CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. bijlage 2. RPLG Deel B

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststellen Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG)40.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

- Betere onderbouwing van landelijke overheid waarom we moeten veranderen, en breder denken in de mogelijke oplossingen. - Betrouwbare overheid met goede uitleg over waarom. - Anderen in de keten. - Van begin tot eind draagvlak. - Minder loketten. - Schakels in de keten, retail en banken. - Technische bedrijven en ketenpartners. • Hierbij zouden gemeenten en provincie kunnen helpen: - Agrarische sector beter openbaar steunen, onterechte negatieve kritiek weerleggen, sector niet in de steek laten, werken aan oplossingen (voor o.a. PAS-melders). - Niet denken vanuit krimp in dieraantallen. - Actief meedenken in omschakel- en transitiemogelijkheden en dit ook mogelijk maken (bijv. door vergunningen). - Faciliteren is belangrijker dan geld. Faciliteren kan in allerlei vormen zoals flexibele regelgeving, verlenen van (voorlopige) ontheffingen of vergunningen, meedenken bij innovaties, crowdfunding organiseren. - Visie en daarbij horend beleid voor lange termijn vastleggen. - Duidelijk perspectief bieden, met duidelijke kaders en veel meer aandacht voor de blijvers. - Positieve benadering van de agro-sector, zorgen voor politiek draagvlak. - Brede visie neerleggen, geen trechter denken (neerleggen bij of verschuilen achter EU onmogelijkheden), duidelijkheid in doelen en daaraan langdurig vasthouden, consequent beleid.

- Zorg voor balans: landbouw, huizenbouw, landschapsbeheer, recreatie en natuur. Balans is een kans! - Geef meer aandacht aan de zwijgende meerderheid (die z’n mond houdt) en minder aandacht aan de “schreeuwende” minderheid. - Besef dat in deze regio de werkmentaliteit en het creatief denkvermogen op een ongekend hoog niveau liggen en benut deze competenties. - Langjarige regelgeving, minstens 10 jaar. - Meedenken en mogelijk maken. - Faciliteren is belangrijker dan geld. - Faciliteren met wet- en regelgeving, duidelijk maken waar je als blijver aan moet voldoen. 89

Hoe men aankijkt tegen gedachten m.b.t. zonering, bijv. vanwege risico dierziekten (zoals vogelgriep en MKZ): - Wat is het doel? Minder dieren? - Niet voor niets is juist in deze regio m.n. de niet-grondgebonden veehouderij ontstaan. - Er is een goed hygiëne-besef, het meldings-en monitoringssysteem werkt goed. - In deze regio relatief weinig watergebieden en dus minder riskante watervogels, zorgen dat er niet meer waterrijke natuur wordt aangelegd. - Veel kanttekeningen te plaatsen bij “Heederik” rapport. - Concentratie aan pluimveebedrijven en grootte van de bedrijven is niet bepalend voor het oplopen van vogelgriep, zie bijv. enorme aantal A.I-uitbraken in Frankrijk (kleinere bedrijven, met veel grotere onderlinge afstand). - Er wordt hard gewerkt aan de toepassing van vaccinatie, dit verlaagt de R-waarde met een factor 1.000 of meer. Er wordt ook nog gekeken naar andere mogelijkheden om een infectie te voorkomen zoals het toepassen van windbreekgaas. - Nee, we zijn niet voor niets intensieve veehouderij begonnen op deze plek. We zijn al goed bezig. En vertrouwen dat vaccineren ook goed komt, al duurt dat nog even.

Extra input: “De pluimveesector geeft al decennia blijk van een enorme veerkracht en innovatiekracht. Gedreven door maatschappelijke wensen wordt er een grote veranderbereidheid getoond, mits de veranderingen samen opgaan met (minimaal) financiële compensatie van de meerkosten. In de legsector is het niet alleen gebleven bij de (verplichte) omschakeling van legbatterijen naar loslopende kippen, maar zijn er daarnaast volop andere (markt-) ontwikkelingen te melden, zoals: ontwikkeling en brede toepassing van volières, het aanbieden van een grote variatie in soorten eieren: scharrel, vrije uitloop, biologisch en vele boerderij merken, het achterwege laten van snavelbehandeling en het (voor een deel) achterwege laten van het doden van ééndagshaantjes (productie van OKT-eieren). In de vleessector vindt een grootschalige omschakeling plaats naar BLK* vleeskuikens, met een ander type kuiken (traaggroeiers), ander voer, lagere bezetting en overdekte uitloop. Breed in de sector (pluimveehouders, bedrijfsleven en sectorbestuurders) wordt er echter grote onzekerheid ervaren, die leidt tot een rem op veranderingen. Krimp zou geen doel op zich moeten zijn. Er is vooral behoefte aan duidelijkheid en het verhelpen van de discrepantie tussen maatschappelijke wensen en juridische beperkingen.

Bijvoorbeeld: • De Rav-systematiek die vastgelopen is, dat er toe leidt dat het vergunningentraject stil ligt. • Omschakeling naar BLK* in relatie met het verkrijgen van een vergunning. • Hoe om te gaan met latente ammoniakrechten? • Terughoudendheid bij banken. • Alsmaar toenemende eisen m.b.t. welzijn en milieu, die leiden tot noodzakelijke investeringen; wetgeving dient voor een lange termijn vast te staan. • Behoefte aan langdurige afnamegaranties, met verrekening van verandering in kosten, van bijv. energie, voer, bouw en personeel.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

90

Op dit onderwerp zijn drie gesprekken gevoerd. Hieronder volgt de samenvatting van deze gesprekken. Het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen door ondernemers, is alleen mogelijk met lange termijnperspectief. Wat wordt er van je verwacht? Deze vraag is voornamelijk voor mogelijke piekbelasters nog onzeker. Het onderwerp van verdienmodellen wordt door sommige aanwezigen als prioriteit in de discussies aangewezen (“Verdienmodel moet groot bovenaan”). Want: “Wie betaalt de omslag naar een toekomstbestendige sector?”

­

­

Hieronder volgen een aantal punten en uitspraken die zijn besproken: • Nieuwe verdienmodellen kunnen zich binnen de markt ontwikkelen door veranderd consumentengedrag; - Overheden kunnen op deze trend inzetten door het stimuleren van het consumeren van lokaal en duurzaam geproduceerd voedsel. Ondernemers en investeerders zullen dan volgen. - Een kans hiervoor is de ruimte en het geld dat vrijkomt met verstedelijking en vergroening binnen de stad. Dit kan gepaard gaan met het inrichten van de publieke ruimte voor stimuleren van de goede voedselkeuzes. Daarnaast betekent verstedelijking ook een grotere afzetmarkt voor lokaal geproduceerd voedsel. Versterk hiervoor de verbinding stad-platteland. - Kansen om de energietransitie te verbinden aan de voedseltransitie kunnen worden benut zolang het regionaal/ lokaal gehouden wordt. Denk hierbij aan boeren coöperaties die biovergisting leveren aan een industrieterrein. De energietransitie bedreigt de agrarische sector ook: het is belangrijk dat zonne- en windparken regionaal eigendom zijn. Internationale bedrijven kunnen het anders opkopen en dit verhoogt grondprijzen. • Het belonen van publieke prestaties is mogelijk, zolang het niet als subsidies wordt neergezet: veel boeren willen daar niet afhankelijk zijn. Het zijn vaak korte termijn betalingen, onvoorspelbaar, kostprijsdekkend en niet stimulerend en in ingewikkelde constructies.

Deze houding is ook socio-cultureel. - Positief wordt er gekeken naar subsidies voor omschakeling naar natuurinclusief of voor het opstarten van agro-ecologische projecten. - Voor natuurbeheer kan een deel van het beheer uitbesteed worden aan de boer: voorbeeld = Eemlandcollectief: een verdienmodel uit natuur- en weidevogelbeheer.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

- Bepaalde diensten kunnen direct in de markt gezet worden: bijvoorbeeld olifants gras CO2 opslaan voor bedrijven. Deze markt moet nog verder ontwikkeld worden. De regio kan inzetten op het verbinden van losse initiatieven in de streek die lokaal en natuur inclusief voedsel produceren, verwerken en/of afzetten. Het goede voorbeeld van gemeenten, regio en provincies: eigen aanbod 100% uit Regio Foodvalley. Daarnaast: Betrek supermarkten bij een ambitieus voedselbeleid op regionale consumptie. Grond speelt een belangrijke rol in de discussie rondom verdienmodellen. De druk op grond en het prijsopdrijvende effect daarvan, wordt vergroot door bedrijven (zoals Schiphol) die stikstofrechten willen opkopen. - Regionale inzet voor grond: alleen partijen uit de regio mogen aanspraak maken op grond. Voor overheidsgronden moet dit geregeld worden. Voor private gronden: is dit juridisch mogelijk? Combineer een stikstof en grondbank. Ondersteuning van de ondernemer in transities gaat verder dan alleen geld: ook advies speelt een belangrijke rol. De gemeente Ede heeft bijv. een inloopspreekuur waar agrariërs hun zorgen kunnen uiten. Combinatie van ruimtelijke en financieringsgesprekken op gemeenteniveau, biedt hiervoor kansen. ­

12.8 FINANCIEEL-JURIDISCH GESPREK • •

•

•

Hieronder volgt een opsomming van de concrete obstakels en mogelijke oplossingen die zijn besproken. Concrete obstakels voor transities: • Landen waarnaar Nederland exporteert, ontwikkelen zich ook: bijvoorbeeld voor eieren wordt Duitsland zelf steeds duurzamer en zelfvoorzienender. • Recent is het de Europese regelgeving over het mededingingsrecht en ketenafspraken aangepast. • Ruimtelijke Ordening kan in de weg zitten bij bv. agroforestry kan niet want bestemming is: “half open gebied”. • Subsidiesystemen werken niet goed. • Uitkoopregelingen. Een voorbeeld: Een kalverhouderij wilde de omslag maken naar plantaardig, maar moest stoppen onder uitkoopregeling. Het is belangrijk dat ondernemers wel verder mogen met andere agrarische activiteiten. • Regels van het NVWA en voedselveiligheid zijn erg streng. Niet alleen de wetgeving, maar ook de juridische taal staat in de weg van een positieve transitie. • Een boer kan de investering voor omschakeling alleen niet dragen. • Ontwikkeling van korte ketens: er is capaciteit nodig voor het regionaal verwerken van producten. Bestemmingsplannen zitten vaak in de weg: bijv. voor het plaatsen van schuren. 91

12.9 LANDGOEDEREN EN PACHTGESPREK

Mogelijke oplossingen en nieuwe maatregelen voor versnellen: • Regionale meerwaarde en duurzame producten kun je ook exporteren. • Als je kan aantonen dat je bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelen mag je prijsdifferentiatie toepassen. • Supermarkten alleen nog maar kwaliteitsvoeding laten aanbieden. • Europese subsidie verandert, maar zou alleen duurzaam geproduceerd voedsel moeten subsidiëren > lobbypunt. • De grond die vrijkomt van de opgekochte bedrijven moet slim worden gebruikt, anders is het “water naar de zee brengen”. • Staatssteun en financiering voor agro-forestry. • Als gemeente kun je met ondernemers en een groep boeren bij elkaar komen, en afspraken maken over prijzen en verkoop van regionale producten. • Het Markemodel (idee voor Foodvalley: het Valleimodel). ­

­

Hieronder vind je de aantekeningen die zijn gemaakt tijdens het themagesprek ‘landgoederen en pachtgronden’.

­

Een aantal punten die opvallen als we terugkijken op de gesprekken: • Het eerste gesprek waren experts en dit ging zowel breder als inhoudelijker. Landbouw en natuur werden minder gezien als twee aparte doelen, door agroforrestry en natuur inclusieve vormen van landbouw als oplossingen te zien, waarvoor financiële ondersteuning en juridische ruimte verder ontwikkeld moeten worden. In het tweede gesprek lag de focus meer op het vinden van oplossingen in de markt, zekerheid voor intensieve boeren, technologie en het aanzwengelen van consumentengedrag voor lokale consumptie. • Een duidelijke overeenkomst was het belang van het stimuleren van een lokale economie voor duurzaam geproduceerd voedsel. In beide gesprekken kwamen hier suggesties voor naar voren, zoals het betrekken van supermarkten om het uit de niche te halen. Het tweede gesprek ging hier dieper op in door ook duurzaamheidseisen aan streekproducten/labels te stellen. En andersom (streekeisen aan duurzaamheidslabels). • Een andere overeenkomst was dat in beide gesprekken socio-culturele aspecten naar boven kwamen, naast economische en juridische maatregelen. Succesvol boeren was eerst zo efficiënt mogelijk produceren tegen een zo laag mogelijke kostprijs op een competitieve markt. Dit is zowel een waarde geplakt aan “succesvol” als het dominante verdienmodel.

Nu verschuift dat waardeoordeel wat (iig vanuit de maatschappij, minder binnenin de agrarische sector); het dominante verdienmodel verschuift wat minder snel. […].

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Opmerkingen m.b.t. rentmeesters en grondeigenaren Er zit wel beweging in het aanpassen van pachtbeleid naar meer duurzaam beheer. Dit gaat over: • Verschil tussen reguliere pacht en geliberaliseerde pacht. Met reguliere pacht ben je afhankelijk van de goede relatie met de pachter. • Via liberale pacht heb je meer vrijheid en kun je meer sturen door bijvoorbeeld - Prijsvaststellingen - Afspraken over duurzame landbouw - Geen gebruik van drijfmest (aansluitend bij ANLB) - Letten op chemie • Er worden bodemcursussen aangeboden. • Het beleid rondom pachtgronden verschilt per provincie. Noord-Brabant is een voorbeeld van een provincie met een beleid waar veel mogelijk is qua verduurzaming. Bij Gelderland gaat de grond naar de hoogste bieder. Het is belangrijk om na te denken over de lange termijn m.b.t. landbouwgronden. • Ecoregeling levert voor boeren ook wel wat op: goud is 440 euro / ha voor je totale bedrijf. • Op landgoederen is vaak al een combinatie aanwezig van natuur, landbouw en recreatie. Men kan leren van landgoederen wat betreft het verweven van functies. • Nationaal is er 35.000 ha grond in beheer van kerken. Dit aantal groeit met ongeveer 5% per jaar. • Het is voor kerken vooral bedoeld als vastgoedportefeuille. - Met wat minder combinaties met andere functies.

- Kijken zakelijk naar de transitie, willen geld blijven verdienen dus zijn minder geïnteresseerd in grondverkoop. - Bouwen wordt gezien als gewenste ontwikkeling. - Discussie tussen diaconie (geld verdienen voor hulp) versus rentmeesterschap (goed zorgen voor het land). • Colleges van kerken creëren soms een eigen fonds voor dingen die buiten subsidiepotjes vallen. Bijvoorbeeld het stimuleren van de progressieve reguliere boer.

92

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

­

­

• De wens is om neventakken te vergroten: creatieve functie. • Rood voor rood is nodig om geld te creëren voor de transitie, dit kan ook met bouwkavels elders. • Overlap zoeken tussen streekgids, landgoedvisie en omgevingsvisie. Dit moet als geheel worden gezien van de dienst die een landgoed levert. Er is een bredere invulling van bestemming nodig die past bij omgevingsvisie, rode loper, en het denken in mogelijkheden. • Beeldvorming over landgoederen kan beter, aaibaarheidsfactor mist (wat natuur organisaties vaak wel hebben). • Hoe beter samenwerken? Sneller in transities (versnelde RO-procedures) meer in overeenstemming met doelen die we gezamenlijk nastreven. • Juristen zorgen voor tegengestelde doelen. Werken met een integraal RO planatelier zou helpen. Voorbeeld: als je grond wil omzetten naar nieuwe hei, dan is het niet mogelijk om subsidie te krijgen voor grazen, alleen voor oude hei. Als natuurdoeltypes soms net wat flexibeler zouden kunnen worden opgevat zou dat enorm helpen. • Gemeenten en provincies kijken verschillend naar landgoederen. Verschillende loketten/verschillende doelen. • Werken als 1 overheid is belangrijk om doelen te bereiken. Publiek-private samenwerking is daarnaast ook van belang. • Subsidies van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer zijn snel op. Deze zou moeten worden uitgebreid.

• Stoppers kunnen een NSW-landgoed beginnen (70% van de ruimte is hierbij voor extensieve landbouw). • Verpachting is voor veel landgoederen de belangrijkste inkomstenbron. Daarmee houden we groen & rood erfgoed in stand. • Jaarlijks is er een 5% uitloop van boeren zonder opvolgers. • Landgoederen hebben boeren nodig als beheerders. Er moet natuur komen buiten natuurgebieden. • CO2-vastleggingscertificaten en langjarige patrijzenstroken werken goed. ­

Opmerkingen m.b.t. de rol van overheden en andere stakeholders: • Het is belangrijk om bestemmingsplannen te kunnen wijzingen en daar als overheden samen in op te trekken (gemeenten weigeren soms, terwijl provincie voor is). • Landschapselementen die er zijn behouden en handhaven (drones + boetes). • Groene koplopers en boegbeelden in de schijnwerpers zetten. • Tussen skal (toezichthouder op biologische productie) en gangbare landbouw zitten nog allerlei tussenvormen en -fasen. Nu heeft een bedrijf vaak een (onbetaalde) overgang van 2 jaar tussen beide. Hierbij is het nodig om tussenstappen te belonen (bv. op basis van biodiversiteitsmonitor). • KPI’s die elke stap belonen zouden helpen. • Vergunningsprocedures sneller maken > er moet één accountmanager komen voor boeren en landgoedeigenaren per gemeente (rode loper aanpak). • Functie in Zuid-Holland die goed werkt: Loods herbestemming Rijksmonumenten. Net zoiets als een accountmanager. • We moeten toe naar multifunctionele landbouw (hiervoor is meer ruimte nodig in RO-beleid). • Er heerst het beeld bij overheden dat landgoedeigenaren veel geld hebben, dat is niet zo. Onderhoud kost veel geld. • Natuurorganisaties hebben hun bossen ook niet allemaal (FSC) gecertificeerd, maar dat zou wel moeten om het goede voorbeeld te geven. Van FSC-certificatie heeft een eigenaar geen financieel voordeel, maar is wel duurzamer.

• Als collega natuurbeheerders moet je elkaar niet tegenwerken maar juist samen optrekken. • Sommige landgoederen hebben een landbouwvisie. Hiermee kun je aansluiten bij de visie van een gemeente. Als deze overeenkomen zou dat een kader kunnen zijn om maatwerk toe te kunnen passen en meer ruimte te krijgen. Er heerst angst voor precedentwerking. Er zijn echter veel kansen. Landgoederen kunnen uitloopgebied verzorgen voor de extra woningen. Kunnen landgoederen ook meer ruimte krijgen daarin?

93

Bij minder dieren, wat gaat er met de grond geburen? • Woningen, natuur, extensievere veeteelt, akkerbouw > meer ruimte voor plantaardige eiwitten, insecten en bouwmaterialen. • Voedselpatroon van de toekomst; minder vlees, meer plantaardige eiwitten. • Waarom plantaardig ondersteunen: produceren van eiwitten, die minder druk op de omgeving leggen en zelfs kans om bodem/water/biodiversiteit te ontwikkelen (geen mestruimte). • Nu nog veel onbekend en onbemind. Regio/gemeenten kunnen dit thema dichterbij brengen. • Je hebt de startups nodig én de grote jongens die deze vervolgens kunnen overnemen/ inkopen.

Maatregelen (gemeenten en regio): • Samenwerkingsvormen faciliteren op regioniveau, ketens bouwen via kleine coöperaties. Zet hier ook de retail bij. Unilever en Campina zijn bijvoorbeeld volop bezig met andere eiwitten > kans. • Experimenteerruimte vergunnen in vrijkomende gebouwen – voor langere termijn. Deze dichtbij kernen mogelijk maken. (Greens East in Overijssel is te ver weg van kernen en daar lukt het niet). • Bouwmaterialen – stel haalbare eisen in je aanbestedingen. • Een loket dat de weg wijst in deze eiwittransitie – faciliteer netwerken voor ondernemers in de hele keten. • Streekproducten uitbreiden met plantaardige eiwitten en insecten. ­­

Wat gaat het landschap bepalen? • Voedselzekerheid. • Biodiversiteit. • Klimaat. • Waterbeschikbaarheid.

­

Hieronder de belangrijkste input die is geleverd in het themagesprek over de eiwittransitie (60/40 dierlijk/plantaardig eiwit naar 40/60).

Bouwmaterialen: • Hennepvezel, vlas.

­

12.10 EIWITTRANSITIE GESPREK

Insecten: • Zorg voor coöperaties waar de hele keten in zit, zeker ook de retailers. • Laag gewaardeerde reststromen worden via insecten opgewaardeerd – bierborstel en graan. • Het duurt nog va 15 jaar voordat insecten gevoerd mogen worden met mest (EU regelgeving). Peulen/bonen: • Coöperaties waar de hele keten in zit, zeker ook de retailers. • Melkvee gaat mogelijk ook veldbonen kweken voor voer, in plaats van enkel mais. • Hier kan meel van gemaakt worden, alternatief voor granen. • Leggen stikstof uit de lucht vast – alternatief voor kunstmest.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

94

De belangrijkste opgehaalde punten uit het themagesprek ‘consument in de keten’, inclusief de voorbereidende gesprekken, zijn hieronder beschreven. Men ziet het als de rol van de overheden om: • Duurzame en gezonde voedselproductie te stimuleren en te investeren in preventie van ongezonde leefstijlen. Dit kan o.a. door: - Ruimte te bieden voor duurzame voedselinitiatieven. - Korte ketens te stimuleren op de lange termijn. Een probleem van agrariërs kan zijn dat brede samenwerkingen opzetten lastig is: ze hebben iemand nodig als een dealmaker, iemand die consument en agrariër/bedrijf verbindt. Committeren aan bv. streekwaar o.i.d. kan hiervoor nuttig zijn. - Verbinding tussen stad-land-platteland zoeken (bv. door educatie, voedselbossen, boerderijwinkels, lokaal vermarkten, toeristische belevenissen, …). - Directe afzetmogelijkheden voor boeren te ontwikkelen. - Herwaarderen van “gezond voedsel uit gezonde bodem”. - Lokale biologische producten vindbaar te maken. - Regionale en innovatieve catering te stimuleren. • Regelgeving/vergunningen voor agrarisch ondernemerschap aanpassen aan gewenste resultaten m.b.t. duurzaam boeren en gezond leven. - Bv. Bestemmingsplan aanpassen om korte ketens te stimuleren. • Inzicht in, en stimuleren van, goede keuze van de consument. • Producten: vraag en aanbod bij elkaar brengen.

- Ontmoeten en verbinden: ‘Laat het zien’ > wisselwerking tussen stad - buitengebied. – consument vergroten.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Men wil boeren een rol kunnen (/moeten) geven in biodiversiteitsvergroting, water besparing, gezonde bodems etc. Boeren die ‘goed bezig zijn met land’: meer ruimte geven, meer exposure. Eten dat daar vandaan komt > naar voorgrond halen. RPLG is een kans om de vicieuze cirkel te doorbrekenl: consument vindt ‘lokaal, biologisch’ voedsel te duur > dus men koopt het niet, maar agrariër is aangewezen op consument > dus kan niet biologisch boeren, want geen afzet > dus biologisch blijft duur > etc. ­

12.11 CONSUMENT IN DE KETENGESPREK

Belangrijk om na te denken over: • Hoe zorgen we dat de omgeving(en) lokaal en regionaal zorgt dat inwoners gezond en duurzaam leven? Welke partijen hebben we daarvoor nodig? Wat is het samenspel tussen landelijk en stedelijk gebied? • Hoe maken we het mogelijk en aantrekkelijk om regionaal voedsel te consumeren? Hoe zorgen we dat ondernemers toekomstbestendig en economisch haalbaar aan de slag gaan en blijven? Welk instrumentarium hoort daarbij?

95

Hieronder de belangrijkste punten uit het (korte) themagesprek ‘toerisme en recreatie’.

Hieronder vind je de opgehaalde input m.b.t. het themagesprek ‘verstedelijking’.

• De gemeente Ede de heeft een nieuw uitvoeringsprogramma dat nog vastgesteld moet gaan worden door het college. • Het voorlopende programma was vooral op de Veluwe gericht. • Nu is ook het landelijk gebied genoemd: - Beleving en attractiewaarden van het agrarisch landschap vergroten - Bezoekdoel/knooppunten/overstappunten - Evenementen/communicatie - Routes (wandel en fiets) en verkeersveiligheid • Ook relatie stad/dorp en landelijk gebied krijgt impuls; vrijetijdsparken, goed verblijven, identiteit en verbinding, duurzaam vervoer. • Vier gemeenten willen gezamenlijk een visie opstellen: Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Barneveld. [Eventueel verder aanvullen door begeleidingsgroep].

• We moeten de ontwikkellijnen ruimtelijk uitwerken: niet alle uitwerkingen komen namelijk overal. • Het landelijk gebied wordt nu erg vanuit milieu en stikstof aangestuurd. We moeten het ook ruimtelijk maken. • Tot 2030 woningbouw met meer landschap ontwikkelen. • Buitengebied: kraamkamer voor nieuwe bedrijvigheid – in vrijkomende agrarische bedrijven. Vragen die hierbij komen kijken: “Ook niet agrarische activiteiten? Of willen we die naar bedrijventerreinen?” • 1. zonering vanuit de Veluwe - recreatie. 2. zonering vanuit kernen – startups. 3. zonering vanuit infrastructuur – recreatie/startups. • Willen we sterlocaties weergeven op kaart? (Landbouwontwikkellocaties). • Ruimte voor ruimte-woningen aan de randen van de kernen toestaan > geeft zachtere overgangen. Let wel op: beeldkwaliteit. • We gaan voor diversiteit in type bedrijven: intensief, akkerbouw, biologisch, insecten. Dit hebben we ruimtelijk te ordenen. • Hoe houd je landbouw op industriële schaal vast? • Bedrijven hebben ontwikkelruimte nodig: fysiek, regels/beleid, juridisch, milieukundig. • Natuur inclusief ontwikkelen – bedrijven, woningen, recreatie etc. • Ophelderen wat inloop/uitloopgebieden zijn. • Ca. 2000 ha, Multi-gebieden, heel veel opgaven koppelen: recreatie en toerisme, ontsluiting, verkeersveiligheid, landschap, biodiversiteit, water, emissies reduceren.

2 en 3 lijken op elkaar, al is 3 iets meer gericht op mensen. • Noord: landelijk gebied is inloopgebied, je bent te gast. Agrarisch gebied is dominant • Zuid: Stedelijk gebied domineert, landelijk gebied is uitloopgebied, gebied staat ten dienste van de stedeling. • Zone rondom Veluwe: Dubbel gebruik, er mag meer; recreatie, horeca, gewassen. • Agrarisch gebied buiten de zone rondom Veluwe: verbreding, landbouw blijft hoofdactiviteit en hoofdinkomen. • Beeklopen: verzachten van grenzen en verweven van functies.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

­

12.13 VERSTEDELIJKINGSGESPREK

­

12.12 TOERISME EN RECREATIE INTERVIEW

96

12.14 ENERGIETRANSITIE GESPREK Hieronder volgen de belangrijkste uitkomsten uit het themagesprek over de energie transitie.

­

Op kaart zetten: • Woonlocaties tot 2030 zijn al bekend, deze op kaart zetten. • Sterlocaties landbouw op kaart? Maar dan ook nadenken over: “Waar staat zo’n ster voor? Wat voor een type landbouw?”

Wat zien we gebeuren: • Van wind en zon naar energiesysteem-denken en het verbinden van sectoren. We moeten wel, vanwege netcongestie. • Zelfvoorzienende gemeenschappen en verdienmodellen van opwek, opslag en afname – goede verdienmodellen > boeren, burgers en bedrijven. • Energielandgoederen – geclusterd, dan is er 1 kabel nodig. • Houding: grond is in eigendom, de ruimte moeten we delen. Dit is een cultuuromslag om meer samen te gaan doen. Maatregelen (gemeenten en regio): • Randvoorwaarde in vergunningen: participatie, eigenaarschap van energie-initiatieven. Kwaliteit van inpassing. • Grote voorkeur voor zon op dak. Zon op land mits dubbel landgebruik (fruit, verticale panelen, parkeerplaatsen). • Bij nieuwbouw en bedrijventerreinen – onderzoek rol boerderijen/ondernemers met opwek en opslag in de buurt. • Rol gemeente: wat wil je op welke locatie en met welke voorwaarden? • Risico: een te zware afweging om op gemeentelijk niveau op te kunnen lossen.

Figuur 34: Schetsen van verstelijkingsgesprek

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

97

12.15 REGIE DOOR WIE GESPREK Hieronder de samenvatting van de twee thematische gesprekken die zijn gehouden over het onderwerp ‘regie door wie’.

­

Wie in de regio moet welke rol pakken voor de transitie van het landelijk gebied? • De regio moet de motor zijn achter initiatieven en lobbyen richting provincie en mogelijk ook richting het rijk. Ook moet zij duidelijkheid creëren en de kloof tussen praktijk en beleid overbruggen. De complexiteit van de situatie in het landelijk gebied maakt het schakelen op verschillende niveaus lastig, waardoor men bang is voor een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. De regio moet verbindingen leggen met stakeholders en fungeren als belangenbehartiger voor verschillende gemeenten. • Gemeenten zijn te klein om de complexe uitdagingen aan te gaan > de regio is daarvoor een geschikt schaalniveau. • Het is belangrijk om in te spelen op recente ontwikkelingen en te anticiperen op mogelijke belemmeringen. Daarbij wil men meer proeflocaties, experimenteerruimte en maatwerk mogelijk maken. • De rol van regio ziet men ook als platform voor de praktijk, waarbij gelijkwaardigheid en betrokkenheid van stakeholders belangrijk is. • De samenwerking met provincies is essentieel, en de regio moet ervoor zorgen dat het regionaal beleid aansluit bij de doelstellingen van de provincie. • Bottom-up sturen is belangrijk. Regio is de lobby en staat voor innovatie, kennis organisatie en biedt experimenteerruimte. Voorstel over regio als platform voor de praktijk: omgekeerde piramide (fig.

35) ook aan onderkant breder maken (suggestie: omdraaien) – in ieder geval meer gelijk maken. Er gebeurt al veel; maar blijkbaar niet genoeg. Vraag is dan: red je het met die omgekeerde piramide? Bepalen wij wel wat je uiteindelijk moet gaan doen? • Belang van vooruitkijken, eigen visie en lef tonen. Overheid moet luisteren naar de regio. Herwaardering en praktijkinput van belang. Budget, tijd en duidelijkheid zijn nodig. • Waardering, erkenning en elkaar serieus nemen is essentieel (een deel van de oplossing ligt in het stedelijk gebied). Gemeenten kunnen meer faciliteren > dit concreet maken. • Vooraf heldere duidelijke kaders, voorwaarden en procesafspraken maken. Belangrijkste: communicatie & perspectief! En communiceren is niet informeren, maar… in gesprek met!

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Figuur 35: Schets regie door wie

Iedereen in de regio is nodig in deze transitie en heeft zijn eigen rol. We zien dat voor het behoud en versterking van het landelijk gebied (sociaal-economisch en landbouw) ondernemers en inwoners zelf goed weten wat nodig is om tot een ‘gebiedsoptimale’ koppeling met de doelen voor natuur, water en klimaat te komen. De betrokkenheid van en met netwerken in onze omgeving draagt bij aan draagvlak, en stelt lokale bestuurders in staat om moed en lef te tonen in het maken van moeilijke keuzes en het grijpen van kansen. De transitie is er niet alleen voor de kopgroep, het is zaak dat we met de kopgroep stappen zetten die de massa kán en wíl volgen.

98

Samenvattend ziet men per stakeholder de volgende focus qua rolneming: Rol van de ketenpartijen De regionale samenwerking kan niet zonder de keten. De snelheid van de transitie in de regio is hiervan afhankelijk. In goede samenwerking kan de keten verantwoordelijkheid nemen voor hun rol in onder andere: • Eerlijke margeverdeling. • Vervuiling beprijzen en schone productie belonen (ook kijkend naar import). • Regie ruilverkaveling (i.s.m. regio) - Voorkom dat rechten worden opgekocht door ongewenste partijen.

Door de complexe opgave maakt gaat schakelen op verschillende niveaus en thema’s niet vanzelf. Regio Foodvalley verbindt partijen en behartigt de belangen van de acht gemeenten. In de Economic Board van de regio komen onderwijs, overheid en onder nemers bij elkaar. Als mondiale voorloper in de kennisontwikkeling en toepassing van innovatieve landbouw spelen Wageningen University & Research, de Food Academy Nijkerk en Aeres Hogeschool en Campus een belangrijke rol.

Rol van hogere overheden Veel van de financiën en wetgeving waar de regio mee te maken heeft komt vanuit hogere overheden. Hier in meedenken, duidelijk zijn over mogelijkheden en acties op uitzetten richting Europa (en Rijk) is hun belangrijkste rol in de regionale samenwerking. Dit gaat bijvoorbeeld over: • Continuïteit in doelen (Rijk) en duidelijkheid (bv. over latente rechten). • Borging van integraal doelbereik en andere aangepaste wet- en regelgeving. • Regie voeren op multinationals en bedrijven met veel impact. • Invloed op marktwerking en rol van Nederlandse producten in de wereldmarkt.

­

Rol van de regio Binnen de regionale samenwerking zet de regio vooral de grotere lijnen uit en zorgt voor de juiste verbindingen. Het gaat daarbij om: • Het afstemmen van nieuw (RO)-beleid met praktijk, beleid en kennis. • Meenemen en verbinden van de ondernemer/burger/consument in de doelen en de transitie. • Borging van doelbereik op regionaal niveau. • DNA/identiteit van de regio scherp in beeld hebben en houden.

Rol van gemeenten Binnen de regionale samenwerking zorgen de acht gemeenten voor inbedding van de maatregelen en geven ze hun eigen ‘kleur’ aan de transitie. Het gaat daarbij o.a. om: • Nieuw (RO)-beleid implementeren: Omgevingsvisie + omgevingsplan, waar mogelijk met experimenteerruimte. • Plannen en beleid integraal afwegen: Natuur en gezondheid meer centraal. • (Soepele) vergunningverlening, inloopspreekuur + “makelaar” die door het hele traject contactpersoon is.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

99

Hieronder de belangrijkste input uit de sessie met jongeren en young professionals. Reflecties op de ontwikkellijnen uit het groeidocument (april 2023): Algemeen: • Communicatie en transparantie zijn van belang. • Educatie is van belang. Ontwikkellijn 1: Het water en bodemsysteem brengen we in balans • Leren van crisismomenten – misschien zelfs soort ‘crisissituatie’ creëren om urgentie in te zien. • Financiële prikkel is belangrijk. • Waarom gebruiken we drinkwater voor alles? > van te grote waarde. Oplossingen voor zoeken. • Minder water gebruiken. • ‘Buurtwatermeter’: - Regenwater laten afkoppelen - Waterbassin per woonwijk - Verschillende soorten kranen (regenwater, drinkwater) met verschillende prijzen

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Ontwikkellijn 2: Een vruchtbaar landschap in een gezonde omgeving • Kaders stellen aan agrariër, boer is deel van de oplossing (en deel van de uitdaging). • Bredere bedrijfsvoering moet mogelijk zijn. • Consument meer nabij en betrokken. • Open winkel (onbemand), consument van afstand kan hier winkelen en ook direct educatie. • Coöperaties creëren/Food Networks – ondersteuning tussen producenten en verwerkers van proteïnen. ­

12.16 JONGEREN EN YOUNG PROFESSIONALS GESPREK

Ontwikkellijn 3: Een natuurlijk landschap dat verbindt • Kunnen inheemse soorten wel overleven met klimaatverandering? • Intrinsieke waarde van natuur voor iedereen begrijpelijk maken. • Stad en natuur meer verbonden maken. • Van Natura2000 naar Natura2100 (is het de moeite om N2000 te beschermen?) • Hoe kan groen sociale relaties kan verbinden in wijken – bijv. gemeenschapstuin, ecovillage (met de buurt natuur herstellen). • Corridor tussen gebieden voor soorten uitwisseling. • Waarde natuur biodiversiteitsverlies inzichtelijk maken – Virtual Reality (dat mensen het doorleven). • Rewilding van (privé)tuinen.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14209476/1