4. Schriftelijke reactie HVOV Werkgroep Monumenten
Tekst van het document
HISTORISCHE VERENIGING OUD VEENENDAAL Werkgroep Monumenten Geachte dames en heren leden van de Raad. Met belangstelling hebben wij kennis genomen van het voorstel van het College van B en W, voor het vernieuwen van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, zoals vereist op grond van de naar verwachting medio 2023 in werking te treden nieuwe Omgevingswet. Dat dit voorstel onze belangstelling heeft zal, gelet op de doelstellingen van de HVOV, niet veel toelichting behoeven, daar een adequate zorg voor het gebouwde erfgoed bij ons als HVOV immers hoog in het vaandel staat. Daarnaast is ook de inmiddels gegroeide praktijk van het onzerzijds ‘meedenken’ over de aanvragen van omgevingsvergunningen en het nemen van andere besluiten inzake de zorg voor het (gebouwde en overige) erfgoed voor onze vereniging een belangrijk aandachtspunt is. Toch werden wij als HVOV enigszins verrast dat dit voorstel reeds nu aan de orde komt, maar gelezen de daarvoor gegeven motivatie in het voorstel, wordt dat ons wel duidelijk. Dat neemt overigens niet weg dat er onzerzijds enige teleurstelling is gerezen dat wij niet in het vóórtraject naar dit voorstel toe, hierbij zijn betrokken geweest. In dat verband zij vermeld dat wij enige moeite hebben met de vermelding : ‘niet van toepassing’ in de paragraaf ‘Participatie’ op pagina drie van het raadsvoorstel.
Ware er sprake geweest van een vooraf bereikte overeenstemming op grond van een gevoerd vóóroverleg, dan zou dat hier een waardevolle aanvulling hebben kunnen zijn, maar dat is nu niet het geval. Op hoofdlijnen kunnen wij instemmen met het voorliggende voorstel, maar toch menen wij aandacht te moeten vragen voor de volgende kanttekeningen. Volgens het raadsvoorstel is het de bedoeling de huidige werkwijze van advisering bij voorgenomen omgevingsactiviteiten te continueren. Onzerzijds rijst daarbij de vraag waarom daarvan dan nu geen nadere omschrijving wordt gegeven en de daarbij betrokken partijen, waaronder onze HVOV niet worden genoemd. Bekend is dat krachtens de deelname van Veenendaal in de intergemeentelijke regeling de huidige advisering inzake de Ruimtelijke Kwaliteit (welstands- en monumenten aangelegenheden) is ondergebracht bij het ‘Instituut MooiSticht. Dit wordt overigens in het voorstel nergens genoemd. Daarnaast is enkele jaren geleden een regeling getroffen voor de rol die onze HVOV daarbij zou kunnen spelen en sindsdien ook daadwerkelijk vervult. Maar ook hiervan wordt in het voorstel geen vermelding aangetroffen. Een daadwerkelijke vermelding daarvan zou naar onze mening een duidelijke verankering van onze medewerking daarin betekenen en een belangrijk en gewaardeerd signaal naar en voor onze vereniging zijn.
Ook hier een gemiste kans? In de voorgestelde Verordening wordt de taak en de samenstelling van de commissie en de benoeming van de commissieleden beschreven. Mede gelet op de nu reeds bestaande praktijk zou hier een vermelding over de reeds bestaande relatie met de HVOV kunnen worden verwacht, maar deze staat nergens vermeld. Graag geven wij in overweging om op enigerlei wijze tot uitdrukking te brengen dat er een relatie zal bestaan tussen de ‘deskundigen op het gebied van de monumentenzorg’ die in de commissie zitting kunnen hebben en de HVOV. Tot slot veroorloven wij ons op te merken dat de in artikel 4 lid 7 van de concept Verordening, voor de commissieleden voorgestelde vervangingsregeling ‘in overleg met MooiSticht’ een beetje vreemd in het verloop van de teksten aan de orde komt, waar het Instituut MooiSticht eerder in de tekst van de stukken en de Verordening nergens wordt genoemd noch wordt geduid of omschreven. Een zelfde soort opmerking kan worden geplaatst bij het tekstvoorstel voor het artikel 14 van de Verordening, met tevens dien verstande dat de hier gebruikte aanduiding van de rechtsvorm ‘stichting’ voor MooiSticht volgens ons geen juiste aanduiding is. Veenendaal, 6 december 2022. Namens de HVOV Werkgroep Monumenten, P. G. Doolaard, secretaris.