CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Verordening tot tweede wijziging integrale verordening SD Veenendaal - Was - Wordt tabel

Gemeenteraad 22 juni 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststellen Verordening tot de 2e wijziging integrale verordening sociaal domein Veenendaal1.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Was – wordt tabel Tweede wijziging integrale verordening sociaal domein Veenendaal Was Integrale verordening sociaal domein Veenendaal Artikel 4.5.2 Reikwijdte en doelstelling paragraaf 1. Deze paragraaf heeft tot doel: a. het vergroten van de kansen van de doelgroep om de spiraal van armoede te doorbreken; b. het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie bij de doelgroep; c. het voorkomen van sociale uitsluiting van de doelgroep; d. het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de doelgroep behoren; e. het tegengaan van onderverzekering op het gebied van ziektekostendekking van de doelgroep. 2. Er bestaat alleen recht op vergoedingen op basis van deze paragraaf voor: a. inwoners met een inkomen dat niet hoger is dan maximaal 120% van de norm; of b. inwoners die in de schuldhulpverlening zitten waarbij zij voor dezelfde vergoedingen in aanmerking komen als inwoners met de norm van 100% van het wettelijk minimum. 3. Het recht op vergoedingen kan aangevraagd worden gedurende de gehele aanvraagperiode. 4. Het recht op vergoedingen wordt vastgesteld voor de gehele aanvraagperiode. Dit recht kan enkel ten gunste van de aanvrager wijzigen indien zich wijzigingen voordoen in de huishoudsamenstelling of inkomen van de aanvrager. 5.

Het inkomen wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde inkomen van drie aaneengesloten maanden. Deze drie maanden bevinden zich in de periode van drie maanden voor de start van de aanvraagperiode tot en met het einde van de aanvraagperiode. 6. Bij vaststelling van het inkomen worden toegepast: a. de vermogenstoets, zoals omschreven in artikel 31 van de Pw, met uitzondering op het vermogen in de vorm van een eigen woning: deze wordt niet meegerekend, en b. de kostendelersnorm, zoals omschreven in de artikelen 19a en 22a van de Pw. 7. Er bestaat recht op een vergoeding als de leeftijd van de aanvrager voldoet aan de voorwaarden als gesteld bij de specifieke voorzieningen.

Wordt Tweede wijziging Integrale verordening sociaal domein Veenendaal Artikel 4.5.2 Reikwijdte en doelstelling paragraaf 1. Deze paragraaf heeft tot doel: a. het vergroten van de kansen van de doelgroep om de spiraal van armoede te doorbreken; b. het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie bij de doelgroep; c. het voorkomen van sociale uitsluiting van de doelgroep; d. het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de doelgroep behoren; e. het tegengaan van onderverzekering op het gebied van ziektekostendekking van de doelgroep. 2. Er bestaat alleen recht op vergoedingen op basis van deze paragraaf voor: a. inwoners met een inkomen dat niet hoger is dan maximaal 120% van de norm; of b. inwoners die in de schuldhulpverlening zitten waarbij zij voor dezelfde vergoedingen in aanmerking komen als inwoners met de norm van 100% van het wettelijk minimum. 3. Het recht op vergoedingen kan aangevraagd worden gedurende de gehele aanvraagperiode. 4. Het recht op vergoedingen wordt vastgesteld voor de gehele aanvraagperiode. Dit recht kan enkel ten gunste van de aanvrager wijzigen indien zich wijzigingen voordoen in de huishoudsamenstelling of inkomen van de aanvrager. 5. Het inkomen wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde inkomen van drie aaneengesloten maanden.

Deze drie maanden bevinden zich in de periode van zes maanden voor de start van de aanvraagperiode tot en met het einde van de aanvraagperiode. 6. Bij vaststelling van het inkomen worden toegepast: a. de vermogenstoets, zoals omschreven in artikel 31 van de Pw, met uitzondering op het vermogen in de vorm van een eigen woning: deze wordt niet meegerekend, en b. de kostendelersnorm, zoals omschreven in de artikelen 19a en 22a van de Pw. 7. Er bestaat recht op een vergoeding als de leeftijd van de aanvrager voldoet aan de voorwaarden als gesteld bij de specifieke voorzieningen.

8. Geen recht op een in deze paragraaf genoemde vergoeding heeft de aanvrager: a. die op het moment van aanvraag in detentie of een asielzoekerscentrum verblijft of studiefinanciering ontvangt met uitzondering van (alleenstaande) ouder(s) met studiefinanciering; of b. aan wie op grond van artikel 11 van de Pw geen bijstand kan worden verleend omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeling is. 9. Vergoedingen worden verstrekt in natura behoudens bij de collectieve ziektekostenverzekering waarbij de vergoeding ziet op een korting op de ziektekostenverzekering. 10. Bij een vergoeding mag altijd worden bijbetaald. Het betreft dan een tegemoetkoming in de kosten. 11. Het recht op een vergoeding kan niet meegenomen worden naar een volgende aanvraagperiode.

8. Geen recht op een in deze paragraaf genoemde vergoeding heeft de aanvrager: a. die op het moment van aanvraag in detentie of een asielzoekerscentrum verblijft of studiefinanciering ontvangt met uitzondering van (alleenstaande) ouder(s) met studiefinanciering; of b. aan wie op grond van artikel 11 van de Pw geen bijstand kan worden verleend omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeling is. 9. Vergoedingen worden verstrekt in natura behoudens bij de collectieve ziektekostenverzekering waarbij de vergoeding ziet op een korting op de ziektekostenverzekering. 10. Bij een vergoeding mag altijd worden bijbetaald. Het betreft dan een tegemoetkoming in de kosten. 11. Het recht op een vergoeding kan niet meegenomen worden naar een volgende aanvraagperiode.

Artikel 4.5.14a Compensatie meerkosten chronisch zieken en gehandicapten 1. Het college kan een vergoeding toekennen voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten die inwoners met een chronische ziekte of handicap maken als: a. de aanvrager 18 jaar of ouder is en: i.een voorziening ingevolge de Wmo heeft; ii.beschikt over een indicatie op grond van de Wmo of de Wet langdurige zorg; of iii.beschikt over een CIZ-indicatie of gehandicaptenparkeerkaart; b. de aanvrager een arbeidsongeschiktheidsuitkering, waaronder een WAO, WIA, WAZ of Wajong-uitkering ontvangt, of een uitkering op grond van de Pw, IOAW, of IOAZ met een ontheffing van de sollicitatieplicht op medische gronden; of c. de aanvrager kan aantonen chronisch ziek of gehandicapt te zijn waarbij dit in ieder geval kan worden aangetoond als men een bewijs heeft dat het volledig wettelijk Eigen Risico Ziektekostenverzekering is betaald. 2. De maximale vergoeding die aan de aanvrager per aanvraagperiode kan worden toegekend is € 200,00. 3. In afwijking op het gestelde in lid 2 bedraagt de vergoeding in de aanvraagperiode die loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023 : € 500,00. 4. Het tegoed voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten is een persoonlijke vergoeding welke aan elk lid van het huishouden dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in lid 1, toegekend kan worden

Artikel 4.5.14a Compensatie meerkosten chronisch zieken en gehandicapten 1. Het college kan een vergoeding toekennen voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten die inwoners met een chronische ziekte of handicap maken als: a. de aanvrager 18 jaar of ouder is en: i.een voorziening ingevolge de Wmo heeft; ii.beschikt over een indicatie op grond van de Wmo of de Wet langdurige zorg; of iii.beschikt over een CIZ-indicatie of gehandicaptenparkeerkaart; b. de aanvrager een arbeidsongeschiktheidsuitkering, waaronder een WAO, WIA, WAZ of Wajong-uitkering ontvangt, of een uitkering op grond van de Pw, IOAW, of IOAZ met een ontheffing van de sollicitatieplicht op medische gronden; of c. de aanvrager kan aantonen chronisch ziek of gehandicapt te zijn waarbij dit in ieder geval kan worden aangetoond als men een bewijs heeft dat het volledig wettelijk Eigen Risico Ziektekostenverzekering is betaald. 2. De maximale vergoeding die aan de aanvrager per aanvraagperiode kan worden toegekend is € 200,00. 3. In afwijking op het gestelde in lid 2 bedraagt de vergoeding in de aanvraagperiode die loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023 en in de aanvraagperiode die loopt van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 : € 500,-. 4. Het tegoed voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten is een persoonlijke vergoeding welke aan elk lid van

het huishouden dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in lid 1, toegekend kan worden Artikel 4.3.4 Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: a. € 378,00 voor een alleenstaande; b. € 485,00 voor een alleenstaande ouder; c. € 540,00 voor gehuwden. 2. Als een van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Pw, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3. Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. 4. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's.

Artikel 4.3.4 Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: a. € 384,00 voor een alleenstaande; b. € 492,00 voor een alleenstaande ouder; c. € 548,00 voor gehuwden. 2. Als een van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Pw, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3. Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. 4. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12797149/1