CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Collegebesluit - Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V.

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V.4.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

B&W VOORSTEL Zaaknummer Onderwerp

Agendapunt

2151087 Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V.

Paraaf TL / AO

Telefoonnummer

M. Poot, F.J. Oudman SCB, PP 0318-538795, 0318-538797

Datum advies

19 maart 2024

Paraaf toetser

Ambtenaar Team

Registratienummer Kopie aan team Openbaar

Akkoord

Bespreken

Kopie

Ja Burgemeester

Planning behandeling B&W

Weth. Beek

26-03-2024

Commissie

Weth. Stroobosscher

Raad Weth. Verloop

Weth. Lochtenberg Advies secretaris

Datum vergadering 26 maart 2024 Beslissing

Akkoord conform voorstel.

Voorgestelde beslispunten 1. Voor te nemen te besluiten om het publieke belang in de ontwikkeling van warmtenetten in Veenendaal te laten vertegenwoordigen door DEVO Holding B.V. 2. Voor te nemen te besluiten om DEVO Holding B.V. te verzoeken een publiek belang van meer dan 50% te realiseren bij het ontwikkelen van collectieve warmte-infrastructuur en ten minste doorslaggevende zeggenschap te hebben in de warmtelevering op Het Ambacht. 3. De raad voor te stellen geen wensen en bedenkingen in te brengen tegen de voorgenomen besluiten van het college om - het publieke belang in de ontwikkeling van warmtenetten in Veenendaal te laten vertegenwoordigen door DEVO Holding B.V., en - DEVO Holding B.V. te verzoeken een publiek belang van meer dan 50% te realiseren bij het ontwikkelen van collectieve warmte-infrastructuur en ten minste doorslaggevende zeggenschap te hebben in de warmtelevering op Het Ambacht.

B&W VOORSTEL van 26 maart 2024, Zaaknummer: 2151087, Onderwerp: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V. Toelichting op de voorgestelde beslispunten:

Inleiding Als gemeente staan we voor een grote opgave om de warmtevoorziening te verduurzamen. Warmtenetten (ook wel genoemd: collectieve warmtesystemen) spelen een belangrijke rol in het bereiken van de doelstellingen. De Wet Collectieve Warmte (Wcw) die in voorbereiding is en waarvan de inwerkingtreding op 1 januari 2025 wordt verwacht, vraagt om publiek eigenaarschap van die warmtenetten (bij meer dan 1.500 woningen). Publiek eigenaarschap houdt in dat warmtebedrijven die door gemeente per warmtekavel (aaneengesloten gebied met collectieve warmtelevering) worden aangewezen voor meer dan 50% in publieke handen moeten zijn, zodat de gemeente daadwerkelijk regie heeft in de warmtetransitie1. Voor decentrale overheden is dit een nieuwe verantwoordelijkheid die complexe vraagstukken met zich meebrengt. Veenendaal heeft op dit gebied een betere uitgangspositie dan de meeste andere gemeenten doordat er al een publiek warmtebedrijf actief is in de gemeente Veenendaal. DEVO levert in de wijken Buurtstede, Veenderij en Groenpoort immers al duurzame collectieve warmte aan (straks) zo’n 3.000 woningen. Met de Wcw in aantocht is het mogelijk dat binnen een jaar (deels) publiek eigenaarschap in warmtenetten al de standaard gaat worden.

Deze ontwikkeling sluit goed aan op de gewenste ‘partnerrol’ die de gemeente op basis van de Transitievisie Warmte (TVW) 1.0 beoogt bij grotere warmtenetten en specifiek bij warmtenetten in de bestaande bouw. Het Wcw-uitgangspunt past daarmee goed bij het huidige gemeentelijke beleid. Er is daarnaast een aantal ontwikkelingen in Veenendaal rondom warmtenetten die een spoedige en duidelijke rolkeuze voor DEVO wenselijk maken: • In Het Ambacht (onderdeel van de Spoorzone) vindt de komende jaren grootschalige transformatie plaats van bedrijventerrein naar een sterk verstedelijkte woonwijk. De gemeente heeft eerder verkend welke energieconcepten hier mogelijk zijn. Hieruit komt naar voren dat een passend concept bestaat uit meerdere decentrale kleinschalige warmte- en koudesystemen (WKO), die op termijn gekoppeld worden door tussenliggende infrastructuur en bij voorkeur integraal worden aangestuurd. Daarnaast laat recent onderzoek zien dat het halen van voldoende warmte uit de ondergrond alleen mogelijk is als het aantal WKO’s beperkt wordt tot 5 á 6 (wat minder is dan het aantal ontwikkel ’plots’ op Het Ambacht). Dat vraagt om centrale regie op het warmtesysteem. Een gemeentelijk warmtebedrijf zou hier een rol kunnen spelen in het faciliteren van de verbindende infrastructuur en eventueel (wanneer door ontwikkelaars gewenst) in het zelf ontwikkelen van warmte- en koudebronnen.

Dit zou de samenhang van de ruimtelijke ontwikkeling bevorderen en daardoor naar verwachting de realisatie van Het Ambacht versnellen. Daarnaast zou met dergelijk centrale aansturing het warmtesysteem maximaal ingericht kunnen worden op een zo laag mogelijke belasting van

1 De huidige wettekst van de Wcw gaat uit van 3 mogelijke varianten

A. een warmtebedrijf waarvan meer dan 50% van de aandelen direct of indirect berusten bij een publieke partij; B. een warmtebedrijf dat een warmte joint-venture is van een warmtenetbedrijf en een warmteleveringsbedrijf waarbij: 1. meer dan 50% van de aandelen van het warmtenetbedrijf direct of indirect berusten bij een publieke partij en 2. het warmtenetbedrijf meer dan 50% van de aandelen of doorslaggevende zeggenschap in de warmte joint-venture heeft. C. Een warmtegemeenschap (niet-winstgericht, coöperatief warmtebedrijf)

2

B&W VOORSTEL van 26 maart 2024, Zaaknummer: 2151087, Onderwerp: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V. Toelichting op de voorgestelde beslispunten:

•

•

het elektriciteitsnet. Dit is wenselijk gezien de huidige netcongestieproblematiek. Het systeem dat DEVO in Groenpoort realiseert is op dit gebied innovatief (vermijden piekuren door inzet van een warmtebuffer). Deze kennis en ervaring sluit goed aan bij het gewenste energiesysteem van Het Ambacht. Tenslotte kan een regierol voor één warmtebedrijf eraan bijdragen dat de consumententarieven binnen Het Ambacht (waar mogelijk) zo uniform mogelijk zijn voor toekomstige bewoners en gebruikers. Warmtebedrijf Veenendaal (WBV) onderzoekt samen met Veenvesters de mogelijkheid om in de bestaande bouw van Veenendaal een warmtenet te ontwikkelen, al vóórdat de Wcw van kracht is (zie ook RIB 2023\47129). Het initiatief lijkt economisch haalbaar, maar sluit in de huidige vorm niet goed aan op de ‘partnerschapsrol’ die de gemeente wenst op basis van de TVW 1.0. Wanneer DEVO tot overeenstemming zou kunnen komen met WBV om het initiatief gezamenlijk vorm te geven, zou het initiatief in lijn gebracht kunnen worden met de nieuwe Wcw (meerderheidsaandeel DEVO) en de TVW 1.0. Om dit verder te verkennen is een expliciete uitspraak dat DEVO een actieve rol kan en mag spelen wenselijk. DEVO kan als bestaand warmtebedrijf de onderhandelingen hierover op een passend niveau en met de juiste kennis voeren, in samenspraak met haar aandeelhouder (de gemeente).

Er zullen de komende jaren naar verwachting nieuwe kansen ontstaan voor warmtenetten. Dit kan zowel voortkomen vanuit beleid (bijvoorbeeld wanneer binnen een buurtuitvoeringsplan een warmtenet als voorkeursoplossing wordt gekozen) als een vraag vanuit de samenleving. Nu al krijgt DEVO vragen uit de samenleving of ze een rol kan spelen bij nieuwe warmteontwikkelingen. Het is wenselijk om op voorhand klaar te zijn voor dit soort vragen. Als er al een gemeentelijk warmtebedrijf is aangewezen zal er naar verwachting sneller tot een concreet voorstel gekomen kunnen worden om als gemeente wel of niet aan zo’n initiatief deel te nemen.

Beoogd resultaat Een publiek warmtebedrijf dat actief en slagvaardig kan opereren om bij de ontwikkeling van warmtenetten maximaal maatschappelijk rendement te realiseren. Argumenten 1.1. DEVO heeft de kennis en ervaring om warmtenetten te ontwikkelen én te exploiteren. DEVO is in 2008 opgericht en heeft dus ruim 15 jaar ervaring met warmtenetten in Veenendaal-Oost. Deze kennis is van grote waarde bij de ontwikkeling van collectieve warmtenetten in andere delen van Veenendaal. DEVO heeft specifiek veel technische en bedrijfseconomische kennis op het gebied van all-electric warmtenetten, lagetemperatuursbronnen, hogetemperatuurs warmtepompen en energieopslag in warmte. Deze praktijkkennis sluit goed aan op de aard van de ontwikkelopgave in andere delen van Veenendaal. De gemeente heeft deze kennis niet zelf in huis. Deze kennis is echter van grote waarde om tot economische levensvatbare, duurzame en betrouwbare warmteprojecten te kunnen komen. 1.2. Gemeente Veenendaal is 100% aandeelhouder in DEVO. Als 100% aandeelhouder hebben wij met DEVO al de publieke partij zoals genoemd in de nieuwe (Wcw). DEVO kan als lokaal publiek warmtebedrijf snel, slagvaardig en efficiënt opereren. De gemeente heeft als aandeelhouder een directe lijn met DEVO waarmee het een verlengstuk kan zijn voor lokaal beleid – dit in tegenstelling tot andere publieke warmtebedrijven.

3

B&W VOORSTEL van 26 maart 2024, Zaaknummer: 2151087, Onderwerp: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V. Toelichting op de voorgestelde beslispunten:

1.3 Het tempo van de warmtetransitie vraag om duidelijkheid en slagkracht. Er spelen actuele warmtevraagstukken waarbij het wenselijk is dat DEVO duidelijkheid heeft over welke rol zij kan en mag spelen. Om nieuwe projecten te kunnen ontwikkelen is duidelijkheid nodig over de positie van DEVO. Zo kan de organisatie zo snel mogelijk toegerust worden op deze nieuwe taakstelling – opschalen betekent immers groeien in kennis en capaciteit. DEVO heeft de afgelopen jaren laten zien steeds professioneler en effectiever te kunnen werken en ook deze stap vraagt om een doorontwikkeling van de organisatie. DEVO zal zelf moeten aangeven wat er nodig is om effectief invulling te geven aan deze taak, maar voor de korte termijn voorziet dit voorstel in middelen om de eerste ontwikkelingen vorm te geven. Zie ‘Aanpak en uitvoering’ voor verdere toelichting. 2.1 De gemeente moet een keuze maken, zodat het ontwikkelperspectief duidelijk wordt. De gemeente Veenendaal heeft als ambitie om Het Ambacht versneld te herontwikkelen tot grootschalige woningbouwlocatie en heeft hiervoor middelen vanuit het Rijk gekregen. Vanwege de ontwikkelsnelheid is nu duidelijkheid nodig welke rol de gemeente hierin wil hebben. Als 100% aandeelhouder zijn we in de gelegenheid om DEVO naar voren te schuiven.

Daarmee kunnen we nu al anticiperen op de nieuwe Wcw en geven we ontwikkelaars in een zo vroeg mogelijk stadium duidelijkheid over de ontwikkelrichting van het warmtesysteem. Centrale regie vanuit DEVO biedt daarbij betere kansen om beperkingen vanuit netcongestie te vermijden, bijvoorbeeld door toevoeging van extra centrale energieopslag in het systeem. Daarmee worden risico’s op vertraging van de woningbouw beperkt én de randvoorwaarden geschapen voor een duurzame buurt met een slim en verbonden energiesysteem. 2.2 Verschillende ontwikkelaars werken al aan bouwplannen binnen Het Ambacht waarin samenwerking met private warmtebedrijven verkend wordt. Op het moment dat het Ontwikkelkader voor Het Ambacht wordt vastgesteld (geagendeerd in de raad op 21 maart 2024) zullen verschillende bouwplannen waarschijnlijk in een stroomversnelling komen. De ontwikkelaars van deze plannen in Het Ambacht (zie kaart) en op naastliggende locaties (waaronder ook Brandmeesters kan worden gerekend) werken aan warmteoplossingen. De gemeente moet op korte termijn als partner / regisseur in dit proces instappen om te voorkomen dat elke ontwikkelaar kiest voor zijn eigen systeem, met verschillende private warmtebedrijven met elk weer eigen technieken en prijsstelling voor consumenten. Ontwikkelaars vragen ook naar concrete stellingname van de gemeente.

4

B&W VOORSTEL van 26 maart 2024, Zaaknummer: 2151087, Onderwerp: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V. Toelichting op de voorgestelde beslispunten:

Figuur 1: Ligging van projectgebied Het Ambacht. Beslispunt 2 heeft betrekking op het rood gemarkeerde gebied ‘Het Ambacht’.

2.3 Publieke regie op infrastructuur en uniformiteit van tarieven is het minimum voor een samenhangend en toekomstbestendig systeem. In de nieuwe Wcw is minimaal een doorslaggevend belang van een publiek warmte(-net)bedrijf gevraagd in infrastructuur én levering. Gezien de snelle beoogde inwerkingtreding van de Wcw is het wenselijk om op deze minimumeisen van de Wcw voor te sorteren. 3.1 Op langere termijn kan het besluit ingrijpende gevolgen hebben voor de gemeente. De voorgenomen besluiten kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de gemeente. Het is mogelijk dat als gevolg van de besluiten er na enige tijd een extra financieringsbehoefte bij DEVO Holding B.V. ontstaat om tot realisatie van één of meerdere warmtenetten over te kunnen gaan. Die financiering kan DEVO geheel of deels buiten de gemeente om invullen. Echter, in het verleden is gebleken dat financiering van grote projecten tegen gunstige voorwaarden meestal pas mogelijk is wanneer de gemeente een bijdrage levert – bijvoorbeeld in de vorm van een borgstelling. Deze manier van financieren draagt over het algemeen bij aan lagere tarieven. Bij financieringsvraagstukken waar de gemeente een rol in heeft (bijvoorbeeld door middel van borgstelling) is de raad aan zet.

Hoewel de raad met het voorgenomen besluit dus niet om financiering wordt gevraagd, zijn eventuele toekomstige financieringsbehoeften niet los te zien van dit besluit. Gelet op Artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet wordt de raad daarom in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Kanttekeningen 1.1. De warmtetransitie staat aan het begin en het is onzeker hoe deze transitie precies vorm zal krijgen. De warmtetransitie is volop in ontwikkeling met steeds nieuwe regels, technieken, kosten, ect. Dit maakt het juist wenselijk dat er een gemeentelijk bedrijf komt dat vanuit de gemeente een duidelijke opdracht meekrijgt om snel en ondernemend in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en zo kansen te realiseren om de warmtetransitie te versnellen met maximale borging van het belang van onze inwoners, bedrijven en instellingen. Door DEVO een duidelijke rol te geven, staan we alvast klaar voor de uitdagingen van de toekomst.

5

B&W VOORSTEL van 26 maart 2024, Zaaknummer: 2151087, Onderwerp: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V. Toelichting op de voorgestelde beslispunten:

1.2. De Wcw is nog niet vastgesteld of in werking getreden. Dat geeft een bestuurlijke onzekerheid. De contouren van de wet zijn echter duidelijk zichtbaar. De behoefte aan deze nieuwe wet is groot. De warmtewet is bovendien niet controversieel verklaard en in het wetgevingsproces zijn recent nog stappen gemaakt: op 23 november 2023 is het wetsvoorstel voor de nieuwe Warmtewet gepubliceerd. Bovendien komt de wens om een publiek warmtebedrijf te hebben niet alleen voort uit de nieuwe Wcw: een publiek warmtebedrijf biedt ook de kans om een concrete invulling te geven aan de ‘partnerschapsrol’ in de TVW 1.0. Ook zonder de Wcw is het wenselijk een (meerderheids-) publiek belang te hebben in warmte-infrastructuur. Zo zorgen we er o.a. voor dat ook minder rendabele objecten kunnen worden aangesloten, wanneer dit op basis van gemeentelijke warmteplannen wenselijk is. 1.3. Eerder heeft het college de raad toegezegd om aandacht te besteden aan een exit-strategie voor DEVO, d.w.z. een strategie om DEVO op termijn te verkopen. Gezien de komst van de Wcw staat dit verzoek in een ander daglicht. De nu voorgestelde positie van DEVO gaat uit van het behouden van DEVO als gemeentelijk warmtebedrijf. Op die manier kan DEVO ook daadwerkelijk ingezet worden om het publiek belang zoals bedoeld in de Wcw te vertegenwoordigen.

1.4 Netcongestie brengt onzekerheid met zich mee in welke mate projecten voor 2030 écht van de grond kunnen komen. Punt van aandacht bij de uitrol van nieuwe warmtenetten is de zich nog altijd voortdoende netcongestie. Zoals al meerdere malen in het nieuws is geweest kan de netbeheerder op dit moment onvoldoende tegemoet komen aan de vraag naar stroom (met name op piekmomenten). Het lijkt erop dat het tempo waarop de netcongestie wordt verholpen, bepalend zal zijn voor de voortgang en snelheid die warmtebedrijven (waaronder DEVO) kunnen maken bij de uitrol van warmtenetten. 1.5 De uitbreiding van de taken van DEVO vraagt om doorontwikkeling van de organisatie. Het uitwerken van nieuwe projecten en initiatieven vraagt extra inzet van DEVO (zie ook: Aanpak en uitvoering). Door dit besluit te nemen kan DEVO alvast de organisatie klaar maken voor deze nieuwe rol en indien nodig mensen en middelen aantrekken (zie ook: kosten, baten, dekking). 2.1 Een zoektocht naar een private partner levert niet altijd het gewenste resultaat. Wanneer DEVO een meerderheidsbelang heeft in warmtetransport en levering op Het Ambacht, blijft de vraag over: hoe het minderheidsbelang in te vullen? Daarvoor zal naar verwachting een openbare selectieprocedure gevolgd moeten worden.

Bij het ontwikkelproces van DEVOG is gebleken dat een zoektocht naar een private partij niet altijd het gewenste resultaat oplevert. Er kunnen voordelen zijn (zoals spreiding van risico, binnenhalen kennis) maar ook nadelen (minder gunstige financiering, verschillende visies op de aanpak). Samenwerken is alleen zinvol wanneer dat aantoonbaar van meerwaarde is. Met meer dan 50% van de aandelen als uitgangspunt blijft er een escape om, mocht dit echt nodig zijn, 100% publiek als mogelijkheid verder uit te werken. Aanpak en uitvoering Het Ambacht vormt de eerste concrete casus aan de westzijde van de Rondweg-oost waarop DEVO zich zal richten. Maar er doen zich ook andere initiatieven voor. DEVO opereert in dat geval als een zelfstandig (maar publiek) bedrijf. De gemeente stuurt DEVO aan via haar aandeelhoudersrol. Met dit besluit heeft DEVO de handen vrij om kansen te onderkennen en te onderzoeken. Wanneer DEVO een beroep doet op de gemeente voor de financiering van specifieke projecten, is daar een raadsbesluit voor nodig.

6

B&W VOORSTEL van 26 maart 2024, Zaaknummer: 2151087, Onderwerp: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V. Toelichting op de voorgestelde beslispunten:

Het is bij deze werkwijze van belang dat er een nauwe afstemming komt en blijft tussen gemeentelijk strategie en beleid rondom (met name) energie- en warmtetransitie en de ‘uitvoeringskracht’ van DEVO als publiek warmtebedrijf. Tegelijkertijd is een voldoende grote mate van zelfstandigheid in de besluitvorming over bedrijfsvoering nodig (directie DEVO, RvC2) voor een goede scheiding van rollen en taken. De bestaande aandeelhoudersstructuur is hiervoor in de basis geschikt. Wel vraagt dit om een andere inrichting van het aandeelhouderschap in de gemeentelijke organisatie zodat beleidsambities en bedrijfseconomische aspecten evenwichtig worden ingebracht in de aandeelhoudersvergadering. De regiemechanismen tussen DEVO en gemeente willen we in samenspraak met DEVO komend jaar verder uitwerken op, in ieder geval, de volgende punten: • •

Wat zijn de taken en rollen van de gemeente Veenendaal en van DEVO? Zijn alle taken en rollen in principe te borgen binnen een aandeelhoudersrelatie of zijn er anderen (afspraken-)kaders nodig? Daarbij denken we onder andere aan de volgende zaken: ▪ Bedrijfseconomisch toezicht ▪ Bedrijfsvoeringszaken ▪ Bedrijfsstrategie ▪ Sturing op gemeentelijk duurzaamheids- en warmtetransitiebeleid ▪ Beoordeling van wenselijkheid van het verder ontwikkelen van specifieke warmte-initiatieven tot projectvoorstel (zie: kosten, baten en dekking) ▪ Vormgeving van de afstemming met gemeentelijke organisatie over ruimtelijke processen, o.a. inpassing van infrastructuur in de ondergrond.

In eerste instantie leggen we nog niet vast welk aandeel DEVO gaat nemen bij warmteontwikkelingen – enkel dat de ontwikkelingen waar DEVO aan deelneemt passend moeten zijn binnen de nieuwe Wcw. Dit geeft vrijheid om in de komende jaren een rol te nemen die past bij de situatie die voorligt. DEVO kan hiervoor als zelfstandige onderneming voorstellen doen en dit bij de aandeelhouder (gemeente) en RvC neerleggen. De TVW biedt ruimte om per casus een afweging te maken in de rolkeuze. In die situatie is het echter wel extra van belang om het afwijken van de rolkeuze als ‘partner’ (in het licht van de Wcw: een privaat minderheidsaandeel bij nieuwe ontwikkelingen) goed te beargumenteren. Redenen om af te wijken zouden kunnen zijn: • niet kunnen vinden van een geschikte partner; • hoge maatschappelijke en eindgebruikerskosten door aangaan van partnerschap; • procesvertragingen die op andere vlakken tot aanzienlijke (financiële) risico’s voor de gemeente leiden. Kosten, baten, dekking Het verbreden van de taken van DEVO heeft alleen zin, wanneer er op holdingniveau capaciteit en middelen vrij zijn om projecten te kunnen ontwikkelen van idee naar een volwaardig project met bijbehorende financiering. Op dit moment zijn de financiële middelen op het niveau van de holding zeer beperkt.

Het lijkt daarnaast niet passend om het ontwikkelen van nieuwe projecten in andere delen van de stad te laten financieren uit de opbrengsten van de huidige dochtermaatschappijen van DEVO Holding, mocht dat al mogelijk zijn. Dit zou immers betekenen dat de bewoners van 2 De RvC houdt toezicht op de continuïteit, financiële gezondheid en de risicobeheersing van de

onderneming, maar ook op de uitvoering van de strategie en of de belangen van belanghebbenden voldoende zijn gewaarborgd door de directie. De RvC reflecteert op de strategie en ondersteunt bij strategische vraagstukken, waarbij aan de directie gevraagd en ongevraagd advies wordt gegeven.

7

B&W VOORSTEL van 26 maart 2024, Zaaknummer: 2151087, Onderwerp: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V. Toelichting op de voorgestelde beslispunten:

Veenendaal-Oost bijdragen aan het ontwikkelen van projecten elders in Veenendaal en hierdoor hogere tarieven zouden gaan betalen. We zien twee fasen voor ons in het proces van het ontwikkelen van warmteprojecten met een eigen vorm van financiering: Fase 1: ontwikkelen van idee/lead naar een project- en financieringsvoorstel. In de voorfase van een project verkent DEVO in passende afstemming met de aandeelhouder (gemeente) de haalbaarheid van ideeën en initiatieven die zich voordoen. Om te zorgen dat DEVO niet onnodig investeert in warmte-initiatieven die in strijd zijn met gemeentelijk beleid, is het wenselijk dat in een vroeg stadium initiatieven besproken en geëvalueerd worden tussen DEVO en de gemeente. In deze voorfase kan het nodig zijn om gesprekken te voeren met diverse belanghebbenden en kan een verkenning worden gedaan naar technische en financiële haalbaarheid. Dit vraagt om financiële middelen voor DEVO om deze informatie met de aandeelhouder (gemeente) en RvC te kunnen gaan delen. Wanneer de gezamenlijke wens van DEVO en haar aandeelhouder is om het idee tot een volwaardig projectvoorstel te ontwikkelen, moet er verder onderzoek worden gedaan, zodat er inzicht komt in onder meer de aanpak van het project en de bijbehorende businesscase met financieringsbehoefte. Ook deze stap vraagt om extra inzet en dus middelen voor DEVO.

De komende 2 jaar kan er binnen het programma Energieneutraal Veenendaal in totaal 200.000 euro vrijgemaakt worden uit financiële middelen voor de warmtetransitie om de projectontwikkeling te kunnen opstarten. Deze middelen zijn voor een groot deel afkomstig uit specifieke uitkeringen vanuit het Rijk voor het bevorderen van de gemeentelijke energietransitie. Het is dan ook passend om een deel van deze middelen in te zetten om deze nieuwe rol van DEVO vorm te geven. Immers, het versterken van de uitvoeringscapaciteit van DEVO draagt bij aan de doelen van het programma Energieneutraal Veenendaal (o.a. realiseren 10% aardgasbesparing in 2025 t.o.v. 2019 en het werken aan een aardgasvrij Veenendaal). De opstartkosten van het energieproject in het Ambacht worden gedekt uit de grondexploitatie Ambacht. Dit betreft een voorfinanciering. Deze middelen moeten DEVO in staat stellen om de komende jaren kennis en capaciteit aan te trekken voor het ontwikkelen van de eerste projecten en om de benodigde vooronderzoeken en procedures uit te voeren. Naast het ontwikkelen van projecten zijn de middelen voor fase 1 ook bestemd voor capaciteit op holdingniveau om vanuit de technische expertise van DEVO de gemeentelijke organisatie (als uitvoerende partij) te adviseren over de energietransitie. Daarnaast zal DEVO doorlopend oog houden voor externe financiering, zoals door subsidies en fondsen.

Aan fase 1 komt een eind als er een besluit nodig is over financiering van het project zelf. Wanneer DEVO geheel zelfstandig externe financiering kan verkrijgen, zonder dat dit direct of indirect invloed heeft op de financiële positie van de gemeente, is een raads- of collegebesluit niet nodig en kan de directie van DEVO hier zelfstandig over beslissen. Het is echter te verwachten dat voor nieuwe warmteprojecten een financiële bijdrage van de gemeente (bijvoorbeeld in de vorm van een borgstelling) nodig is. Er zal dan een voorstel gedaan worden aan de raad. Fase 2: ontwikkelen van een gefinancierd project

8

B&W VOORSTEL van 26 maart 2024, Zaaknummer: 2151087, Onderwerp: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V. Toelichting op de voorgestelde beslispunten:

Wanneer er aan het eind van fase 1 akkoord is op de financiering van een specifiek warmteproject, kan DEVO Holding een aparte B.V. oprichten voor dat project (of het project onderbrengen binnen een B.V. met soortgelijke projecten). De raad wordt vervolgens, in lijn met de huidige gang van zaken rondom warmteprojecten in Veenendaal-Oost, op de hoogte gehouden van de voortgang.

Communicatieaspecten Woordvoeringslijn: Het gemeentelijke warmtebedrijf DEVO is tot nu toe alleen actief in nieuwbouwwijk Veenendaal-Oost. Daar worden straks zo’n 3000 woningen van duurzame warmte en koude voorzien. Nieuwe wetgeving vanuit de landelijke overheid – de Wet collectieve warmte - schrijft voor dat de gemeente vanaf 2025 aandeelhouder wordt in álle grote nieuwe warmtenetten in Veenendaal. Bijvoorbeeld door samen met een commercieel bedrijf een warmtenet te ontwikkelen. Het college wil DEVO nu ook ‘aan de andere kant van de Rondweg-oost’ de gelegenheid geven om warmtenetten te gaan ontwikkelen, waar en wanneer dat nodig is. Daarmee is Veenendaal alvast klaar voor de nieuwe landelijke wet- en regelgeving. Het Ambacht heeft hierbij nu prioriteit, omdat daar op korte termijn veel nieuwe woningen moeten komen en een warmtenet hiervoor de beste optie is. De raad wordt gevraagd of er wensen en bedenkingen zijn bij dit voornemen van het college. Publicatieplicht Nee Raadsinformatiebrief Niet van toepassing Aanvullende aandachtspunten Financiële aspecten Zie raadsvoorstel P&O aspecten Niet van toepassing OR & GO Advies OR: niet van toepassing Advies GO: niet van toepassing

Juridische aspecten De grondslag voor het afgeven van een verklaring van geen wensen en bedenkingen ligt in artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet. Wkpb-plicht Niet van toepassing

Paraaf Wkpb-beheerder:

Informatie- en automatiseringsaspecten Niet van toepassing

9

B&W VOORSTEL van 26 maart 2024, Zaaknummer: 2151087, Onderwerp: Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V. Toelichting op de voorgestelde beslispunten:

Overleg gevoerd met adviesraden Niet van toepassing Extern / intern overleg gevoerd met DEVO Overige aspecten Niet van toepassing

Bijlagen Raadsvoorstel “Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V.” Raadsbesluit “Invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V.”

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14073270/1