CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Was-wordt tabel

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: (5e) Wijziging Integrale verordening Sociaal domein7.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) Verordening Wmo Immateriële Ondersteuningstaken Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging/ actie

Artikel 2.1.10 Criteria voor een maatwerkvoorziening

Artikel 2.1.10 Criteria voor een maatwerkvoorziening

Juridisch Aanvulling op advies van Schulinck Bruikleenovereenkomst alleen is niet voldoende.

4. Een maatwerkvoorziening ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt slechts verstrekt indien uit onderzoek blijkt dat vervanging noodzakelijk is.

Artikel 2.1.10a Aanvullende criteria voor een woonvoorziening In aanvulling op het gestelde in artikel 2.1.10 komt een cliënt in aanmerking voor een woonvoorziening als: a. de beperkingen niet voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; c. de woonruimten geschikt zijn voor permanente bewoning.; d. het niet om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. ;

4. Een maatwerkvoorziening ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt slechts verstrekt indien uit onderzoek blijkt dat vervanging noodzakelijk is en de maatwerkvoorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of de cliënt de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt. Artikel 2.1.10a Weigeringsgronden voor een woonvoorziening Een woonvoorziening kan worden geweigerd: a. als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen;

-

Verduidelijking hoe te interpreteren. Aangepast voorstel o.b.v. Schulinck Modelverordening in een kan formulering.

b. als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; c. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning; d. als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het

1

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) e. de noodzaak niet het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;

aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte;

f. de cliënt is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning en daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college;

e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;

g. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie alleen met noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden.

Artikel 2.1.10b Aanvullende criteria voor een financiële tegemoetkoming als maatwerkvoorziening 1. In aanvulling op het gestelde in artikel 2.1.10 komt een cliënt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor de kosten van:

Artikel 2.1.11 Inhoud beschikking

f. als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; g. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. Artikel 2.1.10b Aanvullende criteria voor een financiële tegemoetkoming als maatwerkvoorziening 1. In aanvulling op het gestelde in artikel 2.1.10 komt een cliënt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor de kosten van: a. … b. … c. gebruik van een (eigen) auto of van een (rolstoel) taxi, waarbij geldt dat de hoogte van de financiële tegemoetkoming maximaal € 540,- per jaar bedraagt. Artikel 2.1.11 Inhoud beschikking

nieuw: opnemen in de verordening hoe de hoogte van een de “financiële tegemoetkoming voor het collectieve vervoer*” wordt berekend. Dit ontbreekt in huidige verordening. * Dit doet zich voor bij PGB's.

-

Verwijdert ”en wat het beoogde resultaat daarvan is”

2

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt opgenomen of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en of de voorziening in eigendom of in bruikleen wordt verstrekt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in aanvulling op lid 1 in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke voorziening wordt verstrekt en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; en c. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening.

1.

In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt opgenomen of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en of de voorziening in eigendom of in bruikleen wordt verstrekt.

Artikel 2.1.14 Hoogte pgb 1. De hoogte van een pgb, met uitzondering van een pgb voor beschermd wonen, wordt:

Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in aanvulling op lid 1 in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke voorziening wordt verstrekt; en wat de beoogde doelen daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; en c. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening. Artikel 2.1.14 Hoogte pgb 1. De hoogte van een pgb, met uitzondering van een pgb voor beschermd wonen, wordt:

a. vastgesteld aan de hand van een door de cliënt of diens vertegenwoordiger opgesteld budgetplan, bedoeld in artikel 2.1.13 lid 1;

a. vastgesteld aan de hand van een door de cliënt of diens vertegenwoordiger opgesteld budgetplan, bedoeld in artikel 2.1.13 lid 1;

b. berekend op basis van een prijs of tarief:

b. berekend op basis van een prijs of tarief:

i. waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten of andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van een professionele dienstverlener te betrekken;

i. waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten of andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van een professionele dienstverlener te betrekken;

ii. waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten en het gestelde onder iv en v;

-

Vervangen door en wat de beoogde doelen daarvan zijn; Aangedragen punt van de accountant wordt gehonoreerd.

2.

-

Aanpassing aan nieuwe productnaam 2025: Groepsgerichte begeleiding wordt dagbesteding.

3

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2)

iii. waarmee, indien van toepassing, het pgb toereikend is om diensten of andere maatregelen van een niet-professionele dienstverlener of persoon die behoort tot het sociale netwerk te betrekken, rekening houdend met het onder vi, vii en viii gestelde tarief; iv. voor een hulpmiddel, woningaanpassing of aanpassing van de eigen auto: op maximaal 100% van de kostprijs van de goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura en indien van toepassing inclusief een vergoeding voor onderhoud en verzekeringen; v. voor een dienst, geleverd door een professionele dienstverlener: op maximaal 85% van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura; vi. voor een dienst, geleverd door een niet-professionele dienstverlener of iemand uit het sociaal netwerk: een tarief waarbij rekening wordt gehouden met de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden, of ondersteunende begeleiding (FWG 30) in de CAO VVT, plus vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren; vii.

voor groepsgerichte begeleiding geleverd door een nietprofessionele dienstverlener of iemand uit het sociaal netwerk: op 85% van het tarief per dagdeel voor dagbesteding licht in natura, of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste, adequate, in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura; viii. voor het logeren binnen het sociaal netwerk: op basis van een onkostenvergoeding voor het vaste bedrag van € 31,15 per etmaal met een maximum van € 141,00 per maand.

ii. waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten en het gestelde onder iv en v; iii. waarmee, indien van toepassing, het pgb toereikend is om diensten of andere maatregelen van een niet-professionele dienstverlener of persoon die behoort tot het sociale netwerk te betrekken, rekening houdend met het onder vi, vii en viii gestelde tarief; iv. voor een hulpmiddel, woningaanpassing of aanpassing van de eigen auto: op maximaal 100% van de kostprijs van de goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura en indien van toepassing inclusief een vergoeding voor onderhoud en verzekeringen; v. voor een dienst, geleverd door een professionele dienstverlener: op maximaal 85% van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura; vi. voor een dienst, geleverd door een nietprofessionele dienstverlener of iemand uit het sociaal netwerk: een tarief waarbij rekening wordt gehouden met de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden, of ondersteunende begeleiding (FWG 30) in de CAO VVT, plus vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren;

4

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) vii. voor dagbesteding geleverd door een niet-professionele dienstverlener of iemand uit het sociaal netwerk: op 85% van het tarief per dagdeel voor dagbesteding langer thuis in natura, of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste, adequate, in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura; viii. voor het logeren binnen het sociaal netwerk: op basis van een onkostenvergoeding voor het vaste bedrag van € 31,15 per etmaal met een maximum van € 141,00 per maand. Artikel 2.1.20 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, bij zorg in natura, een pgb of een tegemoetkoming, zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het wordt verstrekt. 2. De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een of meerdere van de voorzieningen in het vorige lid genoemd tezamen bedraagt, onverminderd artikel 2.1.4 derde lid juncto 2.1.4a, vierde lid van de Wmo € 20,60 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten waarvan beide partners de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt tezamen. 3.

De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, doch ten hoogste € 20,60 per maand, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4. … 5. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor volgende maatwerkvoorzieningen: a. sportvoorzieningen; b. rolstoelen;

Artikel 2.1.20 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, bij zorg in natura, een pgb of een tegemoetkoming, zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het wordt verstrekt. 2. De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een of meerdere van de voorzieningen in het vorige lid genoemd tezamen bedraagt het genoemde bedrag in artikel 2.1.4 derde lid juncto 2.1.4a, vierde lid van de Wmo. 3. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, doch ten hoogste het genoemde bedrag in artikel 2.1.4 derde lid juncto 2.1.4a, vierde lid van de Wmo, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4. …

-

In verordening noemen we geen bedrag maar verwijzen naar Wmo art 2.1.4a lid 4. Daar wordt bedrag genoemd en jaarlijks aangepast.

Toevoeging vrijgesteld van EB zijn: het product Specialistisch Persoonsgericht Maatwerk het product tijdelijk verblijf Nieuw: de financiële tegemoetkoming voor gebruik van een (eigen) auto of van een (rolstoel) taxi; vrijstelling EB voor Financiële tegemoetkoming alternatief PGB. Verwijderen huurderving: De grondslag voor de toekenning van een vergoeding i.v.m. huurderving ligt in artikel 6 van het Convenant woningaanpassingen

5

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) tijdelijke huisvesting; huurderving; het verwijderen van een woonvoorziening; voorzieningen in algemene ruimten waaronder galerijophoging of deurautomaat op centrale toegangsdeur; g. een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt. 6. …

5. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor volgende maatwerkvoorzieningen: a. sportvoorzieningen; b. rolstoelen; c. tijdelijke huisvesting; d. verhuisvergoeding; e. het verwijderen van een woonvoorziening; f. voorzieningen in algemene ruimten waaronder galerijophoging of deurautomaat op centrale toegangsdeur; g. een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt; h. het product Specialistisch Persoonsgericht Maatwerk; i. het product tijdelijk verblijf; j. de financiële tegemoetkoming voor gebruik van een (eigen) auto of van een (rolstoel) taxi. 6. …

Artikel 2.1.23 Kwaliteitseisen gesteld aan diensten ingekocht met een pgb

Artikel 2.1.23 Kwaliteitseisen gesteld aan diensten van niet-professionele dienstverleners ingekocht met een pgb

c. d. e. f.

Indien een cliënt of diens vertegenwoordiger een pgb wenst in te zetten voor diensten van niet-professionele dienstverleners worden hieraan de volgende voorwaarden gesteld: a. de ondersteuning van de niet-professional overstijgt de gebruikelijke zorg en inzet voor elkaar; b. de zorg aan de ontvanger van het pgb leidt niet tot overbelasting van de niet-professional; c. er is geen druk op de ontvanger uitgeoefend bij de besluitvorming om de ondersteuning uit te laten voeren door de niet-professional; en

Wet maatschappelijke ondersteuning (overeenkomst tussen Veenvesters en gemeente Veenendaal). De vergoeding voor huurderving is ook geen maatwerkvoorziening Toevoegen: verhuisvergoeding. was per abuis niet opgenomen in de opsomming. Wordt nu gecorrigeerd.

Technische correctie “d” ontbreekt. aanpassen huidige e. wordt nieuwe d.

Indien een cliënt of diens vertegenwoordiger een pgb wenst in te zetten voor diensten van niet-professionele dienstverleners worden hieraan de volgende voorwaarden gesteld: a. de ondersteuning van de nietprofessional overstijgt de gebruikelijke zorg en inzet voor elkaar; b. de zorg aan de ontvanger van het pgb leidt niet tot overbelasting van de nietprofessional;

6

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) e. de ondersteuning door de niet-professional leidt naar het oordeel van het college aantoonbaar tot het geïndiceerde resultaat.

c.

er is geen druk op de ontvanger uitgeoefend bij de besluitvorming om de ondersteuning uit te laten voeren door de niet-professional; en d. de ondersteuning door de nietprofessional leidt naar het oordeel van het college aantoonbaar tot de geïndiceerde doelen. Artikel 2.1.23a Kwaliteitseisen gesteld aan diensten van professionele dienstverleners ingekocht met een pgb 1. Indien een cliënt of diens vertegenwoordiger een pgb wenst in te zetten voor diensten van professionele dienstverleners worden hieraan de volgende kwaliteitseisen gesteld: a. de ingekochte ondersteuning is veilig, doeltreffend en cliëntgericht; b. de professionele dienstverlener handelt in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor die dienstverlener geldende professionele standaard; en c. de ingekochte ondersteuning is afgestemd op de behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg en ondersteuning die de cliënt ontvangt.

Nieuw artikel: 2.1.23a - “haakje” in verordening voor “dat College kwaliteitseisen kan uitwerken in de nadere regels.” Verdere Actie: Verdere aanscherping kwaliteitseisen uitwerken in aparte bijlage bij besluit vgl. met VNG advies. Beter voor zowel consulent en cliënt.

2. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van met een pgb ingekochte diensten van professionele dienstverleners. Beschermd Wonen – Beschermd Thuis

7

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging/ actie

Artikel 2.1.10c aanvullende criteria beschermd wonen 1. In aanvulling op het gestelde in artikel 2.1.10 komt een cliënt in aanmerking voor beschermd wonen indien de cliënt: a. is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe problematiek; b. niet geholpen is met 24-uurs (maatschappelijke) opvang of de ambulante maatwerkvoorziening(en) begeleiding, dagactiviteit al dan niet gecombineerd met respijtverblijf in een instelling; c. niet geholpen is met de inzet van een bereikbaarheidsdienst buiten kantooruren of crisisdiensten; d. voor zover aan de orde, een intramurale behandeling voor zijn psychiatrische aandoening heeft afgerond of deze niet meer op de voorgrond is; e. een herstel- of ontwikkeltraject accepteert dat op termijn gaat plaatsvinden met inachtneming van zijn mogelijkheden, gericht op het realiseren van een situatie waarin hij in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving; en f. met beschermd wonen in staat wordt gesteld om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2. Een beschermende woonomgeving gaat gepaard met noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling waar het toezicht en de aangewezen ondersteuning 24 uur per dag wordt geboden in de vorm van fysiek aanwezig personeel. 3.

Een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen wordt gesteld in de vorm van een zorgarrangement waarvoor geldt dat: a. het zorgarrangement betrekking heeft op de aard van de noodzakelijke begeleiding en het bijbehorend toezicht; b. de inzet van het zorgarrangement mede afhankelijk is van de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt zoals die door het college zijn vastgesteld tijdens het in artikel 2.1.4 en artikel 2.1.5 bedoelde vooronderzoek en gesprek. 4. Beschermd wonen kent een all-in tarief, inclusief hotelmatige kosten, dagbesteding en vervoer. 5. Het college kan nadere regels stellen over de zorgarrangementen beschermd wonen.

Artikel 2.1.10.c Aanvullende criteria maatwerkvoorzieningen beschermd wonen, beschermd thuis, safehouse en tijdelijk verblijf 1. Met in achtneming van artikel 2.1.10 verleent het college de maatwerkvoorziening beschermd wonen als: a. de cliënt is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe psychische of psychosociale problematiek; b. de cliënt - indien aan de orde - een intramurale behandeling voor zijn psychiatrische aandoening heeft afgerond; en c. de cliënt (op termijn) een herstel/ontwikkeltraject accepteert dat met inachtneming van zijn mogelijkheden gericht is op het realiseren van een situatie waarin hij in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2. Een beschermende woonomgeving gaat gepaard met noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling waar toezicht en aangewezen ondersteuning wordt geboden. Hiertoe is personeel 24 uur per dag fysiek aanwezig op de locatie van de instelling. 3. Met in achtneming van artikel 2.1.10 verleent het college de maatwerkvoorziening beschermd thuis als: a. de cliënt is aangewezen op bescherming en toezicht in de nabijheid gelet op complexe

Uitleg Op 8 mei heeft het Regionaal Bestuurlijk Overleg Wmo besloten dat er tekstueel gezamenlijk opgetrokken wordt op het gebied van de Wmoverordening BW. Deze worden hier toegepast. Nieuw 2025 aanbesteed.

8

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2)

Artikel 2.1.15 Hoogte pgb beschermd wonen 1. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt: a. vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld budgetplan waarin in ieder geval uiteen is gezet: i. het voor de cliënt van toepassing zijnde zorgarrangement; ii. het aantal geïndiceerde uren; en iii. dat het PGB redelijkerwijs toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten of andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van een professionele dienstverlener te

psychische of psychosociale problematiek; b. de cliënt zelfstandig of in een geclusterde woonvorm kan wonen; c. de cliënt zelfstandig een hulpvraag kan stellen en zo mogelijk kan uitstellen, maar wel de zekerheid nodig heeft dat begeleiding oproepbaar en indien nodig beschikbaar is; en d. de cliënt (op termijn) een herstel/ontwikkeltraject accepteert dat met inachtneming van zijn mogelijkheden gericht is op het realiseren van een situatie waarin hij in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 4. Met in achtneming van artikel 2.1.10 verleent het college de maatwerkvoorzieningen safehouse of tijdelijk verblijf als de cliënt door een (dreigende) terugval in het ziekteproces, waar verslavingsproblematiek, psychiatrische of gedragsproblematiek onderdeel van uitmaakt, (tijdelijk) is aangewezen op ondersteuning in een beschermde setting. Artikel 2.1.15 Tarief pgb beschermd wonen en beschermd thuis 1. De hoogte van het pgb is als volgt: a. Pgb Beschermd Wonen, hoogste tarief is 85% van het normbedrag per etmaal; b. Pgb Beschermd Thuis, hoogste tarief is 90% van het normbedrag per etmaal.

-

Regionaal hanteren van uniform PGB %. Lid 2 is lid 5 geworden.

9

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) betrekken waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten en het gestelde in sub b.; b. berekend op basis van een prijs of tarief zijnde maximaal 90% van het uurtarief van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 2. Het college kan nadere regels stellen over de eisen die gelden voor de accommodatie waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben voor wat betreft: a. het aantal bewoners; b. de inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP); en, c. de eisen die gelden voor de accommodatie.

2. Het normbedrag is het tarief dat de gemeente is overeengekomen met een gecontracteerde zorgaanbieder. 3. De tarieven worden door het college kenbaar gemaakt op de website van de centrumgemeente. 4. De hoogte van het pgb wordt bij toekenning en eventuele verlenging van de maatwerkvoorziening bepaald conform de op dat moment door het college vastgestelde tarieven en geldt gedurende de looptijd van de maatwerkvoorziening. 5. Het college kan nadere regels stellen over de eisen die gelden voor de accommodatie waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben voor wat betreft: a. het aantal bewoners; b. de inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP); en, c. de eisen die gelden voor de accommodatie.

Jeugdwet Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging/ actie

Artikel 3.1.1 Definities In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. andere voorziening: voorziening niet vallend onder de Jw, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;

Artikel 3.1.1 Definities In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jw, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;

Tekstueel Advies vanuit de VNG overgenomen.

10

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) Artikel 3.1.14 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet 1. Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Jw.

Artikel 3.1.14 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet 1. Het college treft de nodige maatregelen om misbruik of het oneigenlijk gebruik van individuele voorzieningen tegen te gaan. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. het zoeken naar mogelijke samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en misbruik op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b. het maken van afspraken met jeugdhulpaanbieders over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontrole en productieverantwoordingen, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; c. het beperken van de looptijd van de indicaties of periodiek uitvoeren van controles bij langlopende indicaties; d. het uitvoeren van een grondige toets aan de voorkant bij de verstrekking van een pgb op: i. de regiemogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger; ii. de kwaliteit van de invulling van de individuele voorziening door de pgb-aanbieder mede met het oog op de te bereiken resultaten,

11

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2)

e. f.

Artikel 3.1.15 Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan.

bedoeld in artikel 3.1.11, derde lid, onder b; het monitoren van het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen; het informeren van de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Jw.

Artikel 3.1.15 Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s 1. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de rechten doelmatigheid daarvan. 2. Het college wijst ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en hoofdstuk 3 van deze verordening. 3. Voor zover de toezichthoudende ambtenaar door inzage in bescheiden bij de vervulling van zijn taak dan wel door verstrekking van gegevens in het kader van een melding gegevens, daaronder begrepen bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, heeft verkregen, ter zake waarvan de beroepskracht uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is, geldt gelijke

Nieuwe artikelen aangevuld -

-

voor het onderzoek naar recht- en doelmatigheid van individuele voorzieningen en pgb’s het wenselijk is dat het college ambtenaren kan aanwijzen die zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en hoofdstuk 3 van deze verordening; hierin is niet voorzien in de Jeugdwet en daarom moet een bepaling daartoe in de verordening worden opgenomen.

12

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) verplichting voor de toezichthoudende ambtenaar. 4. De aanvrager en ontvanger van de individuele voorziening en eventueel betrokken derden verstrekken aan het college alle medewerking en informatie die benodigd is voor het onderzoek als bedoeld in het eerste lid voor zover de medewerking redelijkerwijs gevorderd kan worden. Het college bepaalt hiervoor in de nadere regels een redelijke termijn. 5. Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de aanspraak op een voorziening en op basis daarvan besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de voorziening en de wederzijds tussen het college en de jeugdige of zijn ouder resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan. 6. Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen. -

Artikel 3.1.15a Toezichthouder 1. De toezichthouder, bedoeld in artikel 3.1.15, functioneert onafhankelijk. 2. De toezichthouder is belast met: a. de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen, waaronder van de politie en de belastingdienst; b. de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de jeugdhulpaanbieder; c. de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger; d. het vorderen van identificatie;

Nieuw toegevoegd

13

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) e.

de inzage van documenten en toegang tot gegevens; f. het betreden van plaatsen, met uitzondering van woningen; g. het controleren of de jeugdhulpaanbieder de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het college naleeft; h. het ondersteuningsinhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie; i. het controleren of de individuele voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd. 3. De toezichthouder maakt zijn onderzoeksrapport actief openbaar en neemt daarbij de regels uit de Wet open overheid (Woo) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in acht. -

Artikel 3.1.15b Maatregelen bij onrechtmatigheid 1. Als uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat de ondersteuning niet conform de gestelde (kwaliteits-) eisen is geleverd of onrechtmatig is gedeclareerd dan handelt het college conform een vastgestelde handhavingslijn.

Nieuw toegevoegd

14

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) 2.

Bij de te nemen maatregelen worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: a. handhaven geschiedt op basis van risico’s; b. maatregelen zijn doelgericht, proportioneel en subsidiair; c. lichte maatregelen worden getroffen waar het kan en zware maatregelen waar nodig; d. handhaving is maatwerk waarbij iedere situatie apart wordt afgewogen; e. het belang van jeugdigen en zijn ouders staat voorop.

Participatiewet Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging / actie

Artikel 4.3.4 Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: a. € 467,00 voor een alleenstaande; b. € 596,00 voor een alleenstaande ouder; c. € 664,00 voor gehuwden

Actualisatie bedragen. De eerste verordening Individuele Inkomenstoeslag dateert uit 2015. Toen waren de bedragen € 350 voor een alleenstaande € 450 voor een alleenstaande ouder € 500 voor gehuwden.

…

De bedragen worden jaarlijks conform lid 4 geïndexeerd.

Individuele inkomenstoeslag Artikel 4.3.4 Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: a. € 384,00 voor een alleenstaande; b. € 492,00 voor een alleenstaande ouder; c. € 548,00 voor gehuwden.

… 4. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's.

4. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal

Met deze wijziging worden de vorige bedragen vervangen door de bedragen uit 2025. Dit is geen beleidsmatige wijziging

15

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's. Minimaregelingen -

Artikel 4.5.1 Definities e Inkomen: het inkomen zoals dat geldt voor de algemene bijstand artikel 32 van de Pw;

Artikel 4.5.1 Definities e. Inkomen: het inkomen zoals dat geldt voor de algemene bijstand artikel 32 van de Pw exclusief vakantietoeslag;

Toevoeging: ‘exclusief vakantietoeslag’. Verduidelijking en expliciet maken van de uitvoeringspraktijk. Dit is in lijn met de beleidsregel draagkracht bijzondere bijstand. Toevoegen van een definitie ter verduidelijking. De subleden h tot en met j worden vernummerd naar i tot en met k Verduidelijking van het vermogensbegrip. Moet overeenkomen met artikel 4.5.1. k Vermogen.

-

h. pasjaar: periode waarop de toekenning betrekking heeft en die van 1 juli tot en met 30 juni loopt.

Artikel 4.5.3 Doelgroep lid 1 sub c een vermogen hebben tot de geldende grenzen genoemd in het derde lid van artikel 34 van de Pw.

Artikel 4.5.3 Doelgroep lid 1 sub c een vermogen, als bedoeld in artikel 4.5.1, onder k, hebben tot de geldende grenzen genoemd in het derde lid van artikel 34 van de Pw.

lid 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, behoren personen van 18 jaar of ouder die in de schuldhulpverlening zitten ook de doelgroep, waarbij zij voor dezelfde vergoedingen in aanmerking komen als aanvrager met een inkomen tot 100% van de norm.

lid 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, behoren personen van 18 jaar of ouder die in de schuldhulpverlening zitten ook tot de doelgroep, waarbij zij voor dezelfde vergoedingen in aanmerking komen als aanvrager met een inkomen tot 100% van de norm.

Toevoeging ‘tot’ ter verduidelijking.

Artikel 4.5.4 Reikwijdte en voorwaarden lid 4 Het inkomen wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde inkomen van drie aaneengesloten maanden voorafgaand aan de aanvraag.

Artikel 4.5.4 Reikwijdte en voorwaarden lid 4 Het inkomen wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde inkomen van drie aaneengesloten maanden direct voorafgaand aan de aanvraag.

Toevoeging van ‘direct’ aan de aanvraag. Verduidelijking van de werkwijze.

16

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) Artikel 4.5.7 Doe mee-budget Volwassenen lid 2 Om in aanmerking te komen voor het Doe mee-budget Volwassenen dient de aanvrager 18 jaar of ouder te zijn.

Artikel 4.5.7 Doe mee-budget Volwassenen lid 2 Om in aanmerking te komen voor het Doe mee-budget Volwassenen dient de aanvrager op de peildatum 18 jaar of ouder te zijn.

Toevoeging ‘op de peildatum’. Verduidelijking van de werkwijze omdat gedurende het pasjaar het budget niet wijzigt/stapelt.

Artikel 4.5.8 Doe mee-budget Kinderen lid 2 Om in aanmerking te komen voor het Doe mee-budget Kinderen wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 4 jaar of ouder is maar jonger dan 12 jaar.

Artikel 4.5.8 Doe mee-budget Kinderen lid 2 Om in aanmerking te komen voor het Doe mee-budget Kinderen wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: 3. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 0 jaar of ouder is maar jonger dan 12 jaar.

Herstel van fout: leeftijd met 0 tot 12 jaar in plaats van 4 jaar.

Artikel 4.5.11 Computer/ tablet basisschool lid 4 Onverminderd het bepaalde in het derde lid is het mogelijk de ontvangen vergoeding verspreid over een periode te besteden.

Artikel 4.5.11 Computer/ tablet basisschool lid 4 Onverminderd het bepaalde in het derde lid kan de vergoeding gedurende de periode van vijf pasjaren verspreid besteed worden.

Verduidelijking van de werkwijze. Het hoeft niet in één keer besteed te worden.

Artikel 4.5.12 Computer/laptop middelbare school

Artikel 4.5.12 Computer/laptop jongere

lid 1 Het college kan een vergoeding verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer of een laptop die door middelbare scholen als noodzakelijk wordt geacht.

lid 1 Het college kan een vergoeding verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer of een laptop.

Verduidelijking van de regeling. Ook thuiszitters kunnen in aanmerking komen, of leerlingen op het Mbo in de leeftijdsgroep. Verduidelijking. De gemeente verstrekt de laptop aan de jongere in de leeftijdscategorie 12 tot 19 jaar. Dat is de uitvoeringspraktijk. Dit kunnen ook thuiszitters zijn, leerlingen Mbo of leerlingen op een school waar gewerkt wordt met laptopkarren op school (en die dus geen laptop vragen).

17

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) lid 4 Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager een vergoeding kan aanvragen is voor een laptop of computer: € 500,, tenzij: a. De aanvrager kan aantonen dat de school een laptop verplicht stelt die duurder is dan € 500,- dan kan er een vergoeding voor maximaal € 750,- worden toegekend; b. De laptop stuk gaat dan kan er voor maximaal € 250,- aan kosten voor reparatie of eigen risico worden toegekend.

lid 4 Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager een vergoeding kan aanvragen is voor een laptop of computer: € 500,-., tenzij de laptop stuk gaat, dan kan voor maximaal € 250,- aan kosten voor reparatie of eigen risico worden toegekend.

-

lid 5 De vergoeding hoeft niet in één keer besteed te worden.

lid 5 De vergoeding voor een computer of een laptop voor de middelbare school wordt toegekend per kind ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.

lid 6 De vergoeding voor een computer of een laptop wordt toegekend per kind ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.

Artikel 4.5.13 Collectieve ziektekostenverzekering

Artikel 4.5.13 Collectieve ziektekostenverzekering voor minima lid 1 Het college kan op aanvraag een tegemoetkoming in de kosten van de premie verstrekken zoals bedoeld in artikel 35 derde lid Pw via een collectieve ziektekostenverzekering van een zorgverzekeraar.

lid 1 Het college kan een korting op de ziektekostenverzekering verstrekken door middel van het aanbieden van een collectieve ziektekostenverzekering van een zorgverzekeraar.

Lid a wordt geschrapt. Het maximumbedrag blijft € 500,- blijft zoals ook geldt voor inburgering (onderwijsroute). De minimaregeling is gericht op de jongere. Middelbare scholen mogen ouders niet verplichten een laptop aan te schaffen en moet in eerste instantie zelf zorgen een alternatief conform de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (schoolkosten categorie3). Toevoegen aan het artikel zodat wanneer gekozen wordt voor een tweedehands laptop of refurbished laptop onder het maximumbedrag het ook mogelijk is om een muis of andere benodigdheden kan worden ingezet. Doornummering vanwege een nieuw lid 5. Daarnaast is ‘voor de middelbare school’ verwijderd omdat het gaat om een vergoeding van een computer of laptop aan een jongere. Actualisering van de naam Verduidelijken van de werkwijze en de grondslag. In afwijking van de andere regelingen die in dit hoofdstuk worden genoemd, is de grondslag voor deze regeling de Participatiewet. Het is een vorm van categoriale bijzondere bijstand.

18

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) lid 2 Om hiervoor in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager heeft geen achterstanden bij de huidige zorgverzekering; en b. de aanvrager of diens partner sluit met de zorgverzekeraar, bedoeld in het eerste lid, een overeenkomst voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet ;en c. het te verzekeren pakket komt overeen met de eisen die het college aan een collectieve zorgverzekering voor minima stelt. lid 5 sub b een vermogen heeft boven de van toepassing zijnde vermogensgrens, bedoeld in artikel 4.5.3, eerste lid, sub c Artikel 4.5.14 Huiswerkbegeleiding

lid 2 Om hiervoor in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager heeft geen achterstanden bij de huidige zorgverzekering; en b. de aanvrager of diens partner sluit met de zorgverzekeraar, bedoeld in het eerste lid, een overeenkomst voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet. lid 5 sub b een vermogen heeft boven de van toepassing zijnde vermogensgrens, bedoeld in het derde lid van artikel 34 van de Pw -

Artikel 4.5.14a Compensatie meerkosten chronisch zieken en gehandicapten lid 1 Het college kan een vergoeding toekennen voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten die de aanvrager met een chronische ziekte of handicap maken als:

Artikel 4.5.14a Compensatie meerkosten chronisch zieken en gehandicapten lid 1 Het college kan op aanvraag een vergoeding toekennen voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten die de inwoner met een chronische ziekte of handicap maken als:

lid 1 sub a ii beschikt over een geldige CIZ-indicatie of een geldige gehandicaptenparkeerkaart

lid 1 sub a ii beschikt over een geldige gehandicaptenparkeerkaart

lid 2 De vergoeding die aan de aanvrager per aanvraagperiode kan worden toegekend bedraagt € 200,00.

lid 2 De vergoeding die aan de aanvrager per pasjaar kan worden toegekend bedraagt € 200,00.

Schrappen van sub c omdat het niets toevoegt. De gemeentepolis bevat pakketten die voldoen aan de eisen die het college stelt.

Juiste verwijzing aanduiden.

Schrappen van het artikel. Het wordt in de praktijk niet aangevraagd. We investeren in een collectieve voorziening Huiswerk Plus door Stichting Veens Welzijn en het is lastig te beoordelen door BMR waarom dat niet passend zou zijn, zoals nu bepaald in lid 2. Verduidelijking door ‘aanvrager’ te vervangen door ‘inwoner’

Schrappen van CIZ-indicatie omdat dit hetzelfde is als wat genoemd wordt in i, namelijk een Wlz indicatie. Verduidelijking door ‘aanvraagperiode’ te vervangen door ‘pasjaar’.

19

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) AFSTEMMING Artikel 4.7.13 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Pw wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. 2. De verlaging wordt vastgesteld op: a. bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00: geen verlaging; b. bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.500,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 6 maanden; c. bij een benadelingsbedrag van € 2.500,00 tot € 5000,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 9 maanden; d. bij een benadelingsbedrag van € 5000,00 tot € 12.500,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 12 maanden; e. bij een benadelingsbedrag van € 12.500,00 tot € 50.000,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 18 maanden; f. bij een benadelingsbedrag van € 50.000,00 of meer: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 24 maanden. 3. Een verlaging van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand wordt opgelegd indien er sprake is van: a. geen of te late aanvraag doen voor een voorliggende voorziening; b. het niet nakomen van de verplichting tot het instellen van een alimentatievordering; c. door eigen toedoen niet behouden van betaalde arbeid; 4.

Indien aan de belanghebbende bijzondere bijstand is verleend voor het vrijwillige eigen risico in de zorgverzekering, wordt een verlaging opgelegd ter hoogte van 100 procent over de daarvoor verleende bijzondere bijstand wegens het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.

Artikel 4.7.13 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1. Wanneer er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Pw wordt de uitkering verlaagd. 2. Wanneer sprake is van onverantwoord interen van vermogen dan wordt de verlaging als volgt afgestemd op het benadelingsbedrag: a. bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00: geen verlaging; b. bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.500,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 6 maanden; c. bij een benadelingsbedrag van € 2.500,00 tot € 5000,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 9 maanden; d. bij een benadelingsbedrag van € 5000,00 tot € 12.500,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 12 maanden; e. bij een benadelingsbedrag van € 12.500,00 tot € 50.000,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 18 maanden; f. bij een benadelingsbedrag van € 50.000,00 of meer: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 24 maanden. 3. Een verlaging van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand wordt opgelegd wanneer er sprake is van:

De aanpassing betreft een technische aanpassing omdat de tekst in deze paragraaf waar het over tekortschietend besef van verantwoordelijkheid niet correct bleek te zijn. Hierdoor was het niet mogelijk om bij sommige maatregelwaardige gedragingen de bijstand te verlagen. Door deze wijziging (reparatie) is dit nu wel mogelijk.

20

WAS-WORDT TABEL- Integrale verordening Sociaal Domein (versie 25-2) a.

geen of te late aanvraag doen voor een voorliggende voorziening; b. het niet nakomen van de verplichting tot het instellen van een alimentatievordering; c. door eigen toedoen niet behouden van betaalde arbeid; d. een loonsanctie 4. vervalt.

Vervalt Dit bleek een dode letter. In de praktijk wordt geen bijzondere bijstand verleend voor het vrijwillige extra risico. Het “terughalen” van deze bijzondere bijstand via afstemming is dan ook niet nodig. Als betrokkene een verhoogd eigen risico moet betalen, kan betrokkene met de zorgverzekeraar een betalingsregeling afspreken. Daarnaast kennen we in Veenendaal ook Stichting Urgente Noden.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15588242/1