CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Visie bedrijventerreinen 2021-2040 - visie bedrijventerreinen 2021-2040

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Visie Bedrijventerreinen 2021- 204014.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Visie bedrijventerreinen

Beleidskader Wmo Veenendaal 2016-2019

Veenendaal 2021 - 20 40

Oktober 2021

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Inhoudsopgave Inleiding 3 Beleidskader 4 Situering en kenmerken van de bedrijventerreinen

7

Trends en ontwikkelingen op werklocaties

13

Bevindingen brainstormsessies en enquête

15

Stip op de horizon 2040

17

Ambities en actiepunten 21 Conclusies en aanbevelingen

25

Bijlagen 27 Situering bedrijventerreinen Veenendaal Besprekingsverslag Samenvatting uitkomsten enquête Notitie ruimte voor banen in Veenendaal Notitie ruimtebehoefte Hittestress kaarten

2

Conclusies

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Inleiding Aanleiding en doel van de visie De bedrijventerreinen zijn van groot belang voor het vestigingsklimaat en de arbeidsmarkt in Veenendaal. Het zijn broedplaatsen voor innovatie, ondernemerschap en werkgelegenheid. Dat blijkt ook uit de hoge mate van arbeidsplaatsen op de terreinen in Veenendaal. De terreinen zorgen voor 56% van de werkgelegenheid, terwijl dit landelijk op 30% ligt . Het is belangrijk dat de bedrijventerreinen zodanig zijn ingericht dat bedrijven er goed kunnen ondernemen, nu en in de toekomst. Er liggen op de bedrijventerreinen grote opgaven ten aanzien van energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en arbeidsintensiviteit. Tegelijkertijd sluit de ruimtelijke opzet van bestaande bedrijventerreinen en bedrijvigheid niet altijd aan bij de hedendaagse en toekomstige vraag. Deze ontwikkelingen gaan samen met een beperkt ruimteaanbod in Veenendaal. De beperkte ruimte resulteert niet alleen in een druk op de vraag naar woonlocaties maar ook op de vraag naar werklocaties. Een bijkomend effect is dat de enorme vraag naar woningen ertoe heeft geleid dat de afgelopen jaren steeds meer ruimte vrij is gemaakt voor transformatie van werk- naar woonlocaties. Bedrijventerrein Het Ambacht is al deels getransformeerd van werken naar wonen en wordt komende jaren nog verder getransformeerd.

Komende jaren verdwijnen steeds meer bedrijfslocaties uit de woonomgeving, zoals onder andere de Ardagh fabriek. Deze locaties maken plaats voor woningbouw en beperken hiermee de mogelijkheid voor uitbreiding of verhuizing van bedrijven. Met de ambitie om voor iedere woning een arbeidsplaats te hebben, vastgelegd in de Omgevingsvisie en in de Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, betekent dit een extra druk op de toch al schaarse bestaande en nieuw uit te geven bedrijfslocaties.

Aanpak en leeswijzer De doelstellingen ten aanzien van energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en arbeidsintensiviteit in combinatie met de beperkende factor ruimte vragen om een aandachtige analyse van de bedrijventerreinen en haar gebruikers. Om de groeiende bevolking ook in de toekomst een kwalitatief goede werklocatie te kunnen bieden in de snel veranderende wereld is het nodig om nu al na te denken over de toekomst. Afgelopen perioden zijn verschillende nationale, provinciale, regionale en lokale beleidsstukken opgesteld over bovenstaande ontwikkelingen. Als lokale overheid is Veenendaal gebonden aan hogere wetgeving en daarom fungeren deze beleidsstukken als leidraad voor deze visie. Deze visie borduurt daarom voort op de nationale, provinciale en regionale kaders. Daarnaast zijn in de vastgestelde Omgevingsvisie van Veenendaal de ambities tot 2030 opgenomen en wordt de wens uitgesproken deze ambities verder uit te werken.

Deze visie bestaat uit 8 hoofdstukken. In dit eerste hoofdstuk zijn de aanleiding en het doel van de visie beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een toelichting op de verschillende beleidskaders van Veenendaal. Hoofdstuk 3 beschrijft de situering en de kenmerken van de bedrijventerreinen in Veenendaal. Hoofdstuk 4 geeft een beeld van de trends en ontwikkelingen. Hoofdstuk 5 beschrijft de uitkomsten van de brainstromsessie met de BOV en het parkmanagement plus de resultaten uit de enquête onder gebruikers van de terreinen. In hoofdstuk 6 worden de stip op de horizon voor 2040 beschreven. Hoofdstuk 7 bevat de ambities en actiepunten voor de komende jaren en ten slotte wordt in hoofdstuk 8 conclusies en aanbevelingen genoemd.

Ondanks de benaming ‘visie’ kenmerkt deze visie zich dan ook meer als een visie met een programmatische aanpak. De ambities uit de verschillende beleidsdocumenten hebben impact op de bedrijventerreinen. Gezorgd moet worden dat er concrete actieplannen worden gemaakt om te zorgen dat de bedrijfslocaties in Veenendaal zich verder ontwikkelen tot toekomstbestendige bedrijventerreinen en dat ruimte wordt gevonden om de bedrijven te kunnen (her)huisvesten. De doelstelling van deze visie is om een stip op de horizon te zetten voor de bedrijventerreinen in 2040 en in samenwerking met het bedrijfsleven hier naartoe te werken door een aantal concrete actiepunten te formuleren tot de periode tot 2030.

1

Lisa nieuws, jaargang 24, mei 2019. https://lisa.nl/include/nl/lisanieuws/pdf/lisa-

nieuws36.pdf

3

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Beleidskader Inleiding De dynamiek rond ruimtelijke vraagstukken is groot. Gestimuleerd door de Nationale Omgevingsvisie wordt gewerkt aan integrale, regionale en lokale kaders om alle sectorale ruimtevragen een plek te kunnen geven. Dit hoofdstuk geeft een weergave van de verschillende provinciale, regionale en lokale beleidsstukken die daarmee het beleidskader vormt voor de gemeente Veenendaal. Dit beleidskader fungeert als leidraad in het uit te voeren beleid en vormt daarmee de basis voor het huidige maar ook toekomstige reilen en zeilen binnen en buiten de gemeente. Hiermee heeft het beleidskader invloed op de verschillende ontwikkelingen, waaronder zaken als inrichting, verduurzaming en arbeidsintensiviteit. Om deze redenen is het beleidskader van belang om een goed advies uit te kunnen brengen met betrekking tot de toekomst van de bedrijventerreinen.

Provinciaal beleid Op provinciaal niveau is naast de Ontwerp Omgevingsvisie en Ontwerp Omgevingsverordening ook het kader voor regionale programmering wonen en werken provincie Utrecht vastgesteld. De provincie Utrecht heeft gekozen voor een nieuwe systematiek voor woon- en werklocaties. Doel is om te komen tot een meer flexibele programmering en kortere doorlooptijd van de benodigde planologische processen. Hiervoor wordt door de Utrechtse gemeenten (Renswoude, Rhenen en Veenendaal) samen met de provincie Utrecht een regionaal programma wonen en werken opgesteld. Het is een instrument om te kunnen sturen op voldoende plancapaciteit voor wonen en werken op regionaal niveau en te komen tot realisatie van de gewenste typen woningen en bedrijfshuisvesting.

Daarnaast zijn in dit beleidsdocument ook de kwalitatieve opgaven voor de Utrechtse gemeenten vastgelegd. Het regionaal programma wonen en werken provincie Utrecht (RP) is adaptief. Dat wil zeggen dat het een groeimodel is dat steeds verder wordt aangescherpt en aangevuld. Door deze adaptieve werkwijze kan de programmering goed aan blijven sluiten op regionale trajecten. Door regio Foodvalley is een Regionale Ruimtelijke Verkenning opgesteld die de behoeften en prognoses in beeld heeft gebracht. Deze is op 16 september door de gemeenteraad vastgesteld. Verder wordt, samen met de regio Arnhem-Nijmegen, gewerkt aan een Verstedelijkingsstrategie. Deze beschrijft waar op de korte (2025), middellang (2030) en lange termijn (2040) de extra woon- en werklocaties een plek kunnen krijgen. Dit wordt gekoppeld aan andere belangrijke opgaven zoals verduurzaming van economie, bereikbaarheid, kwaliteit van de leefomgeving, natuurversterking (stikstofopgave), energietransitie en klimaatadaptatie. Op 25 mei 2021 is het eerste regionale programma vastgesteld door het college van gedeputeerde staten. De concept-Verstedelijkingsstrategie Arnhem/Nijmegen/Regio Foodvalley is in het derde kwartaal 2021 behandeld door de gemeentebesturen.

De definitieve verstedelijkingsstrategie wordt tijdens het bestuurlijk overleg over het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO-MIRT) vastgesteld. Hierbij is nog geen zicht op gebieden waar voor Veenendaal uitbreidingsmogelijkheden zijn. Wel wordt het gebied rondom De Klomp (gemeente Ede) aangewezen als verkenningsgebied.

4

Regionaal beleid Naast bovengenoemd RP, opgesteld door de Utrechtse regiogemeenten Foodvalley en de provincie Utrecht, wordt gewerkt aan de actualisaties van de Visie Werklocaties Foodvalley 2017-2025 en de Regionale Programma Werklocaties (RPW) Foodvalley 2017-2020. Hierbij zijn alle regiogemeenten in Foodvalley betrokken en de provincies Gelderland en Utrecht. In tegenstelling tot deze eerdere documenten zullen de geactualiseerde visie en afsprakenkader naast kwantitatieve doelstellingen ook meer inhoud geven aan kwalitatieve doelstellingen. Hierin is onder andere vastgesteld dat er een regionaal uitgiftebeleid wordt opgesteld waarin de verschillende gemeenten in de regio afspraken maken over het gezamenlijk uitgeven van nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Deze documenten worden in het vierde kwartaal van 2021 vastgesteld door de gemeenteraden van de Foodvalley gemeenten. In 2019 is de Kantorenvisie regio Foodvalley vastgesteld. Hierin zijn afspraken vastgelegd dat nieuwe initiatieven voor het ontwikkelen van kantoorruimte geconcentreerd zullen worden in zogenoemde ‘groeimilieus’. Waar in Foodvalley al centrummilieus en campusmilieus zijn, is de verwachting dat zich in Foodvalley in de toekomst ook OV-knooppuntmilieus ontwikkelen. Daarnaast heeft regio Foodvalley als doel om in 2025 energieneutraal te zijn.

De mogelijkheden worden onderzocht om binnen de regio energie op te wekken uit zon en wind en om uiteindelijk van het aardgas af te gaan. In de Regionale Energiestrategie (RES) wordt binnen de regio onderzocht hoe de doelstelling gehaald kan worden en wat hiervoor benodigd is. Voor Veenendaal is het programma Energieneutraal Veenendaal een belangrijk programma wat hiermee verband houdt.

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Beleidskader Lokaal beleid Voor de bedrijventerreinen is de komst van de gemeentelijke omgevingsvisie één van de belangrijkste beleidsdocumenten als het gaat over de inrichting en het gebruik van de ruimte. Naast de omgevingsvisie heeft ook het programma Energie Neutraal Veenendaal een grote invloed op de bedrijventerreinen en haar gebruikers. Hieronder volgt een korte toelichting op deze twee onderwerpen. 1. Omgevingsvisie De gemeentelijke omgevingsvisie is naast het omgevingsplan en het omgevingsprogramma één van de instrumenten die voortkomt uit de omgevingswet. De omgevingsvisie bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Met de komst van de omgevingsvisie wordt de structuurvisie en het sectorale beleid vervangen in een nieuw document. De bundeling van wetgeving zorgt voor minder regels en een duidelijker overzicht van regels. Aan de hand van de uitgangspunten van de omgevingsvisie worden nieuwe plannen getoetst. De Omgevingsvisie Veenendaal 2030 gaat uit van drie centrale principes waaraan plannen worden getoetst. Dit zijn de principes Gezond, Duurzaam en Veilig. Deze drie principes gaan gelijk op en vormen de drie pijlers voor toekomstige ontwikkelingen. De gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier. Dit is een groene leefomgeving met voldoende ruimte om te kunnen werken, wonen en recreëren.

Hierbij valt te denken aan een ruimtelijke inrichting die bijdraagt aan beweging, sociale veiligheid maar ook de aanwezigheid van groen en water.

In de omgevingsvisie wordt benoemd dat de grootste uitdagingen liggen op het gebied van energietransitie en klimaatverandering. De doelstelling om in 2050 een energieneutrale gemeente te zijn is complex als je het gegeven van de beperkte ruimte meeneemt. Dit heeft dus gevolgen voor het gebruik van de beperkte ruimte maar ook voor de manier van bouwen. Over de beperkte ruimte is het uitgangspunt van de omgevingsvisie dat de werkgelegenheid gelijke tred houdt met de bevolkingsgroei wat naast een kwalitatieve uitbreiding vooral ook een kwantitatieve uitbreiding van de arbeidsplaatsen en daarmee bedrijventerreinen vereist. Het uitgangspunt is om voor iedere woning een arbeidsplaats te hebben.

Een belangrijk aspect uit de omgevingsvisie voor de toekomst van de bedrijventerreinen is ‘het juiste gebouw op de juiste plek’. Hieronder wordt niet enkel het bouwen verstaan, maar ruimtelijke ontwikkelingen in de breedste zin van het woord. Denk bijvoorbeeld aan het (her)inrichten van de openbare ruimte, wegen, groen en percelen rondom gebouwen. Dit heeft uiteraard gevolgen voor zaken als klimaatadaptatie, mobiliteit, soorten bouwwerken en bedrijvigheid. In de omgevingsvisie wordt specifiek ingegaan op het thema economie, waarin een aantal uitgangspunten wordt geformuleerd. In tabel 1 zijn de doelstellingen uit de omgevingsvisie, die betrekking hebben op de bedrijventerreinen, samengevat.

Tabel 1: Doelstellingen uit omgevingsvisie Handhaven bedrijvigheid en arbeidsintensieve bedrijven

Stimuleren duurzame en circulaire bedrijvigheid

Optimaal ruimtegebruik door intensiveren en herstructureren

Voorkeur voor arbeids- en kennisintensieve bedrijvigheid. Extensieve bedrijven passen hier dus niet bij.

We zorgen voor optimale fietsverbindingen naar de bedrijventerreinen vanuit Veenendaal en de omliggende gemeenten.

Ruimte voor kleinere zelfstandige units, in duurzame, moderne, lichte gebouwen, op bedrijventerreinen, bij treinstations.

Voorkeur voor innovatieve ondernemers die duurzaam produceren.

We maken ruimte voor meer groen en water om de hittestress tegen te gaan.

Stimuleren herstructurering en intensivering van bebouwing op bestaande bedrijventerreinen.

Clustering van ICT bedrijven in de vorm van een ICT Campus.

Nieuwe bedrijfsvestigingen stimuleren om bedrijfsvoering aardgasvrij in te richten. Stimuleren optimale benutting van bedrijfsdaken voor zonne-energie.

Focus op opsplitsen van bestaande grote kantoorlocaties in kleinere units en intensivering van de werkgelegenheid.

5

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Beleidskader 2. Programma Energieneutraal Veenendaal In het Programma Energieneutraal Veenendaal 2017-2021 zijn de doelen vastgelegd die de gemeente Veenendaal wil realiseren op het gebied van energietransitie. Het programma bestaat uit een aantal ‘pijlers’, met verschillende doelgebieden voor energietransitie. Zo is voor de pijler ‘werken’ een doel vastgelegd om in 2021 15% energie te besparen ten opzichte van 2014, en om minstens 5% duurzaam op te wekken. Ook voor mobiliteit zijn er doelstellingen die om extra inzet vragen van het bedrijfsleven.

Schematische weergave van de beleidskaders op verschillende bestuurlijke niveaus

Om deze doelen te kunnen realiseren, is samenwerking tussen de gemeente en andere belanghebbenden erg belangrijk. De Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal (BOV) is een belangrijke partner om de doelen van het programma te realiseren. Dit blijkt uit een viertal geslaagde projecten voor zon op bedrijfsdaken, de realisatie van een energieconvenant en het gezamenlijk stimuleren van elektrische- en waterstofmobiliteit Richting de toekomst gaat het landelijke Klimaatakkoord een steeds grotere rol spelen. Vanuit de Transitievisie Warmte ligt de uitdaging voor bedrijven om in 2050 geen aardgas meer te gebruiken. Zoals zojuist toegelicht bij het regionale beleid heeft de RES met haar onderzoek naar mogelijkheden voor opwekken van duurzame energie een belangrijke functie voor het programma Energieneutraal Veenendaal. De RES vraagt om een stevige inzet op zon op bedrijfsdaken, vergaande energiebesparing en meer energieopslag. De komende jaren zullen bedrijven hier steeds meer van gaan merken.

6

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Situering en kenmerken van de bedrijventerreinen Inleiding Nu de beleidskaders in hoofdstuk 2 zijn toegelicht, worden in dit hoofdstuk de situering en kenmerken per bedrijventerrein beschreven. Per bedrijventerrein wordt in een tabel de sterke, zwakte, kansen en bedreigingen samengevat. Tezamen met de geldende beleidskaders vormt de huidige situering het vertrekpunt voor het toekomstig functioneren en inrichting van de bedrijventerreinen. Bijlage 1 geeft een goed beeld van de situering van de bedrijventerreinen in Veenendaal.

Ambacht/Nijverkamp Hoewel het Ambacht-Nijverkamp vaak in één adem wordt genoemd zijn het twee bedrijventerreinen die gezamenlijk een gecombineerd bedrijventerrein vormen. Het gecombineerde bedrijventerrein is zuidelijk in Veenendaal gesitueerd en wordt gescheiden door de rondweg-Oost (zie bijlage 1). Op het bedrijventerrein de Nijverkamp is milieucategorie 5 van toepassing, de maximale milieucategorie. Bedrijventerreinen met een hogere milieucategorie zijn in regio Foodvalley relatief schaars, waarmee de Nijverkamp door het bedrijfsleven de stempel heeft gekregen van ‘terrein om zuinig op te zijn’. Er is een hoge mate van productie/industrie gevestigd met een relatief grotere ruimtevraag ten opzichte van de andere bedrijvigheid in Veenendaal. Het bedrijventerrein kenmerkt zich door een aantal zeer grote loodsen van onder andere staalhandel en constructiebedrijven. Een groot gedeelte van het Ambacht is al getransformeerd naar woningen en de wens bestaat om het gebied tussen de Kerkewijk en de Groeneveldselaan verder te transformeren tot woongebied. Dit betekent dat een groot deel van het Ambacht vervalt en slechts het deel tussen de Groeneveldselaan en de Rondweg-Oost behouden blijft als bedrijventerrein (zie bijlage 1).

Om hier woningbouw te kunnen realiseren zal een groot deel van de gevestigde ondernemingen moeten verhuizen of hun activiteiten moeten stoppen. Hoewel de planvorming voor dit gebied al in gang is, blijkt het lastig om de ontwikkelingen te versnellen zolang de gevestigde ondernemingen geen huisvestingsalternatieven hebben. Voor de Nijverkamp zijn geen concrete plannen. Her en der is hier een aantal woonfuncties te vinden. Het betreft met name van oudsher bedrijfswoningen die bedoeld waren voor de eigenaar of de opzichter van de bedrijven. Dit had een sociaal karakter om zo de veiligheid van het bedrijventerrein te waarborgen. Met de komst van camera’s en sensoren is de functie van een bedrijfswoning vaak niet meer nodig. Ook kunnen bedrijfswoningen de bedrijfsactiviteiten belemmeren in de omgeving. In de bestemmingsplannen is om deze redenen opgenomen dat nieuw te bouwen (bedrijfs)woningen niet meer zijn toegestaan. Vervanging van de bestaande (bedrijfs)woningen door sloop en nieuwbouw is wel toegestaan.

Situering hoogspanningstracé en natura 2000

7

Het Ambacht/Nijverkamp is het enige bedrijventerrein waarover een hoogspanningstracé loopt. Meer specifiek staan op de Nijverkamp een viertal hoogspanningsmasten (zie afbeelding 1 de gele nummers). Dit heeft als gevolg dat op bepaalde plekken rondom de hoogspanningskabels niet of beperkt gebouwd en verbouwd mag worden. Het Rijk heeft alleen voor tracés boven woonwijken geld beschikbaar gesteld om deze onder de grond te brengen. Dit betekent dat de vier hoogspanningsmasten op de Nijverkamp in tact blijven aangezien bekostiging door alleen gemeente onhaalbaar is. Het gebied De Blauwe Hel ligt ten noordoosten van de Nijverkamp. Dit deel van het Binnenveld is in 2014 aangewezen als Natura 2000-gebied (instandhouding en verbetering van de bijzondere natuur). Omdat dit beschermde natuurgebied een stikstofgevoelig gebied is, heeft de uitspraak van de Raad van State over het ongeldig verklaren van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) gevolgen voor de bedrijvigheid op de Nijverkamp. Bedrijven moeten aantonen dat de bedrijvigheid of nieuwbouwplannen geen significante nadelige effecten hebben voor het Natura-2000 gebied. Alle uitbreiding aan bedrijvigheid of nieuwbouw moet worden getoetst en bij eventuele extra uitstoot van stikstof moet dit elders in de bedrijfsvoering of op het bedrijventerrein worden gecompenseerd.

Op alle bedrijventerreinen is er sprake van hittestress door de relatief hoge mate van bebouwing en verstening. Dit geldt ook voor het Ambacht-Nijverkamp. Uit het overzichtskaartje in bijlage 6 wordt duidelijk dat de hoge mate asfalt en parkeerterrein tot hittestress leiden. De beperkte ruimte heeft tot gevolg dat er weinig ruimte overblijft voor groen, met hittestress en wateroverlast tot gevolg. Omdat het bedrijventerrein bij hevige regenval ook last heeft van wateroverlast door de hoge mate van verstening wordt het riool aan de Smalle Zijde en de Wageningselaan gerenoveerd en de capaciteit uitgebreid.

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Situering en kenmerken van de bedrijventerreinen

8

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Situering en kenmerken van de bedrijventerreinen Faktorij/De Vendel Faktorij/De Vendel is een gecombineerd bedrijventerrein ten noord/westen van Veenendaal. Wegens de ligging van het terrein langs de A12, ter hoogte van afslag 23, is het een goed ontsloten terrein met een zichtlocatie. De uitstroom van pendel legt geregeld een behoorlijke druk op de Rondweg-west.

Per april 2021 is het leegstandspercentage kantoren circa 7.5% in Veenendaal. Volgens gerenommeerde vastgoedadviseur Cushman & Wakefield zou de frictieleegstand voor kantoren 5% tot 7% moeten zijn. Dit betekent dat het leegstandspercentage tegen de geadviseerde norm van frictieleegstand aan schuurt voor een goed functionerende kantorenmarkt. Met de ambities voor Veenendaal als ICT-centrum van de regio is

De Faktorij is met milieucategorie 4 een terrein met bedrijvigheid en industrie. Recent heeft een grote uitbreiding plaatsgevonden van een logistiek bedrijf. Uit onderzoek van bureau Stec, in opdracht van de provincie Utrecht, blijkt dat dit bedrijventerrein de meeste potentie heeft om een flinke intensiveringsslag te maken. Dit is met onzekerheden omgeven en gebonden aan randvoorwaarden van financiering, kwalitatieve ambities en schuifruimte. De provincie Utrecht heeft dit bedrijventerrein aangewezen als pilot en zal, samen met de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU), de gemeente hierin ondersteunen. Een intensiveringsslag biedt wel kansen om gelijktijdig stappen te zetten richting aardgasreductie in 2030. De Vendel is het enige kantorenpark in Veenendaal en de bebouwing bestaat grotendeels uit kantoorpanden. De meeste kantoorpanden zien er representatief en kwalitatief goed uit. Het enige wat hier negatief in het oog springt zijn de honingraat kantoren. Deze panden zijn verouderd en niet meer van de huidige tijd. De laatste twee jaar zijn nog enkele kantoren nieuw gebouwd op een aantal braakliggende percelen in eigendom van beleggers. Deze kantoorpanden pasten nog in Het Provinciale Inpassingsplan Kantoren van de provincie Utrecht.

Hoewel momenteel geen ruimte meer is voor kantooruitbreiding zal Veenendaal zich hard maken voor versoepeling van het reeds vastgestelde Provinciale Inpassingsplan Kantoren, zodat de groei van de kantorenmarkt in Veenendaal niet verder door de provincie Utrecht wordt belemmerd. 9

aandacht benodigd voor voldoende kwalitatief aanbod van kantoren. De hittestress op de Faktorij/de Vendel is in vergelijking met de andere bedrijventerreinen lager. Dit komt door de hogere mate van groen op het bedrijventerrein waarmee zowel de hittestress als wateroverlast beperkt blijft. Toch blijkt uit het overzichtskaartje in bijlage 6 dat ook hier kansen liggen voor het verder terugdringen van hittestress.

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Situering en kenmerken van de bedrijventerreinen De Compagnie

De Compagnie-Oost

De Compagnie ligt in het noordelijk deel van Veenendaal, ten zuiden van de A12. De Compagnie stamt uit de jaren ’80 en ’90. Het is een gemengd bedrijventerrein met de omvang van de menselijke maat, zoals ooit uit de positionering van de verschillende bedrijventerreinen is gekomen.

De Compagnie-Oost is het bedrijventerrein ten oosten van de Compagnie en wordt van elkaar gescheiden door de Stationsstraat. De Compagnie-Oost staat bekend als een autoboulevard. Dit is in de jaren ’90 ontstaan vanwege de zichtlocatie langs de A12 en de vele vraag naar autoshowrooms van verschillende dealers. Het bedrijventerrein stamt uit de jaren ‘90 en is daarmee jonger dan de Compagnie. Naast de autoboulevard heeft dit bedrijventerrein ook een aantal woon/werkpercelen.

Vanwege de ligging langs de A12 is er een aantal kantoorpanden aan de rand van het bedrijventerrein gevestigd met zicht op de A12. Afgelopen jaren heeft dit terrein een beperkte revitalisering ondergaan. Het westelijk deel van de Compagnie stond vroeger bekend als chauffeurslocatie bij het wegrestaurant De Goudreinet. Deze heeft plaatsgemaakt voor Goya Oriëntal en meerdere foodketens zoals BugerKing, KFC en De Beren. Het wordt ook wel de foodcourt van Veenendaal genoemd. Uit het overzichtskaartje in bijlage 6 blijkt dat de hittestress op de Compagnie met name aan de westzijde is geconcentreerd rondom de parkeerterreinen bij de foodcourt.

Een uitdaging op dit bedrijventerrein is de beperkte ruimte voor parkeren op private terreinen. Dit is ontstaan in de periode dat er geen minimaal aantal parkeerplaatsen werd geëist bij start bouw maar een maximaal opgelegd aantal parkeerplaatsen. Het Rijk wilde bedrijven destijds stimuleren de medewerkers met het openbaar vervoer te laten komen. Dit is in de praktijk niet gelukt en met een aantal grote ICT-bedrijven in dit gebied is parkeren een groot probleem. Daarnaast worden vanwege de aard van het bedrijventerrein auto’s veelal in de openbare ruimte op de weg geparkeerd.

10

In de oksel van de A12/Oostelijke rondweg liggen plannen voor een ICT-Techcampus. Door Corona is dit ‘even’ on-hold gezet. Daarnaast is ook dit bedrijventerrein is door de provincie Utrecht opgenomen als pilot om de ambities voor intensivering van het ruimtegebruik te verkennen. Dit wordt samen met de OMU en de provincie Utrecht uitgewerkt. Hittestress neemt toe naarmate een terrein meer versteend en geasfalteerd is. Hoewel de Compagnie-Oost het thema autoboulevard heeft blijkt uit het overzichtskaartje dat de hittestress relatief meevalt. De concentratie van hittestress zit met name in de westzijde van het terrein.

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Situering en kenmerken van de bedrijventerreinen De Batterijen De Batterijen is een bedrijventerrein ten noorden van de A12. Dit is het meest recent ontwikkelde bedrijventerrein van Veenendaal, waarvan de eerste panden dateren uit de jaren ’00. Ook is op De Batterijen als eerste parkmanagement ingevoerd. Door een startbijdrage te innen, bij de grondverkoop ten behoeve van parkmanagement, kon er meer worden geïnvesteerd in onder andere groen. Dit blijkt ook wel uit het hoogste groenpercentage (49%) van alle bedrijventerreinen. Vanwege dit hoge groenpercentage blijkt ook dat de hittestress op dit bedrijventerrein relatief weinig problemen geeft. Het bedrijventerrein heeft ten tijde van de ontwikkeling het ICT-thema gekregen. De strook langs de A12 was bestemd voor de ontwikkelingen van hoogwaardige kantoorpanden geschikt voor ICT-ondernemingen. Met het ingaan van het Provinciaal Inpassingsplan van de provincie Utrecht was het op de betreffende strook langs de A12 niet meer mogelijk om kantoorpanden te bouwen. Om deze reden zijn op deze strook nu met name bedrijfshallen gerealiseerd. Momenteel wordt de hand gelegd aan de bouw van de laatste percelen langs de A12. Ondanks dat de plannen voor een bedrijventerrein met de focus op ICT-bedrijven niet volledig is gerealiseerd, kenmerkt het bedrijventerrein zich toch door het relatief hoge aantal ICT-bedrijven.

11

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Situering en kenmerken van de bedrijventerreinen Overzicht van kenmerken per bedrijventerrein In onderstaande tabel zijn de kenmerken en de statistische eigenschappen per bedrijventerrein samengevat. Uit dit overzicht blijkt uit Werkzame personen per km2 dat de Compagnie het hoogst scoort in het aantal werkzame

personen per vierkante kilometer gevolgd door Faktorij/De Vendel en De Batterijen. Dit kan verklaard worden door het relatieve hoge aantal kantoorvestigingen op deze bedrijventerreinen. Het absolute aantal bedrijfsvestigingen is het hoogst op de Ambacht/Nijverkamp, wat verklaarbaar is vanwege de relatief grote oppervlakte.

12

2

Opvallend is te zien dat de Compagnie opnieuw het hoogst scoort bij het aantal bedrijfsvestigingen per km2. Het Ambacht/Nijverkamp scoort het slechtst op het percentage groen. Van de 86 bedrijventerreinen in de provincie Utrecht eindigt het Ambacht/Nijverkamp op plek 85.

Relatief hoog aantal bewoners Ambacht vanwege eerdere transformatie bedrijventerrein naar wonen

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Trends en ontwikkelingen op werklocaties Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de trends en ontwikkelingen op werklocaties. Allereerst wordt de impact van corona op de Veense bedrijventerreinen uitgelicht en vervolgens de drie megatrends ‘Energietransitie, Circulaire economie, Digitalisering en E-commerce’. Er wordt afgesloten met het onderwerp functiemenging op werklocaties.

Impact van corona op werklocaties De effecten van de Coronacrisis op de economie zullen naar verwachting eind 2021 pas echt zichtbaar worden. Hoe dit uitpakt voor de landelijke en lokale economische ontwikkelingen is een voortdurend punt van aandacht. Er wordt rekening gehouden met een terugval in de werkgelegenheid en toename van werkloosheid. Hoelang dit duurt en hoe groot deze terugval is wordt continu gemonitord op basis van de beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. Waar een aantal bedrijfstakken zwaar getroffen worden, zoals de toeristische branche, horeca, detailhandel en leisure zijn er ook bedrijfstakken die een groei doormaken door de maatregelen, zoals digitale dienstverlening en de transportsector. Aan de andere kant is de vraag naar (horeca)personeel al weer stijgende bij de steeds verdere versoepelingen van de lockdown. Vooralsnog lijkt het er op dat de financiële hulppakketten en lage rente ervoor te zorgen dat extreme omzetterugval is voorkomen Uit zowel enquêtes, bedrijfsbezoeken als signalen vanuit het bedrijfsleven blijkt dat de meeste gevestigde bedrijven relatief weinig last hebben van Corona (met enkele uitzondering daargelaten). Er zijn zelfs geluiden dat het afgelopen jaar beter is gegaan dan afgelopen jaren.

Waar bedrijven in eerste instantie terughoudend waren in het doen van investeringen en verder uitrollen van de bedrijfsvoering bleek na een aantal maanden dat de te verwachtte terugval in vraag mee viel. De meeste bedrijven zijn daarom ook zeer positief gestemd.

Er is geen grote impact te verwachten op gebied van werkgelegenheid voor de bedrijven gevestigd op de bedrijventerreinen. Wat de effecten zullen zijn op kantoorpanden vanwege het thuiswerken is nog onduidelijk. De verwachting is dat thuiswerken meer gebruikelijk wordt en kantoren meer als ontmoetingsplekken functioneren. Een aantal vastgoedeigenaren heeft al laten weten dat zij hun kantoor grotendeels niet meer zullen gaan gebruiken. Anderen geven aan dat er toch behoefte is aan samenwerken op kantoren maar hiervoor ruimere kantoorruimtes nodig denken te hebben vanwege de mogelijke 1,5 meter samenleving. Het is nog te prematuur om hierover een definitieve uitspraak te doen.

Next Economy: drie megatrends Ontwikkelingen en innovaties volgen elkaar in de hedendaagse markt in hoog tempo op. Dit zorgt voor een nieuwe dynamiek in de locatiekeuze. Zaken als het gebruik van robots, digitale innovaties en ‘the internet of things’ leiden tot verhoogde productie, efficiëntie en flexibiliteit. Er wordt ook wel gesproken over de ‘vierde industriële revolutie’(industrie 4.0). Samenwerking en kennisuitwisseling zijn steeds belangrijker om innovatie te creëren. Hieronder een beschrijving van 3 prominente ontwikkelingen binnen ‘next economy’ die naar verwachting de grootste invloed op (de vraag naar) bedrijventerreinen gaan of kunnen hebben. 1. Energietransitie Energietransitie vormt één van de belangrijkste maatschappelijke opgaven. Het doel is fors te investeren in energiebesparing en schone, hernieuwbare energieopwekking en daarmee de uitstoot van CO2 (broeikasgassen) en andere vervuilende stoffen drastisch te verminderen. 13

Als uitvloeisel van het Klimaatakkoord is er een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld. Hierin wordt aangegeven waar en hoe het beste duurzame energie kan worden opgewekt, zoals ook beschreven in hoofdstuk 2. De toenemende investeringen van bedrijven in de energievoorziening, zoals gebruik van isolatie, maar ook duurzame energieopwekking leidt tot nieuw uitdagingen. Veel zaken zoals zonnepanelen en isoleren zijn zelfstandig op het eigen perceel te realiseren. Andere zaken als een zonneveld, warmtenet maar ook de capaciteit van het elektranet vragen om een collectieve aanpak. 2. Circulaire economie De circulaire economie gaat uit van een economisch systeem waarin de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen wordt gemaximaliseerd en waardevernietiging (en afval) wordt verminderd. Ondanks dat dit nog redelijk in de kinderschoenen staat zijn er steeds meer ondernemers die zien dat slimme circulaire businesscases kosten besparen en noodzakelijk zijn voor een volhoudbaar systeem. Afval en restwarmte is weer grondstof voor een ander. Dit vraagt een grote omslag in denken en samenwerken over de grenzen van het eigen bedrijf. Om hier vorm aan te geven is er in regio Foodvalley een samenwerkingsprogramma 2019-2022 gemaakt “Living Lab Circulair”. Dit is een grote proeftuin waar gewerkt wordt aan circulaire experimenten en innovaties.

Op termijn is kiezen voor circulaire werklocaties een optie via vestigingscriteria. Hiervoor dien je ruimtelijke kenmerken te creëren zoals bijvoorbeeld goede bereikbaarheid, nabijheid van leveranciers, afzetmarkten en (duurzame) energiebronnen.

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Trends en ontwikkelingen op werklocaties Functiemenging op werklocaties

3. Digitalisering: automatisering en robotisering, groei van smart industry & logistics en E-commerce In de productiesector en de logistiek nemen robots steeds meer (routine)werkzaamheden over. Dit is nodig om de productie en toegevoegde waarde te kunnen blijven verhogen en om (internationaal) concurrerend te blijven.

Functiemenging op werklocaties is het toevoegen van verschillende functies (zoals woon- en werkfuncties) op een werklocatie dat voorheen alleen bestemd was voor werkfuncties. Landelijk is hiervoor meer aandacht, omdat hierdoor een hogere intensiteit van binnenstedelijke ruimte kan worden gerealiseerd. Naast de noodzaak vanuit ruimtedruk kan succesvolle functiemenging leiden tot dynamische en aantrekkelijke gebieden om zowel in te wonen als te werken.

Met name in de bouwsector vindt er een grote verschuiving plaats naar steeds meer prefab-productie. Dit alles leidt tot de verdere opkomst en groei van smart industry & smart logistics. Dit betreft de koppeling van automatisering en gegevensuitwisseling aan industriële productie en logistieke processen via slimme sensoren, big data, internet of things en robots.

In het RP wonen en werken is opgenomen dat functiemenging moet worden gestimuleerd in stedelijk gebied. Daarnaast is ook opgenomen dat op sommige locaties bewust geen functiemenging gewenst is, als dit overige bedrijvigheid hindert of als het een ongewenste vervangingsvraag met zich meebrengt.

E-commerce is de verzamelnaam voor online handel, wat in de praktijk neerkomt op verkoop via webshops. Bij e-commerce gaan goederen vaker door een distributiecentrum. Deze markt zal de komende jaren door blijven groeien. Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat na de coronacrisis meer voorraden worden aangehouden door bedrijven waardoor de benodigde ruimte voor opslag en logistiek toeneemt.

In Veenendaal zou functiemenging van woningen tot gevolg hebben dat nog meer bedrijven moeten vertrekken om plaats te maken voor woningen. Dit leidt tot vervangingsvraag naar werklocaties en omdat Veenendaal geen grond meer heeft is in de omgevingsvisie opgenomen dat werklocaties, met uitzondering van bedrijventerrein Ambacht, volledig beschikbaar blijven voor bedrijvigheid. Functiemenging komt tegelijkertijd wel voor in andere vormen die leiden tot meervoudig ruimtegebruik. Zoals bijvoorbeeld zonnepanelen op daken, gezamenlijk gebruik van parkeerterreinen en het optoppen van bedrijfsgebouwen. Daarnaast heeft Veenendaal in het Actieplan Vitale Binnenstad 2.0 uitgesproken juist voor het centrum functiemenging te stimuleren om leegstand tegen te gaan en een levendig centrumgebied te creëren waarin wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd.

14

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Bevindingen brainstormsessies en enquête Inleiding Onder alle op de bedrijventerreinen gevestigde ondernemers, is een uitgebreide enquête uitgezet over de huidige en toekomstige ontwikkelingen in de bedrijfsvoering, het vastgoed en de omgeving. Hierop zijn ruim 100 reacties gekomen. Daarnaast heeft een tweetal brainstormsessies plaatsgevonden met het bestuur van de BOV en de parkmanager om de toekomst van de bedrijventerreinen te bespreken. De conceptversie van dit document is tevens voorgelegd aan het platform Ondernemend Veenendaal en de bestuurders van de coöperatieve verenigingen van alle bedrijventerreinen.

Algemene uitkomsten brainstormsessies en enquête Ruimte en vastgoed De bedrijven zijn over het algemeen tevreden met hun vestiging in Veenendaal. Ondernemers geven aan dat de centrale ligging en betaalbaarheid voor vestiging in Veenendaal belangrijke aspecten zijn. Uit de enquête komt duidelijk naar voren dat ruimte om te groeien een belangrijk onderwerp is voor ondernemers. Zowel uit de brainstormsessies als uit de enquête wordt de zorg uitgesproken over de groeimogelijkheden in Veenendaal vanwege een beperkt aanbod aan geschikte locaties en uitbreidingsruimte. De transformatie van Het Ambacht naar wonen zorgt voor een hogere druk op de beschikbare locaties en daarmee de prijzen. Hoewel circa 85% van de ondernemers aangeeft dat het huidige bedrijfspand nog voldoende ruimte biedt voor de bedrijfsvoering, verwacht de helft van hen binnen nu en vijf jaar te groeien in zowel de bedrijfsactiviteiten als medewerkers. Dit gaat naar schatting om ongeveer 20 ha bedrijventerrein. Aangegeven wordt dat de ondernemingen de voorkeur hebben om binnen Veenendaal te blijven.

Uit de enquête blijkt dat representatie van het pand belangrijk is en dat het wenselijk is dat in bepaalde gebieden in Veenendaal hier extra aandacht voor komt. Een deel vindt dat de panden toe zijn aan vernieuwing en een frissere uitstraling moeten krijgen om Veenendaal aantrekkelijk te houden. Hoewel meer dan de helft van de respondenten aangeeft dat dit een taak is voor de vastgoedeigenaren vindt toch ruim 40% dat de gemeente in samenwerking met vastgoedeigenaren zou moeten werken aan gebiedsherontwikkeling waarbij de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) kan participeren.

Verkeer, parkeren & OV De centrale ligging van Veenendaal aan de A12 wordt als belangrijke vestigingsfactor beschouwd en draagt positief bij aan het vestigingsklimaat in Veenendaal. De doorstroming van de op- en afritten richting de bedrijventerreinen fungeren over het algemeen goed. Aandachtspunt blijft de drukte op de Oostelijke rondweg N233. Deze drukte wordt als hinderlijk ervaren en de verbreding op termijn is zeer wenselijk. Als tweede grootste verkeersknelpunt komt de Rondweg-West in lijn met de doorstroming richting de Rijnbrug in Rhenen.

Duurzaamheid wordt gezien als een belangrijk speerpunt bij eventuele aanpak van panden en terreinen. Circa 40% van de ondernemers heeft de bedrijfsvoering verduurzaamd en werkt circulair. Ruim de helft heeft al LED-verlichting en ongeveer 30% wekt energie op via zonnepanelen en gebruikt elektrisch of hybride vervoer. Gasloos, vergroenen van het terrein en verduurzamen door middel van isoleren wordt door een klein deel van de ondernemers toegepast. Hoewel een deel van de ondernemers voornemens is komende jaren te investeren in verduurzaming van het vastgoed, blijkt dat het investeren in de representativiteit van het vastgoed de voorkeur heeft. De kansen voor duurzame energie liggen volgens de ondernemers met name bij investeren in zonnepanelen op bedrijfsdaken.

Ongeveer één derde van de ondernemers is ontevreden over het aantal parkeerplekken op de bedrijventerreinen en geeft aan dat parkeren geregeld een probleem vormt. Zowel geparkeerde vrachtauto’s als personenauto’s op de openbare weg resulteert in overlast en onveilige verkeerssituaties.

Ondernemers geven aan dat een aandachtspunt is dat huurders de verantwoordelijkheid voor investeringen in duurzame maatregelen en uitstraling van het pand neerleggen bij de pandeigenaar. Ook blijkt een groot deel aan te geven dat volledig van het gas af als lastig tot niet haalbaar wordt geacht . Daarnaast verwachten ondernemers dat de gemeente en de BOV een trekkersrol hebben op het gebied van verduurzaming en invulling aan de Transitievisie Warmte.

15

Driekwart van de ondernemers geeft aan dat zij hun auto willen parkeren bij eigen het pand en niet op een centrale parkeerplaats in de nabijheid. Ondernemers in Veenendaal zijn over het algemeen tevreden over het OV, maar zien graag dat de OV-bereikbaarheid van de bedrijventerreinen verbetert. Er wordt relatief weinig gebruik van gemaakt van het OV door ondernemers of het personeel.

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Bevindingen brainstormsessies en enquête Uitkomsten per bedrijventerrein Ambacht/Nijverkamp Door onttrekking van bedrijventerrein het Ambacht wordt door ondernemers en BOV gepleit voor extra bedrijfsruimte elders. De percelen langs de Oostelijke rondweg N233, tussen de Wageningselaan en de Smalle Zijde, worden gezien als interessante locaties om hoogbouw toe te staan en meer arbeidsintensieve bedrijven te huisvesten. Het overige deel van de Nijverkamp kan volgens het bedrijfsleven fungeren als bedrijventerrein waar de milieucategorie 5 gekoesterd moet worden en waar de wens bestaat voor een uitsterfconstructie voor woonfuncties. Er is behoefte om op individueel niveau panden op te knappen. Veel panden zijn gedateerd. Hoewel aanpak van hittestress, aanleg van nieuwe parkeerplaatsen en extra fietspaden wenselijk is, is dit volgens het bedrijfsleven enkel mogelijk in geval van gebiedsherontwikkeling. Het bedrijfsleven is teleurgesteld dat het Rijk geen cofinanciering biedt voor het ondergrondsbrengen van de drie hoogspanningsmasten boven de Nijverkamp. Dit zou volgens hen grote kansen bieden voor de verdere ontwikkeling van de Nijverkamp als bedrijventerrein. Faktorij/de Vendel De bedrijventerreinen Faktorij/de Vendel worden gezien als goed functionerende bedrijventerreinen met over het algemeen een nette uitstraling.

De aandacht in dit gebied ligt met name op een aantal specifieke panden die goede kans maken op herontwikkeling en op het stimuleren van vestiging van arbeidsintensieve bedrijvigheid. Ook verduurzaming van bestaande (kantoor-)panden biedt kansen.

De Compagnie De Compagnie heeft afgelopen jaren een revitalisering ondergaan. De parkeerdruk op dit bedrijventerrein is hoog en het bedrijfsleven zou de ontwikkeling van groene parkeerplaatsen, om hittestress tegen te gaan, interessant vinden. Daarnaast heeft het bedrijfsleven de wens om hogere bouw mogelijk te maken aan de randen. Aandachtspunt voor dit terrein is het activeren van vastgoedeigenaren op het onderhouden en verduurzamen van de panden. De Compagnie-Oost Het overgrote deel van de Compagnie-Oost is destijds ontwikkeld als autoboulevard. Het bedrijfsleven vindt clustering van sectoren op specifieke terreinen een goede ontwikkeling, maar vraagt aandacht voor de trend op het gebied van autobedrijven. Met het oog op de trends om auto’s rechtstreeks op te halen uit de haven, het steeds meer online kopen van auto’s en allerlei diensten digitaal aan te bieden (virtuele rondleiding door de showroom, video-presentaties van auto’s die te koop staan en de proefrit aan huis) is het goed om na te denken over de toekomst van de autoboulevard. Omdat de percelen op de Compagnie-Oost minder intensief bebouwd zijn vanwege de grote oppervlakten voor de buitenstalling van (tweedehands) auto’s biedt dit kansen voor intensivering van dit bedrijventerrein op termijn.

Het bedrijfsleven vindt de ontwikkeling van een ICT-Techcampus in de oksel tussen de A12 en de Oostelijke rondweg positief en ziet dit graag gerealiseerd worden. Ook voor dit gebied vraagt men aandacht voor de hoge parkeerdruk met bijbehorende problematiek.

16

De Batterijen De Batterijen wordt door het bedrijfsleven ervaren als een goed doordacht bedrijventerrein met uitzondering van de vestiging van een groot logistiek bedrijf. Deze veroorzaakt regelmatig overlast van vrachtwagens en personenauto’s in de openbare ruimte en op particulier terrein. Behalve een dringend verzoek tot een oplossing te komen van bovenbedoeld logistiek bedrijf zijn hier, volgens het bedrijfsleven, weinig andere ingrijpende veranderingen nodig. Over het algemeen wordt het wegvallen van de extra kantoormeters, door het Provinciaal Inpassingsplan, als gemiste kans ervaren voor de ambitie op het gebied van arbeidsintensieve bedrijvigheid en is het bedrijfsleven blij met de samenwerking en actieve lobby met de gemeente om hiertegen bezwaar te blijven maken. Ook wordt aangegeven dat op specifieke locaties kansen liggen om het terrein nog verder te vergroenen en te verduurzamen.

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Stip op de horizon 2040 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een ideaalbeeld geschetst van de richting waar zowel de lokale ondernemers als verschillende overheidsorganen in de toekomst met de Veenendaalse bedrijventerreinen naar toe willen. Omdat de toekomst regionaal moet worden bezien is het concept Verstedelijkingsstrategie leidend. Daarin wordt de richting bepaald hoe regio Foodvalley er in 2040 uit zou moeten komen te zien. Omdat het concept Verstedelijkingsstrategie belangrijk is en gevolgen heeft voor de ontwikkeling van de regio en Veenendaal, dient er een vertaalslag te worden gemaakt naar de lokale bedrijventerreinen. Belangrijke aspecten zijn hierbij de uitstraling en profilering van de bedrijventerreinen. Na het wensbeeld van de regio op basis van het concept Verstedelijkingsstrategie volgt een kort een wensbeeld van de Veenendaalse bedrijventerreinen in 2040.

Hoewel alle bouwstenen invloed hebben is de bouwsteen economie het meest richtinggevend voor de bedrijventerreinen. In de bouwsteen economie wordt ingezet op de volgende zaken: 1. Campus De wens is om campussen te ontwikkelen waar het bedrijfsleven en onderwijs met elkaar worden verbonden, zodat er milieus van innovatie en startups ontstaan. De focus ligt hierbij op de food-, health- en energysector, waarbij een ICT-cluster en een sterke dienstensector belangrijke onderdelen zijn om dit verder aan te jagen. Het doel is om kwalitatief hoogwaardige intensieve werklocaties te ontwikkelen met goede (internationale) verbindingen op het gebied van zowel mobiliteit als kennis.

2. Werklocaties Eén van de belangrijkste uitgangspunten van de verstedelijkingsstrategie is om tegenover iedere nieuw te bouwen woning een baan te hebben in de nieuwe economische clusters. Hierbij bestaat de wens om nieuwe woon- en werklocaties te gaan koppelen aan met name (OV-)infrastructuur. De woon- en werklocaties worden zoveel mogelijk gerealiseerd door binnenstedelijk te bouwen en te verdichten op goed bereikbare plekken. Het uitgangspunt van de verstedelijkingsstrategie is om slim om te gaan met de ruimtevraag naar bedrijventerreinen door goed te kijken naar wat de ontwikkeling oplevert voor de lokale werkgelegenheid en waarbij het uitgangspunt is het verknopen van de ‘oude en de nieuwe’ economie. Uit de provinciaal economische verkenning van Gelderland van 2018 blijkt dat zowel in regio FoodValley als in regio Arnhem-Nijmegen naast het grote aantal kennisbanen en banen in de zorg juist ook het aantal banen in de detailhandel, groothandel, bouw en metaal aanzienlijk is. Door de regio heen is het aantal laaggeschoolden ongeveer 20%.

Wensbeeld van de regio Concept Verstedelijkingsstrategie De regio Arnhem-Nijmegen-Foodvalley heeft de ambitie uitgesproken om door te groeien naar een Groene Metropool van internationale betekenis. Gezamenlijk hebben de twee regio’s alles in zich om zich te ontwikkelen als topregio in food, health en energy en in het logische verlengde daarvan als dé circulaire topregio van Nederland en van Europa met campusontwikkeling, logistieke hotspots en energieclusters. Een regio met een excellente leefomgeving waar het groen, gezond en schoon wonen en werken is nu en in de toekomst met een brede welvaart voor iedereen.

In de verstedelijkingsstrategie wordt daarom ook aandacht gevraagd voor het aanbod van praktisch geschoold werk in en nabij stedelijke woonomgevingen, om te voorkomen dat het menselijk kapitaal van de regio onbenut blijft en de tweedeling in de samenleving wordt vergroot. 3. Ruimtelijke toekomstvarianten Er worden drie toekomstvarianten uitgewerkt voor de regio Arnhem-Nijmegen, Foodvalley aan de hand van de twee uitersten ‘geconcentreerde stedelijke ontwikkeling’ en ‘regionale spreiding’. Daartussen valt de varianten ‘verstedelijking in/ rond economische polen’.

Het conceptdocument Verstedelijkingsstrategie regio Arnhem-Nijmegen Foodvalley hanteert de bouwstenen leefomgeving, economie, mobiliteit en wonen. 17

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Stip op de horizon 2040 Een stip op de horizon

Geconcentreerde stedelijke ontwikkeling De verstedelijking gebeurt geconcentreerd en de open ruimten tussen en rondom de stedelijke regio’s behouden hun openheid. In dit scenario worden Arnhem en Nijmegen de zwaartepunten in de regio qua wonen en werken. Goede verbindingen met de regio en daarbuiten zijn essentieel. Sterke groei in stedelijke gebieden vraagt extra aandacht voor de leefomgevingskwaliteit, waar het landschap van de Groene Metropool rondom deze gebieden aan bijdraagt.

Nu het wensbeeld van de regio, de beleidskaders en de huidige situering en stand van de bedrijventerreinen bekend zijn, wordt in deze paragraaf per thema het wensbeeld als stip op de horizon in 2040 geschetst van de bedrijventerreinen in Veenendaal. Intensiviteit Eén van de belangrijkste aspecten waar Veenendaal mee te kampen heeft en die ook in de beleidsdocumenten worden genoemd is intensiviteit van bebouwing. Het uitgangspunt voor de bedrijventerreinen in 2040 is om zoveel mogelijk gestapelde bebouwing te hebben op de bedrijventerreinen met minimaal 3 bouwlagen exclusief parkeergarages. Om de ruimte goed te benutten voor zowel bedrijvigheid als groen zal ondergronds geparkeerd moeten worden. Arbeidsextensieve bedrijven die veel ruimte in nemen en weinig werkplekken opleveren zullen in buitengebieden gehuisvest worden op nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Arbeidsintensieve bedrijven met relatief veel werkplekken per vierkante meter zullen op de huidige bedrijventerreinen gehuisvest worden waarbij het karakter vaak ligt bij kantoorfuncties.

Verstedelijking in/rond economische polen De regio als geheel zet in op drie economische topsectoren: Food, Health en Energy. Verstedelijking binnen dit scenario concentreert zich vooral rondom de brandpunten van deze topsectoren, waar innovatie en creativiteit in cultuur, technologie en maatschappij samenkomen. Als een polycentrisch model rondom Arnhem, Nijmegen en Ede-Wageningen zal de regio zich verder verstedelijken, waarbij onderlinge samenwerking en verbindingen tussen een aantal grote kernen binnen en buiten de regio versterkt worden. Het landschap van de Groene Metropool zal dienen om het vestigingsklimaat te versterken. Regionale spreiding Wanneer de woningbehoefte wordt ondergebracht door de capaciteit regionaal te spreiden, wordt ingezet op verdichting van de bestaande kernen en de ontwikkeling van nieuwe kernen. Daarbij is een goede bereikbaarheid van deze kernen en werklocaties van groot belang. Woonmilieus met een lagere dichtheid liggen voor de hand. Wonen in de Groene Metropool betekent in dit geval wonen in of nabij het landschap.

18

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Stip op de horizon 2040 Ontwikkelingen autobranche en brancheverbreding Zoals eerder in dit document vermeld is er een ontwikkeling gaande in de autobranche. De huidige autoboulevard aan de Compagnie-Oost zou hierdoor een andere invulling kunnen gaan krijgen. Dit zou een gelegenheid kunnen bieden om dit bedrijventerrein te intensiveren. Gelet op de ambities van Veenendaal en de ontwikkelingen in de markt waarbij duidelijk behoefte is aan kwalitatief hoogwaardige kantoorlocaties, kan dit terrein meer worden getransformeerd naar een kantorenpark. De zichtlocatie langs de A12, het nabij gelegen station Veenendaal-De Klomp en de uitbreiding van de ICT-Techcampus dragen bij aan de potentie van transformatie van dit terrein naar een kantorenpark. In de raadsvergadering van 10 mei 2021 is een tweetal moties aangenomen waarin wordt gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken naar de effecten van brancheverbreding van de bestemmingen voor detailhandel op bedrijventerreinen. Door Bureau Stedelijke Planning is een quickscan uitgevoerd om de mogelijkheden te onderzoeken in lijn met de Europese Dienstenrichtlijn, het PDV-GDV-beleid regio Foodvalley en het Detailhandelsbeleid Veenendaal. Primair is hierbij gefocust op brancheverruiming van een detailhandelsbestemming met tweewielerzaken.

Uit dit onderzoek blijkt dat tweewielerspeciaalzaken op een bedrijventerrein niet past binnen het bestaande provinciale, regionale en lokaal beleid. Het is mogelijk om voor concepten die in een grijs gebied van branchering vallen een beargumenteerde (eenmalige) uitzondering te maken op ruimtelijke relevante gronden. Deze optie zal echter wel afwijken van de gestelde ambities, de beleidslijn waarop afgelopen jaren lokaal en regionaal is ingezet en kan een precedentwerking creëren. Jurisprudentie geeft hier vooralsnog geen uitsluitsel over.

Het risico is daarmee zeer groot dat andere retailers en branches volgen, met alle negatieve gevolgen voor zowel de zorgvuldig opgebouwde detailhandelsstructuur als voor de bedrijventerreinen3. Een keuze hiervoor zal de potentie van het terrein naar transformatie van een kantorenpark in combinatie met een ICT-campus teniet doen. Daarnaast ligt er al een enorme druk op de bedrijventerreinen vanwege de tekorten en dit zal door toestaan van van detailhandel op de bedrijventerreinen alleen nog maar verder toenemen. Focus op campusontwikkeling Met het uitgangspunt van arbeidsintensieve bedrijvigheid zal sterk gefocust moeten worden op bedrijven die hier onder vallen. Voor Veenendaal betekent dit automatisch dat de focus op ICT-en techondernemingen (gerelateerd aan de food-sector) een belangrijke pijler is. De campusontwikkeling die in de verstedelijkingsstrategie wordt genoemd sluit hier goed bij aan. Het uitgangspunt is om in 2040 een cluster van ICT- en techbedrijven te hebben die nauw samenwerken met het onderwijs vanuit een ICT-Tech campus. Dit zorgt voor een milieu waarin startups en spinoffs ontstaan die zich in Veenendaal vestigen. Deze milieus zitten rondom de stationsgebieden zoals Veenendaal de Klomp waar in 2040 naast onderwijslocaties ook hoogwaardige kennisintensieve werklocaties worden ontwikkeld.

Mobiliteit Op het gebied van mobiliteit is het doel om in 2040 veelal elektrisch vervoer te hebben wat gebruik kan maken van goede laadinfrastructuur in iedere parkeergarage onder de panden of waterstof kan tanken bij een waterstoftankstation. Het is hierbij belangrijk dat er mobiliteitsnetwerken en hubs ontstaan die onderling goed met elkaar verbonden zijn. 19

Lokaal en regionaal zorgen snelfietspaden ervoor dat personeel en bewoners zich zeer gemakkelijk en veilig op de fiets kunnen verplaatsen. Vanuit de stations zijn er naast snelfietspaden ook snelle en goede OV-verbindingen richting de bedrijventerreinen. De gebieden rondom de stations en de bedrijventerreinen zijn goed ontsloten. In de regio is er een parkeerterrein voor het (lang) parkeren van vrachtwagens. Duurzaamheid Duurzaamheid is een breed begrip en één van de drie pijlers uit de omgevingsvisie. Hieronder wordt niet alleen duurzame bebouwing verstaan, maar ook duurzame bedrijvigheid, duurzame opwekking van energie en een klimaat adaptieve inrichting van de bedrijventerreinen. Het uitgangspunt in 2040 is daarom ook dat bedrijven zoveel mogelijk op een duurzame wijze produceren en reststromen worden gebruikt als grondstoffen. De bebouwing op de bedrijventerreinen is in 2040 energieneutraal waarbij de panden goed geïsoleerd zijn, geen gebruik maken meer van gas en waar mogelijk voorzien zijn van zonnepanelen om energie op te wekken. De bedrijventerreinen zijn in 2040 doorontwikkeld tot groene duurzame bedrijventerreinen. Dit betekent naast duurzame productie en panden dat er ook een groene inrichting is met veel bomen, groenperken en planten. Daarnaast zullen er ook groene wandelroutes zijn waar personeel in de pauze een wandeling kan maken.

Omdat de bouwintensiteit hoog zal zijn zullen panden ook deels verticaal groen bevatten en waar mogelijk gebruik worden gemaakt van sedumdaken om hittestress en wateroverlast zoveel mogelijk tegen te gaan.

3

Quickscan Effecten detailhandel op brancheverbreding bedrijventerreinen Gemeente Veenendaal

Inleiding

Beleidskader

Bedrijventerreinen

Trends

Bevindingen

Horizon 2040

Ambities

Conclusies

Stip op de horizon 2040 Voorzieningen De bedrijventerreinen zijn in 2040 niet alleen plekken om te werken maar vooral ook plekken om te ontmoeten. Dit betekent dat er naast de groene omgeving er voldoende voorzieningen zijn in zowel de openbare ruimte om te kunnen verblijven, wandelen en overleggen. Medewerkers en gasten hebben de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten in een groene en veilige omgeving waarbij een broodje gegeten kan worden, kinderen bij een kinderdagverblijf ondergebracht kunnen worden en langs een wandelroute op een bankje overlegd kan worden.

Ruimte Om zowel de groei van bestaande als nieuwe ondernemingen op te kunnen vangen is naast de intensiveringsslag ook meer ruimte nodig. Om aan de ambities van de verstedelijkingsstrategie te voldoen waarbij voor iedere woning een arbeidsplaats is gepland, zullen de bedrijventerreinen in 2040 uitgebreid moeten zijn met circa 46 hectare volgens de notitie Ruimte voor banen van de BOV (bijlage 4). Omdat Veenendaal vrijwel tot aan de grenzen vol zit betekent dit dat de behoefte aan extra werklocatie sin 2040 regionaal is opgelost en er binnen de regio ruimte is om de economie draaiend te blijven houden. In het regionale uitgiftebeleid voor nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen zal voor Veenendaal het gebied rondom Veenendaal als Rhenen, Renswoude en Ede belangrijk zijn. Grotere extensieve bedrijvigheid als transport zal naar verwachting rondom Barneveld landen.

20

Haalbaarheid Er wordt een romantisch beeld geschetst van de bedrijventerreinen en haar gebruikers in 2040. Hoewel we realistisch moeten zijn en ons moeten beseffen dat dit waarschijnlijk niet allemaal werkelijkheid wordt, is het wel een goed uitgangspunt om naartoe te werken. Het denkbeeld is gebaseerd op de verstedelijkingsstrategie, de verschillende beleidsdocumenten plus het beleidskader wat daaruit voort komt en geeft richting voor de toekomstige inrichting en functioneren van de bedrijventerreinen in Veenendaal. In het volgende hoofdstuk wordt middels concrete actiepunten een start gemaakt aan het werken richting het wensbeeld in 2040.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10808619/1