4. Technische vragen en antwoorden Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.
15 juni 2021
Naam fractie:
CU,
Onderwerp:
6. Raadsvoorstel Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0
ChristenUnie Onze complimenten voor dit goede stuk zullen we zeker nog overbrengen in de vergaderingen! Bij het voorstel heeft onze fractie de volgende vragen. Wij lezen dat de totale gebruikskosten per woning gemiddeld € 1.000 per jaar stijgen. 1. Zijn hier ook besparingen in verwerkt die als gevolg van isolatie en andere maatregelen worden gerealiseerd? Antwoord: We gaan er bij beantwoording vanuit dat de vraag betrekking heeft op H6.7: “− De Total Cost of Ownership (TCO) voor de eigenaar ligt voor alle voorkeursopties rond de €1000 per woning, per jaar.” De 1000,- betreft dus de 'total cost of ownership' over alle investeringen en kosten die in een langere periode gemaakt worden voor de energievoorziening van de (aardgasvrije) woning, per woningequivalent. In de technische analyse (bijlage 1) van de Transitievisie Warmte 0.5 is op pagina 9 een toelichting gegeven op de TCO. Kort samengevat: Bij lagetemperatuursoplossingen zoals all-electric met een warmtepomp zijn hier ook kosten voor een (flink) isolatiepakket meegewogen, waarbij dan de (flink) lagere energiekosten de gebruikskosten weer dempen. Voor warmtenetaansluitingen op middenof hogere temperatuur zijn de investeringskosten in de woning laag, maar wordt er ook minder energie bespaard waardoor dan de energierekening weer hoger uitpakt.
Voor een goede vergelijking met de referentiesituatie (aardgas) moeten beide TCO’s met elkaar vergeleken worden. Op basis van de berekeningen in de verkenningswijken (waar overigens een hoge onzekerheidsmarge voor geldt) variëren de extra totale gebruikskosten tussen de 40-100 euro/Woningequivalent/jaar op bedrijventerreinen tot 220-250 euro/Woningequivalent/jaar voor woongebieden. 2. Welke lastenstijging voor verwarming van woningen wordt verwacht bij continuering van gebruik van aardgas? Antwoord: Bij continuering van aardgasgebruik zal de totale prijs per m3 gaan stijgen. Enerzijds doordat de Groningse gasvelden sluiten en er gas geïmporteerd wordt (tegen veelal een (licht) hogere inkoopsprijs) en doordat de energiebelasting op aardgas zal gaan stijgen, dit vanwege Rijksbeleid als prikkel om naar aardgasvrije systemen over te stappen. Ook is het goed denkbaar dat bij een grote daling van het aantal gasafnemers de netbeheerkosten per klant zullen gaan stijgen: immers moet het net tegen gelijke kosten in stand worden gehouden. Hoe dit precies uit zal vallen richting de toekomst is nog onzeker, vanwege ontwikkelingen in het landelijke beleid en prijsontwikkeling over lange termijn. Zie pagina 8 van de technische analyse (bijlage 1) van de Transitievisie Warmte 0.5 voor een overzicht van de uitgangspunten op basis waarvan de verkenningen zijn uitgevoerd op dit punt.
Ter informatie: Zie ook dit staatje met een prognose uit een achtergronddocument bij de Klimaat- en energieverkenning van PBL dd maart 2021:
3. Ziet het college nog mogelijkheden om een kostenstijging voor inwoners te voorkomen of te verminderen? Antwoord: De aanpak op drie sporen is erop gericht om op een kosteneffectieve manier een significante bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen voor 2030. In het Klimaatakkoord is ‘woonlastenneutraliteit’ randvoorwaarde. Uitgangspunt van de gemeente Veenendaal is betaalbaarheid. Aardgasbesparingsmaatregelen verdienen zich op dit moment vaak al terug. Dit geldt enerzijds voor isolatie, maar de signalen worden ook steeds sterker dat hybride warmte-oplossingen (combinatie van een warmtepomp en CV-ketel) op dit moment al gunstig kunnen zijn voor woningeigenaren (zij het met een vrij lange terugverdientijd). Met isolatie en stimuleren van hybride systemen als tussenstap kan al een grote aardgasbesparing worden gerealiseerd (>50% reductie per woning). De ‘laatste stap’, naar helemaal aardgasvrij, is op dit moment nog onrendabel zoals de Transitievisie Warmte 0.5 laat zien. In hoofdstuk 10 van de TVW 1.0 is een aantal subsidiemogelijkheden benoemd die de komende jaren bij kunnen dragen aan het betaalbaar maken van de ‘laatste stap’ naar geheel aardgasvrij. Ten slotte zou een grotere rol van de gemeente bij de aanleg van warmtenetten een rol kunnen spelen (zie verder vraag vier). 4.
Kan een gemeentelijk of coöperatief warmtebedrijf daar een rol in spelen? Antwoord: Naar verwachting wel. Volledig commerciële warmtebedrijven zullen vaak een hogere rendementseis hebben dan een gemeentelijk of coöperatief warmtebedrijf. De gevoeligheidsanalyse die is gedaan in de Transitievisie Warmte 0.5 (zie p23 en p35 van de technische analyse (bijlage 1) van de Transitievisie Warmte 0.5) laat zien dat een lagere rendementseis bepalend kan zijn voor de aansluitkosten op het warmtenet en de drempel voor inwoners om zich te laten aansluiten. 5. Heeft u een berekening gemaakt vn de impact van deze strategie op de vraag naar aardgas in Veenendaal in de komende jaren en behalen we met deze visie de gestelde doelen? Antwoord: In de komende periode (2022-2025, tot actualisatie van de Transitievisie Warmte) zullen woning- en pandeigenaren niet gedwongen worden om van het aardgas te gaan. Dit betekent dat we als gemeente vooral mensen moeten overtuigen om zelf de nodige maatregelen te nemen. We denken dat de doelen ambitieus maar realistisch zijn, echter zijn we voor realisatie van de doelen afhankelijk van de stappen die Veenendaalse woning- en pandeigenaren willen en kunnen nemen. 6.
Ziet het college een rol voor lokale energiecollectieven bij het uitvoeren van deze ingrijpende operatie? Antwoord: Dit zou zeer wenselijk zijn; hoe meer eigenaarschap er bij lokale collectieven komt, hoe kansrijker de plannen worden. Hoewel er tot nu toe weinig initiatieven zijn voor energiecollectieven ‘van onderaf’ in Veenendaal, zien we wel steeds meer organisatie ontstaan, bijvoorbeeld aangejaagd door buurtgesprekken n.a.v. warmtescans. Ondersteuning van lokale energiecollectieven is een integraal onderdeel van het Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025, waarin de uitvoering van de Transitievisie Warmte is geborgd. 7. Kan het college iets zeggen over de kansen voor de werkgelegenheid in Veenendaal Antwoord: Dit is niet gekwantificeerd. Op dit moment krijgen we met name signalen dat het erg lastig is om voldoende gekwalificeerd personeel voor de energietransitie te vinden. Ook daar willen we de komende jaren meer aandacht aan besteden in het programma Energieneutraal Veenendaal, in samenwerking met het bedrijfsleven. 8. Op pagina 19 missen wij nog de inschattingen van de rol van blauwe waterstof (met CO2 afvang).
Ziet het college nog kansen in deze ontwikkeling voor de warmtetransitie in Veenendaal? Antwoord: We gaan er bij beantwoording vanuit dat deze vraag niet betrekking heeft op (decentrale) productie van blauwe waterstof in Veenendaal, maar op het in Veenendaal toepassen van elders geproduceerde blauwe waterstof voor het verwarmen van woningen/panden. Voor 2030 zien we weinig
kans voor deze ontwikkeling, gezien de schaarste van waterstof en de kosten die verwacht worden. Op langere termijn zal het wel of niet toepassen van blauwe waterstof voor de gebouwde omgeving naar verwachting vooral afhankelijk zijn van ontwikkelingen op landelijk niveau, o.a. afhankelijk van de maatschappelijke discussie over CO2-afvang, financiering van grootschalige projecten en ontwikkelingen in zwaar transport en industrie. Is er voldoende waterstof beschikbaar voor de gebouwde omgeving en wordt dit van buiten Veenendaal aangevoerd (via het netwerk van de netbeheerder), dan heeft Veenendaal naar verwachting weinig invloed op het type waterstof (blauw of groen). Veel dank voor jullie inspanningen om onze vragen te beantwoorden.