3. bijlage 1 beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
Tekst van het document
BELEIDSNOTA DIERENWELZIJN VEENENDAAL
Dieren hebben een positieve impact op de leefbaarheid van een stad & Een ieder verleent een hulpbehoevend dier de nodige zorg
COLOFON:
versie 1.0
Titel: Versie: Datum: Dossiernummer:
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal 1.0 26 november 2025 2683
Organisatie: Bestuurlijk opdrachtgever: Opgesteld door: Team:
Gemeente Veenendaal Martijn Beek Jim van Wingerden Ruimtelijke Ordening en Bouwen
Adres: Postadres: Website: Telefoon:
Raadhuisplein 1 Veenendaal Postbus 1100 3900 BC Veenendaal www.veenendaal.nl (0318) 538 538
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
1
INHOUDSOPGAVE
versie 1.0
1.
INLEIDING
3
2.
WET- EN REGELGEVING ROND DIERENWELZIJN
6
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8.
Wet dieren Omgevingswet Burgerlijk Wetboek Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en Algemene wet Bestuursrecht Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) Wet Veiligheidsregio’s Wet op de dierproeven Europese wet- en regelgeving
6 7 8 8 8 9 9 9
3.
GEHOUDEN DIEREN
10
3.1.
Huisdieren
10
3.1.1 3.1.2 3.2.
Honden Katten Hobbydieren of landbouwhuisdieren
10 12 13
3.3. 3.4.
Landbouwhuisdieren Gehouden dieren en sociaal beleid
14 14
3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5. 3.6.
Sociale hulpverlening Minimabeleid Dierenbuddy Handhaving bij overlast of gevaar van dieren Vermaak waarbij dieren betrokken zijn
14 14 15 15 15
4.
IN HET WILD LEVENDE DIEREN
18
4.1.
Hulp aan wilde dieren en bijdragen aan hun leefomgeving
18
4.1.1 ..44. 4.1.2
Omgevingsvisie, -plan en -programma en bevordering van het dierenwelzijn
18
Groenbeheer en onderhoud van watergangen
19
4.1.3.
(Ontsnipperings)maatregelen rondom infrastructuur
20
4.2.
Plaagdieren, faunabeheer en schadebeperking
20
4.3.
Verwilderde katten
22
5.
AMBITIE
23
5.1.
Waar zetten we op in
23
5.2.
Ambities komende beleidsperiode
23
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
2
1. INLEIDING Dieren in Veenendaal Net als in andere gemeentes wonen er in onze gemeente veel meer dieren dan mensen. Zo hebben we honden, katten en konijnen als huisdier, verblijven er verschillende dieren op de kinderboerderijen en leven in het buitengebied paarden, koeien, geiten en kippen. Verreweg de meeste dieren, waaronder vele soorten vogels, insecten, vissen, reptielen, amfibieën en zoogdieren als egels, muizen, dassen en vossen leven in het wild midden in onze stad of in het buitengebied. Visie Alle dieren verdienen onze zorg en aandacht. Dieren horen bij de samenleving. Waar mensen leven, zijn dieren. Dierenwelzijn is een heel breed begrip en hebben dieren veel betekenis voor ons. Zo beschouwen veel mensen hun huisdier als een volwaardig gezinslid. Of we worden blij van in het wild levende dieren om ons heen, zoals een zingende merel, een egeltje die tussen de bladeren scharrelt of zie je een vlinder die op een struik vol bloemen zit als je uit het raam kijkt. We hebben de plicht om goed voor dieren te zorgen. Dieren hebben een positieve impact op de leefbaarheid van gemeenten. Dierenwelzijn gaat over het hebben van een intrinsieke waarde van dieren en over het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag.
Maar ook over het hebben van een passende leefomgeving, het krijgen van een goede verzorging en uiteindelijk ook het bereiken van tevredenheid en blijdschap, zoals Raad voor Dierenaangelegenheden in 2024 schrijft (De staat van het dier, 2024: p.11). Als gemeente Veenendaal hebben we een belangrijke rol: we hebben wettelijke taken qua dierenwelzijn en zijn op een aantal punten medeverantwoordelijk voor de dieren binnen onze gemeentegrenzen. En omdat ook veel beleid van invloed is op het welzijn van dieren is het belangrijk dat de gemeente een beleidsnota dierenwelzijn heeft als kader voor dierenwelzijn. Rol van de gemeente Veenendaal heeft vanuit haar rol de taak en verantwoordelijkheid om zich met verschillende dierenwelzijnsvraagstukken bezig te houden. Denk hierbij aan het formuleren en uitvoeren van diervriendelijk beleid binnen onze gemeentegrenzen. Veenendaal neemt die rol serieus en heeft voor het thema dierenwelzijn een verantwoordelijk wethouder en een ambtenaar die dierenwelzijn in zijn takenpakket heeft en hiervoor eerste aanspreekpunt is. Zo hebben we een duidelijke politieke aansturing en voorkomen we versnippering van beleid. Met deze beleidsnota dierenwelzijn geven we invulling aan het raadsakkoord 2022-2026 en een vervolg aan de opmerkingen en aanbevelingen meegegeven in de raadsconsultatie van 8 mei 2025.
Basis voor dit beleidskader Met deze Nota dierenwelzijn leggen we diervriendelijk beleid vast in een beleidsnota. Als basis hebben we gebruik gemaakt van de nota ‘Aanbevelingen gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid 2026-2030’ van de Dierenbescherming en het inventarisatie adviesrapport Dierenwelzijn (Academie van de Stad).
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
3
Aanleiding, wat vooraf ging Voor gemeente Veenendaal is dierenwelzijn een nieuw beleidsveld. Het raadsakkoord van 2022-2026 benoemt voor het eerst dierenwelzijn als aandachtspunt. Een vervolgstap betreft toezeggingen na een motie dierenwelzijn, die op 3 november 2022 ingediend werd. Mede naar aanleiding hiervan is in juni 2023 het inventarisatie adviesrapport Dierenwelzijn (Academie van de Stad) tot stand gekomen. Dit adviesrapport hielp de gemeente in beeld te krijgen waar wij stonden met dierenwelzijn en welke stappen tot verdere beleidsvorming en ontwikkeling van dierenwelzijn genomen konden worden. Op de raadsavond van 1 april 2025 hebben we de raad uitleg gegeven wat we onder dierenwelzijn verstaan en waar we als gemeente staan. Ook hebben we gesproken over hoe we dierenwelzijn verder kunnen gaan ontwikkelen. Drie verschillende scenario’s hebben we toegelicht: het basis scenario (voornamelijk wettelijke taken), het basisplus scenario en het plus scenario dat het meest uitgebreid is en een beduidend groter budget en meer capaciteit vraagt. Geadviseerd is een sober scenario te kiezen, onder andere vanwege de beperkte beschikbare financiële middelen die het rijk de komende jaren beschikbaar stelt aan de gemeente.
Tijdens de raadsconsultatie in mei 2025 hebben we verder gesproken over de diverse scenario’s en wat wenselijk is om in onze beleidsnota dierenwelzijn tot uiting te laten komen. Wat is al bereikt We hebben een beleidsadviseur, die dierenwelzijn in zijn takenpakket heeft en als aanspreekpunt functioneert. Er is een wethouder benoemd, die verantwoordelijk is voor dierenbeleid en die dierenwelzijn waarborgt. We hebben meerjarige kostendekkende overeenkomsten in de vorm van dienstverleningsovereenkomsten met dierenambulance en dierenopvangcentra over de het vervoer en opvang van dieren. We hebben afspraken tussen hulpdiensten en dierenopvangcentra over de opvang van huisdieren in geval van overlijden, (gedwongen) opname, arrestatie of bijvoorbeeld huiselijk geweld. We hebben een meerjarige kostendekkende overeenkomst voor vervoer en opvang van in het wild levende dieren. We hebben overeenkomsten waarbij het eigendom van gevonden gezelschapsdieren zonder eigenaar na 14 dagen automatisch van de burgemeester worden overgedragen aan de desbetreffende dierenopvang, zodat de tijd tot herplaatsing van de dieren zo kort mogelijk gehouden kan worden. Dode dieren in de openbare ruimte worden na melding door de dierenambulance opgeruimd en aangeboden aan de dierendestructie.
Zo worden weggebruikers niet afgeleid, blijft de omgeving schoon en beperken we de verspreiding van ziekten als vogelgriep. Gevonden dode gezelschapsdieren worden 2 weken gekoeld bewaard. Op locatie van de dierenambulance is een afscheidskamer waar eigenaren op gepaste wijze afscheid kunnen nemen van hun teruggevonden overleden huisdier. Op onze website geven we informatie, zodat inwoners weten wat ze moeten doen als ze dieren in nood aantreffen of dode dieren in de openbare ruimte.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
4
We hebben de dierenvoedselbank in Veenendaal ondersteund met een startsubsidie. Voor in ons buitengebied hebben we een schuilstalregeling in het omgevingsplan vastgelegd, die de mogelijkheid geeft om hobbydieren in het open veld te beschermen tegen guur weer of hitte. Als onderdeel van onze Omgevingsvisie hebben we een puntensysteem voor woningbouw, waarmee natuurinclusief bouwen en het vergroten van de biodiversiteit wordt bevorderd. We hebben een soortenmanagementplan opgesteld (voor gebouwbewonende soorten als huismus, gierzwaluw en vleermuis) dat door de provincie Utrecht is vastgesteld.
In paragraaf 5.2. ‘Ambities voor de komende beleidsperiode’ geven we aan wat we de komende jaren nog meer willen bereiken. Deze acties moeten nog in de tijd worden uitgezet. Op verschillende plekken door dit rapport heen staan nog mogelijke acties beschreven, die niet terugkomen bij de ambities, omdat die niet allemaal passen qua tijd en geld en minder prioriteit hebben. Leeswijzer Na deze inleiding zetten we in hoofdstuk 2 de belangrijkste wet- en regelgeving die over dierenwelzijn gaat op een rijtje. Wat we aanvullend op deze (landelijke) wet- en regelgeving hebben geregeld komt of in de daaropvolgende hoofdstukken aan bod. Binnen het thema dierenwelzijn en de bijbehorende wetgeving maken we onderscheid tussen gehouden dieren en in het wild levende dieren. Hoofdstuk 3 gaat in op de gehouden dieren met bij de huisdieren speciaal aandacht voor honden en katten. In dit hoofdstuk wordt ook de koppeling met het sociaal domein binnen de gemeente gemaakt. Hoofdstuk 4 gaat dieper in op de in het wild levende dieren. We sluiten af met hoofdstuk 5 waarin we onze ambitie beschrijven en wat we de komende beleidsperiode willen gaan doen. Deze beleidsnota gaat niet over dierenmishandeling, omdat de gemeente daar geen bevoegd gezag voor is. Dit is belegd bij de politie en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID).
Er is een speciaal telefoonnummer voor niet spoedeisende kwesties beschikbaar: 144 Red Een Dier. Bij spoed 112 bellen. Uiteraard is het vanuit een integrale benadering van dierenwelzijn en veiligheid belangrijk om mishandeling en verwaarlozing van dieren aan te pakken en is het goed om hier, ook vanuit de gemeentelijke rol vanuit het sociaal domein optimaal in samen te werken. Daar zit namelijk onze schakel met mensen die achter de voordeur komen en ook voor dit thema ‘ogen en oren’ kunnen zijn.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
5
2. WET- EN REGELGEVING ROND DIERENWELZIJN Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de belangrijkste bestaande Nederlandse wetgeving die van belang is voor dieren ‘in de gemeente’. Daarnaast gaan we kort in op gemeentelijke vergunningen, die bijvoorbeeld gaan over evenementen met dieren of schuilstallen en benoemen we tot slot voor de volledigheid de Europese wetgeving. Deze informatie biedt achtergrond bij de wet- en regelgeving per onderwerp, zoals die in de volgende hoofdstukken aan bod komt.
2.1. Wet dieren Op 1 januari 2013 is de Wet dieren in werking getreden. Hierin is voor het eerst de erkenning van de intrinsieke waarde (eigenwaarde) van het dier expliciet als uitgangspunt vastgelegd in de belangrijkste wet voor gehouden dieren (artikel 1.3) en is de algemene zorgplicht voor dieren geïntroduceerd (artikel 1.4). Volgens deze wet is ieder mens verplicht om hulp te bieden aan dieren in nood! Ook staat in deze wet dat dierenmishandeling en dierverwaarlozing strafbaar is. De Wet dieren is een kaderwet. Dit betekent dat deze een beperkt aantal (hoofd-)regels stelt en daarnaast vooral de mogelijkheid biedt om allerlei deelonderwerpen te regelen via Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. De Wet dieren is de belangrijkste wet voor gehouden (landbouw- en huis-)dieren en bundelt alle dierenwelzijns- en gezondheidsregels ten aanzien van deze dieren in één wet. De belangrijkste uitvoeringsregels op het gebied van dierenwelzijn zijn opgenomen in drie regelingen: (1)
Het Besluit houders van dieren,
(2)
De Regeling houders van dieren, en
(3)
Het Besluit diergeneeskundigen.
Regels met betrekking tot het houden van dieren zijn vastgelegd in de Wet dieren. Het Besluit houders van dieren, een uitvoeringsbesluit bij deze wet, bevat algemene regels over het houden en de verzorging van dieren. Ook zijn hierin regels opgenomen over het bedrijfsmatig houden, fokken en verhandelen of verkopen van gezelschapsdieren. Zo mogen gezelschapsdieren bijvoorbeeld niet verkocht worden aan kinderen onder de 16 jaar en mogen dierenwinkels geen dieren in de etalage hebben (beide om impulsaankopen tegen te gaan), en zijn er regels voor het maximale aantal nestjes dat een dier mag krijgen. Er zijn ook regels opgenomen over het doden van dieren en het houden van evenementen met dieren. Daarnaast zijn er aanvullende regels opgenomen ten aanzien van dierenmishandeling. Tot slot worden de bevoegdheden van de dierenarts, het uitvoeren van lichamelijke ingrepen bij dieren en in hoeverre deze zijn toegestaan, hier geregeld.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
6
Een belangrijk onderdeel van de Wet dieren is de ‘huis- en hobbydierenlijst’ (positieflijst) voor zoogdieren (sinds 1 juli 2024). Dit is een lijst van zoogdieren die in Nederland gehouden mogen worden. Deze regelgeving omvat tevens een overgangsregeling voor eigenaren die bij inwerkingtreding al in bezit zijn van een dier dat niet op de lijst staat. Op termijn komen er ook huis- en hobbydierenlijsten voor vogels, reptielen, amfibieën en vissen. Een en ander zal ook gevolgen hebben voor het huisdierbezit en de verkoop en handel van dieren binnen de gemeente.
2.2. Omgevingswet De Omgevingswet (sinds 2024 van kracht) regelt de inrichting van het land. Zowel de Rijksoverheid, de provincies als gemeenten dienen hierover beleid op te stellen in omgevingsvisies en -verordeningen, die betrekking hebben op hun eigen grondgebied. De verdere uitvoering van zo’n omgevingsvisie gebeurt via omgevingsplannen. Daarin staat concreet beschreven welke doeleinden zijn toegewezen aan de verschillende gebieden en wijken (zoals recreatie, landbouw of wonen), en wat daar onder welke voorwaarden mag gebeuren. Voor dierenwelzijn is hier in gemeente Veenendaal bijvoorbeeld het mogen plaatsen van een schuilstal in het buitengebied geregeld. De Omgevingswet verving eerdere wetgeving, zoals: (1)
De Wet ruimtelijke ordening (Wro), en
(2)
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Daarnaast verving de Omgevingswet de Wet natuurbescherming uit 2017. Daarmee is de Omgevingswet de belangrijkste wet voor de bescherming van in het wild levende dieren en hun leefomgeving. In deze wet is de bescherming vooral gericht op soorten die vanuit internationale afspraken beschermd moeten worden door Nederland (o.a. EU Vogel- en Habitatrichtlijn). Voor de ‘overige’ soorten is er een basisbeschermingsregime en geldt voor alle soorten een zorgplicht. De Omgevingswet is, net als de Wet dieren, een kaderwet. Belangrijke uitvoeringsregels staan onder meer in: (1)
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal),
(2)
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), en in
(3)
Het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling.
Deze regels gaan bijvoorbeeld over de uitvoering van beheer en schadebestrijding. Net als onder de Wet natuurbescherming zijn veel bevoegdheden voor natuur- en soortenbescherming gedecentraliseerd naar de provincie. In hoofdstukken 7 en 8 van deze wet wordt verder ingegaan op de regels in de Omgevingswet. In relatie tot de hengelsport moet in dit verband de Visserijwet 1963 nog genoemd worden: de gemeente heeft een belangrijke rol, doordat zij visvergunningen op haar eigen gronden verstrekt.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
7
2.3. Burgerlijk Wetboek ‘Veertien dagen regeling’ In het kader van de gevonden-voorwerpenregeling in het Burgerlijk Wetboek hebben gemeenten de wettelijke verplichting dieren die op straat zwerven op te vangen, waarbij het vermoeden is dat ze een eigenaar hebben. Dit geldt niet alleen voor honden en katten, maar ook voor andere huisdieren waaronder reptielen, knaagdieren, konijnen en vogels. De gemeente moet ervoor zorgen dat de vondst van deze dieren geregistreerd en gepubliceerd wordt en dat de rechtmatige eigenaar veertien dagen de tijd heeft zich te melden. Hiervoor moet de gemeente zowel de opvang als het vervoer van het dier ernaartoe regelen. Als de eigenaar zich binnen 14 dagen niet gemeld heeft (bewaarplicht van 14 dagen), wordt de gemeente eigenaar volgens de wet en beslist wat er met het dier gebeurt. Bij voorkeur wordt het eigendom van het dier overgedragen aan een dierenopvangcentrum dat zich inspant om het dier te herplaatsen bij een nieuwe particuliere eigenaar. Deze bepaling in het Burgerlijk Wetboek vormt de basis voor de samenwerking met particuliere dierenambulancevervoer en het opvang-/asielwerk van (huis)dieren in Nederland.
2.4. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en Algemene wet bestuursrecht ‘13 weken regeling’ Als mensen zijn overleden, worden opgenomen of gearresteerd, of er is sprake van huiselijk geweld of een huisontruiming, is opvang of herplaatsing van hun huisdieren van groot belang. Dit is allereerst een verantwoordelijkheid van de eigenaar of familie, die dit moeten regelen en bekostigen. Helaas is er niet altijd iemand die voor de dieren kan zorgen, geen zaakwaarnemer die het kan regelen of is er geen financiële middelen. Dan dient de gemeente voor vervoer en opvang voor een periode van maximaal 13 weken te zorgen. De gemeente kan proberen alle gemaakte kosten te verhalen op de eigenaar of uit de nalatenschap te laten betalen. Uiteindelijk kan dan besloten worden om het dier bijvoorbeeld vanuit het asiel te herplaatsen.
2.5. Algemeen Plaatselijke Verordening (APV)/evenementen Op grond van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op ‘openbare samenkomsten en vermakelijkheden’. Dit raakt aan aspecten van openbare orde en veiligheid, waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Vaak wordt deze bevoegdheid verder uitgewerkt in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hierin kunnen veel verschillende dingen geregeld worden, zoals het omgaan met het ervaren van overlast door gehouden dieren of over gevaarlijke honden. Een aantal van deze bepalingen met een ruimtelijk aspect, zijn nu ondergebracht in het omgevingsplan. Daarnaast stellen gemeenten vaak evenementenbeleid op. Ook Veenendaal heeft evenementenbeleid. Daarin is onder meer bepaald voor welke evenementen een vergunning nodig is. Hier ligt een link naar evenementen met de beoogde inzet van dieren, zie voor meer informatie paragraaf 3.6 ‘Vermaak waarbij dieren zijn betrokken’.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
8
2.6. Wet veiligheidsregio’s De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) schrijft voor dat iedere vier jaar een Regionaal Crisisplan moet worden gemaakt. Dit crisisplan wordt door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio vastgesteld. Nederland kent totaal 25 veiligheidsregio’s. Veenendaal valt onder de Veiligheidsregio Utrecht, die bestaat uit 26 gemeenten. Het Algemeen Bestuur van de regio bestaat uit de burgemeesters van deze gemeenten, met burgemeester van Utrecht als voorzitter. Dat betekent dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor het crisisplan. Naast de gemeenten werken er ook andere organisaties samen in de veiligheidsregio zoals de politie, het Openbaar Ministerie, de GGD, Rijkswaterstaat en Defensie. In het crisisplan worden kort ook aandacht besteed aan dieren en zie je dat er geleidelijk meer aandacht komt voor dierenwelzijn. De verwachting is dat dierenambulance Nederrijn ook een adviserende rol zal krijgen in de veiligheidsregio Utrecht en wellicht dan ook betrokken zal worden bij het actualiseren van het crisisplan.
2.7. Wet op de dierproeven Voor de volledigheid behandelen we ook de Wet op de dierproeven. Dierproeven zijn in principe verboden. Om dierproeven te mogen uitvoeren is een instellingsvergunning van het ministerie nodig en een projectvergunning van de Centrale Commissie Dierproeven. In Veenendaal worden geen dierproeven gehouden. In de Wet op de dierproeven en het bijbehorende Dierproevenbesluit staat aan welke eisen en voorwaarden moet worden voldaan. Ook is vastgelegd voor welke doeleinden wel of geen dierproeven verricht mogen worden. Als gemeente kun je vragen krijgen over dierproeven van bezorgde bewoners, doordat zich in je gemeente zo’n vergunde instelling zoals een farmaceutisch bedrijf of universiteit bevindt. Gemeenten hebben hier echter geen formele rol in.
2.8. Europese wet- en regelgeving Voor de volledigheid melden we dat er ook Europese wet- en regelgeving is, die te maken heeft met dierenwelzijn. Daarbij is het interessant te weten dat de Europese Unie enkele van de strengste normen voor dierenwelzijn ter wereld heeft. In juni 2025 stemde het Europees Parlement stemt in met de eerste EU-wetgeving voor welzijn en registratie van honden en katten. Zo komen er voor het eerst op Europees niveau duidelijke regels voor het houden, fokken en verhandelen van honden en katten. Alle honden en katten moeten in de toekomst worden geïdentificeerd en geregistreerd zijn. Dit maakt het makkelijker om vermiste dieren terug te vinden, helpt bij het aanpakken van illegale handel en draagt bij aan de volksgezondheid. Voor honden gaan de regels vijf jaar na inwerkingtreding gelden, voor katten tien jaar later. (Zoals ook in het volgende hoofdstuk te lezen is, bestaat er in Nederland al een chip- en registratieplicht voor honden, voor katten wordt een chipplicht naar verwachting al in 2026 of kort daarna ingevoerd.) Meer informatie over de Europese wet- en regelgeving is te vinden op: https://www.europarl.europa.eu/topics/nl/topic/animal-welfare.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
9
3. GEHOUDEN DIEREN Er wordt niet bijgehouden hoeveel gehouden dieren er per gemeente zijn. Ruw ingeschat zullen er bijna 30.000 huis- en hobbydieren in Veenendaal leven. Allereerst hebben eigenaren van deze dieren de verantwoordelijkheid voor deze dieren, omdat de dieren een grote afhankelijkheid kennen en vaak niet zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Naast het bieden van goede leefomstandigheden, waaronder een goede verzorging en huisvesting, heeft iedere dierhouder de plicht om zijn of haar dieren te beschermen (Wet Dieren artikel 1.6 lid 3 Besluit houders van Dieren). Denk hierbij ook aan bescherming tegen roofdieren, zoals marters, vossen, roofvogels en wolven. Met de terugkeer van de wolf in Nederland staan houders van dieren voor de uitdaging om effectieve en passende manieren van bescherming te vinden en toe te passen. De organisatie BIJ12 geeft adviezen over wolfwerende maatregelen (zie www.bij12.nl/onderwerp/wolf/) en in veel provincies zijn wolvenconsulenten actief. Op de website van gemeente Veenendaal wordt verwezen naar de provinciale informatie over de wolf en wandelen (met de hond). Met betrekking tot gezelschapsdieren hebben we als gemeente ook een rol en verantwoordelijkheid vanuit de bewaarplicht voor zwervend aangetroffen dieren zoals vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek.
Veenendaal werkt hiervoor samen met een dierenambulance en verschillende dierenasiels en heeft contracten met deze organisaties afgesloten. Dode huisdieren in de openbare ruimte worden na melding door de dierenambulance opgeruimd en eerst twee weken gekoeld bewaard. Op locatie van de dierenambulance is een afscheidskamer waar eigenaren op gepaste wijze afscheid kunnen nemen van hun teruggevonden overleden huisdier. Is er geen eigenaar die zich meldt, dan wordt het dode dier na deze periode aangeboden aan de dierendestructie. Ook als verwaarlozing van dieren aan het licht komt bijvoorbeeld als gevolg van armoede of bij huisuitzettingen (waarbij een goed alternatief thuis voor daar aanwezige huisdieren ontbreekt) heeft de gemeente een rol in dierenwelzijn. Dat kan betekenen dat de gemeente voor vervoer en opvang van deze dieren moet zorgen. De gemeente heeft hier afspraken over met de dierenambulance en de dierenopvangcentra. We maken een onderscheid in Huisdieren, hobbydieren en landbouwdieren. In de volgende paragrafen lichten we dit toe en vertellen we welke aspecten om de hoek komen kijken in relatie tot dierenwelzijn.
3.1. Huisdieren Veel huisdieren hebben een goed thuis, waar zij de verzorging en aandacht krijgen die zij nodig hebben. Toch weten mensen vaak niet genoeg over het bezit van huisdieren en de wettelijke regels die hierbij gelden. Onder huisdieren wordt een brede groep dieren verstaan, voornamelijk honden en katten, maar ook konijnen, knaagdieren, vogels, vissen en reptielen. Bij de honden en katten staan we iets langer stil met ieder een aparte paragraaf.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
10
Daarnaast is een gedeelte van de huisdieren exoot, wat een goede voorziening in de zorgbehoefte bemoeilijkt, onder andere door afwijkend klimaat en inrichting van leefruimte. Dit kan dan helaas leiden tot strafbare verwaarlozing, dumping of het weer afstaan van aangeschafte dieren. Als gemeente kunnen we inwoners helpen met goede informatievoorziening en voorlichting over huisdieren door hier aandacht op onze website aan te besteden. We hebben al informatie over de dierenambulance geplaatst en kunnen gaan verwijzen naar de uitgebreide en betrouwbare informatie op de website van het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren (LICG). Daar is per soort en ras gedetailleerde informatie beschikbaar over het verantwoord houden van huisdieren. Het komt helaas regelmatig voor dat dieren ontsnappen of gedumpt worden. Deze dieren worden dan door de dierenambulance opgehaald en komen bij het dierenasiel terecht. Allereerst spannen deze partijen zich in om de eigenaar van deze dieren te vinden. Wanneer dit niet lukt of de eigenaar aangeeft het dier niet meer te willen verzorgen, wordt er een nieuwe eigenaar gezocht.
3.1.1. Honden Chippen Het chippen van honden is sinds 2013 verplicht om zo meer honden te herenigen met hun eigenaar, mensen op te sporen die hun hond gedumpt hebben en malafide hondenhandel te ontmoedigen. Ook moeten hondenbezitters vanaf 2021 een hondenpaspoort hebben. Van alle gevonden honden gaat bijna driekwart terug naar hun eigenaar. Begrip en verdraagzaamheid Honden in de wijk dragen bij aan sociale cohesie tussen bewoners en dieren en aan het welzijn van mens en dier. De aanwezigheid kan soms ook tot onenigheid of irritaties leiden. Eigenaren zijn altijd eindverantwoordelijk voor hun hond en het voorkomen van ongewenste situaties. Door begrip en verdraagzaamheid van zowel hondenbezitters als buurtbewoners te bevorderen, vermindert de kans op conflicten en overlast. Dit kan door educatie en voorlichting voor zowel hondenbezitters als buurtbewoners over de omgang met honden en het belang van goede socialisatie. Overwogen kan worden om informatie over hondenbeleid goed zichtbaar op de gemeentelijke website te plaatsen, zodat duidelijk is waar losloopgebieden zijn. Hondenbeleid In het omgevingsplan van Veenendaal hebben we hondenbeleid over hondenlosloop-gebieden (met kaart) en het opruimen van uitwerpselen opgenomen. Dit stond voorheen in de Algemeen Plaatselijke Verordening.
De bestaande kaart met losloopgebieden kan op termijn geëvalueerd worden met bijvoorbeeld aandacht voor een maximale (loop)- afstand vanuit woonwijken. Ook bij nieuwbouwprojecten zal hiervoor aandacht moeten zijn. Belasting In Veenendaal heffen we hondenbelasting op basis van de Gemeentewet, artikel 226. Deze belastinginkomsten komen beschikbaar onder de algemene middelen en worden onder meer ingezet voor uitlaatplaatsen, hondenlosloopgebieden, -speelweides en de plaatsing en beheer van hondenafvalbakken.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
11
Bijtincidenten Om bijtincidenten te voorkomen is het vroegtijdig signaleren van risicosituaties belangrijk. Een goede samenwerking met het sociaal domein draagt hierin bij. Mocht er sprake zijn van risicovolle situaties, dan is het raadzaam om een laagdrempelig meldpunt of digitaal platform te hebben waar eenvoudig overlastsituaties of knelpunten gemeld kunnen worden. Als zo’n meldpunt er is, is het belangrijk om dit goed te communiceren naar de inwoners. Het helpt om duidelijke protocollen te maken voor registratie, beoordeling en opvolging van dreigingen en incidenten. Zo is niet alleen de veiligheid van inwoners gewaarborgd, maar verbetert ook het welzijn van de betrokken honden en kan herhaling worden voorkomen. Als een mogelijke opvolgingsmaatregel heeft gemeente Veenendaal bijvoorbeeld al een Muilkorfgebod opgenomen in de lokale regelgeving.
3.1.2. katten Chippen Bij weggelopen katten gaat slechts 13 procent terug naar hun eigenaar. Dit komt onder andere omdat het registreren en chippen van katten nog niet verplicht was. Op nationaal als Europees niveau is de afgelopen tijd uitwerking gegeven aan de chipplicht voor katten. Naar verwachting zal de plicht in 2026 in Nederland in werking treden. De dierenambulance houdt ‘Chip je kat’-acties, waarbij zij katteneigenaren aanmoedigen voor een aantrekkelijke prijs hun kat te laten chippen en hun kat gaan registreren. Bij het Chippen worden eigenaren ook geholpen met de eerste stappen voor het registreren, maar uiteindelijk moet de eigenaar ook zelf handelingen verrichten. Deze boodschap wordt nadrukkelijk meegegeven, want als de registratie niet goed is afgerond heeft het chippen nog geen effect. Katten worden als heel gezellige dieren in huis ervaren. Buitenshuis zijn de meningen over katten een stuk verdeelder. Dit heeft te maken met de mate van voortplanting, overlast door uitwerpselen en urine en de vele slachtoffers die ze onder in het wild levende dieren maken. Castratie De Dierenbescherming vindt de castratie van katten een belangrijk onderdeel van verantwoord houderschap. Gecastreerde katten lopen minder risico op verwondingen en ziektes en leven daardoor langer. Bovendien veroorzaken gecastreerde katten minder overlast, doordat ze minder vechten en sproeien.
Als laatste dragen gehouden ongecastreerde katten bij aan de instandhouding van zwerfkattenpopulaties en de daarbij-komende problemen. Castratie, en dan voornamelijk vroegcastratie (<6 maanden), kan helpen de zwerfkattenproblematiek te verminderen. De Dierenbescherming pleit daarom voor een castratieplicht bij katten. Zolang deze plicht er nog niet is, zouden we katteneigenaren op andere manieren moeten stimuleren en ondersteunen bij het castreren van hun kat. Dat kan bijvoorbeeld door in samenwerking met grote landelijke dierenwelzijnsorganisaties een castratieactie te houden, waarbij inwoners worden gestimuleerd hun kat kosteloos of tegen gereduceerd tarief kunnen laten castreren (https://kattencastratie.nl/).
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
12
De kosten hiervoor zullen dan door de gemeente gedragen moeten worden. Daarbij kan dan bijvoorbeeld een plafondbedrag worden aangehouden, waarbij gebruik gemaakt kan worden van de regeling tot dat bedrag bereikt is. Deze actie hebben we niet opgenomen in paragraaf 5.2. bij onze ‘ambities voor de komende beleidsperiode’, omdat hier op dit moment geen middelen voor beschikbaar zijn.
3.2. Hobbydieren of landbouwhuisdieren Hobbydieren zijn bijvoorbeeld paarden, geiten, varkens en kippen. Het zijn landbouw-dieren die in kleine aantallen en zonder commercieel doel worden gehouden. Hiervoor gelden vaak andere (en meer) regels dan voor het houden van een regulier huisdier. Ook hierbij geldt dat mensen vaak niet genoeg weten over het bezit en de wettelijke regels die gelden bij hobbydieren. Zo vallen deze dieren op sommige punten onder de regels voor commercieel gehouden landbouwhuisdieren. Denk hierbij onder andere aan regels omtrent besmettelijke dierziekten, vervoer en huisvesting. Iemand die een hobbydier houdt moet bijvoorbeeld bij het vermoeden van een besmettelijke dierziekte een dierenarts inschakelen. Die kan constateren of het eventueel gaat om een ziekte die moet worden gemeld bij de Nationale Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Ook over de hobbydieren biedt het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren (LICG) goede informatie. Alle hobbydieren zouden toegang moeten hebben tot de drie f’s (forage, freedom and friends), oftewel ruwvoer, vrije beweging en sociaal contact, maar dat is vaak nog niet het geval. Bijna alle hobbydieren zijn kuddedieren. Een weide met tenminste één soortgenoot is daarom de beste plek voor hobbydieren, zowel uit het oogpunt van dierenwelzijn als gezondheid. Ook hier kan voorlichting helpen.
Een weide alleen is niet voldoende. Wanneer het hard regent of de zon de hele dag op het weiland staat, moeten dieren ergens kunnen schuilen. Bovendien draagt adequaat gebruik van schuilstallen bij aan de bescherming van dieren tegen roofdieren. Het Besluit houders van dieren verplicht dan ook tot het bieden van bescherming tegen zowel slechte weersomstandigheden als tegen roofdieren (art. 1.6 lid 3 Besluit houders van dieren). De gemeente heeft vanwege haar bevoegdheden op het gebied van de fysieke leefomgeving een speciale regeling voor de aanleg van schuilgelegenheden en -stallen voor het buitengebied.
3.3. Landbouwdieren In onze gemeente kennen we pakweg drie agrarische bedrijven en die hebben een extensief karakter. Zowel het provinciaal als gemeentelijk beleid staat de vestiging van intensieve veehouderij niet toe in het beperkte buitengebied van Veenendaal. Toezicht en handhaving op dierenwelzijn bij landbouwbedrijven wordt uitgevoerd door de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming, de Nationale Voedsel- en Warenautoriteit en de politie. Gezien de bestaande ruimtelijke regelgeving, het kleine aantal landbouwbedrijven in Veenendaal, het extensieve karakter en de beperkte rol van de gemeente, wordt dit onderwerp in dit beleidskader verder niet behandeld.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
13
3.4. Gehouden dieren en sociaal beleid Het sociaal beleid kan ook van betekenis zijn voor dierenwelzijn. In de volgende subparagrafen wordt hier beknopt op ingegaan.
3.4.1. Sociale hulpverlening In veel gemeenten vinden na een hulpvraag van een inwoner ‘keukentafelgesprekken’ plaats, waarbij de gemeentelijk WMO consulent (Wet maatschappelijke ondersteuning) ‘achter de voordeur’ komt. Zo zouden consulenten tegelijkertijd een belangrijke rol kunnen spelen bij het signaleren van dierenwelzijnsproblemen. Naast samenwerking op het vlak van dierenwelzijn met de consulenten kan samenwerking met Veens Welzijn en woningcorporatie VeenVesters hier ook aan bijdragen. Zo komt VeenVesters ook bij de inwoners en weet Veens Welzijn veel van wat er in de wijken speelt. Dierenwelzijnsproblemen kunnen door veel verschillende oorzaken ontstaan. Denk hierbij aan het onthouden van medische zorg of voeding aan het huisdier door geldzorgen, of een gebrek aan aandacht en verzorging vanwege fysieke beperkingen of psychische aandoeningen van de eigenaar. De sociaal hulpverlener kan dit tijdig opmerken en actie ondernemen. We kunnen een faciliterende rol spelen door informatie aan te bieden aan hulpverleners. Zo willen we de signalenkaart dierenmishandeling/verwaarlozing onder de aandacht gaan brengen en de Helpdesk Hulpverleners van de Dierenbescherming, waar ze terecht kunnen voor advies en overleg. (www.dierenbescherming.nl/werkzaamheden/preventie/helpdeskhulpverleners)
3.4.2. Minimabeleid In Veenendaal bevindt zich een dierenvoedselbank, zodat mensen die niet (meer) genoeg inkomen hebben hun dier toch voldoende eten kunnen geven. Gemeente Veenendaal heeft de dierenvoedselbank bij het opstarten geholpen met een startsubsidie. Daarnaast kunnen voor huisdierbezitters met een laag inkomen problemen ontstaan door bijvoorbeeld een onverwachte rekening van de dierenarts. We hebben het voornemen om het mogelijk te maken de Veenendaalpas ook te kunnen inzetten voor een bezoek aan de dierenarts of vervoer met de dierenambulance naar dierenarts of crematorium. De Veenendaalpas kan al ingezet worden voor de dierenspeciaalzaak of voor diervoeders.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
14
3.4.3. Dierenbuddy Voor veel ouderen, chronisch zieken of mensen met een anderszins lichamelijke beperking, zijn huisdieren van groot belang voor hun kwaliteit van leven. Soms kunnen ze niet meer goed voor hun huisdier zorgen. Vrijwilligers van Dierenbuddy ondersteunen deze mensen thuis bij de verzorging van hun huisdier. Zo helpen de vrijwilligers om eenzaamheid te bestrijden én onbedoeld dierenleed te voorkomen. Het project Dieren-buddy van de Dierenbescherming is in meer dan veertig gemeenten actief, maar nog niet in Veenendaal. Gemeente Veenendaal gaat verder onderzoeken wat dit voor Veenendaal kan betekenen en wat hiervoor nodig is. Deze actie hebben we niet opgenomen in paragraaf 5.2. bij onze ‘ambities voor de komende beleidsperiode’, omdat eerst verder geïnventariseerd moet worden welke inspanning hiermee gemoeid is en welke financiële middelen nodig zijn.
3.5. Handhaving bij overlast of gevaar van dieren Handhaving van dierenwelzijn is in principe geen verantwoordelijkheid van de gemeente, maar van de politie en de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn en/of de Nationale Voedsel- en Warenautoriteit. Gemeente Veenendaal heeft wel eisen opgesteld, die indirect hun weerslag hebben op dierenwelzijn, zoals op het gebied van openbare orde en veiligheid. Denk daarbij aan regels in de APV of het omgevingsplan over kraaiende hanen of blaffende honden. Hierop kan zo nodig rechtstreeks worden gehandhaafd. Ook kan de gemeente (in samenspraak tussen burgemeester en politie) gevaarlijke dieren in beslag nemen om de openbare orde te handhaven. Daarnaast kan de burgemeester vanuit de Wet aanpak woonoverlast bij langdurige overlast officiële waarschuwingen en gedragsaanwijzingen geven (als bemiddeling met de buren niets heeft opgeleverd). Stank- en geluidsoverlast kan dan de aanleiding zijn voor de gemeente om effectief in te grijpen in situaties waarbij het welzijn van huisdieren in het geding is.
3.6. Vermaak waarbij dieren zijn betrokken Onder ‘dieren ter vermaak’ verstaan we dieren die gebruikt worden voor evenementen. Denk aan circussen, volksvermaak, tentoonstellingen en kunst-, reclame-, promotieactiviteiten en tentoonstellingen. Dierentuinen, kinderboerderijen en dierenkampjes worden hier ook wel onder ingedeeld, maar als gemeente vinden wij deze eerder onder educatie vallen). Nog altijd worden in Nederland evenementen ‘opgeleukt’ met dieren. Zo zijn er kamelen- en struisvogelraces, roofvogelshows, paardenmarkten en ponyritjes voor kinderen. Bij huwelijken laat men soms sierduiven los, die vaak hun weg niet terugvinden, onderweg gewond raken of totaal uitgeput ergens aankomen. Zo kent dit vermaak met dieren vaak negatieve gevolgen voor dierenwelzijn. Daarom zijn we heel terughoudend met het afgeven van vergunningen voor dit soort evenementen en hanteren een nee-tenzij-principe.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
15
Wet- en regelgeving De Wet dieren verbiedt evenementen met dieren niet. Wel is het verboden om dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken en dierengevechten te organiseren. Dit komt boven op de algemene regels rondom dierenmishandeling, waarbij het verboden is om dieren onnodig pijn te doen of hun gezondheid of welzijn aan te tasten. Ook is het verboden om bepaalde wilde zoogdieren in een circus of een ander optreden te gebruiken. Er is geen totaalverbod voor dieren in een circus: huisdieren, paarden, kamelen en diverse andere soorten zijn vooralsnog wel toegestaan. Organisatoren van een evenement met dieren moeten minstens 14 dagen van tevoren een melding doen bij de Nederlandse Voedselen Warenautoriteit (NVWA) en zorgen voor een geschikte omgeving, hygiëne en een veilige afstand tussen publiek en dieren. Bij evenementen met gezelschapsdieren moet er een veterinaire gezondheidscontrole plaatsvinden voordat de dieren worden toegelaten. Gemeentelijk beleid Veenendaal heeft gemeentelijk evenementenbeleid (Veenendaal blijft Verrassen 2024) en heeft in de algemeen plaatselijke verordening een vergunningsplicht voor evenementen opgenomen. De gemeente kan een evenement met dieren niet zondermeer verbieden, maar wel op grond van de openbare orde en veiligheid, of gevaar voor de volksgezondheid.
Met ingang van deze nota dierenwelzijn gaat gemeente Veenendaal een voorkeursbeleid hanteren bij het afgeven van vergunningen voor evenementen waar geen dieren bij betrokken zijn. Daarbij denken we allereerst aan maximaal 5 evenementen per jaar waarbij nog dieren gebruikt worden. Ook wordt het plan van aanpak van het evenement beoordeeld door de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), met ook dierenwelzijn als aandachtspunt en stelt de gemeente bij het verlenen van een vergunning eisen waaraan moet worden voldaan. De organisator moet tijdens het evenement toezicht op de verzorging van de dieren houden en zorgen voor een geschikte omgeving voor de dieren. (Denk daarbij ook aan bijvoorbeeld voldoende schaduw in de zomer.) In ons beleid hebben we een verbod voor het oplaten van ballonnen en gebruik van confetti. Zo wordt voorkomen dat dit in de voedselketen van dieren komt. Levende kerststallen Bij een levende kerststal bestaat het risico op een heel klein onderkomen voor de dieren, waardoor ze zich niet op natuurlijke wijze kunnen gedragen en kunnen ze niet onttrekken aan muziek, drukte en lawaai, waardoor ze gestrest raken. Kerststallen voldoen vaak niet aan veiligheidsnormen, waaronder die voor brandveiligheid. Het risico op brand is groot door de aanwezigheid van stro en hooi, met alle gevolgen van dien voor mens en dier.
Kerststallen krijgen de dieren vaak aangeleverd door dierenverhuurbedrijven, die soms geen professionele begeleiding hebben of de dieren vaker verhuren dan ze aankunnen. Daarom worden vergunningsaanvragen als deze getoetst door zowel de GHOR als de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en wordt via deze partijen veiligheid en dierenwelzijn geborgd. Bij het toestaan van een kerststal met levende dieren, zullen we vanuit het advies van de GHOR voorwaarden stellen voor de huisvesting en verzorging van de dieren.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
16
Vuurwerk Veel dieren ondervinden ieder jaar angst en stress van het vuurwerkgeknal en de lichteffecten. Ieder jaar zijn er (dodelijke) slachtoffers te betreuren onder huis- en hobbydieren en wilde dieren. In het voorjaar van 2025 stemde een meerderheid van de Tweede Kamer voor een (totaal-)verbod op consumentenvuurwerk. Een enorme winst voor de dieren. Het verbod is echter nog niet ingaan. Gemeente Veenendaal heeft enkele plekken aangewezen als vuurwerkvrije zone, zoals bij de kinderboerderijen. Kinderboerderijen, dierenkampjes en hertenkampen De recreatieve en educatieve functie van kinderboerderijen en dierenkampjes brengen mensen in aanraking met huis- en hobbydieren, de natuur, hun omgeving en elkaar. Het in contact brengen van kinderen en volwassenen met dieren vinden we waardevol voor het leren omgaan met en het denken over dieren. Door goede voorlichting, begeleiding en toezicht, kan de omgang met de dieren op een diervriendelijke manier verlopen. Een goed ingerichte kinderboerderij kan worden benut voor educatie en als voorbeeld fungeren voor het houden van huisdieren. Denk aan de omvang en inrichting van een knaagdierenverblijf en de sociale behoeften van een dier waarmee huisdierbezitters rekening moeten houden (houd bijvoorbeeld minimaal 2 konijnen, zodat ze samen zijn). Niet ieder dier is geschikt voor een kinderboerderij.
Zo horen exotische en wilde (niet gedomesticeerde) dieren hier niet thuis; wel huis- en hobbydieren. De dieren moeten een geschikt karakter hebben en gewend zijn aan het contact met mensen, anders levert dit voor hen te veel angst en stress op. Voor de dieren op de kinderboerderijen is het van belang dat er kennis en kunde aanwezig is of voorlichting aan de kinderboerderij gegeven wordt over het welzijn van de aanwezige dieren, dat leidend moet zijn voor de inrichting en het educatieve gebruik van de kinderboerderij. De verzorging van de dieren zou dan ook in handen moeten zijn van een vakbekwaam medewerker, die ook toezicht houdt op het contact tussen mensen en dieren. Het oprichten en beheren van een nieuwe kinderboerderij zal slechts onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan. Los van de formele voorwaarden in de betreffende vergunning, maken we hier dan aanvullende afspraken over in afstemming met de beleidsmedewerker dierenwelzijn. Als er een vergunning wordt aangevraagd voor het oprichten van een nieuw hertenkamp, dan werken we daar niet aan mee, aangezien daarin diersoorten gehuisvest worden die niet op de huis- en hobbydierenlijst voorkomen (alhoewel daar landelijk voor bestaande hertenkampen vooralsnog een uitzondering voor gemaakt is).
In het wild levende dieren Naast aandacht voor dierenwelzijn bij evenementen met dieren, is het goed om ook stil te staan bij het beperken van verstoring van in het wild levende dieren bij evenementen. Denk daarbij aan geluid- en lichtoverlast. Voor veel soorten, zoals vogels, zoogdieren, amfibieën en insecten, is geluid van levensbelang. Zij communiceren via akoestische signalen. Ze kunnen hierdoor moeite hebben met het vinden van prooien, het horen van predatoren of het vinden van een partner. Ze slagen er hierdoor niet in zich voort te planten of hun jongen groot te brengen en trekken soms zelfs weg uit hun oorspronkelijke gebied. Dit kan ongunstig zijn voor hun voortbestaan. Ook is bekend dat vogels door het licht en geluid tijdelijk hun nest verlaten, waardoor eieren mogelijk niet uitkomen of jongen te weinig voedsel krijgen.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
17
4. IN HET WILD LEVENDE DIEREN 4.1. Hulp aan wilde dieren en bijdragen aan hun leefomgeving Meestal moeten mensen wilde dieren juist met rust laten. Soms is een dier in nood. Vaak is dat het gevolg van menselijke activiteit (of hun huisdieren). Bij nood heeft eenieder de plicht om te helpen. Gemeente Veenendaal ziet hier zelf ook een plicht in en heeft daarom overeenkomsten met de dierenambulance en de wildopvang om na meldingen ook de wilde dieren te helpen. Op de website www.wildopvang.nl staat een handig overzicht voor wat te doen per diersoort, van vos en haas tot egel en eend. Op dit moment is het landelijke nummer voor als er hulp geboden moet worden of voor advies hierover: 144 ‘Red een dier’. Verder kan de gemeente voor het welzijn van in het wild levende dieren een belangrijke rol spelen. Er leeft een groot aantal dieren in het wild in onze gemeente, ook binnen de bebouwde kom. Deze dieren dragen bij aan een levendige en groene gemeente en dit is een reden om hun aanwezigheid te bevorderen door het nemen van indirecte maatregelen zoals de aanleg en het onderhoud van een biodiverse omgeving. De leefgebieden (zowel in de stad als in het buitengebied en zowel qua kwaliteit als kwantiteit) zijn belangrijk voor wilde dieren en daarbij zijn ook mens-dierinteracties van invloed.
Denk hierbij aan handelingen zoals (woning)bouw, inrichting van de buitenruimte, groenbeheer en omgang met overlast en schade door wilde dieren. In de omgevingsvisie staat verder uitgewerkt hoe Veenendaal haar rol hierin ziet. Iedere diersoort stelt specifieke eisen aan zijn leefomgeving. Zo zijn er soorten die hun hele leven doorbrengen in bossen en struwelen. Andere dieren gebruiken deze plekken bijvoorbeeld alleen om in te broeden en zoeken hun voedsel bijvoorbeeld in open gebieden. Weer andere dieren voelen zich bijzonder goed in en bij gebouwen. Binnen de gemeente Veenendaal houden we hier rekening mee en hebben we tot doel om bij nieuwbouwprojecten de leefomstandigheden van dieren te verbeteren door aandacht voor natuur inclusief bouwen en vergroting van de biodiversiteit.
4.1.1. Omgevingsvisie, -plan en -programma en bevordering van het dierenwelzijn In een omgevingsvisie en -plan inventariseren we alle relevante belangen en wegen we ze tegen elkaar af. Geprobeerd is ook de belangen van de wilde dieren en beplanting die in gemeente Veenendaal voorkomen een plek te geven in de omgevingsvisie. Zo is er veel aandacht voor ecologie en biodiversiteit en kent de gemeente een puntensysteem voor natuur inclusieve maatregelen bij woningbouwprojecten.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
18
In het omgevingsprogramma Groen en Klimaat legt Veenendaal haar integrale visie voor de langere termijn voor het (openbaar) groen vast. Daarnaast kennen we het omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) waarin o.a. aangegeven is om bestaande groenvoorzieningen natuurlijker en natuurrijker te laten worden, wat ook bijdraagt aan een betere biodiversiteit en ecologie binnen de gemeente en dus aan de doelen van dierenwelzijn door te werken aan geschikte leefgebieden met voldoende voedsel, schuil- en nestgelegenheden en verbindingen voor dieren.
4.1.2. Groenbeheer en onderhoud van watergangen groenbeheer Inheemse vogels en hun nesten en eieren zijn beschermd op grond van de Omgevingswet. Dit betekent dat het verboden is om bomen en struiken te kappen of te snoeien als hierin een nest in gebruik is (nestelen, broeden, jongen aanwezig), of dat er een jaarrond beschermd nest – in de betekenis van ‘vaste rust-, broed- of verblijfplaats’ – aanwezig is. Voorafgaand aan werkzaamheden moet worden onderzocht of er broedende/nestelende vogels of eventueel jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Gemeente Veenendaal stemt het groenbeheer steeds meer af op natuurontwikkeling. Ecologisch groenbeheer draagt bij aan de vorming van een ecologische verbindingen tussen terreinen die uit natuuroogpunt waardevol zijn en tussen de stad en het omliggende landschap. Verbindingszones waarlangs dieren zich kunnen verplaatsen zijn onmisbaar voor de natuur in het stedelijke gebied. Het kunnen wisselen van gebied is niet alleen van belang voor het overleven van individuele dieren, maar ook voor de instandhouding van de populatie. Voorbeelden van ecologisch waardevolle elementen zijn lintvormige beplantingen, niet gemaaide oeverkanten en bermen voor insecten en kleine dieren en eco-passages voor dieren bij infrastructurele barrières. Ook onze inwoners betrekken we bij de opgave om de leefomgeving van dieren te verbeteren.
We stimuleren om tuinen te vergroenen door inwoners op weg te helpen met informatie. Met goede voorlichting willen we Veenendaal zo inrichten dat we goed kunnen samenleven met wilde dieren in de stad. Zie hiervoor ook tips van de dierenbescherming: www.dierenbescherming.nl/tuintips. Onderhoud van watergangen Uitvoering van baggerwerkzaamheden kan het beste plaatsvinden in september of oktober; een periode tussen de voortplanting en winterrust van vissen en amfibieën in. Gefaseerd en gericht baggeren is belangrijk, zodat dieren kunnen wennen en rustig naar een andere plek kunnen gaan. Dieren moeten ontsnappingsmogelijkheden hebben. Vissen kunnen eventueel worden teruggezet of verplaatst, als afdoende rekening wordt gehouden met de temperatuur van het water. Bij de voorbereiding van baggerwerk moet rekening gehouden worden met de aanwezige (beschermde) dieren en planten. Samenwerking met een ecoloog helpt om kwetsbare punten te inventariseren om vervolgens een plan te maken dat beschrijft wanneer en hoe het best gebaggerd kan worden afhankelijk van de aanwezige flora en fauna. Als er beschermde soorten voorkomen, is een vergunning nodig, tenzij de gemeente werkt volgens een door het ministerie (RVO) goedgekeurde gedragscode.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
19
4.1.3. (Ontsnipperings)maatregelen rondom infrastructuur Overheden kunnen verkeersbesluiten nemen voor de wegen die zij beheren om in het wild levende dieren te beschermen. Zo worden in gemeenten wegen tijdelijk afgesloten tijdens de paddentrek of tijdens het broedseizoen of worden hekwerken of wildsignaleringssystemen geplaatst of de maximumsnelheid beperkt om overstekende dieren te beschermen. Hoge stoepranden kunnen worden aangepast zodat ze geen barrière meer vormen voor o.a. reptielen en amfibieën. Of er kunnen in goten en putten uitklimmaatregelen getroffen worden om te voorkomen dat reptielen en amfibieën vast komen te zitten of juist in straatkolken wegspoelen. Met de aanleg van faunapassages, zoals buizen, tunnels en bruggen (ecoducten) kunnen (vaar)wegbeheerders versnipperde natuur weer ‘ontsnipperen’, zodat dieren zich veilig kunnen verplaatsen en naar andere gebieden kunnen trekken. Bij vaarwegen met steile oevers kunnen ecologische oevers bij voldoende ruimte gecreëerd worden of uittreedmogelijkheden aangelegd worden bij beperkte ruimte, zodat dieren het water uitkunnen en niet verdrinken. Als onderdeel van het omgevingsprogramma Groen en Klimaat wil Gemeente Veenendaal in kaart brengen waar ontsnipperende maatregelen zinvol kunnen zijn.
Vervolgens willen we kijken hoe we deze ook kunnen bekostigen en gaan realiseren, bijvoorbeeld door het meenemen van maatregelen in infrastructuurprojecten en reconstructies.
4.2. Plaagdieren, faunabeheer en schadebeperking De gemeente heeft als taak de openbare ruimte te beheren en te onderhouden. Wanneer veel mensen aanzienlijke overlast ervaren door dieren die in deze ruimte in het wild leven – zoals ganzen, bruine ratten, stadsduiven, meeuwen, steenmarters, verwilderde katten en konijnen – is het aan de gemeente om te oordelen of dit aangepakt moet worden en zijn mogelijk ook vergunningen of ontheffingen van bijvoorbeeld te provincie nodig. In principe genieten alle in het wild levende dieren enige basisbescherming op grond van de algemene zorgplichten zoals in de Wet dieren, de Omgevingswet als de regels over dierenmishandeling in benoemd. Een groot aantal (inheemse) diersoorten valt daarnaast onder een van de drie verschillende (hoofd)beschermingsregimes in de natuurbeschermingswetgeving. Bij faunabeheer en schadebeperking is het ‘nee, tenzij’-beginsel leidend met soortenbescherming als uitgangspunt. In het geval van schadebeperking betekent dit dat dieren niet gedood worden, tenzij er redelijkerwijze echt geen enkele andere mogelijkheid is. Ten behoeve van beheer en schadebestrijding kan van de wettelijk geldende bescherming worden afgeweken als bepaalde belangen in gevaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn de verkeersveiligheid, volksgezondheid of het voorkomen van schade aan gewassen en dieren.
Dit wordt met landelijke en provinciale vergunningen en vrijstellingen geregeld.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
20
We hebben zoveel mogelijk een diervriendelijke aanpak voor ogen. Omgang met schade en overlast van dieren moet allereerst gericht zijn op preventie in plaats van op het doden van dieren. Zie de preventiekit van BIJ12 voor alternatieven en preventieve maatregelen. Allereerst is het belangrijk te bepalen of er daadwerkelijk sprake is van een plaag of ernstige overlast. Goede voorlichting over aanwezige diersoorten en hun positieve kanten kan gevoelens van overlast vaak wegnemen. Dit draagt bij aan harmonieus samenleven van al onze inwoners binnen onze gemeente: mensen en dieren. Mocht er toch sprake zijn van aanzienlijke overlast, dan zijn vaak simpele maatregelen al voldoende om overlast te beperken. Zo gaat Veenendaal overwegen een voederverbod in de openbare ruimte in te voeren, waardoor dieren veel minder worden aangetrokken en de groepen dieren minder groot worden. Wanneer preventieve omgevingsmaatregelen genomen zijn, maar de overlast niet voldoende is weggenomen, kan de gemeente overwegen om faunabeheer in te zetten. In het geval van beschermde diersoorten is hiervoor een vergunning/ontheffing nodig. Het beperken van nageslacht (neutraliseren van dieren om de populatie te stabiliseren of af te laten nemen) is ook een manier om overlast van kleine populaties dieren te beperken.
Zo worden op plekken in Veenendaal het aantal ganzen in toom gehouden door op diervriendelijke wijze per nest maar één ei uit te laten komen, waarbij de overige eieren op het nest door de faunabeheerder behandeld zijn. Voor het centrum van Veenendaal willen we onderzoeken of zogenaamd anticonceptie-mais veilig toepasbaar is om de duivenpopulatie te beperken en wat de kosten ervan zijn. Verder is nog een voorbeeld dat in Nederland wordt toegepast het castreren of steriliseren van verwilderde katten als daar veel overlast van wordt ondervonden. Wanneer de veiligheid direct in het geding is, er een dreiging is door invasieve exoten op de ecologie of na getroffen diervriendelijke maatregelen de plaag niet beteugeld kan worden, kan afgewogen worden dieren te doden. Met het inzetten van gif (bij ratten en muizen) moet terughoudend worden omgegaan, vanwege het veroorzaken van onnodig lijden enerzijds en ook vanwege de risico’s voor huisdieren (honden en katten) en andere wilde dieren zoals roofvogels. Gif treft vaak veel dieren, doordat het verspreid wordt in de voedselketen. Beter is om meer in te zetten op preventie en diervriendelijke bestrijding. Voor informatie over het diervriendelijk bestrijden zie: “Diervriendelijk overlast van muizen en ratten bestrijden” van de Dierenbescherming.
We willen in gesprek met onze faunabeheerders en onze inwoners informeren over de diervriendelijke bestrijdingstips via onze gemeentelijke website. Verder is de terugkomst van de wolf in Nederland een actueel onderwerp. De verantwoordelijkheid voor het bepalen van het wolvenbeleid ligt primair bij de provincies en niet bij de gemeenten. Provincies maken in het Interprovinciaal Wolvenplan gezamenlijk afspraken. De uitvoering van dit beleid ligt bij BIJ12/IPO. Als er door een wolf een ernstige acute bedreiging voor de veiligheid is in een gemeente, kan de burgemeester op grond van de Gemeentewet de politie vragen het agressieve dier te doden.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
21
4.3. Verwilderde katten In Nederland leven in het wild geboren en verwilderde huiskatten die buitenshuis leven zonder eigenaar. Ze zijn mensenschuw en leven op plekken waar voedsel te vinden is, zoals woonwijken, vakantieparken, restaurants, industrieterreinen en in natuurgebieden. Vaak worden ze ook gevoerd door mensen uit de buurt. Hoe meer voedsel en nestplekken, hoe meer katten. Waar meer voedsel is, leven deze katten meestal in groepen. In het buitengebied is het voedselaanbod vaak beperkt en leven verwilderde katten meestal alleen. TNR-methode Binnen de bebouwde kom kan de zogeheten TNR-methode bijdragen aan het voorkomen en verminderen van overlast door verwilderde katten: het vangen (Trap), castreren of steriliseren (Neuter) en weer terugzetten (Return) van katten. Het vangen gebeurt met vangkooien tijdens gerichte acties. Voorafgaand worden buurtbewoners verzocht om de zwerfkatten niet te voeren en hun eigen kat binnen te houden of te onderscheiden met een halsbandje. De gecastreerde of gesteriliseerde katten worden bij voorkeur weer teruggeplaatst in hun oude leefomgeving. Teruggeplaatste dieren veroorzaken veel minder overlast en voorkomen dat er plaats komt voor nieuwkomers. Indien de methode consequent wordt toegepast, kan de populatie stabiel worden gehouden.
Hier zijn wel aanzienlijke kosten mee gemoeid, aangezien bij zo’n actie diverse ketenpartners betrokken moeten zijn: zowel, de dierenambulance, de dierenarts als het asiel. Op dit moment is onbekend in hoeverre er problemen met verwilderde katten wordt ondervonden in Veenendaal. Daarnaast is het van belang dat aanwas van verwilderde katten zoveel mogelijk wordt beperkt door het chippen en castreren van huiskatten. De verwachte wet- en regelgeving voor verplicht chippen van huiskatten zal landelijk duidelijk een verschil gaan maken en daarnaast kan voorlichting helpen.
versie 1.0
26 november 2025
Beleidsnota Dierenwelzijn Veenendaal
22
5. AMBITIE Met deze nota dierenwelzijn en hetgeen we de afgelopen twee jaar bereikt hebben, is dierenwelzijn organisatorisch goed op orde gebracht en maken we nu beleidsmatig stappen. In dit hoofdstuk geven we aan hoe we dierenwelzijn verder willen ontwikkelen binnen de beperkte beschikbare tijd en budget. Gemeente Veenendaal bezuinigt net als andere gemeenten in Nederland vanwege de kleinere budgetten die vanuit de rijksoverheid aan gemeenten worden toegekend. Voor dierenwelzijn is het reeds begrootte budget voor de komende jaren leidend. Dat betekent dat de insteek is om vanuit bestaand budget en bestaande uren te werken aan een geleidelijke verdere ontwikkeling. Dit doen we door de activiteiten die we voorstellen over een meerjarige periode te faseren.