CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.m Bijlage 11 Overzicht beperkingen aardgasvrij

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling ontwerp Buurtuitvoeringsplannen (BUPs)4.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 11 - Overzicht beperkingen aardgasvrij

A: Terugverdientijd verduurzaming gebouw Wat is de beperking? Het verduurzamen van de gebouwschil van utiliteit en de installaties voor verwarming vraagt investeringen van de gebouweigenaar. Deze investeringen kunnen deels of geheel worden terugverdiend door lagere energiekosten – los van het vraagstuk van de ‘split incentive’. Uit de bedrijfsadviezen van Enodes blijkt voor het aardgasvrij maken van bedrijfspanden een terugverdientijd van 7 jaar tot oneindig. Een terugverdientijd van 10 jaar is voor een bedrijf in veel gevallen onvoldoende interessant om te investeren. Daarnaast is de terugverdientijd van de maatregelen sterk afhankelijk van de energieprijzen en regelgeving. Het is daardoor niet met zekerheid van tevoren te zeggen welke terugverdientijd een maatregel heeft. Hoe omgaan met deze onzekerheid? Een terugverdientijd van 10 jaar ligt op de grens van wat ‘betaalbaar’ genoemd kan worden voor bedrijven. Er is een aantal manieren om met deze onzekerheid om te gaan: • Onzekerheid accepteren. Alle gebouwen moeten tot 2050 aardgasvrij worden. Als er maar een terugverdientijd is, is de investering acceptabel. Wet- en regelgeving gaan vanzelf extra financiële prikkel geven. • Uitstellen. Zolang er geen zekerheid is dat de terugverdientijd economisch interessant is, einddatum aardgas naar achteren verschuiven • Situationeel.

Uitzonderingen opnemen zodat bij (te) hoge terugverdientijden gebouwen langer op het aardgas kunnen blijven.

Op welke termijn opgelost? Realistisch: Richting 2050 zal het besef bij vastgoedeigenaren toenemen dat, ongeacht de terugverdientijd in het specifieke geval, actie om te verduurzamen nodig is. In 2040 (tien jaar voor einddatum) weegt dit zo sterk door dat aardgasvrije verwarming voor alle panden mogelijk is. Ondergrens: Bij gebruikmaken bevoegdheden Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie in 2026 Bovengrens: Bij het zo veel mogelijk vrijheid voor pandeigenaren om nationale deadline af te wachten in 2050 Hoe ‘hard’ is de beperking? De gemeente kan in de toekomst gebruik gaan maken van haar bevoegdheid in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie om de datum voor een aardgasvrije wijk naar voren te halen. Daarmee zou de gemeente bedrijven dwingen om vervroegd te investeren. De beperking is daarmee in zichzelf ‘zacht’, maar inzet van dit instrument om vervroegde investeringen af te dwingen gaat ver en zal de nodige weerstand met zich meebrengen. B: Terugverdientijd verduurzaming bedrijfsprocessen Wat is de beperking?Een klein aantal bedrijven (naar schatting ong. 10 bedrijven) maakt gebruik van aardgas voor hun bedrijfsprocessen. In veel gevallen gaat het om toepassingen die een hoogwaardigere vorm van warmte nodig hebben dan voor het verwarmen van een gebouw: bijvoorbeeld voor een bak- droog- of smeltproces. Bij

deze hogere temperaturen werken warmtepompen niet of minder efficiënt. Een volledig elektrisch alternatief kan technisch wel mogelijk zijn, maar zorgt voor hogere verbruikslasten dan aardgas, doordat elektrisch verwarmen ongeveer een 3-4x lager rendement heeft dan verwarmen met een warmtepomp (bij lage temperaturen). Zowel qua investeringen als in het gebruik is een all-electric oplossing voor deze bedrijven vaak duurder dan aardgas momenteel. Hoe omgaan met deze onzekerheid? Het vooruitzicht op een gunstige terugverdientijd is voor de bedrijfsprocessen aanmerkelijk slechter dan voor de verduurzaming van het bedrijfsgebouw zelf. De onzekerheden zijn dan ook groot. De prijsstelling van aardgas en fossiele brandstoffen kan veel verschil gaan maken. Wat gebeurt er als er een belasting op fossiele brandstoffen wordt geheven? Wat als bedrijven steeds zwaarder de duurzaamheid van bedrijven in de toeleveringsketen moeten of willen meewegen en daarop gaan selecteren? Ook is er de komende jaren veel aan technische innovaties te verwachten. Een snelle gedwongen keuze voor een aardgasvrij alternatief maakt ondernemen op dit bedrijventerrein erg onaantrekkelijk, doordat concurrenten elders goedkoper kunnen produceren (en energiekosten voor deze bedrijven soms een flink aandeel in de totale kosten kunnen hebben).

Is het daadwerkelijk duurzaam als bedrijven zich gedwongen voelen om te verhuizen? Er kan op de volgende manieren met de onzekerheid omgegaan worden:

• Datum aardgasvrij zo ver mogelijk naar achteren • Uitzondering maken voor bedrijven die aantoonbaar geen goed alternatief hebben voor het aardgasvrij maken van de bedrijfsprocessen • Faciliteren van een alternatief duurzaam voor aardgas, zoals groene waterstof of biogas. In dat geval blijft er onzekerheid bestaan doordat kosten en beschikbaarheid hiervan zeer onzeker zijn. Op welke termijn opgelost? Realistisch: Door alle technische en financiële beperkingen naar verwachting dicht op 2050. We gaan uit van 2045 Ondergrens: Als duurzame waterstof of biogas op termijn betaalbaar blijkt, moeten de installaties van de bedrijven hier nog (mogelijk) op aangepast worden. Daarnaast flinke doorlooptijd voor deze projecten. 2035 lijkt vroegst mogelijke datum. Bovengrens: Bij zo lang mogelijk uitstellen onrendabele beslissingen in 2050 Hoe ‘hard’ is de beperking? Hard. De kans is aanzienlijk dat bedrijven omvallen of verhuizen als aardgasvrij doorgedrukt wordt voor deze bedrijven. Ook de Rijksoverheid geeft aan dat er nog geen goede oplossing is voor procesgasbedrijven. C: Koppelmoment met verhuizing/renovatie Wat is de beperking? Werkzaamheden zijn vaak goedkoper te realiseren als ze meegekoppeld worden met renovatie of een verhuismoment. Denk aan de aanpassing van meterkasten, ventilatiesystemen en leidingwerk of het infrezen van vloerverwarming.

Ook is het vaak mogelijk om verduurzamingsmaatregelen zoals een warmtepomp voordelig mee te financieren in een hypotheek

of lening. Een verhuizing is daarmee een goed ‘natuurlijk moment’ om te verduurzamen. Voor bedrijven kan het moment samenhangen met oprichting of beëindiging van een bedrijf. Hoe omgaan met deze onzekerheid? Hoe meer tijd er wordt genomen om de buurt aardgasvrij te maken, hoe meer kansen er zijn om op ‘natuurlijke momenten’ te verduurzamen. Op welke termijn opgelost? Realistisch: gemiddeld verhuizen mensen ongeveer eens in de 10 jaar. Bij een termijn van 15 jaar is de kans groot dat er in die periode een verhuizing plaatsvindt, dus in 2038 Ondergrens: Geen rekening houden met verhuizingen, dus in 2024 Bovengrens: Uitgaand van langdurige bedrijfsvoering of bewoning op dezelfde locatie, tot 2050 Hoe ‘hard’ is de beperking? Gemiddeld. Waar een bewoner soms nog met kleine relatieve maatregelen klaar is en beperkte overlast voor lief kan nemen, is er kans dat de bedrijfsvoering significant last zou hebben van een grote renovatie. Een grote renovatie van een kantoorpand kan het soms nodig maken om tijdelijk te verhuizen, een flinke ingreep. Koppelen aan een verhuismoment is wenselijk. D: Financieringsinstrumenten voor bedrijven. Wat is de beperking? Zolang er niet voor alle bedrijven financiering beschikbaar is om de ingrepen te betalen, is het niet mogelijk voor bedrijven om een stap te maken. Deels is financiering commercieel beschikbaar. Daarop aanvullend is er

bijvoorbeeld het Energiefonds Utrecht, dat een meer maatschappelijk doel heeft. Meer nog dan bij de bewoners ontbreekt het echter aan financieringsinstrumenten om bedrijven met een lagere kredietwaardigheid aan financiering te helpen voor verduurzaming van een pand. Dit steekt af tegen de potentiële waardevermeerdering die met een investering in het vastgoed bereikt kan worden. Zie ook: Energiebesparing financieren: 6 mogelijkheden voor jouw bedrijf - DEB Hoe omgaan met deze onzekerheid? Op het gebied van een dekkende financiering voor ondernemers, zijn er veel onzekerheden. De kans dat de landelijke overheid bijspringt om het lenen voor bedrijven goedkoper en beter toegankelijk te maken (voor verduurzaming) is kleiner dan bij woningeigenaren. Het ligt ook voor de hand dat bedrijven die sowieso al een slechtere financiële positie hebben, eerder zullen stoppen – waarmee er ook eerder de gelegenheid komt om te renoveren/te vernieuwen en verduurzaming daarin mee te financieren. Ten slotte zouden ESCO’s een optie kunnen zijn. Daarbij wordt de investering door een derde partij gedaan, maar komen de baten ook toe aan die derde partij. Het is echter onwaarschijnlijk dat een (commerciële) ESCO maatregelen met een langere terugverdientijd zou willen nemen terwijl het aardgasvrij maken van een pand vaak een wat langere terugverdientijd heeft .

Op welke termijn opgelost? Realistisch: Richting 2050 nemen banken het toekomstproof zijn van het gebouw steeds meer mee in de financiering. Ongeveer 10 jaar ervoor, in 2040, zou er dan voor alle bedrijven financiering kunnen zijn. Ondergrens: 2030 bij gebruikmaken bevoegdheden Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie wanneer er geen rekening gehouden met financiering. In dat geval

komen bedrijven in een handhavingstraject terecht en gaan dan, of maatregelen nemen, of failliet. Bovengrens: Uitgaand van de situatie dat er geen goede oplossing komt voor financiering, tot 2050 Hoe ‘hard’ is de beperking? Gemiddeld. Financiering is een randvoorwaarde. Echter, gezonde bedrijven kunnen makkelijker de stap maken dan bedrijven die al in slecht weer verkeren. Voor bedrijven die langdurig niet kunnen investeren is het überhaupt de vraag hoe levensvatbaar deze zijn. De impact op de individuele ondernemer is echter enorm. E: Financieringsinstrumenten voor woningeigenaren Wat is de beperking? Ervan uitgaand dat de investering in een warmtepomp voor een woning zich terugverdient, wil dat niet zeggen dat iedereen die investering ook kan dóen. Er zijn verschillende mogelijkheden om verduurzamingsingrepen goedkoop te financieren. Voorbeelden zijn de duurzaamheidslening van de gemeente, het nationaal warmtefonds (met onder andere een 0% lening voor de laagste inkomensgroepen en een energiebespaarhypotheek) en het meefinancieren van verduurzamingsmaatregelen in de hypotheek. Op dit moment zit er met name een gat in de financiering van de wat duurdere maatregelen voor mensen die, op basis van hun financiële situatie, geen ‘gewone’ verduurzamingslening kunnen krijgen.

Het Nationaal Warmtefonds biedt een lening aan tot 5.000 euro voor deze doelgroep, maar dat is niet voldoende om de investering te dekken om de hele woning aardgasvrij te maken. Met de energiebespaarhypotheek van het Nationaal Warmtefonds kan dit wel (tot 25.000 euro), maar in dat geval moet er voor de buurt een warmteplan zijn. Hiervoor is een aantal voorwaarden opgesteld, waar op dit moment niet aan voldaan wordt

Hoe omgaan met onzekerheid?De financieringsinstrumenten worden landelijk steeds beter ingericht, met name door het Nationaal Warmtefonds. Er blijven echter groepen voor wie financiering lastig is, zoals VvE’s en woningeigenaren met een bovenmodaal inkomen maar met zeer hoge maandlasten. Naar verwachting kan inzetten van de energiebespaarhypotheek van het Nationaal Warmtefonds de financierbaarheid al verbeteren. Om dit instrument in te zetten, moet het aannemelijk zijn dat de wijk voor 2028 zal zijn verduurzaamd; al wordt deze voorwaarde waarschijnlijk niet meer zo strikt gehanteerd.

staat los van of dit altijd wenselijk is). Desondanks kan financiering ook voor deze bewoners een lastig vraagstuk zijn.

Op welke termijn opgelost? Realistisch: De verwachting is dat er op termijn financieringsinstrumenten beschikbaar komen. Ook zal de datum van 2028 door gaan schuiven. Op basis van de doorontwikkeling van het Warmtefonds die we nu zien en de eventuele aanvullende financiering die de gemeente zelf kan bieden, verwachten dat er in 2030 voor vrijwel alle gevallen er een passende financieringsvorm zal zijn.

Hoe omgaan met onzekerheid? Netbeheerder Stedin geeft aan dat, als de plannen definitief zijn, de netbeheerder zijn plannen hierop aan kan passen. Er is dus een duidelijk plan nodig waar de netbeheerder op kan anticiperen

Ondergrens: Als de energiebespaarhypotheek toe te passen is in de buurt, in 2024 Bovengrens: De kans dat er voor bepaalde doelgroepen uiteindelijk geen financieringsinstrumenten komen, is zeer klein. Vanuit de landelijke overheid neemt de druk om te verduurzamen immers snel toe. Met o.a. het Nationaal Warmtefonds laat de rijksoverheid zien dat er hard gewerkt wordt om ook voor de ‘moeilijkere’ groep aan financiering te komen. We schatten in dat rond 2035 er financieringsmogelijkheden zijn voor alle groepen. Hoe ‘hard’ is de beperking? Gemiddeld. De gemiddelde woningwaarde is dermate hoog dat alleen al uit de overwaarde in veel gevallen de verduurzaming gefinancierd zou kunnen worden (dat

F: Lokale aanpassingen elektriciteitsnet Wat is de beperking?Er zijn aanpassingen nodig om het lokale elektriciteitsnet voor te bereiden op aardgasvrij. Dit kost tijd, terwijl er schaarste is aan materialen en voldoende opgeleid personeel en er in heel Nederland massaal geïnvesteerd moet gaan worden in het elektriciteitsnet

Op welke termijn opgelost? Realistisch: In 2028. In het verleden werd door Stedin aangegeven dat voor werkzaamheden aan het midden/ laagspanningsnetwerk ongeveer 2 jaar voorbereidingstijd gerekend mag worden. Door de huidige situatie van schaarste aan mensen en materiaal houden we een realistische termijn aan die dubbel zo veel is vanaf het vaststellen van het BUP in 2024. Ondergrens: In 2026 Bovengrens: Hoe trager het tempo van verduurzaming, hoe lager de buurt op de prioriteitenlijst van Stedin kan belanden. Er vanuitgaand dat de komende 10 jaar er in ieder geval een hoge druk blijft op het oplossen van netcongestie en dat de netbeheerder de focus legt op het faciliteren van woonbuurten , zou het zomaar tot 2035 kunnen duren totdat het elektriciteitsnet in de buurt volledig toekomstklaar is.

Hoe ‘hard’ is de beperking? Hard. Een goed stroomnet is er een randvoorwaarde voor verduurzaming.

Hoe ‘hard’ is de beperking? Zacht. Ook met de huidige schaarse lukt het mensen om een warmtepomp te plaatsen, al is dat vaak met veel moeite en vertraging.

Op welke termijn opgelost? Realistisch: In 2029

H: Netcongestie

Bovengrens: In 2040, uitgaand van de veronderstelling dat er ook na 2030 grote uitdagingen zijn om het hoofdtransportnet voldoende hard te laten doorgroeien en energie coöperaties onvoldoende een oplossing kunnen bieden.

Ondergrens: in 2027

G: Uitvoeringscapaciteit installateurs Wat is de beperking? De wachttijd voor een warmtepomp kan flink oplopen. Dit hangt deels samen met een tekort aan componenten en materialen en anderzijds een tekort aan (goede) installateurs. Dit draagt niet bij aan een goede advisering aan bewoners en zorgt voor hogere prijzen. De drempel om een warmtepomp te nemen wordt daardoor hoger. Hoe omgaan met onzekerheid? Deels is dit een kwestie van marktwerking. De productie van warmtepompen zal de komende jaren flink opgevoerd worden en de sector is druk bezig met opschaling. De verwachting is dat de wachtlijsten weer aanmerkelijk korter zullen worden en er dus weer meer concurrentie komt waardoor prijs en kwaliteit sterker gaan doorwegen. Het probleem zal zich (vanuit het oogpunt van de gemeente) dus ‘vanzelf’ moeten oplossen. Op welke termijn opgelost? Realistisch: in 2028. Met de sterke toename van de verkoop van warmtepompen en het perspectief dat op den duur de schaarste af zal nemen, zal dit vrij snel minder beperkend worden. Ondergrens: in 2026 Bovengrens: We gaan er vanuit dat onder tegenvallende omstandigheden er over 10 jaar in ieder geval meer uitvoeringscapaciteit zal zijn, dus in 2033

Wat is de beperking? Sinds november 2022 is er netcongestie afgekondigd voor een groot deel van de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland voor de levering van elektriciteit. Dit is het gevolg van overbelasting van het landelijke hoogspanningsnet, dat beheerd wordt door TenneT. Om dit op te lossen zijn grote aanpassingen aan het hoogspanningsnet nodig. Dit heeft een lange doorlooptijd. Gedurende deze tijd is netbeheerder Stedin verplicht om geen extra gecontracteerd vermogen vrij te geven voor afname van elektriciteit via een grootverbruiksaansluiting. Afhankelijk van de specifieke situatie van het bedrijf (o.a. gecontracteerd vermogen, huidig gebruik van de aansluiting en benodigde extra vermogen bij verduurzaming), kan dit een beperking zijn voor de stap naar aardgasvrij. Hoe omgaan met onzekerheid? TenneT geeft aan de problemen pas in 2027-2029 op te kunnen lossen. Mogelijk treden er daarna weer nieuwe problemen op het hoogspanningsnet op, het is dus niet zeker dat in 2029 alle problemen definitief zijn opgelost. Mogelijk kan op termijn lokale energieuitwisseling op een bedrijventerrein, bijv. in de vorm van een energiecoöperatie of een energy hub, een oplossing vormen om ondanks de beperkingen toch meer vermogen af te nemen.

De kans is klein dat een dergelijke coöperatie ervoor zou kunnen zorgen dat in 2029 alle bedrijven de garantie zouden kunnen krijgen op voldoende aansluitcapaciteit om volledig te kunnen elektrificeren.

Hoe ‘hard’ is de beperking? Hard. Zeker totdat de nu geldende congestie is opgelost, is de kans klein dat alle bedrijven via een slimme oplossing de netcapaciteit kunnen krijgen die ze nodig zouden hebben om aardgasvrij te worden. I: Gebrek aan praktijkervaring Wat is de beperking? Er is in Nederland weinig ervaring met aardgasvrije bedrijventerreinen. Over het algemeen geldt: goed voorbeeld doet goed volgen. Voor bijvoorbeeld kantoren zijn er al voorbeelden van aardgasvrije transformaties op het bedrijventerrein zelf. Voor andere bedrijfsfuncties – met name voor productie- zijn die voorbeelden er minder. Dit brengt extra onzekerheid met zich mee voor bedrijven: er is meer tijd nodig om een aardgasvrij concept te bedenken en de risico’s zijn groter bij de uitvoering. Hoe omgaan met onzekerheid? Op het gebied van aardgasvrije bedrijventerreinen loopt de Rijksoverheid achter met de kennisontwikkeling. Er zijn miljoenen gegaan naar proeftuinen aardgasvrije wijken, maar utiliteit/bedrijventerreinen zijn niet aan bod gekomen. De gemeente Veenendaal heeft de afgelopen jaren al ingezet op een lobby om ook voor bedrijventerreinen grootschalige

pilots op te zetten. Experimenteerruimte en extra budget vanuit het Rijk kan helpen om deze stap te overbruggen. Op welke termijn opgelost? Realistisch: In 2033. Kennisontwikkeling voor aardgasvrije bedrijventerreinen loopt achter. Vroeg of laat zal er meer kennis komen, naarmate overal in Nederland kleine stapjes worden gezet. In het huidige tempo kan het nog wel 10 jaar duren voordat er meer praktijkervaring is met aardgasvrije (bestaande) bedrijventerreinen elders in Nederland om bedrijven meer zekerheid te geven om tot investeren over te gaan. Ondergrens: in 2027. Wanneer de Rijksoverheid programma’s gaat opzetten specifiek voor aardgasvrije bedrijventerreinen en kennis hierover snel beschikbaar komt (vergelijkbaar met proeftuinen aardgasvrije wijken). Bovengrens: In 2040, uitgaand van de veronderstelling dat er geen actieve sturing komt op kennisdeling en pilots voor aardgasvrije bedrijventerreinen. Hoe ‘hard’ is de beperking? Zacht. Onder hogere tijdsdruk wordt de druk groter om nieuwe oplossingen uit te proberen. De kans wordt dan wel groter dat de betrouwbaarheid van de oplossingen (en dus de tevredenheid van ondernemers met de oplossingen) kleiner wordt.

J: Continuïteit van elektriciteitslevering Wat is de beperking? Zelfs al is de infrastructuur voor elektriciteit op orde, dan nog is het van belang dat de levering van elektriciteit niet in gevaar komt door (fluctuerende) duurzame bronnen. Richting 2050 maken we immers steeds meer gebruik van zonne- en windstroom, die afhankelijk zijn van weersomstandigheden.

Bekend voorbeeld is de zogenaamde ‘Dunkelflaute’: perioden (met name in de winter) waarin er weinig zon én wind beschikbaar is. Ondernemers geven aan zich hier zorgen over te maken, omdat een stabiele elektriciteitslevering van vitaal belang is voor hun bedrijven. Hoe omgaan met onzekerheid? Als we aannemen dat het elektriciteitsnet zelf niet het probleem is (zie belemmeringen F en H), ligt het knelpunt op een hoger schaalniveau: kunnen we in Nederland/Europa altijd voldoende duurzame elektriciteit opwekken? Uit analyses van netbeheerder TenneT (zie: Leveringszekerheid van elektriciteit in een volledig duurzaam elektriciteitssyteem (tennet.eu) ) blijkt dat de perioden van leveringsschaarste naar verwachting beperkt zijn. Oplossingen voor het probleem kennen echter wel een hoge mate van onzekerheid: kunnen we op termijn snel genoeg extra opwek, internationale stroomverbindingen en energieopslag realiseren? Kunnen bedrijven en consumenten hun energievraag wel voldoende afstemmen op het aanbod? Kijkend naar de snelheid waarmee netcongestie is opgetreden, is het niet ondenkbaar dat leveringszekerheid van duurzame energie op de iets langere termijn een vraagteken wordt, als aanpassingen niet snel genoeg gedaan worden. De gemeente Veenendaal heeft hier beperkte invloed op.

Als er problemen optreden zal dat gevolgen hebben in een veel groter gebied, tot buiten de lansgrenzen Op welke termijn opgelost? Gezien de grote schaal van de (fysieke) aanpassingen en bijbehorende doorlooptijden, verwachten we dat dit tot 2050 een beperking blijft. Mogelijk blijkt dit uiteindelijk helemaal geen beperking te zijn, als het lukt om de aanpassingen voldoende snel te maken. Hoe ‘hard’ is de beperking? Zacht. Op dit moment is er geen reden om aan te nemen

dat leveringszekerheid grootschalig in problemen komt door te beperkte productie van elektriciteit. Tot 2050 vormen fossiele bronnen een ‘escape’ als er tijdelijk niet genoeg duurzame energie is, bijvoorbeeld door gascentrales achter de hand te houden. Beperkingen op lokale schaal (door netinfrastructuur die niet op orde is) zullen naar verwachting meer impact hebben op de betrouwbaarheid voor de lokale ondernemers. K: ‘Doenvermogen’ van bewoners Wat is de beperking? Het moderne leven vraagt veel van de inwoners. Overal is informatie en de overheid verwacht van inwoners een hoge mate van zelfredzaamheid en het maken van keuzes op de juiste momenten. In dit woud van instellingen, organisaties en regels verdwalen inwoners regelmatig. Het overgaan op een individuele warmtepomp (maar ook andere alternatieven voor aardgas) komt daar bovenop en is nu vaak nog een complex proces. Het vraagt om een keuze die over veel geld gaat – waarvoor er vaak geld geleend moet worden. Er moet veel gedaan worden (al is het alleen maar om dat geld te lenen), keuzes worden gemaakt en de risico’s zijn niet te overzien. Om in actie te komen, om het hoofd voldoende koel te houden, en om vast te houden aan goede voornemens vraagt veel van inwoners – en dat geldt niet alleen voor kwetsbare doelgroepen. Het overstappen op een warmtepomp vraagt dus veel van het ‘doenvermogen’ van bewoners.

Voor bedrijven speelt deze beperking een minder grote rol; van hen mag verwacht worden dat ze in staat zijn om te voldoen aan wet- en regelgeving. Dat neemt niet weg dat bijvoorbeeld voor MKB-ers verduurzaming vaak aandacht vraagt die er eigenlijk niet is. Het is zinvol om te kijken of een ingreep naar aardgasvrij ook voor een ondernemer ‘goed te doen’ is.

Hoe omgaan met onzekerheid? Specifiek in de warmtetransitie loopt de groep met een bepekt doenvermogen extra risico: zij zullen waarschijnlijk erg laat overstappen (en daardoor mogelijk extra kosten maken en minder gebruik kunnen maken van subsidies) en als ze wél snel de stap maken zullen ze daar eerder in vastlopen. Ook kan de vraag van de overheid om over te stappen extra stress geven als niet duidelijk is wat daar voor nodig is. De uitdaging is om voor deze groep de keuze en de ingreep zo overzichtelijk mogelijk te maken. Daarvoor is het nodig om een perfect uitgewerkt aanbod te doen. Een aanbod dat het voor bewoners overzichtelijk maakt om aardgasvrij te worden en waarin ze in het ‘doen’ zoveel mogelijk ontzorgt worden. Voor bedrijven vraagt dit om nieuwe, eenvoudige oplossingen vanuit de markt. Zo’n ‘perfecte’ aanpak vraagt echter de nodige ontwikkeltijd, waarbij negatieve ervaringen gebruikt worden om de aanpak aan te scherpen. Op welke termijn opgelost? Realistisch: In 2030 Ondergrens: in 2028 Bovengrens: In 2035 Hoe ‘hard’ is de beperking? Hard. Iedereen moet mee kunnen doen en dat kan alleen als mensen kunnen doen. L. Voorspelbaarheid van regelgeving Wat is de beperking? Met name de landelijke politiek heeft een grote invloed op de regels die gelden voor bedrijven.

De afgelopen jaren is onder invloed van het klimaatakkoord veel nieuwe regelgeving voor bedrijven opgezet, en zijn er ook nieuwe subsidies en fiscale regelingen in het leven geroepen. Bij een andere politieke situatie kan dit echter weer geheel of deels worden ingetrokken.

Bedrijven vragen vooral zekerheid, alvorens over te gaan tot een investering aardgasvrij. Met name wat betreft businesscase en waardecreatie (bijv. door voor langere tijd te voldoen aan weten regelgeving) is dit van invloed op de keuze om wel of niet te gaan investeren in een aardgasvrij techniek. Hoe omgaan met onzekerheid? De gemeente heeft zeer beperkte invloed op landelijke wet- en regelgeving. Bovendien is het onderdeel van het ondernemersrisico om in te spelen op veranderingen in weten regelgeving. De gemeente Veenendaal kan wel dit signaal vanuit ondernemers voor het voetlicht brengen bij hogere bestuursorganen. Bovenal is het wenselijk om in het lokale beleid te laten zien dat overheden wél stabiliteit kunnen geven: de datum die nu (eenmalig) wordt vastgelegd als einddatum voor het aardgas leidend laten zijn en hier niet weer op terugkomen. Op welke termijn opgelost? Veranderende regelgeving zal blijven bestaan. Het is echter te verwachten dat in de loop van de energietransitie er meer stabiliteit komt in wet- en regelgeving, bijvoorbeeld vanaf 2035. Of bijv. 2030 als dit snel gaat en 2040 als er relatief veel bijsturing nodig blijft. We gaan er hierbij vanuit dat 2050 de landelijke einddatum voor het aardgas is en blijft.

Hoe ‘hard’ is de beperking? Middelhard; een hoge mate van zekerheid zal voor veel ondernemers wenselijk zijn voordat er geïnvesteerd wordt in aardgasvrij technieken.

van beperkingen voor opwek zijn netcongestie (voor teruglevering), verzekeringskwesties en constructieve beperkingen voor zon-op-dak en beperkingen voor het realiseren van windmolens. Hoe minder (en hoe minder diverse) eigen opwek, hoe kleiner de kans dat er op het bedrijventerrein er slimme oplossingen voor energie-uitwisseling gerealiseerd kunnen worden. Hoe omgaan met onzekerheid? Lokale opwek is geen ‘must’ voor het aardgasvrij worden, maar maakt het wel haalbaarder. De gemeente kan dus doorlopend werken aan het beperken van de beperkingen voor lokale opwek. Op welke termijn opgelost? In alle situaties zal er naar verwachting altijd een vorm van beperkingen blijven voor lokale opwek tot en met 2050 (bijv. gebrek aan draagkracht daken). Hoe ‘hard’ is de beperking? Zacht N: Natuurbeschermingswet Wat is de beperking? Met name bij het verbouwen en isoleren van panden moet dit binnen de beperkingen van de Natuurbeschermingswet plaatsvinden. Zo moet er bijvoorbeeld ecologisch onderzoek gedaan worden om te kunnen isoleren. Hoe omgaan met onzekerheid? Bedrijven kunnen een vergunning aanvragen en compenserende maatregelen nemen

M: Beperkingen lokale opwek Wat is de beperking? In het kader van duurzaamheid en betaalbaarheid is het wenselijk om opwek te combineren met de opgave voor aardgasvrij. Er zijn beperkingen om opwek breed toe te passen. Voorbeelden

Op welke termijn opgelost? 2024 Hoe ‘hard’ is de beperking? Zacht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14209530/1