CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3n. - 14. Zienswijze Natuur en Milieufederatie Utrecht geanonimiseerd

Gemeenteraad 22 januari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Omgevingsvisie Veenendaal 2040 VERVALT4.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Contact via: Natuur en Milieufederatie Utrecht Utrecht @nmu.nl

Gemeente Veenendaal

www.nmu.nl

Postbus 1100 3900 BC Veenendaal Enkel verzonden naar

@veenendaal.nl

Utrecht, 16 oktober 2025 Betreft: Zienswijze ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040 Contactpersoon:

Geachte leden van de gemeenteraad van Veenendaal, Wij waarderen de mogelijkheid om samen met de gemeente bij te dragen aan de ontwerpOmgevingsvisie Veenendaal. Namens de Natuur en Milieufederatie Utrecht maken wij graag van deze gelegenheid gebruik om schriftelijk een zienswijze in te dienen. Met onze zienswijze vragen wij aandacht voor thema’s en ontwikkelingen die onzes inziens nog ontbreken of aangepast moeten worden voordat de definitieve omgevingsvisie wordt vastgesteld. Onze zienswijze bestaat uit twee onderdelen, ten eerste thematisch ingestoken en ten tweede gericht op de uitvoering.

1. Thematisch Enkele opmerkingen vooraf: •

•

Allereerst, wij zijn positief over verschillende onderdelen van de visie, waaronder: Het hanteren van leidende principes zoals ‘’groen, tenzij…’’ bij de inrichting van de openbare ruimte; het principe ‘’water en bodem sturend’’ als uitgangspunt voor ruimtelijke ordening; het versterken van de relatie tussen de stad en het omliggende buitengebied; het benoemen van het streven naar minimaal basiskwaliteit natuur; het optimaal benutten van de ruimte door middel van passende hoogbouw en meervoudig ruimtegebruik; en de inzet op vergroening, onder andere via groene daken en gevels. Tegelijkertijd constateren wij dat er op enkele punten nog ruimte is voor verbetering:

1

o

Wij vinden het een omissie dat de ontwerp Omgevingsvisie geen specifiek thema bevat over het beschermen en versterken van natuurgebieden, met name het Natura 2000-gebied Binnenveld en het NNN de Utrechtse Heuvelrug. Wij vinden het essentieel dat de Omgevingsvisie een afzonderlijk thema wijdt aan de bescherming en ontwikkeling van deze gebieden, waarin ook aandacht besteed wordt aan de volgende punten: ▪

Voorkom aantasting Natura 2000-gebied en zorg dat er in het NNN geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden De landschappen in de gemeente maken deel uit van regionale, nationale en Europese ecologische structuren (Natuurnetwerk Nederland NNN en Natura 2000) Samen vormen deze gebieden essentiële ecologische verbindingszones tussen omringende natuurgebieden. In de ontwerp omgevingsvisie ontbreekt dit uitgangspunt. Wij pleiten ervoor om in de visie expliciet op te nemen dat er in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden in het NNN. Het NNN moet bovendien worden afgemaakt, zoals door toevoeging van de Groene Contour-percelen. Ook verzoeken wij op te nemen hoe het NNN verder versterkt en ontwikkeld gaat worden. Wij vinden dat het NNN en Natura 2000 Binnenveld niet duidelijk en herkenbaar zijn weergegeven op ‘’Afbeelding 10 – Een kaart voor het thema groen, blauw en klimaatadaptatie’’. Daarnaast missen we de Groene Contour percelen. Op de kaart wordt gesproken van de ‘’Hoofdgroenstructuur’’. Wordt hiermee het NNN bedoeld? Zo ja, dan verzoeken wij de gemeente om deze aanduiding aan te passen en te vervangen door ‘’NNN’’.

▪

Zet in op duurzaam herstel van natuursystemen: Natuurvisie Utrecht 2050 Om de natuur te versterken is het essentieel dat gewerkt wordt aan duurzaam systeemherstel en ontwikkeling van kwetsbare dier- en plantensoorten en herstel van ecosystemen. De samenwerkende natuurorganisaties die verenigd zijn in Oostbroek (Utrechts Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, LEU, IVN en NMU) hebben een gezamenlijke Natuurvisie opgesteld in 2023. Deze natuurvisie beschrijft toekomstscenario’s voor de zes belangrijkste landschapstypes in de provincie Utrecht. Wij roepen de gemeente op kennis te nemen van deze Natuurvisie én om de aanbevelingen uit deze Natuurvisie op te nemen in de definitieve omgevingsvisie, in ieder geval zoals deze opgenomen zijn voor de gebieden de Utrechtse Heuvelrug & Gelderse vallei (zie Ontwikkelkansen voor Utrechtse Heuvelrug en Gelderse vallei in Natuurvisie).

2

In lijn met onze natuurvisie roepen we de gemeente op om in lijn hiermee: ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪

het bodem- en watersysteem leidend te maken ✓ Benut alle gradiënten in bodem en water ✓ Verminder stikstofdepositie (eutrofiëring en verzuring) nieuwe drinkwaterwinningen uit grondwater te stoppen ✓ Stap over naar drinkwaterwinning uit oppervlaktewater (rivieren) voor een robuuste ecologische verbindingszone te zorgen tussen de Utrechtse Heuvelrug, de Gelderse Vallei en de Veluwe rustgebieden in te richten voor dieren ✓ Wijs recreatieve zones aan en zorg voor recreatieve routes (in lijn met het provinciaal Programma Groen Groeit Mee) ✓ Zorg voor uitbreiding van bos in de rustgebieden. de groenblauwe dooradering in de Gelderse Vallei te versterken door het aanleggen van kleine landschapselementen ✓ Dit geldt in het bijzonder voor de Grebbelinie natuurinclusieve landbouw te stimuleren ✓ Geef meer ruimte aan landschapselementen en bloemrijke graslanden ✓ Verminder eutrofiëring van oppervlakte- en grondwater ✓ Verminder vermesting en verzuring van de bodem ✓ Verbeter de kwaliteit van kwelstromen

Voor meer aanbevelingen verwijzen we naar onze natuurvisie. Thema ‘’Bodem, water en ondergrond’’ Klimaatadaptatie Wij verwelkomen het feit dat de gemeente kiest voor vergroening van de openbare ruimte, zowel in nieuwe gebieden als herinrichting van bestaande wijken, het creëren van schaduw met bomen en het toevoegen van groen op daken en langs de gevels. Het lijkt ons van belang dat daarnaast ook de volgende punten worden meegenomen in de Omgevingsvisie: -

In de Ontwerp Omgevingsvisie lezen wij dat de gemeente onderzoekt of zij een streefpercentage van 30% groen bij nieuwe ontwikkelingen of reconstructies kan hanteren. Zoals aangegeven in de OER: dit is een goede ambitie, maar er zijn geen harde maatregelen geformuleerd om dit daadwerkelijk te realiseren. Onze oproep: specificeer in de Omgevingsvisie dat de gemeente voornemens is deze doelstelling te verankeren in het Omgevingsplan.

-

Wij waarderen dat de gemeente het principe water en bodem hanteert bij ruimtelijke ordening. Wel vragen wij ons af hoe dit principe zich concreet verhoudt tot de woningbouwambities van de gemeente. Op de geschiktheidskaart Woon- &

3

Werklocaties, opgesteld door de Utrechtse waterpartners voor het grondgebied van de provincie Utrecht, constateren wij dat een groot deel van het gemeentelijk grondgebied de geschiktheidscategorie ‘’D’’ heeft. Volgens deze categorie: ‘’De ontwikkeling legt mogelijk een claim op de toekomst. Ook als partijen zich inzetten voor een integrale klimaatadaptieve oplossing blijft de kans op afwenteling door de complexiteit of door nog onbeproefde of kostbare nieuwe technieken aanwezig. Dit vraagt om een goede afweging van de locatiekeuze’’. Onze vraag aan de gemeente is dan ook: hoe worden deze risico’s gewogen in relatie tot de woningbouwplannen? En op welke manier wordt het principe ‘’water en bodem sturend’’ daadwerkelijk vertaald naar concrete keuzes in de locatiebepaling en planvorming? Bestrijdingsmiddelen In de ontwerp Omgevingsvisie wordt onder punt 6.2 ‘’Bodem en ondergrond’’, gesproken van ‘’schadelijke stoffen’’. Vraagstuk: Wat wordt precies bedoeld met ‘’schadelijke stoffen’’? Betreft dit ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen? Graag zien we een toelichting hierop. De gemeente kan wel degelijk invloed uitoefenen op het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen binnen haar grondgebied.

Wij vragen daarom de gemeente om in de Omgevingsvisie het voornemen op te nemen om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op haar grondgebied te weren, in het bijzonder rond kwetsbare locaties zoals woningen, kinderdagverblijf, scholen en ziekenhuizen. Dit vanwege de mogelijke gezondheidsschade. Ter ondersteuning verwijzen wij naar de handleiding ‘’Regulering bestrijdingsmiddelen’’ van Natuur & Milieu en Urgenda. Deze handleiding bevat een praktische gereedschapskist voor gemeenten die het gebruik van bestrijdingsmiddelen of bepaalde intensief bespoten teelten willen reguleren, begrenzen of verbieden. Stimuleer daarnaast inwoners om geen pesticides te gebruiken in hun tuin. Bestrijdingsmiddelen hebben immers vaak een negatief effect op de biodiversiteit (waaronder ook de insecten die onmisbaar zijn voor de bestuiving van gewassen) en kunnen leiden tot gezondheidseffecten. Verder roepen wij de gemeente op om ecologisch bermbeheer toe te passen, gericht op het vergroten van natuurwaarden – bijvoorbeeld via bloemrijke bermen, natuurvriendelijke oevers en voorzieningen voor fauna. Betrek bewoners actief bij de inrichting, het beheer en de monitoring van deze groene structuren. Wij verzoeken u om dit ook expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie.

4

Thema ‘’Groen, blauw en klimaatadaptatie’’ Biodiversiteit Wij waarderen het feit dat de gemeente zich inzet voor het bevorderen van de biodiversiteit, onder andere door vergroening van de openbare ruimte, natuurinclusief bouwen en het versterken van bestaande ecologische structuren. Wij roepen de gemeente op om deze ambitie te koppelen aan de intentie om in het Omgevingsplan concrete verplichtingen op te nemen, zoals het gebruik van inheemse soorten en voorzieningen voor flora en fauna. Alleen op deze manier kunnen biodiversiteitsdoelen daadwerkelijk worden gerealiseerd bij nieuwe ontwikkelingen. Water Onder punt 6.3.3 Strategische keuzes en maatregelen wordt vermeld dat: "We verhogen de ecologische (verbindings)waarde van zowel onze groenstructuur als waterstructuur door deze zones anders aan te leggen en door waar mogelijk barrières weg te nemen. Hiermee dragen we bij aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)". Wij waarderen het dat de KRW expliciet wordt genoemd in de visie. Wat echter ontbreekt in de visie is een duidelijke koppeling met de Uitvoeringsagenda Impuls Kaderrichtlijn Water 2025-2027. In het nieuwe Uitvoeringsprogramma Impuls KRW 2025-20271 wordt bovendien expliciet benadrukt dat ook de gemeenten een belangrijke rol hebben bij het realiseren van de KRW-doelen.

De Provincie Utrecht roept gemeenten op hier actief aan bij te dragen, onder andere door KRW-vereisten te borgen in ruimtelijke ontwikkelingen en door emissies vanuit het rioolsysteem te voorkomen. Wij roepen daarom de gemeente op om in de visie helder en concreet aan te geven welke maatregelen zij zal nemen om de waterkwaliteit te verbeteren en te behouden. Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen Onder het punt 6.3.3 Strategische keuzes en maatregelen staat vermeld dat de gemeente een ‘’inspiratiedocument opstelt voor initiatiefnemers met plannen, waarin we voorbeelden opnemen voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen’’. Dit is een stap in de goede richting. Wij bevelen aan om de volgende punten ook in de Omgevingsvisie op te nemen: -

Convenant Toekomstbestendig Bouwen: In de Ontwerp Omgevingsvisie staat vermeld dat de gemeente meedoet aan het Convenant Toekomstbestendig Bouwen.

1 De Uitvoeringsprogramma Impuls KRW 2025-2027 is nog een conceptvisie.

5

Eind oktober 2024 is het Convenant Toekomstbestendig Bouwen versie 2.0 gepubliceerd. Het is passend om hierop aan te sluiten in de Omgevingsvisie. Verder roepen wij u op om met deze aangepaste normen te werken in uw uitvragen voor nieuwbouw. Bij praktische vragen over implementatie van de eisen uit het convenant zijn er hulptroepen die daarbij kunnen helpen, o.a. van Cirkelstad. Of van Holland Houtland. Of C creators. -

Natuurinclusieve woningen: Om natuur een volwaardige plaats te geven binnen nieuwbouwontwikkelingen, pleiten wij voor de ontwikkeling van een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen, en vragen wij om dit expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie. Maak van de stad een onderdeel van het natuurlijke systeem door daken, tuinen, gevels en andere onnodig verharde oppervlakken om te vormen tot groene oases met inheemse beplanting en stel ambities om de overgang van landelijk gebied naar de stad te verbeteren, zodat natuurwaarden vanuit het landelijk gebied doorlopen in de stad. Zorg ook voor een biobased en natuurinclusieve bebouwing die volop nestgelegenheid voor dieren biedt. We wijzen hierbij graag op de natuurvisie die door de verschillende Utrechtse natuurorganisaties is opgesteld. En specifiek naar het nieuwe deel, ‘’natuur in de stad’’. Deze is te vinden op: Natuurvisie Utrecht 2050

-

Groene daken: Wij waarderen het feit dat de gemeente groen wil toevoegen op daken en langs gevels. We missen echter nog het multifunctioneel gebruik van daken. Wij verzoeken u om dat aspect expliciet op te nemen in de omgevingsvisie. Daken kunnen worden benut voor duurzame energieopwekking, warmtewinning uit regenwater, opslag regenwater voor toiletten, recreatieplekken, waterberging, biodiversiteit, etc. Om deze functies mogelijk te maken adviseren wij om in de omgevingsvisie op te nemen dat daken even stevig moeten zijn als de vloer van een nieuwe verdieping.

Thema ‘’Wonen’’ Woningaanbod In de Ontwerp-Omgevingsvisie (pagina 18) lezen we dat Veenendaal een woningbouwopgave heeft van 10.700 woningen. Daarvan worden circa 5.500 tot 6.000 woningen binnen de bestaande gemeentegrenzen gerealiseerd door middel van inbreiding. Voor de resterende woningen wordt samen met de gemeenten Ede, Rhenen en Renswoude gezocht naar uitbreidingslocaties op hun grondgebied. Binnen Veenendaal worden onder andere woningen gebouwd in de Spoorzone (ca. 3.500 woningen), in Groenpoort (ca. 1.000 woningen), en in Het Ambacht. Verspreid over de rest van de stad wordt de overige woningbouwopgave gerealiseerd.

6

De visie vermeldt dat “belangrijke natuurlijke en agrarische gebieden rond de stad onaangetast blijven door verdichting in het centrum”. Toch liggen sommige geplande woningbouwlocaties op korte afstand van kwetsbare natuurgebieden, zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebied het Binnenveld. Zo lezen we in het Omgevingseffectrapport het volgende: •

Het Ambacht ligt op circa 500 meter van Natura 2000-gebied het Binnenveld. Volgens het rapport kan dit stikstofeffecten met zich meebrengen en is de nabijheid van het Natura 2000-gebied een risico, vooral in de realisatiefase.

•

Groenpoort grenst direct aan een NNN-gebied en ligt op slechts 1 kilometer van Natura 2000 Binnenveld.

Wat betreft het gebied ten zuiden van de Dijkstraat: dit gebied bevat zelf NNN-gebieden en grenst aan de natuur van de Utrechtse Heuvelrug. In de Ontwerp-Omgevingsvisie geeft de gemeente aan hier kansen te zien voor ‘’de koppeling van aantrekkelijke wandel- en fietsroutes met sport- en recreatiefuncties’’ en ‘’ Ontwikkeling van faciliteiten voor sport en beweging’’. De rapporten noemen wél dat mitigerende maatregelen nodig zijn (zoals de realisatie van alternatieve ruimte voor groen), maar in de Ontwerp-Omgevingsvisie zelf worden deze maatregelen nauwelijks concreet uitgewerkt. Dit roept bij ons zorgen op:

1. Recreatiedruk op Natura 2000 en NNN De komst van 15.000 extra inwoners richting 2040 betekent een aanzienlijke toename in gebruik van recreatieve ruimte. Juist omdat veel nieuwe wijken grenzen aan of dicht bij natuurgebieden liggen, is het risico groot dat de recreatiedruk op het Binnenveld en het NNN toeneemt. Hoewel in de visie wordt gesproken over “voldoende groen” en “een aantrekkelijke openbare ruimte”, wordt nergens concreet aangegeven waar nieuw groen wordt gerealiseerd (Groen Groeit Mee), of hoe recreanten effectief van kwetsbare gebieden kunnen worden weggeleid. De strategie blijft op dit punt abstract. Dit vinden wij zorgelijk. Vraag aan de gemeente: Worden er voldoende nieuwe parken of groene recreatievoorzieningen in en rond de nieuwe wijken ontwikkeld, zodat bestaande kwetsbare natuur wordt ontzien? Of wordt ervan uitgegaan dat de bestaande groene structuren, zoals de Parken van Veenendaal (zoals weergegeven op Afbeelding 4 – Een kaart van Veenendaal met daarop belangrijke groene structuren en elementen), hiervoor toereikend zijn? Wij missen in de visie een duidelijke onderbouwing of analyse waaruit blijkt dat het huidige aanbod aan recreatief groen voldoende is om de toename in recreatiedruk als gevolg van 15.000 extra inwoners op te vangen.

2. Effecten van huisdieren Nieuwe bewoners zullen huisdieren meenemen, vooral honden en katten. Bekend is dat katten een grote rol spelen in vogelsterfte, en honden verstoring veroorzaken bij bijvoorbeeld reeën,

7

dassen en andere dieren. Juist in en rond NNN- en Natura 2000-gebieden kunnen deze effecten groot zijn. Ons verzoek: Neem in de visie maatregelen op om verstoring door huisdieren te voorkomen.

3. Voorkom aantasting Natura 2000-gebied en zorg dat er in het NNN geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar onze opmerkingen onder het kopje ‘’Enkele opmerkingen vooraf’’ op pagina’s 2 en 3 van deze zienswijze. Kortom, de verwachte bevolkingsgroei vraagt om slimme, duurzame keuzes – waarbij niet alleen gebouwd wordt, maar ook gezorgd wordt voor: •

voldoende nieuw groen in en rond wijken;

•

recreatieve voorzieningen die de druk op kwetsbare natuur verminderen;

•

concrete, ruimtelijke maatregelen ter bescherming van NNN en Natura 2000;

•

het voorkomen van ruimtelijke ontwikkelingen binnen NNN-gebieden.

Zonder deze waarborgen bestaat het risico dat natuurwaarden afnemen, de biodiversiteit onder druk komt te staan, en de leefkwaliteit verslechtert voor mens én dier.

Thema ‘’Mobiliteit’’ Bereikbaarheid Wij vinden het positief dat de gemeente zich inzet voor het optimaliseren van verbindingen voor de voetganger en de fietser in het centrum en dat de omgeving van station centrum wordt opgewaardeerd om deze beter te verbinden met het centrum en de openbare ruimte aantrekkelijker te maken voor reizigers, voetgangers en fietsers. Het lijkt echter alsof wandelen en fietsen vooral gestimuleerd worden voor korte ritten binnen de centrum en in de omgeving van het station. Wij vinden dit een gemiste, aangezien ook grotere afstanden –tot ca 30 km –prima op de (elektrische) fiets gedaan kunnen worden. In de Ontwerp Omgevingsvisie lezen wij dat ‘’Op locaties in de stad waar sterk wordt verdicht met woningbouw wordt per locatie beoordeeld welke parkeernorm gewenst is en welke vorm van regulering passend is’’. Wij verzoeken de gemeente om hierin concreter te zijn en in de Omgevingsvisie op te nemen welke parkeernorm op welke locatie wordt toegepast. Een lage parkeernorm stimuleert immers duurzame mobiliteitseuzes.

8

Daarnaast verzoeken wij de gemeente om deze inzet te versterken en te verankeren met aanvullende maatregelen in de Omgevingsvisie, die duurzame mobiliteitskeuzes daadwerkelijk stimuleren. Denk aan: • Realisatie van autoluwe centra’s (niet alleen de Kerkewijk en de Prins Bernhardlaan); • Voorrang geven aan duurzame vervoerswijzen bij de (her)inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld door bredere fietspaden, veilige voetgangersbruggen en de aanleg van busbanen; • beperken van het autogebruik, onder andere door parkeerregulering die 'gebiedsvreemde' parkeerders weert en zo de parkeerdruk vermindert en de leefbaarheid van wijken vergroot; • Het onaantrekkelijk maken van het bezit van meerdere auto’s met parkeerregulering; • Het stimuleren van fietsgebruik voor afstanden tot 30 km, onder andere door de aanleg van doorfietsroutes. Thema ‘’Energie’’ -

Op pagina 19 en 20 staat het volgende vermeld: ‘’De duurzame ambitie van Veenendaal bestaat uit drie pijlers: energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. De laatste wordt gerealiseerd door vergroening van de openbare ruimte (zie punt 4 en 5). Voor wat betreft de energietransitie wordt bij elke nieuwe ontwikkeling gezocht naar mogelijkheden voor zonnepanelen op daken en langs infrastructuur. Per wijk of bedrijventerrein wordt de ruimtevraag voor energie- systemen in kaart gebracht waarbij de opgave vanaf het begin een plek krijgt in ruimtelijke plannen. We vullen de motivering van het Omgevingsplan aan met een energieparagraaf en maken daarin waar nodig én mogelijk ook regels die gaan over bijvoorbeeld energieopwekking of -opslag. Onze handreiking netbewuste nieuwbouw helpt om gebouwen en systemen te ontwerpen met een zo laag mogelijke energie impact’’. Wat mooi dat u in uw duurzame ambitie energie, circulariteit en klimaatadaptatie benoemt. Vanuit dit perspectief missen wij een inzet op verkoeling juist via vergroening van de openbare ruimte. Klimaatverandering brengt steeds warmere zomers met zich mee en veel mensen schaffen airco’s aan ter verkoeling van hun woning.

Vanuit alle drie de pijlers van uw duurzame ambitie is dit onwenselijk; airco’s verbruiken een enorme hoeveelheid energie, meer installaties betekent meer gebruik van grondstoffen ook grondstoffen die via vervuilende mijnbouw gewonnen moeten worden en airco’s versterken het stedelijk hitte-eilandeffect doordat ze warmte afgeven aan de buitenlucht wat leidt tot nog hogere temperaturen in de gebouwde omgeving. Wij lezen daarom graag terug dat u zich gaat inzetten op koele buurten via vergroening van de openbare ruimte en inwoners ook motiveert om groenere tuinen (met inheemse plantensoorten) aan te leggen.

-

Op pagina 24 staat het volgende vermeld: ‘’De ondergrond van Veenendaal wordt met de nieuwe opgaven rond inbreiding steeds belangrijker (energietransitie, waterwinning, warmteopslag e.a.). Onze eerste opdracht vanuit de gemeente is dat het beschikbaar ondergrondse potentieel optimaal gebruikt

9

wordt. Bij nieuwe plannen en projecten focussen we op het optimaliseren van het gebruik van de ondergrond. Dit krijgt onder andere vorm in de afspraken met Vitens over het aanpassen van de drinkwateronttrekking en het aanpassen van de boringsvrije zone zodat de ondergrond (tot ca. 80 m-mv) geschikt gemaakt wordt voor warmteopslag en andere functies. Met Provincie en Waterschap gaan we in gesprek over de hoeveelheden te onttrekken grondwater voor onder andere industrieel gebruik, hergebruik van water, het instandhouden van kwel in de natuurgebieden en het voorkomen van wateroverlast’’. U benoemt kort dat u het beschikbaar ondergrondse potentieel optimaal gebruikt wordt. Wat u hier nog niet benoemd zijn individuele bewoners die ook gebruik willen maken van de potentie van de ondergrond via een bodem-waterwarmtepomp. Bewoners die nu al volledig aardgasvrij willen wonen, kunnen kiezen uit verschillende warmtepompen, waaronder de bodem- waterwarmtepomp. Deze systemen halen via een gesloten bodemsysteem warmte uit de grond en zijn efficiënter dan luchtwaterwarmtepompen: ze gebruiken minder elektriciteit en maken geen gebruik van een buitenunit die geluid produceert. Maar ook de bodem-waterwarmtepomp heeft nadelen. Voor de aanleg van een bodem-waterwarmtepomp is een grondboring nodig, en we weten nog onvoldoende over de milieueffecten van meerdere boringen binnen één buurt.

Daarnaast is het van belang dat de gemeente bewoners perspectief biedt en zorgt voor een duidelijke route als zij een bodem-waterwarmtepomp willen aanschaffen. Dit betekent dat individuele koplopers binnen de gemeente snel en eenvoudig moeten kunnen achterhalen of zij een vergunning nodig hebben, en op welke wijze zij aan een eventuele meldingsplicht kunnen voldoen. Wij roepen de gemeente daarom op om ook een visie op zowel individuele als collectieve bodem-waterwarmtepomp op te nemen in de omgevingsvisie. -

Op pagina 42 wordt het volgende gesteld: “We bouwen aan een duurzaam, robuust en rechtvaardig energiesysteem dat de groei en leefbaarheid van Veenendaal ondersteunt” Op welke manier definieert de gemeente precies deze begrippen? • Duurzaam: een systeem met een zo laag mogelijke milieu-impact dat toekomstgericht is zodat toekomstige generaties ook toegang hebben tot dezelfde middelen en mogelijkheden. • Robuust: een decentraal systeem waarbij energie wordt opgewekt wordt door een mix van energiebronnen, efficiënte opslag en transportmogelijkheden heeft om vraag en aanbod in balans te houden en hiermee, bestand is tegen storingen en tegelijkertijd flexibel is om pieken op te vangen. • Rechtvaardig: een systeem waarin de kosten en baten van de energietransitie eerlijk worden verdeeld en waarin iedereen, ongeacht je sociaal maatschappelijke status, kan deelnemen

10

-

p. 42 ‘’6.7.2 Visie op de energietransitie’’: Deze paragraaf is nu heel erg technisch ingestoken waarin gemist wordt dat de energietransitie ook vooral een sociale transitie is. De energietransitie gaat om diepgaande maatschappelijke verandering die verder rijkt dan alleen technische oplossingen. In deze paragraaf zouden wij graag teruglezen hoe u de begrippen ‘duurzaam, robuust en rechtvaardig’ definieert en welke kansen u ziet om de groei en leefbaarheid van Veenendaal te ondersteunen. Daarnaast beschrijft u dat u inzet op energie besparen wat nu alleen neerkomt op besparingen op warmte via isolatie. Ook het besparen van elektriciteit is belangrijk. De duurzaamste energie is immers de energie die niet verbruikt wordt. In de paragraaf over isolatie schrijft u ook over het verstoren van de leefomgeving van kwetsbare diersoorten door isoleren. In de provincie Utrecht werkt vrijwel iedere gemeente aan een (pre)SMP om vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen te beschermen. Het (pre)SMP is een belangrijk instrument om kwetsbare soorten te beschermen én de energietransitie vooruit te helpen. In paragraaf 6.7.5 verwijst u wel naar het SMP, maar wij lezen een verwijzing ook graag in deze paragraaf terug.

-

p.43 ‘’6.7.3 Strategische keuzes en maatregelen’’ •

•

In deze paragraaf benoemt u dat u inwoners zo veel mogelijk de gelegenheid wil geven om zelf een rol te spelen in de energievoorziening en u benoemd energiegemeenschappen. Met de aangenomen Wet Collectieve Warmte is er een gelijksoortig juridisch fenomeen ontstaan, de warmtegemeenschap. Wij verzoeken u de warmtegemeenschap ook te benoemen als belangrijke partner in de energietransitie. In deze paragraaf benoem u ook dat ‘’Bij grootschalige en impactvolle hernieuwbare energie opwek streven we naar een evenwichtige eigendomsverdeling (51% lokaal eigendom)’’. We vragen de gemeente de volgende punten toe te voegen: ✓ ‘’Het stimuleren van duurzame energieopwekking via energiecoöperaties’’; ✓ ‘’Het streven naar 100% lokale zeggenschap, met een minimum van 51%. Duurzame energieprojecten kennen aan het begin van het project de ingrijpendste besluiten voor de omgeving, en daarom moet de energiecoöperatie en de inwoners vanaf het begin zeggenschap respectievelijk inspraak hebben. Tot slot moet de coöperatie vooriedereen openstaan en democratisch gecontroleerd worden, zodat iedereen kan deelnemen aan de zeggenschap’’.

11

Thema ‘’Gezondheid’ Luchtkwaliteit In de ontwerp Omgevingsvisie staat vermeld dat de gemeente aangesloten is bij het ‘’Schone Luchtakkoord’’. Het huidige streefdoel van Schone Lucht Akkoord 2030 is gebaseerd op de WHO-advieswaarden uit 2005. Wij roepen de gemeente op om ambitieuzer te zijn en te streven naar het voldoen aan de recentere WHO-advieswaarden uit 2021. Daarnaast verzoeken wij de gemeente om in de Omgevingsvisie concrete maatregelen op te nemen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Geluidsoverlast en geurhinder In de ontwerp Omgevingsvisie staat vermeld dat bij nieuwe ontwikkelingen, de gemeente rekeninghoudt met hinder van aspecten zoals geluid en geur. Dit is een stap in de goede richting. Er wordt echter niet ingegaan op het voldoen aan de normen voor geluid en geur. Wij roepen de gemeente op om in de Omgevingsvisie te beschrijven op welke wijze wordt voldoen aan de wettelijke normen op deze terreinen. Specificeer daarnaast in de Omgevingsvisie, voor wat betreft geurhinder, dat de gemeente voornemens is – zoals aangegeven in de OER, een analyse van geurcontouren en een preventieve borging in het omgevingsplan zouden kunnen voorkomen dat toekomstige woningbouw in de knel komt door geurklachten.

Licht Stuur als gemeente ook actief op het vermijden van overbodige verlichting, omdat dit niet alleen leidt tot lichthinder en energieverspilling, maar ook het natuurlijke ritme van mens en dier verstoort. In dit kader verwijzen wij graag naar de jaarlijkse 'Nacht van de Nacht'-campagne van de Natuur en Milieufederaties2. Neem concrete maatregelen op dit gebied en veranker deze expliciet in de Omgevingsvisie.

2

Nacht van de Nacht - Natuur en Milieufederatie Utrecht

12

2. Uitvoering Bestuurlijke afwegingsruimte Voor een gezonde fysieke leefomgeving is het belangrijk om in de omgevingsvisie uitspraken te doen over milieuaspecten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de gemeente de mogelijkheid voor bestuurlijke afwegingsruimte voor een aantal milieuaspecten (zoals geur, geluid, trillingen, licht). Zo kan de gemeente binnen een bandbreedte strengere eisen stellen of krijgt het zelfs eigen afwegingsruimte (zoals bij het aspect licht). Hoewel deze bestuurlijke afwegingsruimte een plek moet krijgen in het nog op te stellen omgevingsplan, pleiten wij ervoor om in deze omgevingsvisie uitspraken te doen over hoe de gemeente de bestuurlijke afwegingsruimte wil benutten voordat de omgevingsvisie definitief wordt vastgesteld. Omgevingswaarden Naast bestuurlijke afwegingsruimte wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook de term omgevingswaarde geïntroduceerd als instrument voor een gezonde en duurzame leefomgeving, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur. Duisternis, stilte, gezonde lucht, bodemkwaliteit en schoon water zijn aspecten van de leefomgeving die de gemeente als omgevingswaarde kan definiëren zodat deze aspecten niet alleen een wens blijven maar ook echt gerealiseerd worden. Wij roepen de gemeente op om omgevingswaarden op te stellen voor bovengenoemde milieuaspecten.

Dat betekent dat deze aspecten in de omgevingsvisie als ambitie moeten worden opgenomen én een plek in het nog op te stellen omgevingsplan. We vinden het een gemiste kans dat de gemeente kiest om geen omgevingswaarden op te nemen in de omgevingsvisie. Omgevingsprogramma’s Wij constateren dat veel belangrijke keuzes worden doorgeschoven naar nader op te stellen ‘programma’s’ (en dus naar het college). Dit vinden wij een onwenselijke situatie, omdat de omgevingsvisie het document is dat richting geeft en kaders stelt. Wij roepen de gemeenteraad op om ofwel, een lijst vast te stellen van beslissingen die ze zelf willen blijven nemen of veel specifiekere keuzes maken in de definitieve omgevingsvisie. Zonder expliciete keuzes, kunnen de nog op te stellen programma’s alle kanten opgaan, want de ontwerp omgevingsvisie is nu nog te weinig sturend. Participatie Op pagina 4 van de Ontwerp Omgevingsvisie kan men lezen hoe de visie tot stand is gekomen. De gemeente verwoord echter niet hoe ze de inwoners en belanghebbenden wil betrekken bij maatschappelijke vraagstukken en bij de voorbereiding, realisatie en evaluatie van ruimtelijke plannen en projecten3. De gemeente dient te toetsten of participatie zorgvuldig is gedaan en alle belangen zijn afgewogen. Het is ook belangrijk om de verschillende vormen van participatie aandacht te geven.

Dus niet alleen het afwegen van de verschillende belangen en inspraak. Bij participatie gaat het ook om eigenaarschap en het daadwerkelijk financieel te kunnen

3 Ook de ruimtelijke projecten die worden geïnitieerd door derden.

13

participeren, met name bij de ontwikkelingen van energieprojecten. Wij verzoeken de gemeente om dit te verwoorden in de Omgevingsvisie. In de ontwerp Omgevingsvisie wordt ook geen aandacht besteed aan de wet Versterking participatie. Ook het uitdaagrecht is inmiddels verankerd in deze wet, maar wordt in de Omgevingsvisie helaas niet benoemd. Wij pleiten ervoor om het uitdaagrecht expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie. Dit kan bewoners stimuleren om gemeentelijke taken over te nemen, wat de betrokkenheid vergroot en meerwaarde kan opleveren voor de lokale gemeenschap.

Tot slot We wensen u veel succes bij de verdere vaststelling van de Omgevingsvisie. Indien gewenst lichten wij graag onze zienswijze nader toe.

Met vriendelijke groet,

Directeur Natuur en Milieufederatie Utrecht

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16340261/2