CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Technische vragen en antwoorden RV Aanbieden belastingverordeningen 2025

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Aanbieden belastingverordeningen 2025843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus

December 2024

Naam fractie:

ProVeenendaal, ChristenUnie

Onderwerp:

Raadsvoorstel Aanbieden belastingverordeningen 2025

ProVeenendaal In de verordening van de rioolheffing staat bij artikel 3 dat belasting geheven wordt bij eigenaren van welk willekeurig perceel dan ook: eigenaarsdeel. Echter, als we dan bij artikel 6 kijken (de tarieven) staat daar geen tarief voor het eigenaarsdeel van niet-woningen.

Vraag 1: Waarom is er geen tarief voor het eigenaarsdeel van niet-woningen? Als je kijkt naar de belastingplicht en het belastbaar feit in artikel 3, geldt dit inderdaad voor alle soorten objecten. Echter in artikel 6 staat alleen een tarief voor eigendommen die in hoofdzaak tot woning dienen. Er is dus geen tarief voor bedrijfspanden. En daarmee zijn eigenaren van bedrijfspanden niet belastingplichtig. Bij gebruikersheffing zijn wel twee tarieven opgenomen. Zie hieronder: Artikel 6 Belastingtarieven  1.Het eigenarendeel bedraagt per eigendom die in hoofdzaak tot woning dient € 70,20.  2.Het gebruikersdeel bedraagt per eigendom die: o a. in hoofdzaak tot woning dient € 35,16; o b. niet in hoofdzaak tot woning dient € 350,64. Dit komt overeen met de modelverordening riool van de VNG De huidige methodiek wordt door de gemeente Veenendaal sinds 2016 gehanteerd. De overgang naar GBLT vanaf 2025 is geen aanleiding geweest om bestaand beleid te veranderen. Bij de behandeling van de programmabegroting 2025 op 4 november 2024 is het amendement M2024.46 Eerlijkere kostenverdeling rioolheffing aangenomen waarin gevraagd wordt de huidige heffingsmethodiek beoordelen en indien nodig te herzien. Daarbij kan dit aspect worden meegenomen.

Vraag 2: Wordt op een andere wijze het eigenaarsdeel van niet-woningen doorbelast? Nee, dat kan niet omdat dit niet in de verordening is opgenomen.

Vraag 3: Mocht het zo zijn dat er helemaal geen belastingheffing is op het eigenaarsdeel van niet-woningen, klopt het dan dat wij geen volledige uitvoering geven aan de verordening? Nee, wij geven volledig uitvoering aan de heffingen zoals gedefinieerd in de verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing. Zie de antwoorden op vraag 1 en 2.

ChristenUnie Vragen n.a.v. artikel 6.4 en de tarieventabel: Vraag 1: In onze beleving staan veel standplaatshouders ergens 1x per week? Klopt dit? Is overwogen om uit te gaan van een weektarief? Het is correct dat de meeste standplaatshouders 1 x per week staan. Er is nooit overwogen om, naast een dag-, maand en jaar tarief ook een weektarief op te nemen. Bestaande tarieven worden al heel lang gebruikt.

Vraag 2: Wanneer valt een standplaatshouder onder het jaartarief, maandtarief dan wel dagtarief? Zijn daar objectieve maatstaven voor? Onderstaande tabel geeft daar uitsluitsel over. We kennen binnen precariobelastingen bij de uitstallingen/ standplaatsen 3 soorten tarieven, te weten (tarieven van 2024); Prijs per m2 per jaar € 288,80 Dit is het tarief voor standplaatshouders die een jaar lang aaneengesloten staan. Prijs per m2 per maand € 28,90 Dit is het tarief voor standplaatshouders die een maand lang (of langer) aaneengesloten staan. Prijs per m2 per dag € 2,90 Dit is het tarief voor standplaatshouders die losse dagen (niet aaneengesloten periode) staan. De standhouders die 1 dag in de week staan vallen onder het dagtarief. De standhouders (bijv de oliebollenkramen) die 3 maanden achtereen staan vallen in het maandtarief. Vraag 3. Klopt het dat de berekeningssystematiek voor standplaatshouders is veranderd? Zo ja, kan worden aangegeven wat daarvoor de redenen zijn geweest?

Het is gebleken dat de berekening van de aanslag zoals deze t/m 2019 is uitgevoerd niet conform de bovenstaande tarieventabel is en dus niet conform de verordening. De berekeningssytematiek is niet gewijzigd, maar door het gebruiken van de juiste tarieven is de uitkomst wel anders dan in het verleden. Berekening van de aanslag zoals deze tot en met 2019 is uitgevoerd: De 29,4 m2 van de standplaats wordt volgens de verordening afgerond naar boven, dus 30m2. Aantal m2 x tarief per jaar/365 x aantal dagen 30m2 x € 246,15/365 x 52 = € 1.052,04 Kijkend naar de uitleg van de tarieven is hier dus het verkeerde tarief gehanteerd. Er was/is geen sprake van standplaatshouders die een jaar lang aaneengesloten staan. Het juiste tarief is het tarief per m2 per dag Aantal m2 30m2

x tarief per dag x € 2,45

x aantal dagen x 52

= € 3.822,-

Voor 2020 t/m 2022 zijn er geen aanslagen opgelegd vanwege de corona situatie. Recent hebben wij besloten om weer terug te gaan naar de reguliere situatie en weer volgens de verordening precariobelasting te gaan heffen. Daarbij bleek dat deze standplaatshouders tot en met 2019 te weinig precariobelasting opgelegd hebben gekregen, wat dus niet conform de verordening was. Wij hebben besloten hen dit voordeel te gunnen maar vanaf heden (weer) over te gaan tot het heffen van precariobelasting volgens het juiste tarief. De gemeente mag een zodanige fout herstellen in de uitvoering van de verordening.

Je bent als gemeente niet gehouden een gemaakte fout te laten voortduren Zie ook: Uitspraak 201902902/1/A2 - Raad van State (r.o. 2.2) ECLI:NL:CRVB:2023:817, Centrale Raad van Beroep, 21 / 3147 MAW (r.o. 4.3 en 4.4)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14879596/2