3. Ruimtelijke en programmatische kaders locatie Schoolstraat 100 en 98 - ruimtelijke en programmatische kaders
Tekst van het document
Kleinschalig/ particulier | €50.000 - €200.000 | 25 punten Kleine projecten | €200.000 - €500.000 | 45 punten Middelgrote projecten | €500.000 - €1.000.000 | 65 punten Grootschalige projecten | €1 miljoen - €5 miljoen | 85 punten Grootschalige projecten | > €5 miljoen | 125 punten
Alle maatregelen in het puntensysteem zijn verdeeld over de thema’s ‘Bebouwing’, ‘Natte omgeving’, ‘Tuinen en erven’, ‘Groene buitenruimte’ en ‘Verhardingen’. Voor een nadere uitwerking van mogelijk te nemen maatregelen wordt verwezen naar www.ede-natuurlijk.nl/natuurinclusief.
De ruimtelijke ontwikkeling aan de Schoolstraat 98 en 100 kan worden aangemerkt als een grootschalig project. Hiervoor geldt als richtlijn dat er 85 punten moeten worden ‘verdiend’ over de eerder genoemde thema’s. Het toepassen van maatwerk is hierbij mogelijk, omdat groen in brede zin een toegevoegde waarde heeft voor zowel natuur, klimaat als mens. Indien gemeente Veenendaal nog voorafgaand aan de ter inzage legging van een ontwerpbestemmingsplan voor deze ruimtelijk ontwikkeling beleid voor natuur inclusief bouwen in ontwerp vaststelt, geldt dat beleid als toetsingsgrond voor de ruimtelijke ontwikkeling aan de Schoolstraat 98 en 100. Het idee van het eerder genoemde afwegingskader (waarin natuurinclusief bouwen als thema behandeld wordt) is om er mee aan de slag te gaan, er ervaring mee op te doen en het al doende verder aan te scherpen of te verbeteren. Dit betekent dat specifiek locatiegericht maatwerk mogelijk is als blijkt dat onderdelen toch niet haalbaar zijn. Ontsluiting Het plangebied moet voldoende aansluitingen hebben voor langzaam verkeer. Het moet vanzelfsprekend zijn om te lopen of te fietsen naar je bestemming (waar dat mogelijk is). De ontsluiting voor de fietsers vanuit het plangebied is primair gericht op de Schoolstraat. De positionering van de fietsparkeervoorzieningen ondersteunen dit uitgangspunt.
Voor voetgangers moet het mogelijk zijn om zowel op de Bevrijdingslaan als op de Schoolstraat te komen vanuit het
40
1. Inleiding
2. Ligging en huidige situatie
3. Omgevingsvisie
4. Context
5. Ruimtelijk kader
6. Beeldkwaliteit
7. Programmatisch kader
7. Programmatisch kader plangebied. De ontsluiting met de auto vindt plaats op de Schoolstraat. Vanaf daar wordt er aangesloten op de Prins Bernhardlaan. De Schoolstraat zal ingericht moeten worden (voor zover dit nog niet het geval is) als woonstraat (30 km/u zone). Parkeren Bepalend voor de nieuwbouw is onder meer het ruimtebeslag voor het parkeren. Voor het bepalen van de nodige parkeerruimte, moet voldaan worden aan de normen uit de Notitie Parkeernormen 2020. Het plangebied ligt in zone twee, waarvoor de parkeernormen voor woningen uit de notitie hieronder zijn weergegeven. De bezoekersparkeerplaatsen, 0,2 parkeerplaats per woning, dienen openbaar toegankelijk te zijn. Er moet duidelijk zijn dat bewoners eventuele aanwezige niet-openbaar toegankelijke parkeerplaatsen zoveel mogelijk zelf gebruiken zodat de openbare parkeerplaatsen door de bezoekers gebruikt kunnen worden. Het plangebied ligt in een gereguleerde parkeerzone. De parkeerbehoefte dient opgelost te worden binnen het plangebied, waarmee de parkeeroplossing op eigen terrein komt te liggen. De uitgangspunten van parkeren op eigen terrein staan beschreven in hoofdstuk 4.3 van de parkeernotitie. Een belangrijk aandachtspunt is een duidelijke scheiding tussen openbaar en eigen terrein. Door een mobiliteitsplan op te stellen is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de parkeernormen.
In het mobiliteitsplan kunnen initiatiefnemers aangeven hoe zij de mobiliteit van hun gebruikers
willen organiseren (bijvoorbeeld door het toepassen van deelmobiliteit). Met dit mobiliteitsplan kunnen ontwikkelaars een maximale reductie op de parkeerbalans “verdienen” van 25% van de totale parkeereis voor de auto. De opbouw van deze reductie en hoe deze wordt toegekend is nader uitgelegd in hoofdstuk 6 van de notitie parkeernormen Veenendaal 2020. In sommige gevallen liggen er in de nabije omgeving (tot 200 meter loopafstand) van het plangebied (openbare) parkeervoorzieningen die ruimte kunnen bieden aan een nieuwe ontwikkeling. Hierbij geldt het principe: eerst (beter) benutten van het bestaande parkeerareaal, daarna pas Functie Vrijstaande woning Twee-onder-één-kap woning Rijwoning Appartement (koop) Appartement (vrije sector huur) Appartement (sociale huur) Woning ≤ 60 m2 gvo Kamerbewoning
Aantal p.p. 1,0 1,0 0,8 0,8 0,6 0,5 0,4 0,3
Per Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning Kamer
Zorgunit (zware zorg = > ZZP 4)
0,3
Zorgunit
Waarvan aandeel bezoekers in parkeernorm
0,2
Unit
Parkeernormen voor woningen in zone 2.
41
1. Inleiding
2. Ligging en huidige situatie
3. Omgevingsvisie
4. Context
5. Ruimtelijk kader
6. Beeldkwaliteit
7. Programmatisch kader
7. Programmatisch kader bijbouwen. Echter zit er een grens aan deze mogelijkheid. De beter benutten regeling is alleen mogelijk tot een parkeerdruk van 85% in de openbare ruimte. De initiatiefnemer zal de parkeerdruk in de omgeving moeten meten (in een straal van 500 meter om het plangebied) om aan te tonen of er ruimte aanwezig is in het bestaande parkeerareaal dat beter benut kan worden. Indien er ruimte is in de nabije omgeving kan (een deel van) de parkeereis buiten het plangebied toegekend worden aan de ontwikkeling. Beter benutten kan alleen toegepast worden in zone 1 en 2 voor het aandeel bezoekers in de parkeernormering. Naast de autoparkeerplaatsen, moet er ook voldoende ruimte zijn om de fiets te stallen. De fietsparkeervoorziening dient op eigen terrein en zo dicht mogelijk bij de ingang van het gebouw gerealiseerd te worden. Voor woningen geldt dat een berging op eigen terrein gerealiseerd dient te worden met een oppervlakte van tenminste 5 m2. Bij gestapelde woningbouw is er een keuze tussen een berging op de begane grond per woning, een gezamenlijke fietsenstalling in het gebouw of een mix van beide. In het geval van een gezamenlijke fietsenstalling (die voldoet aan het FietsParKeur keurmerk) gelden de kencijfers van de CROW als fietsparkeernorm. Participatie De kaders in dit document vormen de basis om het participatieproces te kunnen starten.
In Veenendaal is de afspraak dat omwonenden in een vroeg stadium worden betrokken bij de planvorming. Dit betekent concreet dat vroeg in het ont-
werpproces een moment moet worden georganiseerd waar omwonenden hun input kunnen leveren over voorliggende kaders en eventuele aanvullende verzoeken kenbaar kunnen maken. Uiteraard kan hierbij ook al gebruik worden gemaakt van enkele stedenbouwkundige schetsen. Vervolgens wordt vanuit de ontwikkelaar/gemeente teruggekoppeld wat er met de reacties wordt gedaan of eventueel waarom een suggestie niet wordt meegenomen. Afhankelijk van de resultaten wordt eventuele nog een tweede moment georganiseerd. Voordat het bestemmingsplan in procedure wordt gebracht, worden omwonenden geïnformeerd over de plannen. Hierna start de formele procedure van het bestemmingsplan. Veiligheid Een belangrijk uitgangspunt is een veilig ingerichte leefomgeving. Hiervoor dient de fysieke ruimte niet uit te nodigen tot criminaliteit, of hier de gelegenheid toe te bieden (VER noodzakelijk). De openbare ruimte en gebouwen zijn leefbaar, schoon, heel, toegankelijk, veilig en functioneel in orde: • • •
Technische duurzaamheid: de inrichting moet een zekere mate van robuustheid hebben om intensief gebruik te kunnen weerstaan en om vandalismebestendig te zijn; Er moet zorg en aandacht worden besteed aan het inrichten van een sociaal veilige leefomgeving; Bij het inrichten van de leefomgeving is aandacht voor overzicht, eenduidigheid, goede oriëntatiemogelijkhe-
42
1. Inleiding
2. Ligging en huidige situatie
3. Omgevingsvisie
4. Context
5. Ruimtelijk kader
6. Beeldkwaliteit
7. Programmatisch kader
7. Programmatisch kader •
den, zichtbaarheid en toegankelijkheid; Alle nieuwe woningen voldoen aan het PolitieKeurmerk Veilig Wonen (PKVW).
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De voorgenomen ontwikkeling valt onder de definitie van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er is daarom in elk geval sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. De beoogde ontwikkeling blijft onder de drempelwaarden genoemd in kolom 2 van categorie D11.2. Er kan daarom (vooralsnog) worden volstaan met een zogenoemde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. Water en klimaat Om het voornemen te toetsen aan het waterbeleid past de gemeente vanaf medio 2021 de klimaattoets toe. De klimaattoets vervangt de huidige watertoets. Er moet sprake zijn van een gescheiden rioolstelsel. Voor het afvoeren van hemelwater geldt de voorkeursvolgorde ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ en de trits ‘schoonhouden, scheiden en zuiveren’. Daarnaast moet worden ingegaan op de waterberging en vergroening, aangezien extra groen zorgt voor meer mogelijkheden voor afkoppeling. Bij nieuwe projecten stellen we de eis dat er een bergingscapaciteit van 25mm op eigen terrein wordt gerealiseerd. Dit kan door afkoppelen op eigen terrein en infiltratie, maar ook met een technische oplossing door een bergingskoffer. Dit punt is zeker relevant op deze locatie gezien de ligging, waarbij het vanwege de
bodemsituatie nog onzeker is of infiltratie wel mogelijk c.q. wenselijk is. Dit zal in het vervolgproces bij de technische uitwerking verder moeten worden onderzocht. Concluderend dient de kwaliteit van het milieu, de riolering en het water op zijn minst behouden te blijven, maar liever verbeterd te worden. Verder stelt de ODRU dat het plan naar verwachting geen essentiële waterbelangen raakt. Wel dient het plan in het kader van het watertoetsproces aangemeld te worden bij Waterschap Vallei en Eem/Veluwe. Woningbouw In de omgevingsvisie van de provincie is opgenomen dat 50% van de woningen betaalbaar moet zijn (koop tot 325.000 euro (grens Nationale Hypotheek Garantie) of huur 1.000 euro per maand). Op deze bedragen is geen indexatie van toepassing. In de omgevingsvisie van de gemeente is opgenomen dat de woningen op centrale plekken zorggeschikt gebouwd moeten worden i.v.m. de vergrijzing. Aangezien het plangebied aan de Schoolstraat 98 & 100 in het centrum is gelegen is de ambitie om zoveel mogelijk in te zetten op zorggeschikte woningen. De definities voor levensloopbestendig en zorggeschikt staan in de omgevingsvisie en worden opgenomen in de nieuwe woonvisie. Het betreft met name bouwtechnische punten op het gebied van toegankelijkheid en aanpasbaarheid.
43
1. Inleiding
2. Ligging en huidige situatie
3. Omgevingsvisie
4. Context
5. Ruimtelijk kader
6. Beeldkwaliteit
7. Programmatisch kader
7. Programmatisch kader Voor grote ontwikkelingen van meer dan 25 woningen geldt de voorwaarde dat 30% sociale woningbouw moet zijn. De eis binnen de 30% sociale woningbouw van minimaal 20% sociale huur en 10% sociale koop is hierbij van kracht. Voor de sociale huurwoningen dient in een zo vroeg mogelijk stadium overleg te worden gepleegd met de corporatie(s), waarbij hun sterke voorkeur uitgaat naar een apart complex in plaats van een deel van een gebouw.
44
1. Inleiding
2. Ligging en huidige situatie
3. Omgevingsvisie
4. Context
5. Ruimtelijk kader
6. Beeldkwaliteit
7. Programmatisch kader
Colofon Gemeente Veenendaal Team Ruimtelijke Ordening en Bouwen Oktober 2021 Tekst Luuk Stedehouder Tekeningen en Layout Luuk Stedehouder Met medewerking van Audry Burer Anita Dirix Gert Drost Guido van Hattem Brigit Huijsmans Tjeerd Kalsbeek Frederik Oudman Jan Ros Paul van Sorge Anouk Steinvoorte Peter Wallenburg Hans van Walsem An van de Weerdhof Gerwin Bot - Omgevingsdienst Regio Utrecht
45