CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Ontwerp omgevingsplan, deel 1 - ontwerp omgevingsplan, deel 1

Gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ontwerp omgevingsplan, deel I37.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

gemeente

INHOUDSOPGAVE Regels

3

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

4

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

4

Artikel 1.2 Overige begripsbepalingen

6

Hoofdstuk 2 Doelen

7

Afdeling 2.1 Doel omgevingsplan

7

Afdeling 2.2 Verplichte omgevingswaarden [gereserveerd]

7

Afdeling 2.3 Facultatieve omgevingswaarden [gereserveerd]

7

Hoofdstuk 3 Programma's [gereserveerd]

8

Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

9

Afdeling 4.1 Algemeen [gereserveerd]

9

Afdeling 4.2 Gebiedstypen [gereserveerd]

9

Afdeling 4.3 Thema's

9

Hoofdstuk 5 Activiteiten

10

Afdeling 5.1 Inleidende bepalingen

10

Afdeling 5.2 Benutten van de fysieke leefomgeving

11

Afdeling 5.3 Bouw-, aanleg-, sloop en beheeractiviteiten

12

Afdeling 5.4 Milieubelastende activiteiten

19

Afdeling 5.5 Activiteiten in openbaar toegankelijke ruimte

22

Afdeling 5.6 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed

41

Afdeling 5.7 Activiteiten met betrekking tot flora en fauna

46

Afdeling 5.8 Activiteiten met betrekking tot afval

48

Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud

56

Afdeling 6.1 Gedoogplichten

Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen

56

57

Afdeling 7.1 Kostenverhaal [gereserveerd]

57

Afdeling 7.2 Nadeelcompensatie

57

Hoofdstuk 8 Procesregels

59

Afdeling 8.1 Voorbereiding van besluiten

59

Afdeling 8.2 Gemeentelijke projecten van publiek belang [gereserveerd]

61

Afdeling 8.3 Advies

61

Afdeling 8.4 Maatschappelijk draagvlak [gereserveerd]

63

Afdeling 8.5 Andere bestuursorganen [gereserveerd]

63

Afdeling 8.6 Overige procesregels

64

Hoofdstuk 9 Handhaving [gereserveerd]

65

Hoofdstuk 10 Monitoring en informatie [gereserveerd]

66

Hoofdstuk 11 Overgangsrecht

67

Afdeling 11.1 Overgangsrecht

67

1

Afdeling 11.2 Bruidsschat

68

Hoofdstuk 12 Slotbepalingen

69

Afdeling 12.1 Delegatiebepalingen

69

Afdeling 12.2 Overige bepalingen

71

Bijlage 1 Subsidiemaxima

73

Subsidiemaxima

74

Bijlage 2 Huishoudelijk afvalstoffen

75

Inzamelaars huishoudelijk afval

76

Bijlage 3 Geen omgevingsvergunning (bewoners) op straat mogelijk

79

Parkeergelegenheid op eigen terrein - geen omgevingsvergunning (bewoners) op straat mogelijk 80

Bijlage 4 Geen recht op een eerste omgevingsvergunning (bewoners) op straat 81 Parkeergelegenheid op eigen terrein - geen recht op een eerste omgevingsvergunning (bewoners) op straat 82

Bijlage 5 Uitvoeringsvoorwaarden voor onderhoud van gemeentelijke monumenten in Veenendaal

83 84

Toelichting Algemene Toelichting

90 91

1 Inleiding

91

1.1 Toelichting op hoofdlijnen

91

1.2 Omgevingsplan, deel I (OPI)

91

1.3 Structuur Omgevingsplan deel I

92

2 Toelichting op hoofdstukken

92

Artikelgewijze Toelichting

95

Hoofdstuk 2 Doelen

95

Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

95

Hoofdstuk 5 Activiteiten

96

Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud

135

Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen

135

Hoofdstuk 8 Procesregels

136

Hoofdstuk 11 Overgangsrecht

140

Hoofdstuk 12 Slotbepalingen

140

2

REGELS

3

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen aansluitleiding het particulier riool, de ontstoppingsput en de perceelaansluitleiding tezamen; aansluitpunt 1; bij gemengde en gescheiden rioolstelsels: het punt, waar de perceelaansluitleiding is aangesloten op de ontstoppingsput, tenzij het gaat om buizen met een andere diameter dan ø125 of ø160 voor hemelwaterafvoer; 2; bij buizen met een andere diameter dan ø125 of ø160 voor hemelwaterafvoer: het punt gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten; 3; bij een drukriool: het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput; autodate het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden; autodateplaats een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate; bewoner een persoon die blijkens de Basisregistratie Personen ingeschreven staat in de gemeente Veenendaal; bronneringswater grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand; collectieve festiviteit festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal locaties waar een milieubelastende activiteit als bedoeld in

artikel 22;41 (bruidsschat) is toegestaan, is verbonden; drukriool het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk; eigenaar van een gemeentelijk monument de natuurlijke of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een gemeentelijk monument; gemengd rioolstelsel het openbaar riool voor de gezamenlijke afvoer van afvalwater en hemelwater; gescheiden rioolstelsel het openbaar riool voor de gescheiden afvoer van afvalwater en hemelwater; gestapelde woning een woning die zich bevindt in een woongebouw dat bestaat uit twee of meer boven- of nagenoeg boven- elkaar gesitueerde woningen; handelsreclame iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; hemelwaterriool het gedeelte van het openbaar riool bestemd voor de afvoer van hemelwater;

4

houder van een motorvoertuig degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens of degene die door middel van een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bezitter is van het motorvoertuig dat tijdens het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven; huishoudinkomen verzamelinkomen van de tot het huishouden behorende personen in het berekeningsjaar (in geval van een sociale huurwoning) of peiljaar (in geval van een sociale koopwoning) op basis van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 of, wanneer geen inkomstenbelasting wordt geheven, het belastbare loon volgens de Wet op de loonbelasting 1964; incidentele festiviteit festiviteit die verbonden is aan één of een klein aantal locaties waar een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 22;41 (bruidsschat) is toegestaan; inzamelmiddel een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel die bij een perceel hoort; inzamelvoorziening een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats voor een perceel ter plaatse van de bouwaanduiding 'gestapeld' of een groep van percelen; kabels en leidingen een kabel of leiding die is bedoeld

voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of van energie; Monumentenwacht Utrecht particuliere instelling die met regelmaat de onderhoudstoestand van een monument of beeldbepalend pand en inspecteert door middel van een bouwkundig inspectierapport inzicht verschaft in de technische toestand van het monument of beeldbepalende pand; motorvoertuig motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; netbeheerder de natuurlijke persoon handelende in de uitoefening van een beroep of een bedrijf of de rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid een kabel of leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd; normaal onderhoud van een monument noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van de monumentale waarde van een monument; omgevingsvergunninghouder de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een omgevingsvergunning is verleend; onderhoud van gemeentelijke monumenten noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde; ontstoppingsput een door de gemeente ter hoogte van de erfgrens op particulier terrein te plaatsen put in de aansluitleiding, waarin de werking van de rioolaansluiting onderzocht kan worden; onversterkte muziek muziek die niet elektronisch is versterkt; openbaar riool het gedeelte van het riool dat bij de gemeente in eigendom en

beheer is en dat wordt gebruikt voor inzameling en

5

transport van afvalwater, hemelwater of drainagewater, met inbegrip van de daartoe behorende putten, rioolgemalen, persleidingen en werken en installaties van overeenkomstige aard; openbaar water wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare ruimte openbare ruimte als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeerapparatuur parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaatsen parkeerplaatsen waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; parkeergelegenheid op eigen terrein een parkeerplaats waarover de houder kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins en waar parkeren mogelijk en toegestaan is; met dien verstande dat deze parkeerplaats is gelegen in een parkeervoorziening met meerdere parkeerplaatsen in, op, onder of bij een appartementenwoningcomplex waarin de woning is gelegen of op een parkeervoorziening die conform bouwovereenkomst behoort als parkeergelegenheid bij die woning of een appartementencomplex; parkeerplaatsen voor vergunninghouders parkeerplaatsen die zijn aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het

RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; parkeren parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; particulier riool de rioolleidingen binnens- en buitenshuis binnen de kadastrale grenzen van het perceel waarop het aan te sluiten gebouw staat; Het betreft de leidingen en alle bijbehorende voorzieningen - zoals een ontstoppingsput - tot aan het aansluitpunt; rechthebbende degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; rijksmonumentenregister register als bedoeld in artikel 3;3 van de Erfgoedwet; standplaats het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

Artikel 1.2 Overige begripsbepalingen De begripsbepalingen uit de Omgevingswet en de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) zijn overeenkomstig van toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in artikel 1.1 daarvan is afgeweken.

6

Hoofdstuk 2 Doelen Afdeling 2.1 Doel omgevingsplan Artikel 2.1 Gemeentelijke omgevingsdoelen Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; e. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. de kwaliteit van bouwwerken; i. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; j. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; k. het beheer van infrastructuur; l. het beheer van watersystemen; m. het beheer van natuurgebieden; n. het gebruik van bouwwerken; o. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.

Afdeling 2.2 Verplichte omgevingswaarden [gereserveerd] Afdeling 2.3 Facultatieve omgevingswaarden [gereserveerd]

7

Hoofdstuk 3 Programma's [gereserveerd]

8

Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Algemeen [gereserveerd] Afdeling 4.2 Gebiedstypen [gereserveerd] Afdeling 4.3 Thema's Paragraaf 4.3.1 Cultureel erfgoed Artikel 4.1 Gemeentelijke monumenten Er zijn gemeentelijke monumenten, waar de regels gelden van paragraaf 5.6.2.

Artikel 4.2 Beeldbepalende panden Er zijn Beeldbepalende panden, waar de regels gelden van paragraaf 5.6.3.

Artikel 4.3 Integrale ensembles Er zijn integrale ensembles, waar de regels gelden van paragraaf 5.6.4.

Artikel 4.4 Stedenbouwkundige ensembles Er zijn stedenbouwkundige ensembles, waar de regels gelden van paragraaf 5.6.5

Paragraaf 4.3.2 Flora en fauna Artikel 4.5 Bebouwingscontour houtkap Binnen de bebouwingscontour houtkap zijn de regels uit afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing.

Artikel 4.6 Bebouwingscontour jacht Binnen de bebouwingscontour houtkap is het op grond van artikel 11.71, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden om jacht uit te oefenen met geweer.

9

Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.1 Inleidende bepalingen Artikel 5.1 Toepassingsbereik 1 Dit hoofdstuk gaat over activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving.

2 In dit hoofdstuk wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef onder g van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoedl in de Wet openbare manifestaties; f. vertoningen op openbare plaatsen; g. speelgelegenheden; en h. sportwedstrijden.

3 In dit hoofdstuk wordt onder milieubelastende activiteit verstaan: een activiteit als bedoeld in artikel 22.41 (bruidsschat).

Artikel 5.2 Normadressaat Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 5.3 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen tevoorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan temaken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Artikel 5.4 Maatwerkvoorschriften 1 Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen over de artikelen in dit hoofdstuk, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

2

10

Met maatwerkvoorschriften kunnen burgemeester en wethouders de artikelen in dit hoofstuk aanvullen, invullen of ervan afwijken.

Afdeling 5.2 Benutten van de fysieke leefomgeving Paragraaf 5.2.1 Algemeen Artikel 5.5 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar gebied; b. het beperken van hinder; c. het waarborgen van de veiligheid; en d. het realiseren en beschermen van een evenwichtige woningvoorraad.

Paragraaf 5.2.2 Wonen Artikel 5.6 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het instandhouden van sociale huur-, sociale koop- of middenhuurwoningen.

Artikel 5.7 Algemene regels doelgroepen 1 De doelgroep voor sociale huurwoningen zijn huishoudens die op het moment van de start van de inschrijfprocedure voor de desbetreffende woning(en) een huishoudinkomen hebben dat niet hoger is dan het rekeninkomen zoals genoemd in artikel 14 lid 3 van de Wet op de huurtoeslag.

2 De doelgroep voor sociale koopwoningen zijn huishoudens die op het moment van de start van de verkoopprocedure voor de desbetreffende woning(en) een huishoudinkomen van maximaal € 50.000,- bruto hebben.

3 De doelgroep voor middenhuur woningen zijn huishoudens die op het moment van de start van de inschrijfprocedure voor de desbetreffende woning(en) een huishoudinkomen van maximaal € 50.000,- bruto hebben.

Artikel 5.8 Algemene regels instandhoudingstermijn woningbouwcategorieën 1 Sociale huurwoningen blijven gedurende een termijn van tenminste 25 jaar na eerste ingebruikname als sociale huurwoning beschikbaar.

2 Sociale koopwoningen blijven gedurende een termijn van tenminste 10 jaar na eerste ingebruikname als sociale koopwoning beschikbaar.

3 Middenhuurwoningen blijven gedurende een termijn van tenminste 10 jaar na eerste ingebruikname als middenhuurwoning beschikbaar.

11

Artikel 5.9 Algemene regels verboden Het is verboden om: a. een sociale- of middenhuurwoning voor een te hoge prijs te verhuren of binnen de instandhoudingstermijn aan de huurvoorraad te onttrekken; of b. een sociale koopwoning te verkopen of te vervreemden aan iemand buiten de doelgroep of voor een te hoge prijs te verkopen of te vervreemden binnen de instandhoudingstermijn.

Paragraaf 5.2.3 Gebruiksmelding Artikel 5.10 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het brandveilig gebruik van bouwwerken.

Artikel 5.11 Maatwerkregel gebruiksmelding In afwijking van artikel 6.7, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, wordt het aantal personen in de tabel bij artikel 6.6 onder 7a (logiesfunctie) gesteld op 4.

Afdeling 5.3 Bouw-, aanleg-, sloop en beheeractiviteiten Paragraaf 5.3.1 Algemeen Artikel 5.12 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het garanderen van een goede bodemkwaliteit voor de beoogde functie of activiteit; c. het voorkomen of opheffen van overlast of schade aan de openbare gezondheid; d. de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte; e. het beschermen van het gemeentelijk rioolstelsel; f. het beperken van hinder; g. het beschermen van de gezondheid; h. het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar gebied; en i. het beschermen van in de grond aanwezige kabels, leidingen en ondersteunende werken.

Paragraaf 5.3.2 Bodemonderzoek Artikel 5.13 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van een bodemonderzoek bij een bouwactiviteit.

Artikel 5.14 Algemene regels bodemonderzoek 1 Burgemeester en wethouders staan een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 22.35 onder j (bruidsschat) toe, als bij burgemeester en wethouders reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.

2 Burgemeester en wethouders kunnen gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn als bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken

12

leefomgeving, als uit het in NEN 5725, uitgave 2009 bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is of de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740 niet rechtvaardigen.

3 Wanneer het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, vindt het bodemonderzoek plaats nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.

Paragraaf 5.3.3 Aanleggen en gebruik riolering Artikel 5.15 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op: a. het aanleggen, wijzigen en verwijderen van riolering; b. het gebruik van riolering; en c. het beheer en onderhoud van riolering.

Artikel 5.16 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt in ieder geval in dat: a. het afvalwater geen stoffen mag bevatten die het materiaal van de rioleringen kunnen aantasten of het zuiveringsproces van de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen verstoren; b. bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden aan een op het openbaar riool aangesloten perceel, door de rechthebbende rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool moeten worden getroffen dat schade aan of verzanding of verstopping van het openbaar riool of de perceelaansluitleiding wordt voorkomen, zulks ter beoordeling van de gemeente.

Artikel 5.17 Algemene regels aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater 1 Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

2 De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

3 Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.

13

Artikel 5.18 Algemene regels lozen grondwater bij ontwatering In aanvulling op artikel 22.140 [bruidsschat] geldt dat er: a. maximaal 40 m3 bronneringswater op het hemelwaterriool mag worden geloosd; en b. maximaal 5 m3 bronneringswater op het vuilwaterriool mag worden geloosd.

Artikel 5.19 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool aan te leggen, te wijzigen of te verwijderen.

2 De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend voor: a. de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater als ter plaatse een gemengd rioolstelsel aanwezig is, met dien verstande dat het afvalwater en hemelwater tot aan de ontstoppingsput gescheiden dient te worden aangeboden; b. de afvoer van afvalwater naar het vuilwaterriool als ter plaatse een gescheiden rioolstelsel aanwezig is; c. de afvoer van hemelwater naar het hemelwaterriool als ter plaatse een gescheiden rioolstelsel aanwezig is; of d. de afvoer van afvalwater als ter plaatse een drukriool aanwezig is.

3 Er wordt één omgevingsvergunning per kadastraal perceel verleend, waarin alle aansluitingen voor het betreffende perceel afzonderlijk worden vermeld.

Artikel 5.20 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.19 , eerste Lid, worden de volgende gegevens verstrekt: a. de gewenste datum van uitvoering; b. de ligging van het aan te sluiten perceel: 1. aan de hand van straat en huisnummer of, als nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende perceel; en 2. aangegeven op een situatieschets 1:500 of grotere schaal; c. voor zover het lozing van afvalwater van een locatie betreft waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, de aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij wordt aangegeven of niet verontreinigd water, zoals regen- of koelwater, of verontreinigd water, zoals huishoudelijk of industrieel afvalwater, zal worden afgevoerd; d. of het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater betreft, of dat er daarnaast hemelwater zal worden afgevoerd; en e. van het aan te sluiten of te wijzigen particulier rioolten minste de volgende gegevens: 1. de dimensionering; en 2. de plaats van de afvalwater- en hemelwaterafvoerleidingen, waarbij op de situatieschets een duidelijk verschil in kleur, tekst of symbolen tussen de leidingen is aangebracht.

Artikel 5.21 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1

14

Een omgevingsvergunning kan worden geweigerd als: a. de belangen, bedoeld in artikel 5.12, geschaad worden; b. de aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.

2 Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de hoogteligging van het particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt afwijkt van de bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 5.24 bepaalde hoogte; c. de bovenzijde van een lozingstoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de kruin van de straat, tenzij maatregelen worden getroffen om terugvloeien van het water in een lozingstoestel te voorkomen; d. door de aansluiting gemeenschappelijke lozing zou plaatsvinden van afvalwater, bronneringswater of hemelwater op een gescheiden rioolstelsel; e. het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren; f. het lozing van drainagewater betreft; g. de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of via retourbemaling kan worden afgevoerd; h. de aansluiting op een vrijverval riool niet onder vrijverval plaatsvindt; i. verontreinigd hemelwater in geval van een gescheiden stelsel niet wordt afgevoerd via het vuilwaterriool; j.

het af te voeren debiet van verontreinigd hemelwater in geval van een gescheiden stelsel groter is dan 5 l/sec/ha; k. de afvoer van hemelwater vanuit laadkuilen niet op het buizenstelsel bestemd voor afvoer van afvalwater wordt aangesloten en/of wanneer de afvoer groter is dan 5 l/sec/ha; l. het afvalwater dat naar het drukriool wordt afgevoerd hemelwater bevat; m. lozingsvoorzieningen zoals een septic-tank of beerput onderdeel uitmaken van een aansluitleiding; of n. vanuit een nieuwe woning regenwater en afvalwater niet gescheiden worden gehouden tot aan de ontstoppingsput.

Artikel 5.22 Intrekken of wijzigen van de omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken of worden gewijzigd als: a. de bepalingen van dit omgevingsplan of de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen; b. het gebruik van een aansluiting waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt beëindigd; c. het gebruik van de aansluiting niet overeenkomstig de bij de verkrijging van de omgevingsvergunning verstrekte gegevens is; d. er wijzigingen optreden in de aard en het type water (afvalwater, hemelwater, bronneringswater ) dat wordt afgevoerd; of e. de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de omgevingsvergunning nog geen verzoek heeft ingediend de aansluiting of wijziging van de aansluiting te realiseren.

Artikel 5.23 Informatieplicht 1 Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd stelt de rechthebbende burgemeester en wethouders hiervan in kennis.

15

2 Bij het ontdekken van gebreken aan de aansluitleiding, is de omgevingsvergunninghouder verplicht hiervan onmiddellijk kennis te geven aan de gemeente.

Artikel 5.24 Maatwerkvoorschriften Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 5.4 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c.

of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.

Paragraaf 5.3.4 Werkzaamheden kabels en leidingen Artikel 5.25 Aanwijzing activiteiten 1 Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, instandhouden, wijzigen of verwijderen van kabels en leidingen, met uitzondering van telecommunicatiekabels.

2 Deze paragraaf is niet van toepassing op het aanleggen, wijzigen of verwijderen van riolering bedoeld in paragraaf 5.3.3.

3 Onder werkzaamheden aan kabels en leidingen van niet ingrijpende aard worden de volgende werkzaamheden bedoeld: a. het aanbrengen of verwijderen van leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen waarbij geen opbrekingen noodzakelijk zijn; b. aanbrengen van of reparaties aan kabels of leidingen met een lengte van minder dan 20 meter of een oppervlak van maximaal 10 m2 en gelegen in een tegelvoetpad, in een gazon of in een berm; c. het maken van één huisaansluiting; d. proefsleuf; e. lasgat of samenstelling van lasgaten tot een maximum van 10 m2; f. indien de werkzaamheden betekenen dat er wegdoorkruisingen plaatsvinden of indien er werkzaamheden plaatsvinden in inritten of wegen van klinkerwerk en/of dikke tegels (7 cm of meer) of in asfaltwegen en fietspaden is er géén sprake van werkzaamheden van niet ingrijpende aard.

16

Artikel 5.26 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren in of op openbare grond voor de aanleg, instandhouding, wijziging of verwijdering van kabels en leidingen.

2 Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing voor spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige belemmering of storing.

Artikel 5.27 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1 Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt een uitvoeringsplan gevoegd.

2 Het uitvoeringsplan omvat in ieder geval: a. een omschrijving van de kabels en leidingen die worden aangelegd, in stand gehouden, gewijzigd of verwijderd en een omschrijving van de voorzieningen die worden medegebruikt of voor medegebruik worden aangelegd; b. de locatie van de werkzaamheden; c. een omschrijving van de werkzaamheden die worden uitgevoerd; d. een projectcode of nummer waaronder het project in het kader van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse- en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) bij de netbeheerder bekend is; e. de contactgegevens van degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden worden verricht, inclusief contactgegevens van aannemers en onderaannemers die gedurende de uitvoering van de werkzaamheden de gehele dag bereikbaar zullen zijn; f. de contactgegevens van de eigenaar van de kabels of leidingen; g. een opgave van het voorgenomen tijdvak waarbinnen de werkzaamheden zullen plaatsvinden en, indien van toepassing, een opgave van de fasering binnen dit tijdvak; h. een aanduiding van de wijze waarop omwonenden en andere belanghebbenden vooraf in kennis worden gesteld van de werkzaamheden; i. een omschrijving van de maatregelen die om reden van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen of ondergrondse ordening zijn voorgenomen; j.

één of meerdere tekeningen, op maximale schaal van 1:500, waarop in ieder geval de aan te leggen, in stand te houden, te wijzigen of te verwijderen kabels en leidingen en de daartoe te verrichten werkzaamheden staan aangeduid; en k. een tekening met voorgestelde verkeersmaatregelen of aanduiding van te nemen maatregelen conform CROW publicatie 96b.

3 In afwijking van het eerste lid worden bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden van niet ingrijpende aard de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres van de netbeheerder, de naam en het adres van de (onder)aannemer(s) en de naam en het telefoonnummer van de uitvoerder; b. de locatie van de werkzaamheden; c. de lengte van de sleuf die wordt opengebroken; d. het oppervlak van het lasgat dat wordt opengebroken.

17

4 Onder werkzaamheden van niet ingrijpende aard als bedoeld in lid 3 worden de volgende werkzaamheden bedoeld: a. het aanbrengen of verwijderen van leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen waarbij geen opbrekingen noodzakelijk zijn; b. aanbrengen van of reparaties aan kabels of leidingen met een lengte van minder dan 20 meter of een oppervlak van maximaal 10 m2 en gelegen in een tegelvoetpad, in een gazon of in een berm; c. het maken van één huisaansluiting; d. proefsleuf; e. lasgat of samenstelling van lasgaten tot een maximum van 10 m2. indien de werkzaamheden.

Artikel 5.28 Beoordelingsregel De omgevingsvergunning kan worden geweigerd als de belangen, bedoeld in artikel 5.5, worden geschaad en in het belang van: a. de openbare orde; en b. de bereikbaarheid van gronden en gebouwen.

Artikel 5.29 Wijzigen, intrekken of verlengen omgevingsvergunning 1 Burgemeester en wethouders kunnen de omgevingsvergunning wijzigen, intrekken of verlengen, als: a. de netbeheerder niet binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning de werkzaamheden als omschreven in de omgevingsvergunning heeft afgerond; b. de in de omgevingsvergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stil liggen; c. de omgevingsvergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; d. dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken; e. de openbare orde of een gevaar of de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden.

2 Burgemeester en wethouders kunnen de omgevingsvergunning verlengen met een maximale duur van 6 maanden.

Artikel 5.30 Meldingsplicht 1 Het is verboden spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing te verrichten zonder dit ten minste 48 uur voor het begin ervan te melden.

2 Als de spoedeisende werkzaamheden zodanig ernstig zijn dat direct ingrijpen noodzakelijk is, dan kan de kennisgeving direct na uitvoering of uiterlijk de eerstvolgende werkdag voor 10.00 uur worden doorgegeven.

3 Binnen twee weken na beëindiging van de spoedeisende werkzaamheden wordt een uitvoeringsverslag aan

18

burgemeester en wethouders verstrekt. Het uitvoeringsverslag omvat in ieder geval: a. naam van de netbeheerder en de uitvoerende partij; b. een kenmerk of registratienummer waaronder de werkzaamheden bij de netbeheerder bekend zijn; c. een omschrijving van de kabels en leidingen die zijn aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd; d. een omschrijving van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd; e. een straatwerkbon; en f. een aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden.

Afdeling 5.4 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 5.4.1 Algemeen Artikel 5.31 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen en beperken van hinder en overlast; b. het beschermen van het milieu.

Paragraaf 5.4.2 Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 5.32 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op: a. collectieve en incidentele festiviteiten; b. het ten gehore brengen van onversterkte muziek; en c. het veroorzaken van geluidhinder en hinder door verlichting.

Artikel 5.33 Algemene regels onversterkte muziek 1 Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek op een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, is de onder e opgenomen tabel van toepassing, waarbij: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze geluidsgevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij geluidsgevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d. de beoordeling plaatsvindt aan de hand van paragraaf 6.2.1 van de Omgevingsregeling; e. Tabel (LAr,LT staat voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveau): 7.00 – 19.00 uur LAr,LT op de gevel van geluidsgevoelige 55 dB(A)

19.00 – 23.00

23.00 –

uur

7.00 uur

50 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

25 dB(A)

gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige geluidsgevoelige

40 dB(A)

gebouwen

19

2 Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek.

Artikel 5.34 Algemene regels incidentele festiviteiten 1 Het is toegestaan om op maximaal vier dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden op een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, waarbij de geluidsnormen als bedoeld in paragraaf 22.3.4.2 van dit omgevingsplan (bruidsschat) en artikel 5.33 niet van toepassing zijn, als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de festiviteit op de gevel van geluidgevoelige gebouwen niet meer dan 20 dB(A) hoger zijn dan de reguliere geluidsnorm.

2 De geluidsnorm, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan en niet voor de buitenruimte.

3 Tijdens een incidentele festiviteit wordt het ten gehore brengen van muziek - hoger dan de geluidsnorm bedoeld in paragraaf 22.3.4.2 van dit omgevingsplan (bruidsschat) en artikel 5.33 – van zondag tot en met donderdag om uiterlijk 23.00 uur en op vrijdag en zaterdag om uiterlijk 24.00 uur beëindigd.

4 Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, met uitzondering van voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

5 Het is toegestaan om tijdens maximaal 4 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten op een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, de verlichting langer aan te houden voor sportactiviteiten waarbij paragraaf 22.3.22 van dit omgevingsplan (bruidsschat) niet van toepassing is.

Artikel 5.35 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning geluidhinder te veroorzaken bij andere activiteiten dan de milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 22.4.1 (bruidsschat).

2 Bij de beoordeling of er sprake is van geluidhinder geldt het volgende: a. een maximale geluidsnorm van 40 dB(A) in geluidsnormeringskaart 40 dB(A); b. een maximale geluidsnorm van 45 dB(A) in geluidsnormeringskaart 45 dB(A); c. een maximale geluidsnorm van 50 dB(A) in geluidsnormeringskaart 50 dB(A); d. een maximale geluidsnorm van 55 dB(A) in geluidsnormeringskaart 55 dB(A); en e. er geldt geen maximale geluidsnorm voor de totale geluidsproductie binnen de geluidsnormeringskaart gezoneerd bedrijventerrein, mits de geluidsnormen buiten het gezoneerd bedrijventerrein, bedoeld onder a t/m d,

20

niet worden overschreden.

3 De beoordeling vindt plaats aan de hand van paragraaf 6.2.1 van de Omgevingsregeling.

4 Het verbod is niet van toepassing op: a. het gebruik van openbare sport- en speelvoorzieningen en terreinen voor zover het betreft de uitoefening van sport- en speelactiviteiten; b. collectieve festiviteiten; en c. incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 5.38.

Artikel 5.36 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: a. een omschrijving van de activiteit; b. de locatie aangegeven op een luchtfoto; c. het tijdstip en de duur van de activiteit; en d. het soort geluid (versterkt of onversterkt).

Artikel 5.37 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning kan worden geweigerd als: a. onevenredige overlast wordt veroorzaakt voor de omgeving; of b. de belangen, bedoeld in artikel 5.31, worden geschaad.

Artikel 5.38 Informatieplicht 1 De houder van de locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan verstrekt ten minste tien werkdagen voor aanvang van de incidentele festiviteit de volgende gegevens en bescheiden: • de locatie waar de festiviteit plaatsvindt; en • de voorgenomen tijdsduur van de festiviteit.

2 De houder van de locatie waar de milieubelastende activiteit is toegestaan verstrekt ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de incidentele festiviteit de volgende gegevens en bescheiden: • de locatie waar de festiviteit plaatsvindt; en • de voorgenomen tijdsduur van de festiviteit.

Artikel 5.39 Maatwerkvoorschriften Met de maatwerkvoorschriften bedoeld in artikel 5.4 kunnen burgemeester en wethouders ondermeer bepalen voor welke collectieve festiviteiten en welke dagen of dagdelen de geluidsnormen, bedoeld in paragraaf 22.3.4.2 (bruidsschat) en artikel 5.33, en de regels over verlichting voor sportuitoefening, bedoeld in paragraaf 22.3.22

21

(bruidsschat), niet gelden.

Afdeling 5.5 Activiteiten in openbaar toegankelijke ruimte Paragraaf 5.5.1 Algemeen Artikel 5.40 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; b. het waarborgen en bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare ruimte; c. het beperken van hinder; d. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte; e. het beschermen van het openbaar groen; f. het verdelen van schaarse ruimte; g. de parkeerregulatie in het centrum en de ring daarbuiten; h. het waarborgen en bevorderen van de verkeersveiligheid; i. de natuurbescherming; j. het beschermen van het milieu; en k. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.

Paragraaf 5.5.2 Objecten plaatsen op de weg Artikel 5.41 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten op de openbare weg in beheer bij de gemeente.

Artikel 5.42 Specifieke zorgplicht 1 De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt voor het plaatsen en verspreiden van reclame in ieder geval in dat: a. de verspreider van flyers achteraf de op straat achtergebleven of weggegooide flyers opruimt; en b. de objecten die op of boven de openbare weg worden geplaatst, zijn voorzien van een veilige constructie.

2 De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt voor het plaatsen van uitstallingen in ieder geval in dat: a. een uitstalling door omvang, vormgeving constructie, plaats of het beoogde gebruik geen schade toebrengt aan de openbare ruimte; b. een uitstalling of het beoogde gebruik daarvan geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid en het doelmatig en veilig gebruik van de openbare ruimte en geen belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare ruimte; c. een uitstalling of het beoogde gebruik daarvan geen overlast oplevert voor derde belanghebbenden; d. een uitstalling geen risico oplevert voor de openbare orde en veiligheid; en e. de ondernemer van een uitstalling zorgt voor een schoon en ordelijk aanzien van de uitstalling en voor het schoonhouden van de openbare ruimte in de directe omgeving daarvan.

Artikel 5.43 Algemene regels uitstallingen 1 Bij het plaatsen van een uitstalling wordt voldaan aan de volgende regels:

22

a. de uitstalling wordt zodanig voor de eigen gevel van de winkel geplaatst dat een vrije doorgang in een rechtdoorgaande lijn van minimaal 150 centimeter breed is gewaarborgd voor onder andere voetgangers en rolstoelgebruikers; b. er is altijd een vrije en onbelemmerde doorgang in een rechtdoorgaande lijn van minimaal 400 centimeter met een vrije hoogte van tenminste 420 centimeter aanwezig voor hulpdiensten; c. de uitstalling wordt zodanig voor de eigen gevel van de winkel geplaatst dat nooduitgangen van de eigen winkel en die van in de nabijheid gelegen onroerende zaken, onbelemmerd te gebruiken zijn; d. de uitstalling is alleen aanwezig op tijden dat de winkel voor het publiek geopend is.

2 De uitstalling is uitsluitend aanwezig op voor voetgangers bestemde delen van de openbare ruimte binnen een uitstallingszone van maximaal 100 cm vanuit de gevel over de gehele gevelbreedte van de winkel.

3 De uitstalling vormt geen belemmering voor: a. op de locatie van de uitstalling te verrichten (onderhouds)werkzaamheden; b. evenementen; c. markten; d. kermissen; e. andere festiviteiten; of, f. gebeurtenissen van algemeen belang.

Artikel 5.44 Algemene regels mobiele billboards 1 Het is toegestaan Mobiele billboards te plaatsen binnen het gebied Mobiele billboards voor: a. gemeenteraadsverkiezingen; b. provinciale verkiezingen; c. waterschapsverkiezingen; d. 2e kamerverkiezingen; of e. Europese verkiezingen.

2 De mobiele billboards dienen uiterlijk binnen twee weken na de verkiezingsdatum verwijderd te zijn.

Artikel 5.45 Algemene regels verboden Het is verboden plakzuilen zoals aangegeven in werkingsgebied plakzuilen te beplakken met handelsreclame.

Artikel 5.46 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden de weg of een weggedeelte zonder omgevingsvergunning anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan of een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en

23

onderhoud van de weg; en b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning tijdelijke reclame-uitingen op of aan de weg te plaatsen, behalve op plakzuilen.

3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor: a. een evenement; en b. een standplaats.

Artikel 5.47 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie, lengte, breedte en hoogte van het object of de objecten; b. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen van het object; en c. een verkeersplan, als het fietspad, voetpad of de rijbaan geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd.

Artikel 5.48 Beoordelingsregels omgevingsvergunning aankondigingsborden Een omgevingsvergunning voor aankondigingsborden wordt verleend als: a. de aanvraag niet meer dan 5 aankondigingsborden betreft; b. de afmetingen van de aankondigingsborden niet meer dan 1,22 meter bij 2,44 meter bedragen; c. de termijn van plaatsing niet langer is dan 14 dagen; d. de aankondigingsborden op een locatie worden geplaatst binnen het gebied aankondigings- en spanbordenen deze gedurende de aangevraagde termijn ook beschikbaar is; en e. het gaat om een van de volgende type reclame of aankondigingen: 1. algemene overheids- en ideële reclame; 2. aankondiging van activiteiten met een sociaal-cultureel of sportief karakter; of 3. aankondiging van plaatselijke evenementen.

Artikel 5.49 Beoordelingsregels omgevingsvergunning driehoeksborden / sandwichborden Een omgevingsvergunning voor driehoeksborden of sandwichborden wordt verleend als: a. de aanvraag niet meer dan 25 driehoeksborden of sandwichborden betreft; b. de termijn van plaatsing niet langer is dan 14 dagen; c. de driehoeksborden of sandwichborden op een locatie worden geplaatst, zoals aangegeven in bijlage X (werkingsgebied beleid tijdelijke reclame-uitingen) en deze gedurende de aangevraagde termijn ook beschikbaar is; d. het gaat om een van de volgende type reclame of aankondigingen: 1. algemene overheids- en ideële reclame; 2. aankondiging van activiteiten met een sociaal-cultureel of sportief karakter; of 3. aankondiging van plaatselijke evenementen met een algemeen doel met inbegrip van kermissen en circussen;

24

e. geen reclame wordt gemaakt voor de verkoop van goederen of diensten; en f. de aanvrager het maximum van 6 omgevingsvergunningen per jaar nog niet heeft bereikt.

Artikel 5.50 Beoordelingsregels omgevingsvergunning spandoeken Een omgevingsvergunning voor spandoeken wordt verleend als: a. de spandoeken op een locatie worden geplaatst binnen het gebied spandoeken en deze gedurende de aangevraagde termijn ook beschikbaar is; b. de termijn van de plaatsing niet langer is dan 28 dagen; c. de aanvraag afkomstig is van een ideële instelling; en d. er geen sprake is van commerciële aanduidingen of handelsreclame.

Artikel 5.51 Beoordelingsregels omgevingsvergunning verwijsbordjes Een omgevingsvergunning voor verwijsbordjes wordt verleend als: a. de afmetingen van de verwijsbordjes minder dan 60 centimeter bij 30 centimeter bedragen; b. de bordjes niet voor belemmering van het uitzicht zorgen; en c. het gaat om verwijsbordjes voor activiteiten van bedrijven, voor bedrijfsverhuizingen binnen de gemeente of voor bedrijven die wegens reconstructie van wegen tijdelijk moeilijk bereikbaar zijn.

Paragraaf 5.5.3 Parkeren Artikel 5.52 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf gaat over het parkeren van motorvoertuigen in de openbare ruimte.

Artikel 5.53 Algemene regels gehandicaptenparkeerkaart 1 De gehandicaptenparkeerkaart bedoeld in artikel 49 en 50 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer wordt voor de toepassing van dit omgevingsplan gelijkgesteld met een omgevingsvergunning waarmee bij algemene gehandicapten parkeerplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen en bij belanghebbendenplaatsen geparkeerd mag worden.

2 Een gehandicaptenparkeerkaart telt mee bij het maximale aantal vergunningen op een adres.

Artikel 5.54 Algemene regels verboden 1 Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen of met andere munten dan die in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.

2 Het is verboden een (brom)fiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

Artikel 5.55 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1

25

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gedurende de tijden waarop het parkeren op parkeerplaatsen voor vergunninghouders of een autodateplaats alleen aan omgevingsvergunninghouders is toegestaan daar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden.

2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning (garage) of zonder het betalen van parkeerbelasting in de Parkeergarages een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden.

3 Het verbod in het eerste en tweede lid geldt niet voor: a. een motorvoertuig van een gehandicapte, voor zover diegene beschikt over een duidelijk zichtbaar aangebrachte geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart; b. als zodanig herkenbare politievoertuigen; c. als zodanig herkenbare brandweervoertuigen; d. als zodanig herkenbare ambulances; e. als zodanig herkenbare dierenambulances; en f. als zodanig herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Veenendaal.

Artikel 5.56 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1 Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning (functioneel) als bedoeld in artikel 5.61 , derde Lid worden de volgende gegevens verstrekt: a. een bewijs dat de aanvrager werkzaam is in een van de in artikel 5.61 , eerste Lid of artikel 5.61 , tweede Lid genoemde beroepen, zoals een inschrijfnummer in het handelsregister van de Kamer van Koophandel of een BIG-verklaring; en b. het kenteken / de kentekens.

2 Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning (mantelzorg) als bedoeld in artikel 5.62 geldt het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt aangevraagd door de bewoner die mantelzorg ontvangt; en b. de aanvrager verstrekt een verklaring dat hij of zij daadwerkelijk mantelzorg behoeft en daadwerkelijk mantelzorg ontvangt.

Artikel 5.57 Beoordelingsregel omgevingsvergunning 1 Een omgevingsvergunning voor het parkeren op parkeerplaatsen voor vergunninghouders of parkeerapparatuurplaatsen wordt alleen verleend aan: a. een houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of ook door omgevingsvergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie I); b. een houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of ook door omgevingsvergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II);

26

c. een houder van een motorvoertuig die voor het verlenen van zorg, hulp of werkzaamheden in of aan de openbare ruimte op één of wisselende plaatsen aanwezig moet zijn binnen een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of ook door omgevingsvergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie III); d. een houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of ook door omgevingsvergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie IV); e. een bewoner die woont in een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of ook door omgevingsvergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie V).

2 Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ook een omgevingsvergunning verlenen aan een houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het eerste lid genoemde categorieën.

3 Een omgevingsvergunning wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend.

4 Burgemeester en wethouders kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een omgevingsvergunning voor categorie IV kunnen burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade en de gevolgen voor het milieu, waaronder ook het stimuleren van selectief autogebruik wordt begrepen.

5 Burgemeester en wethouders weigeren een omgevingsvergunning als het vergunningenplafond van het desbetreffende adres is bereikt.

Artikel 5.58 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (bewoners) 1 Burgemeester en wethouders kunnen aan een houder categorie I als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder a een eerste omgevingsvergunning (bewoners) verlenen voor parkeren in zone parkeren A minus subzones als diegene in ieder geval aan de volgende criteria voldoet: a. aanvrager is bewoner van een zelfstandige woning en ingeschreven in de BRP van het gebied waar betaald parkeren (parkeren A) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is; b. aanvrager beschikt niet over parkeergelegenheid op eigen terrein zoals opgenomen voor de adressen in bijlage 3 en bijlage 4; en c. aanvrager is kentekenhouder volgens de RDW of kan een verklaring overleggen waarin de leasemaatschappij als eigenaar van het motorvoertuig verklaart dat aanvrager vaste berijder is van het motorvoertuig waar een eerste omgevingsvergunning (bewoners) voor wordt aangevraagd.

2 Burgemeester en wethouders kunnen aan een houder categorie I als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder a een tweede of derde omgevingsvergunning (bewoners) verlenen voor parkeren in zone parkeren A minus subzones als

27

diegene in ieder geval aan de volgende criteria voldoet: a. aanvrager is bewoner van een zelfstandige woning van het gebied waar betaald parkeren (parkeren A) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is; b. aanvrager beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein zoals opgenomen voor de adressen in bijlage 4 of aanvrager beschikt over een eerste omgevingsvergunning (bewoners); en c. aanvrager is kentekenhouder volgens de RDW of kan een verklaring overleggen waarin de leasemaatschappij als eigenaar van het motorvoertuig verklaart dat aanvrager de vaste berijder is van het motorvoertuig waar een tweede of derde omgevingsvergunning (bewoners) voor wordt aangevraagd.

3 Op een adres kunnen maximaal drie omgevingsvergunningen (bewoners) worden verleend waarbij een omgevingsvergunning (zakelijk) als bedoeld in artikel 5.60 of een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 5.53 meetelt bij het maximale aantal omgevingsvergunningen (bewoners) op een adres.

4 Voor aanvragers die een zelfstandige woning in appartementencomplex De Valk, Raadhuisstraat 1-65 (oneven huisnummers) bewonen, geldt aanvullend dat: a. de omgevingsvergunning (bewoners) alleen geldt op parkeerterrein Theater/Duivenweide; en b. maximaal één omgevingsvergunning (bewoners) wordt verleend per adres.

5 In de zone parkeren A2 mogen alleen omgevingsvergunninghouders die bewoner zijn van de Rozenburghflat parkeren.

Artikel 5.59 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (garage) In afwijking van de algemene beoordelingsregels, bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid kan een omgevingsvergunning voor parkeren in parkeergarages door een ieder zonder nadere voorwaarden worden aangevraagd.

Artikel 5.60 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (zakelijk) 1 Burgemeester en wethouders kunnen aan een houder categorie II als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder b een omgevingsvergunning (zakelijk) verlenen indien in ieder geval aan de volgende criteria wordt voldaan: a. aanvrager vraagt de omgevingsvergunning (zakelijk) aan namens een geregistreerd bedrijf (KvK registratienummer benodigd) gevestigd in het betaald parkeren gebied (parkeren A) of belanghebbendengebied (parkeren B), afhankelijk van waar het bedrijf is gevestigd; en b. aanvrager is kentekenhouder volgens de RDW of kan een verklaring overleggen waarin de leasemaatschappij als eigenaar van het motorvoertuig verklaart dat aanvrager de vaste berijder is van het motorvoertuig waar een omgevingsvergunning (zakelijk) voor wordt aangevraagd.

2 Een omgevingsvergunning (zakelijk) wordt op kenteken uitgegeven.

3

28

Een omgevingsvergunning (zakelijk) kan worden verleend voor het gebied waar betaald parkeren parkeren parkeren A minus subzones of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is.

4 Op een adres kunnen maximaal drie omgevingsvergunningen (zakelijk) worden verleend waarbij een omgevingsvergunning (bewoners) als bedoeld in artikel 5.58 of een omgevingsvergunning (gehandicaptenparkeerkaart) als bedoeld in artikel 5.53 meetelt bij het maximale aantal omgevingsvergunningen (zakelijk) op een adres.

Artikel 5.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (functioneel) 1 Burgemeester en wethouders kunnen aan een houder categorie III als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder c een omgevingsvergunning (functioneel) verlenen als diegene in ieder geval aan de volgende criteria voldoet: a. aanvrager beoefent als zelfstandige een beroep in de medische, zorg- of hulpsector of is in dienst van een zorgen hulporganisatie, waarvan de betreffende werknemers als eerstelijns zorgverlener binnen het medische of maatschappelijke werkveld regelmatig op huisbezoek moeten komen in het kader van de zorgverlening bij cliënten die woonachtig zijn in het gebied waar betaald parkeren (parkeren A minus subzones) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is; b. de kernactiviteit van aanvrager ligt op het gebied van: 1. eerstelijns gezondheidszorg, waaronder: huisartsgeneeskunde, geneesmiddelenvoorziening, fysiotherapie, verloskunde of kraamverzorging; 2. thuiszorginstellingen, waaronder: wijkverpleging, gezinszorg, huishoudelijke zorg, alfahulp of maaltijdvoorziening; of 3. maatschappelijke dienstverlening, waaronder: algemeen maatschappelijk werk, groepswerk, jeugdhulpverlening, jeugdgezondheidszorg of pastorale zorg; en c.

de kernactiviteit wordt uitgevoerd in het gebied waar betaald parkeren (parkeren A minus subzones) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) geldt en een omgevingsvergunning voor parkeren is voor de uitoefening van de taak noodzakelijk.

2 Burgemeester en wethouders kunnen ook aan een houder categorie III als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder c die werkzaamheden uitvoert in en aan de openbare ruimte in het gebied waar betaald parkeren (parkeren A minus subzones) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is, een omgevingsvergunning (functioneel) verlenen.

3 Een omgevingsvergunning (functioneel) kan worden aangevraagd door een zelfstandige, een bedrijf of een instelling.

4 De omgevingsvergunning (functioneel) wordt uitgegeven op kenteken.

Artikel 5.62 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (mantelzorg) 1 Burgemeester en wethouders kunnen aan een houder categorie III als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder c een omgevingsvergunning (mantelzorg) verlenen als diegene voldoet aan de volgende criteria:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10556609/1