4.l Bijlage 10 Waterstof op De Faktorij De Vendel
Tekst van het document
Bijlage 10 - Waterstof op De Faktorij en De Vendel in de toekomst uitgebreid wordt en dat waterstof ook goedkoper wordt dan nu. Dit zou voor Veenendaal echter pas na 2040 denkbaar zijn en over de periode daarna bestaan veel onzekerheden. Veenendaal zal in ieder geval niet bovenaan de lijst staan om aan de backbone te verbinden. Dit komt door de relatief lage temperaturen die op De Faktorij en De Vendel nodig zijn. Bedrijventerreinen buiten de vijf genoemde clusters waar hogere temperaturen nodig zijn, zullen voorrang krijgen. Hoewel de mogelijkheid dus bestaat na er in de periode na 2040 de nodige infrastructuur wordt aangelegd rond Veenendaal, is het lang niet zeker of en wanneer dit zal gebeuren. Daarom is het niet verstandig uit te gaan van de aanleg van een aftakking naar Veenendaal.
Deze bijlage verkent de haalbaarheid voor bedrijven op De Faktorij en De Vendel om individueel of collectief over te stappen op groene CO2-vrije waterstof als alternatief voor aardgas. Adviesbureau Enodes stelde deze bijlage op. We deden een literatuurstudie en interviewden experts Jeroen Buunk en Jan Grift van BlueTerra, David Bolsman van RVO en Jeroen Jansen van Repowered. We concluderen dat waterstof niet haalbaar gaat zijn voor ruimteverwarming en proceswarmte op het bedrijventerrein. De praktische en economische belemmeringen zijn te groot. Een waterstoftankstation voor vrachtwagens is wel kansrijk. De grootste knelpunten van waterstof zijn natuurkundig van aard. De productie van groene waterstof is relatief inefficiënt. Bovendien heeft waterstof veel ruimte nodig. Voor opslag en distributie moet waterstof onder hoge druk worden samengeperst. Deze knelpunten maken waterstof nu drie keer zo duur als aardgas. We zien dat waterstof alleen interessant wordt voor bedrijven die zeer hoge temperaturen van tenminste 200 °C in hun proces nodig hebben. Waterstof is voorlopig beperkt beschikbaar in Nederland. Waterstof heeft echter twee grote voordelen. Bij verbranding komt geen CO2 vrij en het kan uit groene elektriciteit worden geproduceerd. Nederland wil daarom miljarden investeren in waterstof.
We bouwen voorzieningen om het te importeren uit het buitenland, we investeren in grote windparken op zee om groene waterstof te produceren en we leggen een waterstofbackbone aan.
Waterstofbackbone, bron: Gasunie Veenendaal ligt ver van de backbone De bouw van een nieuw waterstofnetwerk, de zogenoemde backbone, is begonnen. Dit verbindt de vijf grote industriële clusters: Noordzeekanaalgebied, Rotterdam Moerdijk, Zeeland, Delfzijl en Chemelot in Limburg. Hier zitten grote bedrijven die waterstof als grondstof en als warmtebron gaan gebruiken.
Vervoer over weg is praktisch onhaalbaar Een alternatief is om waterstof met vrachtwagens naar Veenendaal te vervoeren. Dit scenario heeft echter praktische bezwaren. Er zijn twaalf vrachtbewegingen per werkdag nodig om de grootverbruikers op De Faktorij en De Vendel te bevoorraden.
Veenendaal ligt minimaal 30 km van de backbone af. Zo ver is industriepark Kleefse Waard in Arnhem dat mogelijk een aansluiting krijgt. Het bouwen van een aftakking kost 1 tot 3 miljoen euro per kilometer. Het gaat dus om een investering van tientallen miljoenen euro´s. Omdat de waterstof duurder is dan aardgas, wordt de investering ook niet terugverdiend. We beschouwen dit daarom niet als een haalbaar scenario. Nu bestaat wel de mogelijkheid dat het waterstofnetwerk
Tubetrailer, bron: iBBT
Bestaande aardgasnet gebruiken is onhaalbaar In theorie kan het bestaande aardgasnet op De Faktorij en De Vendel worden aangepast voor waterstof. In de praktijk is dit echter niet haalbaar. Bedrijven zullen niet allemaal tegelijk overschakelen van aardgas naar waterstof. Tijdelijk zijn dan toch twee netwerken nodig. Lokale opwek heeft geen business case en te weinig ruimte In principe kan groene waterstof worden geproduceerd in Veenendaal. Daar is een elektrolyzer voor nodig die hernieuwbare elektriciteit omzet in waterstof. Als we uitgaan van een combinatie van zonneparken en windmolens op land, dan vergt dit een investering van 25 tot 30 miljoen euro. Op deze kleine schaal zien we geen haalbare business case. De prijs van de geproduceerde waterstof is afhankelijk van het aantal uren dat de elektrolyzer operationeel is. Hoe meer uur deze draait, hoe lager de kosten per kg waterstof. Het vermogen van de benodigde elektrolyzer en opslagcapaciteit zijn bepalend voor de prijs. Vooral het opslaan van waterstof is kostbaar. De vraag naar waterstof van bedrijven op De Faktorij en De Vendel is continu. Opslag is nodig om de uren zonder zon en wind te overbruggen. We gaan daarom uit van een combinatie van zonne-energie en windmolens op land. Dit verhoogt het aantal vollasturen per jaar. Dit scenario vergt veel ruimte.
De elektrolyzer is met een omvang van één of twee zeecontainers nog overzichtelijk. Voor opslag is veel meer ruimte nodig. We houden rekening met 100 tot 200 zeecontainers in omvang. Daarnaast zijn grofweg 10 hectares zonnepark en één grote windmolen nodig. In de omgeving van Veenendaal is hier geen ruimte voor.
Netcongestie maakt dat grootschalige afname van groene stroom van het net voorlopig ook onhaalbaar is. Maar zelfs als in de toekomst netcongestie verholpen zou zijn, is het efficiënter om de elektriciteit direct om te zetten in warmte dan dit via waterstof te doen. Warmte die wordt gegenereerd met een hoge temperatuur warmtepomp kan namelijk twee à drie keer zo efficiënt worden opgewekt als wanneer elektriciteit met een elektrolyzer naar waterstof wordt omgezet, om dit vervolgens naar warmte om te zetten. Waterstoftankstation wel kansrijk Waterstof voor zwaar wegvervoer biedt wel kansen. We denken aan een waterstoftankstation in Veenendaal. Dit station wordt bevoorraad met tubetrailers. De Faktorij en De Vendel heeft tenminste één groot transportbedrijf. Voor zwaar wegtransport is waterstof interessanter dan elektrisch vrachtverkeer. Dit komt door de lage actieradius van e-Trucks. Nederland heeft op dit moment meer dan 14 waterstoftankstations. In 2030 moeten dat er 30 zijn. Bron: Heebink