CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.c4 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 1e Melmseweg, fase 3 - bijlage 4

Gemeenteraad 25 mei 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 1e Melmseweg, fase 36.094 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actualisatie bureauonderzoek 1e Melmseweg te Veenendaal gemeente Veenendaal

Opdrachtgever

Projectleider

Van der Vorm Vastgoed Groep

dhr. S.A. Rijlaarsdam

Blaak 555 3011 GB Rotterdam Projectnummer

Autorisatie

Datum

Synthegra Rapport S190011a

drs. M. Spanjer

08-01-2020

Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Internet: www.synthegra.nl

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

COLOFON

Opdrachtgever

: Van der Vorm Vastgoed Groep

Project

: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg te Veenendaal

Projectnummer

: S190011

Titel

: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg te Veenendaal

Datum

: 08-01-2020

Projectleider

: dhr. S.A. Rijlaarsdam BA Archeoloog

Auteurs

: dhr. S.A. Rijlaarsdam BA Archeoloog

Autorisatie

: drs. M. Spanjer Senior KNA archeoloog/-prospector

Druk

: Synthegra B.V., Leusden

Afbeeldingen

: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld

ISSN

: 1874-9771

Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems) Synthegra B.V. Olmenlaan 6a NL-3833 AV Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl

© Synthegra B.V., 2020

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

2 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

4

SAMENVATTING Inleiding Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Aanbevelingen

5 5 5 6

1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied

7 7 7 7 8

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

BUREAUONDERZOEK Methode Landschapsgenese Historische ontwikkeling Archeologische waarden in en rondom het plangebied Gespecificeerde archeologische verwachting

10 10 10 13 16 19

3 3.1 3.2 3.3

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen

21 21 21 22

BRONNEN

23

Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken

Afbeelding voorblad: Luchtfoto van het plangebied (bron: google Earth)

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

3 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Administratieve gegevens e

Toponiem

1 Melmseweg

Plaats

Veenendaal

Gemeente

Veenendaal

Provincie

Utrecht

Projectnummer

S190011a

Bevoegde overheid

Gemeente Veenendaal.

Opdrachtgever

Van der Vorm Vastgoed Groep

Uitvoerende instantie

Synthegra B.V.

Datum uitvoering rapportage

22-02-2019

Uitvoerder rapportage

Dhr. S.A. Rijlaarsdam BA archeoloog

Onderzoeksmelding (ARCHIS)

4674595100

Datum onderzoeksmelding

22-02-2019

Kaartblad

39 E

Periode

Laat Paleolithicum- Nieuwe Tijd

Oppervlakte

Circa 6.076 m

Perceelnummer(s)

963, 1202, 1203, 1292, 1293, 1204, 1076, 1077, 886, 655

Grond eigenaar / beheerder

Onbekend

Grondgebruik

Deels bebouwd werkterrein

Geologie

Gestuwde afzettingen

Geomorfologie

Lage stuwwal

Bodem

Veldpodzolgronden

Depot

Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Utrecht, te Utrecht

2

De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten: Noord:

X 166396,83

Y 450052,66

Oost:

X 166424, 62

Y 450003,67

Zuid:

X 166375, 94

Y 449975, 82

West:

X 166351, 38

Y 450024, 02

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

4 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van Van der Vorm Vastgoed Groep een actualisatie uitgevoerd van een archeologisch bureauonderzoek voor een terrein aan de 1e Melmseweg te Veenendaal. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van woningbouw in de vorm van een woontoren.

De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend. Uitgaande van de doorgaans aangehouden ontgravingsdiepte bij aanleg van de woontoren, zal de bodem waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanprocedure. Op basis van het bestemmingsplan, waarin het vigerende beleid van de gemeente Veenendaal is verwoord, dient voor het plangebied een rapport overhandigd te worden waarin de aan- of afwezigheid van archeologische waarden wordt aangetoond.

Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

De bevoegde overheid, gemeente Veenendaal, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een definitief selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.

Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de Gemeentelijke Archeologische Maatregelenkaart ligt het plangebied voor het grootste gedeelte in een gebied met geen verwachting (categorie 6). Alleen in het noorden en in het zuiden ligt een klein gedeelte binnen een gebied met hoge verwachting, bebouwd gebied (categorie 3).

Deze hoge verwachting is gebaseerd op de geomorfologische ligging van het plangebied op een lage stuwwal, waar mogelijk dekzandafzettingen aanwezig zijn. Op basis van eerder uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek op dezelfde locatie en archeologisch bureauonderzoek in de omgeving kunnen archeologisch resten aanwezig zijn die dateren vanaf de Prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd. Echter op basis van inventariserend veldonderzoek wordt duidelijk dat de bodem ter plaatsten grotendeels is verstoord en verontreinigd tot aan de natuurlijke ondergrond. Op basis van dit gegeven worden in het plangebied geen archeologische resten verwacht. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek is de verwachting van dit deelgebied voor archeologische waarden naar beneden bijgesteld. Daarmee wordt in dit bureauonderzoek een lage archeologische verwachting voor Laat-Paleolithicum tot en met Nieuwe Tijd aangehouden.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

5 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in het bestemmingsplan geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd.

Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodem verstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Veenendaal). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.

Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

6 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van Van der Vorm Vastgoed Groep een actualisatie uitgevoerd van een archeologisch bureauonderzoek op een terrein aan de 1e Melmseweg te Veenendaal (afbeelding 1.3.1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van een woontoren.

De verwachtte diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend. Uitgaande van de doorgaans

aangehouden ontgravingsdiepte

bij

vergelijkbare bouwwerkzaamheden, zal

de bodem

waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanprocedure. Op basis van de vastgestelde beleidskaart archeologie, waarin het vigerende beleid van de gemeente Veenendaal is verwoord, dient voor het plangebied een rapport overhandigd te worden waarin de aan- of afwezigheid van archeologische waarden wordt aangetoond.

Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

De bevoegde overheid, gemeente Veenendaal, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een definitief selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.

1.2

Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden.

De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: 

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?

Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig? Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing)? o

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?

o

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

1.3

Ligging en huidige situatie plangebied 2

e

Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 6.076 m en is gelegen aan de 1 Melmseweg te Veenendaal (afbeelding 1.3.1). Het plangebied is momenteel deels bebouwd en in gebruik als werkterrein. Onder andere kringloop Drost en Van Velzen Oudijzer & Metaalrecycling zijn gevestigd in het plangebied.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

7 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Afbeelding 1.3.1: Het plangebied, rood omkaderd, op de Topografische Kaart van Nederland 1:25.000 (Bron: www.arcgis.nl).

1.4

Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. Deze locatie zal in het bestemmingsplan wijzigen van werkterrein tot woongebied. Van der Vorm Vastgoed Groep zal een woontoren realiseren van 55 verdiepingen hoog. In deze woontoren zullen circa 165 wooneenheden worden gerealiseerd (afbeelding 1.4.1). De diepte van de ontgraving en methode van fundering is nog niet bekend. Aangezien de herinrichting nog in concept ontwikkelingsfase is.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

8 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Afbeelding 1.4.1: Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: Van der Vorm Vastgoed Groep)

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

9 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn vooral gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysischgeografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.

2.2

Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: 

Geomorfologische Kaart 1:50.000 (afbeelding 2.2.1)

Digitaal hoogtemodel, Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (afbeelding 2.2.2)

Bodemkaart 1:50.000 (afbeelding 2.2.3)

Relevante literatuur (zie literatuurlijst)

Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe 1

Ondergrond. Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden bijlage 1. Geo(omorfo)logie en landschap Op basis van de geomorfologische kaart is het plangebied gelegen op een lage stuwwal, die in het Saalien (circa 150.000 jaar BP) door het landijs is gevormd. De stuwwallen bestaan overwegend uit grofzandige en grindrijke fluviatiele afzettingen van Rijn en Maas. Dit materiaal was al vóór de landijsbedekking in Nederland aanwezig. Het zijn vooral de Urk, Sterksel en Waalre Formaties, die in Midden-Nederland gestuwd zijn. Het plangebied ligt volgens de geologische kaart op gestuwde afzettingen. Deze bestaan uit grof- tot fijn grindhoudend zand, met stenen, soms met leem- of kleilagen.

Door de stijgende temperatuur verdween de permafrost en onder invloed van afstromend water, werden veel grove grindhoudende zanden vanaf de steile hellingen van de stuwwallen geërodeerd en beneden in het 2

bekken afgezet. Deze afzettingen worden tot het Laagpakket van Schaarbergen van de Formatie van 3

Drenthe gerekend.

Aan het einde van het Saalien brak een gematigd warme periode aan, het Eemien (circa 130.000 – 115.000 jaar BP), waarbij de zeespiegel sterk steeg door het gesmolten landijs. Ook delen van de Gelderse Vallei werden overstroomd door de zee, waardoor in het huidige Veenendaal ongeveer 2 meter klei is afgezet, behorend tot de Eem Formatie.

1

De Mulder et al. 2003.

2

Grootheest 2000, 21 en 22.

3

Mulder et al. 2003, 338.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

10 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Na het Eemien werd het tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 120.000 – 10.000 BP), opnieuw zeer koud. Er heerste een koud en droog klimaat. Door processen in de opdooilaag boven de permafrost en door afstroming van smelt- en regenwater over de bevroren bodem zijn hellingafzettingen en meer 4

fluvioperiglaciale (=smeltwater) afzettingen ontstaan. Deze liggen op de helling en aan de voet van de stuwwal en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. Een groot deel van Nederland was nagenoeg onbegroeid, zodat het losse materiaal aan het oppervlak gemakkelijk door de wind kon worden verplaatst. Vooral tijdens het Pleniglaciaal (circa 73.000 – 13.000 BP) werden over grote gebieden eolische afzettingen gevormd (Ouder dekzand). Tijdens het Laat-Glaciaal (circa 13.000 – 10.000 BP) was de begroeiing weer wat 5

dichter, waardoor de verstuiving een meer lokaal karakter kreeg en Jonger dekzand werd gevormd. Het dekzand komt voor langs de flanken van de stuwwallen en (in dikke pakketten) in de laaggelegen delen van het zandgebied. Het dekzand dat aan het oppervlak ligt in het lage deel van de Gelderse Vallei, wordt gekenmerkt door het voorkomen van paraboolvormige dekzandruggen, die ontstaan zijn vóór het Allerødinterstadiaal (circa 11.800 – 11.000 BP). De afzetting van het dekzand heeft niet continu plaatsgevonden, maar is onderbroken door warmere interstadialen, waarbij bodemvorming kon optreden. Gedurende het Allerød-interstadiaal (circa 11.800 – 11.000 jaar BP) is een uitlogingslaag ontstaan, de Usselo-laag, die vaak houtkoolbrokjes bevat. Uit de literatuur blijkt dat deze laag ook in dit gebied bekend is. De laag is bij de kartering van de regio diverse malen aangetroffen op een diepte variërend van 1-3 meter beneden maaiveld.

Afbeelding 2.2.1: Ligging van het plangebied, rood omkaderd, op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.arcgis.nl).

4

RGD 1984, 121.

5

Berendsen 2004, 114.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

11 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

AHN Op basis van het digitale hoogtemodel zoals weergegeven in het AHN wordt duidelijk dat het plangebied ligt op de rand van de lage stuwwal en een vlakte met verspoelde dekzanden. Het plangebied ligt relatief gezien in een lager gelegen gebied ten opzichte van het centrale deel van de lage stuwwal ten zuidwesten van het 6

plangebied. De hoogte van het maaiveld varieert van circa 6,2 tot 8,2 m +NAP.

Afbeelding 2.2.2: Ligging van het plangebied, rood omkaderd, op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), (Bron: www.ahn.nl).

Bodem Op basis van de bodemkaart ligt het plangebied deels in een niet gekarteerd gebied. Uit exploratie van de omliggende eenheden is bekend dat de bodem bestaat uit veldpodzolgronden bestaande uit grof zand. Onder de 20 tot 30 cm dikke, zwarte of donkergrijze, matig humeuze, zwak lemige bovengrond komt een betrekkelijk dunne, roodbruine podzol B-horizont voor. De ondergrond bestaat meestal uit leemarm, grof tot zeer grof 7

zand.

6

Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP (Normaal Amsterdams Peil)

geraadpleegd op www.ahn.nl 7

Stiboka, Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000, toelichting bij de kaartbladen 39 West en 39 Oost Tiel (Wageningen 1973), 84

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

12 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Afbeelding 2.2.3: Ligging van het plangebied, rood omkaderd, op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Arcgis.nl).

2.3

Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is historisch kaartmateriaal (afbeelding 2.3.1a-d) en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd (zie literatuurlijst).

De naam 'Veenendael' wordt in 1566 voor het eerst in de bronnen genoemd, het betreft een wijdingsoorkonde van de St. Salvatorkerk (de 'Oude Kerk'). Deze kerk werd gebouwd voor de vele veenarbeiders die zich in de streek vestigden toen de exploitatie van de Rhenense venen commercieel ter hand werd genomen. De 8

gemeente Veenendaal is uit deze veenkolonie voortgekomen. Vanuit de veenkolonie werd begonnen met de veenontginningen in het gebied.

Het verleden van Veenendaal als veenkolonie heeft zijn stempel gedrukt op het landschap en heeft het dorp een typische structuur gegeven. Voor de export van al het turf had Veenendaal veel watergangen. Water en wegen vormden een onlosmakelijk patroon in Veenendaal. Deze structuur kwam tot stand doordat Veenendaal een geplande veenkolonie is. Op het kanaal de Grift en haar zijtakken komen een groot aantal sloten uit. De richting van deze sloten is bepalend voor de perceelgrenzen in Veenendaal. De dwarssloten werden alle schuin op de hoofdwatergangen gegraven en niet, zoals in zo veel ontginningseenheden in het Utrechtse en Zuid-Hollandse veenweidegebied, loodrecht daarop. De reden hiervoor wordt wel gezocht in de

8

Van Groothees 2005, 9.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

13 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

veronderstelling dat de turfschepen een dergelijke flauwe bocht gemakkelijker konden nemen. Het gevolg van 9

deze ontginningsmethode is een slagenlandschap met bijbehorend verkaveling patroon.

Op basis van de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) was Veenendaal en daarbij ook het plangebied onderdeel van de Pantherstellung. Dit is een Duitse oorlogslinie die dateert uit de Tweede Wereldoorlog. De Pantherstellung is door de Duitsers aangelegd voor de verdediging naar het zuidwesten van Nederland. Dit gebied behoord eveneens tot het inundatiegebied van de Grebbelinie uit de periode 1801-1951. Het gebied langs de Nieuweweg (het zuidoosten van het plangebied) omvat huizen die in de Tweede Wereldoorlog verwoest zijn.

Op basis van historisch kaartmateriaal onder andere op de Kadastrale Minuut uit 1811-1832 en topografische kaarten van 1850, 1900 en 1950 wordt duidelijk dat het plangebied ligt binnen het bovengenoemde slagenlandschap. Het plangebied is dan ook deel geweest van grootschalige turfwinning. Het plangebied is e

onderdeel van de oorspronkelijk 16 eeuwse hoofdstructuur van de veenontginning. Het plangebied wordt pas e

bebouwd vanaf de 20 eeuw.

Op de topografische kaart van 1850 is in het plangebied en in de omgeving van het plangebied slechts beperkt bebouwing zichtbaar. Oorspronkelijk lag ten westen van de Veldjesgraaf het buurtschap De Melm. Dit buurtschap is afgebeeld op kaarten vanaf het begin van de 18e eeuw. In de huidige situatie is de structuur van De Melm niet meer herkenbaar. Op de topografische kaart van 1900 is bebouwing licht toegenomen maar in wezen is de aard van de bebouwing niet veranderd. Vanaf circa 1950 is er ook bebouwing binnen het plangebied. De omringende bebouwing is nog steeds open van aard maar ongeveer verdubbeld.

Afbeelding 2.3.1a: Ligging van het plangebied, rood omkaderd, op het kadastrale minuutplan uit het begin van de 19e eeuw. 123 = moeras en 130 = bouwland (Bron: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl )

9

Van Groothees 2005, 39.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

14 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Afbeelding 2.3.1b: Ligging van het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1830-1855 (Bron: www.arcgis.nl).

Afbeelding 2.3.1c: Ligging van het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit 1903 (Bron: www.arcgis.nl).

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

15 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Afbeelding 2.3.1d: Ligging van het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1955-1965 (Bron: www.arcgis.nl).

Bekende bodemverstoring In het plangebied en in de omgeving van het plangebied zijn in de laatste decennia diverse verontreinigingen geconstateerd. Binnen het plangebied zijn in de afgelopen jaren diverse van deze verontreinigingen gesaneerd. Het gaat hierbij om verontreinigingen veroorzaakt door brandstof tanks zowel ondergronds als 10

bovengronds, auto en motorensloperij, autoreparatiebedrijf onder andere.

Zowel de aanleg van tanks als het

saneren van bodemverontreiniging zal eventueel aanwezige archeologische vondsten en/of sporen hebben aangetast of verwijderd. Het gaat hierbij om het noordelijke en westelijke gedeelte van het plangebied waar deze activiteiten hebben plaatsgevonden.

Op basis van het tussenevaluatierapport uit 2017 wordt duidelijk dat centraal aan de noordzijde van het terrein tweetal ondergrondse brandstoftanks aanwezig waren. Aan de grens van de westzijde van het terrein bevond zich eveneens een ondergrondse afgewerkte olietank. Uit een verkennend onderzoek in 2006 bleek dat de ondergrond van het terrein tot circa 1,5 m-mv licht verontreinigd is, de achtergrondwaarde wordt echter niet overschreden. Het wordt op basis van dit rapport niet duidelijk of deze verontreiniging is gesaneerd of niet.

2.4

11

Archeologische waarden in en rondom het plangebied In deze paragraaf wordt gekeken of binnen en rond het plangebied archeologische en/of ondergrondse bouwhistorische waarden bekend zijn. Hiervoor is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS III) van de

10

www.bodemloket.nl, http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

11

Merode 2017, 13.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

16 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd en in aanvulling daarop de archeologische beleidskaart van de gemeente Veenendaal, Achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst).

Op basis van de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Veenendaal ligt het plangebied voor het grootste gedeelte in een gebied met geen verwachting (categorie 6). Dit soort gebieden zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Een klein gedeelte aan de noordkant en aan de zuidkant van het plangebied ligt in een gebied met hoge archeologisch verwachting bebouwd gebied 9 (categorie 3, zie afbeelding 2.4.1). De vastgestelde beleidskaart archeologie is leidend en deze stelt dat archeologisch onderzoek moet worden 2

uitgevoerd indien sprake is van bodemingrepen groter dan 5.000 m en dieper dan 50 cm-mv. De paarse lijnen geven een deel van de historische infrastructuur weer, deze komt overeen met de wegen aanwezig op de historische kaarten (afbeelding 2.3.1 a-d).

Afbeelding 2.4.1: Het plangebied, rode kader, geprojecteerd op de Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Veenendaal, (Bron: gemeente Veenendaal ).

2.4.1 Monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen in (de nabijheid van) het plangebied Er zijn in (de nabijheid van) het plangebied, binnen een straal van 200 m, in ARCHIS III weinig gegevens bekend aangaande archeologische monumenten, waarnemingen en/of onderzoeksmeldingen. Het gaat in totaal om 6 vermeldingen. Binnen dit gebied zijn er geen archeologische monumenten.

Monumentnummer:

- n.v.t

Zaakindentificatienummer:

- 2263759100, 2210087100, 3298242100, 2448122100, 2684238100,

2188494100 e

Zaakindentificatienummer 2263759100: Dit betreft een archeologisch bureauonderzoek aan de 1 Melmseweg die is uitgevoerd door Synthegra B.V. in juni 2007. Uit de resultaten van dit onderzoek werden archeologisch resten in het onderzoeksgebied verwacht. Op basis van de resultaten van het onderzoek werd een middelhoge verwachting opgesteld voor Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum en een middelhoge © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

17 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

verwachting voor Vroege-Middeleeuwen tot en met Nieuwe Tijd. Deze verwachting was grotendeels gebaseerd op de hoger gelegen ligging van het onderzoeksgebied op de lage stuwwal. Tevens werd verwacht dat sporen uit het Neolithicum goed bewaard waren gebleven door een mogelijk aanwezige afdekkende 12

veenlaag.

Zaakindentificatienummer 2210087100: Deze melding heeft betrekking op het inventariserend veldonderzoek door middel van karterende boringen die op basis van het bureauonderzoek uit 2007 is uitgevoerd door Synthegra B.V. in oktober 2007. Op basis van de resultaten van het vervolgonderzoek werd duidelijk dat de bodem in plangebied grotendeel is verstoord vanaf onder de bouwvoor 30 cm-mv tot 80 cm-mv. De ondergrond bestaat uit gestuwde afzettingen, die bestaan uit grindhoudend grof zand, waarin plaatselijke leemlagen zijn aangetroffen. De bovengrond in het plangebied varieert sterk en vertoont duidelijke tekenen van menselijke handelen. Uit de boorprofielen is gebleken dat in ieder geval de noordoostelijke helft van het plangebied, maar waarschijnlijk het hele plangebied, bedekte is geweest met veen, dat vanaf de middeleeuwen is afgegraven. Bij het afgraven van het veen is de bodem in vrijwel het hele plangebied vergraven tot in de C-horizont. Alleen een gebied ten zuidwesten van het huidige plangebied heeft een onverstoorde bodemopbouw ten tijde van het booronderzoek. Het gebied dat overlapt met het huidige plangebied laat op basis van de boringen een verstoorde bodemopbouw zien. Tijdens het onderzoek zijn geen archeologisch indicatoren aangetroffen waardoor de verwachting voor alle perioden werd bijgesteld naar 13

laag.

Zaakindentificatienummer 3298242100: Dit betreft een archeologisch begeleiding aan de Nieuwe weg te Veenendaal uitgevoerd door ADC Archeoprojecten. Uit de resultaten van het onderzoek wordt duidelijk dat de e

e

verwachtte archeologische resten uit de 16 tot en met de 20 eeuw niet meer aanwezig waren. Tevens was er op basis van de ligging in natuurlijk dekzand een kleine kans dat er sporen en of resten uit de Prehistorie aanwezig waren. Echter op basis van het profiel werd duidelijk dat de bodem bestond uit recent opgebrachte ophogingspakketten. Er zijn in het archeologisch veldonderzoek geen archeologisch resten aangetroffen.

Zaakindentificatienummer

2448122100:

Deze

melding

heeft

betrekking

op

een

14

archeologisch

bureauonderzoek uitgevoerd door Archeologie Advies in 2014. Dit bureauonderzoek ligt ten grondslag aan de archeologische begeleiding uit 2015 van ADC Archeoprojecten. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek werd duidelijk dat in het noordelijk deel van het Onderzoeksgebied (grenzend aan het huidige plangebied) kunnen verdedigingswerken worden gevonden behorende tot de Grebbelinie uit de 20e eeuw. In het gehele onderzoeksgebied kan bebouwing uit de Nieuwe tijd voorkomen (16e-20e eeuw). Theoretisch gezien kunnen er prehistorische resten aanwezig zijn in het natuurlijke dekzand, maar deze zijn waarschijnlijk door latere activiteiten verstoord geraakt.

15

Zaakindentificatienummer 2684238100: Dit betreft het inventariserend veldonderzoek, verkennend dat op basis van het bureauonderzoek uit 2014 is uitgevoerd aan de Nieuwe weg in 2015 door ADC Archeoprojecten. Op basis van de resultaten van het booronderzoek werd duidelijk dat de bodem grotendeels

12

Wagemans 2007, 15.

13

Leuvering 2007, 9.

14

Van Boekel 2016, 3.

15

Torremans 2014.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

18 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

is verstoord tot aan de natuurlijke ondergrond (de C-horizont). In de boringen zijn baksteenfragmenten en puinresten aangetroffen, waardoor duidelijk wordt dat de bodem bestaat uit recentelijk omgewerkte grond.

16

Zaakindentificatienummer 2188494100: Dit betreft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek verkennend aan de Vendelierstraat 2 uitgevoerd door Vestigia B.V. in 2008. Op basis van het bureauonderzoek werd voor het westelijk deel van het onderzoeksgebied een lage verwachting gesteld vanwege de geomorfologische ligging in een vlakte van ten delen verspoelde dekzanden. Voor het oostelijk gebied gold op basis van het bureauonderzoek een middelhoge verwachting, daar veldpodzoldgronden werden verwachten op dekzandrug.

17

Op basis van het verkennend booronderzoek bleek dat op 1,0 m tot 1,4 m-mv verwachtte dekzand laag werd aangetroffen. Echter bleek tijdens het veldonderzoek dat de bodem tot aan het dekzand grotendeels verstoord was. Hierdoor werden er geen archeologisch resten meer verwachting in het onderzoekgebied.

18

Afbeelding 2.4.2: Overzicht van de monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 200 m van het plangebied, (Bron: Zoeken.Cultureelerfgoed.nl).

2.5

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De essentie hiervan is weergegeven in tabel 2.5.1.

16

Van Rooij 2015, 5.

17

Louwe 2008, 5.

18

Idem.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

19 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Op basis van de Gemeentelijke Archeologische Maatregelenkaart ligt het plangebied voor het grootste gedeelte in een gebied met geen verwachting (categorie 6). Alleen in het noorden en in het zuiden ligt een klein gedeelte binnen een gebied met hoge verwachting, bebouwd gebied (categorie 3).

Deze hoge verwachting is gebaseerd op de geomorfologische ligging van het plangebied op een lage stuwwal, waar mogelijk dekzandafzettingen aanwezig zijn. Op basis van eerder uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek op dezelfde locatie en archeologisch bureauonderzoek in de omgeving kunnen er archeologisch resten aanwezig zijn vanaf de Prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd. Echter op basis van inventariserend veldonderzoek wordt duidelijk dat de bodem ter plaatsten grotendeels is verstoord en verontreinigd tot aan de natuurlijke ondergrond. Een gebied ten zuidwesten van het huidige plangebied is nog onverstoord ten tijde van het eerdere, echter de boringen die ter plaatse van het huidige plangebied zijn gezet laten een verstoorde bodemopbouw zien. Op basis van dit gegeven worden in het plangebied geen archeologische resten verwacht. Er geldt op basis van dit bureauonderzoek een lage archeologische verwachting voor Laat-Paleolithicum tot en met Nieuwe Tijd.

Periode

Verwachting

Verwachte kenmerken vindplaats

Diepteligging sporen

Laat-

Laag

Bewoningssporen, tijdelijke

Verstoord door recente

Paleolithicum -

kampementen: vuursteen artefacten,

bebouwing en omwerking

Mesolithicum

haardkuilen

van de grond

Bewoningssporen: (semi permanente)

Verstoord door recente

Vroege-

nederzettingen, sporen van

bebouwing en omwerking

Middeleeuwen

agrarisch/industrieel landgebruik,

van de grond

Neolithicum –

Laag

percelering: cultuurlaag, Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen Late

Laag

Verstoord door recente

Middeleeuwen -

bebouwing en omwerking

Nieuwe Tijd

van de grond

Tabel 2.5.1: Gespecificeerde archeologische verwachting.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

20 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

3

Conclusies en aanbevelingen

3.1

Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied geldt een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd.

3.2

Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen

Wat is de opbouw van de ondergrond en het verwachte bodemtype? Op basis van het eerder uitgevoerd inventariserend veldonderzoek verkennend op dezelfde locatie is gebleken dat de ondergrond bestaat uit gestuwde afzettingen, die bestaan uit grindhoudend grof zand, waarin plaatselijke leemlagen zijn aangetroffen. De bovengrond in het plangebied varieert sterk en vertoont duidelijke tekenen van menselijke handelen. Uit de boorprofielen is gebleken dat in ieder geval de noordoostelijke helft van het plangebied, maar waarschijnlijk het hele plangebied, bedekte is geweest met veen, dat vanaf de middeleeuwen is afgegraven. Bij het afgraven van het veen is de bodem in vrijwel het hele plangebied vergraven tot in de C-horizont.

Worden archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied verwacht? Op basis van dit bureauonderzoek worden er geen archeologisch vindplaatsen verwacht in het plangebied. Op basis van het inventariserend veldonderzoek uit 2007 blijkt dat de bodem in het plangebied is verstoord. Een gebied ten zuidwesten van het huidige plangebied is nog onverstoord ten tijde het eerdere onderzoek, echter de boringen die ter plaatse van het huidige plangebied zijn gezet laten een verstoorde bodemopbouw zien.

Wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan? Deze vraag is op basis van bovenstaande antwoorden niet meer van toepassing.

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? Binnen het plangebied worden geen archeologische resten verwacht. Het voorgaande onderzoek gaf geef indicatie voor de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De voorgenomen ontwikkeling van het gebied vormt daarom geen bedreiging voor het archeologisch bodemarchief.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

21 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

3.3

Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in het bestemmingsplan geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd.

Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodem verstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Veenendaal). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.

Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

22 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Bronnen Literatuur

Alkemade, M./ J. van den Berg/ M. Gauw/ A. van den Hazelkamp en K. Klerks, 2010: Archeologische beleidskaart en cultuurhistorische kenmerkenkaart, gemeente Veenendaal. Vestigia-rapport V564, Amersfoort.

Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen.

Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen.

Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen.

Boekel, D., van, 2016: Nieuweweg Veenendaal. Een archeologische begeleiding, ADC Rapport 4243, Amersfoort. Grootheest, A.C. van, Bisschop, R., Geschiedenis van Veenendaal (Veenendaal 2000).

Groothees, A.C. van, R. Bisschop, e.a., Geschiedenis van Veenendaal II (Utrecht 2005).

Louwe, E., 2008: Vendelier 2 te Veenendaal, gemeente Veenendaal, Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen, Vestigia rapport V510, Amersfoort.

Leuvering, J.H.F., 2007: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (karterende fase), Nieuweweg-Noord te Veenendaal, Synthegra Archeologie Rapport P0502352, Doetinchem.

Merode, G. van, 2017: Tussen-evaluatierapport De Veensche Poort, door Ingenieursbureau Land rapport R01-76694-GME, Ede.

Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten

Nederlands

Normalisatie-instituut,

1989:

NEN

5104

Geotechniek

-

Classificatie

van

onverharde

grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft.

Rijks Geologische Dienst, Geologische kaart van Nederland schaal 1:50.000, kaartblad 39 West Tiel (Haarlem 1984).

Rooij, van J.A.G., 2015: Nieuweweg in Veenendaal, Een Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, ADC Rapport 3921, Amersfoort.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

23 van 24

Project: Actualiseren bureauonderzoek 1e Melmseweg, te Veenendaal Projectnummer: S190011a

Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2016: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.0. SIKB, Gouda.

Torremans, R., 2014: Herinrichting Nieuweweg te Veenendaal. Een archeologisch bureauonderzoek. ODRU Erfgoed rapport 27, Archeologie Advies, Leiden.

Wagemans, M.D., S.M. Koeman, H. Kremer, E.E.A. van der Kuijl, 2007: Bureauonderzoek 1e Melmseweg te Veenendaal, Synthegra Rapport P0501859, Doetinchem

Internet (geraadpleegd januari 2020)

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ www.ahn.nl www.bodemloket.nl http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

24 van 24

Bijlagen:

Bijlage 1:

Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Ouderdom in jaren

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen

1

11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr. 1950

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

Atlanticum warm vochtig

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11433537/1