CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Bijlage 2. bestaande tekst Integrale verordening sociaal domein

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: 4e Wijzigingsverordening Integrale verordening Sociaal Domein Veenendaal4.436 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 bestaande tekst integrale verordening sociaal domein I HOOFDSTUK 1: INLEIDING Op 23 januari 2020 heeft de gemeente Veenendaal haar visie op het sociaal domein, de betekenis van begrippen en de uitgangspunten voor de manier van werken vastgelegd in het Integraal beleidskader (IBK) sociaal domen 2020-2023 ‘Sterker door verbinding’. Werken vanuit deze visie vraagt om het bij elkaar brengen van de wettelijke kaders van het sociaal domein. In deze integrale verordening zijn de tien huidige verordeningen samengevoegd tot één integrale verordening. Eén integrale verordening die als kompas dient voor de inwoners en de professional (gemeente/medewerkers). Bij een domein overstijgende ondersteuningsvraag kan er nu één verordening worden gebruikt. Het werken vanuit de visie van het IBK wordt hierdoor makkelijker. Dit inleidende hoofdstuk geeft een korte weergave van het IBK en kan gebruikt worden als eerste toetsing bij een ondersteuningsvraag. De rest van de verordening geeft de wettelijke kaders, ook wel de toetsingscriteria, waarmee een ondersteuningsvraag van een inwoner beantwoord kan worden.

De Integrale verordening sociaal domein Veenendaal is gebaseerd op de volgende wetten: • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo); • Jeugdwet (Jw); • Participatiewet (Pw); • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); • Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz); • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); • Wet inburgering 2021 (Wi2021); • Gemeentewet (Gemw); • Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Leidende principes uit het IBK In het IBK staat een uitgebreide omschrijving van de visie en uitgangspunten die Veenendaal hanteert. Hieruit is een aantal principes gehaald die als leidraad worden gebruikt bij een ondersteuningsvraag. Dit zijn: •

•

• •

•

Normaliseren: Ieder leven kent zijn hobbels. Als inwoners om ondersteuning vragen, gaan we in gesprek met inwoners over hun eigen mogelijkheden/ eigen kracht en het netwerk om de inwoner heen. Als er ondersteuning nodig is dan kijken we hoe deze zo licht en kort mogelijk kan worden ingezet met als doel het herstel van het ‘normale leven’. Passende ondersteuning: Samen met de inwoner wordt gekeken naar welke ondersteuning passend is om dagelijks leven vorm te geven en wie erbij betrokken kan worden. Wat passende ondersteuning is, kan per persoon, situatie en moment veranderen, maar valt binnen deze wettelijke kaders. Het uitgangspunt bij passende ondersteuning is zo licht mogelijk als het kan en zo zwaar als nodig is, zodat de persoon terug kan naar zo zelfstandig mogelijk dagelijks leven. Uniform en integraal: Vragen die betrekking hebben op meer dan 1 domein worden in overleg met de Veenendaler (verder inwoner) integraal en via 1 regisseur/ contactpersoon afgehandeld. Basis is op orde: Met de basis op orde bedoelen wij dat er een inkomen is, er geen schulden zijn ofwel een regeling voor schulden loopt en dat er huisvesting is. Wij kijken met de inwoner wat de situatie is en wat nodig is om het dagelijks functioneren te verbeteren. Bij het intakegesprek wordt gekeken wat de behoefte is en of de basis eventueel verstevigd dient te worden.

Immers, het hebben van een goede basis versterkt het succes van andere ondersteuning. We voeren regie op de resultaten van ondersteuning: We blijven actief monitoren of de ingezette hulp werkt. We gaan daarbij zoveel mogelijk uit van een tijdelijke ondersteuning, gericht op het toegroeien naar - of bevorderen of behouden van de zelfredzaamheid/ de eigen kracht. We kiezen voor een vorm van ondersteuning die naar verwachting een langdurig effect heeft. We blijven daarbij sturen op de doelen die gewenst zijn. Wordt het resultaat niet behaald of blijkt gaandeweg dat de inzet niet passend is, dan kan de inzet van hulp en doelen aangepast worden.

Toegang: de stappen/volgordelijkheid tot passende ondersteuning Wanneer een inwoner met een hulpvraag bij een loket aanklopt, wordt samen gekeken naar wat de aanleiding is, wat er goed gaat, wat er minder goed gaat, wat voor de inwoner belangrijk is om aan de situatie te verbeteren en waaraan behoefte is. Vervolgens wordt samen naar een oplossing gezocht. Doel van deze werkwijze is om de mogelijkheden te verkennen om ondersteuning zo licht en dicht mogelijk bij het leven van de inwoner te organiseren. Uiteraard hoeft die volgordelijkheid niet doorlopen te worden wanneer er urgente ondersteuning nodig is. Veenendaal kent vier toegangsloketten. Dit zijn: • Wmo-loket: voor meldingen hulp en ondersteuning o.g.v. de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; • Centrum voor Jeugd en Gezin (‘loket CJG’): voor meldingen hulp en ondersteuning o.g.v. de Jeugdwet; • Loket Economie & Werk: voor aanvragen om bijstand en re-integratietrajecten o.g.v. de Participatiewet; • Budgetloket: voor trajecten schuldhulpverlening o.g.v. de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

II ARTIKEL 4.1.26 SPECIFIEKE VOORWAARDEN NOODZAKELIJKE INTERMEDIAIRE ACTIVITEIT BIJ VISUELE OF MOTORISCHE HANDICAP Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.

III 4.5 Minimaregelingen Artikel 4.5.1 Definities In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanvrager: de inwoner van de gemeente Veenendaal die ten behoeve van zichzelf, zijn partner of zijn kind(eren) een vergoeding op grond van deze verordening aanvraagt; b. aanvraagperiode: de periode waarin een aanvraag kan worden ingediend zoals nader verwoord onder sub g. c. de doelgroep: inwoners van de gemeente Veenendaal met een laag inkomen en de tot hun last komende kinderen; d. huishouden: een aantal personen dat in gezinsverband leeft en als zodanig als een eenheid wordt beschouwd; e. kind: een persoon jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of gehuwde ouders, die ingeschreven staat in de gemeente Veenendaal in de Basisregistratie personen, kinderbijslag op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet wordt betaald of zal worden betaald vanaf het eerstvolgende kwartaal of het pleegkind jonger dan 18 jaar waarvoor een pleegvergoeding wordt ontvangen op grond van artikel 5.3, lid 1, van de Jw; f. norm: wettelijk minimum/ bijstandsnorm, het bedrag, bedoeld in artikel 5, onder c, van de Pw; g. peildatum: o aanvraagperiode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021: 31 december 2021; o aanvraagperiode 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023: 30 juni 2023.

o Vanaf 1 juli 2023: 30 juni van de lopende aanvraagperiode 1 juli tot en met 30 juni; h. uitvoerder: de uitvoerende instantie die namens het college de minimaregelingen uit de Integrale Verordening uitvoert. Artikel 4.5.2 Reikwijdte en doelstelling paragraaf 1. Deze paragraaf heeft tot doel:

a. het vergroten van de kansen van de doelgroep om de spiraal van armoede te doorbreken; b. het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie bij de doelgroep; c. het voorkomen van sociale uitsluiting van de doelgroep; d. het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de doelgroep behoren; e. het tegengaan van onderverzekering op het gebied van ziektekostendekking van de doelgroep. 2. Er bestaat alleen recht op vergoedingen op basis van deze paragraaf voor: a. inwoners met een inkomen dat niet hoger is dan maximaal 120% van de norm; of b. inwoners die in de schuldhulpverlening zitten waarbij zij voor dezelfde vergoedingen in aanmerking komen als inwoners met de norm van 100% van het wettelijk minimum. 3. Het recht op vergoedingen kan aangevraagd worden gedurende de gehele aanvraagperiode. 4. Het recht op vergoedingen wordt vastgesteld voor de gehele aanvraagperiode. Dit recht kan enkel tengunste van de aanvrager wijzigen indien zich wijzigingen voordoen in de huishoudsamenstelling of inkomen van de aanvrager. 5. Het inkomen wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde inkomen van drie aaneengeslotenmaanden. Deze drie maanden bevinden zich in de periode zes maanden voor de start van de aanvraagperiode tot en met het einde van de aanvraagperiode. 6.

Bij vaststelling van het inkomen worden toegepast: a. de vermogenstoets, zoals omschreven in artikel 31 van de Pw, met uitzondering op het vermogen in de vorm van een eigen woning: deze wordt niet meegerekend, en b. de kostendelersnorm, zoals omschreven in de artikelen 19a en 22a van de Pw. 7. Er bestaat recht op een vergoeding als de leeftijd van de aanvrager voldoet aan de voorwaarden als gesteld bij de specifieke voorzieningen. 8. Geen recht op een in deze paragraaf genoemde vergoeding heeft de aanvrager: a. die op het moment van aanvraag in detentie of een asielzoekerscentrum verblijft of studiefinanciering ontvangt met uitzondering van (alleenstaande) ouder(s) met studiefinanciering; of b. aan wie op grond van artikel 11 van de Pw geen bijstand kan worden verleend omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeling is. 9. Vergoedingen worden verstrekt in natura behoudens bij de collectieve ziektekostenverzekering waarbij de vergoeding ziet op een korting op de ziektekostenverzekering. 10. Bij een vergoeding mag altijd worden bijbetaald. Het betreft dan een tegemoetkoming in de kosten. 11. Het recht op een vergoeding kan niet meegenomen worden naar een volgende aanvraagperiode. Artikel 4.5.3 Inhoud vergoedingen De vergoedingen als bedoeld in artikel 4.5.2, tweede lid, bestaan uit regelingen voor: a. Maatschappelijke participatie; b.

Sport en bewegen volwassenen; c. Vergoeding ID kaart; d. Computer of tablet basisschool; e. Schoolkosten middelbare school; f. Mobiele telefoon; g. Fiets; h. Kledingpakket; i. Collectieve ziektekostenverzekering; j. Huiswerkbegeleiding. k. Meerkosten chronisch zieken en gehandicapten Artikel 4.5.4 Aanvragen 1. Aanvragen voor vergoedingen op grond van deze paragraaf kunnen door middel van een papieren aanvraagformulier bij de uitvoerder of via de eigen digitale omgeving van de uitvoerder worden ingediend. 2. Aanvragers kunnen een persoonlijke inlogcode aanvragen bij de uitvoerder.

3. Indien een aanvrager voldoet aan de gestelde voorwaarden dan wordt vastgesteld op welke vergoedingen de aanvrager recht heeft gedurende de gehele aanvraagperiode. 4. In de persoonlijke digitale omgeving kunnen de aanvragers zien op welke vergoedingen zij recht hebben en onder welke voorwaarden en hoe zij gebruik kunnen maken van de vergoedingen. 5. De aanvragers dienen zelf aan te tonen dat zij een inkomen hebben binnen de geldende inkomensnormen. 6. Aanvragen voor vergoedingen kunnen ingediend worden in de volgende perioden: a. 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021; b. 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023; c. vanaf 1 juli 2023 : 1 juli van het betreffende kalenderjaar tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar. 7. Aanvragen voor deelname aan de collectieve ziektekostenverzekering zoals vermeld in artikel 4.5.13 voor een komend kalenderjaar, kunnen worden ingediend voor 1 januari van dat komende kalenderjaar. In bijzondere gevallen kan het college besluiten af te wijken van deze datum. Artikel 4.5.5 Maatschappelijke participatie (Doe mee-tegoed) 1. Het college kan een vergoeding aan inwoners van alle leeftijden verstrekken voor kosten van maatschappelijke participatie. 2 De vergoeding betreft culturele, recreatieve, sportieve of maatschappelijke voorzieningen of activiteiten. 3.

Het maximale tegoed dat aan de aanvrager per periode toegekend kan worden is bij een inkomen: o tot en met 100% van de norm: € 100,00; o van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 75,00; van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 50,00. 4. In afwijking op het gestelde in lid 3 zijn in de aanvraagperiode die loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023, de maximale tegoeden die aan een aanvrager toegekend kunnen worden bij een inkomen: o tot en met 100% van de norm: € 160,00; o van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 120,00; o van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 80,00. 5. Het is toegestaan de vergoeding voor sport en bewegen volwassenen uit artikel 4.5.6 samen te voegen met de bedragen uit lid 3, ten behoeve van een lidmaatschap bij een erkende sportclub of -vereniging. 6. De vergoeding aan maatschappelijke participatie is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden toegekend kan worden. Artikel 4.5.6 Sport en bewegen volwassenen 1. Het college kan een vergoeding aan inwoners, van 18 jaar en ouder verstrekken voor de kosten van sport of bewegen. 2. De vergoeding betreft o een lidmaatschap bij een erkende sportclub of -vereniging of daaraan gelijk gesteld; o sportkleding of -schoenen; of o noodzakelijke sport benodigdheden. 3.

Het maximale tegoed dat aan de aanvrager per periode toegekend kan worden is bij een inkomen: o tot en met 100% van de norm: € 100,00; o van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 75,00; van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 50,00. 4. In afwijking op het gestelde in lid 3 zijn in de aanvraagperiode die loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023, de maximale tegoeden die aan de aanvrager toegekend kunnen worden bij een inkomen: o tot en met 100% van de norm: € 150,00; o van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 112,50; o van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 75,00. 5. Het is toegestaan de bedragen genoemd in artikel 4.5.5 toe te voegen aan de bedragen uit lid 3 en lid 4.

6. De vergoeding aan sport is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden dat op de 18 jaar of ouder is, toegekend kan worden. Artikel 4.5.7 Identiteitsbewijs 1. Het college kan een vergoeding aan inwoners, verstrekken voor de kosten van een ID-kaart. 2 De vergoeding betreft de werkelijke kosten voor het verlengen of aanvragen van een Nederlandse identiteitskaart. 3. Indien een inwoner een paspoort wenst aan te schaffen in plaats van een ID-kaart, kan hij een vergoeding krijgen voor het verlengen of aanvragen van een paspoort ter hoogte van de kosten van het aanschaffen of verlengen van een ID-kaart. De aanvullende kosten kunnen worden voldaan vanuit het Doe meetegoed uit artikel 4.5.5. 4. Indien een inwoner in het bezit is van een verblijfsdocument voor onbepaalde tijd of duurzaam verblijf dan kan hij een vergoeding krijgen voor de werkelijke kosten van de verlenging van het verblijfsdocument voor onbepaalde tijd of duurzaam verblijf. 5 Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een ID-kaart is ten behoeve van deze persoon in de voorgaande periode geen vergoeding voor een ID-kaart vanuit deze paragraaf of een van zijn voorgaande regelingen verstrekt: a. deze periode betreft vijf jaar voor personen van jonger dan 18 jaar; en b. tien jaar voor personen van 18 jaar en ouder. 6.

De vergoeding aan een ID-kaart is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in lid 5. toegekend kan worden. Artikel 4.5.8 Computer/ tablet basisschool 1. Het college kan een vergoeding aan inwoners verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer, tablet of noodzakelijke benodigdheden zoals een printer, toetsenbord, beeldscherm, muis en headset. 2. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een computer of tablet wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag betreft een huishouden met kinderen die op de peildatum 4 tot en met 11 jaar oud zijn; en b. er is aan het huishouden de afgelopen vijf aanvraagperiodes geen vergoeding verstrekt voor een computer vanuit deze paragraaf of een van zijn voorgaande regelingen. 3. Het maximale bedrag waarvoor per periode van vijf aanvraagperiodes een vergoeding kan worden aangevraagd is € 500,00. 4. De vergoeding voor een computer of tablet basisschool wordt verstrekt per huishouden, wat betekent dat de aanvrager die voldoet aan de voorwaarden genoemd in de voorgaande leden, recht heeft op één vergoeding, ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.

Artikel 4.5.9 Schoolkosten middelbare school 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor schoolbenodigdheden die door middelbare scholen als noodzakelijk worden geacht om de schoolcarrière optimaal te kunnen doorlopen. 2. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding voor schoolkosten wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b. er is voor het kind in de voorgaande periode, zoals gespecificeerd onder lid 4 onder a., geen vergoeding verstrekt vanuit deze paragraaf of een van zijn voorgaande regelingen met uitzondering van de kosten genoemd onder lid 5 sub b. 3. De vergoeding voor schoolkosten omvat de volgende vergoedingen: a. laptop of computer; b. schoolbenodigdheden; c. [vervallen] 4. De frequentie waarin aanvrager vergoedingen kan aanvragen is voor: a. laptop of computer: eenmalig; b. schoolbenodigdheden: elke aanvraagperiode; c. [vervallen] 5. Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager een vergoeding kan aanvragen is voor een laptop of computer: € 500,-. Hierop gelden de volgende uitzonderingen: a. indien de school een laptop verplicht stelt die duurder is dan € 500,- kan er een vergoeding voor maximaal € 750,- worden toegekend; b. indien de laptop stuk gaat kan voor maximaal € 250,- aan kosten voor reparatie of eigen risico worden toegekend. 6.

Het maximaletegoed dat aan de aanvrager per aanvraagperiode toegekend kan worden is voor: a. schoolbenodigdheden: i bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 100,00; ii bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 75,00; iii bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 50,00. b. [vervallen] 7. In afwijking op het gestelde in lid 6 zijn in de aanvraagperiode die loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023, de maximale tegoeden die aan de aanvrager toegekend kunnen worden voor: a. schoolbenodigdheden: i bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 150,00; ii bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 112,50; iii bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 75,00. 8. De vergoeding schoolkosten middelbare school wordt toegekend per kind ongeacht het aantal kinderen in het huishouden. Artikel 4.5.10 Mobiele telefoon 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor de aanschaf van een mobiele telefoon. 2. Om in aanmerking te komen voor deze vergoeding wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b.

voor het kind is in de voorgaande drie aanvraagperiodes geen vergoeding toegekend voor de kosten van een mobiele telefoon vanuit deze paragraaf of voorgaande regelingen. 3. Het maximale bedrag dat per periode van drie aanvraagperiodes toegekend kan worden is: a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 150,00; b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 112,50; c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 75,00.

4. De vergoeding geldt voor: a. een mobiele telefoon (nieuw of refurbished); b. accessoires; c. prepaidkaarten. 5. Het tegoed kan niet worden gebruikt voor abonnementskosten en verzekeringskosten. 6. De vergoeding mobiele telefoon wordt toegekend per kind ongeacht het aantal kinderen in het huishouden. Artikel 4.5.11 Fiets 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor de aanschaf of het opknappen van een fiets. 2. Om hiervoor in aanmerking te komen wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b. voor het kind is niet eerder een vergoeding toegekend voor een fiets vanuit deze paragraaf of voorgaande regelingen. 3. Het maximale tegoed dat toegekend kan worden voor de kosten van een fiets is € 150,00: 4. Er kan slechts één keer een vergoeding voor de kosten van een fiets worden toegekend. 5. De vergoeding fiets wordt per kind verstrekt ongeacht het aantal kinderen in het huishouden. Artikel 4.5.12 Kledingpakket 1. Het college kan een vergoeding voor een kledingpakket verstrekken. 2. Om hiervoor in aanmerking te komen wordt voldaan aan onderstaande voorwaarde: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum jonger is dan 19 jaar. 3. Het maximale tegoed dat per aanvraagperiode toegekend kan worden is: a.

bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 200,00 b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 150,00 c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 100,00. 4. In afwijking op het gestelde in lid 3 is in de aanvraagperiode die loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023, het maximale tegoed dat aan de aanvrager toegekend kan worden bij een inkomen: a. tot en met 100% van de norm: € 320,00; b. van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 240,00; c van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 160,00. 5. De vergoeding kledingpakket wordt toegekend per kind ongeacht het aantal kinderen in het huishouden. Artikel 4.5.13 Collectieve ziektekostenverzekering 1. Het college kan een korting op de ziektekostenverzekering verstrekken door middel van het aanbieden van een collectieve ziektekostenverzekering van een zorgverzekeraar. 2. Om hiervoor in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager heeft geen achterstanden bij de huidige zorgverzekering; en b.

de aanvrager of diens partner sluit met de zorgverzekeraar als bedoeld in lid 1, een overeenkomst voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet en het te verzekeren pakket komt overeen met de eisen die het college aan een collectieve zorgverzekering voor minima stelt. 3 De aanvrager kan aan de collectieve zorgverzekering voor minima deelnemen vanaf de datum waarop de collectieve zorgverzekeraar hem accepteert. 4. De deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt vanaf het moment dat aanvrager of diens partner: a. de verzekering beëindigt (per 1ste van het nieuwe kalenderjaar; of b. niet meer ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie (BRP) van de gemeente Veenendaal. 5. De deelname aan de collectieve zorgverzekering voor minima eindigt per 1 januari van het volgende kalenderjaar indien de aanvrager of diens partner: a. een inkomen heeft dat hoger is dan 120% van de toepasselijke norm; of b. een vermogen heeft boven de van toepassing zijnde vermogensgrens op grond van artikel 34 van de Pw.

Artikel 4.5.14 Huiswerkbegeleiding 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke huiswerkbegeleiding. 2. Om in aanmerking te komen voor deze vergoeding wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b. de school verstrekt een indicatie die de noodzaak van een vergoeding voor huiswerkbegeleiding aantoont omdat het aanbod uit de sociale basis niet passend is. 3. Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager per periode van een maand een vergoeding kan aanvragen is: a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 250,00; b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 190,00; c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 125,00. 4. De aanvrager is vrij in de keuze bij welk huiswerkinstituut hij de huiswerkbegeleiding wil afnemen. 5. De vergoeding huiswerkbegeleiding kan toegekend worden per kind ongeacht het aantal kinderen in het huishouden. Artikel 4.5.14a Compensatie meerkosten chronisch zieken en gehandicapten 1. Het college kan een vergoeding toekennen voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten die inwoners met een chronische ziekte of handicap maken als a. de aanvrager 18 jaar of ouder is en: i. een voorziening ingevolge de Wmo heef; ii.

beschikt over een indicatie op grond van de Wmo of de Wet langdurige zorg; of iii. beschikt over een CIZ-indicatie of gehandicaptenparkeerkaart; b. de aanvrager een arbeidsongeschiktheidsuitkering, waaronder een WAO, WIA, WAZ of Wajong-uitkering ontvangt, of een uitkering op grond van de Pw, IOAW, of IOAZ met een ontheffing van de sollicitatieplicht op medische gronden; of c. de aanvrager kan aantonen chronisch ziek of gehandicapt te zijn waarbij dit in ieder geval kan worden aangetoond als men een bewijs heeft dat het volledig wettelijk Eigen Risico Ziektekostenverzekering is betaald. 2. De maximale vergoeding die aan de aanvrager per aanvraagperiode kan worden toegekend is € 200,00. 3. In afwijking op het gestelde in lid 2 bedraagt de vergoeding in de aanvraagperiode die loopt van 1 december2021 tot en met 30 juni 2023 en in de aanvraagperiode die loopt van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 : € 500,00. 4. Het tegoed voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten is een persoonlijke vergoeding welke aan elk lid van het huishouden dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in lid 1, toegekend kan worden. Artikel 4.5.15 Onjuiste of onvolledige gegevens 1. De aanvrager is verantwoordelijk voor de aanlevering van de juiste gegevens aan de uitvoerder. 2. Het college kan onderzoeken of de vergoedingen rechtmatig zijn verstrekt. 3.

Het college kan het besluit tot verstrekking van een vergoeding intrekken of ten nadele van de aanvrager wijzigen indien: a. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste, verouderde of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onrechtmatige verstrekking van de vergoedingen heeft geleid; b. op de aanvraag een ander besluit zou zijn genomen indien bij de beoordeling van die aanvraag de juiste gegevens bekend waren geweest; of c. de zaak of activiteit waarvoor de vergoeding is verstrekt niet is aangeschaft of heeft plaatsgevonden.

4. Indien het college een besluit tot verstrekking van een vergoeding intrekt vervalt het recht op de vergoeding met ingang van de dag waarop het besluit tot intrekking bekend wordt gemaakt. 5. Het college kan de, op grond van deze paragraaf onverschuldigd betaalde vergoedingen, terugvorderen. 6. Het college kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen. Artikel 4.5.16 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze paragraaf of de daarop gebaseerde regels voor zover dit naar het oordeel van het college onredelijke gevolgen heeft voor de aanvrager gezien de doelstelling van deze paragraaf. Artikel 4.5.17 Verbinden van aanbieders 1. Het college kan aanbieders van producten die vergoed kunnen worden op basis van deze paragraaf, op elk moment in het jaar, toestemming geven zich aan te sluiten bij de voor dit doel beschikbaar gestelde online omgeving om producten toe te voegen. 2. Waar mogelijk zal zoveel mogelijk worden samengewerkt met lokale aanbieders. 3. Producten van aanbieders die reeds aangesloten zijn kunnen direct online besteld worden door de aanvrager na ontvangst van het besluit tot verstrekking van een vergoeding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14209450/1