3.c.10 Vaststelling bestemmingsplan Groenpoort - toelichting - bijlage 10
Tekst van het document
Quick Scan Wnb Groenpoort Veenendaal
Quick Scan Wnb Groenpoort Veenendaal
Titel
Quick Scan Wnb Groenpoort Veenendaal
Uitvoering
Bureau Bleijerveld
Opdrachtgever
Buro Boot Plesmanstraat 5 3900 AM Veenendaal
Datum
15 oktober 2019
Status
1e concept
8495 JZ Aldeboarn mob 06-40559568 bleijerveld@ruimtevooradvies.nl
www.ruimtevooradvies.nl
Andringastrjitte 27
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding & doel 1.2 Methoden 1.3 Plangebied 1.4 Ingreep
1 1 2 2 5
2
Beschermde gebieden 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden 2.2 Effecten beschermde gebieden
6 6 6
3
NDFF-gegevens
7
4
Beschermde soorten 4.1 Planten 4.2 Zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Amfibieën 4.6 Reptielen 4.7 Vissen 4.8 Ongewervelden 4.9 Samenvatting
8 8 8 8 9 10 10 10 11 11
5
Conclusies 5.1 Beschermde gebieden 5.2 Beschermde soorten
12 12 12
Bronnen Bijlage I. Wettelijk kader en beleidsbeleid
14
1 1.1 Aanleiding & doel
Inleiding
Al enige jaren is het woongebied Veenendaal-Oost in ontwikkeling. Van het project is fase 1 afgerond en fase 2 bijna afgerond. Het voornemen bestaat om het laatste deelgebied, fase 3 Groenpoort, te ontwikkelen. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale structuurvisie/ verordening (EHS/NNN).
Figuur 1. Globale ligging plangebied (rood).
Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de quick scan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming of omgevingsverordening. Een quick scan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied op basis van beschikbare gegevens, een terreinbezoek en ecologische kennis. De quick scan is een momentopname en geen standaardveldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quick scan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
1
1.2 Methoden
Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de gegevens van Waarneming.nl en de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van Synbiosys.alterra.nl en de digitale atlas van provincie Utrecht. Op 23 mei 2019 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling). In aanvulling hierop is een e-dna-onderzoek uitgevoerd naar heikikker en grote modderkruiper en is in het najaar van 2019 een vleermuisonderzoek gestart.
1.3 Plangebied
Het plangebied (fig. 2-14) wordt gevormd door een landbouwgebied van circa 34 hectare groot dat is begrensd door de Buurtlaan-Oost, de Spitsbergenweg, N233 en de Dragonderweg. Naast landbouwpercelen zijn enkele woningen en agrarische bedrijven in het gebied aanwezig. Het gaat om een cluster aan de oostzijde met enkele woningen, een varkenshouderij en een manege. Langs de noordzijde staan enkele woningen. Het landbouwgebied bestaat grotendeels uit reguliere grasland- en maispercelen. Langs de zuidrand en noordrand zijn verschillende percelen in gebruik als kwekerij en volkstuinencomplex.
Figuur 2. Luchtfoto plangebied in noordelijke richting gezien met onderin het inmiddels afgeronde deelgebied Buurtstede van fase 1 van Veenendaal-Oost (bron: OVO).
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
2
Langs de randen van de landbouwpercelen staan plaatselijk singels met name met zwarte elzen, essen en wilgen. Dit is met name in de zuidelijke helft het geval. Langs de reguliere percelen in de noordelijke helft ontbreekt begroeiing vrijwel geheel. Rond de cluster bewoning aan de oostzijde staan drie kleine houtopstanden. Het gaat om een wilgenbosje aan de zuidzijde, een houtsingel rond een vijver aan de westzijde met allerlei soorten waaronder uitheemse zoals coniferen en een populierenbosje ten noordwesten van de cluster. Verder staat op de erven de gebruikelijke erfbeplanting. De begroeiing in het plangebied is overwegend jong. In en rond de cluster bewoning aan de oostzijde staan ook oudere bomen (max. 60 cm) maar uitzonderlijk dikke exemplaren ontbreken. De perceelsloten zijn smal en ondiep, en staan in het oostelijke deel grotendeels droog in de zomer. Naar het westen toe zijn de sloten vaker watervoerend en dieper. Ten westen van wooncluster in het oosten ligt een poel met moerasbegroeiing eromheen en een sterk beschaduwd, rechthoekig plasje met een houtsingel eromheen. Aan het plasje ligt een rietveld in ondiep water. Ten oosten van het plangebied ligt natuurontwikkelingsgebied De Groene Grens. Dit gebied is samen met Veenendaal-Oost door provincie Gelderland aangelegd voor Natuurnetwerk Nederland. Ten noorden hiervan liggen enkele landbouwpercelen.
Verder staan langs de Dragonderweg ten oosten van het plangebied enkele woningen.
Figuur 3. Maisakker in zuidelijke deel van het plangebied.
Figuur 4. Kwekerij in zuidelijke deel van het plangebied.
Figuur 5. Varkensstallen op Dragonderweg 14.
Figuur 6. Kenmerkende perceelsloot.
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
3
Figuur 7. Voormalige boerderij op Dragonderweg 10.
Figuur 8. Populierenbosje nabij Dragonderweg 10.
Figuur 9. Bosplasje ten westen van Dragonderweg 10.
Figuur 10. Rietveldje ten westen van Dragonderweg 10.
Figuur 11. Landbouwgebied in de noordelijke helft van het plangbied.
Figuur 12. Paardenweitjes langs de Buurtlaan oost.
Figuur 13. Woning op Buurtlaan oost 90.
Figuur 14. Hoofdsloot langs de westzijde van het plangebied.
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
4
1.4 Ingreep
Het plangebied wordt ontwikkeld tot woonwijk waarvoor het gebied in zijn geheel op de schop gaat. In principe verdwijnt al het huidige groen en de aanwezige sloten en overige wateren. De bebouwing langs de Buurtlaan oost verdwijnt in zijn geheel en van de bebouwing langs de Dragonderweg worden de varkensstallen op nr. 14, de voormalige boerderij op nr. 10 de stallen op nr. 8 en de manege op nr. 6. Wel blijven de woningen op nr. 6 tot 16 behouden. Het plan is om in 2020 te starten met de ontwikkeling. De bouw vindt in fasen plaats over meerdere jaren.
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
5
2
Beschermde gebieden
2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden
Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden. De Groene Grens ten oosten van de Dragonderweg is aangewezen in het kader van het Gelders Natuurnetwerk. Ook geldt dit gebied als ecologische verbindingszone. Ten zuiden van het woongebied Veenendaal-Oost ligt Natura 2000-gebied het Binnenveld dat door beide provincies ook is aangewezen in het kader van het Natuurnetwerk.
2.2 Effecten beschermde gebieden
De ontwikkeling van Veenendaal-Oost is in een eerder stadium vastgesteld in het bestemmingsplan in dit kader getoetst aan het gebiedsbeleid. De toetsing in onderhavige rapportage beperkt zich daarom tot het soortenbeleid van de Wnb.
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
6
3
NDFF-gegevens
In de databank zijn de afgelopen vijftien jaar relatief weinig waarnemingen uit het plangebied bekend. Deels zal dit te wijten zijn aan de ontoegankelijkheid van het gebied. Er zijn 19 soorten vogels gemeld die gebruikelijk zijn in het buitengebied. Onder de waarnemingen bevinden zich vaste nestplaatsen van ooievaar en steenuil. De vaste nestplaats van ooievaar is gemeld in 2019 en bevond zich ten oosten van Dragonderweg 10. Van steenuil zijn in de periode 2010-2019 verschillende waarnemingen gedaan in en rond de cluster bebouwing langs de Dragonderweg. De meeste waarnemingen verwijzen naar de oostelijke schuur van Dragonderweg 10. Hier is in 2010 een territorium vastgesteld. Van de overige soortgroepen zijn geen beschermde soorten gemeld. In natuurontwikkelingsgebied De Groene Grens – ten oosten van de Dragonderweg – zijn twee beschermde soorten aangetroffen die relevant zijn voor het plangebied namelijk poelkikker en grote modderkruiper.
Figuur 15. Waarnemingen van steenuil en ooievaar in de periode 2004-2019 met vastgestelde nestplaats van ooievaar (geel) en steenuil (blauw).
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
7
4
Beschermde soorten
4.1 Planten
Het plangebied bestaat grotendeels uit reguliere landbouwpercelen en erven die intensief gebruikt worden en voedselrijk zijn. De meer natuurlijke delen van het gebied bestaan uit smalle singels en perceelsloten die sterk beïnvloed zijn door het aangrenzende agrarische gebruik. In het gebied zijn alleen algemene vegetaties van voedselrijkere milieus aangetroffen zoals stikstofruigten met onder andere grote brandnetel, natte strooiselruigten met onder andere harig wilgenroosje en moerasvegetaties met riet en liesgras. Er zijn geen bedreigde of beschermde plantensoorten gevonden.
4.2 Zoogdieren
Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van de mol zijn in meer of mindere mate beschermd. In het gebied zijn alleen ree en haas daadwerkelijk waargenomen. Daarnaast zijn sporen van zoogdieren gevonden in de vorm van holen en uitwerpselen. Het ging om holen van kleine zoogdieren. In het gebied zijn alleen algemene soorten te verwachten waarvoor een algemene vrijstelling van de Wnb geldt in geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Voor de strenger beschermde kleine diersoorten voldoet het terrein niet als leefgebied of deze soorten zijn niet bekend in de regio. Van de overige zoogdieren zijn naast haas en ree, kleine marterachtigen en vos te verwachten. Voor deze soorten geldt ook een algemene vrijstelling. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van steenmarter maar sommige bijgebouwen zijn tijdens het veldbezoek niet geïnspecteerd. Steenmarter is nationaal beschermd in de Wnb, er geldt geen algemene vrijstelling voor deze soort.
4.3 Vleermuizen
Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen. De bomen in het gebied zijn te jong of in te goede staat om geschikt te zijn als verblijfplaats. De bebouwing is deels geschikt als verblijfplaats met name wat de woningen betreft. In dit verband is in het najaar van 2019 een onderzoek gestart naar het belang van de gebouwen voor vleermuizen. Tijdens het onderzoek zijn drie soorten vleermuizen waargenomen namelijk gewone en ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Van rosse vleermuis zijn alleen enkele hoog overvliegende dieren waargenomen. De meeste waarnemingen hebben betrekking op gewone dwergvleermuis. Op de erven en rond de gebouwen werd regelmatig gefoerageerd door de soort maar balts is niet waargenomen. Op grond hiervan zijn paarverblijven uit te sluiten. Ruige dwergvleermuis is in kleine aantallen gehoord. Balts is van deze soort niet vastgesteld. Het voorjaarsonderzoek vindt plaats in 2020. Onderdeel hiervan is onderzoek naar eventuele vliegroutes en foerageergebied. Details vleermuisonderzoek Groenpoort Veenendaal Datum
Aandachtspunt
periode
tijden
Temp. Wind
weertype
10-09-2019
Paarverblijven
Avond
21:00-00:00
15ºC
0 Bft
Onbewolkt
30-09-2019
Paarverblijven
Avond
20:00-23:00
15ºC
1 Bft
Bewolkt
Uitvoering 2020
Kraamkolonies/zomerverblijven
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
8
4.4 Vogels
Alle inheemse broedvogels zijn beschermd. De Wnb maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen. Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd. In het plangebied zijn allerlei algemene vogelsoorten van bos, struweel en ruigte te verwachten. De opgaand begroeiing is grotendeels ongeschikt voor soorten met een vaste nestplaats vanwege de beperkte ouderdom van de bomen. In de oudere bomen in het gebied zijn geen grotere nesten waargenomen die duiden op horsten en dergelijke. Tijdens het veldbezoek is een broedende ooievaar vastgesteld in een mast ten westen van Dragonderweg 10. Het nest is ook vermeld in de NDFF (fig. 15). Verder was in de voortuin van Dragonderweg 12 een steenuil aanwezig. Tijdens het vleermuisonderzoek in het najaar was steenuil luidruchtig aanwezig rond en in de cluster bebouwing en de aangrenzende Groene Grens ten oosten van de Dragonderweg. Een nestplaats is niet vastgesteld maar waarnemingen in de NDFF wijzen op een nestplaats op het erf van nr. 10 (fig. 15). In het gebied is verder huismus vastgesteld maar broedgevallen zijn niet onderzocht. Het is aannemelijk dat de soort in het gebied broedt. Huismus beschikt over vaste nestplaatsen.
Figuur 16. Mast met ooievaarsnest nabij Dragonderweg 10.
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
9
4.5 Amfibieën
Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. Tijdens het veldbezoek zijn alleen bastaardkikkers waargenomen. Verder zijn de algemene, lichtbeschermde soorten te verwachten zoals bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Voor de genoemde soorten geldt een algemene vrijstelling van de Wnb in geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Ten oosten van het plangebied komt poelkikker voor en ten zuiden van Veenendaal-Oost heikikker. Beide soorten zijn strikt beschermd volgens het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. Met name poelkikker is niet geheel uit te sluiten vanwege de nabijheid van een populatie. Heikikker is minder waarschijnlijk vanwege de relatief grote afstand tot het plangebied. In het voorjaar van 2019 is een e-DNAonderzoek uitgevoerd naar heikikker in het de sloten en plasjes in het plangebied. De resultaten hiervan waren negatief. Poelkikker is niet onderzocht; voor deze soort is geen test beschikbaar.
4.6 Reptielen
Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. Het gebied is tot op zekere hoogte geschikt als leefgebied voor ringslang maar in het gebied is geen populatie van deze soort bekend. Voor de overige soorten reptielen vormt het plangebied geen geschikt leefgebied.
4.7 Vissen
Van het gebied ten oosten van Veenendaal is bekend dat er grote modderkruiper voorkomt. De soort is in eerdere ontwikkelingsfasen gevonden in vergelijkbaar sloten. In dit verband is in het voorjaar van 2019 een eDNA-onderzoek uitgevoerd naar grote modderkruiper in het de sloten en plasjes in het plangebied. In één van de watermonsters (nr. 21891) is een lage concentratie eDNA aangetoond (fig. 17). Dit duidt op een kleine populatie grote modderkruipers maar de populatiegrootte is niet exact te bepalen via de eDNAmethode.
Figuur 17. Monsterlocaties eDNA.
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
10
4.8 Ongewervelden
De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. Het plangebied komt voor geen van de beschermde soorten overeen met hun habitat. Deze soortgroep is daarom in zijn geheel uit te sluiten.
4.9 Samenvatting
In het plangebied is het voorkomen van broedvogels zonder vaste nestplaats zeker. Van de soorten met vaste nestplaatsen zijn ooievaar en steenuil aanwezig en mogelijk huismus. Sommige gebouwen zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen en ook zijn belangrijke vlieg- en foerageerroutes voorkomen. De aanwezigheid van steenmarter is niet waarschijnlijk maar een deel van de bijgebouwen moet nog worden geïnspecteerd. Van de amfibieën is het voorkomen van poelkikker mogelijk en onderzoek heeft de aanwezigheid van grote modderkruiper aangetoond. Van de overige soortgroepen is de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten. Tabel 1: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP
TOELICHTING
BESCHERMDE SOORTEN GEEN
Planten Zoogdieren
WNB
HR
VR
X Algemene soorten
Alg vrijstelling
Steenmarter
Potentie
Vleermuizen
Verblijfplaatsen
X
Potentie
Vleermuizen
Foerageergebied
X
Potentie
Vleermuizen
Vliegroutes
X
Potentie
Broedvogels
Zonder vaste nestplaats
Broedvogels
Met vaste nestplaats
Amfibieën
Algemene soorten
Zeker Aanwezig Mogelijk poelkikker
Reptielen
X
Vissen
Grote modderkruiper
Ongewervelden
X
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
11
5
Conclusies
5.1 Beschermde gebieden
Het plangebied is geen onderdeel van beschermde gebieden. Omdat het nieuwbouwplan al is vastgesteld in het bestemmingsplan en getoetst aan het gebiedsbeleid is in het onderhavige onderzoek alleen het soortenbeleid behandeld.
5.2 Beschermde soorten
Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn art. 3.1) In het gebied – met name in opgaande begroeiing en gebouwen – moet rekening worden gehouden met broedvogels. Bij het slopen van gebouwen en het rooien van begroeiing is verstoring van broedsels en sterfte een mogelijk effect. Dit is verboden volgens de Wnb. Daarom dienen deze ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden tenzij een controle uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. In de periode van 15 augustus tot 15 maart is de kans op broedgevallen gering. Broedvogels met vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn art. 3.1) In het gebied komen vaste nestplaatsen van ooievaar en steenuil voor en mogelijk van huismus. Door de reconstructie van het terrein gaan deze nestplaatsen verloren. Dit is verboden volgens de Wnb. In dit verband dient een ontheffing van de Wnb te worden aangevraagd en een mitigatieplan opgesteld. Huismus dient nader te worden onderzocht in de periode van 15 maart tot 15 mei. Vleermuizen (Wnb-Habitatrichtlijn art. 3.5) In de gebouwen kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen voorkomen. Daarnaast kan het gebied van belang zijn voor vlieg- en foerageerroutes.
Door het slopen van gebouwen en de reconstructie van het terrein kan verstoring en sterfte optreden en het verlies van verblijfplaatsen. Dit is verboden volgens de Wnb. In dit verband loopt een onderzoek naar de functies die het gebied voor vleermuizen heeft. Steenmarter (Wnb-nationaal art. 3.10) In de gebouwen kunnen verblijfplaatsen van steenmarter voorkomen. Door het slopen van gebouwen en de reconstructie van het terrein kan verstoring en sterfte optreden en het verlies van verblijfplaatsen. Dit is verboden volgens de Wnb. In dit verband dient een aantal bijgebouwen nog te worden geïnspecteerd. Poelkikker (Wnb-Habitatrichtlijn art. 3.5) Het is niet uit te sluiten dat in het gebied poelkikker voorkomt. Door de reconstructie van het terrein gaat het leefgebied verloren en kan sterfte optreden. Dit is verboden volgens de Wnb. In dit verband dient de soort in het voorjaar nader te worden onderzocht.
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
12
Grote modderkruiper (Wnb-nationaal art. 3.10) In de sloten komt een kleine populatie grote modderkruiper voor. Door de reconstructie van het terrein zal het leefgebied verloren gaan en kan sterfte optreden. Dit is verboden volgens de Wnb. In dit verband dient een ontheffing van de Wnb te worden aangevraagd en een mitigatieplan opgesteld. Tabel 2. Maatregelen en vervolgacties n.a.v. quick scan Soortgroep
Soort
Maatregel/vervolgactie
Planten
Alle
¾
Vleermuizen
Alle
Nader onderzoek in uitvoering
Zoogdieren
Alle
Inspectie deel bijgebouwen
Vogels zonder vaste
Alle
Slopen en rooien buiten de periode (1 mrt) 15 maart – 15 juli (1 sep).
Vogels met vaste verblijfplaats
Alle
Ontheffing aanvragen/mitigatieplan opstellen ooievaar en steenuil
Amfibieën
Alle
Nader onderzoek poelkikker
Reptielen
Alle
¾
Vissen
Alle
Ontheffing aanvragen/mitigatieplan opstellen grote modderkruiper
Ongewervelden
Alle
¾
verblijfplaats
Nader onderzoek huismus
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
13
Bronnen www.ndff.nl www.provincie-utrecht.nl www.synbiosis.alterra.nl
Quick scan Wnb Groenpoort Veenendaal
14
Bijlage I
Wettelijk kader en beleidskader
De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • • • •
Voormalige Flora- en Faunawet Europese Vogelrichtlijn Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern Voormalige Boswet
Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • •
•
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels voortplantingsplaat- sen of te vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing
deze onder zich te hebben.
dieren in denatuur opzettelijk te vernielen of terapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Niet van toepassing.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst
Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).
NNN/EHS
Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.