3. Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 - ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0
Tekst van het document
Ontwerp-
Transitievisie Warmte Versie 1.0
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
Voorwoord Verantwoordelijkheid nemen voor de nabije én verre toekomst.
nergens. In deze Transitievisie Warmte willen we daarom een balans vinden: werken aan de toekomst, met aandacht voor het heden.
In 2050 verwarmen we onze gebouwen niet meer met aardgas. Dat is een duidelijke boodschap en een stevige uitdaging die op ons afkomt. De rijksoverheid heeft deze taak bij gemeenten neergelegd en vraagt gemeenten om regie te nemen. Met deze Transitievisie Warmte geven we als gemeente de lijnen aan voor de periode 2021-2025: Hoe gaan we dit aanpakken? Ook geven we een visie op de langere termijn: waar moeten we staan in 2030 en in 2050? Daarbij dient de vraag zich aan: waarom willen we dat nu eigenlijk, van het aardgas af?
In samenwerking de balans vinden Ik ben trots op de aanpak die we in Veenendaal gevolgd hebben om tot die balans te komen. We zijn vroeg gestart met het ontwikkelen van de plannen. We hebben de tijd genomen om vanaf het begin veel verschillende partijen te betrekken. De visie is gevormd door gesprekken met corporaties, de bedrijvenkring, netbeheerder, waterschappen – en bovenal door het gesprek met de inwoners. Ik zie het resultaat daarvan terug in een evenwichtige visie.
Voor mij is het erg belangrijk dat we de aarde op een verantwoorde manier gebruiken. De aarde is niet van ons. Onze kinderen en hun kinderen en kleinkinderen gunnen we dezelfde kansen en vrijheden als die wij nu hebben. Circulariteit en duurzaamheid zijn de kernwoorden om dat te bereiken.
En nu al aan de slag! Nu de Transitievisie Warmte klaar is verschuift de focus meer naar de uitvoering. Het nieuwe Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 regelt die uitvoering. Maar dat we als gemeente ons klaar maken voor de uitvoering, betekent niet dat alléén de gemeente aan zet is. We hebben iedereen nodig. Stel uzelf dus de vraag: Wat wil ik bijdragen?
Aardgas is een mooie en relatief schone energiebron. Maar we weten dat het doorgaan met het gebruiken van aardgas niet duurzaam is. Door CO2-uitstoot warmen we de aarde langzaam op – met alle gevolgen van dien voor toekomstige generaties. Elke kubieke meter of liter brandstof die we verbranden krijgen we niet meer terug. Maar ook naar de huidige inwoners en bedrijven van Veenendaal hebben we een verantwoordelijkheid. Er zijn veel zorgen over de betaalbaarheid van de energietransitie. En terecht, want als niet iedereen mee kan doen komen we
Als gemeente willen we u daar ook van harte bij ondersteunen. Laten we dus samen de komende jaren aan de slag gaan, zodat we later met trots terug kunnen kijken op de verandering die we vandaag gezamenlijk in gang hebben gezet!
Marco Verloop wethouder
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 2
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
Inleiding In Veenendaal zullen we tussen nu en 2050 het aardgas vervangen door duurzame warmte. Dat doen we buurt voor buurt en stap voor stap. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we als gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam Veenendaal, waar onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben. In deze Transitievisie Warmte (verder in dit document: de transitievisie) stippelen we het pad uit naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening om bij te dragen aan CO2-reductie. Die visie staat niet op zichtzelf, maar vormt een integraal onderdeel van de energiedoelstellingen van de gemeente. In het Programmaplan Energieneutraal Veenendaal werken we het pad naar een energieneutraal Veenendaal uit. Daarbij gaat het zowel om energie besparen door gedragsverandering en isoleren, als om het steeds verder verduurzamen van de benodigde energie en warmte.
1.1
Waarom een warmtevisie?
In 2015 heeft Nederland zich verbonden aan het Akkoord van Parijs. Om te zorgen dat de aarde op lange termijn leefbaar blijft is het nodig om de opwarming van de aarde tegen te gaan. In het akkoord is afgesproken dat de temperatuur niet meer dan 2 graden stijgt. Bij een opwarming van meer dan 2 graden nemen de risico’s snel toe. Voor Nederland betekent dit bijvoorbeeld een groter risico op overstromingen – en bij stijging van de zeespiegel het verloren gaan van het meest dichtbevolkte deel van het land. Dat geldt ook voor Veenendaal: Zonder dijken houden we het niet alleen bij ‘natte voeten’, maar staat een groot deel van Veenendaal 2-5 meter onder water (zie Figuur 1). Om dit probleem aan te pakken is
het nodig dat iedereen verantwoordelijkheid neemt om de aarde leefbaar achter te laten voor volgende generaties.
Figuur 1: waterdiepte bij een overstroming in Veenendaal
Nederland heeft invulling gegeven aan het Akkoord van Parijs door een landelijk Klimaatakkoord op te stellen: een document met veel verschillende afspraken, aanpakken en doelstellingen. Eén van deze doelstellingen is om uiterlijk in 2050 afscheid te nemen van fossiele brandstoffen en dus ook van het gebruik van aardgas. Aardgas dat we nu in onze woningen en bedrijven gebruiken voor koken, verwarming, warm water en voor het produceren van producten.
“Ieder jaar dat voorbij gaat is een jaar teveel” Maar om onze uitstoot van broeikasgassen terug te brengen tot nul, zullen we op zoek moeten naar alternatieven. Klimaatverandering is niet de enige reden om alternatieven te zoeken voor aardgas. De aardbevingen in Groningen dwingen ons de aardgaswinning af te bouwen, zeker als we niet afhankelijk willen worden van import van aardgas. En op termijn is hoe dan ook het gebruik van aardgas niet houdbaar: elke kuub gas die we verbranden raken we voorgoed kwijt. Een circulaire economie is dus niet mogelijk als we niet overgaan op alternatieven voor aardgas. In het klimaatakkoord is bepaald dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een plan maakt voor de overstap van aardgas op andere, duurzame warmtebronnen. Het plan voor Veenendaal presenteren we in deze transitievisie.
Jarenlang hebben we aardgas gezien als een schone energiebron. De aardgasvoorraad in Groningen heeft Nederland voorzien van een goedkope manier om onze huizen te verwarmen, te douchen en te koken.
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 3
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
1.2 De relatie tot het Klimaatakkoord De transitievisie is niet het enige plan dat de gemeente maakt wat te maken heeft met het Klimaatakkoord. In de RES (regionale energiestrategie) is samen met omliggende gemeenten een doelstelling en een aanpak voor het realiseren van meer duurzame opwek geformuleerd. In de RES is ook een overkoepelende visie op het vraagstuk ‘aardgasvrij’ opgenomen: de Regionale Structuur Warmte (RSW). In de RSW draait het daarbij vooral om de vraag: Hoe verdelen we regionaal de beschikbare warmtebronnen en welke kansen en voordelen liggen er om regionaal samen te werken? Voor de omslag naar een aardgasvrij Veenendaal hebben we tot 2050 de tijd. 2030 Is een belangrijk tussenjaar in de transitievisie. Het klimaatakkoord geeft aan dat in 2030 1,5 miljoen woningen verduurzaamd moeten zijn, om voldoende bij te kunnen dragen aan het doel van 49% CO2 reductie in 2030 ten opzichte van 1990. Een belangrijk onderdeel van de transitievisie is dan ook het aanwijzen van gebieden/ wijken waar al voor 2030 grootschalig gestart wordt met het aardgasvrij maken en besparen van aardgas. Dit heet de ‘Wijkgerichte aanpak’. De totale aanpak van de energietransitie voor Veenendaal, als lokale uitwerking van het Klimaatakkoord, is vormgegeven in het programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025.
Dit programmaplan regelt voor Veenendaal de uitvoering van de wijkgerichte aanpak, de RES en de transitievisie in de periode 2022-2025.
1.3 Het proces Deze transitievisie is over de loop van ruim twee jaar stap voor stap tot stand gekomen. In april 2020 heeft de gemeenteraad een eerste, verkennende versie vastgesteld, de Transitievisie Warmte 0.1. Daarna is extra onderzoek gedaan, onder andere naar draagvlak bij bewoners en naar
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
9. Taken en rollen
de kosten van de warmtetransitie. Dit is opgenomen in een informatieve rapportage, de Transitievisie Warmte 0.5. Deze Transitievisie 0.5 is begin 2021 afgerond. In deze transitievisie gebruiken we de basis die is gelegd in de 0.1-versie en de kennis die is opgedaan in de 0.5-versie om de aanpak van de warmtetransitie in de gemeente Veenendaal vorm te geven voor de periode 2021-2025. De aanpak die beschreven is in deze transitievisie vraagt veel van de gemeente. Als er één ding is wat deze Transitievisie laat zien, is dat het een enorme opgave is om voor 2050 Veenendaal aardgasvrij te hebben. Dit vraagt het nodige aan inzet, coördinatie en financiën van de gemeente. De praktische uitvoering van deze transitievisie is vormgegeven in het programma Energieneutraal Veenendaal 2022-2025.
TVW 0.1 - Verkennend Gereed voorjaar 2020 Bevat: − Warmtevisie 2050 met scenario’s die beschrijven hoe beschikbare bronnen inzetbaar zijn in de wijken − Selectie van verkenningswijken met een beschrijving van het proces om kansen in deze wijken te onderzoeken − Globale aanpak voor overige wijken − Publiek beschikbaar, raadsbesluit akkoord, gereed voor consultatie
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
De komende jaren gaat de gemeente bezig om de warmtetransitie vorm te geven in de woonwijken en bedrijventerreinen van Veenendaal. We zullen ongetwijfeld veel leren, ervaring opdoen én we zullen onze visies en plannen moeten bijstellen. Wat werkt wel en wat werkt niet? Waarvoor is draagvlak onder bewoners en bedrijven, en waarvoor niet? Welk nieuw beleid en welke nieuwe regelingen komen er op ons af, wat verandert dat aan onze aanpak? De nieuwe inzichten die we opdoen bieden de basis om in 2025 de transitievisie te actualiseren.
TVW 0.5 - Informerend
TVW 1.0
Gereed: januari 2021
Gereed juni 2021
− Eerste toets op haalbaarheid en uitkomsten consultatie van markt en bewoners − Uitkomsten eerste resultaten verkenningen keuzes voor verdere haalbaarheidsonderzoeken in wijken − Voorstel voor aanpak van verkenningswijken en overige wijken/ gebieden
− Formele transitievisie conform Klimaatakkoord en Omgevingswet − Vaststellen fasering: eerste buurten waarvoor een uitvoeringsplan aardgasvrij op te stellen, aanpak voorstel en beeld overige buurten en wijken − Publiek beschikbaar en akkoord in raad.
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 4
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
1.4 Een Veenendaalse visie
1.5 Hoe gaat het hierna verder?
Elke gemeente stelt een eigen transitievisie op, omdat er maatwerk nodig is per gemeente. De transitievisie past bij de ambities zoals ook in het programma Energieneutraal Veenendaal en de Omgevingsvisie beoogd worden om naar een duurzaam, gezond en veilig Veenendaal te gaan. Daarbij houden we rekening met een aantal bijzondere kenmerken van Veenendaal zoals: − De stad is compact en dichtbebouwd, en telt ruim 65.000 inwoners. − De stad kent geen zware industrie, maar wel grote bedrijvigheid met een actieve bedrijvenkring en veel winkels. − De inwoners hebben een nuchtere, praktische houding. − Er zijn grote verschillen tussen de typen bebouwing in de verschillende buurten − En er zijn verschillende belangen van betrokkenen: eigenaren en huurders; hogere en lagere inkomens.
Deze transitievisie geeft een doorkijk naar wat er in de gemeente gaat gebeuren de komende dertig jaar. Inwoners en bedrijven weten daardoor op hoofdlijnen waar ze aan toe zijn, en kunnen beslissingen over hun woning hierop afstemmen. Met de vaststelling van de transitievisie en het Programma Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 ligt er een basis om Veenendaal buurt voor buurt te verduurzamen. In sommige gevallen kan dat betekenen dat het doel is om rond 2030 helemaal van het aardgas te gaan, maar in de meeste gevallen zet de gemeente in op het voorbereiden op de omslag naar aardgasvrij op een later moment. Bijvoorbeeld door isolatiemaatregelen te stimuleren, of het ondersteunen van bewoners en bedrijven die vrijwillig alvast de stap naar aardgasvrij willen maken. Figuur 2: Na de transitievisie volgen buurtuitvoeringsplannen.
9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
We selecteren in deze transitievisie een aantal buurten, die kansrijk zijn om als eerste van het aardgas af te gaan of waar grote besparingskansen liggen (voor 2030). Voor deze buurten1 worden de komende jaren ‘buurtuitvoeringsplannen’ gemaakt (zie Figuur 2). Hierin worden de plannen concreter, en zal per buurt of zelfs per huishouden worden gekeken wat er mogelijk is. Deze uitvoeringsplannen maken we samen met bewoners en andere betrokkenen. Het besluit om daadwerkelijk tot uitvoering van het plan over te gaan, wordt pas genomen als bekend is wat de consequenties zijn voor de woonlasten van bewoners en ondernemers, er een gedegen haalbaarheidsstudie is afgerond en er voldoende draagvlak is. Als het aardgas in een buurt daadwerkelijk afgesloten gaat worden krijgen bewoners dat ruim van tevoren (circa 8 jaar) te horen2. In hoofdstuk 7 is de aanpak verder toegelicht.
De oplossingen moeten daarom per buurt, of soms zelf per straat, gerealiseerd worden, passend bij de lokale situatie. Om dat te bereiken zijn in de afgelopen jaren de inwoners en bedrijven van Veenendaal op verschillende momenten en manieren betrokken bij de visie. In bijlage 2 is een compleet overzicht gegeven van alle participatieactiviteiten rondom de transitievisie sinds 2019. In deze visie zijn verspreid door het stuk uitspraken opgenomen van Veenendalers die we geïnterviewd hebben over de warmtetransitie.
1 Eerder is de term ‘Uitvoeringsplannen op wijkniveau’, ‘WUP’ of ‘Wijkuitvoeringsplan’ gebruikt. Gezien de schaalgrootte en de grote overlap met de CBSbuurtindeling, gebruiken we de term buurtuitvoeringsplannen. 2 De termijn van 8 jaar is voorlopig in het klimaatakkoord opgenomen en zal uiterlijk 2022 worden geëvalueerd. Dan wordt definitief vastgesteld wat een goede termijn is.
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 5
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave 7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
3. Uitgangspunten 8. Participatie en Communicatie
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal 9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
1.6 Leeswijzer De transitievisie heeft tot doel om de stappen naar een aardgasvrije gemeente in 2050 uit te stippelen. We gaan in op vijf hoofdvragen: − Welke uitgangspunten hanteren we voor het kiezen van geschikte alternatieven voor aardgas en voor een passende fasering van de uitvoering? (Hoofdstuk 3) − Wat is per buurt de meest geschikte aardgasvrije oplossing, gezien de kenmerken van de buurten en de beschikbare energiebronnen? (Hoofdstuk 4, 5 en 6) − Wanneer gaan de verschillende buurten van het aardgas af en welke stappen gaan we de komende jaren zetten? (Hoofdstuk 7, 8) − Wie doet wat, wat is de rol van de gemeente? (Hoofdstuk 9) − Hoe regelen we de financiering? (Hoofdstuk 10)
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 6
2. De opgave
Inleiding 6. De verkenningswijken
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
10. Financiering en betaalbaarheid
9. Taken en rollen
De opgave De opgave ‘van het aardgas af’ is groot en complex. Het duurzaam en aardgasvrij maken van gebouwen vraag om vermindering van de warmtevraag (besparen) en een slimme inzet van duurzame warmtebronnen. Het vraagt om aanpassingen aan woningen/gebouwen en de infrastructuur. In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie van de warmtevraag en warmtevoorziening inzichtelijk gemaakt. 2.1
Huidige situatie, waar staan we nu?
per jaar. Dit aardgas wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het verwarmen van de woningen (75%), een kleiner deel wordt gebruikt voor het verwarmen van tapwater (20%) en slechts 5% van het gas wordt gebruikt om te koken4. Een deel van de woningen is niet aangesloten op het aardgasnet, maar op een warmtenet. De woningen gebruiken een grote meerderheid van het aardgas binnen de gemeente. Daarna volgen utiliteitsbouw en de industrie. De landbouwsector gebruikt maar een klein deel5. In de gehele gemeente Veenendaal wordt ruim 1.700 TJ aan aardgas gebruikt per jaar. Hiervoor moeten in de komende dertig jaar alternatieve energiebronnen gebruikt gaan worden.
Veenendaal is een dichtbebouwde, compacte stad, waar 66.4933 mensen gehuisvest zijn verdeeld over 27.739 woningen. Van de woningvoorraad bestaat 59% uit koopwoningen en 41% uit huurwoningen. Van de huurwoningen zijn een kleine 9.000 woningen in bezit van woningcorporaties. Het corporatiebezit is verspreid door de stad (zie Figuur 3). De meeste hoogbouw is in het bezit van woningcorporaties. De hoogbouwlocaties zijn geclusterd op verschillende plekken in de stad. Meerdere delen van de stad bestaan uit uniforme laagbouwwijken uit verschillende periodes. Het overgrote deel van de woningen is aangesloten op het aardgasnet. In figuur 4 is te zien dat aardgas de grootste energiebron is voor woningen in Veenendaal met 1031 TJ
Woningvoorraad naar eigendom (CBS 2018)
Koopwoningen
Particuliere huurwoningen
Corporatie huurwoningen
Figuur 3: Woningvoorraad naar eigendom
Aardgasverbruik Veenendaal in TJ/ jaar; aandeel per sector
Woningen
Utiliteitsbouw
Industrie
Landbouw
Figuur 4: Aandeel gebruik aardgas CBS Kerncijfers wijken en buurten 2020 https://www.hier.nu/themas/stroom-en-gas/dit-zijn-3-grootste-gasslurpers-bij-jou-thuis
3
4
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 7
2. De opgave
Inleiding 6. De verkenningswijken
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
3. Uitgangspunten 8. Participatie en Communicatie
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal 9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
2.2 Van aardgas naar andere technieken. Het omschakelen van verwarming met aardgas naar verwarming met een duurzame bron is complex. In dit hoofdstuk omschrijven we welke technische mogelijkheden er zijn en wat de keuze voor die technieken betekent in het dagelijks leven van bewoners en ondernemers. Bijna alle huizen in de gemeente gebruiken aardgas. Het wordt gebruikt om het huis te verwarmen (via cv en radiatoren), om te koken, en voor warm water uit de kraan. Ook de meeste bedrijven gebruiken aardgas. Soms alleen voor verwarming, soms ook in het bedrijfsproces. De belangrijkste aanpassingen die in woningen en andere gebouwen nodig zijn om over te stappen op een duurzame warmtebron, zijn hieronder kort toegelicht.
2.2.1
Koken
Koken zonder aardgas kan met een inductieplaat, elektrische kookplaat of keramische kookplaat. De meeste mensen kiezen voor inductie. Dat verbruikt minder stroom dan andere elektrische kookplaten, en het lijkt op koken op gas: je kunt de temperatuur snel regelen. Het voordeel van koken zonder gas is dat er geen verbrandingsgassen meer vrijkomen in de ruimte; dit heeft dan ook een positief effect op de kwaliteit van het binnenmilieu en op veiligheid.
2.2.2
Isoleren
Energie besparen is een belangrijke eerste stap. Dit verlaagt de energierekening, en verbetert het comfort in de woning. Niet alleen in de winter, maar ook in de zomer. Isolatie helpt om de woning koel te houden. Door voldoende te isoleren zijn woningen daarnaast beter geschikt om in de toekomst over te gaan op alternatieven voor aardgas. Het isoleren van de buitenmuur, dak en vloer en het plaatsen van goed isolerend glas zijn effectieve maatregelen. Daarna kan Warmteatlas, https://rvo.b3p.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2
5
Figuur 5: De bekende energielabels en in grijs de clusters met woningcorporatiebezit.
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 8
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
ook de temperatuur van het water dat door onze verwarmingen stroomt verlaagd worden. Dat maakt het systeem efficiënter en zorgt voor extra besparing. Met het isoleren van huizen en bedrijfspanden kan nu al worden gestart, vooruitlopend op de ontwikkelingen naar een aardgasvrije techniek in een buurt, op korte, middellange of lange termijn.
“Vooral dingen gaan uitvoeren, natuurlijk moet je zaken plannen maar uitvoeren is net zo belangrijk. DOEN!”
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
Woningen die in de jaren ’80 werden gebouwd hebben tijdens de bouw al een zekere mate van isolatie meegekregen volgens de toen geldende bouwnormen. Dit zorgt ervoor dat na-isoleren minder rendabel is en er een minder grote stap te behalen is met isolatie. Woningen van na 2005 zijn dusdanig goed geïsoleerd dat het over het algemeen niet nodig is om isolatie toe te voegen.
Woningen gebouwd voor 1945 en monumenten zijn over het algemeen slecht geïsoleerd. Ten tijde van de bouw golden er geen bouwvoorschriften voor isolatie. Bouwtechnisch is het moeilijk (kostbaar) om deze woningen vergaand te isoleren. Vaak willen (of mogen) eigenaren het aangezicht van dit type woning niet aanpassen, waardoor isolatie van binnenuit nodig is. Hiermee is een flinke reductie te behalen, maar vaak ten koste van de binnenruimte.
“Het blijft een buitengewoon ambitieus plan om in 2050 aardgasvrij te zijn, er moet iets gebeuren dat is duidelijk, maar hoe ga je om met oude woningbestand?” In naoorlogse woningen is vaak al met spouwmuur gebouwd. Die kan eenvoudig geïsoleerd worden. Soms is het voor deze woningen zelfs wenselijk om de buitenschil aan te pakken. Dit maakt het mogelijk om het isolatieniveau in dit type woning flink te verbeteren. Afhankelijk van de bouwstijl is in woningen gebouwd tussen 1945 en 1975 dikwijls een grote slag te slaan met het besparen van energie door isolatie
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 9
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave 7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
3. Uitgangspunten 8. Participatie en Communicatie
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal 9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
2.2.3 Aardgasvrije systemen voor verwarming en warmwaterbereiding De oplossingen die er zijn in plaats van het gebruik van aardgas, zijn in te delen in drie groepen: − Individuele oplossing: een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Dit is meestal een warmtepomp, soms infraroodpanelen of een pelletkachel. Een warmtepomp benut (duurzame, want hernieuwbare) omgevingswarmte uit de lucht of bodem, en een klein deel (20-30%) elektriciteit. Infraroodpanelen werken 100% op elektriciteit en kunnen als bijverwarming toegepast worden, of als hoofdverwarming in kleine, compacte en goed geïsoleerde appartementen. Pelletkachels werken op houtkorrels, en zijn bezwaarlijk in verband met fijnstof door verbranding. Voor bijvoorbeeld losstaande historische panden in het buitengebied zijn deze te overwegen. − Warmtenet: dit is een collectieve oplossing voor grote aantallen woningen in een of meerdere buurten. Warm water stroomt door leidingen onder de grond naar de huizen. − Duurzaam gas: biogas of (groene) waterstof kan (na aanpassingen) via de bestaande gasleidingen naar de woningen worden getransporteerd. De beperkte beschikbaarheid vraagt om een slimme en doelgerichte inzet. Het hangt onder andere van het type woning en type buurt af, welke oplossing het meest geschikt is. Welke aanpassingen nodig zijn in de woning verschilt per oplossing. In figuur 6 is dit beknopt weergegeven.
In hoofdstuk 5 komt aan bod welke oplossing het beste past bij de verschillende buurten in Veenendaal.
Figuur 6: De drie belangrijkste manieren om woningen zonder aardgas te verwarmen.
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 10
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave 7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
3. Uitgangspunten 8. Participatie en Communicatie
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal 9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
Figuur 6: De drie belangrijkste manieren om woningen zonder aardgas te verwarmen.
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 11
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
Uitgangspunten voor de warmtetransitie Keuzes maak je niet zomaar, zeker niet keuzes die mogelijk een impact hebben op woningen van inwoners. Waar gaan we starten en waarom? Voor welke alternatieve warmteoplossing kiezen we? Deze vragen hebben betrekking op cruciale beslissingen in de transitievisie en later ook de buurtuitvoeringsplannen. Daarom zijn er uitgangspunten geformuleerd om keuzes in de warmtetransitie te onderbouwen. Er zijn drie soorten uitgangspunten: 1. Algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie (het proces tot aan 2050) 2. Uitgangspunten voor het tempo van de transitie 3. Uitgangspunten voor het afwegen van aardgasvrije technieken om tot een voorkeur te komen van de toekomstige warmtevoorziening die past bij een buurt of wijk.
3.1
De verkenningswijken zijn gekozen op basis van een aantal selectiecriteria: Selectiecriteria voor verkenningswijken: 1. Kosten van de ingrepen: de wijk waar we de laagste maatschappelijke- en investeringskosten verwachtten. 2. Aanwezigheid van meekoppelkansen in de buurt: geplande werkzaamheden aan gasleidingen, elektriciteitsnet of riolering, geplande investeringen in de openbare ruimte, werkzaamheden van woningcorporaties, nieuwbouw etc. Figuur 7: De uitgangspunten van de warmtestransitie
Algemene uitgangspunten warmtetransitie
3.2 Uitgangspunten tempo en verkenningswijken
De gemeente Veenendaal vindt het belangrijk om haar bewoners een nieuwe energievoorziening aan te bieden die betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam is. Ook houden we nauwlettend nieuwe ontwikkelingen in de gaten en nemen deze mee in de overweging voor de keuze van toekomstige oplossingen.
In de Transitievisie 0.1 heeft de gemeente een aantal wijken als “verkenningswijken” aangewezen; wijken of buurten waar kansen liggen om in 2030 deels of geheel van het aardgas af te kunnen gaan. In een verkenningswijk is een eerste onderzoek gedaan naar de verschillende technische opties en bijbehorende kosten en het draagvlak.
3. Eenvoud van de ingrepen: starten met een relatief “eenvoudige” wijk, waar leerervaringen worden opgedaan. Dit wordt grotendeels bepaald door het type/ouderdom van de woningen in de wijk in combinatie met de mogelijke technische oplossingen. 4. Percentage corporatiebezit: Hoe hoger het percentage, hoe geschikter de wijk om mee te starten. Het achterliggende idee is dat corporatiewoningen hierbij kunnen fungeren als ‘startmotor’ voor veranderingen in de wijk, zoals bijvoorbeeld grootschalige isolatieprojecten of aanleg van een warmtenet. In hoofdstuk 6 is beschreven welke verkenningswijken zijn onderzocht en wat de conclusies zijn wat betreft het mogelijke tempo in de verkenningswijken en daarbuiten.
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 12
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
3.3 Uitgangspunten aardgasvrije voorkeurstechnieken In de transitievisie geeft de gemeenten conform het klimaatakkoord aan welke aardgasvrije techniek de voorkeur heeft in de wijken/buurten waarvoor een buurtuitvoeringsplan wordt opgesteld. In een volgende fase, bij de vaststelling van het buurtuitvoeringsplan, wordt de definitieve keuze voor een techniek bepaald. Voor de voorkeursselectie van technieken zijn de volgende criteria gehanteerd6: 1. Laagste maatschappelijke kosten7: In de maatschappelijke kosten zijn onder andere verwerkt: investeringskosten voor verbeteringen aan de gebouwschil, meerkosten voor verzwaring van het elektriciteitsnetwerk, kosten voor aanleg van warmtetransportleidingen en energieverbruikslasten.
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
gedurende de jaren er niet een standaard technische oplossing voor handen is. In dat geval past een individuele oplossing beter. Bij hoogbouw of een groot aandeel corporatiewoningen zijn er minder betrokken vastgoedeigenaren en is planmatige uitrol beter te realiseren. Geijkte technieken: Technieken die tot 2030 nog experimenteel zijn, brengen meer onzekerheid met zich mee. We geven daarom de voorkeur aan technieken waar al ruime praktijkervaring mee op is gedaan.
“Eerst was het biogas en nu hoor je weer waterstof, er verandert nog steeds heel veel”
2. Laagste totale eigenaarskosten (TCO) voor ingrepen op woningniveau: Dit betekent dat een variant met lagere kosten in de woning de voorkeur kan genieten, ook als die hogere maatschappelijke kosten met zich mee brengt. 3. Mogelijkheden voor planmatige uitrol8: De ene techniek past beter bij de ene wijk, de andere techniek beter bij een andere wijk. In bijvoorbeeld wijken met een hoog aandeel particuliere koopwoningen vraagt een collectieve oplossing een zeer tijdrovende aanpak om alle bewoners te committeren en is de kans groot dat door aanpassingen in de woningen
In de Transitievisie Warmte 0.1 is als criterium opgegeven dat -daar waar dit kansrijk is - er altijd een voorkeur voor een collectieve oplossing is ten opzichte van andere technieken. Uit ervaringen die tot nu toe zijn opgedaan met warmtenetten in de bestaande bouw, blijkt dat het complex is om een collectieve oplossing te ontwikkelen en te organiseren. Zie hiervoor het EIB-rapport “Proeftuinen aardgasvrije wijken: Een maatschappelijk-economische analyse van de proeftuinen” 7 Voor zowel laagste maatschappelijke kosten als laagste eigenaarskosten geldt dat de betrouwbaarheid van de rekenmodellen meegewogen moet worden in de resultaten. Er kan wel een voorkeurstechniek gekozen worden, maar die resultaten moeten bij het opstellen van een buurtuitvoeringsplan verder bevestigd worden. 8 Op basis van nieuwe inzichten uit de TVW 0.5 is dit uitgangspunt extra toegevoegd. 6
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 13
2. De opgave
Inleiding 6. De verkenningswijken
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal We zoomen in op de warmtevraag en op het potentiële aanbod van warmte. De analyse bestaat uit drie stappen: 1. Warmtevraag: hoe verwachten we dat de warmtevraag zich zal ontwikkelen tot 2050, en welke temperaturen zijn passend? 2. Warmteaanbod: welke warmtebronnen zijn beschikbaar? 3. Waar is meer potentie voor collectieve en waar voor individuele oplossingen?
4.1
Warmtevraag nu en in de toekomst
Hoe ziet de warmtevraag in Veenendaal er precies uit? Hoe goed zijn woningen geïsoleerd en welke temperaturen zijn geschikt voor de verwarming? Ook kijken we naar welke ontwikkelingen te verwachten zijn en hoe we de warmtevraag kunnen terugdringen.
rendabele isolatiestappen, waarbij economisch rendabele isolatie het uitgangspunt is (zie tabel 1). Daarmee bedoelen we dat de isolatiemaatregelen zichzelf binnen redelijke termijn terugverdienen, dat wil zeggen korter dan de levensduur van de toegepaste maatregel.
“Goed onderzoeken welke technieken beschikbaar zijn.” Tabel 1. Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. We gaan uit van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend door (via kengetallen9) de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken.
Om een inschatting te kunnen maken van de realistische energiebesparing is een analyse gemaakt die rekening houdt met het type bebouwing. Dit is gedaan door te kijken naar de woningvoorraad (bouwjaar, energielabel) in Veenendaal en welke labelstappen reëel gemaakt kunnen worden tot 2050. De labelstappen die gezet kunnen worden zijn ingeschat op basis van verwachting van het nemen van economisch
Kengetallen van adviesbureau Greenvis
9
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 14
2. De opgave
Inleiding 6. De verkenningswijken
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
In april 2021 is door het ministerie BZK aangegeven wat de isolatiestandaard wordt voor woningen in 2050. Deze is erop gericht dat (naoorlogse) woningen met een verwarmingstemperatuur van 50 graden comfortabel bewoond kunnen worden. Voor vooroorlogse woningen geldt 70 graden. De in tabel 1 voorspelde energiebesparing en beoogde labels komen overeen met deze uitgangspunten. Voor Veenendaal leidt dit tot een totale berekende besparingspotentie van 23% voor de bestaande bouw. Omdat er ook nieuwbouwwoningen die energie gaan gebruiken worden toegevoegd10, verwachten we dat het totale energieverbruik voor warmte in de gemeente afneemt met 19%. Dit leidt tot een verwachte totale warmtevraag in 2050 van 1350 TJ/jaar.
4.2 Hoge, lage of middentemperatuur Naast de vraag hoevéél warmte er nodig is, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgiftetemperatuur)11. Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgifte-temperatuur kan zijn. Het bepalen van een verlaging van temperatuur in een collectief systeem zal pas gebeuren als het binnen de mogelijkheden ligt woningen hier geschikt voor te maken en hier draagvlak voor is onder de woningeigenaren. Het moet passen bij de isolatie en radiatoren van de woningen.
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
Slecht geïsoleerde woningen, met energielabel G of F of bouwjaar voor 1940 zonder extra isolatie, hebben een hoge temperatuur nodig (>70° C). De enige aardgasvrije bronnen die deze temperatuur met een redelijk rendement kunnen leveren zijn waterstof, biomassa, biogas en een hoge temperatuur warmtenet.
Temperatuur in collectieve systemen In veel van de middentemperatuur wijken is een aanvoertemperatuur van 70 graden voor de hand liggend, dit past bij de staat van het huidige vastgoed, soms zijn hiervoor nog extra maatregelen nodig aan de woning.
9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
Woningen met gemiddelde isolatie, energielabel B t/m E of bouwjaar tussen 1940 en 2005, kunnen na isolatie goed verwarmd worden met een afgifte-temperatuur van 55 tot 70 graden: middentemperatuur. Goed geïsoleerde woningen, schillabel A of beter, of bouwjaar na 2005, kunnen meestal zonder verdere isolatie verwarmd worden op lage temperatuur (<55° C). Wel is soms een aanpassing aan de radiatoren nodig (een lagetemperatuurafgiftesysteem, zoals vloerverwarming) en soms ook een aanpassing aan het ventilatiesysteem. Daarna kunnen deze woningen verwarmd worden met vrijwel elke duurzame warmtevoorziening. Lage temperatuur heeft als voordeel dat er meer duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn, het systeemrendement is bovendien vaak beter.
Het kan in de toekomst interessant zijn om deze temperatuur te verlagen wanneer hiermee energie over het hele systeem bespaard wordt. Hiervoor moet echter een goede match zijn met de gebouwen. Gebouwen dienen dan namelijk voldoende geïsoleerd te zijn en voorzien van geschikte radiatoren. Het bepalen van een verlaging van temperatuur in een collectief systeem zal pas gebeuren als het binnen de mogelijkheden ligt woningen hier geschikt voor te maken en hier draagvlak voor is onder de woningeigenaren.
In de analyse zijn de nieuwbouwontwikkelingen meegenomen die nu bekend zijn tot 2030. In totaal zijn dat ruim 3700 woningen. De uitgangspunten voor temperaturen zoals gehanteerd in de Leidraad van het Expertise Centrum Warmte zijn gebruik in deze transitievisie.
10 11
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 15
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave 7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
3. Uitgangspunten 8. Participatie en Communicatie
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal 9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
In Figuur 8 is weergegeven welke afgiftetemperatuur er per buurt realistisch is in 2050. Hierbij is rekening gehouden met de bouwjaren en energielabels van de gebouwschillen, en hun besparingspotentieel. Er is aangenomen dat de woningen eerst worden geïsoleerd, zoals beschreven in de vorige paragraaf. Overigens ligt de techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening hiermee nog niet vast: voor elke temperatuurrange bestaan diverse individuele oplossingen (per woning) of collectieve (met een warmtenet). De mate van energiebesparing en de daarbij horende afgiftetemperaturen bepalen mede welke alternatieve warmteoplossingen er gekozen kunnen worden.
Figuur 8: Warmteprofiel Veenendaal in 2050. Passende warmteafgiftetemperatuur na isolatie. Dit is het beeld voor 2050, om hier te komen zijn maatregelen nodig op het gebied van isolatie, radiatoren en/of ventilatie.
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 16
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave 7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
4.3 Veenendaalse bronnen De volgende stap is om te kijken naar welke warmte er beschikbaar is binnen de gemeente. Welke lokale bronnen liggen voor de hand om mogelijk te gebruiken voor het leveren van duurzame warmte? De totale warmtevraag in Veenendaal is nu ruim 1.700 TJ/jaar, (zie hoofdstuk 2). Hoewel door toevoeging van nieuwbouwwoningen de warmtevraag daar zal stijgen, kan de totale warmtevraag in Veenendaal dankzij isolatie afnemen tot naar schatting 1.350 TJ/jaar in 2050. We inventariseren in dit hoofdstuk welke warmtebronnen er in Veenendaal beschikbaar zijn om in deze warmtevraag te voorzien Riothermie, warmte uit het riool Uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en uit het riool op diverse plaatsen in de stad kan restwarmte worden gewonnen. Voordeel van riothermie is dat het een constante warmtebron is die zowel ‘s zomers als ’s winters beschikbaar is. De totale capaciteit hiervan voor Veenendaal is ongeveer 100-250 TJ/jaar12. Het is een lagetemperatuurbron, die collectief (via een warmtenet) ingezet kan worden. Thermische energie uit oppervlaktewater Uit het oppervlaktewater, in het bijzonder de Grift/het omleidingskanaal en de Zijdewetering, is volgens een eerste inschatting van nationale databases13, voldoende warmte te winnen voor een groot deel van de stad, circa 200 – 1.000 TJ/jaar14.
Omdat oppervlaktewater vooral in de zomer warmte levert, is deze bron het best te gebruiken in combinatie met warmte-koudeopslag in de bodem. Het is een lagetemperatuurbron, die collectief (via een warmtenet) ingezet kan worden.
3. Uitgangspunten
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie Warmte door koeling van gebouwen Dit is kleinschalige restwarmte die voortkomt uit de koeling van kantoren, supermarkten, woningen, etc. Dit is vooral interessant in combinatie met WKO: warmte die in de zomer aan het gebouw wordt onttrokken om te koelen, wordt in de winter weer ingezet voor verwarming. Er zijn toepassingen denkbaar per gebouw, met warmte- en koude-uitwisseling tussen enkele gebouwen en per buurt. Het maximale potentieel, als alle gebouwen van koeling worden voorzien, is 270 TJ/jaar. Wanneer alleen die gebouwen worden meegenomen waarvoor warmte-koude-opslag een realistische oplossing lijkt, is het potentieel circa 74 TJ/jaar. Zonnewarmte Warmte uit zonneboilers, waar zowel grootschalige als kleinschalige oplossingen voor bestaan. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïschthermisch). Het maximaal potentieel voor zonnewarmte in Veenendaal is groot: circa 5.000 TJ/jaar15. Hierin is aangenomen dat 10% van het open land in de gemeente voor thermische panelen (of PVT) in veldopstelling wordt benut (circa 4.000 TJ/jaar). Op de beschikbare daken is daarnaast een potentie van circa 1.000 TJ per jaar. Daarmee is niet gezegd dat die potentie eenvoudig gerealiseerd kan worden.
Daarvoor zal eerst een zorgvuldige afweging gemaakt moeten worden met andere ruimteclaims. Denk aan gebruik van daken voor zonnepanelen (elektriciteit) en de landschappelijke waarde van het buitengebied. Deze afweging wordt in de Regionale Energiestrategie (RES) gemaakt.
9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
De gemeente Veenendaal ziet voor de nabije toekomst geen kansen voor de inpassing van zonnevelden met thermische panelen. Bij toepassing op daken worden de zonthermische panelen gecombineerd met een warmtepomp in de woning. Bij een veldopstelling wordt een collectieve warmtepomp gebruikt en de warmte via een warmtenet verspreid. De techniek is nog innovatief, maar gezien het grote potentieel interessant om te onderzoeken. Daarbij zal de uitdaging vooral zijn om de in de zomer opgewekte warmte langdurig op te slaan voor toepassing in de winter.
Bron: Greenvis_Kansen voor warmtenetten in Veenendaal. STOWA potentie thermische energie uit oppervlaktewater; https:// stowa.omgevingswarmte.nl/overzichtskaart#e5e9ea2b-d5bf-e811-a2c000155d010457 14 Voor de RES Foodvalley is een rapport ontwikkeld waar de potentie voor aquathermie in de regio is opgenomen. De cijfers uit het rapport zijn waarschijnlijk nauwkeuriger, alleen het is moeilijk om de capaciteit voor Veenendaal eruit te destilleren, omdat de gegevens geleverd zijn per waterlichaam en het waterlichaam is veel langer dan alleen het stuk dat door Veenendaal loopt. 12
13
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 17
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
Bodemenergie, warmte-koudeopslag (WKO) en bodemwarmtewisselaars In het grootste deel van Veenendaal is bodemenergie mogelijk, behalve in de boringsvrije zone in het centrum waar niet dieper dan 30 meter mag worden geboord in verband met drinkwaterwinning. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, open en gesloten systemen. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 meter diep. De techniek is in Veenendaal al enkele tientallen keren toegepast, een bekend voorbeeld is DEVO: het warmtenet in Veenendaal Oost maakt gebruik van een warmte-koudeopslag. De totale capaciteit van de bodem is groot: 3600 TJ/jaar (excl. de boringsvrije zone)16. Aandachtspunt is hierbij dat de warmte die in de winter aan de bodem onttrokken wordt, in de zomer weer toegevoegd moet worden, dit heet “regeneratie van de bron”. WKO is daarom in te zetten in combinatie met andere technieken, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen, dry-coolers of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). Daarnaast is er bij deze maximale capaciteit vanuit gegaan dat in het hele grondgebied van Veenendaal bodemenergie toegepast wordt, behalve in de boringsvrije zone. Dit is in de bestaande stad op sommige plaatsen wellicht lastig in te passen.
Om voldoende hoge temperatuur warmte te leveren zal in veel gevallen een extra ‘trap’ nodig zijn, zoals een collectieve water-water warmtepomp. Ook aardgas of biomassa kan hierin (in eerste instantie) een rol spelen. Bodemwarmte biedt ook kansen voor het uitwisselen van warmte en koude tussen gebouwen en het voorzien in koelbehoefte op de (vaker voorkomende) heetste dagen.
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
9. Taken en rollen
Luchtwarmtepompen Luchtwarmtepompen onttrekken warmte aan de lucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Een woning moet – net als voor andere lagetemperatuuroplossingen – goed geïsoleerd zijn voor een luchtwarmtepomp, en er is een passend warmteafgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage-temperatuur radiatoren. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden.
10. Financiering en betaalbaarheid
Biogas Biogas afkomstig uit slibvergisting, gft-afval of mest kan een rol gaan spelen in een deel van de warmtevraag. De beschikbaarheid is echter beperkt: op het grondgebied van Veenendaal genoeg voor circa 31 TJ/jaar17. De inzet van biogas in aardgasleidingen in de gebouwde omgeving is vanuit kostenoverwegingen op het moment zeer aantrekkelijk. Na 2030 wordt echter een groeiende vraag naar groen gas verwacht vanuit industrie en mobiliteit (zwaar verkeer), omdat er voor deze sectoren beperkte andere mogelijkheden zijn om te verduurzamen. Het Ministerie van EZK stelt op dit moment met betrokken partijen een Routekaart Groengas op, waar zowel potentieel als toepassing van groen gas onderdeel van is. Het advies is voorlopig om de inzet van groen gas in de gebouwde omgeving te beperken tot die situaties waarin geen alternatief mogelijk is (bv oude binnensteden).
4.4 Niet of beperkt aanwezige warmtebronnen Restwarmte industrie Momenteel is er één bedrijf in de stad bekend die restwarmte over heeft: Carbogen Amcis (voorheen Dishman). Gezien de onzekerheid of Carbogen Amcis op langere termijn in Veenendaal gevestigd zal blijven is deze restwarmtepotentie ook onzeker. Aardwarmte Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde op grote diepte, vanaf 500 m tot 7 km diep. De potentie voor aardwarmte in deze regio is grotendeels onduidelijk. Op potentiekaarten van TNO is veel onbekend. De warmte-atlas schat de potentie voor aardwarmte in als ongunstig. Er vindt momenteel onderzoek plaats in de regio, o.a. in Renkum, en vanuit het landelijke onderzoek SCAN. Vooralsnog gaan we ervanuit dat er geen potentie is, totdat er nieuwe informatie beschikbaar komt.
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk
De potentie van de zonnevelden is berekend op basis van data uit de Nationale Energieatlas (publicatie oktober 2016). Het gaat hierbij om grasen akkerlanden buiten de bebouwing, exclusief Natura2000 gebieden. De (on)wenselijkheid van zonnepanelen op landbouwgronden is expliciet niet meegenomen in de Nationale Energieatlas, net als politieke voorkeuren of richtlijnen van gemeenten of provincie. Om hiervoor de compenseren is een grove inschatting gemaakt dat 10% van het totale potentieel ook daadwerkelijk benut kan worden. Voor de opbrengst van thermische panelen is gerekend met getallen uit het rapport van Berenschot: position paper Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie, 16 november 2018. 16 Bron: Witteveen en Bos - Matchen drinkwater en warmte uit de ondergrond in Veenendaal 17 Bron: RVO, WarmteAtlas. www.warmteatlas.nl 15
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 18
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave 7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
Biomassa De beschikbaarheid van biomassa (houtachtig) op het grondgebied van Veenendaal is beperkt: 59 TJ/jaar18. Het is wel mogelijk biomassa te importeren. Droge biomassa wordt gezien als een transitiebrandstof: op het moment wordt het veel ingezet in biomassacentrales of als bijstook. Er is veel discussie over duurzaamheidsaspecten. In 2050 zal vaste biomassa naar verwachting aftrek vinden in andere sectoren en onderdeel zijn van de biobased economy.
3. Uitgangspunten
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
blijven19. Er moet dus kritisch gekeken worden waar waterstof in te zetten. Door de meeste partijen worden de industrie en zwaar transport gezien als de sectoren waar waterstof het meest bijdraagt aan verduurzaming. Voor de verwarming van gebouwen zijn alternatieven voorhanden. De gemeente Veenendaal zet daarom voorlopig (in ieder geval voor de wijken die vóór 2030 aan de beurt zijn) niet in op overschakeling naar waterstof. Daarbij willen we wel de mogelijkheden behouden om waterstof of andere vormen van duurzaam gas in de toekomst (na 2030) in te zetten; bijvoorbeeld door het aardgasnet hiervoor beschikbaar te houden.
Waterstof Bij gebruik van waterstof kan het bestaande gasnet gebruikt blijven worden. Een overstap naar waterstof heeft daarom het voordeel dat het geen grote ingrepen in de openbare ruimte vraagt. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt, omdat waterstof warmte kan leveren op hoge temperatuur. Waterstof is echter geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gas- en kolencentrales (grijze waterstof). Het is ook mogelijk om groene energie te gebruiken (groene waterstof). Groene waterstof is schaars, en zal dat voorlopig waarschijnlijk
Bron: RVO, WarmteAtlas. www.warmteatlas.nl Voor meer informatie over waterstof, zie bijvoorbeeld: Overmorgen, De positie van waterstof in de energietransitie, een nuancering van de belofte, 2018; of Expertisecentrum warmte, techniekfactsheet waterstof, https://www.expertisecentrumwarmte.nl/kennis/factsheets/techniekfactsheets+energiebronnen/ waterstof/default.aspx
18
19
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 19
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
9. Taken en rollen
4.5 Conclusie warmtebronnen
Warmtebron
Potentie (TJ/jaar)
Temperatuur van de bron
Collectief of individueel
Vooral zonnewarmte, thermische energie uit oppervlaktewater, bodemenergie (ondiep), restwarmte van de RWZI en warmte door koeling van gebouwen hebben potentie. Biomassa zou eventueel ingezet kunnen worden als transitiebrandstof en dan dienen als tijdelijke voeding voor een warmtenet. Een scenario zal altijd een combinatie van verschillende technieken bevatten. Omdat de meeste van deze bronnen vooral in de zomer warmte leveren, wordt warmte-opslag in de bodem cruciaal – de potentie hiervoor in Veenendaal is ruim voldoende.
Riothermie
100-250
Lage temperatuur
Collectief
Thermische energie uit oppervlaktewater
200-1.000
Lage temperatuur
Collectief
Zonnewarmte
5.000
Midden temperatuur
Collectief of individueel
Warmte door koeling van gebouwen
74-270
Lage temperatuur
Collectief of individueel
Luchtwarmtepompen
onbeperkt
Lage temperatuur
Individueel
Restwarmte industrie
-
N.v.t.
N.v.t.
Aardwarmte
-
N.v.t.
N.v.t.
Biogas
31
Hoge temperatuur
Collectief (via gasnet)
Biomassa (houtachtig)
59
Hoge temperatuur
Collectief of individueel
Opslagcapaciteit van de bodem
3.600
Conclusie: Al met al is er voldoende potentie voor warmtebronnen binnen de gemeente, om aan de verwachte toekomstige warmtevraag van 1350 TJ/jaar te voldoen. Op de (middel-) lange termijn is het verminderen van de warmtevraag, en daarmee het reduceren van de hoeveelheid aardgas, een stap die veel kan bijdragen. Vervolgstudie naar een specifieke bron en een beoogd afzetgebied zal vervolgens uitsluitsel geven over de feitelijke mogelijkheden om de bron te kunnen benutten voor warmtelevering.
Tabel 2: Warmtebronnen in Veenendaal, de toekomstige warmtevraag is 1350 TJ/jaar
4.6 Hulpelektriciteit Veel bronnen (zoals bodemsystemen, en omgevingswarmte uit lucht en water) leveren warmte op een lage temperatuur. Om deze geschikt te maken voor woningen met een middenof hoge temperatuur afgiftesysteem (zie vorige paragraaf), wordt gebruik gemaakt van (collectieve) warmtepompen die elektriciteit gebruiken. Hierdoor zal de elektriciteitsvraag toenemen. Dit maakt het nodig dat het huidige elektriciteitsnet verzwaard en uitgebreid wordt. Ook is extra capaciteit voor elektriciteitsopwekking nodig en zal er meer aandacht moeten komen voor tijdelijke opslag. De netbeheerder speelt een belangrijke rol om deze ontwikkeling mogelijk te maken (Zie H9.3).
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 20
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave
3. Uitgangspunten
7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
4.7 Potentie voor een warmtenet In Veenendaal lijken er op redelijk grote schaal kansen voor een collectieve oplossing met een warmtenet. Er zijn nog wel veel onzekerheden met betrekking tot de kosten en de snelheid waarmee woningen zouden kunnen aansluiten. De verschillen met individuele scenario’s zijn beperkt; in verder onderzoek zal moeten blijken of de collectieve kansen daadwerkelijk benut kunnen worden. Uiteraard hebben alle oplossingsrichtingen hun eigen voor- en nadelen. Een belangrijk voordeel van een warmtenet is dat het woningeigenaren ontzorgt bij de transitie naar aardgasvrij, omdat aansluiten op een warmtenet een minder grote ingreep in de woning vergt dan overschakelen op bijvoorbeeld een warmtepomp. Een warmtebedrijf investeert in de warmtevoorziening, regelt het beheer en onderhoud van de benodigde installaties voor warmteproductie en levering. Daarnaast maakt een warmtenet de inzet van lokale collectieve warmtebronnen mogelijk. Zonder warmtenet kunnen deze lokale warmtebronnen niet ingezet worden. Uiteraard moet deze oplossing dan wel aantrekkelijk zijn voor bewoners (particulieren en huurders).
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
9. Taken en rollen
aanwezig is, bewoners (en daarmee ook woningcorporaties) het recht hebben op een aansluiting, maar niet de plicht om aan te sluiten. Een bewoner houdt dus de vrijheid om zelf voor de woning een andere oplossing te kiezen, zoals een warmtepomp. Woningcorporaties hebben minimaal 70% draagvlak nodig onder hun huurders om hun vastgoed te mogen aansluiten op een warmtenet. De prijs van warmte uit een warmtenet wordt tot nog toe gereguleerd via het Niet Meer Dan Anders (NMDA)-principe, waarbij de prijs gekoppeld is aan de prijs van aardgas. Deze regeling moet er voor zorgen dat de prijs voor bewoners vergelijkbaar is met die van aardgas. De regelgeving voor warmtenetten staat momenteel ter discussie en gaat veranderen. Immers, wanneer aardgas in de toekomst zwaarder belast wordt, zijn andere prijsafspraken nodig voor warmtenetten, omdat exploitanten hun warmteprijs zouden kunnen laten meestijgen met verzwaarde belastingtarieven voor aardgas. De gemeente houdt de landelijke ontwikkelingen en nieuwe wetgeving in de gaten. Meer informatie hierover staat in hoofdstuk 9.
De huidige praktijkervaringen met warmtenetten (onder andere in de zogenaamde Proeftuinwijken) laten zien dat het op dit moment vaak nog erg lastig en kostbaar is om woningen met een warmtenet van het aardgas te halen. Tegelijkertijd blijkt dat ook de oplossingen om individueel van het aardgas te gaan flinke investeringen vragen, zowel wat betreft installaties als wat betreft de isolatie van gebouwen. Ook de regelgeving voor toepassing van de “Standaard”20 voor isolatie zal van invloed zijn op de kansrijkheid voor middentemperatuur warmtenetten.
In deze paragraaf verkennen we de potentie voor een warmtenet in Veenendaal. Om een warmtenet kosteneffectief te kunnen ontwikkelen, is een zekere bebouwingsdichtheid nodig. De warmtevraag moet dusdanig geconcentreerd zijn dat het rendabel is om infrastructuur door de wijk aan te leggen. Daarom is in figuur 9 de concentratie van de warmtevraag weergegeven, uitgedrukt in GJ/ha: het aantal benodigde Gigajoule/hectare.
Landelijk wordt de regelgeving over warmtenetten nog vormgegeven. De verwachting is dat in ieder geval wordt vastgelegd dat wanneer er een warmtenet in de wijk
Figuur 9 (op pagina 22) geeft de warmtedichtheid in GJ/ hectare weer als onderlegger voor potentie voor een collectief systeem. Gebaseerd op de concentratie van de warmtevraag
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
is vervolgens in figuur 10 (op pagina 23) weergegeven in welke buurten in Veenendaal een warmtenet een interessante mogelijkheid lijkt. Het oranje gekleurde deel van de gemeente houdt ook na toepassing van gangbare isolatiemaatregelen een relatief hoge warmtevraag. Daarmee is in dit gebied een warmtenet mogelijk een interessante oplossing. De oranje gearceerde delen in figuur 10 zijn wijken die qua dichtheid op de grens liggen, in deze wijken is het minder zeker of een warmtenet financieel aantrekkelijk is voor bewoners. De wijken die buiten deze zones liggen, hebben een lagere warmtedichtheid. Hier zijn individuele oplossingen rendabeler.
De eerste voorstellen hiervoor zijn in maart 2021 in een Kamerbrief met bijlagen gepubliceerd. Verdere regelgeving wordt door het nieuwe kabinet ingericht.
20
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 21
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave 7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
3. Uitgangspunten 8. Participatie en Communicatie
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal 9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
Figuur 9: Huidige warmtedichtheid (GJ/ha) = de concentratie van de warmtevraag. Hoe hoger de warmtedichtheid, hoe groter de potentie voor een warmtenet. Richting 2050 wordt de warmtevraagdichtheid naar verwachting minder, maar zal het patroon van de warmtevraag niet veel veranderen.
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 22
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave 7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
3. Uitgangspunten 8. Participatie en Communicatie
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal 9. Taken en rollen
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
Figuur 10: Potentie warmtenet: deel van Veenendaal waar een warmtenet het meest kansrijk is (op basis van visie 2050).
Ontwerp-Transitievisie Warmte 1.0 | 23
Inleiding 6. De verkenningswijken
2. De opgave 7. Strategie naar een aardgasvrij Veenendaal
3. Uitgangspunten
4. Warmtevraag en warmtebronnen in Veenendaal
8. Participatie en Communicatie
5. Mogelijke warmteoplossing per wijk 10. Financiering en betaalbaarheid
9. Taken en rollen
Mogelijke warmteoplossing per wijk In het vorige hoofdstuk hebben we de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In dit hoofdstuk maken we een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag. Welke bronnen zijn het best in te zetten voor welke wijk? We kijken (zonder te focussen op details) naar een eindbeeld voor 2050. Niet om dit eindbeeld nu vast te leggen, maar om zeker te stellen dat de keuzes voor de eerste wijken goed in een totaalbeeld voor Veenendaal passen. Zo zorgen we dat schaarse warmtebronnen daar ingezet worden, waar ze het beste passen. Voor de verkenningswijken (zie hoofdstuk 6) zijn diverse scenario’s grondiger onderzocht en met elkaar vergeleken. Hieronder is een toelichting op de verschillende zones in figuur 11 gegeven. Groen: Gebied met bestaand/gepland warmtenet De nieuwbouw in Veenendaal-Oost heeft al een warmtenet, en ook voor de nog te ontwikkelen delen van de wijk is een warmtenet voorzien. De collectieve voorziening in Buurtstede en Veenderij draagt bij aan de mogelijkheden om versneld van het aardgas te gaan. De collectieve voorziening voor Groenpoort zal aardgasvrij worden.
Oranje: Kansrijk voor warmtenet/ collectieve warmtevoorziening De oranje zone op de kaart is kansrijk voor een warmtenet. Dit warmtenet kan gevoed worden met een mix van bronnen: warmte uit het riool en de RWZI, zonnewarmte van daken of velden buiten de stad, kleinschalige restwarmte, en – buiten de boringsvrije zone – bodemwarmte. Omdat dit lagetemperatuurbronnen zijn, zal de warmte met behulp van collectieve warmtepompen op de juiste temperatuur gebracht moeten worden. Dit is voor het grootste deel van de woningen middentemperatuur (55-70 graden), voor een deel hoge temperatuur (>70 °C) en voor een klein deel lage temperatuur (<55 °C). Zie het warmteprofiel (Figuur 8). Blauw: Kansrijk voor individueel/ klein collectief. Hier zijn individuele warmtebronnen het meest geschikt. Dit zijn bijvoorbeeld een luchtwarmtepomp, bodemwarmtepomp en/of zonnewarmte op het dak. Ook klein-collectieve oplossingen behoren tot de mogelijkheden, bijvoorbeeld een bodemwarmtebron voor een rijtje huizen of ten behoeve van enkele appartementencomplexen.