3.c Regels bestemmingsplan Het Vennehof
Tekst van het document
bestemmingsplan
HET VENNEHOF
Het Vennehof
bestemmingsplan (concept)
bestemmingsplan Het Vennehof
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten
4 4 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
BESTEMMINGSREGELS Groen Verkeer Wonen
11 11 12 13
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
16 16 17 18 19 20 21 22
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel
23 23 24
2
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
Regels
bestemmingsplan
3
bestemmingsplan Het Vennehof
Hoofdstuk 1 Artikel 1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan Het Vennehof met identificatienummer NL.IMRO.0345.bphetvennehof-vg01 van de gemeente Veenendaal. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aaneengebouwde woningen
blokken van meer dan twee niet-gestapelde woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar zijn gebouwd. 1.6
achtergevel
een van de weg of openbaar toegankelijk gebied afgekeerde gevel van een (hoofd)gebouw. 1.7
additionele voorzieningen
voorzieningen die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan een bestemming of functie. 1.8
ambachtelijk bedrijf
een bedrijf, dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen. 1.9
balkon
een buiten de gevel stekende constructieve open buitenruimte van een gebouw die niet verbonden is met de begane grond of een aan- of uitbouw. 1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken. 1.11
bebouwingspercentage
een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.12
bedrijf aan huis
het door bewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend.
4
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
1.13
beroep aan huis
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.14
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.15
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak. 1.17
bodemingrepen
werken en werkzaamheden, waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten. 1.18
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.20
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.21
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.22
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel. 1.23
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten. 1.24
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25
bouwwerk geen gebouw zijnde
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
bestemmingsplan
5
bestemmingsplan Het Vennehof
1.26
bovenwoning
een al dan niet uit meerdere bouwlagen bestaande woning, deel uitmakend van een gebouw waarin vanaf de eerste verdieping ofwel de tweede bouwlaag meerdere woningen zijn ondergebracht, zodanig dat deze boven dan wel naast elkaar gesitueerd zijn, waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid gewaarborgd is. 1.27
dakoverstek
het deel van het dakvlak dat uitsteekt boven de gevel. 1.28
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.29
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.30
evenement
elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. 1.31
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.32
geluidbeperkende voorziening
een al dan niet gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluidhinder, zoals een geluidscherm of een geluidwal. 1.33
gestapelde woning(en)
een woning die zich bevindt in een woongebouw dat bestaat uit twee of meer boven -of nagenoeg boven- elkaar gesitueerde woningen 1.34
hoofdgebouw
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en op het perceel naar aard en omvang het belangrijkst is. 1.35
huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. 1.36
infrastructuur
voorzieningen ten behoeve van verkeer en waterhuishouding zoals stuwen, bruggen, tunnels, duikers, aanlegsteigers, vlonders, kadewanden, keermuren, lichtmasten, beeldende kunst, openbaar vervoer haltes, overkappingen, stallingsruimten, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeersregelinstallaties en afvalcontainers, alsmede parkeervoorzieningen, en een geluidbeperkende voorziening. 1.37
kamerbewoning
bewoning in de vorm van niet zelfstandige wooneenheden in een woning in de vorm van één of meerdere kamers. 1.38
laden en lossen
onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.
6
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
1.39
nutsbedrijf
bedrijf gericht op de productie en/of distributie van een of meer dan één nutsvoorziening. 1.40
nutsvoorziening
voorzieningen ten behoeve van (de aansluiting op) het openbare net van gas, water, elektriciteit, riolering, stadsverwarming, en het telecommunicatieverkeer, of daaraan gelijk te stellen voorzieningen. 1.41
omgevingsvergunning
vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.42
ondergeschikte horeca
horeca die ten dienste staat van een bepaalde functie en die in aard, omvang, exploitatie en openingstijden daar ondergeschikt aan is, zoals een (bedrijfs)kantine. 1.43
ondergronds bouwwerk
een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen beneden peil. 1.44
onderkomen
een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat of die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent. 1.45
oorspronkelijk hoofdgebouw
het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. 1.46
openbare ruimte
de op de verbeelding aangewezen grond, die bestemd is voor verkeer, groen en water. 1.47
overkapping
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en waarvan de steunconstructie uit ten hoogste één wand bestaat. 1.48
parkeren
een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen. 1.49
perceel
een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten. 1.50
perceelsgrens
de grens van een perceel. 1.51
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.52
recreatief verblijf
gebruik van bebouwing, uitsluitend bestemd om te dienen voor kortdurend recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen.
bestemmingsplan
7
bestemmingsplan Het Vennehof
1.53
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan een bedrijf voor prostitutie zoals een bordeel. 1.54
twee-onder-een-kap woning
een blok van twee aaneengebouwde woningen. 1.55
verbeelding
de analoge en digitale voorstelling van de in het plan opgenomen digitale ruimtelijke informatie. 1.56
voorgevel
de naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel, erkers en luifels niet meegerekend. 1.57
voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn waarop de voorgevel(s) van een woning is/zijn geplaatst. 1.58
vrijstaande woning
een niet-aaneengebouwde woning; 1.59
woning
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor huisvesting in een zelfstandige woning van maximaal 1 huishouden. 1.60
zelfstandige woning
een woning met eigen toegang, eigen keuken en toilet. 1.61
zijgevel
een gevel van een (hoofd)gebouw, niet zijnde een voor- of achtergevel.
8
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afmetingen, diepte en breedte van overige bouwwerken:
tussen de verst van elkaar gelegen punten van die bouwwerken, horizontaal, dan wel verticaal gemeten. 2.2
de afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens:
de kortste afstand tussen de grens van een bouwperceel en enig punt van het op het bouwperceel voorkomende of nog te bouwen gebouw; 2.3
de afstand tussen gebouwen:
de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de brutovloeroppervlakte van een gebouw:
gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.6
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8
de hoogte van een bouwlaag:
de horizontale projectie van de ruimte tussen de harten van de vloeren of balklagen. 2.9
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.10
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.11
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidingsmuren). 2.12
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.13
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
bestemmingsplan
9
bestemmingsplan Het Vennehof
2.14
het buitenwerks meten van maten
voor het buitenwerks meten van maten geldt dat uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing blijven, zoals bij dakgoten, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren en kleine schoorstenen. 2.15
het peil:
a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
10
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
BESTEMMINGSREGELS
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. nutsvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. hondenuitlaatvoorzieningen; f. beeldende kunst; g. voetpaden; h. additionele voorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1
Algemeen
Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken geen gebouw zijnde die ten dienste staan van deze bestemming. 3.2.2
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van beeldende kunst mag maximaal 10 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde mag maximaal 6 meter bedragen. 3.3 Specifieke gebruiksregels a. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor fietspaden, parkeerplaatsen, wegen en wegverbredingen, tenzij het bestaande voorzieningen betreffen. b. Incidenteel, waaronder regelmatig terugkerend gebruik ten behoeve van evenementen, welke voldoen aan het geldende plaatselijke evenementenbeleid, worden niet als strijdig gebruik gerekend. 3.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in het kader van een niet-ingrijpende herinrichting van het openbaar gebied met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.3 ten behoeve van: a. het gebruik voor fietspaden; b. het gebruik voor parkeerplaatsen; c. het gebruik voor wegen indien sprake is van een reconstructie van aangrenzende wegen; Voor het verlenen van deze omgevingsvergunning gelden de volgende voorwaarden: a. de herinrichting mag geen onevenredig inbreuk maken op de aanwezige hoofdgroenstructuur; b.
de herinrichting dient te voldoen aan de beleidsregels voor groencompensatie zoals geldt voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag.
bestemmingsplan
11
bestemmingsplan Het Vennehof
Artikel 4 4.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen ten behoeve van wegverkeer; b. infrastructuur; c. nutsvoorzieningen; d. standplaatsen; e. groenvoorzieningen; f. (speel)pleinen; g. additionele voorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1
Algemeen
Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken geen gebouw zijnde die ten dienste staan van de omschrijving in artikel 4.1 en tevens voldoen aan de voorwaarden in artikelen 12.1 ten behoeve van parkeren. 4.2.2
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van fietsenstallingen mag maximaal 4 meter bedragen; c. de bouwhoogte van lichtmasten mag maximaal 12 meter bedragen; d. de bouwhoogte van beeldende kunst mag maximaal 10 meter bedragen; e. de maatvoering van reclame-uitingen dient te voldoen aan het reclamebeleid zoals geldt voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde mag maximaal 6 meter bedragen. 4.3 Specifieke gebruiksregels Incidenteel, waaronder regelmatig terugkerend gebruik ten behoeve van evenementen, welke voldoen aan het geldende plaatselijke evenementenbeleid, worden niet als strijdig gebruik gerekend.
12
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in aaneengebouwde, twee-onder-een-kap en gestapelde woningen, met dien verstande dat 1. ten minste 10% van de woningen sociale koopwoningen zijn die voldoen aan de ten tijde van de indiening van de aanvraag geldende doelgroepenverordening; b. een beroep aan huis of bedrijf aan huis met inachtneming van artikel 5.4 Specifieke gebruiksregels; c. parkeer- en stallingsvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. additionele voorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1
Algemeen
Uitsluitend mogen worden opgericht gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde die ten dienste staan van de omschrijving in artikel 5.1 en tevens voldoen aan de voorwaarden in artikelen 12.1 ten behoeve van parkeren. 5.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. in afwijking van het gestelde onder a mogen balkons bij gestapelde woningen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits de afwijking van het bouwvlak niet meer dan 2,5 meter bedraagt; c. een hoofdgebouw moet in de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd. Indien op de verbeelding de gevellijn is aangeduid geldt deze als de naar de weg gekeerde bouwgrens; d. het type woning welke mag worden gebouwd betreft uitsluitend het type (of meerdere types) zoals aangeduid op de verbeelding; e. het maximum aantal woningen betreft 104; f. behoudens de ter plaatse aangeduide bouwaanduidingen, bedragen de maximum goot- en bouwhoogte voor respectievelijk 6 en 10 meter. g. de maximale bouwdiepte van de hoofdgebouwen voor aaneengebouwde en twee-onder-een-kap woningen bedraagt 10 meter. 5.2.3
Bijbehorende bouwwerken bij grondgebonden woningen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij grondgebonden woningen gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken moeten binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. de oppervlakte aan vergunningsvrije en vergunningsplichtige bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan: 1. in geval van een bouwperceel kleiner dan of gelijk aan 200 m2: 25% van het bouwperceel; 2. in geval van een bouwperceel groter dan 200 m2: 50m², vermeerderd met 20% van het deel van het bouwperceel dat groter is dan 200 m2, tot een maximum van in totaal 120m². 3. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken gelegen binnen de maximaal toegestane diepte van de zone van het hoofdgebouw blijft hierin buiten beschouwing; c. een bijbehorend bouwwerk moet minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw worden gebouwd; d. de maximale goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag respectievelijk 3,3 meter en 5 meter bedragen; e. voor de aangebouwde bijbehorende bouwwerken geldt een maximale bouwhoogte van 0,3 meter boven de aansluitende verdiepingsvloer óf maximaal 3,3 meter; f. in afwijking van het bepaalde onder e, geldt voor een bijbehorend bouwwerk van meer dan één bouwlaag aan de zijgevel van het hoofdgebouw dat: 1. de goothoogte maximaal 3,3 meter bedraagt; 2. de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 80% van de bouwhoogte van het bestaande
bestemmingsplan
13
bestemmingsplan Het Vennehof hoofdgebouw met een maximum van 7,5 meter; 3. het dakvlak mag tot maximaal 1 meter achter de achtergevel van het hoofdgebouw doorlopen; 4. de dakhelling dient gelijk te zijn aan die van het hoofdgebouw. 5.2.4
Erkers en luifels
In afwijking van 5.2.3 gelden voor het bouwen van erkers en luifels aan woningen de volgende regels: a. erkers en luifels mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 0,3 meter boven de aansluitende verdiepingsvloer; c. de maximum breedte bedraagt 60% van de voorgevel van het hoofdgebouw; d. de maximum diepte bedraagt 1 meter; e. de minimale afstand tot de voorste perceelsgrens bedraagt 2 meter, tenzij de vergunde afstand minder bedraagt, in welk geval de vergunde afstand tot de voorste perceelsgrens als minimum geldt. 5.2.5
Bijbehorende bouwwerken gestapelde woningen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij gestapelde woningen gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken moeten binnen het hoofdgebouw worden gerealiseerd; b. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 5 m2 per woning. 5.2.6
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevel maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt achter de voorgevel maximaal 2 meter; c. de maatvoering van reclame-uitingen ten behoeve van een beroep aan huis of bedrijf aan huis dient te voldoen aan het reclamebeleid zoals geldt voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 3 meter. 5.2.7
Voorwaardelijke verplichting Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen onder voorwaarde dat aangetoond wordt dat aan het Puntensysteem Omgevingsvisie kan worden voldaan. 5.2.8
Voorwaardelijke verplichting geluid
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen onder voorwaarde dat is aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen en inspanningsverplichtingen conform bijlage 4 van de Beleidsregel hogere waarden Wgh van de gemeente veenendaal en dat, middels een gevelweringsonderzoek, is aangetoond dat voldaan kan worden aan een goed binnenklimaat conform deze beleidsregel. 5.2.9
Voorwaardelijke verplichting ecologie
Burgemeester en wethouder verlenen slechts een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen onder voorwaarde dat een omgevingsvergunning flora en fauna activiteit bij de provincie is verleend om zo te voldoen aan de voorwaarden die gesteld zijn in het aanvullende ecologisch onderzoek (zie Bijlage 7 Aanvullend Ecologisch onderzoek)
5.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 5.2.2 onder f en g. ten aanzien van de maximaal toegelaten nokhoogte en bouwdiepte van grondgebonden woningen, onder de volgende voorwaarden: a. De nokhoogte en bouwdiepte kunnen maximaal met 5% worden vergroot; b. De afwijkingsbevoegdheid kan slechts worden toegepast, mits de aanvrager dit goed ruimtelijk onderbouwt bij de aanvraag omgevingsvergunning.
14
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Beroep en bedrijf aan huis
Beroep aan huis of bedrijf aan huis is toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Niet meer dan 30% met een maximum van 45 m² van de oppervlakte van de bebouwing op het bouwperceel ten behoeve van deze activiteit wordt gebruikt; b. De activiteiten mogen niet vergunnings- dan wel meldingsplichtig zijn op grond van milieuwetgeving; c. Bij de uitoefening van de activiteiten moet worden voldaan aan het geldende parkeernormenbeleid, in die zin dat voldoende parkeerruimte op het perceel aanwezig is voor zowel het gebruik van het perceel ten behoeve van bewoning als het beroep aan huis of bedrijf aan huis of dat de parkeercapaciteit in de directe omgeving voldoende is om de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van de uitoefening van het beroep aan huis of bedrijf aan huis op te vangen. 5.4.2
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor: a. bewoning van of het aanbieden van logies van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; b. het bewonen van een woning door meer dan 1 zelfstandig huishouden waaronder kamerbewoning; c. detailhandel, niet zijnde internetverkoop zonder afhaal- of uitstalfunctie. 5.5 Afwijken sociale woningbouw 5.5.1
Afwijken aantal sociale woningen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5.1 onder a.1. Bij een dergelijke afwijking dient door de aanvrager, middels een erkend woningbehoefte-onderzoek, aangetoond te worden dat een ander woningbouwprogramma noodzakelijk is omdat de huidige woningbouwmarkt niet voorziet in afnamemogelijkheden van deze woningtypologie. 5.6
Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1
Toestaan van kamerbewoning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5.4.2 onder b voor het bewonen van een woning door meerdere huishoudens ten behoeve van kamerbewoning, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het beleid voor kamerverhuur zoals geldt voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag.
bestemmingsplan
15
bestemmingsplan Het Vennehof
Hoofdstuk 3 Artikel 6
ALGEMENE REGELS
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
16
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan onder het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken.
bestemmingsplan
17
bestemmingsplan Het Vennehof
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Als gebruik in strijd met de bestemming als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, geldt in ieder geval: a. het gebruik van een bouwwerk voor een seksinrichting; b. de permanente bewoning van recreatiewoningen, kampeermiddelen en andere onderkomens en gebouwen die niet voor permanente bewoning bestemd zijn; c. het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; d. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; e. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; f. het gebruik van niet-bebouwde grond voor het opslaan, storten of bergen van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden;
18
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
9.1
Milieuzone - boringsvrije zone
9.1.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de beschermende laag in de bodem rond de winning Veenendaal. In deze zone zijn de provinciale regels van toepassing. Het roeren van gronden, zoals het maken van boorputten, grond- en funderingswerken, dieper dan 30 meter onder het maaiveld is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming van de provincie Utrecht is verkregen. 9.1.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren binnen de gronden als bedoeld in 9.1.1: a. het maken en/of het buitengebruik stellen van boorputten; b. het realiseren van ondergrondse bouwwerken; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem zoals damwanden, diepwanden of schermen, alsmede het verwijderen van deze voorwerpen; d. het realiseren van funderingswerken, zoals het aanbrengen van palen in de grond. 9.1.3 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het in 9.1.2 vervatte verbod geldt niet voor: a.
werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis binnen het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer; b. werken en werkzaamheden op een diepte van minder dan 30 meter onder het maaiveld; c. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het verkrijgen van rechtskracht van het plan. 9.1.4
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
De werken en werkzaamheden als bedoeld in 9.1.2 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachte gevolgen, geen onevenredige aantasting van het grondwater ontstaat of kan ontstaan.
bestemmingsplan
19
bestemmingsplan Het Vennehof
Artikel 10 10.1
Algemene afwijkingsregels
Maatvoering
Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening van het plan afwijken ten aanzien van: a. de regels van het plan ten behoeve van het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van een bouwgrens ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding. De afwijking mag ten hoogste 5 meter bedragen; b. de regels van het plan om toe te staan dat openbare nutsgebouwen, wachthuisjes ten behoeve van openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, mits inhoud per gebouw niet meer dan 50 m³ bedraagt; c. de regels van het plan ten aanzien van de maximum (bouw)hoogte van gebouwen om toe te staan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische installaties wordt vergroot, mits de vergroting leidt tot een hoogte welke niet meer bedraagt dan 1,2 maal de maximum (bouw)hoogte van het betreffende gebouw; d.
het bepaalde ten aanzien van het bouwen van (hoofd)gebouwen binnen het bouwvlak en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door balkons over maximaal de halve gevelbreedte per wooneenheid, ingangspartijen, luifels, galerijen en noodtrappenhuizen, mits de bouwgrens met niet meer dan 2 meter wordt overschreden. 10.2 Geen onevenredige afbreuk De in 10.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
20
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
Artikel 11 11.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan wijzigen ten aanzien van: a. het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan met dien verstande dat de afwijking ten hoogste 5 meter mag bedragen, mits het wijzigingen betreft waarbij geen belangen van derden onevenredig worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding; b. het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere wettelijke regeling, indien deze wordt gewijzigd.
bestemmingsplan
21
bestemmingsplan Het Vennehof
Artikel 12 12.1
Overige regels
Voorwaardelijke verplichting parkeren
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van bouwwerken en gronden, met inachtneming van het de voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag geldende parkeernormenbeleid, indien: a. bij de aanvraag aangetoond wordt dat het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij op eigen terrein en/of onmiddellijke omgeving bij de ontwikkeling in voldoende parkeergelegenheid voor zowel bewoners als bezoekers wordt voorzien en deze in stand gehouden wordt; b. of aangetoond wordt dat het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; c. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien. Met dien verstande dat de omgevingsvergunning alsdan uitsluitend wordt verleend indien de verwachte effecten inzichtelijk zijn gemaakt en is aangetoond op welke wijze de hinder voor de directe omgeving geminimaliseerd wordt. 12.2 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken met een parkeerbehoefte dan wel een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen zonder dat hierin in voldoende mate is voorzien conform artikel 12.1.
22
bestemmingsplan
bestemmingsplan Het Vennehof
Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 13.1.2 Vergroten inhoud Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 13.1.1 met maximaal 10%. 13.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 13.2
Overgangsrecht gebruik
13.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 13.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 13.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
bestemmingsplan
23
bestemmingsplan Het Vennehof
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Het Vennehof Behoort bij het besluit van de raad der gemeente Veenendaal d.d. 21 maart 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan Het Vennehof Mij bekend, de griffier.
24
bestemmingsplan