3. Technische vragen en antwoorden RV 1e Wijziging verordening rechtspositie
Tekst van het document
Technische vragen Raadsvoorstel 1e Wijziging verordening rechtspositie burgemeester wethouders raads- en commissieleden Raadscyclus
December 2025
Naam fractie
D66
Vragen D66 1. In artikel 3.1.1 lid 6 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers staat het volgende ‘De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat ten hoogste 20% van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het raadslid op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen’. Betekent dit dat we ook de optie hebben om raadsleden (net als commissieleden) per vergadering uit te betalen? En dat we daarmee niet het maximale bedrag van 1.887 euro per maand hoeven uit te betalen aan raadsleden? Antwoord De vergoedingen voor raadsleden zijn geregeld in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De standaardregeling is dat raadsleden een vaste maandelijkse vergoeding ontvangen, die afhankelijk is van de grootte van de gemeente (aantal inwoners). In het geval van de gemeenteraad van Veenendaal is dat € 1.887 per maand. De wet schrijft expliciet voor dat raadsleden een vaste vergoeding krijgen, geen variabele vergoeding per vergadering. Dit hangt samen met het uitgangspunt dat het raadslidmaatschap een politiek ambt is. De vergoeding is dus een wettelijk recht en niet afhankelijk van gemeentelijk beleid. Gemeenten kunnen daar niet op korten. Wat betekent dan art.
3.1.1, lid 6 van het Rechtspositiebesluit? Het betekent dat de gemeenteraad wél de bevoegdheid heeft om maximaal 20% van de wettelijke raadsvergoeding variabel te maken en uit te keren op basis van het aantal gehouden en bijgewoonde vergaderingen, maar alleen als die regeling bij verordening is vastgesteld; zonder zo’n verordening blijft de vergoeding volledig vast en maandelijks uitbetaald. De variabele component wordt berekend naar het aantal vergaderingen dat het raadslid daadwerkelijk bijwoont. Zou de raad hiervoor kiezen, dan blijft minstens 80% als vaste vergoeding overeind. Een verordening als bedoeld in lid 6 is er niet in Veenendaal. 2. In het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers staat een aantal subartikelen opgenomen over extra vergoedingen voor commissies (3.1.2 t/m 3.1.5). In onze eigen verordening staat hier in artikel 3 ook het een en ander over. Voor welke commissies zijn we verplicht een vergoeding op te nemen? En voor welke niet? Ook ontvangt D66 graag een overzicht van de huidige vergoeding per commissie per jaar. Antwoord In onderstaand overzicht zijn de vergoedingen die verstrekt kunnen worden op grond van de artikelen 3.1.2 t/m 3.1.5 vermeld. In de kolom toelichting wordt ingegaan op het karakter ervan en de actuele stand van zaken in Veenendaal.
Technische vragen 1e Wijziging verordening rechtspositie burgemeester, wethouders en raads- en commissieleden
Commissie
Vergoeding
Toelichting
Vertrouwenscommissie (artikel 3.1.2.)
€ 153,33 per maand (d.d. 2025)
Is toegekend over de periode dat deze commissie actief was in het kader van herbenoeming burgemeester (2024). Dit betreft geen doorlopende commissie / vergoeding. Het artikel spreekt van een recht: er wordt een toelage verleend op het moment dat de commissie actief is.
Onderzoekscommissie (artikel 3.1.3)
Moet bij verordening worden bepaald waarbij het rechtspositiebesluit de maximale hoogte van de vergoeding aangeeft
Is niet van toepassing. De onderzoekscommissie ex. art. 155a Gemeentewet is niet actief. De toelage wordt uitgekeerd als de commissie actief is.
Bijzondere commissie (artikel 3.1.4)
Maximaal € 153,33 per maand
Is niet aanwezig en kan worden verstrekt (bij verordening).
Toelage vaste voorzitter commissie als bedoeld in (Artikel 3.1.4a artikel 82 gemeentewet)
€ 153,33 per maand
Is voorliggend voorstel, gaat in volgend jaar. Maandelijkse toekenning. Is eveneens een kanbepaling.
Toelage fractievoorzitter (artikel 3.1.5)
€ 89,46 per maand voor de 1e zetel, vermeerderd met € 12,77 voor elk raadslid dat de fractie telt (fractievoorzitter zelf niet meegerekend). De toelage bedraagt ten hoogste € 191,67 per maand.
Wordt maandelijks uitbetaald; het Rechtspositiebesluit spreekt van een uitbetaling (dus een recht).
2 van 2