3. Bijlage 1 - Keuzenotitie visie sociaal domein (1)
Tekst van het document
Bijlage 1 – Keuzenotitie Visie Sociaal Domein Scenario 1: Actualisatie
- - - Wettelijk e
t
en Inbur g e atie rin cip g rti
ugd, WMO : Je ,P n e a k a
-
--
Visie Sociaal Domein --
---
--------
--
-
Doel Actualiseren van de Visie Sociaal Domein 2017 naar actuele wetgeving en verplichte beleidsontwikkelingen, beperkt ambitieniveau. Kenmerken Binnen dit scenario vindt geen inhoudelijke verbreding naar domeinen buiten het sociaal domein plaats, de inhoud blijft, net als op dit moment, voornamelijk beperkt tot de wettelijke kern van de Jeugdwet, de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, welzijn en gezondheid (Wet publieke gezondheid) en de Wet inburgering 2021. De focus ligt op aanpassing naar wettelijke kaders en minimale aanpassingen door te voeren op beleidsniveau. Model Veenendaal wordt niet herijkt en de uitgangspunten daarvan worden overgenomen in dit scenario. Rol van de raad De raad wordt gedurende het proces schriftelijk geïnformeerd over de voortgang en neemt een besluit aan het einde. Participatie Geen, alleen input vanuit de ambtelijke organisatie. Capaciteit Laag (400 uur projectleider + beperkte inzet beleid). Tijdspad Start juni 2026, besluitvorming Q2 2027. Impact op IBK Besluitvorming schuift op naar Q2 2028 (uitgangspunt voor het opstellen van een nieuw IBK-SD is dat dit minimaal één jaar zal duren).
Voor- en nadelen + Beperkte consequenties capaciteit en prioritering ambtelijke organisatie Elk scenario vraagt ambtelijke inzet. Binnen dit scenario lijkt dat grotendeels op te vangen door (her)prioritering van de geplande inzet in de teamplannen voor 2026 en 2027, waardoor er ook beperkte consequenties zijn voor andere onderwerpen. + Geen extra kosten Geen externe participatiekosten, geen inhuur van procesbegeleiders of onderzoeksbureaus. + Snel en beheersbaar proces Door de beperkte scope is het proces overzichtelijk en minder gevoelig voor vertraging. Er zijn minder afhankelijkheden met andere domeinen of externe partners. - Geen strategische vernieuwing en verbreding naar andere domeinen De visie richt zich vooral op interne samenhang, niet op integrale opgaven. De visie blijft vooral technisch en juridisch, zonder nieuwe koers of inhoudelijke vernieuwing. Hierdoor kan de visie minder richtinggevend zijn voor samenwerking met andere domeinen. Het risico bestaat dat de visie daarmee onvoldoende antwoord geeft op maatschappelijke opgaven zoals bestaanszekerheid, mentale gezondheid, woningnood of digitalisering. - Mogelijk beperkt draagvlak bij stakeholders en inwoners door ontbreken participatie Door het ontbreken van participatie zouden inwoners, partners en maatschappelijke organisaties zich minder kunnen herkennen in de visie.
De visie kan daardoor minder legitimiteit hebben in de uitvoering. - Kans op mismatch met andere domeinen Veel opgaven in het sociaal domein raken direct aan domeinen als wonen, veiligheid, onderwijs,. Door geen verbreding toe te passen, blijft de visie mogelijk te smal om deze integrale opgaven te adresseren. - Risico op achterblijvende innovatiekracht De visie sluit met een beperkte scope niet aan bij landelijke innovatiebewegingen zoals de Hervormingsagenda Jeugd, Stevige Lokale Teams, brede welvaart of van school naar duurzaam werk. De organisatie kan hierdoor minder goed inspelen op toekomstige ontwikkelingen in het sociaal domein.
Scenario 2: Verdieping
-
--
--
--
---
ge n
- - - Wettelijk e
t
--
--
-
--
---
--------
-------
----
--
-
-
--
---
---
---------
---
--
-
---
--
-
--------------
--
--
- - - - - -Participatie
---
--------
---
--
---
Visie Sociaal Domein
--
--
--
--
en Inb u r g eri atie ng cip rti
me ts ta Inrichti k n
--
n het sociaal dom inne ein b -ers a l a i d d c o l -o mei s o g h n n e a -g e to eugd, WMO, J : Pa en ak
-
--
--
Doel Herijking van Model Veenendaal en de visie. Kenmerken Geeft een meer inhoudelijke beschrijving van de samenhang tussen visie én inrichting van het sociaal domein. Model Veenendaal wordt in dit scenario geactualiseerd. Mochten er uitgangspunten in de nieuwe visie zijn die een wijziging vragen in de inrichting van o.a. de toegang van het sociaal domein wordt dit meegenomen. Er wordt hiermee aangesloten op actuele ontwikkelingen. Bij de herijking zal in dit scenario binnen de visie geen verbreding naar andere domeinen buiten het sociaal domein plaatsvinden zoals wonen of veiligheid. De domeinen naast de wettelijke taken die al in het huidige IBK-SD staan zoals gezondheid worden wel meegenomen in dit scenario. Rol van de raad De raad wordt gedurende het proces schriftelijk geïnformeerd over de voortgang, op een raadsavond tijdens het proces mondeling meegenomen en neemt een besluit aan het einde. Participatie Beperkt, ambtelijk en met stakeholders uit het sociaal domein. Capaciteit Gemiddeld (400 uur projectleider + gemiddelde inzet beleid). Tijdspad Start juni 2026, besluitvorming Q3 2027. Impact op IBK Besluitvorming schuift op naar Q3 2028.
Voor- en nadelen + Meer samenhang binnen het sociaal domein De visie en de inrichting (Model Veenendaal) worden opnieuw op elkaar afgestemd. Dit versterkt de interne logica van het sociaal domein: toegang, preventie, basisvoorzieningen en maatwerk sluiten beter op elkaar aan. + Beheersbare participatie Door beperkte participatie (stakeholders sociaal domein) blijft het proces overzichtelijk. Partners voelen zich wel betrokken, maar het vraagt geen grote investering in participatie met inwoners. + Beperkte consequenties capaciteit en prioritering ambtelijke organisatie Elk scenario vraagt ambtelijke inzet. Binnen dit scenario lijkt dit deels op te vangen door (her)prioritering van de geplande inzet in de teamplannen voor 2026 en 2027, waardoor er ook maar deels consequenties zijn voor andere onderwerpen. + Geen extra kosten Geen externe participatiekosten, geen inhuur van procesbegeleiders of onderzoeksbureaus. + Snel en beheersbaar proces Door de beperkte scope is het proces overzichtelijk en minder gevoelig voor vertraging. Er zijn minder afhankelijkheden met andere domeinen of externe partners. - Geen strategische vernieuwing en verbreding naar andere domeinen De visie richt zich vooral op interne samenhang, niet op integrale opgaven. De visie blijft vooral technisch en juridisch, zonder nieuwe koers of inhoudelijke vernieuwing.
Hierdoor kan de visie minder richtinggevend zijn voor samenwerking met andere domeinen. Het risico bestaat dat de visie daarmee onvoldoende antwoord geeft op maatschappelijke opgaven zoals bestaanszekerheid, mentale gezondheid, woningnood en/ of digitalisering. - Mogelijk beperkt draagvlak door ontbreken participatie inwoners Door het ontbreken van participatie kunnen inwoners zich minder herkennen in de visie. De visie kan daardoor minder legitimiteit hebben in de uitvoering. - Kans op mismatch met andere domeinen Veel opgaven in het sociaal domein raken direct domeinen als wonen, veiligheid, onderwijs, werk en inkomen en gezondheid. Door geen verbreding toe te passen, blijft de visie mogelijk te smal om deze integrale opgaven te adresseren. - Risico op achterblijvende innovatiekracht De visie sluit niet aan bij landelijke bewegingen zoals de Hervormingsagenda Jeugd, Stevige Lokale Teams, brede welvaart of van school naar duurzaam werk. De organisatie kan hierdoor minder goed inspelen op toekomstige ontwikkelingen.
Scenario 3: Verbreding
--
--
--
--
--
--
--
---
Wettel ijke ta k
eil ig Inrichti ng en t
--
-
--------
---
-------
---
-----
--
---
-
--
--
-----
------
---
--
------
--
----
-----
--
--
--
--
--
---
-
--
-
--
--
----------
Visie Samenleving Domein
----
--
---
Participa tie m et Domein sta en k V
--
---
--
--
gd, WMO, Par tic Jeu : ip en
Inburgering - en -ie at
---
--
n ga e o
--
he
-Veilig h -e i d ltuur, , et -Cu c . js, . ---------wi --er ---
uiten het soci aal n en b e n dom in b p o S r , t , e i W s ein m r o nen e no o d l c , o E On - ciaal domein o eh s id, d g
-
Doel Herijking én verbreding van de visie naar maatschappelijke trends en domeinen buiten het sociaal domein. Kenmerken Nadrukkelijker betrekken van thema’s rondom het sociaal domein. Daarbij gaat het niet alleen over economie, sport, cultuur, leefbaarheid en veiligheid, zoals deze nu ook al nadrukkelijk worden betrokken in het huidige IBK. Dit kan dan ook gaan over thema’s als wonen en digitalisering. Dit zal bij de keuze voor dit scenario nader uitgewerkt worden in de startnotitie. Model Veenendaal wordt in dit scenario herijkt. Dit scenario vraagt vooralsnog 40.000 euro aan extra middelen, dit bedrag is met name nodig voor het realiseren van het participatietraject door een extern bureau. Rol van de raad De raad wordt gedurende het proces schriftelijk geïnformeerd over de voortgang, op meerdere raadsavonden tijdens het proces mondeling meegenomen en neemt een besluit aan het einde. Participatie Beperkt, ambtelijk en met stakeholders binnen én buiten sociaal domein. Capaciteit Hoog (600 uur projectleider + hoge inzet beleid + externe participatiebegeleiding). Tijdspad
Start juni 2026, besluitvorming Q4 2027. Impact IBK Besluitvorming schuift op naar Q4 2028. Voor- en nadelen + Er ontstaat meer samenhang tussen het sociaal domein en aanpalende domeinen De visie verbindt het sociaal domein nadrukkelijker met domeinen als Veiligheid, Economie, Sport, Wonen, Onderwijs, Cultuur, Veiligheid, etc. Dit sluit aan bij de realiteit dat problemen van inwoners vaak domeinoverstijgend zijn en oplossingen domeinoverstijgend gevonden moeten worden. + Dit scenario richt zich op de kern van de problematiek In toenemende mate ontstaan vraagstukken in het sociaal domein uit een combinatie van domeinen als wonen, inkomen, gezondheid, veiligheid en participatie. Door deze domeinen nadrukkelijk te betrekken bij de nieuwe visie, richt deze zich op de onderliggende oorzaken van problemen in plaats van op afzonderlijke symptomen, zoals bijvoorbeeld in het Rapport van Ark, en in het verlengde daarvan bij het lokale traject Grenzen aan onze Jeugdzorg ook is aangemerkt. Dit maakt het mogelijk om integrale oplossingen te ontwikkelen die beter aansluiten bij de dagelijkse realiteit van onze inwoners en gezinnen. + Meer draagvlak onder stakeholders door participatieproces. Stakeholders binnen én buiten het sociaal domein worden betrokken.
Partners uit andere domeinen dan enkel het sociaal domein voelen zich daardoor eerder mede-eigenaar van de visie, wat de uitvoering versterkt. - Extra kosten Externe participatiebegeleiding is nodig om het proces met stakeholders zorgvuldig te organiseren. Dit vraagt budget waarvan nu nog niet met zekerheid te zeggen is of dit uit het programma gefinancierd kan worden. - Risico op verlies van focus door te brede scope Door de brede scope kan de visie te veel onderwerpen omvatten en zich op een te hoog abstractieniveau afspelen. Daarmee kan de visie minder richtinggevend worden voor het nieuwe IBK‑SD. - Hogere belasting van de organisatie Dit vraagt herprioritering en kan andere projecten vertragen. Dit wordt in de startnotitie nader inzichtelijk gemaakt.
Scenario 4: Transformatie
--
--
--
--
Participa tie me ts Domein ta en k Ve i l i Inrichti gh ng en t
Wette lijk et -
-
--
--
--
--
--
-
-
--
---------
---
--
-
------------------------------
---
--
--
--
--
--
--
-----------
--
--
--
--
--
---
Visie Samenleving Domein
--
---
--
O, Pa rt
n Inb u r g e tie e rin pa g ici
Je n: e ak
-rs - - - - - - - -one inw eiligh V e , i d -, etc en ltuur n . Cu . , -ijs -------rw
n en buiten het soc inne iaa b ld rs Sport, Won , e i e m om o en, ld n o o c h O E l a d a i ome e nd ei c o , s i d n e ng -ei ga -e o ugd, WM
-
Doel Grondige vernieuwing van de visie, inclusief herijking Model Veenendaal en brede maatschappelijke participatie. Kenmerken Dit scenario behelst de vorming van een integrale visie samenleving, met co-creatie met inwoners en stakeholders. Deze integrale visie houdt in dat er verbreding plaatsvindt naar de omliggende domeinen buiten het sociaal domein, herijking van het Model Veenendaal en het inrichten van een uitgebreid participatieproces. In dit scenario wordt het participatieproces IBK-SD wel beperkter, aangezien dit dan al ingericht zal worden voor het vormgeven van de nieuwe visie en het niet wenselijk lijkt om binnen één jaar twee uitgebreide participatieprocessen in te richten. Het participatieproces kost vooralsnog 80.000 euro aan extra middelen, dit bedrag is met name nodig voor het realiseren van het participatietraject door een extern bureau. Waar mogelijk zullen voor dit proces wel middelen vanuit het IBK-SD worden ingezet, aangezien dat traject smaller ingericht zal worden. Rol van de raad De raad wordt gedurende het proces schriftelijk geïnformeerd over de voortgang, op meerdere raadsavonden tijdens het proces mondeling meegenomen en neemt een besluit aan het einde. Participatie Uitgebreid, zowel met stakeholders binnen en buiten het sociaal domein als met inwoners.
Capaciteit Zeer hoog (600 uur projectleider + hoge inzet beleid + externe participatiebegeleiding). Tijdspad Start juni 2026, besluitvorming Q4 2027. Impact op IBK Besluitvorming gaat naar Q4 2028. Voor- en nadelen + Synergie met IBK‑SD Door participatie vooraf kan het IBK‑SD 2028–2031 sneller en gerichter worden opgesteld. Minder dubbel werk dus, doordat de participatie voor visie en het IBK‑SD waar mogelijk gecombineerd worden. + Er ontstaat meer samenhang tussen het sociaal domein en aanpalende domeinen De visie verbindt het sociaal domein nadrukkelijker met domeinen als Veiligheid, Economie, Sport, Wonen, Onderwijs, Cultuur, Veiligheid, etc. Dit sluit aan bij de realiteit dat problemen van inwoners vaak domeinoverstijgend zijn en oplossingen domeinoverstijgend gevonden moeten worden. + Dit scenario richt zich op de kern van de problematiek In toenemende mate ontstaan vraagstukken in het sociaal domein uit een combinatie van domeinen als wonen, inkomen, gezondheid, veiligheid en participatie. Door deze domeinen nadrukkelijk te betrekken bij de nieuwe visie, richt deze zich op de onderliggende oorzaken van problemen in plaats van op afzonderlijke symptomen, zoals bijvoorbeeld in het Rapport van Ark, en in het verlengde daarvan bij het lokale traject Grenzen aan onze Jeugdzorg ook is aangemerkt.
Dit maakt het mogelijk om integrale oplossingen te ontwikkelen die beter aansluiten bij de dagelijkse realiteit van onze inwoners en gezinnen. + Meer draagvlak onder stakeholders én inwoners door participatieproces. Stakeholders binnen én buiten het sociaal domein worden betrokken. Partners uit andere domeinen dan enkel het sociaal domein voelen zich daardoor eerder mede-eigenaar van de visie, wat de uitvoering versterkt. - Extra kosten Externe participatiebegeleiding is nodig om het proces met inwoners en stakeholders zorgvuldig te organiseren. Dit vraagt budget waarvan nu nog niet met zekerheid te zeggen is of dit uit het programma gefinancierd kann worden. - Risico op verlies van focus door te brede scope Door de brede scope kan de visie te veel onderwerpen omvatten en zich op een te hoog abstractieniveau afspelen. Daarmee kan de visie minder richtinggevend worden voor het nieuwe IBK‑SD. - Hogere belasting van de organisatie Dit vraagt herprioritering en kan andere projecten vertragen. Dit wordt in de startnotitie nader inzichtelijk gemaakt. - Complex en tijdrovend proces Co-creatie met inwoners vraagt veel voorbereiding, communicatie en afstemming. Er is meer kans op vertraging door uiteenlopende belangen en verwachtingen.
- Bij het opstellen van het IBK 2024-2027 zijn inwoners al veelvuldig betrokken Gedurende het proces om te komen tot het huidige IBK 2024-2027 heeft o.a. Opiniepijlers diverse participatietrajecten uitgevoerd. Daardoor ligt er al veel informatie op dit vlak van redelijk recente aard die gebruikt kan worden als input voor een nieuwe visie. Inwoners willen daarnaast vooral betrokken worden bij concrete doelen en plannen, en dan past een participatieproces voor een IBKSD wellicht beter dan voor het opstellen van een nieuwe visie.