3.c Bijlage aanvraag omgevingsvergunning - Natuurinclusief bouwen advies - Zandbergen Veenendaal
Tekst van het document
Pagina 1 van 9
1
Datum: Auteur(s): Kwaliteitscontrole:
15 oktober 2025 Mw. R.J. de Konink (BSc) Dhr. G.R. Bouw
Betreft:
Natuurinclusief bouwen, advies – Zandbergen Veenendaal
Inleiding In de komende periode wordt aan de Bobinestraat in Veenendaal een nieuw bedrijfspand gerealiseerd voor Zandbergen, ingericht voor een moderne en efficiënte logistieke bedrijfsvoering. Het pand zal beschikken over laad- en losdocks, waardoor vrachtwagens eenvoudig kunnen aan- en afrijden via de bestaande, opnieuw in gebruik genomen oprit (fig 1.1, 1.2). Een belangrijk onderdeel van de nieuwbouw is de realisatie van een vrieshal, waarvoor een deel van het gebouw wordt opgehoogd tot een hoogte van circa 30 meter. De beschikbare ruimte rondom het gebouw is beperkt. Aan de noordzijde is plaats voor de logistieke functies, terwijl langs de overige gevels slechts smalle stroken beschikbaar zijn voor een voetpad en beperkte groenvoorziening. Een bestaande groenzone op het terrein ontbreekt, wat het belang onderstreept om de beschikbare ruimte optimaal te benutten voor vergroening en natuurinclusieve elementen. Ondanks deze ruimtelijke beperkingen biedt de nieuwbouw mogelijkheden voor een groene en duurzame inrichting door het integreren van verticale gevelbeplanting, groene daken, en nestvoorzieningen. Hiermee wordt niet alleen de hittestress beperkt en het gebouw energieefficiënter gemaakt, maar ook een waardevolle bijdrage geleverd aan biodiversiteit en een prettige werkomgeving.
Fig. 1.1, Vooraanzicht voorstel nieuw bedrijfspand (bron: van Fig. 1.2, Vooraanzicht voorstel nieuw bedrijfspand, zicht vanaf de Bokhorst Architecten). overzijde straat (bron: van Bokhorst Architecten).
Pagina 2 van 9
2
Natuurinclusief bouwen, advies Het doel van dit advies is om: • De hittestress en energiebelasting van het gebouw te beperken; • Een bijdrage te leveren aan biodiversiteit binnen het bedrijventerrein; • De visuele en ecologische kwaliteit van het complex te versterken; • Natuurinclusieve elementen te integreren in de bouwkundige en landschappelijke inrichting. De gevels van het nieuwe gebouw zijn grotendeels vlak en bestaan uit metalen panelen. Deze bieden van nature weinig grip voor beplanting of fauna. Daarom wordt geadviseerd om een verticale groene gevelstructuur toe te passen.
2.1
Aanbevolen ontwerp Zoals vanuit de opdrachtgever al voorgesteld werd, zullen er klimplanten door middel van geleidingsdraden rondom het bedrijfspand geplant gaan worden. Het is hierbij aanbevolen om een onderconstructie van roestvast staal of aluminium te gebruiken met geleidingsdraden en bij voorkeur planten in volle grond te planten. Eventueel zijn plantenbakken ook een optie, mits hierin bijvoorbeeld voorzien wordt van watergift. Met de ruimte die gecreëerd wordt tussen groene gevels en de vlakke gevel van het pand komt een schaduwplek vrij dat de volgende voordelen zal meebrengen: • Thermisch voordeel: beplanting zorgt voor schaduw en een lagere geveltemperatuur; essentieel voor het stabiel houden van de temperatuur in de vrieshal. • Ecologische meerwaarde: groene gevels en bevorderd die aanwezigheid van insecten, vogels en vleermuizen. • Esthetische waarde: vergroent het straatbeeld en verzacht de industriële uitstraling. Het is hierbij belangrijk om donkere of hoogglanzende metalen panelen die warmte vasthouden niet te gebruiken om planten op te laten groeien, maar juist geleidingsdraden en onderconstructie die 10 cm of meer van de gevel af staan waardoor de luchtstroom rondom de planten bevorderd blijft. In figuur 2.1 wordt de aanbevolen situatie geschetst. Dit is de tweede optie gevelbeplanting, het grondgebonden systeem met klimhulp.
Fig. 2.1, Voorbeelden gevelbeplanting (Bron: Mitigatiecatalogus gebouwbewonende soorten, Arcadis, 2023)
Pagina 3 van 9
2.2
Beplanting en onderhoud Voor alle vier de gevels van het nieuwe bedrijfspand zijn in de volgende bladzijden voorbeelden gegeven van klimmende planten. Deze hebben ieder hun specifieke eisen en jaarlijks snoei- en begeleidingswerk nodig, mogelijk samen met een automatisch irrigatiesysteem met druppelleiding of sensor gestuurd systeem gekoppeld aan regenwateropvang. Zuid- en westgevel: hittebestendige en droogteresistente plantensoorten • Wilde wingerd (Parthenocissus quinquefolia), is een winterharde plant, maar niet wintergroen. In het najaar kleurt hij oranje rood en zal vervolgens zijn bladeren laten vallen (Fig 2.2). Hierdoor te combineren met bosrank (Clematis vitalba) bijvoorbeeld die groen zal blijven in de winter. De Wilde wingerd heeft hulp nodig om zijn weg naar boven te vinden maar zal daarna zonder steun verder kunnen (Florum, 2025). Hij maakt ook zijn eigen zuignapjes en hechtworteltjes aan, waardoor andere planten hier zich aan kunnen hechten en omhoog kunnen klimmen. Fig. 2.2, Wilde wingerd klimmend tegen huis (Bakker, 2025) •
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) kan gekozen worden voor zijn aantrekking van insecten vanwege zijn geur en kleur. Hij is winterhard maar blijft niet groen in de winter. Deze plant wordt maximaal 10 meter hoog (Cruydt Hoeck, 2025). Bij voorkeur van wintergroene planten kan Lonicera henryi (de groenblijvende kamperfoelie) gekozen worden die tussen juni en augustus bloeit waar veel vlinders en bijen op af komen, met daarnaast de bessen die later in het seizoen vogels aantrekken.
Fig. 2.3, Wilde kamperfoelie (links) (Groene gevels.be) en Groenblijvende kamperfoelie (rechts) (Baldur-nederland.nl).
Pagina 4 van 9 •
De Bruidssluier (Fallopia aubertii) is ook een goede optie als klimplant voor de groene gevel. Het is een snelle klimplant dat ervan houdt om in de zon te staan of in de halfschaduw. Bereikt een hoogte van ongeveer 10 tot 12 meter.
Fig. 2.4, Klimmende bruidssluier (Metadecor, 2025).
Oostgevel: gemengde beplanting met schaduw- en vochtminnende soorten • De Blauwe regen (Wisteria sinensis), is een winterharde plant maar niet wintergroen. Dit betekent dat hij zijn bladeren verliest in het najaar en weer opnieuw uitloopt in de lente. Deze plant kan gecombineerd worden met bosrank (Clematis vitalba) die wel groen blijft het gehele jaar. Blauwe regen begint met bloeien na ongeveer zijn 2e of 3e jaar vanaf april tot juni (Directplant, 2019). Deze plant is een sterk groeiende klimplant dat regelmatig gesnoeid moet worden als er weinig ruimte is om te groeien. Uiteindelijk kan deze plant hoogtes tussen 10 en 25 meter bereiken (Van den Berk Boomkwekerijen. Hij heeft de voorkeur bij een humusrijke grond en voldoende vocht. Deze grond laat ook de bosrank goed gedijen (Florum, 2025).
Fig. 2.5, Klimmende Blauwe regen (Sikkom, 2024).
Pagina 5 van 9
•
De klimhortensia (Hydrangea anomala subsp. petiolaris) is een winterharde, bladverliezende klimplant die populair is voor groene gevels en schaduwrijke tuinen. Deze plant hecht zich met luchtwortels aan muren, schuttingen of gaasconstructies en kan tot wel 10 meter hoog groeien. In de zomer bloeit de klimhortensia met grote, witte schermvormige bloemen die bijen en andere bestuivers aantrekken. Het hartvormige, frisgroene blad zorgt voor een volle, sierlijke uitstraling gedurende het groeiseizoen, terwijl de kale takken in de Fig. 2.6, Klimhortensia (Atuin, 2025) winter structuur en karakter geven. De klimhortensia is bovendien onderhoudsarm, verdraagt schaduw goed en draagt bij aan biodiversiteit en verkoeling rond gebouwen. (Bomenenzo, 2025).
Pagina 6 van 9
2.3
Natuurinclusieve voorzieningen vogels, vleermuizen en insecten Wanneer er voorkeur is voor het aanbrengen van nestkasten voor vogels en vleermuizen, kunnen deze het best worden geplaatst aan of rondom de oost-, west- en noordgevels van het nieuwe pand. Deze gevels bieden de juiste combinatie van beschutting, beperkte zoninstraling en rust. Echter, bij een gebouw met gladde metalen gevelpanelen is het technisch uitdagend om nestkasten rechtstreeks te monteren of te integreren. De gevel biedt weinig draagkracht, en doorboren kan leiden tot lekkages, koudebruggen of schade aan de isolatie. Daarnaast vormt de aanwezigheid van groene gevels met klimplanten een extra aandachtspunt: planten kunnen de invliegopeningen blokkeren of de aanvliegroute verstoren, met daarbij de complicatie voor het uitvoeren van onderhoud en inspectie van de kasten achter dichte begroeiing. Daarom verdient het aanbeveling om nestkasten los van de gevelconstructie te bevestigen, bijvoorbeeld aan een voorzetscherm, vrijstaand frame of faunawand, zodat de beplanting en de verblijfplaatsen elkaar functioneel kunnen aanvullen zonder elkaar te belemmeren.
Een sterke kandidaat is de ECOlumn van Faunus nature Creations: Gezien de beperkte ruimte rondom het nieuwe pand en de technische uitdagingen van nestkasten aan een metalen gevel, vormt de ECOlumn van Faunus Nature Creations een bijzonder geschikte oplossing om nestgelegenheid te bieden aan verschillende diersoorten. Deze compacte faunatoren combineert in één constructie verblijfplaatsen voor gierzwaluwen, huismussen, vleermuizen en solitaire bijen, waardoor losse voorzieningen niet nodig zijn. De toren bestaat uit een stalen kern met een buitenafwerking van duurzaam verduurzaamd hout en wordt geplaatst op een schroeffundering, wat zorgt voor een stabiele, milieuvriendelijke en onderhoudsarme plaatsing zonder ingrijpende funderingswerkzaamheden. Met een hoogte van circa 5,5 meter en een beperkte grondoppervlakte past de kolom goed binnen de smalle groenstroken of zones langs de gevel. De ECOlumn sluit bovendien goed aan op de ecologische eisen van de doelsoorten. Voor gierzwaluwen biedt de toren hoge nestopeningen met een vrije aanvliegroute, vrij van kunstlicht en obstakels, wat essentieel is voor hun broedgedrag. Huismussen profiteren van de groepsgewijs geplaatste nestkasten in de meer beschaduwde zijden van de kolom, wat aansluit bij hun voorkeur voor sociale broedplekken met enige luwte.
Voor vleermuizen bevat de toren verschillende compartimenten die geschikt zijn als zomer- en kraamverblijf, goed beschut door de houten buitenstructuur en de nabijheid van beplanting die insecten aantrekt. Daarnaast zijn ook voorzieningen opgenomen voor solitaire bijen, die profiteren van de geïntegreerde nestbuizen en zonnig georiënteerde openingen aan de zuidzijde van de constructie. Door de losstaande plaatsing wordt schade aan de gevel en isolatie voorkomen, terwijl de toren toch direct in de nabijheid van het gebouw kan worden geplaatst. De ECOlumn komt het best tot zijn recht aan de oost- of noordzijde van het terrein, waar de temperatuur gematigd blijft en oververhitting van nestopeningen wordt voorkomen. Dankzij de natuurlijke vormgeving en het multifunctionele ontwerp vormt de ECOlumn niet alleen een functioneel leefgebied voor fauna, maar ook een zichtbaar duurzaamheidsicoon dat biodiversiteit versterkt zonder extra ruimteverlies op het terrein.
Pagina 7 van 9
2.4
Nabije vegetatie en inrichting van het terrein Rondom het gebouw is het van belang om niet alleen verharding te realiseren voor toegankelijkheid, maar ook een natuurlijke, waterdoorlatende ondergrond die bijdraagt aan de biodiversiteit. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het toepassen van flagstones met open voegen op wandelpaden waarin gras of kruipend tijm (Thymus serpyllum) kan groeien, wat een aantrekkelijk en functioneel uitgangspunt heeft. Deze beplanting maakt de paden halfverhard, bevordert de infiltratie van regenwater in de bodem en zorgt tegelijkertijd voor een groene, bloemrijke uitstraling die insecten aantrekt. Naast tijm zijn ook muurpeper (Sedum acre), vrouwentranen (Sagina subulata), ereprijs (Veronica prostrata) en rozetklaver (Trifolium repens) geschikte soorten voor tussen de stenen. Deze lage, droogtetolerante planten verdragen betreding en dragen bij aan een gevarieerd microklimaat waarin bijen en andere bestuivers voedsel kunnen vinden. Tevens wordt geadviseerd om parkeervakken te voorzien van grastegels. Ruimtes tussen de grastegels kunnen onder andere ingezaaid worden met een kruidenmengsel zoals M6 Bloeiende voegen van Cruydt Hoeck. Ook de grastegels en het kruidenmengsel dragen bij aan waterinfiltratie op het terrein en voedselbronnen voor onder andere insecten.
Aanvullend wordt aanbevolen om langs de gevels en rondom de ECOlumn een kruidenrijke vegetatie of een bloemrijk grasland aan te leggen. Dit type beplanting vormt een belangrijk onderdeel van het foerageergebied voor vleermuizen en insectenetende vogels, doordat het een constante bron van nectar, zaden en insecten oplevert. Soorten zoals wilde marjolein (Origanum vulgare), knoopkruid (Centaurea jacea), rolklaver (Lotus corniculatus) en gewone margriet (Leucanthemum vulgare) zorgen voor kleur, structuur en ecologische diversiteit gedurende het hele groeiseizoen. Daarnaast wordt voorgesteld om minimaal twee nieuwe bomen te planten binnen het terrein. Bomen vervullen een dubbele rol: ze bieden oriëntatie- en jachtstructuren voor vleermuizen en vogels, en dragen bij aan schaduwvorming en tempering van hittestress rondom het gebouw. Het advies hierbij is ok bomen en struiken te planten met bloesem en bessen. Geschikte soorten voor deze locatie zijn bijvoorbeeld de lijsterbes (Sorbus aucuparia), meidoorn, veldesdoorn, wilde roos of wilde appel (Malus sylvestris) — inheemse soorten die goed gedijen in de stedelijke context van Veenendaal en die voedsel en nestgelegenheid bieden aan talloze insecten en vogels. Een mogelijkheid betreft ook om bomen op perceelgrenzen te planten.
Hierbij kan gedacht worden aan slanke bomen zoals Liquidambar styraciflua ‘Slender Silhouette’, Corylus colurna ‘VDB Obelisk’, Fagus sylvatica ‘Dawyck’ of Ulmus ‘Columella’ om draaien en keren op het terrein met vrachtwagens nog mogelijk te maken. Door deze combinatie van doorlatende verharding, kruidenrijke vegetatie en boomaanplant ontstaat een levendig, klimaatbestendig en ecologisch waardevol terrein dat de functionele omgeving van het bedrijfspand verrijkt en direct bijdraagt aan het succes van de natuurinclusieve voorzieningen zoals de ECOlumn.
Pagina 8 van 9
2.5
Groene daken en wateropslag Gezien het toekomstige bedrijfspand een platte dakvorm zal hebben is een sedumdak of vetplantendak zeer geschikt. De groene dakbedekking bestaat uit twee lagen: • Onderlaag: waterbufferende substraatlaag met drainagesysteem • Bovenlaag: mengsel van sedumsoorten zoals Sedum album, Sedum acre en Sedum spurium Andere optie: een blauw-groendak dat regenwater buffert en via leidingen wordt ingezet voor bewatering van de groene gevels vormt een integrale, duurzame oplossing Voordelen • Waterberging bij piekbuien, het regenwater van daken en verharding kan worden opgevangen of naar beneden stromen naar de klimplanten rondom het gebouw • Verlaging daktemperatuur en verlenging levensduur dakbedekking • Vermindering hittestress in de omgeving • Bijdrage aan luchtkwaliteit en biodiversiteit
Pagina 9 van 9
3
Conclusie In de komende periode wordt aan de Bobinestraat in Veenendaal een nieuw bedrijfspand gerealiseerd voor Zandbergen, ingericht voor een moderne en efficiënte logistieke bedrijfsvoering. Ondanks deze ruimtelijke beperkingen biedt de nieuwbouw mogelijkheden voor een groene en duurzame inrichting door het integreren van verticale gevelbeplanting, groene daken, en nestvoorzieningen. In voorliggend advies zijn enkele opties opgenomen om het nieuwe bedrijfspand zand Zandbergen niet alleen energie-efficiënter, maar ook ecologisch waardevoller te maken. Het ecologisch inpassen van het gebouw kan een grote meerwaarde vormen voor zowel de natuur als de beleving tijdens de ingebruikname.
Naam ondertekenende. Dhr. G.R. Bouw
Nijkerk, 15 oktober 2025 Handtekening.