3g. - 7. Zienswijze WAC geanonimiseerd
Tekst van het document
Aan:
college van burgemeester en wethouders van Veenendaal Raadhuisplein 1 3901 GA Veenendaal
Veenendaal, 13 oktober 2025 Betreft: Zienswijze op Ontwerp Omgevingsvisie 2040 (definitief)
Geacht college, Conform de doelstellingen van onze stichting maken wij van de gelegenheid gebruik om onze zienswijze over het ter inzage liggende Ontwerp van de Omgevingsvisie 2040 kenbaar te maken. Wij zijn verheugd veel van onze kanttekeningen in onze adviesbrief van 20 augustus 2025 in het definitieve Ontwerp van de Omgevingsvisie terug te hebben gevonden. Deze zienswijze richt zicht daarom op de aspecten die naar onze mening nog aandacht vragen. Onze inbreng is gebaseerd op de belangen in brede zin van de huidige en toekomstige woonconsumenten in Veenendaal die wij als stichting behartigen. We volgen in onze reactie de opbouw van de Ontwerp Omgevingsvisie 2040 voor zover het voor de woonconsumenten relevante onderwerpen zijn. 1.5 Schaarse ruimte vraagt om het maken van keuzes. Veenendaal bereikt in 2030 naar verwachting de grens waar op eigen grondgebied nog kan worden gebouwd. Daarna zou een nog verdere groei moeten plaatsvinden tot in totaal 10.700 woningen, waarna er in 2040 ca. 85.000 inwoners zijn. Die extra groei zou dan moeten komen door te bouwen op aan Veenendaal grenzend grondgebied van Ede (De Klomp) en Rhenen (Zuidoost). Los van de vraag of de genoemde gemeenten akkoord gaan met deze oplossing, vragen wij ons af of de leefbaarheid van Veenendaal gediend is met deze fikse groei.
En waar ligt de grens na 2040? Veenendaal behoort in de provincie Utrecht al tot de steden met de grootste bebouwingsdichtheid. Met alle gevolgen die dit heeft voor de druk op verkeer, openbare ruimte, (sport)voorzieningen, winkels, enz. in de toch al schaarse ruimte en congestie die er al is. De leefbaarheid van heel Veenendaal komt hier in het geding als de groeiambitie verder gaat dan de stad aankan. Daarnaast zal het voor woonconsumenten in deze gebieden buiten de gemeentegrens tot bijzondere situaties leiden als zij inwoner zijn van Ede, resp. Rhenen, maar onderdeel uitmaken van het stedelijk gebied en de voorzieningen van Veenendaal. Gemeentelijke herindelingen zijn in de praktijk zeer moeizame processen, dus of die oplossing gaat lukken betwijfelen wij. Wij begrijpen dat extra woningen binnen de afspraken met de Foodvalley wel gevonden moeten worden. Maar logischer is het dan om deze te vinden binnen voornoemde gemeenten. In Ede bijvoorbeeld door de bestaande woonkern Ederveen (met station De Klomp in de nabijheid) verder te ontwikkelen. Dat lijkt een betere ontwikkeling dan bij station De Klomp een van Veenendaal door industrieterreinen afgescheiden wijk bij te ontwikkelen. Het versterkt bovendien het dorp Ederveen. Ook in de gemeente Rhenen ziet men mogelijkheden op andere locaties.
• Ons advies is om van de verdere verstedelijking tot 85.000 inwoners af te zien en een scenario te ontwikkelen waarbij Veenendaal na 2030 stabiliseert en binnen de Foodvalley in te zetten op het bouwen op andere locaties van de extra
Pagina 1 van 5
woningopgave. Temeer omdat het aantal van 10.700 woningen niet alleen de eigen behoefte moet dekken, maar ook de vraag ‘van buiten’. Tot 2030 zou dan vooral voor de eigen behoefte gebouwd moeten worden. Dit kan op inbreidingslocaties, transformatie (Ambacht en op langere termijn mogelijk op de nog aanwezige fabriekslocaties in het centrum), bestemmingswijzigingen (bijvoorbeeld winkels buiten winkelcentra omzetten naar woonfunctie), bestaande bebouwing splitsen en/of optoppen, enz. 5.1 De Veenendaalse principes Bij ‘Vitaal’ en/of bij ‘Duurzaam’ ontbreekt een visie op de uitstoot van emissies. Elders in het document is dit onderwerp slechts incidenteel en schaars terug te vinden. • Advies: het opnemen van een bouwsteen ‘emissies’, waar expliciet de uitstoot van CO2, lachgas, methaan, Pfas, stikstof, fijnstof, vuilwater, plastics, en andere stoffen worden tegengegaan. Deze bouwsteen verder uitwerken in desbetreffende onderdelen van hoofdstuk 6. 6.2 Bodem en ondergrond 6.2.2 Visie (op bodem en ondergrond): Bodemkwaliteit Bij nieuwe ontwikkelingen worden van bestaande bodemverontreinigingen alleen de risico’s beperkt. • Advies: Zorg ervoor dat zoveel mogelijk bodemverontreiniging verdwijnt en dat technieken worden gebruikt met een doorgaande werking in de bodem of met een versnelling van de afbraak van vervuiling in de bodem.
De mogelijkheid om af te wijken van regelgeving in negatieve zin is niet gewenst. Water en bodem sturend (WBS): Handhaving van dit principe is van groot belang. Maar al te gemakkelijk zijn bestaande infrastructuur en economische activiteiten leidend bij gebiedsontwikkeling. Echt WBS komt natuur-inclusief bouwen en de stad als ecosysteem ten goede. Het uitgangspunt ‘comply or explain’ moet niet alleen betrekking hebben op de waterhuishouding en waterveiligheid, maar ook op de brede gevolgen voor de stad als ecosysteem. • Advies: Ga bij gebiedsontwikkeling na welke natuurwaarden maximaal in het gebied mogelijk zijn en stimuleer ontwerpen die deze natuurwaarden zoveel mogelijk realiseren. Drinkwater. Ten aanzien van drinkwatercongestie en de inzet op waterbesparende maatregelen. • Advies: Voor het beperken van drinkwatergebruik adviseren wij de regel: ‘hoogwaardig water alleen voor hoogwaardige toepassingen’. Dan is er zoveel drinkwater niet nodig en kan het overgrote deel van het waterverbruik worden voorzien door hergebruik en gebruik van regenwater. Potentieel is dan een besparing van 90% mogelijk. 6.2.3 Strategische keuzes en maatregelen Drinkwater • Advies: Ga na of uitbreiding van bestaande vergunning, extra drinkwaterbronnen en het openen van een nieuw winveld nodig is bij maximaal hergebruik van water en gebruik van regenwater.
Hergebruik van water wordt nu vooral gericht op waterbewust gedrag. Het is echter vooral een stedenbouwkundig en bouwkundig vraagstuk. Voor hergebruik moeten voorzieningen ontworpen worden voor de (zuivering en) terugvoer van water. • Advies: Zorg dat projectontwikkelaars voorzieningen meenemen voor hergebruik van water en gebruik van regenwater.
Pagina 2 van 5
6.3 Groen, blauw en klimaatadaptie 6.3.3 Strategische keuzes en maatregelen Inspiratiedocument: • Advies: De stad als natuurlijk ecosysteem kan verdergaan dan natuur-inclusief bouwen. Bij natuur-inclusief bouwen gaat het vaak om additionele maatregelen. Kan de natuur ook geïntegreerd worden in het gebouw en het bouwproces? Bomenbeleid: • Advies: Voeg hieraan toe een opmerking over nadruk op inheemse soorten of soorten die zoveel mogelijk biodiversiteit met zich meebrengen. 6.4 Wonen Er dienen voldoende zorggeschikte woningen beschikbaar te zijn. • Advies: Wij adviseren het beleid hiervoor af te stemmen op het WMO beleidsplan door middel van een Woonzorgvisie. Het blijft van groot belang levensloopgeschikte woningen te bouwen. • Advies: in het uitvoeringsdocument (nieuwe woonvisie) de criteria opnemen voor levensloopgeschikte woningen Ontwikkeling openbare ruimte: • Advies: Wij pleiten voor het opnemen van ruim voldoende groen in de nieuwbouw ontwikkelingen en het behoud en waar mogelijk uitbreiden van de bestaande hoeveelheid. Groen is nodig voor een gezonde stad en om de hittestress in de toekomst het hoofd te kunnen bieden. Dat de openbare ruimte toegankelijk en levensloopgeschikt wordt ingericht dient een uitgangspunt voor het ontwerp te zijn.
Tenslotte vragen wij ons af welke van de bestaande beleidsstukken op basis van het Omgevingsplan en de nieuwe wetgeving zullen vervallen en zo ja, wanneer hier niet meer aan zal worden getoetst (bijvoorbeeld Woonvisie 2022-2025, puntensysteem, enz.) 6.6 Mobiliteit Voor de verkeersbewegingen binnen Veenendaal is het inzetten op het verbeteren van fietsen looproutes en het aanbieden van deelfietsen een mogelijkheid om het aantal interne autobewegingen binnen Veenendaal te verminderen. Maar daarmee wordt niet per definitie het autobezit minder. Voor verdere reizen en bijvoorbeeld woon-werkverkeer zal het bezit van een auto belangrijk blijven. Wellicht kunnen deelauto’s hier een reductie op leveren, maar dat zal volgens de verwachtingen van onderzoekers van de rijksoverheid in plaatsen als Veenendaal slechts beperkt blijven. Anders dan voor grote steden ziet men het gebruik van de auto in de niet-Randstedelijke gebieden voor de toekomst nog als een belangrijk vervoersmiddel. Een belangrijk deel van het autoverkeer vindt plaats door het woon-werkverkeer. De in- en uitstroom in de ochtend en avond van en naar Rhenen en A12 getuigen daarvan. • Advies: Maak per bedrijfsterrein afspraken over mobiliteitsplannen. Bijvoorbeeld door meer carpoolen te stimuleren of kleine busjes (met vrijwilligers als chauffeur) naar hub’s aan de rand of in de omgeving van Veenendaal te laten rijden.
Dit draagt ook bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Het idee dat de OV-voorzieningen hiervoor geschikt zijn geldt slechts voor een deel van de forenzen. Alleen die gevallen waarin OV ook de juiste verbinding biedt zal dat een oplossing bieden. Voor de forenzen uit de richting Rhenen (Betuwe), Ede en Amersfoort biedt het OV geen oplossing. Met betrekking tot het voornemen om het aantal parkeerplaatsen te reduceren: • Advies: Een reductie op het aantal parkeerplaatsen bij woningen c.q. bouwplannen pas toepassen als er een reëel alternatief is voor het verminderen van het autobezit.
Pagina 3 van 5
Advies: zet in op het ontwikkelen van deelautovervoer, maar dan wel in de verschillende modaliteiten (station-based, free-floating, particulier, enz.) die nodig zijn om dit tot een succes te maken. Op de bestaande parkeerplaatsen in woongebieden (zoals het Franse Gat) is extra druk ontstaan door het plaatsen van steeds meer bedrijfsbusjes nabij de woning. • Advies: Ontwikkel parkeerplaatsen op de bedrijventerreinen waar deze busjes kunnen worden geplaatst met daarbij fietsenstallingen voor de bestuurders. •
6.7 Energietransitie 6.7.1 Opgaven • Advies: Gezien de weerbarstigheid van het onderwerp ‘energieopslag’ mag dit wat de WAC betreft als expliciete opgave worden benoemd. 6.7.2 Visie op energietransitie Waterstof ontbreekt in de visie. De ontwikkelingen gaan snel. Stedin (innovatie/Energie Transitie Analyse) verwacht dat een deel van moeilijk van het gas af te halen woningen voorzien kunnen worden met bijmenging en later vervanging door waterstof. • Advies: Neem waterstof mee in de ontwikkeling en renovatie van gebieden. Stuur in de tussentijd op vervanging van CV-ketels door HR-ketels, die zijn voorbereid om zowel op gas als op waterstof te werken. Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) wordt alleen genoemd bij het valleikanaal als mogelijke bron voor warmtenetten. TEO kan in meer sloten en waterpartijen, waardoor de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit waarschijnlijk verbetert. • Advies: neem op meer plaatsen slimme combinaties van groen en blauw met energie mee; onderzoek waar TEO de stroming in sloten en waterpartijen kan verhogen en de temperatuur verlagen. Let op: niet om te koelen! Genoemd wordt ‘netbewust bouwen’. In de praktijk betekent dit nu dat energiebedrijven inzetten op hybride warmtepompen en niet op full electric of maximale opwekking in combinatie met opslag. Dat laatste is echter zowel wens als noodzaak in de toekomst.
• Advies: de handreiking meer nadruk te geven aan maximale opwek (ook verticale panelen etc.) in combinatie met opslag. 6.7.3 Strategische keuzes en maatregelen Windturbines worden niet toegestaan vanwege het lage rendement. Stedenbouwkundig is het ook niet wenselijk willekeurig hoogtebeeld verstoringen toe te staan. • Advies: Waar nieuwe ontwikkelingen toepassing van windenergie inpasbaar maken onderzoeken of het wel kan. Energiegemeenschappen: • Advies: Geef ook VVE’s of VVH’s zeggenschap over de warmtenetten en energie opwekken/opslag. • Advies: Wellicht dat mininetten meer oplossingen kunnen bieden dan alles in een centraal systeem. Dit zou onderzocht moeten worden. 6.8 Circulariteit 6.8.3 Strategische keuzes en maatregelen Aanbestedingen: MKI waarde telt mee volgens de beste prijs/kwaliteitverhouding. Deze methode kan sterker door het beschikbare budget vast te stellen en de aanbieders uit te dagen voor dat budget de meeste circulariteit of duurzaamheid te bieden. • Advies: Ga bij aanbestedingen uit van beschikbaar budget en kies op basis van beste milieuprestatie.
Pagina 4 van 5
6.9.a Maatschappij, gezondheid en onderwijs 6.9.2.a Gezondheid Al te gemakkelijk wordt voorbijgegaan aan lichtvervuiling. Toch is dit een punt dat de nodige aandacht vraagt. • Advies: Combineer slimme verlichting met veiligheid (bijvoorbeeld lantaarns met soundscapes of andere functionaliteiten). Breng de dichtheid van lantaarnpalen terug (iedere 25 meter een lantaarn is te veel) en breng de lichtintensiteit terug. Wij hopen met onze zienswijze een bijdrage te hebben geleverd tot het aanvullen c.q. aanscherpen van de visie om dit belangrijke stuk zo toekomstbestendig mogelijk te maken. Wij zouden het op prijs stellen in een vroeg stadium te worden betrokken bij de uitwerking van de visie in het nieuwe Uitvoeringsprogramma (Woonvisie 2026-2040) zoals dit ook is verlopen bij de vorige Woonvisie. Met vriendelijke groet en uiteraard bereid om de adviezen nader toe te licht,
Cc:
,
Pagina 5 van 5