat de netbeheerder heeft aangegeven dat in verband met de netcongestie projecten boven deze omvang niet meer aangesloten kunnen worden. In het OPOR wordt onder grootschalig verstaan groter dan het niveau van een enkele woning of bedrijf.
Overigens betekent de netcongestie niet per definitie dat een groot (>200 panelen) project niet meer mogelijk is. Oplossingen kunnen ook worden gezocht in combinaties met passende afname, in batterij-opslag of accepteren dat op bepaalde momenten zonnepanelen tijdelijk worden afgeschaald in afwachting van meer ruimte op het net. Daarnaast vragen grotere projecten voor zon op parkeerplaats een zekere doorlooptijd en zijn er veel factoren die bepalen wanneer er weer structureel extra transportcapaciteit op het net beschikbaar komt. In deze fase is het dus nog niet wenselijk om projecten van een bepaalde grootte überhaupt niet meer te onderzoeken en/of te ontwikkelen en ligt het voor de hand om gaandeweg te kijken welke barrières er incidenteel en welke er structureel op zullen gaan treden. 3. Gemeente Veenendaal ontwikkelt momenteel een integraal afwegingskader voor nieuwe woningbouwontwikkelingen waar een groot aantal doelen uit de omgevingsvisie afgewogen worden.
Groene bomen en groene energie maken hier deel vanuit, maar niet de afweging zon versus groen op parkeerplaatsen. Voor bestaande situaties is nu in dit OPOR vastgelegd dat bestaande bomen niet wijken voor het plaatsen van zonnepanelen op een woning of een bedrijf. Maar dat bij grotere zon-projecten een andere afweging kan worden gemaakt. Deze afweging is maatwerk. Dit heeft ondermeer te maken met de waarde van groen, die niet altijd te objectiveren is: het gaat niet alleen om CO2-reductie en/of opvang, maar ook om beeldkwaliteit, ecologie, klimaatadaptatie, hittestress, afvangen van fijn stof, kwaliteit en vitaliteit van groen/bomen, etc. 4. Het ruimtegebrek begint steeds meer te knellen en het komt voor dat bomen moeten wijken voor andere gewenste doelen (duurzame energie, woningen met de daarbij horende mobiliteits- en parkeerruimte). De prioriteringstabel in het OPOR geeft weer in welke weg- en gebiedstypes groen een hoge prioriteit heeft. Compensatie zal met name plaats moeten vinden ter versterking van de hoofdgroenstructuur en op plekken bestemd voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten en de fiets- en looproutes daartussen. Het BOSS-beleid is een integraal kader dat invulling geeft aan de combinatie van bewegen, ontmoeten, sporten en spelen met de doelen van meer groen en klimaatadaptatie.
Uit de doorlopende bewonersenquête blijkt dat mensen meer bewegen en naar buiten gaan in een groene dan in een versteende omgeving. Groen op deze routes en plekken leidt dus niet alleen tot de gewenste verkoeling, klimaatadaptatie en biodiversiteit . Maar ook tot een gezondere leefstijl. En tot slot geeft de groencompensatieregeling aan hoe en waar gecompenseerd kan worden. Om de juiste keuze te maken zijn meer en betere data rond bomen en parkeren noodzakelijk. Tot slot nog de opmerking dat altijd gekeken wordt of een boom toch niet gespaard kan worden. Zeker voor gezonde oude bomen is compensatie altijd een tweede keuze, want het duurt decennia voor een nieuwe boom weer dezelfde waarde heeft qua klimaateffect, biodiversiteit en beeldkwaliteit.