3. Was-wordt-tabel negende wijziging APV
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Negende wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal (APV) met artikelsgewijze toelichting Artikel 2:14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:14 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. De winkelier kan verplicht worden voorzieningen te treffen om te voorkomen dat winkelwagentjes buiten een door het college aangewezen gebied kunnen komen. 4. Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet.
Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Artikel 2:16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:16 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Artikel 2:21 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:21 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het
verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, de Omgevingswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Artikel 2:51 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien: • a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of, • b. daardoor die ingang versperd wordt.
Nieuwe tekst Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien: a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of, b. dit schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik ervan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; of c. in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Toelichting: door deze wijziging wordt het (beter) mogelijk om (brom)fietswrakken te verwijderen. Artikel 2:52B wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:52B [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 2:52B Overlast van buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen geplaatste fiets, snorfiets of bromfiets 1. Het is verboden om: a. in door het college aangewezen gebieden een fiets, snorfiets of bromfiets buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan;
b. fietsen, snorfietsen of bromfietsen, die rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan; c. in door het college aangewezen gebieden een fiets, snorfiets of bromfiets langer dan vier weken onbeheerd in een fietsenstalling achter te laten. 2. Bij overtreding van het verbod zoals genoemd in het eerste lid kan de fiets, snorfiets of bromfiets weggehaald worden. 3. Het verbod zoals genoemd in het eerste lid en de mogelijke gevolgen zoals bepaald in het tweede lid moeten duidelijk kenbaar zijn voor bezoekers van het aangewezen gebied.
Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Artikel 2:57 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:57 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte speelruimteplek of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom en een openbare plaats indien de hond niet is aangelijnd; c. indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van
toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Artikel 2:58 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:58 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht: a. middelen bij zich te dragen om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren; b. ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden en niet in staat is de middelen om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren zoals genoemd is het eerste lid, onderdeel a, te hanteren; of b. die vanwege een blessure niet in staat is de middelen om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren zoals genoemd is het eerste lid, onderdeel a, te hanteren. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op plaatsen die door het college zijn aangewezen op grond van artikel 2:57 tweede lid. 4. Het is verboden om zich met een
hond te begeven in een door het college aangewezen gebied. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid bedoelde verbod.
Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Artikel 2:60 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:60 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 2:60 Voeren van hinderlijke of schadelijke dieren Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren te voeren.
Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Dit gaat om een gedeeltelijke verplaatsing, waarbij het voeren van hinderlijke of schadelijke dieren verboden kan worden in de APV maar de zorgplicht t.a.v. hinderlijke of schadelijke dieren in het omgevingsplan (artikel 5.117) blijft bestaan. Artikel 4:8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4:8 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Artikel 4:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4:10 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 4:10 Gevaar door houtopstand Het is verboden om een houtopstand, als bedoeld in de Omgevingswet, in een
zodanige staat te hebben dat daardoor direct gevaar voor goederen of personen ontstaat. Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Dit gaat om een gedeeltelijke verplaatsing, waarbij de regeling t.a.v. de kapvergunning in het omgevingsplan (paragraaf 5.7.3) blijft bestaan, maar de mogelijk voor de burgemeester om hier van af te wijken in het geval van nood, in de APV is geborgd. Artikel 5:3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 1.Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
Nieuwe tekst Artikel 5:3 [vervallen]
2.Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. 3.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: dit artikel is reeds geborgd in het omgevingsplan, en had ten tijde van de inwerkingtreding moeten komen te vervallen. Dat is niet gedaan en wordt hiermee hersteld. Artikel 5:11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1.Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. 2.Dit verbod is niet van toepassing: a.op de weg; b.op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c.op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 4.[vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 5:11 [vervallen]
Toelichting: dit artikel is reeds geborgd in het omgevingsplan, en had ten tijde van de inwerkingtreding moeten komen te vervallen. Dat is niet gedaan en wordt hiermee hersteld. Artikel 5:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1.Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.
Nieuwe tekst Artikel 5:25 [vervallen]
2.Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3.Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Toelichting: dit artikel is reeds geborgd in het omgevingsplan, en had ten tijde van de inwerkingtreding moeten komen te vervallen.
Dat is niet gedaan en wordt hiermee hersteld. Artikel 5:32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:32 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 5:32 Crossterreinen
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Artikel 5:33 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:33 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, snorfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de gebieden of terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de gebieden of terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d. bedoelde personen. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de
Omgevingsverordening provincie Utrecht aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling. Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:34 [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening provincie Utrecht.
Toelichting: dit artikel wordt teruggeplaatst van het omgevingsplan naar de APV, vanwege de context en juridische borging van de regeling.