CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Technische vragen en antwoorden RV DEVO Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding BV

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus:

Mei 2024

Naam fractie:

SP, ChristenUnie

Onderwerp:

Raadsvoorstel Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V.

SP

1. Welke (financiële) risico’s zijn er verbonden aan dit traject? Gezien dat landelijk meerdere warmtenetten het momenteel erg lastig hebben. In het voorstel is geen sprake van financiering van een specifiek warmteproject (zie raadsvoorstel, bij “Kosten, baten, dekking”, onderscheid fase 1 en fase2). De directe risico’s gerelateerd aan het voorstel hebben betrekking op fase 1. Het is mogelijk dat de voorfinanciering vanuit de gemeente voor fase 1 niet leidt tot een concreet project. Voor de middelen vanuit het programma Energieneutraal Veenendaal is het risico in dat geval beperkt. Deze (al beschikbare) middelen zijn bedoeld om de energietransitie aan te jagen – waarbij succes niet altijd gegarandeerd is. Voor de voorfinanciering van het ontwikkelproces van een warmtenet in het Ambacht worden nog nadere afspraken gemaakt tussen gemeente en DEVO. Door tijdens het ontwikkelproces kritisch te blijven op de voortgang en de kansrijkheid van het initiatief, kan voorkomen worden dat voorloopkosten onnodig hoog oplopen. In algemene zin valt op dat de warmtenetprojecten die het landelijk lastig hebben en in het nieuws komen in de regel projecten zijn van private warmtebedrijven. De ACM stelt een maximum aan het te behalen rendement (zie beantwoording vraag 2).

Op zich is het goed dat vanuit de ACM wordt meegekeken, echter het gestelde maximum is, zeker voor private partijen dusdanig laag dat het op dit moment moeilijk is om een verantwoord bedrijfseconomisch rendement te behalen. Dit heeft zowel te maken met de omvangrijke investeringen als de kosten van financiering. Ook de Wet collectieve warmte is een grote bron van onzekerheid: verdien ik mijn investering wel terug en wordt een voldoende rendement behaald? De gecombineerde onzekerheid van enerzijds lage rendementen/slechte businesscase met de huidige uitgangspunten en anderzijds onzekerheid over de invoering van de Wcw en onduidelijkheid in welke mate private bedrijven hun gedane investeringen later vergoed krijgen maakt dat (private) projecten zoals bijvoorbeeld in Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam de laatste tijd stuklopen of gepauzeerd worden. Voor DEVO is dit minder aan de orde, omdat het een publieke partij is. Publieke partijen hebben met de in ontwikkeling zijnde Wcw veel minder te maken met onzekerheid. Of de Wcw nu wel of niet doorgaat: in beide gevallen kan DEVO immers opereren binnen de kaders van het raadsvoorstel. Maar ook DEVO moet een voldoende rendement behalen om investeringen en financiering te kunnen realiseren, al ligt dit rendement vanuit de publieke verantwoordelijkheid lager. In algemene zin ten aanzien van financiering van warmtenetten: -

-

Er is subsidie vanuit het Rijk waar aanspraak op gedaan kan worden (WIS). Dit draagt bij aan betaalbaarheid voor bewoners en lagere financiële risico’s. Er is door het demissionaire kabinet aangekondigd dat de WIS verhoogd wordt om warmtenetprojecten rendabeler te kunnen maken. Er is door het demissionaire kabinet een aankondiging gedaan voor een waarborgfonds met een budget van 250 miljoen euro voor warmtenetten met een publiek meerderheidsaandeel.

-

-

Ook andere overheden overwegen financieringsinstrumenten en/of publieke warmtebedrijven op te zetten: Rijk (EBN), Provincie en andere gemeenten. Enkele voorbeelden van gemeenten: o Gemeente Utrecht: Privaat warmtebedrijf wordt onderzocht na stuklopen warmteproject Eneco. o Drechtsteden: Publiek warmtebedrijf werkt mee aan opschaling ambities warmtenetten. o Deventer: Gemeentelijk warmtebedrijf in oprichting nadat private partij zich terugtrok. Voor Veenendaal zijn de risico’s relatief beperkt omdat er geen warmtebedrijf ‘van de grond af’ opgebouwd hoeft te worden. De organisatie staat al. Een partnerschapsrol (zoals een PPS) blijft het eerste uitgangspunt bij realisatie van projecten (Fase 2). Dit helpt om financiële risico’s te spreiden en kan zorgen voor extra kennis in het ontwikkelproces waardoor risico’s verder beperkt worden.

Ten slotte: Er zijn altijd serieuze risico’s verbonden aan de ontwikkeling en realisatie van warmtenetten. In hoeverre die op de gemeente afstralen hangt onderaf van de specifieke financieringsvorm. Als aandeelhouder van DEVO is de gemeente door bewoners extra aan te spreken op de gang van zaken bij ontwikkeling van een nieuw warmtenet. Juist die directe betrokkenheid als (mede-)eigenaar zorgt ervoor dat we als gemeente het maatschappelijk belang (en het belang van de inwoner/afnemer) in de realisatie van warmtenetten altijd scherp in het oog kan blijven houden.

2. Hoe zorgt DEVO ervoor dat afnemers een bedrag betalen wat niet significant duurder is dan voor een gelijkwaardig huis wat op een andere manier van warmte wordt voorzien? Hiervoor zijn er in de eerste plaats landelijke kaders: het ‘Niet meer dan anders’- principe (NMDA) onder de huidige warmtewet en een berekening op basis van de kostprijs van de geleverde warmte plus een beperkt rendement in de nieuwe Wet collectieve warmte. De ACM moet erop toezien dat hieraan wordt voldaan. In de praktijk zorgt met name de NMDA-methodiek nog wel voor vragen bij afnemers: de methodiek is soms moeilijk te volgen waardoor toch niet geheel duidelijk is hoe de tarieven tot stand komen en welke winsten warmtebedrijven maken.1 De gemeente kan als aandeelhouder van DEVO veel beter inzicht krijgen hoe lokale warmtetarieven tot stand komen en welke winsten er al dan niet geboekt worden. Daarbij hechten we er wel waarde aan dat DEVO een zelfstandige bedrijfsvoeringstructuur heeft en de gemeente als aandeelhouder niet op de stoel van de directie van DEVO gaat zitten. DEVO moet zo veel mogelijk zelfstandig opereren om voor bewoners en andere afnemers te zorgen voor zo gunstig mogelijke tarieven voor zo veel mogelijk duurzame warmte en koude, tegen een zo hoog mogelijke kwaliteit van dienstverlening. ChristenUnie

1. Laat het huidige voorstel de mogelijkheid open dat DEVO Holding B.V. als aandeelhouder met een meerderheidsbelang (op termijn) een deel van haar aandeel verkoopt aan andere publieke partijen? Ja.

1 Nederlandse tarief voor stadsverwarming: meer dan elders (tno.nl)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14163180/2