3. Kadernota 2025 ODRU - Aanbiedingsnotitie (ontwerp)Kadernota 2025 ODRU
Tekst van het document
NOTITIE algemeen bestuur (agendapunt 4b – ter besluitvorming) Aan
de leden van het algemeen bestuur
Van
het dagelijks bestuur
Opsteller
P&C
DB portefeuillehouder
Bas Lont
Telefoon
088 – 022 50 00
Datum
14 september 2023
Onderwerp
(ontwerp)Kadernota 2025 en tariefsaanpassing 2024
t.b.v.
Vergadering d.d. 28 september 2023
aantal pag.
5
Bijlagen
1. (ontwerp)Kadernota 2025 - optie 1 voor 2024; 2. (ontwerp)Kadernota 2025 - optie 2 voor 2024; 3. Inzicht in effect van 3 opties uurtarief 2024.
Voorstel Voorgesteld wordt om: 1. het standaard uurtarief 2024, zoals vastgesteld in 2022 (€110,50; kadernota 2024), te wijzigen conform het voorstel van het dagelijks bestuur naar €120,50; 2. de voorgenomen wijziging van het uurtarief 2024 voor zienswijze voor te leggen aan de gemeenteraden; 3. de bijgevoegde (ontwerp)Kadernota 2025 voor zienswijze voor te leggen aan de gemeenteraden, en daarmee in te stemmen met het voorstel voor het standaard uurtarief voor 2025 van €126,00. Hierin zijn verwerkt: o een toename van de structurele lasten die ofwel voorheen incidenteel werden begroot ofwel ontstaan zijn door andere wettelijke eisen zodat voldaan wordt aan de financiële wet- en regelgeving (BBV); o de loon- en prijsindexatie (opgave vanuit CPB van 17 augustus 2023); 4. de afspraak te bevestigen dat in de dienstverleningsovereenkomst 2025 van iedere afzonderlijke eigenaar-gemeente het aandeel van het aantal gegarandeerde uren minimaal 80% van de totale gecontracteerde uren in het uitvoeringsprogramma van 2025 is. Toelichting A. Kadernota 2025 en kostenanalyse 2024 Met de (ontwerp)Kadernota 2025 wordt een standaard uurtarief voorgesteld van €126,00. Dat is een stijging t.o.v. 2023 die hoger is dan men van de ODRU gewend is. Dat is heel vervelend, maar noodzakelijk. Het komt door de effecten van de inflatie én door een toename in de structurele kosten.
De structurele kosten waren in voorgaande jaren lager a.g.v. andere wettelijke eisen en werden bovendien deels als incidentele kosten behandeld, gedekt uit de incidentele baten. Dat laatste wordt met de fors gestegen inhuurtarieven steeds moeilijker en leidt tot incidentele ad hoc –oplossingen voor vraagstukken die een structureel karakter hebben. Dit is niet langer houdbaar en speelt ook al voor 2024. Conform afspraak in het AB van april 2023, is bij het opstellen van de (ontwerp)Kadernota 2025 tevens beoordeeld of het bij de Kadernota 2024 reeds vastgestelde tarief van €110,50 toereikend is op 1 van 5
basis van de nieuwste Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, die later in het jaar 2023 (17 augustus 2023) zijn gepubliceerd. Daaruit blijkt dat de gewogen loon-/prijscompensatie zoals deze bij de Kadernota 2024 voorhanden was te laag is geweest. De ODRU heeft in het AB van 6 april 2023 reeds een winstwaarschuwing gegeven dat alleen al op basis van de CAO 2023 een tekort van enkele euro’s in het uurtarief van 2024 zou ontstaan. Aangegeven is dat wij in de loop van 2023 dan óók naar andere effecten, voor zover die dan bekend zijn, zullen kijken. Bij doorrekening op basis van de CPB-cijfers moet voor het tarief van 2025 circa 7% aan gewogen loon/prijs compensatie worden doorgerekend. De in 2023 verrichte kostenanalyse resulteert in een verhoging van structurele kosten van €982.000.Dit zorgt voor een structureel effect van €6,50 op het tarief voor 2024. De verhoging wordt met name veroorzaakt door meer structurele inzet bij gecontracteerde partners mede door wettelijke eisen (bijvoorbeeld structurele inzet inkoop, op werving & selectie, archivering en informatiebeveiliging) en overhead die structureel past bij totale opdrachtenportefeuille (en dus niet alleen bij de gegarandeerde uren). Daarnaast is er nog een effect op de directe personeelskosten van €35.500 door verandering in gegarandeerde uren (extra werk) dat resulteert in een tariefsverhoging van €0,25.
Totaal effect van de toename aan structurele kosten op het uurtarief 2024 is daardoor €6,75 (€6,50 plus €0,25).
A.1 Voldoen aan wet- en regelgeving Om te kunnen voldoen aan de financiële wet- en regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording) dient de ODRU de structurele kosten te kunnen dekken uit structurele baten. Structurele baten ontvangt de ODRU uit de gegarandeerde uren in de dienstverleningsovereenkomst. A.2 Conform Loon- en prijsindexatie methodiek De voor- en nacalculatie op de methodiek van loon- en prijsontwikkeling die in 2016 bij de ODRU is geïntroduceerd, wordt gehandhaafd. Het algemeen bestuur heeft op 11 december 2014, bij de vaststelling van de kadernota 2016, besloten tot een vaste technische methodiek om jaarlijkse discussies over het tarief te voorkomen. Doordat er ieder jaar een nacalculatie wordt gedaan op de eerdere voorcalculatie en het verschil wordt verrekend met de nieuwe tarieven voor het nieuwe begrotingsjaar vallen de tarieven over een langere periode nooit hoger uit dan de gerealiseerde loonen prijsontwikkeling. Deze methode sluit aan bij de wijze waarop er feitelijk ook met de loon- en prijsontwikkeling wordt omgegaan bij de rijksoverheid, lokale overheden en het Gemeentefonds. Opties voor tarief 2024 Het dagelijks bestuur stelt voor om het uurtarief voor 2024 te verhogen met 10 euro tot €120,50 (optie 1, zie ook bijlage 3) Het dagelijks bestuur is zich ervan bewust dat dit voorstel geen sinecure is.
Daarom zijn de volgende drie opties overwogen: - Optie 0: uurtarief 2024 niet wijzigen en blijft €110,50 voor 2024. - Optie 1: uurtarief 2024 verhogen met structurele kosten en extra inflatie. Voor 2024 wordt het uurtarief €120,50 (én voor 2025 €126,00). - Optie 2: uurtarief 2024 alleen verhogen met extra inflatie. Voor 2024 wordt het uurtarief €114,00 (én voor 2025 €126,00). Het dagelijks bestuur acht optie 0 ‘uurtarief niet wijzigen’ geen begaanbare weg omdat dit onvermijdelijk tot een negatief financieel resultaat eind 2024 zou leiden. Er is eerder in het AB van 6 april jl. een winstwaarschuwing afgegeven om in de begroting van de gemeenten rekening te houden met in ieder geval de toen al bekende loonstijging. Het voorstel van het dagelijks bestuur aan het 2 van 5
algemeen bestuur is om voor optie 1 te kiezen waarbij de inflatiekosten, de aanpassing met structurele kosten en de extra kosten ten gevolge van (wettelijke) verplichtingen zijn opgenomen. Op deze manier kunnen de effecten aan de voorkant verwerkt worden in zowel de begroting van 2024 als van 2025. De baten dekken de kosten van deze twee effecten af. Deze optie voldoet het beste aan begrotingswetgeving en zorgt voor meer kosten efficiency en kwaliteit in de bedrijfsvoering doordat structurele invulling gegeven kan worden aan structurele taken. Bovendien voorkomt deze optie dat er een financieel tekort ontstaat eind 2024.
B. Voldoen aan de norm van 80% Simpel gesteld levert iedere euro minder aan tarief een extra verlies aan baten op van €151K uitgaande van het structurele gedeelte van de begroting (o.b.v. DVO 2023). Een maatregel die de gemeenten kunnen uitvoeren om het uurtarief naar beneden te krijgen is om de gegarandeerde uren te verhogen door incidentele uren te verschuiven naar de structurele uren. Want het uurtarief bestaat uit de totale structurele kosten gedeeld door het aantal gegarandeerde uren. De ODRU stelt vast dat in de dienstverleningsovereenkomst 2023 niet iedere afzonderlijke eigenaargemeente een aandeel van minimaal 80% van de gecontracteerde uren in het uitvoeringsprogramma van 2023 besteedt aan de gegarandeerde uren. Dit heeft een verhogend effect op het uurtarief. Bij de Begrotingswijziging 2023 is hiervan een overzicht gemaakt en deze is tevens opgenomen in deze notitie en de (ontwerp)Kadernota 2025. Onderstaand het inzicht in de verhouding gegarandeerde uren in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) ten opzichte van gecontracteerde uren in het uitvoeringsprogramma (UVP) van iedere afzonderlijke eigenaar-gemeente:
Figuur 1: Verhouding gegarandeerde uren ten opzichte van gecontracteerde uren in het uitvoeringsprogramma
Puur illustratief is op basis van twee normscenario’s het effect op het uurtarief berekend (NB dit is indicatief want hierin is weliswaar rekening gehouden met de stijging van de directe personeelskosten als gevolg van stijging van de gegarandeerde uren maar er zijn mogelijk nog meer kosteneffecten die een verhogend effect kunnen hebben): - 80%-norm: alle gemeenten voldoen minimaal hieraan dan zou het standaard uurtarief 2025 dalen met €1,00 naar €125,00. - 90%-norm: alle gemeenten voldoen minimaal hieraan dan zou het standaard uurtarief 2025 dalen met €4,00 naar €122,00.
3 van 5
In onderstaande tabel zijn beide scenario’s inzichtelijk gemaakt om per scenario het benodigde aantal extra gegarandeerde uren en de bijdrage per afzonderlijke gemeente weer te geven en het herrekende standaard uurtarief 2025 bij beide scenario’s: Effect wanneer eigenaar gemeente zich aan norm houdt bij verschillende afspraken over de norm DVO Bijdrage Totaal Gegarandeerde Scenario norm = Scenario norm = gemeente bij Eigenaar gemeente gecontracteerde uren 80% 90% scenario norm = uren in UVP 80% Bunnik 4.359 uur 7.621 uur 1.738 uur 2.500 uur €762.125 De Bilt 8.507 uur 10.696 uur 1.120 uur €1.063.375 De Ronde Venen 22.859 uur 27.117 uur 1.547 uur €2.857.375 IJsselstein 15.626 uur 17.566 uur 184 uur €1.953.250 Montfoort 5.553 uur 6.753 uur 525 uur €694.125 Oudewater 4.300 uur 5.980 uur 484 uur 1.082 uur €598.000 Renswoude 3.310 uur 4.510 uur 298 uur 749 uur €451.000 Rhenen 4.425 uur 6.060 uur 423 uur 1.029 uur €606.000 Stichtse Vecht 15.923 uur 19.277 uur 1.427 uur €1.990.375 Utrechtse Heveulrug 10.178 uur 12.353 uur 940 uur €1.272.250 Veenendaal 7.362 uur 9.667 uur 372 uur 1.339 uur €966.750 Vijfheerenlanden 13.100 uur 16.501 uur 101 uur 1.751 uur €1.650.125 Wijk bij Duurstede 4.716 uur 6.337 uur 354 uur 988 uur €633.750 Woerden 13.679 uur 16.332 uur 1.020 uur €1.709.875 Zeist 17.482 uur 20.868 uur 1.300 uur €2.185.250 Totaal 151.379 uur 187.638 uur 3.770 uur 17.501 uur
€19.393.625 Standaard uurtarief 2025
€126,00
€125,00
DVO Bijdrage gemeente bij scenario norm = 90% €836.798 €1.174.494 €2.977.532 €1.928.820 €741.516 €656.604 €495.198 €665.388 €2.116.700 €1.356.396 €1.061.522 €1.811.822 €695.888 €1.793.278 €2.291.404
€20.603.360
€122,00
Tabel 1: Inzicht in het benodigde aantal extra gegarandeerde uren en de DVO bijdrage per afzonderlijke gemeente.
Als sec de gegarandeerde uren in de dienstverleningsovereenkomsten en de directe personeelskosten in 2024 worden aangepast dan heeft dit dus een verlagend effect op het integrale uurtarief vanaf 2025. De aanpassing op dit integrale uurtarief zal worden meegenomen in de (ontwerp)Kadernota 2026 (opstelling najaar 2024). NB. De bijdrage van gemeente in het DVO-deel stijgt, maar dit kan gewoon een verschuiving van UVP naar DVO zijn voor een gemeente waardoor de totale kosten op de gemeentelijke begroting door deze schuif niet toenemen,
C. Uitgangspunten voor begroting 2025 Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten opgenomen voor het begrotingsjaar 2025: a. de meerjarenbegroting 2024 en de structurele effecten nadien vastgesteld vormen de basis; b. bij de begroting 2025 wordt uitgegaan van de huidige wijze van tariefberekening (gebaseerd op het structurele kostengedeelte van de begroting en de gegarandeerde uren uit de dienstverleningsovereenkomst per 2023); c. voor de invoering van de Omgevingswet is afgesproken om de hiermee samenhangende uren als tijdelijke uren in 2024 op te nemen. Effect op de uren voor 2025 is niet meegenomen; d. verkenning van of eventueel samengaan met RUD Utrecht is niet meegenomen, omdat we daarvoor financiering van provincie en het Rijk verwachten; e. naast dat in de begroting 2025 wordt uitgegaan van de zekere omzet vanuit de dienstverleningsovereenkomsten en de structurele baten en lasten brengen wij ten behoeve van een reële begroting ook de verwachte incidentele baten en lasten in beeld; f. de uurtarieven voor 2024 worden overeenkomstig de gekozen optie opnieuw vastgesteld.
In geval van: o optie 1 ‘met structureel effect en extra inflatie’: het standaard uurtarief voor 2024 is €120,50 en het aanvullende uurtarief (bij extra afname in het lopende jaar) €132,50 per uur (het standaard uurtarief (integrale kostprijs) dat de RUD voorstelt voor 2024 is €123,00); o optie 2 ‘met extra inflatie’ is het standaard uurtarief voor 2024 €114,00 en het aanvullende uurtarief (bij extra afname in het lopende jaar) €125,50 per uur; 4 van 5
g. het standaard uurtarief voor 2025 is €126,00 per uur en het aanvullende tarief (bij extra afname in het lopende jaar) voor 2025 €138,50 per uur; h. als de omvang van de weerstandscapaciteit en bestemmingsreserves het toelaat worden financiële resultaten achteraf verdeeld via het jaarrekeningresultaat over de eigenaren.
D. Planning De planning voor de vaststelling van de Kadernota 2025 en het uurtarief 2024 is als volgt: - ontwerp 2025 en tarief 2024 voorlopig vaststellen door AB op 28 september 2023; - verzenden van het ontwerp 2025 en tarief 2024 naar de gemeenteraden op 29 september 2023; - zienswijze gemeenteraden (termijn 8 weken) uiterlijk 24 november 2023 retour; - definitieve vaststelling van de Kadernota 2025 en het uurtarief 2024 door AB op 14 december 2023.
5 van 5