CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.c18 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 1e Melmseweg, fase 3 - bijlage 18.

Gemeenteraad 25 mei 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 1e Melmseweg, fase 38.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Veense Poort fase 3, Veenendaal

Aveco de Bondt bezoekadres

Burgemeester van der Borchstraat 2

postbus

64

postcode

7450 AB Holten

telefoon

(0)548 85 33 33

telefax

(0)548 85 33 99

e-mail

holten@avecodebondt.nl

internet

www.avecodebondt.nl

projectnaam Ontwikkeling 1e Melmseweg, fase 3 te Veenendaal projectnummer 19.0015 referentie JWH/190015 opdrachtgever Veense Poort Vastgoed B.V. contactpersoon De heer R. Wagner status Definitief versie 04 datum 27 september 2021 auteur R. Arendsen

gecontroleerd J.W. Hendriks

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

1 van 25

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

INLEIDING

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Toetsingskader

3

1.3

Leeswijzer

3

M.E.R.-PLICHT

4

2.1

Wet en regelgeving

4

2.2

Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen

6

2.3

Procedure en betrokken partijen

8

DE (VORMVRIJE) M.E.R.-BEOORDELING

9

3.1

De kenmerken van de activiteit

9

3.2

Plaats van het project

11

3.3

Kenmerken van het potentiele effect

13

3.4

Beoordeling van de effecten

23

BIJLAGEN

25

Bijlage 1: Aanvullende geluidberekening ten behoeve van aanmeldnotitie m.e.r., Peutz, d.d. 25 juni 2019 Bijlage 2: Akoestisch onderzoek, Peutz, d.d. 19 maart 2019 Bijlage 3: Overzicht bodemkwaliteit ‘fase 3’, Ingenieursbureau Land, d.d. 3 mei 2019 Bijlage 4: Onderzoek Bedrijven & Milieuzonering / Geluid, Sweco, d.d. 22 mei 2019 Bijlage 5: Actualisatie bureauonderzoek 1e Melseweg te Veenendaal, Synthegra, d.d. 8 januari 2020 Bijlage 6: Cultuurhistorisch onderzoek 1e Melseweg te Veenendaal, Synthegra, d.d. 13 maart 2019 Bijlage 7: Notitie ecologische begeleiding fase 3 ontwikkeling De Veense Poort, De Groene Ruimte, d.d. 2 april 2019 Bijlage 8: Quickscan Wet natuurbescherming Nieuweweg 225, 227 en 229 Veenendaal, De Groene Ruimte, d.d. 3 juni 2020 Bijlage 9: Nader onderzoek beschermde soorten Nieuweweg 225, 227 en 229 Veenendaal, De Groene Ruimte, d.d. 22 september 2021 Bijlage 10: Voortoets stikstofdepositie Melmseweg bouwfase IIIA te Veenendaal, Ingenieursbureau Land, d.d. 19 mei 2021 Bijlage 11: Voortoets stikstofdepositie Melmseweg fase IIIB te Veenendaal sloop- en bouwfase, Ingenieursbureau Land, d.d. 19 mei 2021 Bijlage 12: Voortoets stikstofdepositie Melmseweg fase IIIC te Veenendaal, Ingenieursbureau Land, d.d. 18 mei 2021 Bijlage 13: Voortoets Stikstofdepositie gebruiksfase Melmseweg fase III te Veenendaal, Ingenieursbureau Land, d.d.

28 oktober 2020 Bijlage 14: Beoordeling Metasequioa, Pius Floris Voomverzorging, d.d. 22 februari 2019 Bijlage 15: Memo externe veiligheid, Aveco de Bondt, d.d. 8 april 2019 Bijlage 16: Memo luchtkwaliteit, Aveco de Bondt, d.d. 18 december 2019 Bijlage 17: Notitie/Memo Veense Poort Fase 3, RoyalHaskoningDHV, d.d. 20 mei 2021 Bijlage 18: Notitie Watertoets, Waterpas civiel adviesbureau, d.d. 13 oktober 2020

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

2 van 25

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Veense Poort Vastgoed B.V. is voornemens om op de locatie aan de 1e Melmeseweg circa 165 woonappartementen en circa 200 m2 aan commerciële ruimte te realiseren. Om dit voornemen mogelijk te maken wordt momenteel een bestemmingsplan voorbereidt. In deze notitie is de toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. Het Besluit m.e.r. is essentieel om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit (in dit geval het bestemmingsplan) een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen.

1.2

Toetsingskader

Uit de eerste toetsing is gebleken dat sprake is van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling (zie hoofdstuk 2). Het bevoegd gezag dient te besluiten of het mogelijk maken van circa 165 woonappartementen en circa 200 m2 aan commerciële ruimte al dan niet leidt tot belangrijke negatieve milieueffecten die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.procedure (opstellen milieueffectrapportage). Onderhavige rapportage betreft de Aanmeldnotitie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag kan besluiten.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt in de eerste plaats in gegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt beoogde plan, de activiteit, getoetst aan deze wetgeving. Hoofdstuk 3 bevat de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling.

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

3 van 25

2

M.E.R.-PLICHT

2.1

Wet en regelgeving

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r.. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.-toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.toets. Figuur 1.1 geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn waarmee wordt beoordeeld of sprake is van: • een directe m.e.r.-plicht of • een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht of • een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht

Figuur 1.1: schema m.e.r.-toets en drempelwaarden

Onderstaand zijn deze drie vormen nader toegelicht. 2.1.1 De directe m.e.r.-plicht: milieueffectrapportage De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de C-lijst wordt overschreden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen. Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapportage worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten.

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

4 van 25

2.1.2 De m.e.r.-beoordelingplicht: de (formele) m.e.r.-beoordeling De wetgever heeft activiteiten aangewezen waarvan de gevolgen van de activiteit op het milieu niet bij voorbaat bekend is. Deze activiteiten zijn opgenomen op de D-lijst in de bijlage van het Besluit m.e.r.. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de D-lijst wordt overschreden, geldt de (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht. In de (formele) m.e.r.-beoordeling wordt middels het opstellen van een aanmeldingsnotitie beoordeeld of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: • Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden; er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden. • Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op; er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Bij een m.e.r.-beoordeling is het vaak niet noodzakelijk om een diepgaand (en kostbaar) onderzoek uit te voeren om goede uitspraken te kunnen doen of de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Een m.e.r.-beoordeling geldt uitsluitend voor besluiten (kolom 4). Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de D-lijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan (kolom 3), dan geldt altijd en direct de m.e.r.-plicht.

De m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd aan de hand van een aantal vaste criteria. Deze criteria zijn vastgelegd in Bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast dient een formele procedure te worden gevolgd. 2.1.3 De m.e.r.-beoordelingplicht: de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling De Nederlandse wetgever had (kleine) projecten die de drempelwaarden van de D-lijst van het Besluit m.e.r. niet overschrijden, als gevolg van de beperkte invloed op de omgeving, oorspronkelijk vrijgesteld van de m.e.r.-plicht. Het Besluit m.e.r. is echter door - hoofdzakelijk - twee Europese uitspraken gewijzigd. Als gevolg van de eerste uitspraak is in 2011 ook voor ‘kleine’ activiteiten de ‘vormvrije m.e.r.- beoordeling’ geïntroduceerd. De inhoud en procedure van deze ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ waren daadwerkelijk vormvrij. Als gevolg van de tweede uitspraak is het Besluit m.e.r. in 2017 nogmaals aangepast en is de procedure en inhoud van de ‘vormvrije’ versie nagenoeg gelijk getrokken aan de m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het doorlopen van een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage) al dan niet noodzakelijk is.

Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving. De inhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in ‘bijlage III van de Europese MER richtlijn’. In feite bestaat er nu slechts één m.e.r.-beoordeling en is het verschil tussen de ‘vormvrije’ en de ‘formele’ variant verdwenen.

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

5 van 25

2.2

Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen

2.2.1 Is er sprake van een plan of een besluit? Het onderhavige plan betreft een bestemmingsplan dat de realisatie van 165 woningen/appartementen en 200 m2 aan commerciële ruimte mogelijk maakt. Het bestemmingsplan is in dit geval een besluit (kolom 4), omdat na besluitvorming geen andere procedures (die voorkomen in kolom 4) noodzakelijk zijn voor het toelaten van de activiteit. 2.2.2 Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of voor het project activiteiten plaats vinden waarvoor sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Dit zijn projecten met een dusdanige impact op de omgeving waarvan duidelijk is dat nadelige gevolgen voor het milieu niet bij voorbaat uitgesloten kunnen worden. Als er sprake is van m.e.r.-plicht dient een milieueffectrapportage te worden opgesteld en gelden de bijbehorende procedurele vereisten (kennisgeving doen met zienswijzetermijn, milieueffectrapportage ter visie leggen en toetsing door de Commissie voor de m.e.r.). Er kunnen drie oorzaken zijn, van waaruit direct een m.e.r.-plicht ontstaat. Voorwaarde 1: C-lijst Besluit m.e.r. De bijlage van het Besluit m.e.r. bevat twee lijsten (bijlagen C en D) waarin categorieën van activiteiten zijn opgenomen (kolom 1). Daarnaast wordt in de lijst de omvang beschreven in de vorm van de zgn. drempelwaarden (kolom 2).

Kom je boven de drempelwaarde van de C-lijst, dan dient gelijk een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage) doorlopen te worden. Onderhavige activiteit behoort niet tot één van de activiteiten op de C-lijst. Op basis van de bijlage is derhalve geen m.e.r.-procedure noodzakelijk. Voorwaarde 2: Passende Beoordeling Natuurbeschermingswet Wettelijke plannen, waarvoor een Passende Beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 nodig is, zijn m.e.r.-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). Voor het onderhavige plan is het opstellen van een Passende Beoordeling niet nodig. Op basis van artikel 7.2.a lid 1 Wet milieubeheer is er derhalve geen sprake van een m.e.r.-plicht. Voorwaarde 3: Provinciale milieuverordening Door Provinciale Staten kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Utrecht heeft een dergelijke aanvulling niet ingevuld. Het provinciaal beleid leidt niet tot m.e.r.-plicht.

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

6 van 25

2.2.3 Er is sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van (formele) m.e.r.beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit m.e.r. het toetsingskader. Het onderhavige plan komt voor als activiteit in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (zie tabel 1.1). De drempelwaarden in kolom 2 worden echter niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht. Tabel 1.1: D-lijst, bijlage, Besluit Milieueffectrapportage

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

D11.2 De aanleg, wijziging In gevallen waarin de De structuurvisie, of uitbreiding van activiteit betrekking heeft bedoeld in de een stedelijk op: artikelen 2.1, 2.2 ontwikkelingsproje 1°. een oppervlakte van en 2.3 van de Wet ct met inbegrip van 100 hectare of meer, ruimtelijke de bouw van 2°. een aaneengesloten ordening, en het winkelcentra of gebied en 2000 of meer plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste parkeerterreinen. woningen omvat, of 3°. een lid, van die wet. bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2²of meer.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

2.2.4 Er is sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Het onderhavige plan komt als activiteit voor in kolom 1 van de D-lijst en de drempelwaarden in kolom 2 worden niet overschreden, maar het te nemen besluit (het bestemmingsplan) komt voor in zowel kolom 3 als 4. Omdat ten behoeve onderhavig plan na vaststelling van het bestemmingsplan geen andere besluiten meer worden genomen die voorkomen in kolom 4 van de D-lijst, is het bestemmingsplan te beschouwen als een 'besluit' in de zin van het Besluit m.e.r.. Op basis van het vorengaande dient een aanmeldingsnotitie in het kader van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden.

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

7 van 25

2.3

Procedure en betrokken partijen

Betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure zijn de volgende partijen aan te merken als initiatiefnemer en bevoegd gezag. Veense Poort Vastgoed B.V. is initiatiefnemer van onderhavig plan voor deze (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsprocedure. Bij onderhavig plan treedt de gemeente Veenendaal op als bevoegd gezag. De gemeente moet een bestemmingsplan vaststellen om dit plan mogelijk te maken. Procedure De initiatiefnemer deelt aan het bevoegd gezag mede dat zij voornemens is een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit te realiseren. Dit doet de initiatiefnemer in deze aanmeldingsnotitie waarin zij de benodigde informatie opneemt op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen over de noodzakelijkheid tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie of er al of niet een m.e.r.procedure doorlopen moet worden. Het (vormvrije) m.e.r.- beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit: het ontwerp en vaststelling van het bestemmingsplan. Er staat bij een m.e.r.-beoordeling geen direct beroep en bezwaar open. Beroep en bezwaar vindt plaats in het kader van de procedure van het te nemen besluit (in dit geval het bestemmingsplan).

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

8 van 25

3

DE (VORMVRIJE) M.E.R.-BEOORDELING

De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag (gemeente Veenendaal) om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De beoordeling dient te worden uitgevoerd op grond van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectrapportage. Hierbij gelden drie thema’s: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten.

3.1

De kenmerken van de activiteit

Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a. de omvang van het project; b. de cumulatie met andere projecten; c. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; d. de productie van afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; g. risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). Ad a. de omvang van het project Het plangebied is gelegen aan de 1e Melmeseweg te Veenendaal en heeft een oppervlakte van circa 5.800 m2. Het voornemen binnen het plangebied bestaat uit een ontwikkeling van circa 165 woonappartementen en circa 200 m2 aan commerciële ruimte. Deze ontwikkeling betreft de laatste fase van een ontwikkeling, namelijk fase 3. Ad b. cumulatie met andere projecten Op 12 november 2014 is het bestemmingsplan ‘1e Melmseweg’ vastgesteld. Met het vaststellen van dit bestemmingsplan wordt er woningbouw mogelijk gemaakt, waar voorheen met het bestemmingsplan ‘Woongebied Noord’ geen woningbouw mogelijk was. Doormiddel van uitwerkingsplannen zijn fase 1 en fase 2 recent gerealiseerd. Met een uitwerkingsplan wordt fase IIIB mogelijk gemaakt en met een bestemmingsplan wordt fase IIIA en IIIC mogelijk gemaakt. Ad c.

gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. Er worden naast de reguliere bouwmaterialen geen natuurlijke hulpbronnen verwijderd dan wel gebruikt in het onderhavige plan. De

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

9 van 25

woonappartementen worden niet meer aangesloten op aardgas (fossiele brandstof) en worden ten minste energieneutraal gerealiseerd. Ad d. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van onderhavig plan en toekomstige huishoudelijke afvalstoffen tijdens het gebruik van de woonappartementen. De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Ad e. verontreiniging en hinder Voor verontreiniging/hinder zijn de volgende aspecten relevant: geluid en luchtkwaliteit. Na het nemen van maatregelen (o.a. woonappartementen met dove gevels) kunnen in het plangebied woonappartementen worden gebouwd. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. In paragraaf 3.3. wordt verder ingegaan op deze aspecten. Relevante verontreiniging en hinder als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied, door circa 165 huishoudens, is niet aan de orde. Ad f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De realisatie en ingebruikname van circa 165 woonappartementen betreft geen risicovolle inrichting. Er liggen geen risicovolle inrichtingen in de directe nabijheid van het plangebied. In paragraaf 3.3. wordt verder ingegaan op het aspect externe veiligheid.

Extreme weersomstandigheden zoals extreme temperaturen en veel neerslag komen steeds vaker voor door de klimaatverandering. Dit geeft aanleiding tot o.a. meer overstromingen op meer verschillende plaatsen, een hoger waterpeil van oppervlaktewateren en aanhoudende periodes van extreme droogte. Volgens het stand-still beginsel moet de aanwezige bergingscapaciteit minimaal gelijk blijven. De verharding blijkt minder dan 1500 m² toe te nemen, zoals de eisen stellen in het beleid van het waterschap, waardoor geen wateroverlast wordt verwacht. Dat de bergingscapaciteit in een gebied gelijk moet blijven is belangrijk om neerslag op te vangen, zodat het niet op straat terecht komt. De gemeente Veenendaal is volop bezig met zich te weren tegen de verwachte klimaatveranderingen, die ook zwaardere buien met hogere pieken met zich meebrengt. Dit resulteert in beleid dat gericht is op kansen grijpen die zorgen voor klimaatadaptieve wijken. Bij deze ontwikkeling zijn kansen mogelijk die zorgen voor extra berging in het gebied. Hierbij kan gedacht worden aan groen/blauwe daken. Dit helpt ook bij de eis die de gemeente stelt aan de aanlevering van het hemelwater. Deze moet namelijk worden vertraagd tot 3 l/s/ha voor het hele gebied. Volgens het GRWP is hier doorgaans ongeveer 10% van het bruto oppervlak voor nodig aan hemelwatervoorzieningen en/of waterberging.

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

10 van 25

Ad g. risico’s voor menselijke gezondheid Er is geen sprake van een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. Onderhavig plan heeft geen relevante emissie van gevaarlijke/verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid.

3.2

Plaats van het project

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a. het bestaande grondgebruik, b. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied, c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: - wetlands, oeverformaties, riviermondingen - kustgebieden - berg- en bosgebieden - natuurreservaten en -parken - gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; - gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen - gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid - landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Ad a. het bestaande grondgebruik Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 5.800 m2 en is gelegen aan de 1e Melmseweg te Veenendaal. Het plangebied is momenteel deels bebouwd en in gebruik als werkterrein. Langs de Nieuweweg bevinden zich een aantal woonhuizen (nrs. 225, 227 en 229).

De overige panden in het zuiden van het plangebied zijn in gebruik door bedrijven waaronder de kringloophandel Drost en Van Velzen Oudijzer & Metaalrecycling. Het binnenterrein wordt gebruikt voor opslag. Het pand in het noorden van het plangebied (1e Melmseweg 10) heeft een recreatieve functie. Het plangebied sluit aan op de bestaande nationale ontsluitingsweg (Rondweg-West). In navolgende afbeelding is de situering van het plangebied weergegeven.

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

11 van 25

Figuur 2: situering plangebied

In de vigerende bestemmingsplannen ‘1e Melmseweg’ en ‘Woongebieden 2018’ is het plangebied bestemming als ‘gemengd – uit te werken’ en ‘wonen’. Bestemmingen waarbinnen reeds stedelijke functies en bebouwing is toegestaan. Ad b. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied In de huidige situatie is het plan deels bebouwd en in gebruik als werkterrein. Het gehele plangebied is verhard. Er zijn enkele bomen gesitueerd binnen het plangebied, in paragraaf 3.3.5 wordt ingegaan op de aanwezigheid van beschermde flora en fauna binnen het plangebied. In de huidige situatie is er derhalve geen sprake van een rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. Ad c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen van de in de opsomming genoemde (potentieel) waardevolle gebieden. Op basis van de Gemeentelijke Archeologische Maatregelenkaart ligt het plangebied voor het grootste gedeelte in een gebied met geen verwachting (categorie 6). Alleen in het noorden en in het zuiden ligt een klein gedeelte binnen een gebied met hoge verwachting, bebouwd gebied (categorie 3). Er is een actualisatie uitgevoerd van een archeologisch bureauonderzoek.

In paragraaf 3.3.4 wordt ingegaan op de archeologische waarden binnen het plangebied.

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

12 van 25

3.3

Kenmerken van het potentiele effect

Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 (de kenmerken van het project en de plaats van het project) in het bijzonder in overweging worden genomen: a. de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) b. de aard van het effect c. het grensoverschrijdend karakter van het effect d. de intensiteit en de complexiteit van het effect e. de waarschijnlijkheid van het effect f. de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect g. de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten h. de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Het potentiële effect van de activiteit is vanwege de omvang zeer beperkt, voor wat betreft het fysieke bereik en de grootte van de getroffen bevolking. Om een beeld te schetsen van de specifieke effecten wordt in de navolgende paragrafen per (milieu)thema het effect weergegeven en wordt vanwege de verwaarloosbare effecten niet specifiek stilgestaan bij de bovenstaande punten. 3.3.1 Geluid Het aspect geluid kan schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. Wet Geluidhinder (Wgh) is een onderdeel van de Geluidwetgeving Nederland.

De Wet geluidhinder gaat over geluid dat veroorzaakt wordt door wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Het doel van de Wet geluidhinder is het beschermen van de mens tegen geluidshinder. In de wet is aangegeven welke geluidsnormen er gelden voor onder andere de bouw van nieuwe woningen en het wijzigen van (spoor)wegen binnen de invloedssfeer van geluidsbronnen. In het onderhavige plan worden er geen functies gerealiseerd welke geluidsoverlast veroorzaken. Wel ontstaan er extra verkeersbewegingen door het realiseren van circa 165 woonappartementen. Het toenemende aantal verkeersbewegingen kan geluidsoverlast veroorzaken op omliggende woningen. Het plangebied wordt ontsloten door één in- en uitrit op de Wakemanstraat. De Wakemanstraat komt ter hoogte van de woningen Nieuweweg 203 en 207 uit op de Nieuweweg. Met behulp van een akoestisch rekenmodel is de geluidbelasting vanwege wegverkeer berekend bij enkele nabij (de ontsluitingsweg van) het plan gelegen woningen. De geluidberekening is als bijlage1 opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van Fase 3 van Veense Poort leidt tot een toename van het bestemmingsverkeer op de wegen in de directe omgeving van het plan. De geluidbelasting op de nabijgelegen woningen neemt hierdoor enigszins toe, variërend van 0,2 tot 1,9 dB. Op de meest geluidbelaste gevels is de toename evenwel beperkt. 1

Bijlage 1: Aanvullende geluidberekening ten behoeve van aanmeldnotitie m.e.r., Peutz, d.d. 25 juni 2019

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

13 van 25

Daarnaast wordt met onderhavig plan wordt wel een geluidsgevoelige bestemming mogelijk gemaakt. Voor het oprichten van geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de invloedssfeer van (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen liggen, dient een toets aan de geluidsnormen plaatsvinden. Er moet aangetoond kunnen worden dat er sprake is van een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. Het bouwplan ligt voor wat betreft de geluidbelasting door wegverkeer binnen de invloedssfeer van de verkeerswegen Rondweg-West, Grote Beer + Vendelier, Nieuweweg en de Rijksweg A12. Er is geen sprake van een relevante geluidbelasting vanwege railverkeer of industrielawaai. Om de geluibelasting in beeld te brengen is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is als bijlage2 opgenomen. Geconcludeerd kan worden naar aanleiding van het uitgevoerde akoestisch onderzoek dat er geen sprake is van strijdigheid met de eisen aan een goed woon- en leefklimaat vanwege geluid, mits de akoestische maatregelen en bouwkundige voorzieningen worden getroffen om geluidluwe gevels te kunnen realiseren. Conclusie Gesteld kan worden dat er met het realiseren van onderhavig plan geen sprake is van strijdigheid met de eisen aan een goed woon- en leefklimaat vanwege geluid.

De geluidbelasting op de omliggende woningen door te extra verkeersbewegingen neemt beperkt toe en is aanvaardbaar voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat. 3.3.2 Bodem In het onderhavige plan worden woningen gerealiseerd. Woningen zijn geen potentiele verontreinigingsbronnen voor de bodem. Wel is het noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de woonfunctie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schadelijk kan zijn voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. In het kader van het herontwikkelingsplan zijn er diverse onderzoeken verricht. In een memo opgeteld door Ingenieursbureau Land is een overzicht weergegeven van de bekende bodemgegevens in het plangebied. Deze memo3 is als bijlage opgenomen. In deze memo is het volgende geconcludeerd: “Op basis van uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er plaatselijk enkele sterk verontreinigde spotjes aanwezig zijn. Er zijn geen ‘gevallen van ernstige bodemverontreiniging’ aanwezig. De overige bovengrond is over het algemeen licht verontreinigd (klasse industrie). In de bovengrond is veelal een bijmenging met puin aangetroffen.” Daarnaast is er in 2014 een beschikking ernst, spoed, en instemmen saneringsplan afgegeven. Er is in het plangebied sprake van restverontreiniging.

2 3

Bijlage 2: Akoestisch onderzoek, Peutz, d.d. 19 maart 2019 Bijlage 3: Overzicht bodemkwaliteit ‘fase 3’, Ingenieursbureau Land, d.d. 3 mei 2019

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

14 van 25

Conclusie Voor vaststelling van het bestemmingsplan is de bodemkwaliteit voldoende aangetoond. Voordat er begonnen kan worden met de bouw dient er sanering plaats te vinden en dient er een grondstomenplan opgesteld worden. De toekomstige activiteit zelf leidt niet tot verontreiniging van de bodem en heeft daarmee geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg. 3.3.3 Bedrijven en Milieuzonering Voor onderhavig plan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het aspect bedrijven en milieuzonering. Aan de hand van dit onderzoek wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening gewaarborgd dat enerzijds ter plaatse van de nieuw te bouwen appartementen sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en anderzijds dat de bedrijven kunnen blijven voldoen aan hun vigerende vergunningsvoorschriften. In deze paragraaf is de conclusie opgenomen. Het gehele onderzoek bedrijven en milieuzonering / geluid is als bijlage4 opgenomen. Conclusie onderzoek bedrijven en milieuzonering / geluid Voor de nieuwbouw fase 3 van het plan Veense Poort te Veenendaal is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsuitstraling van de in de nabijheid gelegen bedrijven. Het betreft de bedrijven gelegen aan de Nieuweweg 221, 223, 222 en 224.

De aanwezigheid van de bedrijven gelegen aan de Nieuweweg 221, 222 en 224 passen binnen het kader van de in de VNG-publicatie aangegeven richtlijnen. Het bedrijf gelegen Nieuweweg 223 is nader onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat door activiteiten binnen deze inrichting de geluidbelasting van ten hoogste 55 dB(A) op een klein gedeelte van de geplande nieuwbouw wordt overschreden. Hierdoor is het niet zonder meer mogelijk om op de plaatsen waar de geluidbelasting hoger is dan 55 dB(A) woningen te realiseren. Een commerciële bestemming, zoals een winkel of kantoor en dergelijke zijn hier wel mogelijk. Het treffen van voorzieningen is nodig om het bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering te belemmeren. Indien het bedrijf gelegen Nieuweweg 223 zijn opgegeven activiteiten kan voortzetten dan dient bij het ontwerp van de geplande woningen hiermee rekening gehouden te worden. Zo dienen er maatregelen getroffen te worden waardoor de geluidbelasting op de gevel omlaag gebracht kan worden. Voor de kopgevel kunnen deze bestaan uit toepassing van een zogenaamde ’dove’ gevel. Voor de langsgevels is het treffen van maatregelen lastiger. Hierbij kan men denken aan het plaatsen van een scherm op de rand van het gebouw met een hoogte even hoog als de geplande nieuwbouw en een lengte van 37 meter. Dit scherm dient aan te sluiten tegen de bebouwing.

De plaats van het scherm is in bijlage 4 (van het onderzoek) weergegeven.

4

Bijlage 4: Onderzoek Bedrijven & Milieuzonering / Geluid, Sweco, d.d. 22 mei 2019

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

15 van 25

Alternatief is om in overleg met de eigenaar van het bedrijf gelegen Nieuweweg 223 aanpassingen aan de lichtstraat en de beglazing van de loods te doen. De isolatie van de lichtstraat en de beglazing zal verbetert moeten worden van 26 dB(A) naar 30 dB(A). Toepassen bijvoorbeeld 12 mm gelamineerde glas, dubbelglas in elementvorm met als opbouw 6 mm glas 15 mm met luchtgevulde spouw en 8 mm glas, of gelijkwaardig. Het verschuiven van het gebouw met circa 10 meter tot 20 meter vanaf de inrichting behoort ook tot de mogelijkheden. De berekende geluidbelasting bedraagt door deze aanpassing ten hoogste 55 dB(A). De optredende maximale geluidniveaus worden veroorzaakt door het optrekken vanwege een vrachtwagen in de dagperiode en van het dichtslaan van autoportieren in de dag- en avondperiode. De maximale optredende geluidbelasting bedraagt in de dagperiode op de gevel van de geplande nieuwbouw ten hoogste 76 dB(A) en in de avondperiode ten hoogste 64 dB(A). Deze geluidbelasting treedt op kopgevel van het rechtse bouwdeel, gezien vanaf de inrichting, op. In de dagperiode is de optredende geluidbelasting hoger dan de gestelde richtwaarde van 70 dB(A) uit de VNG publicatie. Echter laad- en losactiviteiten mogen indien deze plaatsvinden in de dagperiode plaatsvinden buiten het toetsingskader blijven.

Op de overige waarneempunten worden de richtwaarden uit de VNG publicatie niet overschreden. Correctie onderzoek bedrijven en milieuzonering / geluid Het bedrijf gelegen aan de Nieuweweg 223 is Van der Molen Elektrotechiniek BV. Het bedrijf heeft in het kader van het Activiteitenbesluit een melding gedaan en vergund gekregen. Op het perceel Nieuweweg 223 is tevens een opslagloods aanwezig, welke tevens dienst doet als werkplaats voor de realisatie van bovenloopkranen. De realisatie van de bovenloopkranen gaat gepaard met de nodige metaalbewerkingsactiviteiten, ook vinden er (machinale) houtbewerkingsactiviteiten plaats. De werkzaamheden aan de bovenloopkranen zijn derhalve als akoestisch worstcase te beschouwen. Dit zijn activiteiten welke niet onder milieucategorie 2 vallen, maar een minimale milieucategorie van 3.1 hebben. Binnen het vigerende bestemmingsplan zijn alleen bedrijfsactiviteiten toegestaan tot een milieucategorie 2, hiervoor is ook de vergunning voor verleend. Voordat er allemaal maatregelen getroffen worden om de geluidbelasting op de gevel omlaag te brengen, dient de gemeente een bedrijfsbezoek te brengen om te controleren of de eigenaar van Nieuweweg 223 zich houdt aan de verleende vergunning. Conclusie Op dit moment vormt het bedrijf gesitueerd aan de Nieuweweg 223 een belemmering voor het onderhavige plan.

Door maatregelen te treffen kan de geluidbelasting op de gevels omlaag worden gebracht. Echter voordat deze maatregelen getroffen worden dient door de gemeente gecontroleerd te worden of de eigenaar activiteiten ontplooit waarvoor de vergunning is verleend. De kans is aanwezig dat de huidige bedrijfsactiviteiten in strijd zijn met de verleende vergunning. De richtafstand bij een bedrijf met milieucategorie 2 bedraagt 10 meter. De eerste bebouwing is gesitueerd op

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

16 van 25

10 meter vanaf het bedrijf. Wanneer milieucategorie 2 gehandhaafd blijft vormt het bedrijf aan de Nieuweweg 223 geen belemmering voor onderhavig plan en vormt onderhavig plan geen belemmering voor de bedrijfsactiviteiten. Een goed woon- en leefklimaat blijft hiermee gewaarborgd. 3.3.4 Archeologie en cultuurhistorie De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 3.3.4.1 Archeologie Bij het vigerende bestemmingsplan ‘1e Melmseweg’ is een inventariserend veldonderzoek: karterend booronderzoek5 uitgevoerd. Voor onderhavig plan is een actualisatie uitgevoerd van het archeologisch onderzoek. In deze paragraaf is de conclusie opgenomen.

Het actualisatie bureauonderzoek is als bijlage6 opgenomen. Conclusie actualisatie bureauonderzoek Op basis van dit bureauonderzoek worden er geen archeologisch vindplaatsen verwacht in het plangebied. Op basis van het inventariserend veldonderzoek uit 2007 blijkt dat de bodem in het plangebied is verstoord. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in het bestemmingsplan geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. 3.3.4.2 Cultuurhistorie Ter plaatse van het plangebied is een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd. In deze paragraaf is de conclusie opgenomen. Het bureauonderzoek is als bijlage7 opgenomen. Conclusie cultuurhistorisch onderzoek De Nieuweweg volgt de loop van een oude grift (de Veldjesgraaf). Oorspronkelijk lag ten westen van de Veldjesgraaf het buurtschap De Melm. Dit buurtschap is afgebeeld op 5

Inventariserend veldonderzoek: karterend booronderzoek, Synthegra, d.d. 10 oktober 2008 Bijlage 5: Actualisatie bureauonderzoek 1e Melseweg te Veenendaal, Synthegra, d.d. 8 januari 2020 7 Bijlage 6: Cultuurhistorisch onderzoek 1e Melseweg te Veenendaal, Synthegra, d.d. 13 maart 2019 6

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

17 van 25

kaarten vanaf het begin van de 18e eeuw. In de huidige situatie is de structuur van De Melm niet meer herkenbaar. De dichte lintbebouwing langs de Nieuweweg heeft zich vanaf de vroege 20e eeuw ontwikkeld en bestaat voornamelijk uit woningen en kleinschalige bedrijfspanden. Het stedenbouwkundig ensemble langs de Nieuweweg onderscheidt zich ondanks enkele nieuwe woningen nog steeds als herkenbaar historisch lint en is daarom van cultuurhistorische waarde. Het pand in het noorden van het plangebied, aan de 1e Melmseweg 10, wordt op de themakaart bouwkunst en stedenbouw van de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Veenendaal gewaardeerd met een middelhoge erfgoedwaarde vanwege de karakteristieke bouwstijl. Geadviseerd wordt om bij de planvorming rekening te houden met de bestaande lagere lintbebouwing langs de Nieuweweg. Bijvoorbeeld door een geleidelijke overgang tussen de bestaande lintbebouwing langs de Nieuweweg en de hogere Nieuwbouw. Conclusie Er worden geen archeologische waarden verwacht binnen het plangebied. Binnen het plangebied is de 1e Melmseweg 10 gewaardeerd met een middelhoge erfgoedwaarde vanwege de karakteristieke bouwstijl. Dit pand blijft met onderhavig plan niet behouden. Met het vigerende bestemmingsplan ‘1e Melmseweg’ bleef deze ook niet behouden.

Met onderhavig plan is er een geleidelijke overgang tussen de bestaande lintbebouwing langs de Nieuweweg en de hogere nieuwbouw. 3.3.5 Natuur De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de ecologische soortenbescherming en ecologische gebiedsbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Bij een ruimtelijke ingreep moeten de gevolgen van onderhavig plan voor ecologische waarden in beeld worden gebracht, zodat aannemelijk kan worden gemaakt of de ontwikkeling voldoet aan de op grond van de Wet natuurbescherming gestelde regels. Soortenbescherming Om te onderzoeken of met onderhavig plan sprake is van aantasting van beschermde flora en fauna is door De Groene Ruimte een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd8. Op basis van dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat er verschillende beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn. Onder meer de huismus, Gewone dwergvleermuis en de steenmarter hebben vaste verblijfsplaatsen in het plangebied die niet zonder meer verstoord mogen worden. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet is benodigd. Deze ontheffing is 23 januari 2015 aangevraagd en door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op 4 maart 2015 verleend (FF/75C/2015/0029, Rijksdienst voor ondernemend 8

Nader onderzoek plangebied 1e Melmseweg, De Groene Ruimte, d.d. 7 oktober 2014

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

18 van 25

Nederland). Door De Groene Ruimte is er een notitie ecologische begeleiding fase 3 opgesteld. Deze notitie is als bijlage9 opgenomen. In de notitie is een overzicht weergegeven welke werkzaamheden en/of maatregelen er nog uitgevoerd moeten worden voordat de panden gesloopt kunnen worden en het plangebied bouwrijp gemaakt kan worden. Daarnaast is voor de gebouwen Nieuweweg 225, 227 en 229 en separaat ecologisch onderzoek uitgevoerd10. Uit dit onderzoek is het gebleken dat vleermuizen, huismus en gierzwaluw niet uit te sluiten zijn. Naar deze beschermde soorten is nader onderzoek uitgevoerd11. Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en vaste nestplaatsen van gierzwaluwen uitgesloten. Er is vastgesteld dat in het plangebied één nestplaats van Huismus aanwezig is. Voordat de werkzaamheden starten aan Nieuweweg 229 is het noodzakelijk om ontheffing voor het verstoren en/of vernietigen van de nestplaats van Huismus zijn verkregen. Gebiedsbescherming Ten aanzien van de gebiedsbescherming kan gesteld worden dat het plangebied niet is gelegen in een als NNN-aangewezen gebied. Het dichtstbijzijnde gelegen Natura 2000gebied betreft Binnenveld aan de zuidoostzijde van Veenendaal op een afstand van circa 2,6 km. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake.

Gelet op de grote afstand van het plangebied tot omliggende Natura 2000gebieden kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. De emissie van stikstof reiken echter verder vanaf het plangebied. De stikstofemissie als gevolg van de sloop van bestaande panden en de realisatie van het plan is in beeld gebracht middels AERIUS-calculaties. Voor iedere fase is een aparte AERIUS-calculatie uitgevoerd. Het gaat om de volgende berekeningen: • Bouwfase IIIA12: oprichten van 70 appartementen met een parkeerkelder. De realisatie van het appartementencomplex (ontwikkeling fase IIIA) veroorzaakt op Natura 2000-gebieden op basis van de inschatting van de werkzaamheden geen bijdrage hoger dan 0 mol/ha/j. • Bouwfase IIIB13: sloop van de nog aanwezig panden en de bouw van het appartementencomplex IIIB met 70 appartementen met een parkeerkelder. De realisatie van het appartementencomplex (ontwikkeling fase IIIB) veroorzaakt op 9

Bijlage 7: Notitie ecologische begeleiding fase 3 ontwikkeling De Veense Poort, De Groene Ruimte, d.d. 2 april 2019 10 Bijlage 8: Quickscan Wet natuurbescherming Nieuweweg 225, 227 en 229 Veenendaal, De Groene Ruimte, d.d. 3 juni 2020 11 Bijlage 9: Nader onderzoek beschermde soorten Nieuweweg 225, 227 en 229 Veenendaal, De Groene Ruimte, d.d. 22 september 2021 12 Bijlage 10: Voortoets stikstofdepositie Melmseweg bouwfase IIIA te Veenendaal, Ingenieursbureau Land, d.d. 19 mei 2021 13 Bijlage 11: Voortoets stikstofdepositie Melmseweg fase IIIB te Veenendaal sloop- en bouwfase, Ingenieursbureau Land, d.d. 19 mei 2021

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

19 van 25

•

Natura 2000-gebieden op basis van de inschatting van de werkzaamheden geen bijdrage hoger dan 0,01 mol/ha/j. De stikstofdepositie tijdens de aanlegfase is daarmee lager dan de drempelwaarde (0,05 mol/ha/j) waardoor de bouw- en sloop activiteiten binnen fase IIIB mogelijk zijn. Bouwfase IIIC14: bouw van het appartementencomplex IIIC met 25 appartementen. De realisatie van het appartementencomplex (ontwikkeling fase IIIC) veroorzaakt op Natura 2000-gebieden op basis van de inschatting van de werkzaamheden geen bijdrage hoger dan 0 mol/ha/j.

Daarnaast is voor het gehele project van circa 165 appartementen de gebruiksfase in beeld gebracht. Met betrekking tot het beoogde plan is het van belang te kijken naar de verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen. Uit deze AERIUS-calculatie15 blijkt dat de stikstofemissie in de gebruiksfase niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen natura 2000-gebieden. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000. Verdere toetsing in de vorm van een verslechteringstoets of een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

Houtopstanden Binnen het plangebied staat de Metasequioa boom. Nabij de boom vindt nieuwbouw plaats. Er is beoordeeld wat de conditie, kwaliteit en toekomstverwachting van de boom is. Ook is beoordeeld of deze verplantbaar is. In deze paragraaf is de conclusie opgenomen. De beoordeling van de Metasequioa is als bijlage16 opgenomen. Uit het onderzoek is gebleken dat het niet mogelijk is om de boom duurzaam te verplanten. Wanneer de invulling van het terrein vaststaat, is de enige optie kap en herplant van een of meerdere bomen, op een andere (duurzame) standplaats. Conclusie Er worden geen effecten verwacht op beschermde gebieden. Wel komen er beschermde soorten voor in het plangebied. Voor een gedeelte van de beschermde soorten is een ontheffing verleend en is er een notitie ecologische begeleiding fase 3 opgesteld. Voor de huismus dient nog een ontheffing verleend te worden. Voordat de werkzaamheden starten aan Nieuweweg 229 is het noodzakelijk om ontheffing voor het verstoren en/of vernietigen van de nestplaats van Huismus zijn verkregen. Door het nemen van maatregelen worden de negatieve effecten op de beschermde soorten beperkt. 14

Bijlage 12: Voortoets stikstofdepositie Melmseweg fase IIIC te Veenendaal, Ingenieursbureau Land, d.d. 18 mei 2021 15 Bijlage 13: Voortoets Stikstofdepositie gebruiksfase Melmseweg fase III te Veenendaal, Ingenieursbureau Land, d.d. 28 oktober 2020 16 Bijlage 14: Beoordeling Metasequioa, Pius Floris Voomverzorging, d.d. 22 februari 2019

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

20 van 25

3.3.6 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en richt zich op het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid worden uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Om de risico's bij een mogelijke calamiteit te beperken dient er bij nieuwbouw een fysieke afstand te worden gehouden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en risicobronnen. Voor onderhavig plan is een memo externe veiligheid opgesteld. In deze paragraaf is de conclusie opgenomen. De memo externe veiligheid is als bijlage17 opgenomen. Conclusie memo externe veiligheid In de omgeving van het plangebied zijn er geen buisleidingen, vervoersverbindingen en/of inrichtingen gelegen welke op het gebied van externe veiligheid van invloed zijn op de onderhavig plan. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan, een goed woon- en leefklimaat blijft gewaarborgd. 3.3.7 Luchtkwaliteit Met onderhavig plan worden er 165 wooneenheden mogelijk gemaakt. Naast de effecten van onderhavig plan op de luchtkwaliteit, moet worden bezien of er voor de te realiseren woningen voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Voor onderhavig plan is een memo luchtkwaliteit opgesteld. In deze paragraaf is de conclusie opgenomen.

De memo luchtkwaliteit is als bijlage18 opgenomen. Conclusie memo externe veiligheid Uit de opgestelde memo kan worden geconcludeerd dat zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavig plan. Conclusie Onderhavig plan leidt niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit en daarnaast is er ook sprake van een goed woon-en leefklimaat.

17 18

Bijlage 15: Memo externe veiligheid, Aveco de Bondt, d.d. 8 april 2019 Bijlage 16: Memo luchtkwaliteit, Aveco de Bondt, d.d. 18 december 2019

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

21 van 25

3.3.8

Verkeer en parkeren

3.3.8.1 Verkeer Onderhavig plan zorgt voor een toename aan het aantal verkeerswegegingen. Door RoyalHaskoningDHV is een memo opgesteld wat betreft de afwikkeling van het verkeer, een analyse van de huidige situatie en de parkeerbalans. In deze paragraaf is de conclusie opgenomen. De memo is als bijlage19 opgenomen. Conclusie memo In het verkeersonderzoek dat hoort bij de bestemmingsplan procedure voor Veense Poort Fase 3 zijn een aantal aandachtspunten benoemd. Uit de berekening met de Methode Harders blijkt dat de gemiddelde wachttijd voor het verkeer op het kruispunt Nieuweweg met De Kweek zowel in de ochtend- als avondspits acceptabel is. Ook de afwikkeling van het verkeer op het kruispuntencomplex Nieuweweg – Grote Beer – Rondweg-west is voldoende. Dit beeld is bevestigd tijdens de schouw in de ochtendspits. Het verkeersbeeld op de Nieuweweg is rustig, waardoor er voor verkeer vanaf De Kweek voldoende ruimte is om de Nieuweweg op te rijden. Uit het typische verkeersbeeld van Google blijkt dat verkeer zowel in de ochtend- als avondspits het kruispunt Nieuweweg – De Kweek zonder vertraging passeert. Tijdens de schouw zijn geen gevaarlijke manoeuvres gezien, waarbij verkeer in een klein hiaat duikt. De parkeervakken langs de Nieuweweg liggen op voldoende afstand van het kruisingsvlak.

Het realiseren van een extra ontsluiting is niet noodzakelijk omdat de huidige ontsluiting het verkeer nu en in de toekomst goed kan verwerken. Daar komt bij dat de schematische geprojecteerde ligging van de tweede ontsluiting (in de bocht dichtbij het kruispunt Nieuweweg – Grote Beer) verkeersonveilige situaties kan opleveren. Daarom adviseren wij om deze extra ontsluiting niet te realiseren. 3.3.8.2 Parkeren Op basis van de parkeernormen (2020) van de gemeente Veenendaal is berekend dat voor Fase 3 179 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. De huidige parkeerbezetting door bewoners is ook geteld. Het overgrote deel van de parkeerplaatsen voor Fase 2 is al aangelegd, maar de woningen zijn nog niet allemaal bewoond. Mogelijk verandert de bezetting per woning als Fase 2 ook volledig gebouwd en bewoond is. Uit deze telling blijkt dat het aantal geparkeerde auto’s door bewoners (1,20 per woning) lager ligt dan de parkeernorm uit 2008 (1,5 per woning voor bewoners). Het zou kunnen zijn dat een lagere parkeernorm acceptabel is, maar een zuiver beeld van de parkeerdruk in Veense Poort ontstaat pas wanneer Fase 2 volledig gerealiseerd is. Om deze effecten in beeld te krijgen moet de parkeerbezetting gemonitord worden.

19

Bijlage 17: Notitie/Memo Veense Poort Fase 3, RoyalHaskoningDHV, d.d. 20 mei 2021

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

22 van 25

In overleg met de gemeente Veenendaal wordt gekeken naar een andere norm voor het onderhavige plan, als een soort van pilot project. De uitwerking van het aantal benodigde parkeerplaatsen en de situering dient nog nader uitgewerkt te worden. Conclusie Met onderhavig plan gaat de hoeveelheid verkeer vanaf de Veense Poort toenemen. Doordat de hiaten in de verkeersstromen op de Nieuweweg groot zijn, is er veel ruimte voor verkeer uit De Kweek om de Nieuweweg op te rijden. De verwachte toename van het verkeer kon zonder problemen de Nieuweweg op blijven rijden. Daarnaast wordt er in overleg met de gemeente Veenendaal het aantal benodigde parkeerplaatsen bepaald. 3.3.9 Water Voor onderhavig plan is een watertoets uitgevoerd. Het belangrijkste doel van een watertoets is het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een negatief effect hebben op het watersysteem en indien ze wel een negatief effect hebben dit effect te beperken. In deze paragraaf is de conclusie van de watertoets opgenomen. De watertoets is als bijlage20 opgenomen. Conclusie watertoets De thema’s zijn behandeld en de conclusie is dat de beoogde ontwikkeling volgens het huidige plan dat er ligt geen nadelige gevolgen heeft op het watersysteem en gerealiseerd kan worden zonder dat watercompensatie hoeft plaats te vinden bij toepassing van de beleidsregels van het Waterschap Vallei en Veluwe.

Met de retentievijver en het knijpen van de afvoer capaciteit wordt voldaan aan de eis vanuit de gemeente Veenendaal die stelt dat de afvoer van het hemelwater vertraagd moet worden tot 3 l/s/ha. Conclusie Er worden geen effecten verwacht ten aanzien van de waterkwaliteit en waterkwantiteit.

3.4

Beoordeling van de effecten

3.4.1 Conclusie t.a.v. mogelijke aanzienlijke milieueffecten In het algemeen leidt onderhavig plan slechts in beperkte mate tot effecten voor de omgeving. Beperkte effecten zijn te verwachten ten aanzien van geluid (er zijn akoestische maatregelen en bouwkundige voorzieningen nodig om de woningen te kunnen bouwen en er is een beperkte toename van geluidbelasting op omliggende woningen door de extra verkeersbewegingen), bedrijven en milieuzonering (de huidige bedrijfsvoering van Nieuweweg 223 zorgt voor belemmering van geluid op de gevels), natuur (aanwezigheid van beschermde soorten, er dienen maatregelen getroffen te worden) en cultuurhistorie 20

Bijlage 18: Notitie Watertoets, Waterpas civiel adviesbureau, d.d. 13 oktober 2020

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

23 van 25

(de 1e Melmseweg 10 blijft niet behouden, welke gewaardeerd is met een middelhoge erfgoedwaarde vanwege de karakteristieke bouwstijl). Voor al deze aspecten geldt dat het niet gaat om aanzienlijke milieueffecten. 3.4.2 Conclusie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van deze m.e.r.-beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Het voorstel is om het collega van B&W van de gemeente Veenendaal op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

24 van 25

BIJLAGEN Bijlage 1: Aanvullende geluidberekening ten behoeve van aanmeldnotitie m.e.r., Peutz, d.d. 25 juni 2019 Bijlage 2: Akoestisch onderzoek, Peutz, d.d. 19 maart 2019 Bijlage 3: Overzicht bodemkwaliteit ‘fase 3’, Ingenieursbureau Land, d.d. 3 mei 2019 Bijlage 4: Onderzoek Bedrijven & Milieuzonering / Geluid, Sweco, d.d. 22 mei 2019 Bijlage 5: Actualisatie bureauonderzoek 1e Melseweg te Veenendaal, Synthegra, d.d. 8 januari 2020 Bijlage 6: Cultuurhistorisch onderzoek 1e Melseweg te Veenendaal, Synthegra, d.d. 13 maart 2019 Bijlage 7: Notitie ecologische begeleiding fase 3 ontwikkeling De Veense Poort, De Groene Ruimte, d.d. 2 april 2019 Bijlage 8: Quickscan Wet natuurbescherming Nieuweweg 225, 227 en 229 Veenendaal, De Groene Ruimte, d.d. 3 juni 2020 Bijlage 9: Nader onderzoek beschermde soorten Nieuweweg 225, 227 en 229 Veenendaal, De Groene Ruimte, d.d. 22 september 2021 Bijlage 10: Voortoets stikstofdepositie Melmseweg bouwfase IIIA te Veenendaal, Ingenieursbureau Land, d.d. 19 mei 2021 Bijlage 11: Voortoets stikstofdepositie Melmseweg fase IIIB te Veenendaal sloop- en bouwfase, Ingenieursbureau Land, d.d. 19 mei 2021 Bijlage 12: Voortoets stikstofdepositie Melmseweg fase IIIC te Veenendaal, Ingenieursbureau Land, d.d. 18 mei 2021 Bijlage 13: Voortoets Stikstofdepositie gebruiksfase Melmseweg fase III te Veenendaal, Ingenieursbureau Land, d.d.

28 oktober 2020 Bijlage 14: Beoordeling Metasequioa, Pius Floris Voomverzorging, d.d. 22 februari 2019 Bijlage 15: Memo externe veiligheid, Aveco de Bondt, d.d. 8 april 2019 Bijlage 16: Memo luchtkwaliteit, Aveco de Bondt, d.d. 18 december 2019 Bijlage 17: Notitie/Memo Veense Poort Fase 3, RoyalHaskoningDHV, d.d. 20 mei 2021 Bijlage 18: Notitie Watertoets, Waterpas civiel adviesbureau, d.d. 13 oktober 2020

datum 27 september 2021

Veense Poort fase 3, Veenendaal

pagina

25 van 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11433553/1