3. Correctieve herziening bestemmingsplan Woongebieden - rapport BRO
Tekst van het document
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog Veenendaal West 5 juli 2021
colofon
projectnaam Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog datum 5 juli 2021 projectnummer P04463 opdrachtgever Gemeente Veenendaal BRO projectleider MW projectteam TvG/CJ bron kaft BRO
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
“Succes komt als je het lef hebt ergens aan te beginnen.” Mansal
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding & onderzoeksvraag 1.2 Opzet van het onderzoek 1.3 Scope van het onderzoek
5 5 5 5
2
De parken van Veenendaal West 2.1 Cultuurhistorische context van de parken 2.2 Parken als onderdeel van de groenstructuur Veenendaal 2.3 Parken centraal in de wijken Ruisseveen en Hondzenelleboog
6 6 6 7
3
Afwegingskader beoordeling bouwinitiatieven 3.1 Stedenbouwkundig/landschappelijke richtlijnen 3.2 Intermezzo: Publiek en maatschappelijk karakter parken
8 9 9
4
Percelen in het park Ruisseveen 4.1 Ruisseveen 15 4.2 Componistensingel 2 4.3 Boekvink 80
10 10 12 14
5
Percelen in het park Hondzenelleboog 5.1 Vondellaan 57 5.2 Marsmanlaan 80 5.3 De Reede 55
16 16 18 20
Bijlage 1 Groenstructuurplan Veenendaal, relevante delen Veenendaal West Hoofdgroenstructuur - Algemeen Parken van Veenendaal Groen in de wijken - West
23 23 23 25
3
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
Ruisseveen 15 Componistensingel 2
Boekvink 80
Figuur 1: Onderzoekslocaties park Ruisseveen
Marsmanlaan 80
Vondellaan 57 De Reede 55
Figuur 2: Onderzoekslocaties park Hondzenelleboog
4
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
1
Inleiding
1.1
Aanleiding & onderzoeksvraag
In de parken van de wijken Ruisseveen en Hondzenelleboog in Veenendaal West liggen enkele voormalige agrarische percelen die bij de ontwikkeling van Veenendaal West zijn opgenomen in de stedelijke structuur. Vanwege de ligging in en aan de randen van deze parken is de gemeente in principe terughoudend in het toestaan van extra bebouwing op deze percelen. Bij de actualisering van de bestemmingsplannen is in 2018 een nieuw bestemmingsplan Woongebieden vastgesteld door de gemeenteraad. Voor één van de voormalige agrarische percelen (Componistensingel 2) bestond bij de eigenaren de wens om een extra woning te realiseren. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft de gemeenteraad geoordeeld dat dit onwenselijk is en heeft de raad dit in het nieuwe plan niet mogelijk gemaakt. De eigenaren van Componistensingel 2 hebben hierom beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan. In een tussenuitspraak van de Raad van State is geoordeeld dat de gemeenteraad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een extra woning op dit perceel niet wordt toegestaan. De Raad van State heeft de gemeente in de gelegenheid gesteld om dit gebrek te herstellen door dit alsnog deugdelijk te motiveren.
Om die reden heeft de gemeente BRO gevraagd een onderzoek te doen naar de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid van een extra woning/bebouwing op het betreffende perceel, gebaseerd op de cultuurhistorische, landschappelijke waarde daarvan. Daarnaast zijn er vijf andere percelen in of aan de randen van de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog (de groene lobben)
waar in het verleden sprake is geweest van de wens voor extra bebouwing. Voor deze percelen is eveneens gevraagd om de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid van een eventuele extra woning/bebouwing te onderzoeken.
1.2
Opzet van het onderzoek
Om te komen tot een stedenbouwkundige onderbouwing van de ruimtelijke (on)aanvaardbaarheid voor een extra woning/ bebouwing op de betreffende percelen, is het belangrijk om eerst de ruimtelijke kwaliteiten, waarden en kwetsbaarheden van de omgeving van de percelen op waarde te schatten. Daarom is eerst een bondige stedenbouwkundige analyse van de twee parken in Ruisseveen en Hondzenelleboog uitgevoerd. Hiermee worden de te onderzoeken percelen in een bredere context geplaatst en worden de ruimtelijke kwaliteiten en kwetsbaarheden van de groene lobben inzichtelijk gemaakt. De analyse is gericht op de cultuurhistorische, landschappelijke en groene kwaliteiten van het gebied en de wisselwerking tussen de bebouwing met de parken en de aansluiting op de bebouwingsstructuur van de betreffende wijk. Uit de analyse van de parken zijn toetsingscriteria voor de beoordeling van de individuele percelen afgeleid. Op basis van deze toestingscriteria is per perceel de ruimtelijke (on) aanvaardbaarheid van een extra woning/bebouwing beoordeeld. Per perceel is op een kaartuitsnede met toelichtende tekst aangegeven welke bedreigingen er zijn of zouden kunnen ontstaan bij het toestaan van een extra woning/bebouwing.
Bijvoorbeeld randvoorwaarden ten aanzien van de maat en schaal van de extra bebouwing, de plaatsing op het perceel of mitigerende maatregelen voor een betere overgang tussen bebouwing en het park of compenserende maatregelen die het park of de toegankelijkheid daarvan kunnen versterken.
1.3
Scope van het onderzoek
In dit onderzoek gaat het specifiek om de ruimtelijke (on) aanvaarbaarheid. Dit is slechts een onderdeel van de totale beoordeling van de toelaatbaarheid van extra woningen/ bebouwing op de betreffende percelen. Andere planologische aspecten kunnen ook een rol spelen bij de uiteindelijke beslissing van de gemeente om in of aan de randen van de parken extra woningen/bebouwing al dan niet toe te staan. Dit valt echter buiten de scope van dit onderzoek. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan beleidsdoelstellingen ten aanzien van de woningvoorraad (bijvoorbeeld woningbouwopgaven voor specifieke doelgroepen), klimaatadaptatie (bijvoorbeeld het beperken van bebouwd/verhard oppervlak, meer groen/water) en/of locatiespecifieke omstandigheden zoals bijvoorbeeld het effect van nieuwe bebouwing op de verkeers- en parkeersituatie of op eventueel aanwezige ecologische of archeologische waarden.
Omdat ruimtelijke aanvaardbaarheid echter geen zwart-wit kwestie is, is ook aangegeven onder welke voorwaarden een extra woning/bebouwing mogelijk wel aanvaardbaar zou zijn. 5
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
2
De parken van Veenendaal West
2.1
Cultuurhistorische context van de parken
Beide wijkparken zijn in de tweede helft van de jaren 80 aangelegd als wijkpark voor de omliggende buurten. In beide parken is een oud agrarisch bebouwingslint opgenomen waarbij de meest noordelijke bestond uit twee buurtschappen (Groot en Klein Russcheveen). De historische bebouwingslinten zijn in de huidige parken goed te herkennen door de doorgaande oost-west langzaam verkeersroutes waar nog verschillende voormalige agrarische percelen aan liggen. Deze cultuurhistorische linten en bijbehorende bebouwing zijn karakteristiek voor de parken. Het herkenbaar houden van deze cultuurhistorische waarden is belangrijk voor de identiteit en belevingswaarde van de parken.
2.2
Parken als onderdeel van de groenstructuur Veenendaal
De parken Ruisseveen en Hondzenelleboog zijn de enige twee parken in Veenendaal West en hebben een belangrijke functie voor de wijken. Naast de landschappelijke en ecologische waarden van het groen en het water in de parken is er in de parken ruimte voor ontspanning en ontmoeting. Op een hoger schaalniveau zijn de parken van belang voor de groenstructuur binnen Veenendaal. Het aantal parken in Veenendaal is beperkt en deze twee parken geven daarnaast aansluiting op het buitengebied (zie bijlage 1 voor de relevante delen uit het Groenstructuurplan voor het deelgebied Veenendaal West).
Figuur 3: Analyse Park Ruisseveen
6
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
2.3
Parken centraal in de wijken Ruisseveen en Hondzenelleboog
Beide parken liggen centraal in de betreffende wijk en geven aansluiting in oost-west richting met het centrum van Veenendaal en het buitengebied. Op wijkniveau haakt de fijnmazige groenstructuur in de wijken (bomenlanen) aan op de centrale parken met groene inprikkers. De parken zijn hierdoor goed ingebed in de ruimtelijke structuur van de wijken. In de parken zijn verschillende functies voor sport en spel gesitueerd (tennisclub, speeltuinen, trapveldjes). Aan de randen worden de parken geflankeerd door de woonbuurten, wisselend met voorzijden en achtertuinen aan de parkranden. De randen van het park zijn grillig en worden gekenmerkt door verspringingen. Hierdoor is er sprake van zachte randen en overgangen tussen het park en de woonbuurten. Deze rafelranden dragen bij aan de natuurlijke overgang tussen park en woongebieden. In en aan de randen van de parken hebben zich in de loop der tijd verschillende maatschappelijk functies gevestigd, zoals kleinschalige woonzorgvoorzieningen, een hospice, volkstuinen, een basisschool en zorgvoorzieningen als huisartsenpraktijk en fysiotherapie. Deze functies dragen bij aan de maatschappelijke waarde van de parken als centrale groene ruimtes in de wijken. Figuur 4: Analyse Park Hondzenelleboog
7
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
3
Afwegingskader beoordeling bouwinitiatieven
Op basis van de analyse van de parken zijn stedenbouwkundige richtlijnen opgesteld die de ruimtelijke opzet, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, belevingswaarde en identiteit van de parken beschermen en waar mogelijk versterken. Bij de beoordeling van de (on)aanvaardbaarheid van een extra woning of andere bebouwing op de te onderzoeken percelen zijn deze richtlijnen als toetsingscriteria gehanteerd. De richtlijnen bieden hiermee een helder afwegingskader bij het beoordelen of een bouwinitiatief al dan niet wordt toestaan en onder welke (inpassings)voorwaarden deze eventueel mogelijk zouden kunnen zijn.
Figuur 5: De parken in Veenendaal West prikken als groene lobben in het stedelijke weefsel
8
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
3.1 1. 2.
3.
4.
5.
Stedenbouwkundige richtlijnen Het groene en open karakter van de parken dient te worden behouden en beschermd. De groene verbindingen (inprikkers) vanaf de parken naar de omliggende wijken dienen te worden gehandhaafd of versterkt. De voormalig agrarische percelen zijn onderdeel van oude boerderijlinten en buurtschappen en als zodanig in de parken herkenbaar. Ze zijn hierdoor de identiteitsdragers van de parken en dienen als cultuurhistorische waarden van de parken op twee schaalniveaus te worden beschermd: • Op het niveau van het park: de ruimtelijke compositie van agrarische erven aan het boerderijlint als samenhangend geheel dient behouden te blijven. • Op het niveau van het perceel: de individuele kenmerken van de agrarische erven dienen behouden te blijven (ensemble van hoofdgebouw, bijgebouwen, erf en erfbeplanting). Dat betekent bijvoorbeeld dat het niet wenselijk is om deze erven op te splitsen, volledig vol te bouwen of de ruimtelijke hiërarchie van de bebouwing (1 hoofdgebouw met enkele ondergeschikte bijgebouwen) op de erven aan te tasten. De (voormalig) agrarische erven die solitair in de parken liggen (los van de stedelijke rand) dienen onderdeel te blijven van en bij te dragen aan het groene en open karakter van de parken.
De (agrarische) percelen en de bebouwing die in de stedelijke rand zijn komen te liggen, hebben een enigszins onduidelijke positie gekregen in de loop der jaren. Deze percelen liggen in de overgangszone tussen het park en de omliggende wijken. Deze rand wordt gekenmerkt door een rafelrand waar een
‘harde’ overgang tussen park en stedelijk gebied afgewisseld wordt met een ‘zachte’ overgang. In deze overgangszone is het niet overal even helder of de percelen en de bebouwing onderdeel zijn (geworden) van het stedelijk weefsel of onderdeel zijn van de parken. Voor deze percelen moet individueel gekeken worden naar een juiste inpassing in de omgeving. Hierbij is het belangrijkste uitgangspunt dat ontwikkelingen geen afbreuk doen aan de groene kwaliteiten van de parken en de cultuurhistorische kenmerken. Bij de beoordeling dient gekeken te worden naar de mate waarin het perceel en de bebouwing onderdeel uitmaakt van de stedelijke rand of van het park en daarmee samenhangend in hoeverre de extra bebouwing eventueel afbreuk doet aan de kwaliteiten en waardes van de park. Richtlijnen hierbij zijn: • Indien de onbebouwde (groene) ruimte van het perceel onderdeel uitmaakt van de rafelrand van het park dient terughoudend te worden omgegaan met het toevoegen van bebouwing. Het karakter van de rafelrand dient gerespecteerd te worden. Bebouwing is qua maat en schaal ondergeschikt en is zodanig gesitueerd dat er geen harde randen aan de parkzijde ontstaan. • Nieuwe bebouwing mag geen zichtlijnen en/of doorkijken in het park belemmeren of openheid aantasten. • Smalle delen van het park zijn extra kwetsbaar voor de visuele impact van extra bebouwing.
Bouwinitiatieven die het park zichtbaar versmallen zijn onwenselijk.
3.2
Intermezzo: Publiek en maatschappelijk karakter parken
Als kanttekening naast de richtlijnen is geconstateerd dat veel van de activiteiten en functies binnen en aan de parken samenhangen met zorg. Verschillende vormen van zorg hebben in de loop der jaren in en langs de parken een plek gevonden. Door het publieke en maatschappelijke karakter van zorg past dit als thema bij de parken. Deze ontwikkeling wordt als positief beoordeeld omdat het kan zorgen voor een positieve maatschappelijke interactie met de parken. De parken behoren tot de belangrijkste publieke ruimtes van Veenendaal West. Functies en activiteiten met een publiek, collectief en maatschappelijk karakter (zoals sport, spel en zorg) kunnen hieraan bijdragen en kunnen positief zijn voor de parken. Essentieel hierbij is dat deze functies kleinschalig van aard zijn en (semi)publiek toegankelijk. Als voorbeeld, een kleinschalig zorgwooncomplex dat een sterke interactie heeft met het park en de kwaliteiten van het park respecteert en versterkt levert een positievere bijdrage aan het park dan een tuincentrum dat met de achterkant naar het park is gekeerd, omheind is met een dichte, hoge erfafscheiding, weinig interactie heeft met het park en de groene inprikkers vanaf het park naar de omliggende wijken afknelt.
Ook een met hoge hagen omheinde tennisclub die geen publiek karakter heeft en vrij grootschalig van opzet is, draagt minder bij aan de kwaliteit van het park dan een publiek toegankelijk kleinschalig speelterrein of kinderboerderij.
9
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
4
Percelen in het park Ruisseveen
4.1
Ruisseveen 15
Beoordeling •
•
•
De kavel is duidelijk onderdeel van het park. Het perceel ligt niet in de stedelijke rand, maar het wordt omringd door het park. Dit perceel en de bebouwing op het perceel zijn onderdeel van de (voormalig) agrarische percelen in het park en maken deel uit van de ruimtelijke compositie van het (voormalige) boerderijlint. De bijhorende cultuurhistorische waarden dienen behouden te blijven. Hierom is het onwenselijk om het perceel verder vol te bouwen, op te splitsen en/of het boerderijensemble met bijhorende hiërarchie in bebouwing aan te tasten. Hierdoor is duidelijk dat extra bebouwing en/of opsplitsing van het perceel niet wenselijk is en afbreuk zou doen aan het park en aan de ruimtelijke compositie van het voormalige agrarische lint (identiteitsdrager van het park). Het perceel heeft in zijn huidige situatie een duidelijke relatie met het park en is hierin goed geïntegreerd. Ook de uitstraling en positionering van de huidige bijgebouwen op het erf maken dat het geheel een helder boerderijensemble vormt. Het laat het karakter van het historische lint goed zien.
Conclusie: voor dit perceel is vanuit stedenbouwkundig oogpunt een extra woning of andere bebouwing onaanvaardbaar.
10
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
11
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
4.2
Componistensingel 2
Beoordeling •
•
•
Het perceel ligt op de overgang van het park en de stedelijke rand. De huidige bebouwing zelf is ruimtelijk onderdeel uit gaan maken van de stedelijke rand. Tegelijkertijd draagt het onbebouwde deel op het perceel sterk bij aan het groene en open karakter van het park. Dit komt ook doordat het perceel diep in het park ligt en het hier om een smal stuk van het park gaat (circa 75m tot aan het volgende gebouw) waardoor het park hier extra kwetsbaar is. Dit perceel en de bebouwing op het perceel zijn onderdeel van de reeks voormalige agrarische percelen in het park en maken deel uit van de ruimtelijke compositie van het voormalige boerderijlint. De bijhorende cultuurhistorische waarden dienen behouden te blijven. Door de eerdere toevoeging van een extra woning is er is niet echt meer sprake van een boerderijensemble met een duidelijke hiërarchie in bebouwing dat beschermd dient te worden. De cultuurhistorische waarde van dit kavel is hierdoor reeds enigszins aangetast, verdere aantasting is onwenselijk. Extra bebouwing ter plaatse van het huidige onbebouwde deel van het perceel zou hier ontegenzeggelijk afbreuk doen aan het park. Een extra woning of bebouwing zou geen onderdeel zijn van de stedelijke rand, maar duidelijk in het groen van het park liggen op een krappe en kwetsbare locatie die diep in het park steekt.
Hierdoor zou de openheid en het groene karakter van het park aangetast worden. Extra bebouwing zou daarbij in de zichtlijnen vanaf de paden in het park komen te staan waardoor de belevingswaarde van het park wordt aangetast. Het thans onbebouwde deel van het perceel maakt dat deze
zichtlijnen op dit smalle deel van het park open blijven waardoor het park hier ruimer aanvoelt. Extra bebouwing zou deze belevingswaarde sterk aantasten en is daarom onwenselijk. Conclusie: voor dit perceel is vanuit stedenbouwkundig oogpunt een extra woning of andere bebouwing onaanvaardbaar.
12
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
13
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
4.3
Boekvink 80
Beoordeling •
•
•
•
Het perceel ligt in de overgang van het park en de stedelijke rand. Door de recente sloop- en nieuwbouw op het perceel is het voormalige agrarische karakter van het perceel verloren gegaan. Het nieuwe gebouw is qua positionering, volume en uitstraling volledig onderdeel gaan uitmaken van de stedelijke rand en heeft zich onttrokken aan het park. Ondanks dat het perceel onderdeel is van de reeks voormalige agrarische percelen in het park en hierdoor oorspronkelijk deel uit maakte van de ruimtelijke compositie van het voormalige boerderijlint, zijn met de sloop- en nieuwbouw de oorspronkelijke cultuurhistorische waarden en daarmee ook de kwetsbaarheid van het voormalige boerderijerf verloren gegaan. Het perceel is hier onderdeel geworden van de stedelijke rand waardoor extra bebouwing op het perceel weinig tot geen afbreuk zou doen aan het karakter van het park. Het perceel ligt in een hoek waar schuren en bijgebouwen van aangrenzende percelen tot aan de perceelsgrenzen zijn gebouwd. Hierdoor zal extra bebouwing (mits kleinschalig) op het perceel niet meer afbreuk doen aan het park dan de aangrenzende percelen, gezien de lijn waar het perceel in de stedelijk rand is opgenomen. Ook doorzichten op het onbebouwde deel van het perceel dragen nauwelijks bij aan de ruimtelijke kwaliteit of open karakter van het park. Er is enkel zicht naar de direct aangrenzende bebouwing en daken.
Het gehele perceel is vanuit het park gezien in een weinig zichtbare hoek gelegen. Aan de ene zijde onttrekken de hoge hagen rondom de tennisvelden
•
het zicht op het perceel en van de andere zijde ligt er een verhoogd talud met opgaande beplanting rondom het voetbalveldje dat het zicht op het perceel onttrekt. Hierdoor is er weinig relatie tussen het park en het perceel. Het perceel is volledig opgenomen in de stedelijke rand. De overgang naar het park wordt hier gekenmerkt door een robuuste groene rand. Bij eventuele bouwinitiatieven dient deze kwaliteit gewaarborgd te worden als groene overgang tussen de stedelijke rand en het park.
Conclusie: voor dit perceel is extra bebouwing aanvaardbaar vanuit stedenbouwkundig oogpunt mits: •
• •
•
De extra bebouwing ondergeschikt is aan het hoofdgebouw in massa, hoogte en functie. Hiermee zijn alleen kleinschalige bijgebouwen aanvaardbaar. De extra bijgebouwen dienen achter de rooilijn van aangrenzende bebouwing gesitueerd te worden. Bijgebouwen mogen maximaal 1 laag met eventueel een flauw hellende kap zijn (goothoogte maximaal 3m; nokhoogte maximaal 3,5m). Er een robuuste, groene erfafscheiding passend bij het park en met behoud van de aanwezige groene bomensingel wordt gerealiseerd.
14
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
15
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
5
Percelen in het park Hondzenelleboog
5.1
Vondellaan 57
Conclusie: voor dit perceel is extra bebouwing aanvaardbaar vanuit stedenbouwkundig oogpunt mits: •
Beoordeling •
•
•
•
Het monumentale boerderijgebouw is gepositioneerd op een hoek en maakt onderdeel uit van de overgang van de stedelijke rand en het park. Deze rafelrand kenmerkt zich door een zachtere overgang tussen de stedelijke rand en het park. Stad en groen zijn hier sterker verweven wat een bepaalde ruimtelijke kwaliteit vormt voor deze specifieke locatie. De groene kwaliteit van deze rafelrand (met name dankzij het onbebouwde kavel) dient te worden behouden. Dit betekent niet dat de locatie tussen Vondellaan 57 en Vondellaan 57A niet geschikt is voor (bouw)ontwikkelingen. Bouwen op het perceel lijkt weinig afbreuk te doen aan het park (qua openheid, zichtlijnen, etc.). Echter dienen bouwontwikkelingen wel bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het park en de specifieke groene kwaliteiten van de rafelrand. Enkele randvoorwaarden en maatregelen zorgen voor een goede inpassing in het park, de rafelrand en de directe omgeving. De belangrijkste kwaliteiten van deze locatie zijn de groene rafelrand en de monumentale boerderij. Deze kwaliteiten dienen als uitgangspunt genomen te worden bij eventuele bouwinitiatieven. Eventuele uitbreiding van het bestaande hospice past bij het publieke en maatschappelijke karakter en het zorgthema van de parken, en specifiek bij de bestaande functie van de monumentale boerderij als hospice.
•
De rooilijn sterk terug gelegen komt te liggen (ongeveer halverwege het kavel) te liggen met een groene voorruimte. Deze groene voorzijde dient als groene overgang naar het park en ondersteunt de hier kenmerkende rafelrand. De voortuin en erfafscheiding dienen een groene uitstraling te krijgen, passend bij het park. De monumentale boerderij de ‘parel’ blijft in deze grillige parkrand. De monumentale boerderij mag niet overheerst worden door eventuele nieuwbouw. Deze dient qua vorm massaopbouw en uitstraling aan te sluiten bij het monumentale boerderijgebouw. Daarbij dient eventuele nieuwbouw qua volume, grootte en hoogte ondergeschikt te zijn aan de bestaande monumentale boerderij.
Suggestie: met het doorzetten van de bestaande linden voor de monumentale boerderij (ter vervanging van de drie berken) kan de onderlinge relatie tussen de percelen en het doorlopende groene karakter van de rafelrand versterkt worden.
16
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
17
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
5.2
Marsmanlaan 80
•
Beoordeling •
•
•
De voormalige boerderij ligt in de overgang van de stedelijke rand en het park. Deze rafelrand kenmerkt zich door een zachtere overgang tussen de stedelijke rand en het park. Stad en groen zijn hier meer verweven wat een bepaalde ruimtelijke kwaliteit vormt voor deze plek. Deze kwaliteit dient behouden te blijven. Daarnaast ligt het perceel tussen twee groene inprikkers vanuit het park naar de achterliggende wijk. Deze groene inprikkers zijn belangrijke verbindingen tussen het park en de wijk en dienen behouden te blijven. Dit perceel en de bebouwing op het perceel zijn onderdeel van de voormalige agrarische percelen in het park en maken deel uit van de ruimtelijke compositie van het voormalige boerderijlint. De bijhorende cultuurhistorische waarden dienen behouden te blijven. Hierom is het onwenselijk om het perceel verder vol te bouwen, op te splitsen en/of het boerderijensemble met bijhorende hiërarchie in bebouwing aan te tasten. Aangezien het perceel nu al vrij fors bebouwd is, lijkt het onwenselijk om het perceel verder vol te bouwen. Tegelijkertijd heeft het perceel in de huidige situatie weinig interactie met het park en draagt het daardoor weinig bij aan de kwaliteit van het park. Het karakteristieke boerderijgebouw op het erf biedt daarentegen wel veel ruimtelijke kwaliteit. Deze is echter niet zichtbaar vanuit het park door de hoge erfafscheiding rond het perceel.
Daarbij is de huidige erfafscheiding van het perceel erg onsamenhangend (een rommelig geheel van diverse soorten bomen, hagen, coniferen, houten schutting etc.). Hierdoor wordt de overgang naar het park gekenmerkt door een lage ruimtelijke kwaliteit.
Dit alles in ogenschouw nemend zouden (bouw) ontwikkelingen op kleine schaal eventueel mogelijk zijn mits dit bijdraagt aan een betere integratie van het perceel in de groene rafelrand van het park en aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit aan de parkrand. De belangrijkste kwaliteit van deze locatie is de groene rafelrand en het historische boerderijensemble. Bij een eventuele ontwikkeling dienen deze kwaliteiten als uitgangspunt genomen te worden en dienen de geconstateerde knelpunten aangepakt te worden.
Conclusie: voor dit perceel is extra bebouwing aanvaardbaar vanuit stedenbouwkundig oogpunt mits: •
• • •
De bebouwing kleinschalig is, ondergeschikt aan het hoofdgebouw en passend qua uitstraling bij het historische hoofdgebouw. Het boerderijensemble dient te worden gerespecteerd. Het perceel een groene uitstraling krijgt, passend bij het park. De erfafscheiding een eenduidig en groen karakter krijgt, passend bij het park. De dubbele boomlanen die hier samenkomen behouden worden.
Hierbij is het wenselijk het karakteristieke boerderijgebouw meer zichtbaar te maken vanaf het park om de cultuurhistorische waarde van dit perceel weer beleefbaar te maken.
18
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
19
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
5.3
De Reede 55
•
Beoordeling •
•
•
•
Op het perceel is een tuincentrum gevestigd. Het tuincentrum ligt op een kruispunt waar meerdere groenstructuren samenkomen. Hier gaat het park over in groene en blauwe verbindingen naar de omliggende wijken; onder andere naar de Schepenbuurt (via Sloep) en het groen langs De Reede. Dit zijn de belangrijkste groene inprikkers vanaf het park naar omliggende wijken. Deze groene verbindingen moeten open blijven en waar mogelijk worden versterkt. Het tuincentrum is nu zo gepositioneerd dat het deze groene verbindingen deels afknelt. Eventuele ontwikkelingen dienen de groene verbindingen te versterken. Ontwikkelingen mogen niet leiden tot het verder afknellen van deze groene verbindingen. Het tuincentrum draagt niet bij aan de kwaliteit van het park. In de huidige situatie is het tuincentrum met de achterkant naar het park toegekeerd, omheind met een dichte erfafscheiding en heeft het weinig interactie met het park. Daarnaast ligt het tuincentrum aan de rand van het park aan een wijkontsluitingsweg (De Reede). Het is een bedrijf met een aanzienlijk aantal parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen concurreren met het groen en doen daarmee afbreuk aan de groene kwaliteiten van het park. Tegelijkertijd is dit smalle deel de oostelijke entree van het park.
Door het dichtbegroeide groen, het besloten karakter en de vele achterkanten in deze smalle uitloper van het park is hier extra aandacht nodig voor het verbeteren van de interactie tussen de bebouwing en het park (o.a. i.v.m. de sociale veiligheid). Eventuele ontwikkelingen dienen hier rekening mee te houden.
De huidige functie van het tuincentrum draagt weinig bij aan het publieke en maatschappelijke karakter van het park. Er liggen kansen om functioneel meer aan te sluiten bij het maatschappelijke cluster in deze hoek met onder meer tandarts, woonzorg, medisch trainingscentrum, fysiotherapie en basisschool. Eventuele ontwikkelingen dienen een kleinschalig karakter te hebben waarbij het gewenst is om deze aan te laten sluiten bij het maatschappelijke karakter van de omgeving.
Conclusie: herontwikkeling van deze locatie biedt kansen voor het versterken van de groene kwaliteit en het maatschappelijke karakter van het park, mits de ontwikkeling in samenhang met het park wordt ontworpen. Herontwikkeling is vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar mits: •
• •
Deze (bij voorkeur) qua functie aansluit bij het cluster van maatschappelijke voorzieningen (bijvoorbeeld een kleinschalig woonzorgcomplex). Het een kleinschalige ontwikkeling betreft in samenhang met de omliggende bebouwing en het park. Bij de ontwikkeling van het terrein extra ruimte wordt gegeven aan de oostelijke entree van het park (versterken van de koppeling tussen park en stedelijk gebied).
20
Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
21
Bijlage 1
Groenstructuurplan Veenendaal, relevante delen Veenendaal West bron: Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002 - AMER adviseurs & brons + partners landschapsarchitecten i.o.v. Gemeente Veenendaal
Groenstructuurplan Groenstructuurplan Veenendaal, Veenendaal relevante delen Veenendaal West eindrapportage juni 2002 Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002
Bijlage 1: Groenstructuurplan Veenendaal, relevante delen Veenendaal West Hoofdgroenstructuur - Algemeen Uitgangspunten visie Uit de analyse van Veenendaal in haar omgeving is een aantal conclusies getrokken. Hierop volgend kunnen uitgangspunten geformuleerd worden voor het groen in het stedelijk gebied. • De relatie van het groen met de landschappelijke ligging en ondergrond kan worden vergroot. • Er dient te worden gestreefd naar het realiseren van de ecologische structuur en de bijbehorende ecologische modellen. • De aansluiting van het groen in het stedelijk gebied en het buitengebied kan worden versterkt in ruimtelijke en functionele zin (routes). • Het groen dient bij te dragen aan de ruimtelijke afwisseling en oriëntatie binnen het stedelijk gebied. Hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur van Veenendaal is opgebouwd uit elementen die een betekenis hebben voor de hele stad. Zij kunnen één of meerdere functies vervullen, welke van belang zijn voor de hele gemeente. Zij komen voort uit de analyse van de landschappelijke, ecologische, historische en stedenbouwkundige patronen. Er zijn 9 onderdelen van de hoofdgroenstructuur onderscheiden. 1. De Grift 2. De oude linten 3. De belangrijkste pleinen 4. De parken 5. De begraafplaatsen en sportparken
Onderdelen Hoofdgroenstructuur 1.
Grift
2.
oude linten
3.
pleinen
3
1
5
4.
parken
5.
begraafplaats en sportparken 2
6.
binnenring
7.
rondweg
8.
‘1 Goeie Spoor, Industrielaan en Wageningselaan
9.
snelweg, spoorlijnen en entrees
4
6
Parke
1. Rui 2. Hon 3. Ge 4. Dui 5. Dra 6. Sta 7. Pet 8. Pet
7 8
6. De Binnenring Parken van Veenendaal 7. De rondweg 8. ’t Goeie Spoor, Industrielaan en Wageningselaan 1.AMER Ruisseveen adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld 9. De snelweg, spoorlijnen en entrees 2. Hondzenelleboog 3. Gelderse Blom Doel voor de hoofdgroenstructuur is de identiteit en kwaliteit 4. Duivenweide van de afzonderlijke elementen te vergroten, waarbij de 5. Dragonderpark aanwezige of gewenste samenhang (structuur) tussen de 6. Stadspark verschillende elementen en patronen als kader geldt. 7. Petenbos Deze doelstelling houdt in dat er keuzes gemaakt dienen te 8. Petenbos-oost worden voor een gewenste inrichting per onderdeel van de hoofdgroenstructuur en dat deze wensbeelden in de Veenendaal heeft meerdere parken. De meeste parken toekomst richting gevend zijn. liggen aan de rand van het stedelijk gebied en vormen daarmee een schakel naar het buitengebied. Zij worden 23
Groenstructuurplan Veenendaal, relevante delen Veenendaal West Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
ook wel de groene inprikkers genoemd; Ruisseveen en Hondzenelleboog aan de westzijde en Petenbos en Petenbos-Oost aan de zuidoostzijde en in minder mate het Stadspark. Alleen het Dragonderpark ligt meer in het stedelijk gebied. Daarnaast ligt in het centrum het kleinere park Duivenweide. De Gelderse Blom heeft een parkzone grenzend aan de Grote Beer. In de wijk Dragonder-Oost zijn twee nieuwe groene inprikkers voorgesteld in het verlengde van het Dragonderpark, de sportvelden en de Spitsbergenweg en één iets zuidelijker. Continue routes door deze groenstructuren zijn van groot belang. Parken - Visie Voor de parken is het van belang dat deze een recreatieve functie vervullen voor de wijk, waarin ze gelegen zijn en ook soms voor aangrenzende wijken of buurten. De landschapsarchitectonische inrichting van het park kan daarnaast ieder park een eigen karakter geven. Dit karakter kan een uiting zijn van de tijd van ontstaan in samenhang met de stedenbouwkundige kenmerken van de wijk waarin het park ligt, maar ook van de functies die aan het park zijn toegekend en de ligging ten opzichte van het centrum of het buitengebied. Binnen de groene inprikkers is het belangrijk een logische opbouw en eenheid te creëren van het groen. Aan de centrumzijde kan het groen een meer traditionele inrichting hebben, aan de buitenzijde een meer natuurlijke inrichting en beheer.
Goede routes voor wandelaars en fietsers van binnen naar buiten, lopend door de parken en de groene inprikkers en goed aansluitend op het buitengebied zijn daarbij belangrijk. Ruisseveen Het park vormt een groene inprikker in de wijk West. Het park ligt dwars op de landschapsstructuur die hier van oorsprong
aanwezig was. Een fietsroute loopt door het park en sluit aan op de Slaperdijk. In het park zijn diverse functies opgenomen zoals volkstuinen, een kinderboerderij, een natuurtuin, een oude boerderij en tennisvelden. In het westelijk deel zijn deze elementen fraai met elkaar verweven door een traditionele inrichting met hagen en bomen. Hierdoor ontstaat een mooie ruimtelijke samenhang. Er is geen visuele relatie gezocht met het buitengebied. Ten oosten van de Componistensingel wordt het park erg smal. De beplanting rond het tenniscomplex dient beter op de ligging in het park te worden aangesloten(in plaats van laurierkers kiezen voor beukenhagen of meer inheemse beplanting). Aan de oostzijde dienen de Grift en het park ieder ten opzichte van elkaar duidelijk te zijn aan hun eigen inrichting. Deze plek dient met groen vooral ruim en overzichtelijk te worden ingericht.
water eigenlijk niet thuis. De bergingsfunctie van het water dient hiervoor nader te worden onderzocht. Aan de wetszijde is een uitbreiding met extensief groen (model eekhoorn en zandoogje) gewenst als ecologische verbinding met de Slaperdijk. Een passende uitbreiding van de gewenste natuurtypen bestaat uit parkbos, hoogstamboomgaard, bloemrijk grasland, houtwal, bomenrij en haag. Op de noordoever van de oostelijke waterpartij kan riet worden ontwikkeld.
Hondzenelleboog Hondzenelleboog vormt net als het park Ruisseveen een groene inprikker in de westelijke wijken van Veenendaal. In Hondzenelleboog ontbreekt naast de ruimtelijke aansluiting met het buitengebied ook de functionele aansluiting op de Slaperdijk. Het park bestaat van west naar oost uit een stedelijk natuurgebiedje met water, een speelweide, bosje, huisartsenpraktijk en een vijver met gazons. Er is een aaneenschakeling van verschillende sferen, maar de ruimtelijke koppeling tussen de onderdelen van het park dient te worden verbeterd. Dit kan onder meer door de kruisende verkeerswegen niet te begeleiden met een eigen soort vakbeplanting, maar juist het maaiveld van het park door te laten lopen. Het bos in het midden van het park heeft een hoge ecologische waarde (model varen), vanwege de onderbegroeiing. In ecologisch opzicht zijn de volgende maatregelen van belang. Het dempen c.q. laten verlanden van de waterpartijen aan westzijde. In dit droge gebied hoort het 24
Groenstructuurplan Veenendaal, relevante delen Veenendaal West Ruimtelijke beoordeling zes percelen in de parken Ruisseveen en Hondzenelleboog
Groen in de wijken - West Stedenbouwkundige typering West bestaat uit de buurten Componistenbuurt, Oudeveen – De Schans, Vogelbuurt, Dichtersbuurt en Schepenbuurt. De ontsluiting voor auto’s geschiedt via lussen op de RondwegWest. De wijk heeft een centraal gelegen ‘eigen’ NS-station. De buurten bestaan voornamelijk uit eengezinswoningen, die veelal aan woonerven liggen. Twee groene inprikkers dringen ver de wijk in. In Ruisseveen is de Grift het structurerende element. In de westelijke buurten Ruisseveen, Hondzenelleboog en de Haspel is gekozen voor een loodrechte verkaveling. In de Vogel- en Schepenbuurt is juist een diffuus stratenpatroon ontworpen. De buurten hebben overigens veel water, waaraan grote delen van de wijk haar karakter ontleent. Nabij het station ligt het wijkwinkelcentrum, de scholen liggen verspreid in de wijk. Aan de westzijde wordt de wijk scherp begrensd door de Slaperdijk. Tussen de dijk en deze wijk ligt nog een smalle strook met een meer agrarische functie.
goed herkenbaar aan het brede profiel met bomenrijen aan weerszijden in een heesterbeplanting. De wegen die echter van hieruit de buurten verder ontsluiten zijn veel moeilijker van de woonstraten te onderscheiden. In de Schepenbuurt is duidelijk sprake van een interne groen- en waterstructuur met een landschappelijk karakter. Hieromheen liggen woonerven. De zone tussen de Slaperdijk en de woonbebouwing begint haar ruimtelijke functie te verliezen, door het oprichten van bebouwing en de ontwikkeling van opgaande elementen Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002 in deze zone. Zowel in functioneel als ruimtelijk opzicht zijn de relaties met het buitengebied aan deze zijde van Veenendaal beperkt. Ten westen van de Slaperdijk ligt een natuurspeelplaats op een terrein van Staatsbosbeheer. Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002
Visie West
Karakteristiek van het groen De twee groene inprikkers, park Ruisseveen en park Hondzenelleboog hebben een belangrijke ruimtelijke werking in de wijk en bieden een grote variatie aan gebruiksmogelijkheden. Zij vormen beide onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Zij liggen dwars op de oorspronkelijke kavelrichting van dit gebied. Parallel aan de oude kavelrichting liggen nog diverse restanten van houtwallen, die als volwassen bomenrijen zijn geïntegreerd in de wijk. Het spoor is aan beide zijden dicht begroeid. Hieraan grenzen achtertuinen. Alleen ter plaatse van het station is de beplanting transparant gemaakt. Hier ligt een duidelijke relatie met het wijkcentrum. De hoofdontsluiting van de wijk, de Wiekslag en de Reede is
Plein
WIjkcentrum
Park
Wijkgroen
Dichte beplanting
Dichte beplanting
Enkele bomenrij
Enkele bomenrij
AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld
Natuurontwikkeling langs Dubbele de Griftbomenrij Dubbele bomenrij Halfopen beplanting
Water
Open berm
Stedelijk gebied
Begraafplaats
Natuurgebied
Sportterrein
Stedelijke herinrichting
Stadsentree
Groene fietsroute
Water
25
Visie West
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94
www.bro.nl | info@bro.nl
5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01