3. Bijlage 2 - Ontwerpprincipes Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley
Tekst van het document
11 ONTWERPPRINCIPES VERSTEDELIJKINGSSTRATEGIE ARNHEM-NIJMEGEN-FOODVALLEY
1 Daar waar mogelijk verdichten, intensiveren en verduurzamen we bestaande woongebieden en bedrijventerreinen die een excellente bereikbaarheid via OV (internationaal en regionaal). Voor Veenendaal betekent dit: we verdichten rondom de bestaande stations (centrum, west en indirect bij de Klomp). Ook zijn er goede OV-hubs (makkelijke en goede verbinding met de stations) op bijvoorbeeld de Grote Beer. Bij herontwikkeling/herstructurering durven we keuzes te maken voor hoogbouw.
We verstedelijken in principe niet in het Natuur 2
Netwerk Nederland, weidevogelgebieden, uiterwaarden, huidige waterbergingsgebieden, bovenop de stuwwalen en in de droogdalen. Behoud van onze natuurwaarden beging met het beschermen ervan. Herstel van het natuurlijke watersysteem is noodzakelijk bij klimaatadaptatie en onder de stuwwallen liggen onze strategische drinkwaterreserves. Droogdalen en uiterwaarden zijn locaties met een te hoog risico op overstroming. Voor Veenendaal betekent dit: we verdichten niet in het natuurgebied De Hellen.
3 De laagste en natste delen houden we zoveel mogelijk vrij van nieuwe bebouwing. We bouwen er niet, maar deze gebieden zijn wel een belangrijk onderdeel van ons integrale ruimtelijke ontwerp.
Voor Veenendaal betekent dit: we houden rekening met onze nattere delen. Bij herstructurering of nieuwe woongebieden houden we rekening met de grondwaterstand en maakt water onderdeel uit van het integrale ruimtelijke ontwerp.
4
Groene bu ers tussen de kernen houden we intact en versterken we waar nodig. We zorgen ervoor dat op de overgangen tussen de stuwwallen en de lagere gronden geen ondoordringbaar lint van bebouwing ontstaat die deze twee natuurlijke systemen isoleert. Deze ‘groene vingers’ zijn ook belangrijk voor de leefbaarheid, klimaatadaptatie en identiteit van onze bestaande kernen en wijken. Voor Veenendaal betekent dit: we hebben één kern. Aan de randen van de Veenendaal zetten we in op het creëren van groene bu ers.
5
Onze inzet is dat we leefomgevingen maken, dus niet alleen monofunctionele locaties voor wonen of werken. Dat betekent dat recreatieve uitloopgebieden, sportvelden, natuur en hydrologische bu ers bij het ruimtelijk ontwerp horen.
Voor Veenendaal betekent dit: we zetten bij herontwikkeling/herstructurering in op het ontwikkelen van een fysieke leefomgeving waar rekening gehouden wordt met de gewenste maatschappelijke, commerciële en groene voorzieningen voor bepaalde wijken. Per wijk wordt aangegeven welke aanvullende functies versterkt zouden moeten worden.
6
We behouden en versterken de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit van engen (oude landbouwgebieden), waardevolle open gebieden, landgoederen, beschermende monumenten en de Grebbelinie. Voor Veenendaal betekent dit: we zetten in op behoud van onze beschermde monumenten, cultuurhistorisch waardevol gebied en de Grebbelinie.
7 We houden wederzijds afstand tussen verstedelijkingslocaties en windmolens.
Voor Veenendaal betekent dit: we houden rekening met de wederzijdse afstand tussen verstedelijkingslocaties en windmolens.
8
Op de overgang van woonwijken naar het landelijk gebied werpen we geen extra barrières op voor fietsers en wandelaars, maar creëren we nieuwe verbindingen. We richten onze infrastructuur zo in dat de barrièrewerking voor flora en fauna geminimaliseerd wordt. De mobiliteitstransitie, waarbij meer gewandeld wordt en ook de fiets en het openbaar vervoer vaker gebruikt worden dan de auto, is uitgangspunt voor stedelijk ontwerp. Dat is uitgewerkt in de bouwsteen Mobiliteit. Voor Veenendaal betekent dit: we zetten in op ander autogebruik in 2040. Er wordt ingezet op het ontwikkelen en het faciliteren van deelmobiliteit als ook het stimuleren van fiets- en/of OV-gebruik. Autogebruik binnen Veenendaal wordt beperkt aantrekkelijk gemaakt. Uiteraard houden we hierbij rekening met minder mobiele mensen in de samenleving.
9
We houden rekening met een toename van zowel drogere en warmere zomers als zwaardere buien in die zomers. Waterberging die droogvalt, sloten die greppels worden en zwaardere funderingen zullen normaal worden. Dit vraagt om meer ruimte voor waterberging in bebouwd gebied, meer groen en blauw in de stad en een andere inrichting.
Voor Veenendaal betekent dit: we houden rekening met drogere en warme zomers als ook met zwaardere buien in die zomers. Bij herontwikkeling/herstructurering maakt groen en blauw onderdeel uit van het integrale ruimtelijke ontwerp.
Nieuwe woningen worden zoveel mogelijk bij (H)OVknooppunten geprogrammeerd, die bij voorkeur goed verbonden zijn met (snel) fietspaden. Daarbij wordt in de eerste plaats de bestaande capaciteit benut en knooppunt vorming wordt gestimuleerd. Daarna pas wordt gekeken naar mogelijkheden voor aanpassingen aan bestaande mobiliteitsvoorzieningen en als laatste naar de aanleg van nieuwe infrastructuur.
10
Voor Veenendaal betekent dit: we zetten in op herontwikkeling/herstructurering nabij (H)OVknooppunten. De bestaande capaciteit van infrastructuur wordt benut. Voordat nieuwe infrastructuur wordt aangepast worden de mogelijkheden van aanpassing aan bestaande mobiliteitsvoorzieningen bekeken.
11
Het doorontwikkelen van bestaande werklocaties en het toekomstbestendig aanleggen van nieuwe werklocaties staat voorop. We leven in een tijd van grote veranderingen. Dit stelt meer en andere eisen aan de inrichting van onze werklocaties. De energietransitie, een veranderend klimaat, digitalisering, circulaire economie, maar ook het welzijn van de werknemers vragen om ander ingerichte werkgebieden. Ook werklocaties zijn Multifunctionele leefomgevingen.
Voor Veenendaal betekent dit: bij herontwikkeling/herstructurering van bedrijventerreinen houden we rekening met de energietransitie, de circulaire samenleving, een veranderend klimaat en de digitalisering van de samenleving. Daarnaast stimuleren we multifunctionele leefomgevingen.