3.f Bijlage 1 & 2 - Concept BO Wageningselaan 2 - Veenendaal 24-01 (document maart cyclus)
Tekst van het document
Concept Bestuursovereenkomst inzake de vestiging van een langjarige asiel opvanglocatie aan de Wageningselaan nr. 2 in Veenendaal Versie: 4 februari 2025
Concept Bestuursovereenkomst inzake de vestiging van een opvanglocatie Partijen a. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, gevestigd aan de Rijnstraat 8 te Den Haag, hierbij vertegenwoordigd door haar bestuursvoorzitter, de heer dr. mr. M. Schoenmaker, hierna te noemen: ‘COA’, b. De gemeente Veenendaal, gevestigd aan Raadhuisplein 1 te Veenendaal, hierbij vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer K.J.G. Kats, hierna te noemen: ‘het gemeentebestuur’ Overwegende: • dat het COA tot kerntaak heeft de opvang en begeleiding van asielzoekers; • dat het COA en het gemeentebestuur een optimaal functioneren van de opvanglocatie in de plaatselijke gemeenschap en in relatie tot de betrokken diensten en instellingen willen bewerkstelligen door het maken van afspraken en het treffen van de nodige voorzieningen; • dat de bestuursovereenkomst onverlet laat dat het COA voor het gebruik van de opvanglocatie over de benodigde vergunningen moet beschikken; • dat het gemeentebestuur zich binnen haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheden inspant voor een zorgvuldige en voortvarende vergunningverleningen en eventueel andere aanvragen voor publiekrechtelijke toestemming; • dat het Faciliteitenbesluit Opvangcentra, d.d. 29 juli 1994 (Stb. 636) en de aanvullingen van 8 juni 1998 (Stb. 347) en 25 januari 2001 (Stb.
60) van toepassing zijn, alsmede eventuele toekomstige wijzigingen en aanvullingen; • dat de directe verantwoordelijkheid voor het nemen van de noodzakelijke maatregelen op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid, behalve bij de gemeente en het COA, bij meerdere partijen ligt; • dat het uitgangspunt is dat de randvoorwaarden voor de te nemen maatregelen in verband met de opvang van asielzoekers op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare Orde en veiligheid voldoende in bestaande wet- en regelgeving zijn vastgelegd. • dat sinds augustus 2022 sprake is van een crisisnoodopvang onder verantwoordelijkheid en uitvoering van de gemeente Veenendaal. •
dat gemeente Veenendaal met deze crisisnoodopvang kennis en ervaring heeft opgedaan en dit mee wil nemen in de verdere uitvoering van de langjarige opvanglocatie. 2 / 25
Komen het volgende overeen: Artikel 1 - Definities In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a) Asielzoeker: de persoon die in de opvanglocatie van het COA wordt opgevangen, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Het betreft hier zowel asielzoekers als bewoners die een verblijfsvergunning hebben, maar nog geen reguliere huisvesting in een gemeente hebben; b) Statushouder: Statushouders zijn asielzoekers aan wie een verblijfsvergunning is verleend op grond van het Vluchtelingenverdrag, subsidiaire bescherming of andere beschermingsgronden, en die daarmee rechtmatig in Nederland mogen verblijven. Zij hebben dezelfde rechten en plichten als andere inwoners, waaronder het recht op huisvesting, onderwijs en toegang tot de arbeidsmarkt. c) Capaciteitsplaatsen: plaatsen in een opvanglocatie beschikbaar voor de opvang van asielzoekers, zoals bedoeld in artikel 1.b van het Faciliteitenbesluit; d) Opvanglocatie: een opvangvoorziening waarin door of onder verantwoordelijkheid van het COA opvang wordt geboden aan asielzoekers. Hieronder vallen een Opvangcentrum of een Noodopvang. e) Datum van ingebruikname: de datum waarop de eerste asielzoeker gebruik maakt van het gerenoveerde kantoorgebouw op de Wageningselaan 2 als opvanglocatie. f) Faciliteitenbesluit: het Faciliteitenbesluit Opvangcentra d.d. 29 juli 1994 (Stb. 636).
g) Klankbordgroep: adviesorgaan dat gevraagd en ongevraagd advies kan uitbrengen aan het College van burgemeester en wethouders (B&WE) en het COA, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de plaatselijke bevolking, de gemeente (ambtelijk) en het COA (locatiemanager). h) Stuurgroep: bestaande uit een vertegenwoordiger van (opvang en begeleiding) van COA, de burgemeester, de wethouder Inburgering en de programmamanager, fungeert als strategisch overlegorgaan ter bewaking van de uitvoering en voortgang van deze bestuursovereenkomst. i) Relatiemanager: de persoon die namens de gemeente de relatie met alle betrokken partijen op en buiten de locatie onderhoudt om de zelfredzaamheid, inburgering en integratie in de samenleving van de asielzoeker zo goed mogelijk te borgen. Ook geeft de relatiemanager gevraagd en ongevraagd advies aan het COA en andere betrokken partijen. De relatiemanager is de brug tussen de praktijk van de opvanglocatie en de visie die de gemeente Veenendaal heeft en wil uitvoeren 3 / 25
j)
Onderwijs: Nieuwkomersschool of taalschool (voor leerlingen vanaf 6 jaar) en de Eerste Opvang Anderstaligen, (voor leerlingen van 12-18 jaar). Daarna stromen kinderen door naar regulier speciaal onderwijs. Kinderen van 4-6 jaar stromen in in regulier onderwijs. k) VISA | Veenendaal staat voor Volwaardig, Inburgering/ Integratie, Samen en Ambacht. Deze aanpak geeft invulling aan de visie dat het essentieel is om vanaf het allereerste moment te investeren in de zelfredzaamheid, integratie in de samenleving en voor toekomstperspectief voor asielzoekers die in Veenendaal worden opgevangen. l) Programma Opvang in Veenendaal: de programmatische aanpak van de gemeente Veenendaal als het gaat over alle soorten van opvang (asiel, Oekraïne, etc.) binnen de gemeente welke wordt georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de programmamanager. Binnen het programma Opvang in Veenendaal wordt uitvoering gegeven aan VISA| Veenendaal. Artikel 2 – Langjarige Opvanglocatie 1. Het COA draagt zorg voor de opvang, plaatsing en begeleiding van de asielzoekers in de opvanglocatie. 2. Het gemeentebestuur stemt in met het gebruik van het perceel aan de Wageningselaan 2 te Veenendaal als opvanglocatie door het COA voor een periode van twintig jaar, onder de voorwaarden als vermeld in deze overeenkomst en met het voorbehoud dat de hiervoor benodigde vergunningen verleend worden. 3.
Het COA gebruikt de opvanglocatie onder eigen verantwoordelijkheid als een opvangcentrum ten behoeve van de opvang van asielzoekers. 4. Het COA draagt zorg voor een adequate aanpassing, inrichting en instandhouding van de opvanglocatie in overeenstemming met de ter zake geldende wettelijke bepalingen en gemeentelijke verordeningen. 5. Partijen zullen in gezamenlijkheid onderzoeken welke combinatie van functies op de opvanglocatie worden gecreëerd zodat ook in de tijdelijke situatie een unieke mix van wonen, onderwijs, werken en ontmoeten een plek krijgt en hiermee meerwaarde wordt gecreëerd voor Veenendaal en dit tevens bijdraagt aan een goede inburgering van de asielzoekers. Het COA zorgt ervoor dat hiertoe zo spoedig mogelijk ruimte beschikbaar is op de opvanglocatie. De kosten van het beschikbaar stellen van de ruimte komen ten laste van het COA.
6. Op het voorterrein van de Wageningselaan 2 worden flexwoningen gerealiseerd. Deze flexwoningen worden in eerste instantie gebruikt door het 4 / 25
COA en worden daarna om niet overgedragen aan de gemeente Veenendaal. De afspraken rondom deze flexwoningen zijn vastgelegd in bijlage D: afspraken flexwoningen. Artikel 3 – Aantal asielzoekers en capaciteitsplaatsen 1. In de langjarige opvanglocatie worden circa 250 asielzoekers opgevangen. 2. In de langjarige opvanglocatie worden circa 250 capaciteitsplaatsen gerealiseerd. 3. Het COA spant zich in voor een evenwichtige samenstelling van de asielzoekers voor wat betreft herkomst, geslacht, leeftijd en gezinssituatie. 4. Op verzoek van het gemeentebestuur verstrekt het COA het gemeentebestuur informatie over het aantal en over de in het vorige lid bedoelde samenstelling van de asielzoekers dat in de gevraagde periode in de opvanglocatie verblijft. 5. Het COA spant zich in om niet meer dan een evenredig deel van de landelijke instroom op de locatie op te vangen. 6. De aard van de opvang kan niet veranderen zonder toestemming van het gemeentebestuur van de gemeente Veenendaal. Artikel 4 - Duur van de overeenkomst 1. De bestuursovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van 20 jaar en vangt aan op de datum van ingebruikname van het gerenoveerde gebouw.
Op het moment dat de eerste asielzoeker gebruik maakt van de opvanglocatie wordt deze datum vastgelegd in de “Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie”, zoals weergegeven in bijlage A en zal aan deze overeenkomst worden toegevoegd. 2. De overeenkomst eindigt van rechtswege na het verstrijken van de in lid 1 genoemde periode. 3. Partijen kunnen gedurende de gebruiksperiode in onderling overleg, uiterlijk drie maanden voor afloop van deze overeenkomst, besluiten tot verlenging van de overeenkomst voor een nader overeen te komen termijn. Hiervoor dient een nieuwe bestuursovereenkomst gesloten te worden. 4. Het COA kan per aangetekende brief besluiten tot tussentijdse opzegging van de overeenkomst. Indien het COA overgaat tot tussentijdse opzegging geldt een opzegtermijn van tenminste 6 maanden. 5. De overeenkomst kan door het gemeentebestuur in de volgende gevallen tussentijds worden opgezegd: - indien het COA zich herhaaldelijk en na een verzoek tot herstel niet houdt aan de afspraken uit deze overeenkomst - indien het COA zich herhaaldelijk en na een verzoek tot herstel niet houdt aan de werkafspraken in bijlage C 5 / 25
- Het gemeentebestuur dient in geval van een tussentijdse opzegging een opzegtermijn van tenminste zes maanden in acht te nemen. De opzegging dient schriftelijk bij aangetekende brief te worden gedaan. 6. Het COA zorgt dat leefbaarheid en veiligheid en de voorbereiding op en bij calamiteiten geborgd is. Bij (ernstige) ongeregeldheden op het terrein van de openbare orde en veiligheid die verband houden met de aanwezige opvanglocatie, vindt overleg plaats tussen het COA en de burgemeester. Partijen spreken daarbij het volgende af te handelen conform artikel 1.7 lid 8 t/m 10 uit de werkafspraken.
Artikel 5 – Vergoeding gemeentelijke kosten en Uitkeringen Faciliteitenbesluit 1. De aanspraak op verstrekking van de uitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid en artikel 4, van het Faciliteitenbesluit, vangt aan op de datum van ingebruikname. 2. Worden er door de gemeente in verband met de vestiging extra kosten gemaakt die het via het Faciliteitenbesluit opvangcentra toegekende bedrag overschrijden, dan kan het COA, met inachtneming van artikel 8 van het Faciliteitenbesluit, en onder goedkeuring van de Minister van Justitie en Veiligheid op verzoek van de gemeente een hogere uitkering verstrekken. 3. Uitgangspunt is dat de gemeente in redelijkheid gecompenseerd wordt door het COA voor de gemaakte voorbereidingskosten om de realisatie en beheer van de opvanglocatie te faciliteren waarbij VISA Veenendaal het uitgangspunt is bij de uitvoering van deze langjarige opvanglocatie. Gespecificeerde afspraken over de kosten voor VISA | Veenendaal worden gemaakt in de slotbepalingen van de werkafspraken (bijlage C), welke integraal verbonden zijn aan deze bestuursovereenkomst.
Artikel 6 - Aanvullende werkafspraken In aanvulling op deze overeenkomst maken het gemeentebestuur en het COA, rekening houdend met elkaars bevoegdheden en verantwoordelijkheden, nadere werkafspraken. Deze worden vastgelegd in een separaat document ‘Aanvullende Werkafspraken’ (Bijlage C). De aanvullende afspraken maken daarbij integraal onderdeel uit van deze bestuursovereenkomst.
6 / 25
Artikel 7 - Toepasselijk recht, geschillen 1. Op deze overeenkomst is het Nederlands recht van toepassing. 2. In gevallen waarin deze overeenkomst niet voorziet, streven Partijen naar het bereiken van een oplossing. Wijzigingen en/of aanvullingen op deze overeenkomst zijn slechts rechtsgeldig als zij tussen Partijen schriftelijk zijn vastgelegd en als addendum aan deze overeenkomst worden gehecht. 3. Geschilpunten bij de uitvoering en/of de interpretatie van deze overeenkomst worden door Partijen gezamenlijk in overleg tot een oplossing gebracht. 4. Ingeval alsdan geen overeenstemming wordt bereikt, kunnen Partijen zich wenden tot een door Partijen gezamenlijk aan te wijzen mediator, welke staat ingeschreven in het MfN-register (Mediatiorsfederatie Nederland), teneinde te trachten de gerezen geschilpunten door deze vorm van bemiddeling alsnog tot een oplossing te brengen. Partijen delen de kosten als gevolg van deze vorm van bemiddeling op basis van de verhouding 50:50 met uitzondering van de kosten van een door elke Partij ingeschakelde raadsman en/of adviseur en/of partijbegeleider, welke laatstbedoelde kosten door Partijen zelf gedragen worden. 5.
Alle geschillen die voortvloeien uit deze overeenkomst of daarmee verband houden, en welke niet in der minne (mediation daaronder te verstaan) kunnen worden beslecht, worden bij uitsluiting beslecht door de daartoe bevoegde rechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. Artikel 8- Overige bepalingen 1. Bijlagen A (Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie) B (Toelichting Bestuursovereenkomst), C (Nadere Werkafspraken) en D (aanvullende afspraken flexwoningen) behoren bij en geven een nadere toelichting en/of uitwerking van deze bestuursovereenkomst. 2. Indien de bestaande wet- en regelgeving op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid niet afdoende blijkt te zijn en hierdoor een knelpunt op dat onderdeel ontstaat, dan zullen het COA en het gemeentebestuur zich gezamenlijk inspannen dit knelpunt aan te kaarten bij het verantwoordelijke Ministerie. 3. In geval van een wijziging van wet- of regelgeving die gevolgen heeft voor deze overeenkomst, treden partijen met elkaar in overleg over hoe deze gevolgen het beste kunnen worden opgevangen. 4. Partijen sluiten voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze Bestuursovereenkomst (BO), een tussentijdse bestuursovereenkomst met betrekking tot de noodopvang in eerste instantie in het gebouw aan de 7 / 25
Wageningselaan 2 en tijdens de verbouwing in de flexwoningen. Beide partijen zullen zich tot het uiterste inspannen om tijdig tot een dergelijke overeenkomst te komen, die gaat gelden totdat het gerenoveerde pand in gebruik wordt genomen. Aldus overeengekomen, in tweevoud opgemaakt en ondertekend. Veenendaal,
[ datum ] gemeente Veenendaal de heer K.J.G. Kats burgemeester
Den Haag,
[ datum ] Centraal Orgaan opvang asielzoekers de heer dr.mr. M. Schoenmaker bestuursvoorzitter COA
BIJLAGEN: Bijlage A: Voorbeeld: Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie; Bijlage B: Toelichting Bestuursovereenkomst. Bijlage C: Nadere werkafspraken Bijlage D: Aanvullende afspraken flexwoningen
8 / 25
Bijlage A
Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie (Wordt door het COA verzonden zodra de opvanglocatie voor bewoning in gebruik is genomen)
College van burgemeester en wethouders van de gemeente [ naam ] Ten aanzien van de Burgemeester, [ naam ] Postbus [ Postbus Nummer ] Postcode
[ datum ] [ kenmerk ] Onderwerp: Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie [ plaats opvanglocatie ]
Geacht College, Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wil het college bedanken voor alle gezamenlijke inspanningen om te komen tot het realiseren van een opvanglocatie in [naam gemeente]. Samen met u geven we invulling aan een maatschappelijk vraagstuk; het bieden van opvang en begeleiding aan asielzoekers in Nederland. Met deze verklaring willen wij u informeren dat de opvanglocatie [plaats opvanglocatie] op [datum en jaar] voor de opvang en begeleiding van asielzoekers in gebruik wordt genomen. Dit is overeenkomstig artikel 4 van de bestuursovereenkomst. Wij vertrouwen op een goede samenwerking met uw gemeente, met omwonenden en andere betrokken organisaties. Mocht u vragen hebben over de verklaring of over de opvanglocatie dan kunt u contact opnemen met [naam regiomanager/ locatiemanager en e-mailadres]. Met vriendelijke groet, Den Haag, Centraal Orgaan opvang asielzoekers Miranda Schreur-Vianen Manager Vastgoed en Facilitair
9 / 25
Bijlage B
Toelichting Bestuursovereenkomst
I - Doel Bestuursovereenkomst Inleiding Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zorgt er voor – op grond van de Wet COA - dat asielzoekers in een kwetsbare positie in een veilige en leefbare omgeving professioneel worden opgevangen en begeleid in een opvanglocatie. Het COA opent pas een opvanglocatie nadat de gemeente daarmee heeft ingestemd. In de bestuursovereenkomst staan afspraken tussen de gemeente en het COA over de vestiging en ingebruikname van een opvanglocatie. Het COA dient over de benodigde vergunningen te beschikken voordat een opvanglocatie in gebruik wordt genomen. De gemeente is door het ondertekenen van de bestuursovereenkomst niet gebonden deze vergunningen te verlenen, maar partijen komen overeen dat de gemeente zich zal inspannen voor een zorgvuldige en voortvarende vergunningverlening. Het doel van de bestuursovereenkomst is: 1.1 Afspraken vastleggen over de vestiging van een opvanglocatie in de gemeente. 1.2 Inzichtelijk maken van elkaars wettelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid, in relatie tot de opvanglocatie.
1.1
Afspraken vastleggen over de vestiging van een opvanglocatie
In de bestuursovereenkomst zijn afspraken opgenomen die nodig zijn voor het in gebruik nemen van de opvanglocatie. Daarbij valt te denken aan afspraken over welke locatie, of het een Opvangcentrum of Noodopvang betreft, het aantal bewoners, duur en welke wettelijke financiële uitkeringen beschikbaar worden gesteld (Faciliteitenbesluit). Meer informatie over de praktische en financiële aspecten die de komst van een opvanglocatie met zich meebrengen, zoals communicatie, veiligheid, leefbaarheid, terugkeer en vertrek, bedrijfsvoering van het COA en ook over de uitkeringen en berekensystematiek van het Faciliteitenbesluit staan op de website van het COA https://www.coa.nl/nl/een-azc-de-gemeente
10 / 25
De gemeente heeft met het document ‘Aanvullende Werkafspraken’ de mogelijkheid om met het COA aanvullende werkafspraken te maken. Het betreft eventuele aanvullingen en uitwerkingen op de in deze overeenkomst genoemde informatie. Dit gebeurt onder erkenning van elkaars bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Aantal asielzoekers en capaciteitsplaatsen Voor het COA is het van belang om de bezetting in een opvanglocatie optimaal te kunnen gebruiken. Daarom worden in de Bestuursovereenkomst zowel het aantal asielzoekers als het aantal capaciteitsplaatsen benoemd. Om het maximum aantal asielzoekers te kunnen onderbrengen in de opvanglocatie, is het noodzakelijk om meer capaciteitsplaatsen beschikbaar te hebben. Zo kan het voorkomen dat een gezin bestaande uit vier personen in een wooneenheid met capaciteit voor vijf personen wordt geplaatst. De vijfde capaciteitsplaats blijft daardoor vacant. Daarom zijn meer capaciteitsplaatsen nodig dan het maximum aantal op te vangen asielzoekers. Niet elke capaciteitsplaats zal in de praktijk bezet worden. Voor het COA is de instroom leidend bij het plaatsen van asielzoekers in opvanglocaties. Het COA maakt geen onderscheid naar nationaliteit, leeftijd, religie, seksuele geaardheid, achtergrond, etc. Faciliteitenbesluit Indien in een gemeente een opvangcentrum is gevestigd heeft de gemeente recht op uitkeringen volgens het Faciliteitenbesluit.
Aan de gemeente wordt jaarlijks door het COA een uitkering verstrekt op basis van het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de basisregistratie personen ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. Het Faciliteitenbesluit maakt voor de bekostiging onderscheid tussen artikel 3 en 4 (Opvangcentrum) en artikel 5 (Noodopvang). Onder Opvangcentrum vallen verschillende typen locaties1 zoals azc (asielzoekerscentrum), col (Centrale Ontvangstlocatie), pol (Procesopvanglocatie), HTL (Handhaving en Toezichtlocatie) en GL (Gezinslocatie). Onder Noodopvang vallen Noodopvang en Aanvullende Opvang (AVO). De soort opvanglocatie (Opvangcentrum of Noodopvang) wordt vastgelegd in artikel 2, tweede lid van de Bestuursovereenkomst.
11 / 25
1.2
Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid
Op bovengenoemde beleidsterreinen ligt de directe verantwoordelijkheid bij meerdere partijen. Dit is belangrijk om te constateren en te realiseren voor de komst van de opvanglocatie. Uitgangspunt is dat de voor de opvang van asielzoekers benodigde voorzieningen en de te nemen maatregelen afdoende zijn geregeld in de bestaande weten regelgeving. Indien de regelgeving op een bepaald onderdeel niet afdoende blijkt te zijn en hierdoor een knelpunt kan ontstaan, dan kunnen het COA en de gemeente zich gezamenlijk inspannen dit aan te kaarten bij het verantwoordelijke Ministerie. Onderwijs In de Nederlandse leerplichtwet is opgenomen dat alle kinderen in de leerplichtige leeftijd naar school moeten. De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting en inrichting van de onderwijsvoorzieningen en handhaving van de leerplicht. De leerplicht geldt dus ook voor kinderen in de opvanglocatie. Vanaf het moment dat deze kinderen staan ingeschreven in de BRP heeft de gemeente de wettelijke taak de leerplicht van deze kinderen te handhaven. Op grond van artikel 5a van het Faciliteitenbesluit kan de gemeente aanspraak maken op een uitkering verstrekt door het COA voor huisvesting van het basisonderwijs voor kinderen van de opvanglocatie. Meer informatie over het organiseren van onderwijs aan asielzoekerskinderen staat op https://www.coa.nl/nl/onderwijs-kinderen.
Gezondheidszorg Net als iedereen kunnen asielzoekers naar de huisarts, een verloskundige of het ziekenhuis. COA-medewerkers informeren asielzoekers over de Nederlandse gezondheidszorg en begeleiden minder zelfredzame bewoners bij hun gang naar de zorg. Op elk azc houdt een huisarts spreekuur. Met vragen over hun gezondheid kunnen de bewoners van een azc 24/7 bellen met een medisch contactcentrum. GGD Net als voor alle andere inwoners van Nederland is de GGD verantwoordelijk voor de publieke gezondheidszorg voor asielzoekers. Deze zorg omvat onder meer infectieziektepreventie en -bestrijding, gezondheidsvoorlichting en jeugdgezondheidszorg (JGZ). Ook voert de GGD bij aankomst in Nederland de verplichte controle op tuberculose uit, voor asielzoekers uit landen waar tbc veel voorkomt. Meer informatie over gezondheidszorg staat op https://www.coa.nl/nl/medische-zorgaan-asielzoekers en https://www.coa.nl/nl/vergoeding-van-medische-zorg 12 / 25
Jeugdhulp Sinds 1 januari 2019 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp aan kinderen die in een opvanglocatie wonen en aan alleenstaande minderjarige asielzoekers (amv). Gemeenten krijgen hiervoor een vergoeding op basis van het aantal kinderen in de Opvanglocatie. Meer informatie over jeugdhulp staat op de website van de VNG https://vng.nl/rubrieken/onderwerpen/asielzoekerskinderen Openbare orde en veiligheid De burgemeester is op grond van de Gemeentewet verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente. De burgemeester en officier van justitie maken op grond van artikel 13 van de Politiewet in het driehoeksoverleg afspraken over de inzet van politie in de gemeente. Het handhaven van de veiligheid binnen de opvanglocatie valt onder de verantwoordelijkheid van het COA. Indien incidenten binnen de opvanglocaties gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde wordt door het COA in eerste instantie de politie geïnformeerd en indien nodig de burgemeester. Om opvanglocaties veilig en leefbaar te houden, heeft het COA huisregels die asielzoekers in alle azc's moeten naleven. Laten zij hun medebewoners of COAmedewerkers niet in hun waarde of overtreden ze op een andere manier de huisregels? Dan treft het COA maatregelen. Strafbare feiten meldt het COA altijd bij de politie.
Samen met de partners uit de bestuursrecht- en strafrechtketen treft het COA maatregelen tegen overlastgevers. Uitgebreide informatie over veiligheid op een opvangcentrum staat op: https://www.coa.nl/nl/veiligheid-en-rond-azcs en https://www.coa.nl/nl/overlast-enmaatregelen.
13 / 25
Bijlage C: Aanvullende werkafspraken Behorende bij de Bestuursovereenkomst [datum] tussen de gemeente Veenendaal en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) inzake de opvanglocatie aan de Wagingselaan 2 te Veenendaal De gemeente Veenendaal gevestigd aan Raadhuisplein 1 te Veenendaal, hierbij vertegenwoordigd door de heer K.J.G. Kats in de functie van burgemeester en Het COA hierbij vertegenwoordigd door de regiomanager Opvang & Begeleiding Midden-Zuid, mevrouw Jeike van der Ziel 1.Organisatie en omgeving COA: 1.1
Wettelijke taak COA
Het COA bestaat sinds de ingang van de wet Centraal Orgaan opvang asielzoeker (1994). In deze zijn de volgende taken vastgelegd voor het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA): - Het onderdak bieden aan asielzoekers; - Hen begeleiden naar een toekomst in Nederland of daarbuiten; - Opvanglocaties verwerven en beheren; - De veiligheid en leefbaarheid in de opvanglocaties handhaven en asielzoekers voorzien van noodzakelijke middelen. 1. Het COA zorgt voor een adequate aanpassing, inrichting en instandhouding van de opvanglocatie in overeenstemming met de ter zake geldende wettelijke en gemeentelijke regelgeving. Hiervoor dient het COA voor de opvanglocatie in het bezit te zijn van de benodigde vergunningen. 2. Het COA verzorgt het proces van aanvraag voor de benodigde omgevingsvergunning. De kosten die hieruit voortvloeien (voorverkenning, onderzoek en personele inzet) komen volledig voor rekening van het COA. 1.2
Communicatie: 1. De gemeente is verantwoordelijk voor de communicatie met omwonenden, bedrijven en verenigingen. Hiertoe is er vanuit het COA een actieve informatieverplichting richting de gemeente om de gemeente goed in
14 / 25
stelling te brengen. Het COA zal de gemeente ondersteunen en aanwezig zijn op informatieavonden, wanneer de gemeente hierom verzoekt. 2. Vanaf de datum van ingebruikname van de opvanglocatie draagt de gemeente, in overleg met het COA, de zorg voor de informatie aan de inwoners, ondernemers en verenigingen van de gemeente over de opvanglocatie. 3. Voorafgaand en na ingebruikname van de opvanglocatie spant het COA zich in om omwonenden van de opvanglocatie kennis te laten maken met de opvanglocatie. 4. Het COA en de gemeente verstrekken elkaar onverwijld informatie die van belang is voor de uitvoering van de taken van de gemeente of het COA, die verband houden met de aanwezigheid van de opvanglocatie in de gemeente. 5. Het COA is 24 uur per dag telefonisch en per email bereikbaar voor vragen, klachten en meldingen van politie, gemeente, omwonenden en ondernemers. Omwonenden, ondernemers en verenigingen kunnen overdag ook contact opnemen met de gemeente. De gemeente is op werkdagen bereikbaar van 9:00 tot 17:00 uur. Op werkdagen vindt er structureel overleg plaats tussen het COA en de gemeente over de ontvangen vragen, klachten en meldingen, indien noodzakelijk worden hier acties aan gekoppeld. 6. Het COA draagt er zorg voor dat de verbindingen met internet en voor mobiel bellen operationeel zijn op het tijdstip van ingebruikname van de opvanglocatie.
Het COA draagt zorg voor een goede en stabiele wifiverbinding in de opvanglocatie, waardoor hinder voor derden wordt voorkomen. 7. De verantwoordelijkheid voor de interne communicatie met de asielzoekers ligt primair bij het COA (eventuele tolken worden door het COA geregeld en bekostigd) wanneer de situatie daarom vraagt, sluit de gemeente aan bij bijvoorbeeld bewoners overleggen. Hiervoor wordt dan contact gelegd met de relatiemanager van de gemeente.
15 / 25
1.3 Overleg tussen COA en gemeente 1. Op ambtelijk niveau zal er in aanvang wekelijks overleg plaatsvinden tussen het COA en de gemeente. In overleg kan worden besloten om af te schalen in frequentie van overleg. 2. Op bestuurlijk niveau zal er in aanvang tenminste maandelijks overleg plaatsvinden tussen het COA en de gemeente. In overleg kan worden besloten om af te schalen in frequentie van overleg. 3. In een, in eerste instantie, twee wekelijks overleg tussen COA, de politie en de gemeente (buitengewoon opsporing ambtenaren) worden alle zaken met betrekking tot risico’s van verstoring van de openbare orde binnen en buiten de locatie besproken in een zogenaamde openbare orde overleg. In overleg met betrokken partijen wordt de frequentie van dit overleg bepaald. 4. Jaarlijks wordt de samenwerking tussen het COA en de gemeente geëvalueerd, waarbij de resultaten en eventuele knelpunten worden besproken. Deze evaluatie helpt om de samenwerking te optimaliseren en eventuele verbeteringen aan te brengen voor een effectieve dienstverlening. 1.4
Instellen klankbordgroep/ stuurgroep 1. De gemeente stelt een klankbordgroep in ter bevordering van de relatie tussen de bewoners van de opvanglocatie, de omwonenden, ondernemers en verenigingen. In deze klankbordgroep worden zorgen en bedenkingen besproken, indien gevraagd worden hier acties aan gekoppeld. Vanuit de gemeente bestaat de afvaardiging uit de relatiemanager en eventueel een bestuurder. Vanuit het COA bestaat de afvaardiging uit de verantwoordelijk manager van de locatie. 2. De gemeente nodigt de (kandidaat) leden van de klankbordgroep uit en organiseert de vergaderingen in overleg met de (COA) locatiemanager. De vergaderingen vinden plaats op de opvanglocatie aan de Wageningselaan 2 in Veenendaal. Na ondertekening van de bestuursovereenkomst en de nadere werkafspraken komt de klankbordgroep zo spoedig mogelijk voor een eerste keer samen. Op dat moment wordt gekeken hoe het overleg met de klankbordgroep verder wordt ingericht.
16 / 25
3. De gemeente en het COA stellen een stuurgroep samen. De stuurgroep bestaat uit een vertegenwoordiger van (opvang en begeleiding) van het COA, de burgemeester, de wethouder Inburgering en de programmamanager. De stuurgroep fungeert als strategisch overlegorgaan ter bewaking van de uitvoering en voortgang van deze bestuursovereenkomst. 1.5
Klachtafhandeling 1. Aanvullend op artikel 1.2 lid 5 zal binnen de gemeente een meldpunt worden ingesteld voor het afhandelen van klachten, zorgen en meldingen met betrekking tot de opvanglocatie. Hiervoor wordt een emailadres en telefoonnummer opengesteld. Meldingen worden zo spoedig mogelijk afgehandeld. 2. Klachten met betrekking tot de locatie zelf (locatiegericht) worden opgepakt onder verantwoordelijkheid van het COA. Klachten over de omgeving (extern) worden opgepakt en afgehandeld onder verantwoordelijkheid van een door de gemeente aan te wijzen contactpersoon. Indien nodig in afstemming met de locatiemanager van het COA. Hierbij geldt dat het locatiemanagement altijd direct de klacht en de daaropvolgende reactie vanuit de gemeente ontvangt. 3. Ontvangen meldingen en klachten worden standaard besproken tijdens de bijeenkomsten met de klankbordgroep en tijdens het periodiek overleg zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau, tussen de gemeente en het COA. 4. Indien voor de behandeling van een klacht door de gemeente een tolk nodig is dan kunnen de kosten die hiervoor gemaakt worden in rekening worden gebracht bij het COA, middels de jaarlijkse declaratie.
17 / 25
1.6
Bedrijfshulpverlening en bedrijfsnoodplan 1. Het COA stelt, na overleg met de gemeente, een bedrijfsnoodplan vast voor de opvanglocatie, zodat in voorkomende gevallen hulporganisaties adequaat kunnen handelen. 2. Het COA garandeert 24 uur per dag, 7 dagen per week voldoende aanwezigheid van beveiligers en bedrijfshulpverleners op de opvanglocatie.
1.7 Openbare orde en veiligheid 1. Het COA zorgt voor een goede uitwisseling van informatie (waaronder die van monitoring van incidenten op en rond de opvanglocatie) met gemeente en politie. Hiertoe worden contactgegevens uitgewisseld ten behoeve van de noodzakelijk korte lijnen. 2. Het COA stelt huisregels op voor de opvanglocatie. Bij overtreding van de huisregels neemt het COA maatregelen tegen de desbetreffend persoon. De huisregels worden aan de gemeente beschikbaar gesteld. 3. Het COA garandeert dat 24 uur per dag, 7 dagen per week gecertificeerde beveiliging op de locatie aanwezig is en dat het pand wordt beveiligd met camera’s. 4. Het COA draagt zorg voor de beveiliging van de opvanglocatie. De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid buiten de locatie. Een en ander zal, in overleg en afstemming met gemeente en de betrokken hulpdiensten, worden uitgewerkt in een Veiligheidsplan. 5. Het COA meldt calamiteiten in het kader van de openbare orde en veiligheid in eerste instantie aan de politie, maar ook altijd aan de gemeente. 6. Het COA voorziet bij de locatie behorende buitenterrein van passende terreininrichting of vergoed de kosten die de gemeente in dit kader maakt. Bij de terreininrichting wordt onder andere bedoeld voldoende fietsenstalling, groenafscheiding en verlichting.
Het COA stemt de inrichting van het terrein van tevoren af met de gemeente of geeft de gemeente opdracht dit te verzorgen.
18 / 25
7. In de situatie dat zich ernstige ongeregeldheden op het terrein van de openbare orde en veiligheid voordoen die verband houden met de aanwezige opvanglocatie, treedt de burgemeester in overleg met het COA om gezamenlijk te bezien of een oplossing kan worden bereikt. 8. Het COA zorgt binnen twee weken na vaststelling van ongeregeldheden met een structureel karakter voor een passend plan om te zorgen dat ongeregeldheden zich niet meer voordoen. Er is in ieder geval sprake van ongeregeldheden met een structureel karakter zodra vanuit de gemeente meerdere malen melding is gedaan aan het COA van ernstige ongeregeldheden op het terrein van de openbare orde en veiligheid die verband houden met de aanwezige opvanglocatie als gevolg waarvan de belangen van omwonenden, omliggende bedrijven of inwoners van Veenendaal dermate ernstig worden dat maatregelen noodzakelijk zijn. 9. Het plan als bedoeld onder lid 8 wordt gedeeld met de gemeente Veenendaal. De gemeente Veenendaal kan verzoeken om extra overleg, om het plan te bespreken en af te stemmen over de voorgestelde maatregelen en oplossing. Binnen vier weken na het indienen van het plan moet de situatie zijn verbeterd en moet er zicht op zijn dat het probleem zich niet meer voordoet. 10.
Is binnen de onder lid 9 bedoelde termijn de situatie niet verbeterd, dan gaat de burgemeester over tot de volgende acties met de volgende termijnen: 1. De burgemeester stuurt binnen één week na het uitblijven van een verbetering van de situatie een vooraankondiging voor sluiting van de opvanglocatie binnen zes maanden na dagtekening van die vooraankondiging. In de besluitvorming hieromtrent weegt de burgemeester de belangen van alle betrokken partijen mee. De keuze voor sluiting wordt alleen genomen als op een andere wijze met andere maatregelen de gerechtvaardigde belangen van andere partijen dan het COA niet kunnen worden gewaarborgd; daarmee is sluiting een ultimum remedium. 2. De burgemeester bepaalt binnen 8 weken na dagtekening van de vooraankondiging of de opvanglocatie moet worden gesloten. Tot sluiting wordt niet overgegaan als de situatie dusdanig is verbeterd dat sluiting niet langer gerechtvaardigd is. Het COA zorgt dat zowel in als om de opvanglocatie de leefbaarheid en veiligheid en de voorbereiding op en bij calamiteiten geborgd is.
19 / 25
1.8 Bestrijden van overlast 1. Het COA draagt er zorg voor dat er vanuit het pand geen ernstige en/of herhaaldelijke hinder voor omwonenden, ondernemingen of verenigingen wordt veroorzaakt. 2. Het COA doet haar uiterste best om de directe omgeving geen overlast te laten ondervinden van de opvang van asielzoekers in de opvanglocatie. Het COA treft hiervoor in overleg met de gemeente, de nodige voorzieningen. De kosten die hiervoor gemaakt worden vallen primair onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. 3. Deze locatie zal niet worden ingezet voor de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen en evenmin voor de opvang van asielzoekers ten aanzien waarvan is vastgesteld dat deze niet in staat zijn zelfstandig te functioneren dan wel structureel overlast veroorzaken. Indien na plaatsing op de locatie blijkt dat een asielzoeker tot de laatstgenoemde categorieën behoort, zal deze naar een andere locatie worden overgeplaatst, bijvoorbeeld een handhavings- en toezicht locatie. 4. Indien het, naar oordeel van de burgemeester, noodzakelijk is om de politiecapaciteit te verhogen, brengt de burgemeester deze wens in, in het daarvoor bestemde overleg. 5.
Op verzoek van inwoners, verenigingen en in de wijk gevestigde ondernemers zal de gemeente interveniëren en zo nodig investeren bij overlast of hinder als gevolg van activiteiten door asielzoekers in en om het opvangcentrum en op locatie gerelateerde plaatsen. 6. De gemeentelijke bestuursorganen en in het bijzonder de burgemeester maken met betrekking tot situaties rond en in de opvanglocatie gebruik van hun (nood) bevoegdheden, indien dat naar hun opvatting vereist is. 1.9
Begeleiding en vrijwilligers 1. Het COA spant zich in zoveel mogelijk dagbestedingsactiviteiten binnen de opvanglocatie aan te bieden, zoals bijvoorbeeld Nederlandse taalles door bijvoorbeeld vrijwilligers en recreatieve activiteiten. Daartoe werkt het COA samen met lokale organisaties.
20 / 25
2. De gemeente en het COA werven samen vrijwilligers die actief willen zijn in de opvanglocatie. Het COA begeleidt de vrijwilligers en sluit met deze personen een vrijwilligerscontract af en draagt zorg voor een (eventuele) vergoeding. De groep vrijwilligers die een bijdrage heeft geleverd ten tijde van de crisisnoodopvang onder verantwoordelijkheid van het college van B&W van de gemeente Veenendaal wordt in deze proactief benaderd. Het COA en de relatiemanager van de gemeente Veenendaal maken hier nadere afspraken over. 3. Het COA richt een informatiebalie in waar asielzoekers vragen kunnen stellen. 4. Voor statushouders die in de opvanglocatie verblijven organiseert het COA een programma Voorbereiding op Inburgering, waaronder lessen Nederlandse taal (NT), Kennis Nederlandse maatschappij (KNM) training, introMap, individuele begeleiding en een persoonlijk dossier alsmede het opbouwen van een digitaal klantendossier. 5. Het COA faciliteert de inzet van Vluchtelingenwerk Nederland binnen de opvanglocatie. 6. Het COA faciliteert en stimuleert deelname aan sportactiviteiten die door de gemeente worden gefaciliteerd of aangeboden. Het COA begeleidt deze activiteiten met de inzet van haar eigen medewerkers en/of vrijwilligers. Vanuit het COA is, bij uitzondering, een beperkt budget beschikbaar voor het organiseren en begeleiden van sportactiviteiten.
Het COA beslist over de inzet van dit budget. Het COA werkt zoveel mogelijk samen met lokale partijen bij het organiseren van activiteiten. 7. Het COA draagt in samenspraak met de relatiemanager de zorg dat meerdere malen per jaar activiteiten worden ontplooid waarmee omwonenden in staat worden gesteld kennis te maken met de woonlocatie en de nieuwe bewoners. 1.10 Inspanning inhuren lokale producten en diensten 1. Het COA spant zich in, voor zover (Europese) aanbestedingsregels dit toestaan, diensten en producten die nodig zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden zoveel mogelijk vanuit de gemeente Veenendaal en de regio aan te trekken. 21 / 25
2. Het COA spant zich in, voor zover mogelijk, om de huidige begeleiders vanuit eerdere opvangperioden in de gemeente Veenendaal een arbeidscontract vanuit het COA aan te bieden. Deze begeleiders worden vervolgens door het COA ingezet op deze locatie. 3. Het COA spant zich in om zoveel mogelijk maatschappelijke stageplaatsen, werkervarings- en afstudeerplaatsen op de opvanglocatie aan te bieden. 1.11 Onderwijs 1. De gemeente neemt maatregelen die voorzien in onderwijs aan leerplichtige kinderen die in de opvanglocatie verblijven. 2. Het COA draagt zorg voor een Nederlandssprekende contactpersoon op de opvanglocatie als intermediair tussen onderwijsinstelling en ouders van kinderen die wonen op de opvanglocatie. 3. Indien nodig vindt onderwijs in eerste instantie plaats in de internationale taal- en schakelklassen waarna doorstroming richting het regulier onderwijs plaatsvindt. 4. Het schoolvervoer van en naar het voorgezet onderwijs wordt, indien noodzakelijk, door het COA geregeld en bekostigd. 1.12 Gezondheidszorg 1. De verantwoordelijkheid voor het onderkennen en bestrijden van besmettelijke ziekten in de opvanglocatie en de overige preventieve gezondheidszorgtaken ten behoeve van de bewoners, heeft het COA contractueel belegd bij GGD-GHOR Nederland. De gemeente heeft krachtens de Wet Publieke gezondheid haar eigen verantwoordelijkheid hierin. 2.
De verantwoordelijkheid van eerstelijns zorgaanbod heeft het COA belegd bij GezondheidsZorg Asielzoekers (GZA). Het COA stemt eventuele inzet van Jeugdzorg van jongeren tussen 18 en 21 jaar van tevoren af met de gemeente. Hierbij komen de vragen over jeugdhulp binnen bij de relatiemanager. Deze neemt dan contact op met het sociaal team van de gemeente Veenendaal en spreekt af wanneer de jeugdprofessional van het sociaal team naar de opvanglocatie komt. Indien 22 / 25
er sprake is van kosten waarvoor de gemeente op geen andere wijze een vergoeding ontvangt dan treden partijen hiervoor in overleg. 1.13 Invulling ruimtelijke aspecten 1. De gemeente Veenendaal en het COA maken, nadat het COA de aanvraag omgevingsvergunning heeft ingediend, afspraken over ruimtelijke aspecten, de ruimtelijke procedure en alles wat hieruit voortvloeit. De afspraken en wijzigingen op deze bestuursovereenkomst die ten gevolge hiervan mogelijk optreden, worden schriftelijk als allonge toegevoegd aan deze bestuursovereenkomst. COA is verantwoordelijk voor het indienen en gaat hier proactief mee aan de slag. 2. Indien het COA de opvanglocatie (volledige terrein en pand) verkoopt, heeft de gemeente Veenendaal het eerste recht van koop. Indien het COA aan een andere partij wil verhuren gedurende de periode van 20 jaar dan dient het COA hier vooraf toestemming voor te krijgen van het bestuur van de gemeente Veenendaal.
1.14 Voorwaarden voor instemming 1. Het COA heeft, in het kader van VISA | Veenendaal en de Utrechtse aanpak een inspanningsverplichting om minimaal 80% van de statushouders en kansrijke asielzoekers die worden opgevangen op de locatie, te koppelen aan gemeenten in de provincie Utrecht. Deze gemeenten huisvesten, binnen de taakstelling, die vanuit de Huisvestingswet op gemeenten rust, deze statushouders in hun gemeente. 1. Slotbepaling 1. Voor situaties waarin deze overeenkomst niet voorziet, vindt er een overleg plaats tussen het COA en de gemeente. 2. Het COA is bereid tot het dekken van de organisatiekosten die de gemeente maakt door inzet van de relatiemanager. De gemeente dient daarvoor een kostenoverzicht en factuur in bij het COA. De ureninzet voor deze taak wordt in het eerste jaar gecalculeerd op 20-30 uur per week. Na 1 jaar evalueren de gemeente en het COA of met de inzet van een relatiemanager het beoogde gezamenlijk resultaat behaald wordt en wat de daadwerkelijke ureninzet is die erbij hoort.
23 / 25
3. Het COA is bereid tot het dekken van de organisatiekosten die de gemeente, ter voorbereiding op de opening van de opvanglocatie, heeft gemaakt. De gemeente dient daarvoor een kostenoverzicht en factuur in bij het COA. 4. Het COA faciliteert op de locatie de benodigde ruimte voor VISA | Veenendaal aan de gemeente voor gebruik van activiteiten en voor het realiseren van een community café. 5. In het kader van VISA | Veenendaal draagt de gemeente zorg voor continuering van het project “Op weg naar werk”. Dit project voorziet in de begeleiding van de asielzoekers naar werk. Dit betreft een samenwerking tussen gemeente, de arbeidsmarktregio, lokale werkgevers en het COA. 6. In het kader van VISA | Veenendaal draagt de gemeente zorg voor continuering van het project Taalondersteuning. Dit project voorziet in de (vrijwillige) hulp/coaching bij het kennis maken en leren van de Nederlandse taal voor de volledige groep asielzoekers die opgevangen wordt op de opvanglocatie. 7. Het COA faciliteert de uitvoering van VISA | Veenendaal en vergoedt de (volledige) kosten voor de uitvoering van VISA | Veenendaal, onder meer voor de realisatie van het community café en de inzet van personeel (o.a. relatiemanager en gedeeltelijke inzet van de programmateamleden).
De kosten worden jaarlijks, in samenspraak, door een stuurgroep van het COA en het gemeentebestuur begroot voor de duur van de bestuursovereenkomst. 8. Ook statushouders die wonen op de opvanglocatie kunnen gebruik blijven maken van de faciliteiten/ mogelijkheden die de gemeente Veenendaal vanuit VISA | Veenendaal aanbiedt. De gemeente stimuleert, ondanks het vrijwillige karakter hiervan, deelname aan voorinburgering. Indien het COA wegens personeelsgebrek geen taallessen kan aanbieden, krijgen deze statushouders de mogelijkheid om deel te nemen aan de faciliteiten die de gemeente Veenendaal hiervoor aanbiedt in het kader van VISA | Veenendaal.
9. De gemeente Veenendaal stelt jaarlijks, in samenspraak met het COA, een uitvoeringsplan op voor VISA | Veenendaal. Dit plan bevat de doelen en acties voor het komende jaar en biedt duidelijkheid over de wijze waarop beide partijen dit gezamenlijk oppakken en welke (personele) capaciteit hiervoor noodzakelijk is. Het uitvoeringsplan wordt afgestemd op de 24 / 25
afspraken uit de bestuursovereenkomst en het programmaplan van het programma Opvang in Veenendaal en dient als leidraad voor de uitvoering in het betreffende jaar. 8. De kosten, inclusief BTW, als bedoeld in het vijfde lid hebben betrekking op de uitwerking van de aanpak VISA | Veenendaal en worden jaarlijks door een stuurgroep van het COA en het gemeentebestuur begroot voor de duur van de bestuursovereenkomst. De op basis van de begroting gerealiseerde programmakosten worden door het gemeentebestuur jaarlijks, aan het einde van het jaar, aan het COA gefactureerd op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten in dat jaar.
Ondertekening: ……………………………. [ datum ] Gemeente Veenendaal
K.J.G. Kats burgemeester
[ plaats ] [ datum ] Centraal Orgaan opvang asielzoekers
J. van der Ziel regiomanager Opvang & Begeleiding Midden-Zuid
25 / 25