4.k Bijlage 9 Toelichting verschillende kleincollectieve systemen
Tekst van het document
Bijlage 9 - Toelichting verschillende kleincollectieve systemen Voor grote gebouwen of clusters van gebouwen kan gebruik gemaakt worden van bodemwarmte middels een warmtekoudeopslag (WKO)-systeem. De warmte die in de winter gebruikt wordt, moet in de zomer weer worden aangevuld. Dit kan door gebouwen in de zomer te koelen, en door actief warmte in de bodem te brengen. Bij een WKO wordt het grondwater uit een watervoerende laag (ook aquifer genoemd) opgepompt. De warmte wordt met behulp van een tussenwarmtewisselaar afgegeven aan een warmtepomp. Zo blijft het grondwater gescheiden van de gebouwinstallatie. Het afgekoelde water wordt geïnjecteerd in de koudebron. Het water uit de koudebron gebruik je in de zomer om het gebouw te koelen. Het water wordt dan warm. Het wordt daarna geïnjecteerd in de warmtebron en zo kun je die warmte in de daaropvolgende winter weer gebruiken. Deze warmte en koude bron in de bodem kan gevoed worden door andere bronnen zoals; warmte uit oppervlaktewater, restwarmte of zonnethermie Aquathermie TEO – Thermische energie uit oppervlaktewater Aan de zuid-westelijk kant van het bedrijventerrein De Faktorij en De Vendel ligt het Valleikanaal en aan de noord-westelijke kant ligt de Zijdewetering. Eén van de mogelijkheden is om hier gebruik te maken van thermische energie uit oppervlaktewater.
De temperatuur van oppervlaktewater varieert van ongeveer 0 C tot ongeveer 25 C. Dit is een vrij lage temperatuur en dit is niet direct geschikt voor het verwarmen van een gebouw. TEO wordt daarom toegepast in combinatie met
verduurzaming op pandniveau of klein-collectief. Er lijkt echter weinig restwarmte beschikbaar te zijn en de restwarmte die er is heeft vaak een zeer lage temperatuur. Op De Faktorij en De Vendel is waarschijnlijk niet genoeg restwarmte beschikbaar voor een klein collectief. Mogelijk kan dit op bedrijfsniveau wel toegepast worden. De mate van complexiteit om de restwarmte te winnen (‘uit te koppelen’), is divers en project specifiek.
een warmte-koude opslag in de bodem en warmtepompen. Bij TEO wordt er in de zomer als het water warm is warmte uit het oppervlaktewater gehaald met een warmtewisselaar. Deze warmte wordt daarna opgeslagen in de bodem om te gebruiken in de winter. De warmte wordt met een grote warmtepomp op een hogere temperatuur gebracht voor het verwarmen van een gebouw en voor het tapwater. Het koude oppervlaktewater in de winter kan ook gebruikt worden om te koelen in de zomer, deze wordt in de winter in de bodem opgeslagen. TEO zou kunnen worden ingezet als klein collectief op de Faktorij en de Vendel. Dit kan door de WKO in de bodem te delen en hier één collectieve warmtepomp op te zetten of door de WKO in de bodem te delen en per gebouw een individuele warmtepomp te installeren. Restwarmte In de Transitievisie Warmte 0.5 is aangegeven dat op de Faktorij en de Vendel ook enkele potentiële (condens) restwarmtebronnen aanwezig zijn. In combinatie met reeds aanwezige drycoolers kan dit kansen bieden voor
Zonnethermie Om een WKO-bron te voeden kan er ook gebruikt worden gemaakt van zonnewarmte. Deze zonnewarmte kan gewonnen worden door PVT-panelen (combinatie van elektriciteit en warmte uit de zon middels één systeem) of een Energiedak (water wordt opgewarmd door leidingen die in de dakbedekking verwerkt zijn). De zonnewarmte die in de zomer ingevangen wordt, wordt opgeslagen in een WKO zodat het in de winter ingezet kan worden. Een nadeel voor toepassing op bedrijfsdaken is dat PVT zwaarder zijn dan gewone PV-panelen en de dakconstructies hier vaak niet op berekend zijn. Groot collectieve oplossingen – Geothermie. In de Transitievisie Warmte 1.0 is niet uitgegaan van grootcollectieve oplossing voor De Faktorij en De Vendel. Met name omdat hiervoor geen geschikte bron aanwezig voor een collectieve oplossing en de kosten hiervoor erg hoog zouden zijn. Onlangs is er een zoekgebied voor geothermie bekend gemaakt door Energie Beheer Nederland B.V. Dit zoekgebied ligt deels in Veenendaal. Op basis van uitslagen van seismisch onderzoek lijkt aardwarmte op een diepte van 500 – 4000 meter in het zoekgebied kansrijk. EBN is van plan om in dit zoekgebied een onderzoeksboring uit te voeren om meer informatie te krijgen over de ondergrond
en de potentie van geothermie in een groot gebied. De resultaten worden achteraf gedeeld met geïnteresseerde partijen zodat deze informatie weer gebruikt kan worden voor mogelijk andere opsporingsvergunningen/ boringen. Indien de potentie van geothermie gunstig blijkt te zijn en een geothermie bron ontwikkeld gaat worden dan zou het bedrijventerrein de Faktorij en de Vendel hier mogelijk op aangesloten kunnen worden. Het voordeel van aardwarmte ten opzichte van andere duurzame warmtebronnen is de hoge temperatuur die gerealiseerd kan worden door dieper te boren en het grote aantal gebouwen die op een geothermiebron kan worden aangesloten. Hierdoor kan mogelijk een groot aantal gebouwen van het aardgas af en aangesloten worden op een warmtenet. In een duurzame energievoorziening is aardwarmte een belangrijke en ook voorspelbare en betrouwbare energiebron omdat het niet afhankelijk is van weer, wind of van het seizoen. Nadeel is dat de bron een gelijkmatig karakter heeft: om in de winter voldoende warmte te leveren als het erg koud is, zijn aanvullend ‘piek’bronnen nodig.